Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 22 februari 2013 tot 23 februari 2013

Robert Gray, César Aira, Sonya Hartnett, Maxim Februari, Toon Kortooms

De Australische dichter Robert Gray werd geboren op 23 februari 1945 in Port Macquarie. Zie ook alle tags voor Robert Gray op dit blog.

 

 

The Meatworks

 

Most of them worked around the slaughtering
out the back, where concrete gutters
crawled off
heavily, and the hot, fertilizer-thick,
sticky stench of blood
sent flies mad,
but I settled for one of the lowest-paid jobs, making mince
right the furthest end from those bellowing,
sloppy yards. Outside, the pigs’ fear
made them mount one another
at the last minute. I stood all day
by a shaking metal box
that had a chute in, and a spout,
snatching steaks from a bin they kept refilling
pushing them through
arm-thick corkscrews, grinding around inside it, meat or not -
chomping, bloody mouth -
using a greasy stick
shaped into a penis.
When I grabbed it the first time
it slipped, slippery as soap, out of my hand,
in the machine
that gnawed it hysterically a few moments
louder and louder, then, shuddering, stopped;
fused every light in the shop.
Too soon to sack me -
it was the first thing I’d done.
For a while, I had to lug gutted pigs
white as swedes
and with straight stick tails
to the ice rooms, hang them by the hooves
on hooks – their dripping
solidified like candle-wax – or pack a long intestine
with sausage meat.
We got to take meat home -
bags of blood;
red plastic with the fat showing through.
We’d wash, then
out on the blue metal
towards town; but after sticking your hands all day
in snail-sheened flesh,
you found, around the nails, there was still blood.
I usually didn’t take the meat.
I’d walk home on
the shiny, white-bruising beach, in mauve light,
past the town.
The beach, and those startling, storm-cloud mountains, high
beyond the furthest fibro houses, I’d come
to be with. (The only work
was at this Works.) – My wife
carried her sandals, in the sand and beach grass,
to meet me. I’d scoop up shell-grit
and scrub my hands,
treading about
through the icy ledges of the surf
as she came along. We said that working with meat was like
burning-off the live bush
and fertilizing with rottenness,
for this frail green money.
There was a flaw to the analogy
you felt, but one
I didn’t look at, then -
the way those pigs stuck there, clinging onto each other.

 

 

 1342258-c07dfced23d8d723051db38a0637556a.jpg

Robert Gray (Port Macquarie, 23 februari 1945)

 

 

 

 

De Argentijnse schrijver en vertaler César Aira werd geboren op 23 februari 1949 in Coronel Pringles. Zie ook alle tags voor César Aira op dit blog.

 

Uit: Varamo (Vertaald door Chris Andrews)

 

“One day in 1923, in the city of Colón (Panama), a third-class clerk, having finished his work, and, since it was payday, passed by the cashier’s desk to collect his monthly salary, left the Ministry in which he was employed.  In the interval between that moment and the dawn of the following day, ten or twelve hours later, he completed the composition of a long poem, from the initial decision to write it up to the final period, after which there were no further additions or corrections.  The self-contained nature of the interval emerges more clearly still if we take into account the fact that never, in all his fifty years, had he written or felt any inclination to write a single line of poetry, and nor would he ever again…Even so, this episode would have remained private and secret had its protagonist not been Varamo, ha it not produced that celebrated masterpiece of modern Central American poetry, The Song of the Virgin Child.

(…)

 

The races, said Cigarro, were fundamentally technical competitions, an opportunity for the fledgling automobile industry to test its innovations, and they appealed mainly to car fanatics rather than the general public, which made them rather esoteric.  The race underway was a special case, because it had been promoted by the Central Administration as part of the festivities for the inauguration of the linked highways running right across the isthmus, connecting the cities of Colón and Panamá.  In fact (and here he lowered his voice, as if revealing a state secret) the race had been planned, mainly, as a trap for anarchists.  To them, a regularity race was a provocation; it’s strict regulation of time and space was bound to prove repugnant to the libertarian spirit.”

 

 

 1342258-f8430d82b0ccd967103e98ba0f874c5c.jpg

César Aira (Coronel Pringles, 23 februari 1949)

 

 

 

 

De Australische schrijfster Sonya Hartnett werd geboren op 23 februari 1968 in Box Hill, Melbourne. Zie ook alle tags voor Sonya Hartnett op dit blog.

 

Uit: What the Birds See

 

“He worries that one day his grandmother will forget to pick him up from school. He thinks he could walk home if he had to, though the walk would take a long time, but when he tries to travel the route in his head, the streets twine and mingle like spaghetti in a can, disorienting him in his chair. Each time the school bell signals the end of another day, he feels a chill down his spine: maybe today is the day. To be lost or forgotten or abandoned and alone are, to Adrian, terrors more carnivorous than any midnight monster lurking underneath a bed.
And now there is this new fear, one that settles so comfortably among its myriad kin that it seems familiar, as if it’s skulked there, scarcely noticed, all along. He does not know those Metford children, but they are children just like him, just like the children he sees every day at school.”

 

 

 1342258-f056e42d13664f98332959ac3f467207.jpg

Sonya Hartnett (Box Hill, 23 februari 1968)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver, filosoof en columnist Maxim Februari (eig. M. Drenth) werd geboren in Coevorden op 23 februari 1963. Maxim Februari publiceerde eerder onder de naam Marjolijn Februarti. Sinds 15 september 2012 gaat hij als man door het leven. Zie ook mijn blog van 23 februari 2010 en ook mijn blog van 23 februari 2011 en eveneens mijn blog van 23 februari 2012.

 

Uit: Het verschil tussen bio en grafie (Het Extra Orgaan)

 

“Tijdens mijn overpeinzingen hierover stuitte ik toevallig op essay van Hans Groenewegen, uit zijn essaybundel Overvloed. Kritieken en kronieken over poëzie (2005). Groenewegen beschrijft hier hoe hij ooit gruwelijke ruzie kreeg met een filosoof, nota bene naar aanleiding van mijn werk. Ze bereidden samen een interview met me voor – dat overigens nooit heeft plaatsgevonden - toen de strenge filosoof mij ervan betichtte ethische grenzen te hebben overschreden.

Het ging om een passage uit mijn proefschrift waarin ik het gedicht Schibboleth van Paul Celan citeerde. 'Ruf's das Schibboleth, hinaus in die Fremde der Heimat: Februar.' De strenge filosoof vond dat ik met dit Februari-citaat te ver was gegaan. ‘Deze regels, alle regels van de door de shoah getekende dichter Celan mag je niet zo frivool op jezelf betrekken. Je mag ze überhaupt niet op jezelf betrekken. Dan ga je een grens over. Je schendt deze poëzie. Je instrumentaliseert.’ En hij concludeerde: Marjolijn lijdt aan betrekkingswaan.

Groenewegen werd daarom zo gruwelijk boos omdat hij betrekkingswaan niet wilde zien als een verwijt dat je maakt aan de lezer van poezie. ‘Zonder betrekkingswaan geen poëzie. Zonder betrekkingswaan kan geen poëzie gelezen worden. Zonder betrekkingswaan ontkom je niet aan de beschikkingsmacht van hen die een boek al uit hebben voor ze het openslaan. Betrekkingswaan is een oefening in empathie.’

 

 

 1342258-1bd67ef0a03f958936f1eb6eb251aba2.jpg

Maxim Februari (Coevorden, 23 februari 1963)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Toon Kortooms werd op 23 februari 1916 in Deurne geboren. Zie ook alle tags voor Toon Kortooms op dit blog.

 

Uit: Help! De dokter verzuipt...

 

“Wij, hier in het veen, konden een dokter zeer wel gebruiken. Tot dan toe waren we, wat medische verzorging betrof, aangewezen op de stad. Het was u geraden geen niersteen, angina, buikvliesontsteking of wat voor pijnlijk ongemak te bekomen. Want liet ge een geneesheer uit de stad ontbieden, dan moest deze eerst op de landkaart zoeken waar uw nederzetting lag om vervolgens een expeditie naar uw lijdenssponde te ondernemen. Niet zelden kwam de brave medicus te laat. Ge ontwaakte plotseling aan de buitenkant van uw bewusteloosheid waar iemand zich over u heen boog. Ha, eindelijk, dacht ge verheugd, de dokter! Maar dan bleek het de heilige Petrus te zijn, rammelend met de sleutels van het Koninkrijk.

Nu kregen wij in ons midden geneesheer Edmund Angelino, wiens voorvaderen stamden uit Italië. Onze pastoor stond een helft van zijn kolossale pastorie af. De arts mocht er wonen en zijn praktijk houden. Geen mens begrijpt waarom dorpspastorieën zulke machtige bouwwerken moeten zijn. Toch zeker niet voor die ene keer in de tien jaar dat de bisschop komt vormen! Maar wij boften met die knots van een opstal. Geneesheer Angelino hoefde geen onderkomen te zoeken, niets te bouwen, niets te huren dat hem niet zinde.

Hij trok in enkele kamers die wel een kostschool hadden kunnen herbergen en begon vandaar uit ons lichamelijk welzijn te behartigen.

Zijn faam was hem vooruit gegaan. Nou krijgen we er ene! Een rauwe beer. Een die de dingen bij hun naam noemt. Die niemand ontziet. Rang en stand lapt hij aan zijn laars. Hij heeft aan kleinzieligheid een even grote hekel als aan kleinzerigheid. Hij walgt van kale kak. Voor de duivel en zijn moer niet bang. Hij durft te zeggen wat u scheelt. Ge dient zijn ruwe taal, opgedaan tussen de koppensnellers van Borneo, met ruwe taal te beantwoorden. Dat waardeert hij. Dan zijt ge zijn man.”

 

 

1342258-e5d87d4fc05a329660f15a9e69935ec7.jpg
Toon Kortooms (23 februari 1916 – 5 februari 1999)



Zie voor nog meer schrijvers van de 23e februari ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 22:43 Reageer op dit bericht

Jef Geeraerts, Erich Kästner, Bernard Cornwell, Elisabeth Langgässer, Samuel Pepys

De Vlaamse schrijver Jef Geeraerts werd geboren op 23 februari 1930 in Antwerpen. Zie ook alle tags voor Jef Geeraerts op dit blog.

 

Uit: Le Récit de Matsombo (Vertaald door Marie Hooghe)

 

« J’étais assis dans un de ces fauteuils bas en rotin à la terrasse du Dolar, sans doute le plus fréquenté des bars de Madrid, et buvais un gin-tonic. »

(…)

 

« "En fait, c'est une longue histoire, docteur, qui commence pendant ces tristes jours de juillet 1960 - nom de Dieu ça fait vraiment déjà quatre ans ? - quand votre collègue Werther a été évacué en toute hâte de Bumba. Pour une raison qui n'en valait même pas la peine d'après moi. Enfin soit, c'était à lui d'en décider et un de mes rares principes est : ne te mêle jamais de la vie privée des autres. »

(…)

 

« Je dois dire que c’était une justice relativement primitive : les pauvres contre les profiteurs. Une justice basée sur la jalousie et l’envie. Les profiteurs étaient en minorité, ils devaient donc payer les pots cassés. La populace régnait. Les cadavres s’entassaient pêle-mêle contre le mur de la prison. Une puanteur épouvantable. A vous donner la nausée. Parfois, on n’arrivait plus à rien avaler. Un proverbe indigène dit : "L’endroit où pourrit l’éléphant, on le sent de loin." Simplement ré-pu-gnant. »

 

 

 1342251-a76449833c92bda10893b73e40e19cf9.jpg

Jef Geeraerts (Antwerpen, 23 februari 1930)

Hier met acteur Blerim Destani

 

 

 

 

De Duitse schrijver, dichter en cabaretier Erich Kästner werd geboren in Dresden op 23 februari 1899. Zie ook alle tags voor Erich Kästner op dit blog.

 

 

Sachliche Romanze

Als sie einander acht Jahre kannten
(und man darf sagen: sie kannten sich gut),
kam ihre Liebe plötzlich abhanden.
Wie andern Leuten ein Stock oder Hut.

Sie waren traurig, betrugen sich heiter,
versuchten Küsse, als ob nichts sei,
und sahen sich an und wußten nicht weiter.
Da weinte sie schließlich. Und er stand dabei.

Vom Fenster aus konnte man Schiffen winken.
Er sagte, es wäre schon Viertel nach Vier
und Zeit, irgendwo Kaffee zu trinken.
Nebenan übte ein Mensch Klavier.

Sie gingen ins kleinste Cafe am Ort
und rührten in ihren Tassen.
Am Abend saßen sie immer noch dort.
Sie saßen allein, und sie sprachen kein Wort
und konnten es einfach nicht fassen.

 

 

 

Kleine Rechenaufgabe

 

Allein ging jedem Alles schief.
Da packte sie die Wut.
Sie bildeten ein Kollektiv
und glaubten, nun sei‘s gut.
Sie blinzelten mit viel Geduld
der Zukunft ins Gesicht.
Es blieb, wie‘s war. Was war dran schuld?
Die Rechnung stimmte nicht.
Addiert die Null zehntausend Mal!
Rechnet‘s nur gründlich aus!
Multipliziert‘s mit jeder Zahl!
Steht Kopf! Es bleibt euch keine Wahl:
Zum Schluß kommt Null heraus.

 

 

 

 1342251-1e0465665b9d690345b6566223ca32e1.jpg

Erich Kästner (23 februari 1899 - 29 juli 1974)

 

 

 

 

De Britse schrijver Bernard Cornwell werd geboren op 23 februari 1944 in Londen. Zie ook alle tags voor Bernard Cornwell op dit blog.

 

Uit: The Last Kingdom

 

“He was my king and all that I have I owe to him. The food that I eat, the hall where I live and the swords of my men, all came from Alfred, my king, who hated me.

This story begins long before I met Alfred. It begins when I was ten years old and first saw the Danes. It was the year 866 and I was not called Uhtred then, but Osbert, for I was my father’s second son and it was the eldest who took the name Uhtred. My brother was seventeen then, tall and well built, with our family’s fair hair and my father’s morose face.

The day I first saw the Danes we were riding along the sea shore with hawks on our wrists. There was my father, my father’s brother, my brother, myself and a dozen retainers. It was autumn. The sea-cliffs were thick with the last growth of summer, there were seals on the rocks, and a host of sea-birds wheeling and shrieking above us, too many to let the hawks off their leashes. We rode till we came to the criss-crossing shallows that rippled between our land and Lindisfarena, the Holy Island, and I remember staring across the water at the broken walls of the abbey . The Danes had plundered it, but that had been many years before I was born, and though there were monks living there again the monastery had never regained its former glory.”

 

 

 1342251-3f1484ed0b7c49d6002e10c198e2eb49.jpg

Bernard Cornwell (Londen, 23 februari 1944)

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Elisabeth Langgässer werd geboren op 23 februari 1899 in Alzey. Zie ook alle tags voor Elisabeth Langgässer op dit blog.

 

Uit: Saisonbeginn

 

“Die Arbeiter kamen mit ihrem Schild und einem hölzernen Pfosten, auf den es genagelt werden sollte, zu dem Eingang der Ortschaft, die hoch in den Bergen an der letzten Passkehre lag. Es war ein heißer Spätfrühlingstag, die Schneegrenze hatte sich schon hinauf zu den Gletscherwänden gezogen. Überall standen die Wiesen wieder in Saft und Kraft; die Wucherblume verschwendete sich, der Löwenzahn strotzte und blähte sein Haupt über den milchigen Stängeln; Trollblumen, welche wie ein eingefettet mit gelber Sahne waren, platzten vor Glück, und in strahlenden Tümpeln kleinblutiger Enziane spiegelt sich ein Himmel von unwahrscheinlichem Blau. Auch die Häuser und Gasthöfe waren wie neu: ihre Fensterläden frisch angestrichen, die Schindeldächer gut ausgebessert, die Scherenzäune ergänzt. Ein Atemzug noch: Dann würden die Fremden, die Sommergäste kommen- die Lehrerinnen, die mutigen Sachsen, die Kinderreichen, die Alpinisten, aber vor allem die Autobesitzer in ihren großen Wagen… Röhr und Mercedes, Fiat und Opel, blitzend von Chrom und Glas. Das Geld würde anrollen. Alles war darauf vorbereitet. Ein Schild kam zum anderen, die Haarnadelkurve zu dem Totenkopf, Kilometerschilder und Schilder für Fußgänger: Zwei Minuten zum Cafe Alpenrose. An der Stelle, wo die Männer die Pfosten in die Erde einrammen wollten, stand ein Holzkreuz, über dem Kopf den Christus war auch ein Schild angebracht. Seine Inschrift war bis heute die gleiche, wie sie Pilatus entworfen hatte: J.N.R.I.- die Enttäuschung darüber, dass es im Grund hätte heißen sollen: er behauptet nur, dieser König zu sein, hat im Laufe der Jahrhunderte an Heftigkeit eingebüßt.”

 

 

1342251-f97c11024b9f66d71562fbc754e4b22a.jpg
Elisabeth Langgässer (23 februari 1899 – 25 juli 1950)

Cover 

 

 

 

De Engelse schrijver Samuel Pepys werd geboren op 23 februari 1633 in Londen. Zie ook alle tags voor Samuel Pepys op dit blog.

 

Uit: The Diary of Samuel Pepys

 

„Wednesday 22 February 1659/60

In the morning intended to have gone to Mr. Crew’s to borrow some money, but it raining I forbore, and went to my Lord’s lodging and look that all things were well there. Then home and sang a song to my viall, so to my office and to Will’s, where Mr. Pierce found me out, and told me that he would go with me to Cambridge, where Colonel Ayre’s regiment, to which he was surgeon, lieth. Walking in the Hall, I saw Major-General Brown, who had a long time been banished by the Rump, but now with his beard overgrown, he comes abroad and sat in the House.

To my father’s to dinner, where nothing but a small dish of powdered beef and dish of carrots; they being all busy to get things ready for my brother John to go to-morrow.

After dinner, my wife staying there, I went to Mr. Crew’s, and got; 5l. of Mr. Andrews, and so to Mrs. Jemimah, who now hath her instrument about her neck, and indeed is infinitely, altered, and holds her head upright. I paid her maid 40s. of the money that I have received of Mr. Andrews.

Hence home to my study, where I only wrote thus much of this day’s passages to this * and so out again. To White Hall, where I met with Will. Simons and Mr. Mabbot at Marsh’s, who told me how the House had this day voted that the gates of the City should be set up at the cost of the State. And that Major-General Brown’s being proclaimed a traitor be made void, and several other things of that nature.

Home for my lanthorn and so to my father’s, where I directed John what books to put for Cambridge.

After that to supper, where my Uncle Fenner and my Aunt, The. Turner, and Joyce, at a brave leg of veal roasted, and were very merry against John’s going to Cambridge. I observed this day how abominably Barebone’s windows are broke again last night. At past 9 o’clock my wife and I went home.

 

 

 1342251-5bf9e3e3e2458f935ab61245f2dd0f2b.jpg

Samuel Pepys (23 februari 1633 – 26 mei 1703)

Beeld door Karin Jonzen in Seething Lane Gardens, London.

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e februari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 22:16 Reageer op dit bericht

Henri Meilhac, B. Traven, Amoene van Haersolte, David Kalisch, Josephin Soulary

De Franse schrijver Henri Meilhac werd geboren op 23 februari 1831 in Parijs. Zie ook alle tags voor Henri Meilhac op dit blog.

 

Uit : La Belle Hélène

 

“Scène II

PHILOCOME, CALCHAS.

CALCHAS.

Plus personne… pas de frais inutiles !… (Il éteint un trépied, Philocôme éteint l’autre.) Fais rentrer les offrandes, Philocôme.

PHILOCOME.

Oui, grand augure.

Sur l’ordre de Philocôme, deux esclaves emportent les offrandes dans le temple.

CALCHAS.

De piètres offrandes, en vérité… deux tourterelles, une amphore de laitage, trois petits fromages, des fruits très peu, et des fleurs beaucoup. Toutes ces guirlandes nous encombrent en pure perte… Il est passé, le temps des troupeaux de bœufs et de moutons… Voilà où en sont les sacrifices !… Les dieux s’en vont ! Les dieux s’en vont !

PHILOCOME.

Pas tous, seigneur ! Voyez Vénus…

CALCHAS.

Elle lutte, je ne dis pas le contraire, elle lutte… J’ai lu dans le Moniteur de Cythère le chiffre exact des offrandes du mois dernier… c’est énorme !

PPHILOCOME.

Il doit faire de bonnes affaires, le grand augure de Vénus !

CALCHAS.

Le fait est qu’il n’y en a plus que pour elle, depuis que, grâce au berger Pâris, elle a battu Junon et Pallas dans le concours du mont Ida… tandis que ce pauvre

Jupiter, le père des dieux et des hommes cependant, il est dans une baisse !… Que de fleurs !… que de fleurs !… enfin… tu porteras ce bouquet de roses à la petite Mégara, la joueuse de flûte qui demeure près du temple de Bacchus…”

 

 

1342244-cfa30fdd7ad404b5107cb41acc46cd8b.jpg
Henri Meilhac (23 februari 1831 – 6 juli 1897)

Uitvoering van “La Belle Hélène“ in Bordeaux, Grand-Théâtre, 2011

 

 

 

 

De Duitstalige schrijver B. Traven werd (vermoedelijk op 23 februari) 1890 geboren. Zie ook alle tags voor B. Traven op dit blog.

 

Uit: Das Totenschiff

 

“Keiner kam mehr zurück. Es ging lieber selber unter, als von Streichbrechern begrapscht zu werden. Yes, Sir. Wird die Mannschaft schlecht beköstigt oder schlecht behandelt, das Schiff nimmt sofort Partei für die Mannschaft und schreit in jedem Hafen die Wahrheit so laut hinaus, daß sich der Skipper die Ohren zuhalten muß und oft genug eine Hafenkommission aus dem Schlafe gescheucht wird und nicht eher zur Ruhe findet, bis sie eine Untersuchung angestellt hat. Ich glaube sicher, daß man mich für ein ganz verfressenes Subjekt hält. Aber für den Seemann ist ja das einzige, womit er sich außer seiner Beschäftigung mit dem Schiff befassen kann, das Essen. Andere Freuden hat er nicht, und hart arbeiten verursacht einen gesunden Hunger. Das Essen ist ein wichtiger Bestandteil seines Lohnes. Auf der Yorikke aber, wie sie auch laut genug hinausschrie, wurde der elendeste Fraß für die Mannschaft gegeben, den eine geizige Kompanie und ein Skipper, der auf Nebenverdienste sehen mußte, nur herstellen konnte, um die Mannschaft eben gerade noch am Leben zu erhalten. Wie der Skipper selbst beschaffen war, verriet Yorikke jedem, der die Sprache eines Schiffes verstand. Er trank gern, aber nur gute Tropfen; er aß gern, aber nur gute Dinge; er stahl, wo er nur stehlen konnte; er machte Nebengeschäfte, mit wem er nur konnte und auf wessen Kosten er nur konnte. Im übrigen war ihm alles sehr gleichgültig, und er belästigte die Mannschaft persönlich nur wenig. Er belästigte sie auf dem Umwege über die Offiziere und die Ingenieure. Die Ingenieure hätten auf Schiffen, die nicht verrückt waren, sondern normal, nicht einmal als Öler arbeiten können. Wie war es nur möglich, daß Yorikke eine Mannschaft bekam und eine Mannschaft halten konnte?”

 

 

 1342244-12fb46bb81de2790dbf386e688e7f62e.jpg

B. Traven (vermoedelijk 1890 - 26 maart 1969)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Amoene van Haersolte (eig. Ernestine Amoene Sophia van Haersolte-van Holthe tot Echten)  werd geboren in Utrecht op 23 februari 1890. Zie ook alle tags voor Amoene van Haersolte op dit blog.

 

Uit: De gedenkschriften van Keizerin Eugenie

 

“Er is nog zoo iemand geweest als Eugenie de Montijo. Wie die keizerin Eugenie kent zooals ze voor ons verschijnt in memoires en biographieën en beschouwingen van haar tijdgenooten, zal aan de echtheid van deze memoires kunnen gelooven?

O, voorwaar, de felle clericale Eugenie met haar veelbewogen leven, dat ze zoo intens heeft geleefd, zou anders geschreven hebben en anders zou de polsslag van de eeuw geklopt hebben in een werk van haar hand.

Dit droge boek met zijn eindelooze redenaties heeft Eugenie niet kunnen schrijven, een historische figuur als deze laat niet met zich sollen.

Dit werk is een poppekast.

Het is alsof men een ornamentje uit een galanteriewinkel u wil verkoopen voor een kostbaar kleinood en ga dan maar eens vergelijken en ga dan maar eens demonstreeren dat het namaak is, waardelooze namaak. Is het dan wel noodig hier verder over te praten?

Kent ge veel memoires, die allerliefste getuigenissen uit vroeger dagen, die boeken waarin men zich zoo kan verliezen, dat men wel zou willen huilen omdat het zoo onherroepelijk voorbij is en omdat we haar nooit zullen kennen, haar, die ze schreef.? Dan kent ge de bekoring die er van die boeken uitgaat maar ook de betrouwbaarheid van deze bronnen om een indruk te krijgen van een tijd. Dat is het verschil tusschen een geschiedenisboek en een gedenkschrift. Een geschiedenisboek is nooit zoo levend, het zal u vertellen, hoe het was en waarom het zoo was.”

 

 

 1342244-c69c882b255d24b182e6a9cfe7ad4c86.jpg

Amoene van Haersolte (23 februari 1890 - 1 augustus 1952)

 

 

 

 

De Duitse schrijver David Kalisch werd geboren op 23 februari 1820 in Breslau. Zie ook alle tags voor David Kalisch op dit blog.

 

Uit: Berlin, wie es weint und lacht

 

“FERDINAND immer noch sitzend, ohne von der Lektüre aufzusehen.

Herr – hm!

BERNHARD verzagt, mit sich kämpfend. Ich brauche Geld – können Sie mir 200. Taler leihen?

FERDINAND. Sie belieben zu scherzen, Herr Schlicht!

BERNHARD. Ich weiß Sie haben sie – und noch mehr. Ich gebe Ihnen einen Wechsel.

FERDINAND. 'nen Wechsel? Entschuldigen Sie, das ist ein überwundener Standpunkt!

BERNHARD. Sie wissen, daß ich eine reiche Tante habe?

FERDINAND. Aber Ihre Frau Tante ist eine sehr ungemütliche Dame. Das letzte Mal, wie Sie auch nicht bei Mammon waren, und ich wegen der kleinen Nota kam, hat sie mich fast die Treppe hinuntergeworfen.

BERNHARD. Lieber Freund –

FERDINAND. Da muß man sich nichts daraus machen – gewiß!

Aber es paßt sich doch nicht.

BERNHARD. So wollen Sie mir nicht helfen?”

 

 

 1342244-fe5dc8b848cae6bff021a3a186aad7fe.jpg

David Kalisch (23 februari 1820 – 21 augustus 1872)

 

 

 

 

De Franse dichter Josephin Soulary werd geboren op 23 februari 1815 in Lyon. Zie ook alle tags voor Josephin Soulary op dit blog.

 

 

UNE GRANDE DOULEUR

Comme il vient de porter sa pauvre femme en terre,
Et qu’on est d’humeur noire un jour d’enterrement,
Il entre au cabaret ; car la tristesse altère,
Et les morts sont bien morts ! - c’est là son sentiment.

Il se prouve en buvant que la vie est sévère ;
Et, vu que tout bonheur ne dure qu’un moment,
Il regarde finir mélancoliquement
Le tabac dans sa pipe et le vin dans son verre.

Deux voisins ses amis sont là-bas chuchotant
Qu’il ne survivra pas à la défunte, en tant
Qu’elle était au travail aussi brave que quatre.

Et lui songe, les yeux d’une larme rougis,
Qu’il va rentrer ce soir, ivre-mort, au logis,
Bien chagrin - de n’y plus trouver personne à battre.

 

 

 1342244-e4ae503f4c421f1adc2ca13527b6d2b3.jpg

Josephin Soulary (23 februari 1815 – 28 maart 1891)

Geschreven door Romenu om 22:10 Reageer op dit bericht

Arnon Grunberg, Paul van Ostaijen, Hugo Ball

De Nederlandse schrijver Arnon Grunberg werd geboren in Amsterdam op 22 februari 1971. Zie ook alle tags voor Arnon Grunberg op dit blog.

 

Uit: De joodse messias

 

“Hij hield van de mensen

Omdat zijn grootvader met oprecht enthousiasme en veel vertrouwen in de vooruitgang de ss had gediend – de man was niet te beroerd de handen uit de mouwen te steken, niet zo’n slampamper van een opa die achter zijn schrijftafel bleef zitten, af en toe een stempel onder een document zette en zich om vijf uur naar vrouw en kind haastte, nee, een gentleman, die het handwerk van de dood verstond, zonder zijn gezin daarmee lastig te vallen, een man voor wie woorden als ‘eer’ en ‘trouw’ nog iets betekenden, een man met een moraal, met een visie, die trouw bleef aan die visie, ook onder barre omstandigheden, toen veel van zijn makkers hun uniform uitdeden en de benen namen, hij niet, hij zei: ‘een deugdzaam mens kent zijn taak, een deugdzaam mens leeft er niet op los’, en hij schoot de laatste kogels uit zijn geweer – wilde de kleinzoon met enthousiasme en vertrouwen in de vooruitgang een beweging dienen.

De jongen kwam de verdiensten van zijn grootvader bij toeval te weten, toen hij op een zondagmiddag ongevraagd geld leende van zijn moeder en papieren, foto’s en een boek vond, die wat haar betreft nooit gevonden hadden mogen worden. Hij was, ook in de duisternis van de puberteit, een opgeruimd mens met een goed ontwikkeld oog voor de aangename kanten van het leven. De wolken, pasta, baby’s in hun wieg, de geur van wijn, etalages vol mooie kleren, tijdschriften vol prikkelende foto’s, kunst die de tand des tijds had doorstaan, snelle auto’s en mensen, niet te vergeten, benen van mensen, armen, hoofden, haren, neuzen, handen, polsen, van die dunne, blanke polsjes die eerst roze worden in de zon, en dan langzaam rood. De jongen hield van de mensen, en zij van hem.

Het was alweer zo lang vrede in Europa toen hij geboren werd. De oorlog was ver weg, die oorlog in ieder geval, andere oorlogen ook, en tegen de tijd dat hij zich voor de vijanden van het geluk begon te interesseren, hadden deskundigen vastgesteld dat de Tweede Wereldoorlog nu eens en voor altijd een afgesloten hoofdstuk was. Een melancholisch hoofdstuk misschien, maar wel afgesloten. En daarbij, waren niet alle oorlogen melancholisch van aard? Al die slachtoffers, dat zinloze geweld, de daklozen?”

 

 

1341550-8cf2cb486853ad2fee1615994e213442.jpg
Arnon Grunberg (Amsterdam, 22 februari 1971)

 

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Paul van Ostaijen werd geboren in Antwerpen op 22 februari 1896. Zie ook alle tags voor Paul van Ostaijen op dit blog.

 

 

Souvenir

 

Schoon d'avond valt en tussen de beide grijze gevelrijen
het donker zwaar hangt als een klos en overdadig
ontsteekt geen hand het licht aan de lantaarnen

Zo wentelt plots aan d'ogen u het wonder van een vreemde stad
de grijze huizen van u dees' anders zo bekende stede

De zonnestralen sloegen hard aan d'aarde over dag
en uit het vuur van 't rosse loof persten zij die geur der aarde
daarop ons dulle zinnen de herrefst toewaarts matelik glijden

Dees' overdaad van zinnelike wondren van lichten en van geuren
is zó lauw en vol dat gij niet kunt begrijpen waarom
aan 't eind van deze dag
geen lach zich legt over uw brede mond
zoals een ree languit en lui zich aan een rotswand legt

 

 

 

GUIDO GEZELLE

 

Plant
fontein
scheut die schiet
straal die spat
tempeest over alle diepten
storm over alle vlakten
wilde rozelaars waaien
stemmen van elzekoningen bloot
Diepste verte
verste diepte
bloemekelk die schokt in de kelk van bei’ mijn palmen
en lief als de madelief
Als de klaproos rood
o wilde papaver mijn

 

 

 

VROLIK LANDSCHAP

 

Ochtend vroeg hemel klaar
er zijn aëro's van alle zijden
aëro en nog een aëro
lieve lieve aëro
puf puf
blauw

klaprozen in koren staan
er zijn nog zovele bloemen
blauwe vesten in de velden
en er is een rooie rok

rood op blauw en blauw op blauw
aëropuf aëropuf
Klaas en Klaartje
Klaas en Klaartje
Klaar is Kees

 

 

 

1341550-f2e4a677f7fc8e8f7fda5d5373c348f7.jpg
Paul van Ostaijen (22 februari 1896 – 18 maart 1928)

 

 

 

 


De Duitse dichter en schrijver
Hugo Ball werd geboren op 22 februari 1886 in Pirmasens. Zie ook alle tags voor Hugo Ball op dit blog.

 

 

König Salomo

 

Als König Salomo beim Tempelbau

Mit den Dämonen stritt, die ihn umsaßen,

Ließ er in Mitternächten dumpf und grau

Die Zymbel schlagen und Posaune blasen.

 

An seiner Seite sah man eine Frau,

Die aufgebaut war ganz aus Parabasen,

Aus Saba kam sie wie ein weißer Pfau

Und stand wie eine Mumie in Exstasen.

 

Der König selber saß in seinem Zelt,

Um dessen Öffnung Feuer hing in Fransen

Und wies gebietend in die Unterwelt.

 

Da stiegen Mauern auf gleich goldenen Schanzen

Die Zedern fügten sich und ungezählt

Sah man die Tiere und die Teufel tanzen.

 

 

 

Der Literat

 

Ich bin der große Gaukler Vauvert.

In hundert Flammen lauf ich einher.

Ich knie vor den Altären aus Sand,

Violette Sterne trägt mein Gewand.

Aus meinem Mund geht die Zeit hervor,

Die Menschen umfaß ich mit Auge und Ohr.

 

Ich bin aus dem Abgrund der falsche Prophet,

Der hinter den Rädern der Sonne steht.

Aus dem Meere, beschworen von dunkler Trompete,

Flieg ich im Dunste der Lügengebete.

Das Tympanum schlag ich mit großem Schall.

Ich hüte die Leichen im Wasserfall.

 

Ich bin der Geheimnisse lächelnder Ketzer,

Ein Buchstabenkönig und Alleszerschwätzer.

Hysteria clemens hab ich besungen

In jeder Gestalt ihrer Ausschweifungen.

Ein Spötter, ein Dichter, ein Literat

Streu ich der Worte verfängliche Saat.

 

 

 

 1341550-df23de94f896c8c519ad5766e8995cc0.jpg

Hugo Ball (22 februari 1886 – 14 september 1927)

Cover

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e februari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:02 Reageer op dit bericht

Danilo Kiš, Sean O'Faolain, Jane Bowles, Ishmael Reed

De Servische schrijver Danilo Kiš werd geboren op 22 febrari 1935 in Subotica. Zie ook alle tags voor Danilo Kiš op dit blog.

 

Uit: Garden, Ashes (Vertaald door William J. Hannaher)

 

“The little jars and glasses were just samples, specimens of the new lands at which the foolish barge of our days would be putting ashore on those summer mornings. Fresh water glistened in the glass, and we would drink it down expertly, in tiny sips, clucking like experienced tasters. We would sometimes express dissatisfaction by grimacing and coughing: the water was tasteless, greasy like rainwater, and full of autumnal sediment, while the honey had lost its color and turned thick and turbid, showing the first signs of crystallization. On rainy days, cloudy and gloomy, our fingerprints would stay on the teaspoon handle. Then, sad and disappointed, hating to get up, we would back under the covers to sleep through a day that had started out badly.

The branches of the wild chestnut trees on our street reached out to touch each other. Vault overgrown with ivylike leafage thrust in between these tall arcades. On ordinary windless days, this whole architectural structure would stand motionless, solid in its daring. From time to time the sun would hurtle its futile rays through the dense leafage. Once they had penetrated the slanting, intertwined branches, these rays would quiver for a while before melting and dripping onto the Turkish cobblestones like liquid silver. We pass underneath these solemn arches, grave and deserted, and hurry down the arteries of the city. Silence is everywhere, the dignified solemnity of a holiday morning. The postmen and salesclerks are still asleep behind the closed, dusty shutters. s we move along past the low one-story houses, we glance at each other and smile, filled with respect: the wheezings of the last sleepers are audible through the dark swaying curtains and accordion shutters. The great ships of sleep are sailing the dark Styx. At times it seems as though the engines will run down, that we are on the verge of a catastrophic failure. One engine starts to rattle, to lose its cadence, to falter, as if the ship has run aground on some underwater reef. But the damage has apparently been repaired, or possibly there had never been any damage at all. We are sailing downstream, at thirty knots.”

 

 

 1341548-3af55f7ba0f7812de02ecff53f31cb98.jpg

Danilo Kiš (22 februari 1935 – 15 oktober 1989)

 

 

 

 

De Ierse schrijver Sean O'Faolain werd geboren op 22 februari 1900 in Cork. Zie ook alle tags voor Sean O'Faolain op dit blog.

 

Uit: The Irish: A Character Study

 

‘If we turn to early Irish literature, as we naturally may, to see what sort of people the Irish were in the infancy of the race, we find ourselves wandering in delighted bewilderment through a darkness shot with lightning and purple flame. One expects the beginnings of any people to be dark; the darkness at the beginning of the story of the Irish mind is an unnatural darkness. There is somewhat too much of the supernatural about it. Alternatively we may feel that here a racial imagination has, from the start, got out of control; or we may simply say that early Irish literature is wildly romantic; or that the popular idea of the Celt as a romantic is correct; or that the nineteenth century, in exploiting this romantic quality, committed only the fault of piling on top of something already sufficiently embroidered by nature a lot of superfluous William Morris trappings. But the impression of a supernatural infusion is, I think, far and away the most important one.

The Celt’s sense of the Otherworld has dominated his imagination and affected his literature from the beginning. So I see him at any rate struggling, through century after century, with this imaginative domination, seeking for a synthesis between dream and reality, aspiration and experience, a shrewd knowledge of the world and a strange reluctance to cope with it, and tending always to find the balance not in an intellectual synthesis but in the rhythm of a perpetual emotional oscillation. “

 

 

 1341548-6f6b1a51ceb953d2e2c5f5f3965bacb1.jpg

Sean O'Faolain (22 februari 1900 – 20 april 1991)

Cork 

 



De Amerikaanse schrijfster
Jane Bowles werd als Jane Auer geboren op 22 februari 1917 in New York. Zie ook alle tags voor Jane Bowles op dit blog.

 

Uit: Everything is nice

 

„The highest street in the blue Moslem town skirted the edge of a cliff. She walked over to the thick protecting wall and looked down. The tide was out, and the flat dirty rocks below were swarming with skinny boys. A Moslem woman came up to the blue wall and stood next to her, grazing her hip with the basket she was carrying. She pretended not to notice her, and kept her eyes fixed on a white dog that had just slipped down the side of a rock and plunged into a crater of sea water. The sound of its bark was earsplitting. Then the woman jabbed the basket firmly into her ribs, and she looked up.

‘That one is a porcupine,’ said the woman, pointing a henna-stained finger into the basket.

This was true. A large dead porcupine lay there, with a pair of new yellow socks folded on top of it.

She looked again at the woman. She was dressed in a haik, and the white cloth covering the lower half of her face was loose, about to fall down.

‘I am Zodelia,’ she announced in a high voice. ‘And you are Betsoul’s friend.’ The loose cloth slipped below her chin and hung there like a bib. She did not pull it up. ‘You sit in her house and you sleep in her house and you eat in her house,’ the woman went on, and she nodded in agreement. ‘Your name is Jeanie and you live in a hotel with other Nazarenes. How much does the hotel cost you?’

A loaf of bread shaped like a disc flopped on to the ground from inside the folds of the woman’s haik, and she did not have to answer her question. With some difficulty the woman picked the loaf up and stuffed it in between the quills of the porcupine and the basket handle. Then she set the basket down on the top of the blue wall and turned to her with bright eyes.

 

 

 1341548-2deb82e0d94b1c07a324ba5dc1e8142c.jpg

Jane Bowles (22 februari 1917 – 4 mei 1973)

 

 

 

 

De Afro-Amerikaanse dichter, schrijver en essayist Ishmael Scott Reed werd geboren op 22 februari 1938 in Chattanooga, Tennessee. Zie ook alle tags voor Ishmael Reed op dit blog.

 

 

FOR DANCER


When lovers die they blossom
grapes
That's why there's so much
wine in love
That's why I'm still drunk
on you

 

 

 

KALI'S GALAXY


My 200 inch eyes are trained
on you, my love spectroscope
Breaking down your wavelengths
With my oscillating ear
I have painted your
Portrait: ermine curled about
Yonder's glistening neck


They say you are light-years
Away, but they understand so
Little


You are so near to me
We collide
Our stars erupt into supernovae
An ecstatic cataclysm that
Amazes astronomers


I enter your Milky Way
Seeking out your suns
Absorbing your heat
Circumventing your orbs
Radiating your nights


Once inside your heavens
I hop from world to world
Until I can go no longer
And Z out in your dust
Your new constellation
Known for my shining process
And fish-tailed chariot.

 

 

 

 1341548-bb0bb3223b019ed96391418f2440e491.jpg

Ishmael Reed (Chattanooga, 22 februari 1938)


 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e februari ook mijn blog van 22 februari 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:57 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten