Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 21 juni 2013 tot 22 juni 2013

Nescio, Juliën Holtrigter, Jaap Robben, Willie Verhegghe, Henry Rider Haggard, Erich Maria Remarque, Dan Brown

De Nederlandse schrijver Nescio (pseudoniem van Jan Hendrik Frederik Grönloh) werd geboren in Amsterdam op 22 juni 1882. Zie ook alle tags voor Nescio op dit blog.

 

Uit: De Uitvreter

 

“Die monsters werden weggegooid; die gingen nooit naar de klanten. Toch had ik in die dagen nog gelegenheid om een brief verkeerd in te sluiten. Natuurlijk was 't erg; de man die den brief kreeg mocht niet weten, dat de baas zaken deed met den man waaraan i geschreven was. De boekhouder was totaal van streek. Toen begreep ik, dat ik maar liever heen moest gaan. Ik kreeg een poot van den baas. Ik was zelf ook blij dat ik wegging en heb hem hartelijk de hand geschud. Ik heb gezegd, dat 't me speet, maar dat ik er niets aan doen kon en ik geloof, dat 'k 't meende. Zie je, Koekebakker, dat is handel. Ik ben daarna nog drie weken volontair geweest op een effectenkantoortje, krantjes nakijken met een boek om te zien of de stukken van de klanten waren uitgeloot. Je ergste vijand zal er voor bewaard blijven. Ze moesten me wegdoen. Ik moest daar ook copieeren. Er was geen denken aan, dat ze uit 't copieboek konden wijs worden. Ik zag wel in dat 't zoo niet ging, ik kon er mijn hoofd niet bij houden.

‘Mijn ouwe heer was ten einde raad. Hij hoopt nu, dat 't met de jaren wel beteren zal. Ik weet dat zoo niet. 't Lijkt er nog niet veel op. 'k Heb 't nog veel te goed zoo. Weet je dat Bavink pas een bom duiten heeft gemaakt? Een slootje bij Kortenhoef met een hooibergje en een kalf. Als je blieft.’ En hij haalde zijn portemonnaie voor den dag. ‘Hij puilt van de centen. Koekebakker, jong, hij puilt van de centen. Harde riksjes. Morgen ga ik op reis.’

‘Met Bavink?’ vroeg ik. ‘Neen,’ zei Japi, ‘niet met Bavink, alleen. Ik ga naar Friesland.’ ‘Midden in den winter?’ Japi knikte. ‘Wat doen?’ Hij haalde z'n schouders op. ‘Doen? Niks doen. Jelui kerels zijn zoo akelig wijs: alles moet een reden en een doel hebben. Ik ga naar Friesland, niks doen, nergens om. Zonder reden. Omdat ik er zin in heb.’

Den volgenden avond bracht ik hem weg, in donker naar den sneltrein van zevenen. Hij had een jas zonder knoopen aan, die hem veel te wijd was, een pet op, die hem een eind achter de ooren zakte en aan z'n voeten de nieuwe gele schoenen van Appi. In z'n hand hatti een papieren sigarenpijpje met een reclame. ‘Wacht even’, zei i, toen we al beneden waren. ‘Ik heb nog wat vergeten.’ Even daarna kwam i terug met een vischhengel.

Hij was weinig spraakzaam dien avond. Ik kon niet uit hem krijgen wat hij met dien vischhengel wilde. Onderweg rookte hij in een half uur vier sigaren uit zijn papieren sigarenpijpje, en toen ik aan het portier van hem afscheid nam vroeg hij me of ik niet een beetje tabak voor hem had.”

 

 

 1414011-abed3a4817e0e0b26aed4567335c5953.jpg

Nescio (22 juni 1882 – 25 juli 1961)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Juliën Holtrigter (pseudoniem van Henk van Loenen) werd geboren op 22 juni 1946 in Hilversum. Zie ook alle tags voor Juliën Holtrigter op dit blog.

 

 

ZOMER 

 

Spilzieke zomer: het grote dringen van
mensen, beesten en browsers, van al wat
zich voortplanten wil. Daarbuiten het best
bewaarde geheim van de wereld:
de eindeloosheid en wat daaromheen ijlt. 

Er zal nog het een en ander passeren,
daar kan men donder op zeggen of
vast een boek over schrijven, bladzijden vol
over stranden waar personages zich hevig
vervelen en dingen zeggen als: 

wij zijn de doolhoven door en uiterst bedreven
geraakt in het leven.
Hoe zullen ze later kijken naar ons?
Zijn mensen ooit zo gelukkig geweest? 

 

 

 

Het licht


Wakker geworden.
De blinden zijn dicht maar het licht,
soeverein,
glipt door de kieren naar binnen.

 

Ik stap naar buiten.
Ik ruik het, ga liggen.

 

Springlevend word ik gebalsemd,
gewiegd als een prehistorische koning,
geaaid als een veulen, ik adem.

 

 

 

1414011-14354a4a09f4309d9b62a6fb27770cdf.jpg 

Juliën Holtrigter (Hilversum, 22 juni 1946)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en theatermaker Jaap Robben werd geboren in Oosterhout op 22 juni 1984. Zie ook alle tags voor Jaap Robben op dit blog.

 

 

Kwukel

 

Ik ben niet bijzonder,
daar ben ik aan gewend.

 

Ik kan geen truc
die niemand kent.

 

In de stilte van mijn hoofd
bewaar ik geen geheim
dat mij de moeite maakt.

 

Voor mij bestaat zelfs geen recept
omdat mijn vlees naar lucht en water smaakt.

 

Misschien moet ik maar hopen
dat een mensenhand na duizend jaar
een paar botjes van me vindt en zegt:
'Ik weet niet wat het is geweest,
maar dit was zo te zien
een heel bijzonder beest.'

 

 

 

 

 

Knolletjes sokken

 

Gek dat mensen

sokken gevangen houden

in het donker van hun kasten.

Tot pijnlijk strakke knolletjes gedraaid

in een achterwaartse salto

flik-flak met dubbele knopen

alsof iedereen bang is

dat ze weg willen lopen.

 

Maar sokken

hoef je niet te mishandelen,

want zonder voeten

houden ze niet van wandelen.

 

 

 

1414011-d7a14da82fcfd6a466d6a6d7fb8bb5d3.jpg 

Jaap Robben (Oosterhout, 22 juni 1984)

 



 

 

De Belgische dichter en schrijver Willie Verhegghe werd op 22 juni 1947 te Denderleeuw geboren. Zie ook alle tags voor Willie Verhegghe op dit blog.

 

 

Miguel

 

Heel even maar
dacht ik aan een vlieg
tussen de kaken van een kruisspin
toen je moeder je
heel even maar
kraakte voor je uit haar weggleed:
een astronaut,
een kleine reiziger-met-de-helm-geboren.

 

En, weet je:
door het water in haar ogen
zag ik hoe fijn ze het vond
de kleur van je vlees te zien
en dat wat een jongen van je maakt.

 

Toen je uit mij in haar oversprong
- ‘n kreet, ‘n lange zachte slaap -
zat er een late ekster in de tuin
die toen reeds met zilveren woorden
over jou haar bek niet houden kon.

 

Je veel te hoge hoofd
en veel te gulzig zuigen aan de tepel:
het waren heilige tekens
op deze bijna te zonnige zondag.

 

Het land plooide voor me open
als voor de scharen van een ploeg
toen ik als een man op mijn fiets
naar je pas geboren grootouders toereed
om te zingen dat je er was.

 

Met je haar
en je blauwe ogen
en je bijna vijf kilo.

 

 

 

 1414011-641ead780ff5c70ca0fd3f4ca258c007.jpg

Willie Verhegghe (Denderleeuw, 22 juni 1947)

 

 

 

 

 

De Engelse schrijver Henry Rider Haggard werd geboren in Norfolk op 22 juni 1856. Zie ook alle tags voor Henry Rider Haggard op dit blog.

 

Uit: The Ghost Kings

 

“The afternoon was intensely, terribly hot. Looked at from the high ground where they were encamped above the river, the sea, a mile or two to her right--for this was the coast of Pondo-land--to little Rachel Dove staring at it with sad eyes, seemed an illimitable sheet of stagnant oil. Yet there was no sun, for a grey haze hung like a veil beneath the arch of the sky, so dense and thick that its rays were cut off from the earth which lay below silent and stifled. Tom, the Kaffir driver, had told her that a storm was coming, a father of storms, which would end the great drought.
Therefore he had gone to a kloof in the mountains where the oxen were in charge of the other two native boys--since on this upland there was no pasturage to drive them back to the waggon. For, as he explained to her, in such tempests cattle are apt to take fright and rush away for miles, and without cattle their plight would be even worse than it was at present.

At least this was what Tom said, but Rachel, who had been brought up among natives and understood their mind, knew that his real reason was that he wished to be out of the way when the baby was buried. Kaffirs do not like death, unless it comes by the assegai in war, and Tom, a good creature, had been fond of that baby during its short little life. Well, it was buried now; he had finished digging its resting-place in the hard soil before he went. Rachel, poor child, for she was but fifteen, had borne it to its last bed, and her father had unpacked his surplice from a box, put it on and read the Burial Service over the grave. Afterwards together they had filled in that dry, red earth, and rolled stones on to it, and as there were few flowers at this season of the year, placed a shrivelled branch or two of mimosa upon the stones--the best offering they had to make.”

 

 

 1414011-18df46f11f1713998c309d48d3f45e41.jpg

Henry Rider Haggard (22 juni 1856 - 14 mei 1925)

Portret door John Pittie, 1889

 

 

 

 

De Duitse schrijver Erich Maria Remarque (pseudoniem van Erich Paul Remark) werd geboren op 22 juni 1898. Zie ook alle tags voor Erich Maria Remarque op dit blog.

 

Uit: All Quiet on the Western Front (Vertaald door A. W. Ween)

 

 

“Towards morning, while it is still dark, there is some excitement. Through the entrance rushes in a swarm of fleeing rats that try to storm the walls. Torches light up the confusion. Everyone yells and curses and slaughters. The madness and despair of many hours unloads itself in this outburst. Faces are distorted, arms strike out, the beasts scream; we just stop in time to avoid attacking one another….

Suddenly it howls and flashes terrifically, the dug-out cracks in all its joints under a direct hit, fortunately only a light one that the concrete blocks are able to withstand. It rings metallically, the walls reel, rifles, helmets, earth, mud, and dust fly everywhere. Sulphur fumes pour in.

If we were in one of those light dug-outs that they have been building lately instead of this deeper one, none of us would be alive.

But the effect is bad enough even so. The recruit starts to rave again and two others follow suit. One jumps up and rushes out, we have trouble with the other two. I start after the one who escapes and wonder whether to shoot him in the leg-then it shrieks again, I fling myself down and when I stand up the wall of the trench is plastered with smoking splinters, lumps of flesh, and bits of uniform. I scramble back.

The first recruit seems actually to have gone insane. He butts his head against the wall like a goat. We must try to-night to take him to the rear. Meanwhile we bind him, but in such a way that in case of attack he can be released at once….

Suddenly the nearer explosions cease. The shelling continues but it has lifted and falls behind us, our trench is free. We seize the hand-grenades, pitch them out in front of the dug-out and jump after them. The bombardment has stopped and a heavy barrage now falls behind us. The attack has come.”

 

 

 1414011-aa96931bf22afc084d4d7b0ebd95ff28.jpg

Erich Maria Remarque (22 juni 1898 – 25 september 1970)




De Amerikaanse schrijver Dan Brown werd geboren in Exeter, New Hampshire, op 22 juni 1964. Zie ook alle tags voor Dan Brown op dit blog.

 

Uit: Deception Point

 

“Death, in this forsaken place, could come in countless forms. Geologist Charles Brophy had endured the savage splendor of this terrain for years, and yet nothing could prepare him for a fate as barbarous and unnatural as the one about to befall him.
As Brophy's four huskies pulled his sled of geologic sensing equipment across the tundra, the dogs suddenly slowed, looking skyward.
"What is it, girls?" Brophy asked, stepping off the sled.
Beyond the gathering storm clouds, a twin-rotor transport helicopter arched in low, hugging the glacial peaks with military dexterity.
That's odd, he thought. He never saw helicopters this far north. The aircraft landed fifty yards away, kicking up a stinging spray of granulated snow. His dogs whined, looking wary.
When the chopper doors slid open, two men descended. They were dressed in full-weather whites, armed with rifles, and moved toward Brophy with urgent intent.
"Dr. Brophy?" one called.
The geologist was baffled. "How did you know my name? Who are you?"
"Take out your radio, please."
"I'm sorry?"
"Just do it."
Bewildered, Brophy pulled his radio from his parka.
"We need you to transmit an emergency communiqué. Decrease your radio frequency to 100 kilohertz."
One hundred kilohertz? Brophy felt utterly lost. Nobody can receive anything that low.
"Has there been an accident?"”

 

 

 1414011-b940c6c891243576d61a0d8af3cc9f44.jpg

Dan Brown (Exeter, 22 juni 1964)


Zie voor nog meer schrijvers van de 22e juni ook
mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:51 Reageer op dit bericht

Tadeusz Konwicki, Xavier Grall, Anne Morrow Lindbergh, Johannes Baader, Ida von Hahn-Hahn, Jacques Delille

De Poolse schrijver en regisseur Tadeusz Konwicki werd geboren op 22 juni 1926 in Nowa Wilejka bij Vilnius. Zie ook alle tags voor Tadeusz Konwicki op dit blog.

 

Uit: The Calendar and the Hourglass (Vertaald door Daniel Bourne)

 

“New Year with a Bad Hangover
WHERE TO START? Maybe with the sign of the cross or a magic charm. I'm a superstitious person, and getting more and more so. Only people enjoying prosperity, people on a run of good luck, make fun of superstitions. But the longer one's life, the leaner it becomes. Towards the end it gets more and more necessary to knock on wood, spit three times, to make one's benedictions surreptitiously.
And I'm attempting something here a little absurd. For many years I've stuck to writing a story--that powerful chain that can hold together the most wild and wooly words. Whenever I have been carried away by excessive ambition--and strayed away from stories and started toying around with personal essays or whatever you might call them--each time I've ended up in abject defeat. In light of this, with great superstitious dread, I have continued to latch on to plot, to action and drama. The story leads me like a blind man through the bogs of being a writer.
But it got boring. It's as simple as that. It got boring like a monotonous, automatic action carried out for years, so I thought it might be nice to write something from time to time, from whim to whim and chance to chance. And, as bad luck would have it, my little case of boredom came at a time when fellow novelists and other drudges in this toilsome profession--when hacks everywhere had started to abandon stories on the sly as if they were pushing out ballast no longer of use to anyone, though carried along to who knows where just in case.”

 

 

1414006-5a06f166bf1e60e15f84f8bc7ac5d22f.jpg 

Tadeusz Konwicki (Nowa Wilejka, 22 juni 1926)

 

 

De Franse dichter en schrijver Xavier Grall werd geboren op 22 juni 1930 in Landivisiau (Finistère). Zie ook alle tags voor Xavier Grall op dit blog.

 

Les Déments (Fragment)

 

Par les chemins noirs

De l’Arrée

Où vont-ils les déments ?

Ils poussent des troupeaux souillés

Dans les vallons de tourbes

Et dans leurs caboches molles

Des cloches d’airain cognent

Des glas épouvantables

Et de torrides effrois

 

On les voit les déments du côté de Commana

De Botmeur et de Brasparts

Leur panse pourrie de cidres amers

Et de vinasses violettes

Effrayant les corneilles

Que les épouvantails angoissent

Ils bavent les déments comme des gargouilles

Des jurons fatidiques

Entre de hargneuses malédictions

 

Déments

Démons

Abandonnés

Boulimiques

Ethyliques

Ils traînent leur lourd célibat

Dans les hameaux sans femme

Nulle flamme ne brûle leur coeur

Nulle épouse n’attend leur pas

Ils vont dans leur propre pays

Comme des relégués et des maudits

Leurs guenilles griffées par les ronces

L’œil mi-clos la bouche torve

Ils s’impatientent d’une vie trop longue

Dans la pluvieuse misère des Monts d’Arrée

 

 

 1414006-635b207d454261f930ebcb260c083c04.jpg

Xavier Grall (22 juni 1930 – 11 december 1981)

 

 

De Amerikaanse schrijfster en luchtvaartpionier Anne Morrow Lindbergh werd geboren op 22 juni 1906 inEnglewood, New Jersey. Zie ook alle tags voor Anne Morrow Lindbergh op dit blog.

 

 

Second sowing

 

For whom
The milk ungiven in the breast
When the child is gone?
For whom the love locked up in the heart
That is left alone?
That golden yield
Split sod once, overflowed an August field,
Threshed out in pain upon September's floor,
Now hoarded high in barns, a sterile store.
Break down the bolted door;
Rip open, spread and pour
The grain upon the barren ground
Wherever crack in clod is found.
There is no harvest for the heart alone;
The seed of love must be
Eternally
Resown.

 

 

 

1414006-7d5297a7d4ce3e08d0e31507a3e9b05c.jpg 

Anne Morrow Lindbergh (22 juni 1906 - 7 februari 2001)

In 1956 

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver, dadaïst en architekt Johannes Baader werd geboren op 22 juni 1875 in Stuttgart. Zie ook alle tags voor Johannes Baader op dit blog.

 

 

Fifi

 

Maßreparatur speziell Rahmenarbeit... Fifi legt 16 Eier
in den grünen Rinnstein. Nicht Einstein. 0 du grüner
Rinnstein! Wirst du die 16 Eier ausbrüten? Bitte, bitte,
sagt Fifi.

 

Es ist grüner Dotter in meinen grünen Eiern. Und die
Küken haben grüne Glasaugen.

 

Fifi, warum nimmst du grüne, und nicht rote Grütze ins
Haarwasser?

 

Aber Fifi hört nicht und sieht nicht. Sie denkt immer
noch an den Rinnstein und seine grünen Glotzaugen.

 

Was hast du für einen großen Mund, süßer Rinnstein!
Meine Küken werden Schlagsahne essen. Ich, Fifi,
werde sie kochen. Grün kochen. Es ist alles grün, was
gelb ist. Fifi ist blau vor Freude.

 

Werde doch blau, grüner Rinnstein! Meine Küken
wollen lieber blau fressen.

 

Fifi ist verrückt geworden. Fifi will nur noch grüne
Küken braten. Fifi.

 

Maßreparatur, speziell Rahmenarbeit, singt Fifi und pfeift dazu
mit ihren blaugeränderten Fußnägeln. Fifis grüne Blauaugen
blitzen gelb durch den resedablanken Rinnstein.

 

Fifi will sich Stiefel anmessen auf der Nord-Südbahn.
Fifi kauft braune Billets für ihre 16 roten Küken und
geht die Strecke ab. 400 Millionen kostet die Nordsüd-
bahn und früher nur 32. Fifi nimmt den grünen Rinn-
stein unter den Arm, setzt sich ins Gras und singt das
graue Lied von der Nordsüdbahn:

 

O Fifi soda, fifi, fifi, fifi, ffa, ffa. O Fifi soda, fifi, fifi,
ffa, ffi, ffa, fifi, ffa, fifi, ffa.
Komm, grüner Rinnstein, setz dich in die Nordsüdbahn.
Und dann verschieben wir meine 16 Küken: eines für
siebzehn, eines für fünfzehn, eines für vierzehn Milliarden
rote Grütze.

 

 

 1414006-20b68160e58ed1e3a403134ce11c4d87.jpg

Johannes Baader (22 juni 1875 – 15 januari 1955)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Ida von Hahn-Hahn werd geboren op 22 juni 1805 in Tressow (Schlingendorf). Zie ook alle tags voor Ida von Hahn-Hahn op dit blog.

 

 

Leben und Lieben

 

Die Blitze, sie zucken vom Himmel herab,

Die Stürme umtoben ein einsames Grab,

Und drunten im Grabe schläft friedlich und tief

Ein Herz, das das Leben zu Schmerzen berief.

 

Wol ward es getroffen von Angst und von Pein,

Doch nimmer gebrochen durch diese allein;

Das Glück, welches Andern der Lebensbaum trägt,

Es hat dieses Herz in das Grab hingelegt.

 

Und was nicht gelungen dem Haß und dem Neid,

Die Liebe hat früh es dem Tode geweiht.

Mit "Leben und Lieben" – dem Wonnegebet -

Hat es sich ein Grab und den Frieden erfleht.

 

 

 

In der Ferne

 

Im Gebirg' du, ich am Meere,

Nur vereint durch Sehnsuchtglut,

Fühlen wir des Schicksals Schwere,

Die als Trennung auf uns ruht.

 

Wie auch Wald und Wellen rauschen,

Harmonieenreich ist's nicht,

Sinn und Seele mag nur lauschen,

Wenn die liebste Stimme spricht.

 

Mag Gebirg' und Woge prangen,

Schön von Sonn' und Mond ummalt, -

Ach, der Blick wird nur gefangen,

Wenn ins Aug' das Auge stralt.

 

Wellen ruhen, Berge schimmern

Träum'risch, wie in stiller Lust,

Und der Hoffnung Sterne flimmern

Tröstung in die heiße Brust.

 

 

 1414006-7c47e8c95fb3a8d87a1ee6202efe8576.jpg

Ida von Hahn-Hahn (22 juni 1805 – 12 januari 1880)

 

 

 

 

 

De Franse dichter Jacques Delille werd geboren op 22 juni 1738 in Clermont-Ferrand. Zie ook alle tags voor Jacques Delille op dit blog.

 

 

Les jardins (Fragment)

 

Il est des soins plus doux, un art plus enchanteur.
C'est peu de charmer l'oeil, il faut parler au coeur.
Avez-vous donc connu ces rapports invisibles
Des corps inanimés et des êtres sensibles ?
Avez-vous entendu des eaux, des prés, des bois,
La muette éloquence et la secrète voix ?
Rendez-nous ces effets. Que du riant au sombre,
Du noble au gracieux, les passages sans nombre
M'intéressent toujours. Simple et grand, fort et doux,
Unissez tous les tons pour plaire à tous les goûts
Là, que le peintre vienne enrichir sa palette ;
Que l'inspiration y trouble le poète ;
Que le sage du calme y goûte les douceurs ;
L'heureux, ses souvenirs ; le malheureux, ses pleurs.

Mais l'audace est commune, et le bon sens est rare.
Au lieu d'être piquant, souvent on est bizarre.
Gardez que, mal unis, ces effets différents
Ne forment qu'un chaos de traits incohérents.
Les contradictions ne sont pas des contrastes.

D'ailleurs, à ces tableaux il faut des toiles vastes.
N'allez pas resserrer dans des cadres étroits,
Des rivières, des lacs, des montagnes, des bois.
On rit de ces jardins, absurde parodie
Des traits que jette en grand la nature hardie ;
Où l'art, invraisemblable à la fois et grossier,
Enferme en un arpent un pays tout entier.

 

 

 1414006-07be1ba0c8203f25bb70b1acdb354a75.jpg

Jacques Delille (22 juni 1738 – 1 mei 1813)

Geschreven door Romenu om 13:38 Reageer op dit bericht

Ed Leeflang, Thomas Blondeau, Anne Carson, Adam Zagajewski, Ian McEwan, Alon Hilu

De Nederlandse dichter Ed Leeflang werd geboren op 21 juni 1929 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Ed Leeflang op dit blog.

 

 

Hij is prins

 

Hij is prins, hij wil geen onderdanen,
want zij zullen allen in elk geval prinsen zijn:
prins verkoper, prins bloemist,
prins huisvrouw en prins dode.

Zijn wenkbrouw spreekt,
zijn ogen vragen en op
zijn tafel staan de staatsgeheimen
van de dagen.

Kwetsbare prinsen onder elkaar
- met moeders als een tv-serie
zo benauwend vasthoudend -
iedereen wordt een wezen.

Er is geen vrouwlijkheid in deze klas,
er is slechts hoffelijkheid en hoogheid
en hevigheid van schrijven en van lezen.
Wie 's morgens binnenkomt is
een vereerde gast.

 

 

 

 

Botlopen

 

We zetten zwinnen in de zandplaat af
met warnetten en joegen stapvoets bot
en schol op, vingen emmers vol.

De kotter op de drooggevallen vlakte
hing scheef, de eerste stilte scheen
te dalen uit de zon, een oever was
er niet.

Uit water waren wij getild, samen
met gesloten schelpen, om tenminste
één keer haast te weten hoe het is: te
zijn gestrand en toch te overleven.

Twee of drie uur zou de eb ons hier
nog dulden. Dan niet meer.
Genoeg om te onthouden dat wij het
onbetwiste midden waren van de ruimte,
die wij opgelucht en nietsontziend
bevisten.

 

 

 

 

Duinen

 

Zoals altijd is er een dierenspoor.
Er staan gewone brem, slangenkruid,
ossetong en koekoeksbloemen. Sommige
konijnen begonnen een hol, maar
groeven niet door.

In de spaarbekkens hangt het water;
je zou er munten in kunnen gooien
als in het bassin van een fontein.

Bast is van jonge bomen afgeknaagd.
Zie toch hoe de dag werkelijk wentelt
en er van alles uit de tijd valt, ritselend,
hoe schelpen gaan, knerpend, hoe niemand
meer opraapt, hoe niemand meer ergens
naar vraagt, hoe de wind heengaat:
zonder geest te zijn wat hij afrukt
verwerpend.

 

 

 

1413659-7bfed2661e4301d2ed4d077f28a1eee2.jpg 

Ed Leeflang (21 juni 1929 – 17 maart 2008)

 

 

 

 

 

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Thomas Blondeau werd geboren in Poperinge op 21 juni 1978. Zie ook Zie ook alle tags voor Thomas Blondeau op dit blog.

 

Uit: De Barmhartigheid

 

“Hij lag op bed en om zijn angst te beheersen, dacht hij aan een beeld van vroeger. Als kind geloofde hij dat de nacht zich onder het bed verzamelde. Als mensen moe waren, gingen ze op de matras liggen en door hun gewicht vloeide het duister de kamer in. Bedden als sponzen vol met inkt. De mensen waren zwaar van alle gedachten die ze die dag hadden gehad. Dromen persten die gedachten uit, maalden ze fijn en lieten ze wegwaaien. Zo werden de mensen licht en konden de bedden zich weer vol zuigen met nacht. Het licht toonde zich en de mensen konden weer gaan nadenken. Als je overdag onder je bed keek, zag je daar het zwart schuilen. Het was beter om niet onder het bed te kijken.

Maar de herinnering hielp niet. Hij sloeg een kruisteken. En nog één en nog één. En nog drie keer en daarna nog eens. Het hielp niet. Hoorde hij zijn naam?

Hij nam zijn paternoster en draaide die drie keer om zijn penis. Schoof de kraaltjes heen en weer. Het vlees draaide zich vast in de schakels tussen de kraaltjes. Het hielp niet. Hij wist dat hij gezondigd had. Niets gaat ongestraft voorbij. Toen het licht zijn kamer inkroop, zag hij dat de paternoster dieprode vlekken naliet.

Door de verhuizing kwam hij aan als nieuweling in het vierde jaar van de middelbare school. Zijn leeftijdsgenoten hadden hun eigen vriendenkring al gevormd en niemand deed toen ook de moeite die stille te benaderen. De enige waarmee hij soms sprak was Laetitia. Een klein rossig ding met springerige krulletjes. Ze hadden kennisgemaakt omdat ze in dezelfde straat woonden en zo soms samen naar huis fietsten. Ze vond hem een rustige verschijning en zag dat als een aangename afwisseling van het imponeergedrag dat jongens van zijn leeftijd vertonen. Het bevreemdde haar dat hij nooit iets over zichzelf vertelde maar misschien waren hun fietstochtjes daarvoor te kort. Deze korte momenten van aandacht zorgden ervoor dat hij verliefd werd op haar. Voed een hongerige en hij zal je vinger aflikken, nietwaar? Toen hij werd overgeplaatst naar een andere school verloren ze contact met elkaar.”

 

 

 1413659-ee502f6ec7e2d168b041251207422f7d.jpg

Thomas Blondeau (Poperinge, 21 juni 1978)

 

 

 

 

De Canadese dichteres, essayiste en vertaalster Anne Carson werd geboren op 21 juni 1950 in Toronto. Zie ook alle tags voor Anne Carson op dit blog.

 

 

Guillermo’s Sigh Symphony

 

Do you hear sighing.

            Do you wake amid a sigh.

                        Radio sighs AM,

                                    FM.

                                                Shortwave sighs crackle in from the Atlantic.

                        Hot sighs steam in the dawn.

            People kissing stop to sigh then kiss again.

Doctors sigh into wounds and the bloodstream is changed forever.

            Flowers sigh and two noon bees float backwards.

                        Is it doubt.

                                    Is it disappointment.

                                                The world didn’t owe me anything.

                                                            Leaves come sighing in the door.

                                    Bits of girl sigh like men.

                        Forgeries sigh twice.

Balthus sighs and lies about it, claiming it was Byron’s sigh.

            A sigh may come too late.

                        Is it better than screaming.

                                    Give me all your sighs for four or five dollars.

                                                            A sigh is weightless,

                                                yet it may interrupt the broadcast.

                                    Can you abstain.

                        What is that hush that carries itself up each sigh.

            We hunt together the sigh and I,

sport of kings.

                        To want to stop is beyond us.

The more sighs shine the more I’m in trouble—some kind of silvery stuff—

                                                                                    you thought it was the sea?        

 

 

 

 1413659-aa1039ed953b5b38717c9efcc1ef2bd1.jpg

Anne Carson (Toronto, 21 juni 1950)

 

 

 

 

 

De Poolse dichter en essayist Adam Zagajewski werd geboren op 21 juni 1945 in Lwów, het huidige Lviv. Zie ook alle tags voor Adam Zagajewski op dit blog.

 

 

Probeer de verminkte wereld te bezingen.

 

Probeer de verminkte wereld te bezingen.
Denk weer aan de lange junidagen,
aan de rozijnen, de druppels van de rosé.
Aan de distels die de verlaten erven
van ontheemden stelselmatig overwoekerden.

Je moet de verminkte wereld bezingen.
Je hebt sierlijke zeiljachten en schepen gezien;
een ervan had een lange reis voor de boeg,
een ander wachtte slechts het zoute niets.

Je hebt vluchtelingen gezien die nergens heen gingen,
beulen gehoord die een lied van vreugde zongen.
Je moet de verminkte wereld bezingen.

Denk aan de momenten waarop jullie samen
in de witte kamer waren en de vitrage bewoog.
Keer terug naar dat concert, toen de muziek losbrak.

In de herfst verzamelde je eikels in het park
en de bladeren wervelden boven de littekens
van de aarde. Bezing de verminkte wereld
en het grijze veertje, dat een lijster heeft verloren,
en het zachte licht dat dwaalt en verdwijnt
en steeds terugkomt.

 

 

 

In mei

 

Toen ik bij dageraad door het woud wandelde,

in mei, vroeg ik me af waar jullie waren,

zielen van de doden. Waar zijn jullie, jonge

vermisten, waar zijn jullie,

de volledig veranderden?

In het bos heerste grote stilte,

en ik hoorde de groene bladeren dromen,

ik hoorde de droom van de schors waaruit boten,

schepen en zeilen zullen ontstaan.

Dan, langzaam, begonnen de vogels te herleven,

distelvinken, lijsters, merels, verborgen

op balkons van takken, elk in een andere taal,

elk met een andere stem, niets vragend,

zonder bitterheid of spijt.

En ik besefte dat jullie zang zijn,

onvatbaar als muziek, onbegrijpelijk

als muzieknoten, ver verwijderd van ons

zoals wij van onszelf.

 

 

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

 

1413659-be339dbb1b75788041156dd63150cb75.jpg 

Adam Zagajewski (Lwów, 21 juni 1945)

 

 

 

 

 

De Britse schrijver Ian McEwan werd op 21 juni 1948 geboren in de Engelse garnizoensplaats Aldershot. Zie ook alle tags voor Ian McEwan op dit blog.

 

Uit: On Chesil Beach

 

“They were young, educated, and both virgins on this, their wedding night, and they lived in a time when a conversation about sexual difficulties was plainly impossible. But it is never easy. They were sitting down to supper in a tiny room on the second floor of a Georgian inn in

Dorset. In the next room, visible through the open door, was a fourposter bed, rather narrow, whose cover was pure white and stretched startlingly smooth, as though by no human hand. Edward did not mention that he had never stayed in a hotel before, whereas Florence, after many trips as a child with her father, was an old hand. Superficially, they were in fine spirits. Their wedding, at St. Mary’s, Oxford, had gone well; the service had been decorous, the reception jolly, the sendoff from school and college friends raucous and uplifting. Her parents had not condescended to his, as they had feared, and his mother had not significantly misbehaved, or completely forgotten the purpose of the occasion. The couple had driven away in a small car belonging to Florence’s mother and arrived in the early evening at their hotel on the coast in weather that was not perfect for mid-June or the circumstances but was entirely adequate: it was not raining, but nor was it quite warm enough, according to Florence, to eat outside on the terrace, as they had hoped. Edward thought that it was, but, polite to a fault, he would not think of contradicting her on such an evening.”

 

 

 1413659-f1198ca84f8e0abffc930a1eee2f0e19.jpg

Ian McEwan (Aldershot, 21 juni 1948)

 

 

 

 

 

De Israëlische schrijver Alon Hilu werd geboren op 21 juni 1972 in Jaffa. Zie ook alle tags voor Alon Hilu op dit blog.

 

Uit: House of Dajani

 

“It was not long before I procured her agreement, then that of her parents, and we were joined in holy matrimony. My joy knew no bounds. And yet, scarcely a few hours had passed from our time under the wedding canopy when the first hint of Her Ladyship's true nature became apparent. We were standing in the bridal chamber, our first moments alone as man and wife, when I unbuttoned my waistcoat and placed my top hat on the bureau while Her Ladyship remained immobile in her white wedding gown.

"Come, let man rejoice with his wife," I said to her.

"Now is not the hour," said she.

"Do you feel nothing?" I queried.

"I wish to rest awhile," came her response.

She had scarcely finished speaking when, without waiting for the lantern to be extinguished, she began removing her clothing until every last stitch was gone, and then she walked about in her nakedness, her ivory breasts and soft pink nipples taunting my impatient eyes. Her Ladyship prostrated herself in the bed, turned her back to me and fell asleep at once.

On the morrow I drew near her with words of seduction and love, and yet again she was not of a mind to take part in the intimate relations I had intended. True, she was no longer tired or fatigued; rather, the cause was in the psyche. To hear her tell it she was sunk in the despondency of a new bride faced with an act of contrariness and change, with this shift from the impetuous recklessness of life in the singular to that of the conjugal, to be husbanded by a husbanding husband.

In order to avoid causing her grief or, heaven forfend, the famed melancholy of those who place themselves in the stocks of marriage, I suppressed my desire and left her in peace. Silently I told myself that I would wait to see when Her Ladyship's loving passion would awaken and she would come to my bed with reddened cheeks and flaming nipples, her body sweet and dripping juicily.“

 

 

1413659-d1bcf2a2872b09d18f95b34180975465.jpg 

Alon Hilu (Jaffa, 21 juni 1972)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e juni ook mijn blog van 21 juni 2012 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3..

Geschreven door Romenu om 19:22 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten