Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 28 januari 2013 tot 29 januari 2013

Hans Plomp, Willem Hussem, Anton Tsjechov, Lennaert Nijgh, Romain Rolland, Hubert C. Poot

De Nederlandse dichter en schrijver Hans Plomp werd op 29 januari 1944 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Hans Plomp op dit blog.

 

 

Een kaakslag voor het calvinisme

 

O woekerwentelende worm van woede,
uit welke afgrond in mij
kom je omhoog?
Ik loog als ik zou schrijven
dat ik niet bang ben.
Maar wat kan ik doen?
Ik draag het model schoen
dat mijn moeder uitzoekt,
o rotschoen vervloekt.
Zoals mijn ouders me dromen
durf ik niet bij mijn meisje te komen
Johannes Calvijn
ik spring onder de trein
als je niet ophoudt mijn ouders
in jouw naam zo slecht te laten zijn

 

 

 

 

Als ik uit mijn droomland

 

Als ik uit mijn droomland
de wereld bezoek,
bedek ik mijn lichaam
met jas en met broek.

 

Daar mag je niet naakt zijn
en niet zonder geld.
Gebroken de wil,
gekruisigd de held.
Je dagen geteld.

 

Als ik uit mijn droomland
de wereld bezoek,
bedek ik mijn geest
met de vacht van een beest.

 

 

 

 1326408-e4ea9b0638236b0ac0a8f846745aba3e.jpg

Hans Plomp (Amsterdam, 29 januari 1944)

 




De Nederlandse schilder en dichter
Willem Hussem werd geboren in Rotterdam op 29 januari 1900. Zie ook alle tags voor Willem Hussem op dit blog.

 

 

meidoorn in bloei

ik pluk een tak

bloeddruppels lopen

over mijn hand

 

              *

 

de wolk aan de hemel

vaart mee met de wind

het schip op de rivier

zeilt tegen hem in

 

 

De zee

 

De zee kun je horen

met je handen voor je oren,

in een kokkel,

in een mosterdpotje,

of aan zee.

 

 


1326408-ecf5563c95132d565a4abea401975af8.jpg
Willem Hussem (29 januari 1900 - 21 juli 1974)

 

 

 

 

 

De Nederlandse tekstdichter, columnist en schrijver Lennaert Nijgh werd geboren in Haarlem op 29 januari 1945. Zie ook alle tags voor Lennaert Nijgh op dit blog.

 

Uit: Gat (Column)

 

“Het uitzicht is ook op de begane grond, achter de vervaarlijke hekken met waarschuwingen inzake asbest en dergelijke, nooit hetzelfde. Er gebeurt van alles. Wat het allemaal voorstelt, weet ik niet. Ik ben terzake niet deskundig. Nu heeft het torentje van Teylers Museum weer een aparte witte muts op, als antwoord op de mannen in witte pakken die je soms in de verte ziet rondscharrelen. En sinds kort is er een interessante stalen toren verrezen, met schijnwerpers die in het donker de chaos verlichten, alsof er een griezelige film wordt opgenomen. Verleden week zaten we met z'n allen gebiologeerd te kijken hoe de wagen van een Duits bedrijf voor 'Geophysische Messungen' of iets dergelijks achter de hekken werd gemanoeuvreerd. Waarom dat in het donker moest? Als ze denken dat we niks door hebben, zitten ze er mooi naast. Dan hebben ze buiten de kijkers van Koops gerekend.
Wie zich niets aantrekken van alle afzettingen en hekken, zijn de eendjes, die ik af en toe snaterend zie rondzwemmen in het zwaar vervuilde water achter het traliewerk dat de Damstraat afsluit en waar een speelse geest een bordje 'Melden bij Havendienst' aan heeft bevestigd. Evenmin als de katten uit de buurt. Achter het hek begint het poezenparadijs, asbest of niet.
Katten gaan nu eenmaal hun gangetje. Niet gehinderd door enig protocol. Ze laten zich niet temmen.
Zou Claus van katten hebben gehouden, vraag ik me ineens af. Ik heb er nergens iets over kunnen vinden. Ach, nee. Vorstenhuizen hebben sinds oeroude tijden nu eenmaal meer met honden. Honden gehoorzamen en laten zich aan het lijntje houden, ten voorbeeld aan het lagere volk.
In gedachten zie ik Claus weer z'n stropdas af doen. Hij zal wel geen poes gehad hebben - het zal wel niet gemógen hebben van Hogerhand. Wat een kwaadaardig idee van mij.
Vaarwel, mijn prins. Slaap zacht. Ik hoop, nee, ik weet zeker dat er daarboven geen verschil meer gemaakt wordt tussen hondentrouw en kattenliefde.”

 

 

1326408-e1d56f5e669bb44b229bd666c8d658ad.jpg 

Lennaert Nijgh (29 januari 1945 - 28 november 2002)

In 1967 

 




De Russische schrijver
Anton Tsjechov werd geboren op 29 januari 1860 in Taganrog, een havenstad in Zuid-Rusland. Zie ook alle tags voor Anton Tsjechov op dit blog.

 

Uit: Drie zusters (Vertaald door Bart Moeyaert)

 

“MASJA:     Vroeger waren mijn voeten kleiner.
                  Mijn knieën zaten hier.
                  En mijn hoofd zat hier.
                  Nee, hier.
                  Ik weet het eigenlijk niet meer zo precies.
                  [...]
                  Hoe groot was papa?
OLGA:         Groot, Masja. Groot.
MASJA:    Ja.
                  Hier zat mijn hoofd.
                 Als hij voor me stond, keek ik zo naar hem op.
OLGA:        Als hij voor je stond, Masja, keek hij zo op je neer.
MASJA:    Wij deden maar weinig goed.
OLGA:        Je weet het niet meer zo precies: we deden niets goed. Zijn mond kon spreken, maar zijn handen konden er ook wat van. 'Vooruit!'
MASJA:    En zijn voeten dan. 'Vooruit!'
OLGA:        Het is dat we het verdienden.
MASJA:    Dat weet ik niet meer, Olga, dat weet ik niet meer.
OLGA:        Ik anders wel.
IRINA:        Het is mijn feest.
OLGA:        Je zou een beetje minder aan jezelf moeten denken, Irina.
MASJA:    Ondanks het feit dat we hier zo vrolijk samen zitten, moeten we ook aan onze vader denken. Hij draait zich om in zijn graf als we het niet doen.
OLGA:         We gedenken hem.
IRINA:         En we vieren mij. Het is mijn naamdag.
OLGA:         Het is zijn sterfdag.
IRINA:         Jullie zijn mijn dienaren.
OLGA:        Kind, kind, dat jaartje ouder doet je geen goed.”

 

 

 1326408-87dd593bfff6ac38f04887ca0a300f61.jpg

Anton Tsjechov (29 januari 1860 – 15 juli 1904)

De jonge Tsjechov (links) met zijn broer Nikolai in 1882

 

 



 

De Franse schrijver Romain Rolland werd geboren op 29 januari 1866 in Clamecy. Zie ook alle tags voor Romain Rolland op dit blog.

 

Uit: Jean-Christophe

 

“J’ai un ami !... Douceur d’avoir trouvé une âme, où se blottir au milieu de la tourmente, un abri tendre et sûr où l’on respire enfin, attendant que s’apaisent les battements d’un coeur haletant ! N’être plus seul, ne devoir plus rester armé toujours, les yeux toujours ouverts et brûlés par les veilles, jusqu’à ce que la fatigue vous livre à l’ennemi ! Avoir le cher compagnon, entre les mains duquel on a remis tout son être – qui a remis en vos mains tout son être. Boire enfin le repos, dormir tandis qu’il veille, veiller tandis qu’il dort. Connaître la joie de protéger celui qu’on aime et qui se confie à vous comme un petit enfant. Connaître la joie plus grande de s’abandonner à lui, de sentir qu’il tient vos secrets, qu’il dispose de vous. Vieilli, usé, lassé de porter depuis tant d’années la vie, renaître jeune et frais dans le corps de l’ami, goûter avec ses yeux le monde renouvelé, étreindre avec ses sens les belles choses passagères, jouir avec son coeur de la splendeur de vivre... Souffrir même avec lui... Ah ! même la souffrance est joie, pourvu qu’on soit ensemble !

J’ai un ami ! Loin de moi, près de moi, toujours en moi. Je l’ai, je suis à lui. Mon ami m’aime. Mon ami m’a. L’amour a nos âmes en une âme mêlées.”

 

 

 1326408-8fcd7e1df12dc0ed1502726d2dadd0d5.jpg

Romain Rolland (29 januari 1866 – 30 december 1944)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Hubert Kornelisz. Poot werd geboren in Abtswoude op 29 januari 1689. Zie ook alle tags voor Hubert K. Poot op dit blog.

 

 

Hofliedt

 

I.

Zie eens door dees vensterglazen,

Nu de vreugt het hart verfraeit,

En de zorg is wechgeblazen,

Hoe men knynen vangt en haezen,

Ploegt en zwoegt en zaeit en maeit,

Daer de zon naer 't westen draeit.

 

II.

Kostelyke lantbanketten,

Eedle wynen, 'k prys uw deugt.

Gy kunt allen druk verzetten:

Gy kost hier 't gezucht beletten.

D' ouderdom krygt nieuwe jeugt,

Waer gy dus regeeren meugt.

 

III.

Maer schoon gy den lach doet ryzen,

Gy verzaet de maeg alleen.

D' oogen zoeken fyner spyzen,

Overal hier aen te wyzen.

Gaen zy onvervrolykt heen,

't Is hun schult en anders geen.

 

IV.

O Gy, die de ronde jaren

Net in vier saizoenen deelt,

Die de schoone vruchten baren

Daer de menschen wel by varen;

Zegenaer, die alles teelt,

Toon uw gunst, terwyl men queelt.

 

V.

Leer ons uwe goetheit danken,

D' oorzaek van zoo menigh goet.

Zegen, op dees zegenklanken,

Steên en zeen en velt en ranken,

En hou WILHELMINAES moedt

Fier in voor- en tegenspoet.

 

 

 

 1326408-c64c732964606f3eb273bdc1f17255f9.jpg

Hubert K. Poot (29 januari 1689 - 31 december 1733)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e januari ook mijn blog van 29 januari 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 19:06 Reageer op dit bericht

Saskia de Coster

De Vlaamse schrijfster Saskia de Coster werd geboren in Leuven op 29 januari 1976. Op haar achttiende ging De Coster naar Leuven om aan de KU Leuven Germaanse Talen te studeren (1994-1998). Ze rondde de studie succesvol af in 1998, om onmiddellijk opnieuw te beginnen aan een master in de literatuurwetenschap (1998-1999). De Coster debuteerde in 2000 met het verhaal “Onder elkaar” in het Nieuw Wereldtijdschrift. In 2002 verscheen De Costers romandebuut met de novelle “Vrije val”. Ook in 2002 werd De Coster door de redactie van Brakke Hond geselecteerd voor Mooie jonge honden, nieuw Vlaams literair talent. Vrij snel volgden “Jeuk”, “Eeuwige Roem”, “Held” en “Dit is van mij”. Aan haar zesde roman “Wij en ik”, heeft de schrijfster langer gewerkt. De Coster houdt zich ook bezig met videokunst (met werk in Z33 te Hasselt) en het schrijven voor theater (toneelgezelschap Crew en tg Stan) en voorziet muzikanten als Daan Stuyven en Dez Mona van lyrics. Ze is ook kernredactielid van het literaire tijdschrift DWB (Dietsche Warande & Belfort). De Coster werkt ook geregeld samen met beeldende kunstenaars, onder andere met Arno Geens Sinds 2002 nam Saskia De Coster veelvuldige deel aan festivaloptredens in Vlaanderen en Nederland. Ook nam zij deel aan verschillende tournees. Ze reisde doorheen Zuid-Afrika, Stellenbosch en Kaapstad in 2005. In 2009 toerde ze doorheen Tsjechië en vertegenwoordigde ze België op de International Book Fair.

Uit: Eeuwige roem

“De winter schijnt het appartement van Alex niet op te merken. De koude slaagt er niet in door te dringen tot de flat vol verse orchideeën, grasgroene gordijnen en lederen fauteuils. Het appartement is als een onderzeeër die in een donkere zeestraat ligt. In het vizier liggen andere appartementen en verlichte huizen die tekens van bewoning vertonen. Babs ziet vaders roeren in grote braadpannen, kinderen zitten gebogen over huiswerk, huismoeders zitten verdiept in computerspellen onder een zieltogende sfeerlamp, een vrouw telt de suikerkorrels in haar suikerpot opdat de poetsvrouw ze niet ongemerkt kan stelen, een bejaarde man drinkt een gat in de zwarte nacht, een man warmt zijn handen aan het droomverhaal van zijn zoontje. Er wordt geleefd, en wel zorgeloos, vanzelfsprekend en geruststellend.
Sinds haar overhaaste vlucht van Ruben en de Sterfelijken een maand geleden leeft Babs bij Alex, de drieëndertigjarige zoon van een oude studievriendin van Katrien. Wij weten dat die haar zoon onder lichte dwang tot deze gunst heeft aangezet. Aangezien Alex alles voor zijn moeder doet, kon hij niet weigeren. Zijn moeder bewondert haar jongen om zijn verstand, zijn grote verantwoordelijkheidsgevoel en zijn onvervalste levenslust. Over acht maanden wordt Alex vierendertig. De vierendertig flessen champagne voor het grootse feest heeft hij al lang besteld.
En dan willen wij even terloops de vraag opwerpen of de wereld niet van de bestellingen aaneenhangt. Hoe kan anders een oude vrouw vermoord worden op het kerkhof van Vetersberg, vlak bij het graf van haar zoontje? Heeft zij een huurmoordenaar betaald om haar op die plaats om te brengen?”

 

 1537562-dddcf3d7334545e8cbff8816371ccc48.jpg
Saskia de Coster (Leuven, 29 januari 1976)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

An meine Königin (Richard Dehmel)


Bij de aankondiging van de troonsafstand van koningin Beatrix




1325710-8212da50a9d217f18d9c42668d2d0409.jpg




An meine Königin


Bin ich ein König? - Als ich Knabe war,
da träumte mir von einem goldnen Throne,
von einem Volk in heller Jubelschaar,
von einem Purpurmantel, einer Krone.

Ich wurde Jüngling, und der irdne Glanz
verblich im Geisterlicht des Ewig Schönen;
da träumte mir von einem Strahlenkranz,
mit dem ein andres Volk mich sollte krönen.

Jetzt träum ich nicht mehr Kronen, nicht mehr Kränze,
kein Ziel der Sehnsucht, das der Stolz gebar;
mich lockt kein Volk, kein Reich mehr, keine Grenze,
nur meiner Kraft glühn muß ich immerdar.

Nur immer schweben, wie der Adler schweben,
den es hinauf ins Unbegrenzte reißt;
ich kann nicht wie die Lerche mich bestreben,
die flatternd ihre Ackerfurche preist.

Ich weiß kein Ziel. Gestalten aus dem Vollen
erheben sich, zerreißen die Umhüllung.
Nun ihnen nach, die nichts als Dasein wollen!
Mein Sehnen ging durch Dich mir in Erfüllung.

Du gabst mir solch ein Reich voll Glanz zu eigen,
daß meine ganze Sprache mir zu wenig
all dieses Reichtums Herrlichkeit zu zeigen,
und dankbar knie ich hin: - ich bin ein König.



1325716-295b3c3aab0cb9a9057c67902b838053.jpg
Richard Dehmel (18 november 1863 – 8 februari 1920)

Geschreven door Romenu om 19:30 Reageer op dit bericht

Ramsey Nasr, Peter Verhelst, Maik Lippert, Ismail Kadare, Wies Moens

De Palestijns-Nederlandse dichter, schrijver en acteur Ramsey Nasr werd geboren in Rotterdam op 28 januari 1974. Zie ook alle tags voor Ramsey Nasr op dit blog. Op 31 januari 2013 (Gedichtendag) treedt Nasr af als Dichter des Vaderlands.

 

 

Ik wou dat ik twee burgers was (dan kon ik samenleven)

 

en dit is mijn gedicht, komt u binnen
let niet op de galm, wees niet bang
laat ons beginnen in leegte
welkom in mijn krater van licht

ooit kwamen wij samen, u en ik, weet u nog
koel leefden wij op in de glans van een roemer
onze schaduwen als helder kristal
onze roem even terloops als de lichtval
op de brief van een windstille vrouw

goudbestoft waren wij
bleek, bijna doorschijnend van liefde waren wij
wij loken de ogen voor de ander

en wij hielden van boetedoen
vroeg iemand hoe het met ons ging
dan zeiden we naar waarheid
we schamen ons kapot, meneer
wij waren er heilig van overtuigd
dat wij ooit onze bloedeigen heer
zelf met gesels ineengeslagen
en op eigen houtje gekruisigd hadden
de apocalyps stond bij voorbaat
als straf op ons netvlies gebrand

en wat is er gebeurd in die paar eeuwen
dat wij even de andere kant opkeken?

ik wilde u graag een vaderland tonen
vormvast, zuiver en met volgehouden metaforen
een gedicht kneden over ons, maar toen ik begon
moest ik toezien hoe hier het ene volk
het andere spontaan begon te vagen
als twee onverenigbare republieken

hoe kwamen wij zo snel van nietig tot lomp
van weerschijn tot alomaanwezige schreeuwhomp?
hoe kon uit zuinige rupsen dit hummervolk opstaan?

ze zeggen: omdat god verdween - onze vader
had besloten nog wat onzichtbaarder te worden
dan hij al was, kijken of dat kon, nee dat kon niet
weg was god
en in dit stilleven met grote afwezige
stonden nu de verbijsterde nederlanden
hun monden nog vol van vergankelijkheid
vol wuftheid en alom gewaardeerd doodsverlangen

al hun ijdelheid was ijdelheid gebleken
al hun schijn, hun gekoesterde slijk, heel dit spiegelpaleis
dat men ooit voor oneindigheid hield
werd nu voorgoed onbewoonbaar verklaard
je hoorde de rijp op hun zielen kraken

en uit dat gat – daar werden wij geboren
kevin, ramsey, dunya, dagmar, roman en charity
als bij toverslag kwamen wij tevoorschijn
bungeejumpend, met oranje opblaashamers
gillend en krijsend en antidepressief
of zwijgend voor een breezer gegangbangd
welkom in nederland vakantieland

ja dat krijg je ervan, dit volk houdt men over
wanneer je de schuld uit ons lijf ramt
we vullen de holte met glimmende leegte

tussen psalmenzangers en pillenslikkers
tussen het goud en het blingbling
vond ik een land dat werd opgeheven

dit land is de wraak van de voorvaderen
als een beeldenstorm razen zij in ons voort
maar het bestaat – zoals ook het verband
tussen kinderstring en boerka bestaat
tussen karnemelk en comazuipen: hol en bol
schuiven wij onze eeuwen ineen

elkaar opheffen is onze kracht
wij streven van nature naar leegte
zoals een cycloop naar diepte snakt

ziet u, een vaderland wilde ik u tonen
niet deze woestijn van oneindige vrijheid
maar hier wonen wij, en hoe mooi zou het zijn
als iemand ooit als een tweedehands godheid
rijm voor rijm een land zou bouwen
voor dit volk dat zijn volk mist

hier, in de open kuil van onze ziel
juist hier zou iets groots kunnen worden verricht
laat ons beginnen met een gedicht

 

 

 

 1325687-48ab61f47a7d1d1e82402df628c242b8.jpg

Ramsey Nasr (Rotterdam, 28 januari 1974)

 

 

 

 

De Vlaamse dichter, romancier en theatermaker Peter Verhelst werd geboren op 28 januari 1962 in Brugge. Zie ook alle tags voor Peter Verhelst op dit blog.

 

 

Als een tafelblad glanzend

 

Op bed kijken we elkaar
uit de kleren op de vloer
een jurk een hemd, meer valt niet

 

uit te trekken; hoe we op handen en knieën
bijenwas in de vloer wrijven
tot het hout was opgeeft

 

terwijl we elkaar op bed liggen te bekijken
op de vloer, glad als een tafelblad waarover dingen
uit eigen beweging beginnen te schuiven

 

tegen elkaar aan, van elkaar weg,
traag over de was glijdend, het lijkt ze
geen moeite te kosten, de magneet onder tafel onzichtbaar

 

ademend; een tepel uit een borst, een borst
uit een jurk, een hoofd uit een hemd,
het hoofd in de nek

 

zo graag had ik me
aan haar mond totaal
opengesneden.

 

 

 

Hemelbed (het mijne)

 

Gent. Een wijnglas stukslaan van verveling en
Leven in bed waar hij als een paar bloem omhoogschiet
Langs mijn vingers. Ik kan hem doden maar ik giet
Hem in de vorm van een zoon in mijn schoot. Tweelingen

 

Aan één navelstreng, die elkaar bijten, ik en mijn golem.
Hem het bloed van onder de nagels pesten tot hij krom
Van razernij naar mijn zweepje danst. Dat is waar het om
Gaat: God zijn en weten wat te doen met hem;

 

Zijn vissebloed drinken tot hij ligt te happen naar lucht,
Die lege pop misbruiken, vuile ziektes tekenen op dat ruwe
Vel, de tong uit zijn mond zuigen als een vrucht,

 

Hem laten eten van de haat op mijn vuist als een valk?
Nee, hij was altijd het zonnetje, laat hem gensters spuwen
en daarna met rozen en al zijn bed in van ongebluste kalk.

 

 

 

Roi

 

Haren in de vorm van een kroontje liegen zoals kersen

op een hoed; toch kwam ze op ons af,

wurmde zich tusen onze vingers - de rug van een greyhound.

We hadden maar te snijden en ze lag als trijp over de stoel.

Haar zwaluwstemmetje weerhield ons; ‘Heer, (als hostie wit)

open mij voor u de mond,’ (Het melkblauw in haar hals

glansde over ons uit.) ‘en mijn lippen zingen u ter ere.’

 

We deden niets om haar te weerstaan.

we lieten ons tot haar toe.

 

 

 

 1325687-02a927e43a2a4d30dfbc062d87095fb1.jpg

Peter Verhelst (Brugge, 28 januari 1962)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Maik Lippert werd geboren op 28 januari 1966 in Erfurt. Zie ook alle tags voor Maik Lippert op dit blog.

 

 

CLOSTRIDIUM BOTULINUM

erstmals hörte ich wohl als achtklässler
von rästelhaftem
fischsterben im hochsommer
verbotener gülleeinleitung
aus schweinemastanlagen der nachbarorte
ich sah risse und vogelspuren
im fäulnisschlamm
um das austrocknende auge
des stausees
in einer pfütze eine tote
karausche mit freigelegten
kiemen
ich lief den stangenweg heimwärts
mit diesem bild vor augen

vom anblick ausgerissener kiemen
erwache ich noch heute
höre dich neben mir im schlaf
zetern
auch du träumt noch immer
von der schule
von endlosprüfungen
ich weiß
und beruhige mich damit
dass uns um die augen
jahresringe wachsen
ohne botox-injektionen

 

 

 

 1325687-647664c665608ef4a3075c7cd6cd3f46.jpg

Maik Lippert (Erfurt, 28 januari 1966)

 

 

 

 

De Albanese dichter en schrijver Ismail Kadare werd geboren in Gjirokastër op 28 januari 1936. Zie ook alle tags voor Ismail Kadare op dit blog.

 

 

The cataracts

 

The cataracts cascade downwards
Like spirited white horses,
Their manes full of foam and a rainbow of hues.

But suddenly, at the edge of the gorge,
They fall on their forelegs,
They break, oh, their white legs,

And die at the foot of the rocks.
Now in their lifeless eyes
The frozen sky reflects.

 

 

 

Train timetables

 

I love those train timetables at little railway stations,
Standing on the wet platform and contemplating the infinity of the tracks.
The distant howl of a locomotive. What, what?
(No one understands the nebulous language of steam engines)

 

Passenger trains. Tank cars. Freight cars full of ore
Endlessly pass by.
Thus pass the days of your life through the station of your being,
Filled with voices, noise, signals
And the heavy ore of memory.

 

 

Vertaald door Robert Elsie

 

 

 1325687-79af01447d1f046e3d283492e49ecd7d.jpg

Ismail Kadare (Gjirokastër, 28 januari 1936)




De Vlaamse dichter en schrijver Wies Moens werd geboren in Sint-Gillis-bij-Dendermonde op 28 januari 1898. Zie ook alle tags voor Wies Moens op dit blog.

 

 

Laat me mijn ziel dragen in het gedrang!

 

Laat me mijn ziel dragen in het gedrang!

Tussen geringen staan en hun ogen richten

naar boven, waar blinken Uw eeuwige sterren.

Ik wil een snoeier zijn in den wijngaard,

een werkman bij de druivenpersen.

 

Laat me mijn ziel dragen in het gedrang!

Mijn woord in den mond van stamelaars,

mijn hand voor hen die liggen langs het pad.

- En vóór het raam mijner woning

een vlam in den nacht:

dat wie verdolen mocht,

wendt zijn schreden

naar het huis van toevlucht.

 

Ik zal het wasbekken klaar zetten,

brood en wijn op de tafel,

en het Boek geopend

aan de parabel van den Goeden Herder.

 

 

 1325687-a147ac72e33d8c0d2562c7373b00c0cd.jpg

Wies Moens (28 januari 1898 – 5 februari 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e januari ook mijn blog van 28 januari 2012 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:20 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten