Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 30 januari 2013 tot 31 januari 2013

Anna Blaman, Alfred Kossmann, Anton Korteweg, Marcus Roloff, Norman Mailer, Stefan Beuse

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anna Blaman werd geboren op 31 januari 1905 te Rotterdam. Zie ook alle tags voor Anna Blaman op dit blog.

 

 

De spin

 

Die zilveren deinende schoot,
mijn liefste, dit maagdelijk gave net,
dit gruwelijk schone huwelijksbed,
dit vangzeil van de dood -
ik heb het gesponnen tussen de bomen
en tussen de zon en de aarde
en al waar ik ontwaarde
je zoet-zoemende dolersdromen.
Ik vang je op in mijn wiegelend bed
O wond in mijn maagdelijk net
O liefste verloren in mijn schoot
O worsteling in liefdesnood -
ik wikkel je in mijn zijden geweld
ik houd je met duizend armen omkneld
ik verstik je in een cocon van gloed
ik drink je zachte blanke bloed
dat rinnend gulpt en schreit -

en volgedronken op het kruis
van mijn geschonden dodenhuis
ik lig gebroken en bevrijd.

 

 

 

Monoloog in de nacht

 

Wij zijn, mijn lief, twee werelden zo ver
uiteen als aarde en morgenster
en zo tot eenheid omgedicht
als twee profielen van een gezicht
En samen zijn we van de kleine
smarten tot in de zeldzame festijnen
van ons beider leven
wat valt er nog te geven?

Jij kent als ik dat panische gevoel
jezelf te zijn en tevens doel
van de geliefde, even verwant
als vreemd, een zee aan strand
Vaak zijn wij één in brandingslust
van een tezaambewoonde kust
ook is er ebbe, een ver wijken,
een machteloos vertwijfeld reiken

Diep is de nacht. Ach waren wij haarzelve
zodat wij konden uitwelven
over elkander heel ons wezen -
waren wij een en alleen en boven deze
eenheid en alleenheid uit ons-beiden
zodat wij zonder te schenden scheiden
konden en zonder pijn alleen zijn –

 

 

 

 1327751-ef1a2d250fd783f9c0ab121adc41f6f1.jpg

Anna Blaman (31 januari 1905 - 13 juli 1960)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Alfred Kossmann werd geboren op 31 januari 1922 in Leiden. Zie ook alle tags voor Alfred Kossmann op dit blog.

 

 

Twee aria's

 

1

Walgelijk is het leven van een kind,

Het is altijd onderworpen, het wordt altijd behandeld

Als een dwaas dier.

Niemand neemt de eenvoudigste beleefdheid in acht

Wanneer het iets zegt of vraagt,

Ze praten over je alsof je een hond bent die niets kan horen,

Ze duwen je weg wanneer ze hun vervloekte ruches dragen,

Ze huilen boven je hoofd als ze zich willen beklagen

En ze denken dat je het niet begrijpt.

Alles merk je op en zij merken niets,

Je ziet hun ontrouw, hun bedrog,

Je hoort hen over je vader praten als hij er niet bij is,

Je snuift hun erotiek

En je zwijgt.

Maar bespeuren zij dat je 's nachts wakker ligt

En hen met open ogen haat

Omdat zij kletterend lachen op de gang?

Ze lachen, lachen, ze ruisen lachend voorbij.

           

 

           

2

Zacht, onderdanig zijn de zwakkelingen,

Ze nemen je de woorden uit de mond,

Maar ieder woord waarvan zij denken dat je het wilt horen,

Ieder woord van vleierij, van bewondering, van liefde,

Ieder gebaar van instemming, iedere kus,

Iedere stap die ze gewillig voor je doen,

- Alles bergen zij in het moeras van hun herinnering,

En zij voegen er je liefde bij, je goede woorden,

De dingen die je voor hen deed, het gebaar

Waarmee je de hand op hun haar legde, je nachtelijk fluisteren,

Je geschenken,

En eensklaps werpen ze het met handenvol in je gezicht,

Die brokken verleden, besmeurd met hun rancune,

Beschimmeld door hun haat,

Stinkend van hun beledigde eigenwaan,

Of, als ze listiger zijn, gieten ze in iedere kop thee

Een scheut mee van hun gif,

Mengen het in je voedsel, mengen het in hun zweet,

Als je 's nachts in hun omhelzingen, onder hun liefdeswoorden

Je weerloos overgeeft.

Dat is hun macht.

 

 

 1327751-5bc34aeae8024eadfba9d101beb3ce3f.jpg

Alfred Kossmann (31 januari 1922 - 27 juni 1998)

 

 

 

 

De Nederlands dichter en neerlandicus Anton Korteweg werd geboren in Zevenbergen op 31 januari 1944. Zie ook alle tags voor Anton Korteweg op dit blog.

 

In de mist

 

Je kan het vaak doen,
of minder.

Met eigen lief of
dat van een ander,

met dat van niemand of
met dat van nog niemand.

Je kan het zus doen,
of zo,

of, als je jong bent,
eerst zus en
dan zo,
of omgekeerd.

Maar hoed vaak, met wie en
hoe dan ook:

een stoombootje in de mist
erna.

 

 

 

Feest

 

Ik moest de Hema in. Voor vruchtentaart.
Goed en goedkoop. Want junior verjaart.
Als je nou kijkt wat daar los loopt aan vrouw
dan wil je wel naar huis. Naar die van jou.

 

 

 

1327751-7f6b7b9e76482a4c03c83b4e246c4fc3.jpg 

Anton Korteweg (Zevenbergen, 31 januari 1944)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Marcus Roloff werd geboren op 31 januari 1973 in Neubrandenburg. Zie ook alle tags voor Marcus Roloff op dit blog.

 

 

münchen (geschwister-scholl-platz)

 

gebäude mit lichthof vom dritten stock aus
gefallener klartext die schuld hat jedes mass
unendlich überschritten aufgelesen in meiner
jackettasche splitter oder konfetti angesichts
der umgehend denunzierten drei (ersten) jva
stadelheim (johann reichhart rekordhenker) hieß
es glaub' ich es lebe die freiheit & draußen
auf dem gepflasterten platz: häufchen text
den ich zusammensetze aus tausenderlei (mahnmal).

 

 

 

bora

 

mit der europastraße nach zagreb einen nachmittag
aus der ebene gesägt     nachts hob sie sich

morsch von gedankeneinschüssen & den salven
der plastikplane über der vorvorgestrigen

grillkohle und MOSOR & KOZJAK     alles gefallener abfall
vom mond gebröckeltes licht     und irgendwo

landet (der flughafen wiedereröffnet) im tv-verminten
gelände der blick zurück ohne ziel

 

 

 

 1327751-9294817af7215f546d8df0d79113d926.jpg

Marcus Roloff (Neubrandenburg, 31 januari 1973)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Norman Mailer werd op 31 januari 1923 in Long_Branch, New Jersey geboren. Zie ook alle tags voor Norman Mailer op dit blog.

 

Uit: The Naked And the Dead

 

“There has been really no excuse for coming, but he continues to sit on the box because it is cooler here, and the odor of the latrine, the brine, the chlorine, the clammy bland smell of wet metal is less oppressive than the heavy sweating fetor of the troop holds. The soldier remains for a long time, and then slowly he stands up, hoists his green fatigue pants, and thinks of the struggle to get back to his bunk. He knows he will lie there waiting for the dawn and he says to himself, I wish it was time already, I don’t give a damn, I wish it was time already. And as he returns, he is thinking of an early morning in his childhood when he had lain awake because it was to be his birthday and his mother had promised him a party.

Early that evening Wilson and Gallagher and Staff Sergeant Croft had started a game of seven card stud with a couple of orderlies from headquarters platoon. They had grabbed the only empty place on the hold deck where it was possible to see the cards once the lights were turned off. Even then they were forced to squint, for the only bulb still lit was a blue one near the ladder, and it was difficult to tell the red suits from the black. They had been playing for hours, and by now they were in a partial stupor. If the hands were unimportant, the betting was automatic, almost unconscious.

Wilson’s luck had been fair from the very beginning, but after one series in which he had taken three pots in a row it had become phenomenal. He was feeling very good. There was a stack of Australian pound notes scattered sloppily and extravagantly under his crossed legs, and while he felt it was bad luck to count his money, he knew he must have won nearly a hundred pounds. It gave him a thick lustful sensation in his throat, the kind of excitement he received from any form of abundance. “Ah tell ya,” he announced to Croft in his soft southern voice, “this kind of money is gonna be the ruination of me yet. Ah never will be able to figger out these goddam pounds. The Aussies work out everythin’ backwards.”

Croft gave no answer. He was losing a little, but, more annoying, his hands had been drab all night.”

 

 

 1327751-77574f8dcec02cdcd174815094e7e8f6.jpg

Norman Mailer (31 januari 1923 – 10 november 2007)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Stefan Beuse werd geboren op 31 januari 1967 in Münster. Zie ook alle tags voor Stefan Beuse op dit blog.

 

Uit: Verschlußzeit

 

„Hält entscheidend länger als herkömmliche Zink-Kohle Batterien, und bei allen künftigen Besuchen im Elektrofachhandel las er dem Verkaufspersonal diesen Text vor. Das ging eine Weile gut. Aber mit der Zeit war seine Krankheit so weit fortgeschritten, daß er sich auch an die Bedeutung des Wortes “Baden” nicht mehr erinnerte. Er mußte immer mehr Worte durch andere Worte ersetzen. So übertrug er von Notizbuch zu Notizbuch seine Gebrauchsanleitungen für das tägliche Leben, und er umschrieb fast jeden Begriff durch die Verwendung des Wortes “behandeln”; er schachtelte zahllose Relativsätze ineinander, in deren Zentrum es immer etwas zu behandeln gab. Wenn er auf der Suche nach seinen Schlüsseln war, zog er seine Frau am Ärmel, deutete auf die Tür und sagte, ich muß etwas haben, um das zu behandeln. In der Sparkasse wollte er Geld abheben und sagte der Bankangestellten, er brauche das Gerät, das ihn immer gut behandele, und die Leute in den Geschäften fingen an, die Polizei zu rufen, wenn er auftauchte. Einmal saß er in einem Linienbus und fuhr von Endstation zu Endstation, weil er vergessen hatte, wo er aussteigen mußte. Plötzlich setzte sich seine Frau neben ihn. Sie war gerade vom Einkaufen gekommen und wollte nach Hause fahren. Sie sah ihn nicht an, und sie sagte auch nichts. Es war zwar ungewöhnlich, daß sie im Bus ihren Mann traf, aber sie hatte ihm schon lange nichts mehr zu sagen. Was die Gespräche anging, war mit ihm kaum noch was anzufangen.”

 

 

 1327751-e3cd58225a31a76bfabec09f488f9318.jpg

Stefan Beuse (Münster, 31 januari 1967)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e januari ook mijn blog van 31 januari 2012 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:26 Reageer op dit bericht

Anne Vegter nieuwe Dichter des Vaderlands

De Nederlandse dichteres Anne Vegter is vandaag voor de komende vier jaar benoemd tot de nieuwe Dichter des Vaderlands. Zie ook alle tags voor Anne Vegter op dit blog. Zie ook alle tags voor Anne Vegter op dit blog.

 

Wisselende posities

 

Zijn de coördinaten waarop jij je bevindt veranderlijk,
reis dan minder grillig. Zo krijg ik geen vlaggetje in de kaart.

Ik wilde je route volgen, je strategie:
< nieuw is het allemaal niet > je komt terug om te gaan.

Je schrijft aan alles te merken dat je in het hoge noorden bent.
Ondanks geringe hoogte liggen gletsjerdelen langs de weg.

Uitglijden zou rampzalig zijn, schrijf je, kranten kopten
je vermissing. Ik schrijf zeur niet, vlucht voor je vertrek.

Die jou niet noemen slapen zoet, morgen willen ze best
een tekening over je maken < niet langer lastigvallen met de eigen,

weinig kan al gezin zijn >. Tragische humor kan wonderen:
je verzoek per sms om een opbeurend woordje. Ik raad je angst

verschijnsel na verloren samenhangen. Helpe iets dierbaars
dat de weg smelt: een sneeuwkonijn. Nog beter: weten. Liefst:

goedzicht.

 

 

De nieuwe man

 

Er zijn mannen met het levensgevoel 'douchecabine'. Het woord
spreekt ze direct aan. In een gesprekje achteraf blijkt vaak waarom.

Er zijn mannen die graag met hun tandenborstel gefotografeerd worden,
niet voor een advertentie. Ze staan in het leven als krachten op wanden.

Er zijn er die niet kunnen kiezen, moe van hun mogelijkheden
stellen ze zich bij douchecabine geen paradijs voor maar een stukadoor

die gaten dicht, een schilder die schimmels verjaagt, een aannemer:
vormen van een man waaraan ze hadden kunnen denken.

Omdat lichaamsverzorging het taboe ontsteeg zijn er al mannen die zeggen:
"Toen ik vanochtend wakker werd schudde ik mijn poriën los."

"Ik voelde me eigenlijk een beetje leeg, had geen gedachten van gewicht
uit-in-adem maar ik genoot van mijn gebrek."

Ook dat kan een begin zijn. Een aantal liep deze week de stad in
op zoek naar een nog ongebruikt cv. 'Iemand enig idee van wie?'

'Mag dat zomaar?'

'Mooie vraag.'

'Rare mooie vraag.'

 


1327727-4882c3776a27efd07b5ad6c8e790082c.jpg
Anne Vegter (Delfzijl, 31 december 1958)

Geschreven door Romenu om 18:36 Reageer op dit bericht

VSB Poëzieprijs 2013 voor Ester Naomi Perquin

De VSB Poëzieprijs 2013 is toegekend aan de Nederlandse dichteres Ester Naomi Perquin. Perquin krijgt de jaarlijkse  prijs voor de beste Nederlandstalige dichtbundel voor haar bundel "Celinspecties". Aan de prijs is een geldbedrag van 25.000 euro verbonden en een  glaskunstwerk van kunstenares Maria Roosen. Perquin ontving de prijs op 30 januari tijdens een  feestelijke avond uit handen van juryvoorzitter Saskia J. Stuiveling. Zie ook alle tags voor Ester Naomi Perquin op dit blog.

 

 

Over de minnaar

 

Je zou kunnen blijven,
bijvoorbeeld morgen is een
hele goede dag om te blijven,
de zon schijnt en misschien

 

kunnen we regen spelen.
En koffie onder de dekens,
een zachtgekookt ei of een
bord met zalm en muziek

 

of niets; alleen honger naar,
verlangen naar, en vraag.
Maar ook kun je weggaan,
bijvoorbeeld vandaag.

 

 

 

Grote broer

 

Geen vader of moeder om ons uit de bomen te halen
voor eten of slaap, de klimrijkste zomer in jaren.

 

Ik wilde geen staart, scheurde jurken aan flarden,
raakt met haren in takken verward – jij haalde
een schaar en ik werd een soldaat maar
het zwaard was zo zwaar en het schild
kreeg ik niet van de grond.

 

Je schreeuwde me hoger – ik klom dus en klom.
Warmte trok in de bomen, tot diep in de nacht
lag jij als een dier op de onderste tak.

 

Er konden geen leeuwen of moordenaars komen.
Ik hield, voor een meisje, uitstekend de wacht.

 

 

 

 1327423-b7c59c2066adcc4cd99ec7eb3917aeed.jpg

Ester Naomi Perquin (Utrecht, op 16 januari 1980)

Geschreven door Romenu om 11:10 Reageer op dit bericht

Bernard Dewulf, Tijs Goldschmidt, Shirley Hazzard, Adelbert von Chamisso, Les Barker

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Bernard Dewulf werd op 30 januari 1960 in Brussel geboren. Zie ook alle tags voor Bernard Dewulf op dit blog.


Moeder


Ze zou nu helemaal oud zijn,
een stille, bestaande vrouw
met de sleet in de vingers.


Op zondag zou ze nagaan
hoe ik slapeloos overblijf
met iemand die zij herkende.


In de laatste verwarring zou ze
een moederorde bewaren
op mijn weerspannige tafel.


Tussen mijn dringende leven,
tussen haar hese regels
zou ze mijn hele hart ondervragen.


Ik zou volbracht en verloren zijn,
zij zou haar geschiedenis verlaten
en weer mijn vader ontmoeten.


In mijn andere dagen zou zij
gelukkig afwezig zijn. Maar dat
zou ik kunnen verdragen.




Aan het water


Nu ik nooit van hier zal zijn
en dagelijks afkomstiger ben van elders,


nu ik hier dan toch in een bocht
aan het water een straat heb gelegd,


een vindplaats ingericht voor een kind,
een berk en wat rozen,


nu het kind over de latere voetpaden
met de jaren steeds meer afkomstig zal zijn


uit die straat aan het snelle water
tussen de oude berk en de rozen,


zal ik nooit meer van hier zijn dan nu.




Ouders


Nu ik al jaren waak over
de raadsels die ik heb gemaakt,
slaap ik weer vaker thuis.

Nu ze als raadsels groeien uit de kamers
en verdwijnen in straten waar ik niets meer hoor,
slaap ik weer vaker thuis.


Nu alleen het slapen nog over
mij waakt, hoor ik hoe waakzaam
ook zij in de kamers stonden


te luisteren naar mijn bestaan.



1327110-4aafa0e442ff990c21e5cd7177fd8c09.jpg

Bernard Dewulf (Brussel, 30 januari 1960)




De Nederlandse schrijver

Tijs Goldschmidt werd geboren op 30 januari 1953 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Tijs Goldschmidt op dit blog.

 

Uit: Het gen van de ziel

 

“Vanaf mijn middelbareschooltijd ben ik onder de indruk geweest van Kousbroeks Anathema’s. Ik ben mede gevormd door de manier waarop hij – en ook die andere geloofloze medewerker van NRC Handelsblad, Karel van het Reve – over het christelijk geloof en de rooms-katholieke kerk schreef. Wie gelooft in de christelijke God troost zich met leugens, beweerde Kousbroek. Hijzelf zou dat onder geen beding willen. Toch zat de christelijke collage van teksten die in de loop der eeuwen was vervolmaakt, onmiskenbaar geraffineerd in elkaar. Aan iedereen was gedacht. Een gelovige was nooit eenzaam, want Hij was er altijd. Niemand hoefde zijn einde te vrezen, want na de dood begon het pas goed. En wie chronisch ziek was, onrechtvaardig behandeld, of straatarm, kon erop rekenen dat dit alles te zijner tijd zou worden rechtgezet. Op voorwaarde natuurlijk dat je je behoorlijk had gedragen en in deze God geloofde en niet in een andere, want dan belandde je al snel in shit creek. Een bijzonder kenmerk van dit vergevingsgezinde geloof was bovendien dat iedereen welkom was.
Al was Kousbroek geen evolutionist, hij was wel een rationalist in de geest van Richard Dawkins, de lucide Britse auteur van een imponerend oeuvre op het terrein van de evolutiebiologie. Hij schreef onder veel meer het boek The God Delusion, over God, het geloof en de onwenselijkheid daarvan. Iets dergelijks deed zijn geestverwant de naturalistische filosoof Daniel Dennett Breaking the Spell. Religion as a Natural Phenomenon.”

 

 

 1327110-0fbe17004c125a6392c0891ac7a1920e.jpg

Tijs Goldschmidt (Amsterdam, 30 januari 1953)

 

 

 

 

De Australische schrijfster Shirley Hazzard werd geboren op 30 januari 1931 in Sydney. Zie ook alle tags voor Shrley Hazzard op dit blog.

 

Uit: The Ancient Shore

 

“I was warned—as all are who pursue their dream—by those who define reality as a sequence of salutary disappointments that “reality” would soon set in. I was reminded that immemorial outsiders had followed that same cisalpine path. Yet we trusted to the private revelation. Of her time in Rome, Elizabeth Bowen wrote: “If my discoveries are other people’s commonplaces I cannot help it—for me they retain a momentous freshness.” And so, for most of us, it was and is.

I was fortunate when I first lived in Italy in being obliged to work for a year in Naples, a city that in its postwar dereliction had been virtually erased from the modern travel itinerary as arcane and insalubrious (and which for the same reasons remains little touched by tourism today—the last great Italian city whose monuments retain their animate, authentic context). In an old seaside house, nineteenth century, Pompeian red, I had high, humid rooms and a view that swept the bay—city and volcano, the long Sorrentine cape, and the island of Capri, which floated far or near according to the light. No expatriate English-speaking network existed to modify my ardor or palliate hard lessons. Then in my early twenties, I had lived around the world but had never previously seen Italy, never been there as a footloose tourist, and thus had no adjustment to make. To visit a beautiful country on holiday is a freedom, a suspension. To reside and work there is a commitment for which one must not only forfeit much of the indulgence that Italy extends to visitors but subdue, also, the visitor in oneself.

From other loved Italian places, the bay of Naples drew me back—to white rooms on Capri long ago and also, of recent years, to another seabound house on the Neapolitan shore.”

 

 

 1327110-d78319bf3a93f836ab0eb1c2165a6aa7.jpg

Shirley Hazzard (Sydney, 30 januari 1931)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Adelbert von Chamisso werd op het slot Boncourt in de Champagne geboren op 30 januari 1781. Zie ook alle tags voor Adelbert von Chamisso op dit blog.

 

Uit: Peter Schlemihls wundersame Geschichte

 

“Ich erkannte gleich den Mann am Glanze seiner wohlbeleibten Selbstzufriedenheit. Er empfing mich sehr gut, – wie ein Reicher einen armen Teufel, wandte sich sogar gegen mich, ohne sich jedoch von der übrigen Gesellschaft abzuwenden, und nahm mir den dargehaltenen Brief aus der Hand. – »So, so! von meinem Bruder, ich habe lange nichts von ihm gehört. Er ist doch gesund? – Dort«, fuhr er gegen die Gesellschaft fort, ohne die Antwort zu erwarten, und wies mit dem Brief auf einen Hügel, »dort laß ich das neue Gebäude aufführen.« Er brach das Siegel auf und das Gespräch nicht ab, das sich auf den Reichtum lenkte. »Wer nicht Herr ist wenigstens einer Million«, warf er hinein, »der ist, man verzeihe mir das Wort, ein Schuft!« – »O wie wahr!« rief ich aus mit vollem überströmenden Gefühl. Das mußte ihm gefallen, er lächelte mich an und sagte: »Bleiben Sie hier, lieber Freund, nachher hab ich vielleicht Zeit, Ihnen zu sagen, was ich hiezu denke«, er deutete auf den Brief, den er sodann einsteckte, und wandte sich wieder zu der Gesellschaft. – Er bot einer jungen Dame den Arm, andere Herren bemühten sich um andere Schönen, es fand sich, was sich paßte, und man wallte dem rosenumblühten Hügel zu.

Ich schlich hinterher, ohne jemandem beschwerlich zu fallen, denn keine Seele bekümmerte sich weiter um mich. Die Gesellschaft war sehr aufgeräumt, es ward getändelt und gescherzt, man sprach zuweilen von leichtsinnigen Dingen wichtig, von wichtigen öfters leichtsinnig, und gemächlich erging besonders der Witz über abwesende Freunde und deren Verhältnisse. Ich war da zu fremd, um von alle dem vieles zu verstehen, zu bekümmert und in mich gekehrt, um den Sinn auf solche Rätsel zu haben.”

 

 

1327110-1f9335c15d5867f6ee71f7e360c6829b.jpg
Adelbert von Chamisso (30 januari 1781 - 21 augustus 1838)

Chamisso, pijp rokend, door  F. C. Weiß, rond 1830

 

 

 

 

De Engelse dichter Les Barker werd op 30 januari 1947 geboren in Manchester. Zie ook alle tags voor Les Barker op dit blog.

 

 

Red Kites                    

 

Dawn was close when I left the motorway;

It was my fancy to walk the Icknield Way.

I met the sun at the top of Shirburn Hill;

I saw the vale, and there was mist upon it still.

 

Nothing stirred in the early morning calm,

Save the kites over Portobello Farm,

Weaving dreams in the late September skies;

I lay me down and perhaps I closed my eyes.

 

She said she'd come from Saunderton that day;

Bound for Streatley along the ancient Way;

It was her fancy to leave the beaten trail

To see the kites and partake of bread and ale.

 

"A thousand years I've been climbing Shirburn Hill;

A thousand years and the kites are flying still."

I made to ask her the meaning of her words;

She kissed me long and she whispered: "Watch the birds."

 

We ate and drank and we made the sweetest love

Unseen by all but the kites that flew above.

Across the vale I gazed that perfect day,

I swear to God that there was no motorway.

 

She kissed me then, and her long hair brushed my arm;

There were kites over Portobello Farm,

Weaving dreams in the late September skies;

I lay me down and perhaps I closed my eyes.

 

Was I dreaming, or did we truly meet?

A thousand years and I'd not find love so sweet.

Across the moon flew a solitary kite;

I took the motorway and drove into the night.

 

 

 1327110-34749f0f6c5ccead3c89987ae1b0db48.jpg

Les Barker (Manchester, 30 januari 1947)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e januari ook mijn blog van 30 januari 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:51 Reageer op dit bericht

Karl Gerok

De Duitse dichter en theoloog en Karl Friedrich von Gerok werd geboren op 30 januari 1815 in Vaihingen an der Enz. Als zoon van de minister Christoph Friedrich Gerok bezocht Karl Gerok het Eberhard-Ludwigs-Gymnasium in Stuttgart, waar Gustav Schwab zijn poëtische talenten aanmoedigde. In 1832 begon hij te studeren aan het Evangelische Stift Tübingen, in 1837 begon hij als vervangend predikant van zijn vader in Stuttgart. Vanaf 1844 Gerok werkte hij als diaken in Böblingen en Stuttgart. Van 1852 tot 1862 was hij o.a aartsdiaken van de collegiale kerk en decaan van het bisdom. In 1868 werd hij hofpredikant en lid van de kerkenraad met de titel en de rang van prelaat. Gerok trouwde in 1844 met Sophie Kapff. Geroks kleindochter Therese Köstlin werd een bekende religieuze dichteres.Kleinzoon Karl Ludwig Gerok was een bekende organist en auteur van een standaardwerk over improvisaties op de orgel. In 1866 werd Gerok ereburger van Stuttgart. Ook zijn een straat in Stuttgart, een straat in zijn geboorteplaats Vaihingen en een uitkijkpunt, Geroksruhe, naar hem gernoemd In 1880 werd aan Karel Gerok werd het Kommenturkreuz van de Orde van de Württembergse Kroon verleend en daarmee werd hij in de adelstand verheven.

 

Auf stillen Wegen

Ein öder Weg durchs Feld, nur hier am Ackersaum
Mit regenfeuchtem Laub ein alter Apfelbaum.

Der Himmel graubewölkt und weich die feuchte Luft,
Aus dem erquickten Feld ein kräft'ger Bodenduft.

Ein Streifen Abendroth am Horizonte fern
Und aus dem Wolkenflor ein Strahl vom Abendstern.

Kein Prachtstück der Natur, kein Wonnenüberschwang
Und doch für Leib und Seel‘ friedselig ist der Gang.

So schleicht im Stillen hin manch dürftiges Geschick,
Doch glänzt auch über ihm des Himmels Gnadenblick.

 

 

Winterlied

In dieser strengen Winterzeit
Wie traurig liegt das Land,
Wie schläft die Welt so tief verschneit,
Als wie im Sterbgewand!

Kein Vöglein singt den Frühgesang
Und zirpt sein Schlafgebet;
Kanm daß es unterm Schnee sich bang
Sein kärglich Korn erspäht.

Kein Blümlein blüht im grünen Gras
Mit bunter Farbenpracht,
Der Frost nur malt ans Fensterglas
Eisblumen über Nacht.

Kein Büchlein kommt mit muntrer Hast
Vom Berg ins Thal gehüpft,
Kaum daß es unter Eiseslast
Geduckt vorüber schlüpft.

Und doch — so öde Wald und Feld,
So trübe Flur und Au:
Da droben glänzt das Himmelszelt
In unverblichnem Blau.

Und Morgenrot und Abendrot
Erblühn am Firmament,
Daß, rings von Flammen überloht,
Der weite Himmel brennt.

Und nächtlich glänzt der Himmelsraum
Mit Sternen übersät,
Als wär der Welt ein Weihnachtsbaum
Von Gottes Hand erhöht.

Erhöht von eines Vaters Hand,
Die große Dinge thut
In Winterfrost und Sommerbrand,
Und meint es allzeit gut.

Drum küsse sie, o Menschenkind,
Des großen Vaters Hand,
Und sei nicht kalt und stumm und blind
Wie ein erfrornes Land!

Und wenn, verscheucht von Schnee und Eis,
Kein Vöglein Lieder singt:
Was hindert's, daß zu Gottes Preis
Dein Lied sich aufwärts schwingt?

Und wenn der muntre Wiesenquell
Zu Stein und Bein gefror:
Was schadet's, stammt nur warm und hell
Dein Herz zu Gott empor!
 
Und mag, umsaust vom rauhen Nord,
Im Feld kein Blümlein blühn:
Was thut's, blüht nur im Herzen fort
Der Andacht Immergrün!

Begrub im Schnee der Winterwind
Die Straßen weit und breit:
Nie wird der Weg, o Gotteskind,
Zum Vater dir verschneit!

 1518831-4a164db247f619d1e31b6443d655bc8b.jpg
Karl Gerok (30 januari 1815 - 14 januari 1890)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten