Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 22 mei 2013 tot 23 mei 2013

Adriaan Roland Holst, Maarten Biesheuvel, Susan Cooper, Lydia Rood

De Nederlandse dichter Adriaan Roland Holst werd geboren op 23 mei 1888 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Adriaan Roland Holst op dit blog.

 

 

De stervende geliefden

 

Laten wij dit zacht zeggen: dat wij allen
eens als een ritsling in den schemer worden;
zij, die zich nu de lendenen omgorden,

zullen eens deinzen, wankelen en vallen.

 

En waar is troost, dan in vermoeid vergeten,
in zacht bedwelmen en de zoete logen
der glimlach en der halfgeloken ogen
van wie zich in elkanders armen weten?

 

En stiller wordt het om hen heen, en duister,
en door bladen ristlen om hun haren;
en als een ritseling van najaarsblaren
is tussen hen een aarzelend gefluister

 

van woorden, die nog tussen wake’en dromen
als late vlokken sneeuw neerdwarlen bleven -
van woorden, die verdwaalden uit het leven
en alleen zachtheid hebben meegenomen.

 

En dan het zwijgen en het eindloos trage
dichtgaan der ogen, die elkander vulden;
alleen een glimlach bleef om onvervulde
daden en dagen, die zij nimmer zagen…

 

Wees stil, wees stil: dit zijn verbannen vorsten,
die hebben troon en ijdle pracht vergeten;
hoe zouden zulken nog ons leven weten
van machteloze vreugde en daadloos dorsten?

 

Zij zijn hier veilig; hier kan niets hen vinden
dat van het leven is, want beiden deden
van vreugde’s wenkende onbereikbaarheden
afstand, en niets kan meer hun bond ontbinden.

 

Niets dan de dood, en zie, dit is hun sterven:
dit eindloos langzaam, in vermoeid beminnen
strelend bedwelmen van elkanders zinnen,
dit zacht weggaan van alles zonder derven.

 

Wees stil, en hoor: reeds roepen hen de bloemen
die wij elkaar een volgend voorjaar schenken;
en later, als wij niet meer aan hen denken,
zullen de beken nog hun namen noemen

 

murmelend langs ons waar wij zacht ons neder

vlijen in gras en bloemen aan den oever.
O, lief, mijn lief, is één ding vreemder, droever,
voor wie dit weten, dan zacht lenteweder?

 

Zullen wij dan gedenken, dat wij leven
van wat hun zachte dood heeft onthouden?
dat hoog in ‘t licht de vooglen op de gouden
drang van hun nooitvervulde vreugden zweven?

 

dat kussen, die zij niet meer geven konden,
dan uit hun lippe’als bloemen tot ons komen,
en hoge wolken zweven, wijl hun dromen
ook nimmer dan in tranen de aarde vonden?

 

dat uit de tegenspoeden, die hen deerden,
wij dan elkaar met milder weemoed vullen -
dat wij ons uiterst uur beleven zullen,
wellicht, wijl zij eenmaal vergeefs begeerden…

 

Zullen wij dit gedenken? Zie, zij sterven
sluimerend, en zij zullen niet meer weten,
en wij, verheerlijkt nog, gaan hen vergeten
waar wij naar licht van later dagen zwerven.

 

Zie, hoe zij vreemd een schoon zijn in het duister:
zij sluimren samen naar den dood, en zonder
rimpeling gaan zij in het grote wonder
over… zie, mijne liefde, mijn vuren luister,

 

de dorre blaren in hun haren… neem er
zacht een uit weg om aan uw hart te dragen,
en te gedenken in de lentedagen:
wij worden alle’een ritsling in den schemer.

 

 

 

 1397431-b96926f57f11ab157c28d4bb9c2ee81d.jpg

Adriaan Roland Holst (23 mei 1888 - 5 augustus 1976)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Maarten Biesheuvel werd geboren in Schiedam op 23 mei 1939. Zie ook alle tags voor Maarten Biesheuvel op dit blog.

 

Uit: Reis door mijn kamer

 

“Ik verplaats me nu naar de stoel waarop ik zit (eenvoudige klus, ik hoef niet in Rangoon over te stappen, maar mag blijven zitten, ‘leer hier zelf de omgeving kennen’, verdomd als het niet waar is, dat heb ik vandaag op straat ergens gelezen). Die stoel stond in het jaar 1928 al in de bibliotheek, in de grote studiezaal, van de Leidse Universiteit. In 1964 heeft de directeur van de bibliotheek in zijn grote voorzienigheid en alwijsheid echter (overigens, we hebben de foto van Nabokov en de Remington gehad en zijn nu bezig met de stoel waarop ik zit, ik ben in 1939 geboren en het is nu 1983, ik ben dus vierenveertig jaar, Nabokov moest op die leeftijd zijn enige slechte en bekendste boek, zo gaat het altijd, nog schrijven - Lolita -, hij woonde toen in Amerika, gaf, geloof ik, les aan de Cornell University, omdat hij in 1899 geboren is was het 1943 en las hij verbitterd de kranten na op de daden van Hitler, mijn vader en moeder en ik zaten in Schiedam midden in de honger en 's nachts ging ik met haar die mij gebaard heeft naar de spoordijk, waarover nu een trein rijdt die linea recta Hoek van Holland met Moskou verbindt, om tussen de as, geworpen uit de ovens onder de ketels van de stoomlocomotieven, nog bruikbare kleine kooltjes te zoeken. Daartoe hadden wij een wan bij ons, een soort zeef, gemaakt van een stuk ijzeren hor gespannen om een vierkant houten raam van veertig bij veertig centimeter) gemeend om de oude stoelen te moeten vervangen door moderne plastic stoeltjes, in een zaal met een vloeroppervlak van achthonderd vierkante meter kwamen er op die manier drie studeerplaatsen bij, een hele vooruitgang. De stoel waar ik nu op zit draagt rugnummer 50 en ik heb hem in 1963 losgetroggeld van de beheerder van de bibliotheek, omdat hij anders verbrand zou worden. Gezeten op deze stoel heb ik nu tien boeken geschreven, als men Het nut van de wereld en Brommer op zee meetelt. Het is een stevige houten stoel en men heeft het zitvlak en de rug met zwart, onverslijtbaar zeildoek overspannen. Soms vraag ik me af wat voor mensen er op mijn stoel in de bibliotheek hebben gestudeerd al lang voordat ik geboren was, baronnen, patriciërs, burgers, wie zou er van al die advocaten, heelmeesters en theologen nog in leven zijn?”

 

 

 1397431-c2fbe459cb8cdb2cdbddbeeca8e6ec49.jpg

Maarten Biesheuvel (Schiedam, 23 mei 1939)

 

 

 

 


De Britse schrijfster
Susan Cooper werd op 23 mei 1935 geboren in Buckinghamshire. Zie ook alle tags voor Susan Cooper op dit blog.

 

Uit: The Dark Is Rising

 

“And there on the snow, the fallen arm of the tree burst into flame. Every inch of it, from the thick rotted base to the smallest twig, blazed with licking yellow fire. There was a hissing sound, and a tall shaft of brilliance rose from the fire like a pillar. No smoke came from the burning, and the flames were steady; twigs that should have blazed and crackled briefly and then fallen into ash burned continuously, as if fed by another fuel within. Standing there alone, Will felt suddenly small and alarmed; this was no ordinary fire, and not to be controlled by ordinary means. It was not behaving at all in the same way as the fire in the hearth had done. He did not know what to do with it. In panic, he focused his mind on it again and told it to go out, but it burned on, steady as before. He knew that he had done something foolish, improper, dangerous perhaps. Looking up through the pillar of quivering light, he saw high in the grey sky four rooks flapping slowly in a circle.

Oh Merriman, he thought unhappily, where are you?

Then he gasped, as someone grabbed him from behind, blocked his kicking feet in a scuffle of snow, and twisted his arms by the wrists behind his back. The parcels scattered in the snow. Will yelled with the pain in his arms. The grip on his wrists slackened at once, as if the attacker were reluctant to do him any real harm; but he was still firmly held.

"Put out the fire!" said a hoarse voice in his ear, urgently.

The man cursed and mumbled strangely, and instantly Will knew who it was. His terror fell away, like a released weight. "Walker," he said, "let me go. You don't have to hold me like that."

 

 

 1397431-cf55442060436fd7e6d9ef55faf6488e.jpg

Susan Cooper (Buckinghamshire, 23 mei 1935)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster en columniste Lydia Rood werd geboren op 23 mei 1957 in Velp. Zie ook alle tags voor Lydia Rood op dit blog.

 

Uit: Dans! Dans!


‘Is er iets met mijn ogen,’ vraagt Stoop met een frons, ‘of zie ik steeds meer kinderen met paarse T-shirts rondlopen?’ Hij kijkt de klas rond. Niemand zegt iets. Leraren hoeven er nog niets van te weten. Vrijdagavond is vroeg genoeg: dan komt de BWGNG met een knal uit de kast. De muziekleraar heeft wel gelijk. Zeker de helft van de onderbouw is nu lid van de BWGNG. Ook sommige oudere leerlingen doen mee. Iedere dag lopen er meer kinderen in het paars; de rijkere kinderen dragen de officiële shirts van de BWGNG. Ruth heeft haar spaargeld aangesproken om een petje te bestellen; voor een shirt heeft ze niet genoeg. Het petje is gisteren gekomen, maar ze bewaart het voor de dance mob, dan is de verrassing groter. Eigenlijk jammer dat de andere kinderen nu al tonen dat ze BWGR’s zijn.
‘Wat betekent die afkorting? Is het geheim? Een ondergrondse beweging?’
Ruth schrikt even; ze heeft ‘Beweging’ verstaan.
Maar Stoop gaat door: ‘Georganiseerd verzet? Een revolutie in de maak? Wijd me in. Jullie geheim is veilig bij mij, ik zweer het. Kom op, vertel.”
[...]
Ruth zit haar invullesje te maken als ze merkt dat hij Barrel bij zich heeft geroepen. Ze zit op de tweede rij; ze praten gedempt en Ruth kan het maar net horen.
‘Word je erbuiten gehouden?’
‘Nou, niet echt, maar mompelmompel.’
‘Dus ze houden je er wél buiten.’
‘Mompelmompel ook helemaal niet, ze bekijken het mompelmompel.’
Ruth kijkt even op en ziet dat Stoops wenkbrauwen elkaar raken.
‘Dit doet me ergens aan denken…’ bromt hij.”

 

 

 1397431-4e6e5e79a5c906ee1d20bf2955e240e2.jpg

Lydia Rood (Velp, 23 mei 1957)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e mei ook mijn blog van 23 mei 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:56 Reageer op dit bericht

Erik Spinoy, Arthur Conan Doyle, Anne de Vries, Kees Winkler, Gérard de Nerval

De Vlaamse dichter en schrijver Erik Spinoy werd geboren op 22 mei 1960 in Sint-Niklaas. Zie ook alle tags voor Erik Spinoy op dit blog.

 

 

De smalle straat

 

De smalle straat
de meidoorn heg
het werkhuis met
machines, wipzaag, schavelingen
de varkensstal
de boomgaard met
de pruimelaren overheerlijk

ijzige winters en
azuren zomers

waarin oorlogen som kwamen
onverklaarbaar
tot ze ook weer gingen

auto's voor het eerst verschenen
roestten
als in dromen reden
zich vermenigvuldigden
en weer verdwenen

liefde zwol
als knoppen
en vrucht droeg
en vervroor

en kranten van dit alles
niets versloegen.

 

 

 

De triestigheid ’s avonds

 

Ontstaat een ritselen en geknaag.
Een roetkraai ruimt het stoppelveld.
De haagbeuk heeft zich opgemaakt.
De tuin ligt als een laken
kaal.

Op donkere velden brandt het loof.
De toren geeft de uren aan en wind
bevoelt haar jurk. De rug buigt
als een hazelaar.

Een hand omsluit een hand, een berm
rijst op. Met reeds ontstoken lampen
rijdt een auto, glimmend,
door het land.

 

 

 

1396878-1699632cb0ff5569da9773d37a35b1c4.jpg
Erik Spinoy (Sint-Niklaas, 22 mei 1960)

 

 

 

 

 

De Britse schrijver Sir Arthur Conan Doyle werd geboren in Edinburgh op 22 mei 1859. Zie ook alle tags voor Arthur Conan Doyle op dit blog.

 

Uit: The Hound of the Baskervilles

 

"You may be right."

"The probability lies in that direction.
And if we take this as a working hypothesis we have a fresh basis from which to start our construction of this unknown visitor."

"Well, then, supposing that 'C.C.H.' does stand for 'Charing Cross Hospital,' what further inferences may we draw?"

"Do none suggest themselves? You know my methods. Apply them!"

"I can only think of the obvious conclusion that the man has practised in town before going to the country."

"I think that we might venture a little farther than this. Look at it in this light. On what occasion would it be most probable that such a presentation would be made? When would his friends unite to give him a pledge of their good will? Obviously at the moment when Dr. Mortimer withdrew from the service of the hospital in order to start in practice for himself. We know there has been a presentation. We believe there has been a change from a town hospital to a country practice. Is it, then, stretching our inference too far to say that the presentation was on the occasion of the change?"

"It certainly seems probable."

"Now, you will observe that he could not have been on the staff of ohe hospital, since only a man well-established in a London practice could hold such a position, and such a one would not drift into the country. What was he, then? If he was in the hospital and yet not on the staff he could only have been a house-surpeon or a house-physician -- little more than a senior student. And he left five years ago -- the date is on the stick. So your grave, middle-aged family practitioner vanishes into thin air, my dear Watson, and there emerges a young fellow under thirty, amiable, unambitious, absent-minded, and the possessor of a favourite dog, which I should describe roughly as being larger than a terrier and smaller than a mastiff."

 

 

 1396878-624911934290a12ca7fae16305072dce.jpg

Arthur Conan Doyle (22 mei 1850 – 7 juli 1930)

Basil Rathbone als Sherlock Holmes en Nigel Bruce als Dr. Watson in de film uit 1939

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en onderwijzer Anne de Vries werd geboren op 22 mei 1904. Zie ook alle tags voor Anne de Vries op dit blog.

 

Uit: Bartje

 

“Vader snurkt hard in de andere bedstee. Dat doet hij altijd 's morgens. Hoe nader het ogenblik komt, dat hij er uit moet, hoe harder hij snurkt.

Maar Bartje krijgt de kriebel van verlangen om op te staan. De dag staat voor de ruiten. Twee mussen vallen ruziënd voorbij het raam. Een wagen met lege melkbussen ratelt over de weg. ‘Kom nu toch,’ wenkt de dag, ‘kom Bartje, er uit.’ En de dag belooft een heleboel pret en avonturen. Je weet nooit vooruit, wàt. Er kan van alles gebeuren op zo'n lange dag.

Vragen, of hij er uit mag, doet Bartje niet meer. Als moeder hoofdpijn of rugpijn heeft, of als zij de vorige avond woorden met vader heeft gehad, wordt het toch geweigerd. En moeder zal wel weer wat hebben. Zij zuchtte zo.

Het leven maakt slim. En als je je vader en moeder maar goed kent en weet, hoe je ze aan moet pakken, kun je meestal wel doen, wat je zelf graag wilt. Een goed middel is altijd, ze te vlug af zijn.

Als moeder gebukt het vuur oprakelt, slaat Bartje zijn slag. Hij neemt een schuiver, zodat hij met zijn buik op de bedsteeplank komt te liggen. Dat doet pijn, maar dat geeft niet. Hij graait vlug zijn kleren van de stoel en ploft dan terug in de veilige schemering van de bedstee.

Nu moet hij eerst Riekie opzij sjorren. Dan, op zijn rug liggend, is hij zachtjes bezig zijn kousen en zijn broekje aan te trekken. Hij spiedt daarbij af en toe om het gordijntje. En als moeder naar de schuur is gegaan, klautert hij, klein, rap mannetje, haastig op de stoel, op de vloer, grijpt zijn kieltje, rent over het zonneraam, schiet in 't portaaltje in een paar klompen en slaat met een andere klomp de hoge grendel uit het slot. Juist, als moeder de kamer weer insloft, sluipt hij de voordeur uit en het huis om naar de pomp. Nu is hij buiten en wordt omstuwd door de prikkelende, frisse voorjaarslucht. Hij wordt er een beetje duizelig van. De dag omhelst hem. ‘Goedendag,’ zegt de dag, ‘daar bin je nou, Bartje!’

 

 

1396878-6cb64d5c64992784068ae71f3e8f2054.jpg
Anne de Vries (22 mei 1904 – 29 november 1964)

Cover met Jan Krol uit de tv-serie (1972) als Bartje

 

 

 


De Nederlandse dichter Kees Winkler werd op 22 mei 1927 in Hoorn geboren. Zie ook alle tags voor Kees Winkler op dit blog.

 

 

Over het dichten

 

Ik kan schrijven waarover ik wil
alleen: lang niet altijd wil ik en ook
het onderwerp moet bij mij horen

En zulke onderwerpen zijn moeilijk te vinden
ze moeten je in de schoot vallen
en dan plots denk ik: hé, dat hoort bij me

Zo ben ik een nachtegaal in de herfst
een krekel in de nazomer, een kind
van het late seizoen: ik ben oud

Met de ouderdom vordert de techniek
met de techniek vordert het onderwerp
en met het onderwerp
vorder ik

 

 

 

1396878-ec9e2c7e31a1a2d93a7e8221453c2174.jpg 

Kees Winkler (22 mei 1927 – 1 april 2004)

 

 

 

 

De Franse schrijver Gérard de Nerval (pseudoniem van Gérard Labrunie) werd geboren in Parijs op 22 mei 1808. Zie ook alle tags voor Gérard de Nerval op dit blog.

 

 

Fantaisie

 

Il est un air pour qui je donnerais
Tout Rossini, tout Mozart et tout Weber,
Un air très-vieux, languissant et funèbre,
Qui pour moi seul a des charmes secrets.

 

Or, chaque fois que je viens à l’entendre,
De deux cents ans mon âme rajeunit :
C’est sous Louis treize; et je crois voir s’étendre
Un coteau vert, que le couchant jaunit,

 

Puis un château de brique à coins de pierre,
Aux vitraux teints de rougeâtres couleurs,
Ceint de grands parcs, avec une rivière
Baignant ses pieds, qui coule entre des fleurs ;

 

Puis une dame, à sa haute fenêtre,
Blonde aux yeux noirs, en ses habits anciens,
Que dans une autre existence peut-être,
J’ai déjà vue… et dont je me souviens !

 

 

 

Vers dorés

 

Homme ! libre penseur – te crois-tu seul pensant

Dans ce monde où la vie éclate en toute chose :

Des forces que tu tiens ta liberté dispose,

Mais de tous tes conseils l’univers est absent.

 

Respecte dans la bête un esprit agissant : …

Chaque fleur est une âme à la Nature éclose ;

Un mystère d’amour dans le métal repose :

« Tout est sensible !  » – Et tout sur ton être est puissant !

 

Crains dans le mur aveugle un regard qui t’épie

A la matière même un verbe est attaché …

Ne la fais pas servir à quelque usage impie !

 

Souvent dans l’être obscur habite un Dieu caché ;

Et comme un oeil naissant couvert par ses paupières,

Un pur esprit s’accroît sous l’écorce des pierres

 

 

 

 1396878-83cd9edf643b9aee301ea8df72547551.jpg

Gérard de Nerval (22 mei 1806 – 26 januari 1855)

Portret door Alexandre Xavier Lebour

 



Zie voor nog meer schrijvers van de 22e mei ook mijn blog van 22 mei 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 20:40 Reageer op dit bericht

In Memoriam Sarah Kirsch


In Memoriam Sarah Kirsch


De Deutsche Verlags-Anstalt maakte vandaag bekend dat de Duitse schrijfster en dichteres
Sarah Kirsch  op 5 mei op 78-jarige leeftijd is overleden. Sarah Kirsch (eig. Ingrid Hella Irmelinde Kirsch) werd geboren op 16 april 1935 in Limlingerode. Zie ook alle tags voor Sarah Kirsch op dit blog.

 

 

Luft und Wasser

 

Aus dem Sumpfland fliegt mir die Eule

Auf breiten Flügeln über den Strom

Ihre Federn berühren das Wasser

Das sich nun teilte ich sah

Meiner Schwester Gesicht höre den Wind

Schilfhalme leichter bewegen und Wolken

Ziehen auf die Nacht zu verkünden.

 

Viel wehes Geräusch vom anderen weiteren

Ufer die grauen Reiher verneigen sich

Auf toten Bäumen eh sie noch schlafen.

Es ist spät ich kehre hinter Türen zurück.

Der Teekessel brummt auf dem Feuer

Und verkleidete Könige reiten draußen

Auf herrlichen Pferden vorüber.

 

 

Großer Stern

Die versunkenen verwachsenen
Feldherren in ihren Sträuchern
Recken gebieterisch Hand und Degen
Bevor der Turm mit der silbernen Kugel
Sich mächtig ins Bild schiebt
Von Zeit zu Zeit seh ich ihn gern
Doch als er sein strenges Licht
Mir jeden Abend über den Tisch goss
Die zivilen Herren und Steckbriefträger
Vor meiner Tür und im Fahrstuhl standen
Hätte ich dieses Potenzminarett
Gern in den Himmel gesprengt.

 

 

Der Himmel schuppt sich

Ach, Schnee, sag ich, hier siehst du Eine vor dir
die kalte Füße hat und es satt, hilf Winter-Uhr
Gleichmacher, weißer Fliegentanz, kommst
auf Gerechte und Ungerechte Jahr für Jahr

 

Schnei ihn ein, Schnee, fall aus allen Wolken
bring Nacht, Mauern aus Eis, teil
deine Flocken ohn Unterlaß, roll ihn in Hochlandlawinen
Er hat was nicht schlägt als Herz in der Brust

 

Hat schöne gläserne Augen, mit denen sieht er nicht
Hat zwei Ohren, mit denen hört er nicht
Hat einen Mund den kenn ich nicht

 

Du Schnee, weiße Federtiere, Reimwort auf Weh
du bist Lava, kochender Stahl verglichen mit ihm
Tau ihn auf. Er magert mich ab

 

 

1396788-3add779bb9c5dfbd5787a78a21a1e542.jpg 

Sarah Kirsch (16 april 1935 – 5 mei 2013)

Geschreven door Romenu om 17:41 Reageer op dit bericht

Ahmed Fouad Negm

De Egyptische dichter Ahmed Fouad Negm werd op 22 mei 1929 in Ash Sharqiyah geboren, in een familie van Fellahin op het Egyptische platteland . Zijn moeder was huisvrouw, zijn vader politieagent. Negm was een van zeventien broers , slechts zes van hen zijn nog in leven . Net als vele dichters en schrijvers van zijn generatie kreeg hij zijn opleiding aan de religieuze Kutaab scholen, beheerd door de El - Azhar universiteit. Toen zijn vader stierf ging hij bij zijn oom Hussein in Zagazig wonen, maar in 1936 werd hij in een weeshuis geplaatst, waar hij voor het eerst de beroemde zanger Abdel Halim Hafez ontmoette. In 1945 verliet hij het ​​weeshuis en keerde terug naar zijn dorp om te werken als herder. Later verhuisde hij naar Cairo om uiteindelijk weer terug te keren naar zijn dorp waar hij werkte in een van de Engelse kampen terwijl hij hielp bij guerrilla- operaties .
Na de overeenkomst tussen Egypte en Groot-Brittannië  werd Negm door de Egyptische regering aangesteld als arbeider in mechanische werkplaatsen. Hij kreeg 3 jaar gevangenisstraf wegens vervalsing. In zijn gevangenistijd won hij de eerste plaats in een schrijfwedstrijd, georganiseerd door de Hoge Raad voor de Kunsten . Hij publiceerde toen zijn eerste bundel "Beelden van het Leven en de Gevangenis" in de volkstaal Egyptisch - Arabisch en hij werd zelfs beroemd nadat Suhair El - Alamawi zijn boek promootte terwijl hij nog in de gevangenis zat. Nadat hij was vrijgelaten , werd hij aangesteld als klerk in de organisatie voor de Aziatische en Afrikaanse volkeren. Hij werd ook een regelmatig optredende dichter op de Egyptische radio.
Negm woonde in een kleine kamer op het dak van een huis in de wijk Boulaq el - Dakror. Toen hij zanger en componist Sheikh Imam in de Khosh Adam buurt ontmoette werden zij kamergenoten en vormden zij een beroemd zangduo. Van 1962 tot 1995 bleven zij samenwerken. Negm werd ook meerdere malen vanwege zijn politieke standpunten, in het bijzonder zijn harde kritiek op de Egyptische presidenten Nasser, Sadat en Mubarak gevangengezet. In 2007 werd Negm door de United Nations Poverty Action gekozen als ambassadeur van de armen. Hij wordt beschouwd als een volksheld en als de stem van de Egyptische onderklasse .

 

 

Your Eyes

 

Your eyes…and your eyes are a travelling voyage
In the desert….and in the oasis
And the longing….sleepless is this world
Neither to slumber…nor to rest
The darkened eyelashes no longer
Call out for the promised

And me, your amorous flirtation sent me to heaven
I drank, there, from the rivers of honey
loved for ages
And me, I lay sleepless many a night, for you
And the people of this world call out to the night

I returned to that travelling voyage
In the desert
And in the oasis

And I call for the night
And for every lover there is the night
O destined heaven
Who came by and asked for us?
Who from our successors cared?
For the roses
From that moment, we were together
Passion is hardship
I returned to that travelling voyage
In the desert
And in the oasis
In your eyes

 

 

1454072-55415fa0f62bb1a3706393b0ce69cf96.JPG 

Ahmed Fouad Negm (Ash Sharqiyah, 22 mei 1929)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten