Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 20 juni 2013 tot 21 juni 2013

Ed Leeflang, Thomas Blondeau, Anne Carson, Adam Zagajewski, Ian McEwan, Alon Hilu

De Nederlandse dichter Ed Leeflang werd geboren op 21 juni 1929 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Ed Leeflang op dit blog.

 

 

Hij is prins

 

Hij is prins, hij wil geen onderdanen,
want zij zullen allen in elk geval prinsen zijn:
prins verkoper, prins bloemist,
prins huisvrouw en prins dode.

Zijn wenkbrouw spreekt,
zijn ogen vragen en op
zijn tafel staan de staatsgeheimen
van de dagen.

Kwetsbare prinsen onder elkaar
- met moeders als een tv-serie
zo benauwend vasthoudend -
iedereen wordt een wezen.

Er is geen vrouwlijkheid in deze klas,
er is slechts hoffelijkheid en hoogheid
en hevigheid van schrijven en van lezen.
Wie 's morgens binnenkomt is
een vereerde gast.

 

 

 

 

Botlopen

 

We zetten zwinnen in de zandplaat af
met warnetten en joegen stapvoets bot
en schol op, vingen emmers vol.

De kotter op de drooggevallen vlakte
hing scheef, de eerste stilte scheen
te dalen uit de zon, een oever was
er niet.

Uit water waren wij getild, samen
met gesloten schelpen, om tenminste
één keer haast te weten hoe het is: te
zijn gestrand en toch te overleven.

Twee of drie uur zou de eb ons hier
nog dulden. Dan niet meer.
Genoeg om te onthouden dat wij het
onbetwiste midden waren van de ruimte,
die wij opgelucht en nietsontziend
bevisten.

 

 

 

 

Duinen

 

Zoals altijd is er een dierenspoor.
Er staan gewone brem, slangenkruid,
ossetong en koekoeksbloemen. Sommige
konijnen begonnen een hol, maar
groeven niet door.

In de spaarbekkens hangt het water;
je zou er munten in kunnen gooien
als in het bassin van een fontein.

Bast is van jonge bomen afgeknaagd.
Zie toch hoe de dag werkelijk wentelt
en er van alles uit de tijd valt, ritselend,
hoe schelpen gaan, knerpend, hoe niemand
meer opraapt, hoe niemand meer ergens
naar vraagt, hoe de wind heengaat:
zonder geest te zijn wat hij afrukt
verwerpend.

 

 

 

1413659-7bfed2661e4301d2ed4d077f28a1eee2.jpg 

Ed Leeflang (21 juni 1929 – 17 maart 2008)

 

 

 

 

 

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Thomas Blondeau werd geboren in Poperinge op 21 juni 1978. Zie ook Zie ook alle tags voor Thomas Blondeau op dit blog.

 

Uit: De Barmhartigheid

 

“Hij lag op bed en om zijn angst te beheersen, dacht hij aan een beeld van vroeger. Als kind geloofde hij dat de nacht zich onder het bed verzamelde. Als mensen moe waren, gingen ze op de matras liggen en door hun gewicht vloeide het duister de kamer in. Bedden als sponzen vol met inkt. De mensen waren zwaar van alle gedachten die ze die dag hadden gehad. Dromen persten die gedachten uit, maalden ze fijn en lieten ze wegwaaien. Zo werden de mensen licht en konden de bedden zich weer vol zuigen met nacht. Het licht toonde zich en de mensen konden weer gaan nadenken. Als je overdag onder je bed keek, zag je daar het zwart schuilen. Het was beter om niet onder het bed te kijken.

Maar de herinnering hielp niet. Hij sloeg een kruisteken. En nog één en nog één. En nog drie keer en daarna nog eens. Het hielp niet. Hoorde hij zijn naam?

Hij nam zijn paternoster en draaide die drie keer om zijn penis. Schoof de kraaltjes heen en weer. Het vlees draaide zich vast in de schakels tussen de kraaltjes. Het hielp niet. Hij wist dat hij gezondigd had. Niets gaat ongestraft voorbij. Toen het licht zijn kamer inkroop, zag hij dat de paternoster dieprode vlekken naliet.

Door de verhuizing kwam hij aan als nieuweling in het vierde jaar van de middelbare school. Zijn leeftijdsgenoten hadden hun eigen vriendenkring al gevormd en niemand deed toen ook de moeite die stille te benaderen. De enige waarmee hij soms sprak was Laetitia. Een klein rossig ding met springerige krulletjes. Ze hadden kennisgemaakt omdat ze in dezelfde straat woonden en zo soms samen naar huis fietsten. Ze vond hem een rustige verschijning en zag dat als een aangename afwisseling van het imponeergedrag dat jongens van zijn leeftijd vertonen. Het bevreemdde haar dat hij nooit iets over zichzelf vertelde maar misschien waren hun fietstochtjes daarvoor te kort. Deze korte momenten van aandacht zorgden ervoor dat hij verliefd werd op haar. Voed een hongerige en hij zal je vinger aflikken, nietwaar? Toen hij werd overgeplaatst naar een andere school verloren ze contact met elkaar.”

 

 

 1413659-ee502f6ec7e2d168b041251207422f7d.jpg

Thomas Blondeau (Poperinge, 21 juni 1978)

 

 

 

 

De Canadese dichteres, essayiste en vertaalster Anne Carson werd geboren op 21 juni 1950 in Toronto. Zie ook alle tags voor Anne Carson op dit blog.

 

 

Guillermo’s Sigh Symphony

 

Do you hear sighing.

            Do you wake amid a sigh.

                        Radio sighs AM,

                                    FM.

                                                Shortwave sighs crackle in from the Atlantic.

                        Hot sighs steam in the dawn.

            People kissing stop to sigh then kiss again.

Doctors sigh into wounds and the bloodstream is changed forever.

            Flowers sigh and two noon bees float backwards.

                        Is it doubt.

                                    Is it disappointment.

                                                The world didn’t owe me anything.

                                                            Leaves come sighing in the door.

                                    Bits of girl sigh like men.

                        Forgeries sigh twice.

Balthus sighs and lies about it, claiming it was Byron’s sigh.

            A sigh may come too late.

                        Is it better than screaming.

                                    Give me all your sighs for four or five dollars.

                                                            A sigh is weightless,

                                                yet it may interrupt the broadcast.

                                    Can you abstain.

                        What is that hush that carries itself up each sigh.

            We hunt together the sigh and I,

sport of kings.

                        To want to stop is beyond us.

The more sighs shine the more I’m in trouble—some kind of silvery stuff—

                                                                                    you thought it was the sea?        

 

 

 

 1413659-aa1039ed953b5b38717c9efcc1ef2bd1.jpg

Anne Carson (Toronto, 21 juni 1950)

 

 

 

 

 

De Poolse dichter en essayist Adam Zagajewski werd geboren op 21 juni 1945 in Lwów, het huidige Lviv. Zie ook alle tags voor Adam Zagajewski op dit blog.

 

 

Probeer de verminkte wereld te bezingen.

 

Probeer de verminkte wereld te bezingen.
Denk weer aan de lange junidagen,
aan de rozijnen, de druppels van de rosé.
Aan de distels die de verlaten erven
van ontheemden stelselmatig overwoekerden.

Je moet de verminkte wereld bezingen.
Je hebt sierlijke zeiljachten en schepen gezien;
een ervan had een lange reis voor de boeg,
een ander wachtte slechts het zoute niets.

Je hebt vluchtelingen gezien die nergens heen gingen,
beulen gehoord die een lied van vreugde zongen.
Je moet de verminkte wereld bezingen.

Denk aan de momenten waarop jullie samen
in de witte kamer waren en de vitrage bewoog.
Keer terug naar dat concert, toen de muziek losbrak.

In de herfst verzamelde je eikels in het park
en de bladeren wervelden boven de littekens
van de aarde. Bezing de verminkte wereld
en het grijze veertje, dat een lijster heeft verloren,
en het zachte licht dat dwaalt en verdwijnt
en steeds terugkomt.

 

 

 

In mei

 

Toen ik bij dageraad door het woud wandelde,

in mei, vroeg ik me af waar jullie waren,

zielen van de doden. Waar zijn jullie, jonge

vermisten, waar zijn jullie,

de volledig veranderden?

In het bos heerste grote stilte,

en ik hoorde de groene bladeren dromen,

ik hoorde de droom van de schors waaruit boten,

schepen en zeilen zullen ontstaan.

Dan, langzaam, begonnen de vogels te herleven,

distelvinken, lijsters, merels, verborgen

op balkons van takken, elk in een andere taal,

elk met een andere stem, niets vragend,

zonder bitterheid of spijt.

En ik besefte dat jullie zang zijn,

onvatbaar als muziek, onbegrijpelijk

als muzieknoten, ver verwijderd van ons

zoals wij van onszelf.

 

 

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

 

1413659-be339dbb1b75788041156dd63150cb75.jpg 

Adam Zagajewski (Lwów, 21 juni 1945)

 

 

 

 

 

De Britse schrijver Ian McEwan werd op 21 juni 1948 geboren in de Engelse garnizoensplaats Aldershot. Zie ook alle tags voor Ian McEwan op dit blog.

 

Uit: On Chesil Beach

 

“They were young, educated, and both virgins on this, their wedding night, and they lived in a time when a conversation about sexual difficulties was plainly impossible. But it is never easy. They were sitting down to supper in a tiny room on the second floor of a Georgian inn in

Dorset. In the next room, visible through the open door, was a fourposter bed, rather narrow, whose cover was pure white and stretched startlingly smooth, as though by no human hand. Edward did not mention that he had never stayed in a hotel before, whereas Florence, after many trips as a child with her father, was an old hand. Superficially, they were in fine spirits. Their wedding, at St. Mary’s, Oxford, had gone well; the service had been decorous, the reception jolly, the sendoff from school and college friends raucous and uplifting. Her parents had not condescended to his, as they had feared, and his mother had not significantly misbehaved, or completely forgotten the purpose of the occasion. The couple had driven away in a small car belonging to Florence’s mother and arrived in the early evening at their hotel on the coast in weather that was not perfect for mid-June or the circumstances but was entirely adequate: it was not raining, but nor was it quite warm enough, according to Florence, to eat outside on the terrace, as they had hoped. Edward thought that it was, but, polite to a fault, he would not think of contradicting her on such an evening.”

 

 

 1413659-f1198ca84f8e0abffc930a1eee2f0e19.jpg

Ian McEwan (Aldershot, 21 juni 1948)

 

 

 

 

 

De Israëlische schrijver Alon Hilu werd geboren op 21 juni 1972 in Jaffa. Zie ook alle tags voor Alon Hilu op dit blog.

 

Uit: House of Dajani

 

“It was not long before I procured her agreement, then that of her parents, and we were joined in holy matrimony. My joy knew no bounds. And yet, scarcely a few hours had passed from our time under the wedding canopy when the first hint of Her Ladyship's true nature became apparent. We were standing in the bridal chamber, our first moments alone as man and wife, when I unbuttoned my waistcoat and placed my top hat on the bureau while Her Ladyship remained immobile in her white wedding gown.

"Come, let man rejoice with his wife," I said to her.

"Now is not the hour," said she.

"Do you feel nothing?" I queried.

"I wish to rest awhile," came her response.

She had scarcely finished speaking when, without waiting for the lantern to be extinguished, she began removing her clothing until every last stitch was gone, and then she walked about in her nakedness, her ivory breasts and soft pink nipples taunting my impatient eyes. Her Ladyship prostrated herself in the bed, turned her back to me and fell asleep at once.

On the morrow I drew near her with words of seduction and love, and yet again she was not of a mind to take part in the intimate relations I had intended. True, she was no longer tired or fatigued; rather, the cause was in the psyche. To hear her tell it she was sunk in the despondency of a new bride faced with an act of contrariness and change, with this shift from the impetuous recklessness of life in the singular to that of the conjugal, to be husbanded by a husbanding husband.

In order to avoid causing her grief or, heaven forfend, the famed melancholy of those who place themselves in the stocks of marriage, I suppressed my desire and left her in peace. Silently I told myself that I would wait to see when Her Ladyship's loving passion would awaken and she would come to my bed with reddened cheeks and flaming nipples, her body sweet and dripping juicily.“

 

 

1413659-d1bcf2a2872b09d18f95b34180975465.jpg 

Alon Hilu (Jaffa, 21 juni 1972)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e juni ook mijn blog van 21 juni 2012 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3..

Geschreven door Romenu om 19:22 Reageer op dit bericht

Vikram Seth, Paul Muldoon, Kurt Schwitters, Jean-Claude Izzo, Silke Andrea Schuemmer

De Indische schrijver Vikram Seth werd geboren op 20 juni 1952 in Kolkata. Zie ook alle tags voor Vikram Seth op dit blog.

 

Uit: A Suitable Boy

 

“Lata reflected that of the four brothers and sisters, the only one who hadn't complained of the match had been the sweet-tempered, fair-complexioned, beautiful Savita herself.

'He is a little thin, Ma,' said Lata a bit thoughtlessly. This was putting it mildly. Pran Kapoor, soon to be her brother-in-law, was lank, dark, gangly, and asthmatic.

'Thin? What is thin? Everyone is trying to become thin these days. Even I have had to fast the whole day and it is not good for my diabetes. And if Savita is not complaining, everyone should be happy with him. Arun and Varun are always complaining: why didn't they choose a boy for their sister then? Pran is a good, decent, cultured khatri boy.'

There was no denying that Pran, at thirty, was a good boy, a decent boy, and belonged to the right caste. And, indeed, Lata did like Pran. Oddly enough, she knew him better than her sister did--or, at least, had seen him for longer than her sister had. Lata was studying English at Brahmpur University, and Pran Kapoor was a popular lecturer there. Lata had attended his class on the Elizabethans, while Savita, the bride, had met him for only an hour, and that too in her mother's company.

'And Savita will fatten him up,' added Mrs Rupa Mehra. 'Why are you trying to annoy me when I am so happy? And Pran and Savita will be happy, you will see. They will be happy,' she continued emphatically. 'Thank you, thank you,' she now beamed at those who were coming up to greet her. 'It is so wonderful--the boy of my dreams, and such a good family. The Minister Sahib has been very kind to us. And Savita is so happy. Please eat something, please eat: they have made such delicious gulabjamuns, but owing to my diabetes I cannot eat them even after the ceremonies. I am not even allowed gajak, which is so difficult to resist in winter. But please eat, please eat. I must go in to check what is happening: the time that the pandits have given is coming up, and there is no sign of either bride or groom!' She looked at Lata, frowning. Her younger daughter was going to prove more difficult than her elder, she decided.

'Don't forget what I told you,' she said in an admonitory voice.

'Hmm,' said Lata. 'Ma, your handkerchief's sticking out of your blouse.'

'Oh!' said Mrs Rupa Mehra, worriedly tucking it in. 'And tell Arun to please take his duties seriously. He is just standing there in a corner talking to that Meenakshi and his silly friend from Calcutta. He should see that everyone is drinking and eating properly and having a gala time.'

 

 

1413133-df721a8c2dfea168597e9d5ff1917851.jpg 

Vikram Seth (Kolkata, 20 juni 1952)

 

 

 

 

 

De Ierse dichter en schrijver Paul Muldoon werd geboren in Portadown, County Armagh, in Noord-Ierland op 20 juni 1951, Zie ook alle tags voor Paul Muldoon op dit blog.

 

 

Hedgehog

 

The snail moves like a
Hovercraft, held up by a
Rubber cushion of itself,
Sharing its secret

With the hedgehog. The hedgehog
Shares its secret with no one.
We say, Hedgehog, come out
Of yourself and we will love you.

We mean no harm. We want
Only to listen to what
You have to say. We want
Your answers to our questions.

The hedgehog gives nothing
Away, keeping itself to itself.
We wonder what a hedgehog
Has to hide, why it so distrusts.

We forget the god
under this crown of thorns.
We forget that never again
will a god trust in the world.

 

 

 

 

A Dent

In memory of Michael Allen

The height of one stall at odds with the next in your grandfather's byre
where cattle allowed themselves to speak only at Yule
gave but little sense of why you taught us to admire
the capacity of a three-legged stool

to take pretty much everything in its stride,
even the card-carrying Crow who let out a war-whoop
now your red pencil was poised above my calf-hide
manuscript like a graip above a groop.

The depth of a dent in the flank of your grandfather's cow
from his having leaned his brow
against it morning and night

for twenty years of milking by hand
gave but little sense of how distant is the land
on which you had us set our sights.

 

 

 

 1413133-551ada35903351b2075ff0b5cf386bcd.jpg

Paul Muldoon (Portadown, 20 juni 1951)

 

 

 

 


De Duitse schrijver, dichter en kunstenaar Kurt Schwitters werd geboren op 20 juni 1887 in Hannover. Zie ook alle tags voor Kurt Schwitters op dit blog.

 

Uit: Ursonate (Fragment)

 

Fümms bö wö tää zää Uu,

                                         pögiff,

                                                     kwii Ee.        

Oooooooooooooooooooooooo,  

dll rrrrr beeeee bö

dll rrrrr beeeee bö fümms bö,                                      

     rrrrr beeeee bö fümms bö wö,

             beeeee bö fümms bö wö tää,

                        bö fümms bö wö tää zää,

                             fümms bö wö tää zää Uu:    

           

primera parte:   

tema 1:

Fümms bö wö tää zää Uu,

                                        pögiff,

                                                 Kwii Ee.         

tema 2:

Dedesnn nn rrrrr,

                           Ii Ee,

                                     mpiff tillff too,

                                                              tillll,

                                                                      Jüü Kaa?

 

 

 

 1413133-2aef41c37facf42db8fb63ace12923bd.jpg

Kurt Schwitters (20 juni 1887 – 8 januari 1948)

9 Portretten, Londen, 1944

 




De Franse schrijver Jean-Claude Izzo werd geboren op 20 juni 1945 in Marseille. Zie ook alle tags voor Jean-Claude Izzo op dit blog.

 

Uit: Chouma

 

“Au milieu de la rue Sainte-Françoise, devant le Treize-Coins, un certain José était en train de laver sa voiture, une R 21 aux couleurs de l’O.M. Bleu en bas, blanc en haut. Avec fanion assorti, accroché au rétroviseur, et écharpe des supporters sur la plage arrière. Musique à fond. Les Gipsy Kings, Bamboleo, Djobi Djoba, Amor, Amor… Le Best of.
Sicard, le cantonnier, lui avait ouvert la prise d’eau du caniveau. José avait pour lui, à volonté, toute la flotte de la ville. De temps en temps, il venait jusqu’à la table de Sicard, et s’asseyait pour boire le pastis sans quitter des yeux sa bagnole. Comme si c’était une pièce de collection. Mais peut-être rêvait-il à la pin-up qu’il allait embarquer dedans pour une virée à Cassis. En tout cas, vu le sourire content qu’il affichait, il ne pensait certainement pas à son percepteur. Et il prenait son temps, José.
Ici, au quartier, cela se passait toujours ainsi, quand on voulait laver sa voiture. Les années passaient, et il y avait toujours un Sicard qui offrait l’eau si vous payiez le pastis. Fallait vraiment être un cake de Saint-Giniez pour aller au Lavomatic.
Là, si une autre bagnole arrivait, il lui faudrait attendre que José ait fini. Y compris de passer, lentement, une peut de chamois sur la carrosserie. En espérant qu’un pigeon ne vienne pas chier dessus, juste à cet instant.
Si le conducteur était du Panier, il se prendrait tranquillement l’apéro avec José et Sicard, en parlant du championnat de foot, ironisant, bien sûr, sur les mauvais scores du PSG. Et ils ne pouvaient être que mauvais, même si les Parisiens caracolaient en tête du classement. Si c’était un "touriste", et après quelques coups de klaxon intempestifs, ils pourraient en venir aux mains. Mais c’était rare. Quand on n’est pas du Panier, on ne vient y faire d’engaste. On s’écrase et on prend son mal en patience. Mais aucune voiture ne se présenta et, Loubet et moi, on put manger tranquilles.
Personnellement, je n’avais rien contre les Gipsy Kings.”

 

 

 1413133-23e4d417cf30f5f94f9e20ae49a78c3b.jpg

Jean-Claude Izzo (20 juni 1945 – 26 januari 2000)

 

 

 

 

De Duitse dichteres, schrijfster en kunsthistorica Silke Andrea Schuemmer werd geboren op 20 juni 1973 in Aken. Zie ook alle tags voor Silke Andrea Schuemmer op dit blog.

 

 

Wind

 

II

 

Beim Fingerzeig des Schornsteins
der Antenne und des Walmdachgrats
spukt ein Rauschen um das Haus
Die Verstorbenen der Wetterhahn
die breite Mundart auch
teilen sich die erste Wolkenschicht
Drin schweben selbst die Sagen
die Gerüchte und Versprechungen
die manchmal von den Dächern falln
wie Schindeln oder Mörtelrest
Vor allem aber der Geruch
von Frischgebackenem und Tang
rutscht übers Dach
Es hängt was in der Luft
das als blasser Schatten vor den Leuten geht
Ganze Koffer voll
Einmachgläser und Münder selbst Lungen
tragen die Touristen nach Haus

 

 

 1413133-808b3fbfafc19283ff4d91be09678570.jpg

Silke Andrea Schuemmer (Aken, 20 juni 1973)
Aken, het raadhuis aan de Katschhof


 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e juni ook mijn blog van 20 juni 2011.

Geschreven door Romenu om 19:46 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten