Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 23 mei 2013 tot 24 mei 2013

Harry Mulisch, Joseph Brodsky, Michael Chabon, Bob Dylan


Dolce far niente (bij een bijzondere verjaardag)

 

 

 

 

 1397671-fe5fce02ef80b6bc2e09d36922e585f3.jpg

Isaak zegent Jacob door Gerrit Willemsz. Horst, 1638

 

 

 

Ongerijmdheden

 

dat komt gewoon doordat zijn vader eens.
gewoon omdat zijn vader in zijn jeugd.
doordat zijn vader in zijn jeugd gewoon.
gewoon al in zijn jeugd zijn vader toen.

omdat zijn vader ooit eens tegen hem.
ooit gewoon eens in zijn jeugd hem tegen.
dat komt gewoon doordat zijn vader ooit.
gewoon hem in zijn jeugd toen ooit al eens.

ooit eens tegen hem en nooit zijn moeder.
nooit zijn moeder in zijn jeugd zijn vader.
gewoon toen tegen hem zijn moeder ooit.
nooit eens in zijn jeugd gewoon ooit vader.

 

 

 

1397671-0b1ce5c04535313e6c87cd94f3cfdd05.jpg 

Harry Mulisch (29 juli 1927 – 30 oktober 2010)

Vader Kurt en zoon Harry Mulisch in 1941

 

 

 

 

 

De Russisch-Amerikaanse dichter Joseph Brodsky werd op 24 mei 1940 in Leningrad (het huidige St.Petersburg) geboren als Iosif Brodski. Zie ook mijn blog van 24 mei 2010 en eveneens alle tags voor Joseph Brodsky op dit blog.

 

 

Liefde

 

'k Werd wakker en ontdeed me van de deken.
Liep naar het raam. De lichten in de ruit
beëindigden een zin, in slaap geuit,
maar brachten, net als een beletselteken,
mij geen vertroosting, gingen langzaam uit.

 

ik droomde dat je zwanger was en, gek,
na zoveel jaar van jou te zijn gescheiden,
bekroop me toch een schuldgevoel. Mijn beide
handen die net nog blij jouw ronde buik
betastten, graaiden naar mijn broek en reikten

 

omhoog naar 't knopje van het licht. Ik stond
bij 't raam en wist dat jij je daar bevond,
in 't donker, in de droom alleen gebleven.
Je wachtte tot ik terugkwam, uit je mond
klonk geen verwijt, je wilde me vergeven.

 

Want zolang jij daar in dat donker wacht
duurt voort wat door het licht wordt afgesneden.
Daar blijven we verbonden in de echt,
en kinderen zijn het excuus, de reden
dat wij er naakt, tweeruggig zijn verhecht.

 

Eens op een nacht zal jij opnieuw voor mij
verschijnen, dodelijk vermoeid en mager.
Ik heb er dan een zoon of dochter bij,
een baby nog. Ik zal het dan niet wagen
de lamp weer aan te doen: ik ben niet vrij,

 

heb niet het recht jullie alleen te laten,
als opgeslotenen in dat domein
van stomme schimmen, sprakeloos en klein
voor de hoog opgetrokken haag der dagen
die mij zo onbenaderbaar doet zijn.

 

 

 

Daedalus in Sicily

 

All his life he was building something, inventing something.
Now, for a Cretan queen, an artificial heifer,
so as to cuckold the king. Then a labyrinth, the time for
the king himself, to hide from bewildered glances
an unbearable offspring. Or a flying contraption, when
the king figured himself so busy with new commissions.
The son of that journey perished falling into the sea,
like Phaeton, who, they say, also spurned his father’s
orders. Here, in Sicily, stiff on its scorching sand,
sits a very old man, capable of transporting
himself through the air, if robbed of other means of passage.
All his life he was building something, inventing something.
All his life from those clever constructions m from those inventions,
he had to flee. As though inventions
and constructions are anxious to rid themselves of their blueprints
like children ashamed of their parents, Presumably, that’s the fear
of replication. Waves are running onto the sand;
behind, shine the tusks of the local mountains.
Yet he had already invented, when he was young, the seesaw,
using the strong resemblance between motion and stasis.
The old man bends down, ties to his brittle ankle
(so as not to get lost) a lengthy thread,
straightens up with a grunt, and heads out for Hades.

 

 

 1397671-4e8e11f9a2b4055a36d6fbaa40867aaa.jpg

Joseph Brodsky (24 mei 1940 – 28 januari 1996)

Daedalus en Icarus door Anthonie van Dyck, 1630

 

 

 

 


De Amerikaanse schrijver
Michael Chabon werd geboren op 24 mei 1963 in Washington. Zie ook mijn blog van 24 mei 2009 en ook mijn blog van 24 mei 2010   

 

Uit: Manhood for Amateurs

 

“Sooner or later, you will discover which kind of father you are, and at that moment you will, with perfect horror, recognize the type. You are the kind of father who fakes it, who yells, who measures his children with greatest accuracy only against one another, who evades the uncomfortable and glosses over the painful and pads the historic records of his sorrows and accomplishments alike. You are the kind who teases and deceives and toys with his children and subjects them to displays of rich and manifold sarcasm when--as is always the case--sarcasm is the last thing they need. You are the kind of father who pretends knowledge he doesn't possess, and imposes information with implacable gratuitousness, and teaches lessons at the moment when none can be absorbed, and is right, and has always been right, and always will be right until the end of time, and never more than immediately after he has been wrong. And when your daughter's body begins to betray her, and her sky flickers in the distance with the heat lightning of sex, you clear your throat and stroke your chin whiskers and tell her to go ask her mother. You can't help it--you're a walking cliché.”

 

 

1397671-ef4c8903205b4067cf5186c9e773e8e3.jpg
Michael Chabon (Washington, 24 mei 1963)

 

 

 

De Amerikaanse zanger, songwriter en dichter Bob Dylan werd geboren als Robert Allen Zimmerman op 24 mei 1941 in Duluth, Minnesota. Zie ook mijn blog van 24 mei 2009 en ook mijn blog van 24 mei 2010.

 

 

Father of night

 

Aaa, ooh, ooh

Aaa, ooh, ooh

Aaa, ooh, ooh

Aaa, ooh, ooh

Father of night, Father of day

Father who taketh the darkness away

Father who teacheth the bird to fly

Builder of rainbows up in the sky

Father of loneliness and pain

Father of love and Father of rain

Refrain

 
Father of day, Father of night

Father of black, Father of white

Father who build the mountain so high

Who shapeth the cloud up in the sky

Father of time and Father of dreams

Father who turneth the rivers and streams

Refrain

 

Father of grain, Father of wheat

Father of cold and Father of heat

Father of air and Father of trees

Who dwells in our hearts and our memories

Father of minutes, Father of days

Father of whom we most solemnly praise

Refrain

 

 

1397671-855d1d13d8272069cd781d934855865f.jpg 

Bob Dylan (Duluth, 24 mei 1941)

 


Zie voor de schrijvers van de 24e mei ook
mijn blog van 24 mei 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 07:38 Reageer op dit bericht

Adriaan Roland Holst, Maarten Biesheuvel, Susan Cooper, Lydia Rood

De Nederlandse dichter Adriaan Roland Holst werd geboren op 23 mei 1888 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Adriaan Roland Holst op dit blog.

 

 

De stervende geliefden

 

Laten wij dit zacht zeggen: dat wij allen
eens als een ritsling in den schemer worden;
zij, die zich nu de lendenen omgorden,

zullen eens deinzen, wankelen en vallen.

 

En waar is troost, dan in vermoeid vergeten,
in zacht bedwelmen en de zoete logen
der glimlach en der halfgeloken ogen
van wie zich in elkanders armen weten?

 

En stiller wordt het om hen heen, en duister,
en door bladen ristlen om hun haren;
en als een ritseling van najaarsblaren
is tussen hen een aarzelend gefluister

 

van woorden, die nog tussen wake’en dromen
als late vlokken sneeuw neerdwarlen bleven -
van woorden, die verdwaalden uit het leven
en alleen zachtheid hebben meegenomen.

 

En dan het zwijgen en het eindloos trage
dichtgaan der ogen, die elkander vulden;
alleen een glimlach bleef om onvervulde
daden en dagen, die zij nimmer zagen…

 

Wees stil, wees stil: dit zijn verbannen vorsten,
die hebben troon en ijdle pracht vergeten;
hoe zouden zulken nog ons leven weten
van machteloze vreugde en daadloos dorsten?

 

Zij zijn hier veilig; hier kan niets hen vinden
dat van het leven is, want beiden deden
van vreugde’s wenkende onbereikbaarheden
afstand, en niets kan meer hun bond ontbinden.

 

Niets dan de dood, en zie, dit is hun sterven:
dit eindloos langzaam, in vermoeid beminnen
strelend bedwelmen van elkanders zinnen,
dit zacht weggaan van alles zonder derven.

 

Wees stil, en hoor: reeds roepen hen de bloemen
die wij elkaar een volgend voorjaar schenken;
en later, als wij niet meer aan hen denken,
zullen de beken nog hun namen noemen

 

murmelend langs ons waar wij zacht ons neder

vlijen in gras en bloemen aan den oever.
O, lief, mijn lief, is één ding vreemder, droever,
voor wie dit weten, dan zacht lenteweder?

 

Zullen wij dan gedenken, dat wij leven
van wat hun zachte dood heeft onthouden?
dat hoog in ‘t licht de vooglen op de gouden
drang van hun nooitvervulde vreugden zweven?

 

dat kussen, die zij niet meer geven konden,
dan uit hun lippe’als bloemen tot ons komen,
en hoge wolken zweven, wijl hun dromen
ook nimmer dan in tranen de aarde vonden?

 

dat uit de tegenspoeden, die hen deerden,
wij dan elkaar met milder weemoed vullen -
dat wij ons uiterst uur beleven zullen,
wellicht, wijl zij eenmaal vergeefs begeerden…

 

Zullen wij dit gedenken? Zie, zij sterven
sluimerend, en zij zullen niet meer weten,
en wij, verheerlijkt nog, gaan hen vergeten
waar wij naar licht van later dagen zwerven.

 

Zie, hoe zij vreemd een schoon zijn in het duister:
zij sluimren samen naar den dood, en zonder
rimpeling gaan zij in het grote wonder
over… zie, mijne liefde, mijn vuren luister,

 

de dorre blaren in hun haren… neem er
zacht een uit weg om aan uw hart te dragen,
en te gedenken in de lentedagen:
wij worden alle’een ritsling in den schemer.

 

 

 

 1397431-b96926f57f11ab157c28d4bb9c2ee81d.jpg

Adriaan Roland Holst (23 mei 1888 - 5 augustus 1976)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Maarten Biesheuvel werd geboren in Schiedam op 23 mei 1939. Zie ook alle tags voor Maarten Biesheuvel op dit blog.

 

Uit: Reis door mijn kamer

 

“Ik verplaats me nu naar de stoel waarop ik zit (eenvoudige klus, ik hoef niet in Rangoon over te stappen, maar mag blijven zitten, ‘leer hier zelf de omgeving kennen’, verdomd als het niet waar is, dat heb ik vandaag op straat ergens gelezen). Die stoel stond in het jaar 1928 al in de bibliotheek, in de grote studiezaal, van de Leidse Universiteit. In 1964 heeft de directeur van de bibliotheek in zijn grote voorzienigheid en alwijsheid echter (overigens, we hebben de foto van Nabokov en de Remington gehad en zijn nu bezig met de stoel waarop ik zit, ik ben in 1939 geboren en het is nu 1983, ik ben dus vierenveertig jaar, Nabokov moest op die leeftijd zijn enige slechte en bekendste boek, zo gaat het altijd, nog schrijven - Lolita -, hij woonde toen in Amerika, gaf, geloof ik, les aan de Cornell University, omdat hij in 1899 geboren is was het 1943 en las hij verbitterd de kranten na op de daden van Hitler, mijn vader en moeder en ik zaten in Schiedam midden in de honger en 's nachts ging ik met haar die mij gebaard heeft naar de spoordijk, waarover nu een trein rijdt die linea recta Hoek van Holland met Moskou verbindt, om tussen de as, geworpen uit de ovens onder de ketels van de stoomlocomotieven, nog bruikbare kleine kooltjes te zoeken. Daartoe hadden wij een wan bij ons, een soort zeef, gemaakt van een stuk ijzeren hor gespannen om een vierkant houten raam van veertig bij veertig centimeter) gemeend om de oude stoelen te moeten vervangen door moderne plastic stoeltjes, in een zaal met een vloeroppervlak van achthonderd vierkante meter kwamen er op die manier drie studeerplaatsen bij, een hele vooruitgang. De stoel waar ik nu op zit draagt rugnummer 50 en ik heb hem in 1963 losgetroggeld van de beheerder van de bibliotheek, omdat hij anders verbrand zou worden. Gezeten op deze stoel heb ik nu tien boeken geschreven, als men Het nut van de wereld en Brommer op zee meetelt. Het is een stevige houten stoel en men heeft het zitvlak en de rug met zwart, onverslijtbaar zeildoek overspannen. Soms vraag ik me af wat voor mensen er op mijn stoel in de bibliotheek hebben gestudeerd al lang voordat ik geboren was, baronnen, patriciërs, burgers, wie zou er van al die advocaten, heelmeesters en theologen nog in leven zijn?”

 

 

 1397431-c2fbe459cb8cdb2cdbddbeeca8e6ec49.jpg

Maarten Biesheuvel (Schiedam, 23 mei 1939)

 

 

 

 


De Britse schrijfster
Susan Cooper werd op 23 mei 1935 geboren in Buckinghamshire. Zie ook alle tags voor Susan Cooper op dit blog.

 

Uit: The Dark Is Rising

 

“And there on the snow, the fallen arm of the tree burst into flame. Every inch of it, from the thick rotted base to the smallest twig, blazed with licking yellow fire. There was a hissing sound, and a tall shaft of brilliance rose from the fire like a pillar. No smoke came from the burning, and the flames were steady; twigs that should have blazed and crackled briefly and then fallen into ash burned continuously, as if fed by another fuel within. Standing there alone, Will felt suddenly small and alarmed; this was no ordinary fire, and not to be controlled by ordinary means. It was not behaving at all in the same way as the fire in the hearth had done. He did not know what to do with it. In panic, he focused his mind on it again and told it to go out, but it burned on, steady as before. He knew that he had done something foolish, improper, dangerous perhaps. Looking up through the pillar of quivering light, he saw high in the grey sky four rooks flapping slowly in a circle.

Oh Merriman, he thought unhappily, where are you?

Then he gasped, as someone grabbed him from behind, blocked his kicking feet in a scuffle of snow, and twisted his arms by the wrists behind his back. The parcels scattered in the snow. Will yelled with the pain in his arms. The grip on his wrists slackened at once, as if the attacker were reluctant to do him any real harm; but he was still firmly held.

"Put out the fire!" said a hoarse voice in his ear, urgently.

The man cursed and mumbled strangely, and instantly Will knew who it was. His terror fell away, like a released weight. "Walker," he said, "let me go. You don't have to hold me like that."

 

 

 1397431-cf55442060436fd7e6d9ef55faf6488e.jpg

Susan Cooper (Buckinghamshire, 23 mei 1935)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster en columniste Lydia Rood werd geboren op 23 mei 1957 in Velp. Zie ook alle tags voor Lydia Rood op dit blog.

 

Uit: Dans! Dans!


‘Is er iets met mijn ogen,’ vraagt Stoop met een frons, ‘of zie ik steeds meer kinderen met paarse T-shirts rondlopen?’ Hij kijkt de klas rond. Niemand zegt iets. Leraren hoeven er nog niets van te weten. Vrijdagavond is vroeg genoeg: dan komt de BWGNG met een knal uit de kast. De muziekleraar heeft wel gelijk. Zeker de helft van de onderbouw is nu lid van de BWGNG. Ook sommige oudere leerlingen doen mee. Iedere dag lopen er meer kinderen in het paars; de rijkere kinderen dragen de officiële shirts van de BWGNG. Ruth heeft haar spaargeld aangesproken om een petje te bestellen; voor een shirt heeft ze niet genoeg. Het petje is gisteren gekomen, maar ze bewaart het voor de dance mob, dan is de verrassing groter. Eigenlijk jammer dat de andere kinderen nu al tonen dat ze BWGR’s zijn.
‘Wat betekent die afkorting? Is het geheim? Een ondergrondse beweging?’
Ruth schrikt even; ze heeft ‘Beweging’ verstaan.
Maar Stoop gaat door: ‘Georganiseerd verzet? Een revolutie in de maak? Wijd me in. Jullie geheim is veilig bij mij, ik zweer het. Kom op, vertel.”
[...]
Ruth zit haar invullesje te maken als ze merkt dat hij Barrel bij zich heeft geroepen. Ze zit op de tweede rij; ze praten gedempt en Ruth kan het maar net horen.
‘Word je erbuiten gehouden?’
‘Nou, niet echt, maar mompelmompel.’
‘Dus ze houden je er wél buiten.’
‘Mompelmompel ook helemaal niet, ze bekijken het mompelmompel.’
Ruth kijkt even op en ziet dat Stoops wenkbrauwen elkaar raken.
‘Dit doet me ergens aan denken…’ bromt hij.”

 

 

 1397431-4e6e5e79a5c906ee1d20bf2955e240e2.jpg

Lydia Rood (Velp, 23 mei 1957)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e mei ook mijn blog van 23 mei 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:56 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten