Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 19 juli 2013 tot 20 juli 2013

Hans Lodeizen, Uwe Johnson, Henk Hofland, Simin Behbahāni

De Nederlandse dichter Hans Lodeizen werd geboren op 20 juli 1924 in Naarden. Zie ook mijn blog van 20 juli 2010 en eveneens alle tags voor Hans Lodeizen op dit blog.

 

 

ANGST

 

Een spin holt in de lente
angst is de veer van het horloge
het is bijna tijd.

Dan, dan: o kinderen
van de overspelige moeder,
je gescheiden papa
leeft in het huis naar links.
maak je nagels schoon
de omroeper zegt:
het is lente.

angst voor wat?
De wolken zijn een gerafelde sok
van God.

o lentegeuren!

 

 

 

Weeekend in Metropolis

 

Zo dikwijls als ik over de lange
populierenlanen liep zacht zingend,
denkend aan de avond haar witte
plaveisel waar ik gestorven ben. -

als ik je weerzie ben je toch een ander
ik ken je je blijft niet lang bij iemand
in steeds andere spiegels behaagt het je
steeds andere mensen te zien steeds jezelf.

nu heb ik je niet langer
weet je het je bent dood
ik heb je gevonden hijgend
over de daken van Metropolis.

 

 

 

Voor jou

 

1

 

voor jou

als ik je ooit zal tegenkomen

of als ik nooit in je hart

zal wachten op een brand van kussen

 

voor jou

 

ik zal de ring van trouw bewaken

ik zal de zon openhouden

ik zal de nacht strelen

 

voor jou zal ik de waardigheid

van de mens op aarde zichtbaar maken

en mijn bed zal wit zijn

voor jou zal ik wachten. 

 

 

 

1429432-ca0e44b51198b658d7e0534d4e9e5ad9.jpg 

Hans Lodeizen (20 juli 1924 - 26 juli 1950)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Uwe Johnson werd geboren op 20 juli 1934 in Cammin (tegenwoordig Kamień Pomorski, Polen). Zie ook alle tags voor Uwe Johnson op dit blog.

 

Uit: Mutmaßungen über Jakob

 

“ Deswegen waren sie ja so aufgeregt. Wenn sie auch gleich wieder Worte gefunden haben von tragischem Unglücksfall und Verdienste beim Aufbau des Sozialismus und ehrendes Andenken bewahren: der sich das aus den Fingern gesogen hat weiss es gewiss besser, wär schon einer. Frag doch mal auf diesem ganzen verdammten Bahnhof ob einer jetzt noch im November Ausreiseerlaubnis nach Westdeutschland gekriegt hat, und Jakob ist am selben Morgen erst mit einem Interzonenzug zurückgekommen. Denk dir mal bei wem er war.
- Cresspahl, wenn du den kennst. Der hat eine Tochter. Mein Vater war achtundsechzig Jahre alt in diesem Herbst und lebte allein in dem Wind, der grau und rauh vom Meer ins Land einfiel hinweg über ihn und sein Haus Heinrich Cresspahl war ein mächtiger breiter Mann von schweren langsamen Bewegungen, sein Kopf war ein verwitterter alter Turm unter kurzen grauen scheitellosen Haaren. Seine Frau war tot seit achtzehn Jahren, er entbehrte seine Tochter. In seiner Werkstatt stand wenig Arbeit an den Wänden, er hatte das Schild seines Handwerks schon lange von der Haustür genommen. Gelegentlich für das Landesmuseum besserte er kostbare Möbel aus und für Leute die sich seinen Namen weitersagten. Er ging viel über Land in Manchesterzeug und langen Stiefeln, da suchte er nach alten Truhen und Bauernschränken. Manchmal hielten Pferdefuhrwerke vor seinem Haus mit Stücken, die ihm hineingetragen wurden; später kamen Autos aus den grossen Städten und fuhren das sattbraune kunstreich gefügte Holz mit den stumpf glänzenden Zierbeschlägen davon in die Fremde. So erhielt er sein Leben. Steuererklärung in Ordnung, Bankkonto bescheiden passend zu den Ausgaben in einer abgelegenen kleinen Stadt, kein Verdacht auf ungesetzliche Einkünfte.“

 

 

 1429432-ac27531967edbed8819c8fc77416c06b.jpg

Uwe Johnson (20 juli 1934 – 24 februari 1984)

Beeld door Wieland Förster in Güstrow

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver, journalist, commentator, essayist en columnist Henk Hofland werd geboren in Rotterdam op 20 juli 1927. Zie ook alle tags voor Henk Hofland op dit blog.

 

Uit: Van zazou tot provo

 

“Wie spreekt er nu nog over zazous? Ze zijn totaal vergeten, maar toch hebben ze jarenlang voor grote verontrusting onder de pedagogen gezorgd. Het best zijn ze beschreven door Malaparte in De huid:

‘Zazous waren excentrieke jongelieden tussen de zeventien en de twintig, opvallend gekleed, met golfschoenen, nauwe tot het scheenbeen reikende broekspijpen, een overmatig lang jasje en een overhemd met een hoog nauw boord. Ze droegen hun haar lang, tot in hun nek en het geheel deed herinneren aan Marie Antoinette. De zazous verschenen voor het eerst in 1940 hier en daar in Parijs in de buurt van de Place Victor Hugo. In een bar aan dit plein hadden ze hun hoofdkwartier. Vervolgens werden ze in dichte drommen waargenomen aan de Rive Gauche en in de bars in de buurt van St. Germain des Prés. Maar de voorkeur bleken ze toch te geven aan Muette en de Champs Elysées.

Over het algemeen kwamen ze uit welgestelde burgermilieus en op het eerste gezicht lieten de zorgen die de meeste Fransen somber stemden, hen koud. Ze toonden geen buitengewone belangstelling voor kunst of litteratuur of sport en vooral niet voor de politiek, als men tenminste de smerigheid uit die tijd politiek wil noemen. Voor alles wat onder de term flirt wordt samengevat, waren ze onverschillig, hoewel ze in gezelschap waren, of liever, meisjes in hun gevolg hadden die op soortgelijke excentrieke manier gekleed waren - in een lange blouse en een rok die tot even boven de knieën reikte. In openbare gelegenheden spraken ze nooit luid, maar steeds met gedempte stem, bijna fluisterend, en hun gesprekken gingen altijd over de film, minder over de sterren dan over de regisseurs en de films op zichzelf. Hun middagen brachten ze door in de bioscoop, en in de donkere zalen hoorde men hun zacht gefluister en de korte keelgeluiden waarmee ze elkaar aanriepen.”

 

 

1429432-552faa5d9fcdad4f1390e03e133a7c2e.jpg 

Henk Hofland (Rotterdam, 20 juli 1927)

 

 

 

 

 

De Iraanse dichteres en schrijfster Simin Behbahāni werd geboren in Teheran op 20 juli 1927. Zie ook alle tags voor Simin Behbahāni op dit blog.

 

 

Ancient Eve

 

Love at Eighty?

Admit it: it’s bizarre.

Ancient Eve is, once again

offering apples:

red lips and golden tresses.

Beautiful,

but not divine.

If my face has color

it’s just makeup, a deceit.

But in my chest a heart

beats its wings wild with desire,

every seventy of its heartbeats

multiplied by two.

Love and shame and my body

warm with lust. I burn

with fever, a fever

past any physician’s cure.

But at my side is bliss,

my lover

kind and faithful

and as long as he is here

I dwell in heaven.

I can’t breathe a word;

my mouth’s sealed

shut with your kisses,

their tongues of flame.

Oh, my thirsty lover!

Look at my happy fortune:

You, I, us tonight.

with a wine so delightful

where’s the room for restraint?

Adam! Come see the spectacle.

Leave behind your denial and conceits

and watch as the Eve of eighty

rivals the twenty-year-old she.

 

 

 

Vertaald door Aria Fani en Adeeba Talukder

 

 

 

 1429432-5712a0f8e748392fd59fda0f172ccb14.jpg

Simin Behbahāni (Teheran, 20 juli 1927)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e juli ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:16 Reageer op dit bericht

Francesco Petrarca, Maurice Gilliams, Erik Axel Karlfeldt, Cormac McCarthy

De Italiaanse dichter en schrijver Francesco Petrarca werd geboren in Arezzo op 20 juli 1304. Zie ook alle tags voor Francesco Petrarca op dit blog.

 

 

Erhabne Flamme, mehr als schöne, schön

 

Erhabne Flamme, mehr als schöne, schön,
zu der der Himmel neigte so unstreitig,
daß er beschloß, sie, ach für mich zu zeitig,
zu dem ihr gleichen Sterne zu erhöhn.

 

Jetzt erst erwach ich und gewahr, wie sie
zu meinem Besten jenen Wünschen wehrte,
da sie der Glut, die Jugend noch vermehrte,
ihr Antlitz süß zugleich und trügend lieh.

 

Ihr dank ich, ihrem Rat und Augenmerk;
wie machte sie mit sanftestem Verachten
in meinem Brand das eigne Heil mir dringend.

 

Durch Künste, welche würdge Früchte brachten,
war Zunge hier und Braue dort am Werk,
ich Ruhm auf sie, sie in mich Tugend bringend.

 

 

 

Vertaald door Rainer Maria Rilke

 

 

 

Am Tag', als rings die Strahlen sich der Sonnen

 

Am Tag', als rings die Strahlen sich der Sonnen,

Dem Schöpfer trauernd, trübten in den Höhen,

Ward ich umgarnt, und eh' ich mich's versehen,

Hielt euer Auge, Donna, mich umsponnen;

 

Und weil ich nicht in solcher Zeit gesonnen,

Den Kampf mit Amors Pfeilen zu bestehen,

Ging arglos ich; so haben meine Wehen

Im allgemeinen Trauern bald begonnen.

 

Es fand mich Amor gänzlich sonder Wehre,

Den Weg zum Herzen durch die Augen offen,

Durch deren Pforten Thränen viel gezogen;

 

Drum bringt es ihm auch, dünkt mich, wenig Ehre,

Daß er mich Nackten mit dem Pfeil getroffen,

Euch, der Bewehrten, kaum gezeigt den Bogen.

 

 

 

Vertaald door Carl Förster

 

 

 1429430-c560da269b0816e9bd79c108c3d10080.jpg

Francesco Petrarca (20 juli 1304 – 19 juli 1374)

Casa di Francesco Petrarca, Laura en de Dichter

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Maurice Gilliams werd geboren in Antwerpen op 20 juli 1900. Zie ook alle tags voor Maurice Gilliams op dit blog.

 

 

Wolvin en wolf in ‘t winters ledikant

 

Wolvin en wolf in ‘t winters ledikant
als het gehuil des harten krimpt tot fluistren:
uit de angsten ranken namen op in ‘t duister
met in hun wijn de bloedsmaak van het lam.

 

Als in de tijd van de ouders zijn de nachten,
op ‘t huis gestapeld drukt het tempelpuin;
en waar een lichtstraat door een schaduw suist
bederft de waan tot schimmel op de wanden.

 

‘t Gedroomde kinderhandje slaapt in ons;
zijn polsje klopt gelijk in nood de borst
der vogels die men treurig vrij moet laten.

 

Samen, onder de vlag van ‘t beddelaken,
als na een veldslag zijn wij opgebaard.
Maria’s hand rust op mijn grauwend haar.

 

 

 

Het bruidje

 

De bruiloftgasten lieten hen alleen.
Hij heeft haar blonde hand
in zijn donkre hand genomen.
De kamer in het schemerlicht der maan,
het ordeloze maal, de bekers en de bloemen,
de stoelen rond de dis verspreid;
en buiten, waar de weeldrigheid der bomen
ruist en vol sidderende vogels is
- alle schatten die de feestelijke weemoed toebehoren
schenken deze nacht zijn onvergankelijke faam.
Hij beeft van innigheid en zucht haar naam
terwijl zijn armen om haar schouders komen.
Zij draagt de rijkdom die haar zwaar beklemt,
denkt aan de maan die op het bed
haar ranke straal reeds heeft geschoten.
En lang, terwijl haar lijf van tederheid ontstelt,
heeft zij haar man aanschouwd;
en uit vervaarlijkheid in het geluk gekomen,
schuilt haar maagdelijke onnozelheid
bij zijn ontfermen en zijn mededogen.

 

 

 

1429430-2814ed576e2a3d1b7be6ce0107cd673b.jpg 

Maurice Gilliams (20 juli 1900 – 18 oktober 1982)

 

 

 

 

 

De Zweedse dichter Erik Axel Karlfeldt werd geboren op 20 juli 1864 in Folkärna. Zie ook alle tags voor Erik Axel Karlfeldt op dit blog.

 

 

The rhyme smith

 

Now, coarsely wrought iron from my thoughts’ own smithy,

my sledge shall test the utmost you can bear.

I know your chain’s links snap, that this is risky,

but likewise know there’s honest steel in there.

From my home mine and slash-burnt acres’ clamour

I gained my iron and charcoal for the fire,

I gripped – as once each sweetheart’s waist – my hammer

and fanned my forge’s flames with keen desire.

 

How bright the anvil’s song when dusk was swelling,

in evening coolness when my youth’s sun set!

The clanging, how it spread! From farm and dwelling

with chiming youthful voices it was met.

But out of sight, alone, hard iron unfurling,

toiled with great zest the half-apprenticed bard

and smiled at all the hot flakes round him whirling,

though many a spark his pitted skin still scarred.

 

 

 

Vertaald door John Irons

 

 

 

Komm, singen wir...

 

Komm, singen wir, an mir soll es nicht fehlen,
auch du hast was auf Lager, wie ich sehe-
tönt es auch falsch aus rostig alten Kehlen,
Ein Frühlingslied klingt schön selbst von der Krähe.
Und streift hier über mittagheißes Land
ein Mädchen, übermütig, rank und rund,
so lächeln wir über der Hecke Rand,
wir trieben´s früher beide ziemlich bunt.

 

 

 

1429430-76332035fee4b1eac8f68698da6f9c75.jpg 

Erik Axel Karlfeldt (20 juli 1864 – 8 april 1931)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Cormac McCarthy werd geboren op 20 juli 1933 in Providence, Rhode Island. Zie ook alle tags voor Cormac McCarthy op dit blog.

 

Uit: Cities of The Plain

 

“Can I ask you somethin? said John Grady.

Ask it.

How old were you when you got married?

I was never married. Never found anybody that'd have me.

He looked at John Grady.

Margaret was my brother's girl. Him and his wife both was carried off in the influenza epidemic in nineteen and eighteen.

I didnt know that.

She never really knowed her parents. She was just a baby. Well, five. Where's your coat at?

I'm all right.

I was in Fort Collins Colorado at the time. They sent for me. I shipped my horses and come back on the train with em. Dont catch cold out here now.

No sir. I wont. I aint cold.

I had ever motivation in the world but I never could find one I thought would suit Margaret.

One what?

Wife. One wife. We finally just give it up. Probably a mistake. I dont know. Socorro pretty much raised her. She spoke better spanish than Socorro did. It's just awful hard. It liked to of killed Socorro. She still aint right. I dont expect she ever will be.

Yessir.

We tried ever way in the world to spoil her rotten but it didnt take. I dont know why she turned out the way she did. It's just a miracle I guess you could say. I dont take no credit for it, I'll tell you that.

Yessir.

Look yonder. The old man nodded toward the moon.

What?

You cant see em now. Wait a minute. No. They're gone.”

 

 

 1429430-71c7d901f00f1f77f9de829676c0a9b6.jpg

Cormac McCarthy (Providence, 20 juli 1933)

Geschreven door Romenu om 14:12 Reageer op dit bericht

Pavel Kohout, Lotte Ingrisch, Elfriede Kern, Thomas Berger, Thomas Lovell Beddoes

De Tsjechische schrijver Pavel Kohout werd geboren op 20 juli 1928 in Praag in wat toen nog Tsjecho-Slowakije werd genoemd. Zie ook alle tags voor Pavel Kohout op dit blog.

 

Uit: The Widow Killer (Vertaald door Neil Bernel)

 

“Thunder, mused Chief Inspector Buback, in February? It was over before he knew it. A large aerial bomb, he realized, and it had fallen uncomfortably close by.

    The building of the Prague Gestapo, where Buback worked as liaison officer for the Reich's criminal police office, swayed wildly for what seemed like an eternity, but did not collapse. The proverbial quiet followed the storm; time stopped. Eventually sirens began to wail, and the officers and secretaries trooped down to the shelter.

    He stared, motionless, at the two faces on his desk.

    Buback disliked the shelter, in the basement of the old Petschke Bank. Some of its safes had been converted into cells; he'd heard a good interrogation there helped political prisoners remember all sorts of forgotten details. So he stayed upstairs, thunderstruck: the blast and the shaking had brought Hilde and Heidi back to life.

    Their framed picture had traveled with him throughout the war. The offices changed, as did the cities and countries, but everywhere they had smiled radiantly at him, older and younger versions of a quiet, soothing loveliness. He conducted meetings and interrogations as they gazed at him from that final peacetime summer on the Isle of Sylt; for the most part he barely noticed them. But not an hour went by without Buback remembering in a flash of joy that they were alive.

    They had been on his desk last year in Antwerp as men in other departments prepared for the retreat by burning documents in the courtyard. He had sneezed as the pungent smoke tickled his nose, and for a moment he did not understand the voice on the telephone telling him that both of them were dead. The smiles in the picture still glowed inside him; they flatly contradicted what he heard. Then the official from Berlin headquarters read him the police report.”

   

 

1429427-af7e31150814deefe32b81ffa886ad89.jpg 

Pavel Kohout (Praag, 20 juli 1928)

 

 

 



De Oostenrijkse schrijfster
Lotte Ingrisch (geb. Charlotte Gruber) werd geboren op 20 juli 1930 in Wenen. Zie ook alle tags voor Lotte Ingrisch op dit blog.

 

Uit: Die doppelte Lotte

 

„Vielleicht habe ich ein Rätsel gelöst. Ein Geheimnis erraten. Ich wiederhole, vielleicht. Aber wenn, wird es Ihr Leben verändern.

Ich bin alt. Die nach mir kommen, sollen forschen, rechnen, experimentieren. Meine privaten Theorien wissenschaftlich bestätigen oder widerlegen. Wenn sie aber bestätigt werden ...

Begleiten Sie mich auf meiner Entdeckungsreise. Sie war verblüffend, erschreckend und fast immer komisch. Ich hab mich gewundert, mich gefürchtet, aber viel gelacht. Ich lache gern und wünsche mir, dass Sie es bei der Lektüre auch tun. Schrecken und Komik liegen so nah beieinander.

Materialisten behaupten, dass es nur Materie gibt. Sie berufen sich auf ihre nicht gemachten Erfahrungen, was an einen Maulwurf erinnert, der die Milchstraße leugnet. Der Ärmste, er kann sie nicht sehen. Im Gegensatz zu ihnen erkläre ich aufgrund gemachter Erfahrungen den Kosmos der Maulwürfe für ein Hirngespinst von Blinden. Sinnlos, sich an ihm orientieren zu wollen.

Im Namen der Milchstraße berichte ich von Erfahrungen, welche die Existenz von Doppelgängern und parallelen Universen dokumentieren. Dazu eine kleine Einführung:

Der Doppelgänger ist eine Person, die so ausschaut wie, zum Beispiel, Sie – obwohl Sie es gar nicht sind. Doppel- gänger sind aus allen Zeiten und Kulturen bekannt. Sie haben viele Namen. Ob feinstofflicher, siderischer, astraler, Äther- oder Hauchkörper – ich nenne ihn am liebsten Quantenleib. Teilchenkörper und Quantenleib sind Erscheinungen unserer Doppelnatur. Wir sind sowohl materiell als auch immateriell, was nicht erschreckend, sondern ein Segen ist.“

 

 

 1429427-0b9a24d828f47d689b0588424af24433.jpg

Lotte Ingrisch (Wenen, 20 juli 1930)





De Oostenrijkse schrijfster Elfriede Kern werd geboren op 20 juli 1950 in Bruck an der Mur. Zie ook alle tags voor Elfriede Kern op dit blog.

 

Uit: Kopfstücke

 

„Man täuscht sich da oft, hat die Frau gesagt, ohne Säge ist nicht viel zu machen, das könnte in ein Gemetzel ausarten, und dazu möchte ich mich eigentlich nicht hergeben. Wenn es nicht sauber und einigermaßen schmerzlos gemacht werden kann, dürfen Sie auf meine Hilfe nicht zählen. Ich bin verzweifelt. Es ist ganz ausgeschlossen, daß ich hier im Zug irgendwo eine Säge auftreibe. Säge oder Axt, hat die Frau gesagt, beides ist möglich. Auch eine Axt wird sich hier im Zug nicht finden, sie weiß das genausogut wie ich. Dann ist also alles umsonst gewesen, hab ich gesagt, Yolande hat umsonst so tapfer durchgehalten und kann mir mit Recht den Vorwurf machen, daß ich ihr Bein ganz unnötig aufs Spiel gesetzt habe. Sie beobachtet uns die ganze Zeit, hat die Frau gesagt und an mir vorbei ins Abteil geschaut, sie schöpft Verdacht, wenn wir noch lange hier draußen stehenbleiben.“

 

 

 1429427-aa5f9bc4f63eddb43e119e2bfd99fa79.jpg

Elfriede Kern (Bruck an der Mur, 20 juli 1950)

Bruck an der Mur

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Thomas Louis Berger werd geboren op 20 juli 1924 in Cincinnati, Ohio. Zie ook alle tags voor Thomas Berger op dit blog.

 

Uit: Best Friends

 

“Such terms made Roy uncomfortable, and he himself never used them. "I'm trying to tell you there's no boffer or boffee. There's just your humble servant and another self-commanded person. Sometimes we're lovers and sometimes not."
"Lovers?" Sam gestured with his own stein, which he had long since emptied and was politely waiting to refill at Roy's convenience. "See, that's what I don't get. The sex I can understand better than what you call love. How can one-night stands, even with the same partner for a week or two, be love?"

Sam would never understand that for Roy, making love could be a three-second meeting of the eyes with a woman in the window of a passing bus. At the same time, Roy still loved all the women with whom he had ever had intimate relations, a sizable company if not as multitudinous as Sam imagined, though no account was actually kept. Roy liked to think a great many of his former partners shared the feeling, though he knew not all did. There were of course those who felt rejected, even betrayed, when it was he who brought it to an end, and not even all of those who took the initiative in terminating the affair could forgive him for sincerely agreeing with their decision.
Roy tried to recognize his own inadequacies, though more than one of the women he had frequented disparaged his sort of self-criticism as being actually an insidious form of conceit. But there were those who found it attractive in a man forthrightly to admit his flaws without using such an admission as a pretext for an array of attention-demanding excuses. Roy would readily apologize, but he rarely explained. There were those who saw that as a kind of honesty all too uncommon in the male sex. Not all women want to be lied to, as Roy would tell the ones he thought might agree, and he was right often enough.”

 

 

 1429427-413c63eb70a3965a1189781900dda2a9.jpg

Thomas Berger (Cincinnati, 20 juli 1924)

Cincinnati

 

 

 

 


De Engelse dichter
Thomas Lovell Beddoes werd geboren op 20 juli 1803 in Clifton. Zie ook alle tags voor Thomas Lovell Beddoes dit blog.

 

 

Song On The Water

 

As mad sexton's bell, tolling
For earth's loveliest daughter
Night's dumbness breaks rolling
Ghostily:
So our boat breaks the water
Witchingly.

As her look the dream troubles
Of her tearful-eyed lover,
So our sails in the bubbles
Ghostily
Are mirrored, and hover
Moonily.

 

 

 

To Night

 

So thou art come again, old black-winged night,
Like an huge bird, between us and the sun,
Hiding, with out-stretched form, the genial light;
And still, beneath thine icy bosom's dun
And cloudy plumage, hatching fog-breathed blight
And embryo storms, and crabbéd frosts, that shun
Day's warm caress. The owls from ivied loop
Are shrieking homage, as thou cowerest high;
Like sable crow pausing in eager stoop
On the dim world thou gluttest thy clouded eye,
Silently waiting latest time's fell whoop,
When thou shalt quit thine eyrie in the sky,
To pounce upon the world with eager claw,
And tomb time, death, and substance in thy maw.

 

 

 1429427-3bf35ddf0594ae1b72e077ea6b74a072.jpg

Thomas Lovell Beddoes (20 juli 1803 – 26 januari 1849)

Portret door Rosalind Bliss, 2007
Geschreven door Romenu om 14:09 Reageer op dit bericht

Mart Smeets, Anna Enquist, Gottfried Keller, Miltos Sachtouris, Jean-Pierre Faye, Hermann Bahr


Bij de Tour de France

 

 

 

 1428975-7fd298fd255f4ab8b51f8decbae9647f.jpg

Team Radio Shack in actie in 2010, in het midden L. A.

 

 

 

Uit: Onmacht, dat is het… (column)

“Als er iets vervelend is aan de laatste etappe van de Tour…
Nu kreeg het deze lading mee en kreeg het alle aandacht van de wereld.
Met een staartje natuurlijk.
De boete van de grove (??) overtreding van Team Radio Shack zal door de UCI op de rekening van het Zwitserse kankerfonds worden overgemaakt.
Go figure, wat een ontstellende hypocrieten.
Regels dienen soms overtreden te worden om diep bij ons mensen hun weerslag te krijgen. Dit was zo’n moment dat het niemand pijn deed, dat het waardig en ook nog leuk en zonder poeha werd uitgevoerd en wat doet de scheidsrechter?
Hij pakt een donkergele kaart.
Hij weet niet beter. Hij hanteert de regels.
De regels van de ongevoeligen, van de nitwits, van de schoonmakers, van de lege hoofden. Gevoelloze wezens, op sterk water staande medeburgers, dat zijn het.
Dit was nou zo’n moment, dat door de vingers zien een ‘must” was. Voor 102 kilometer lang.
Regelgevers en beschermers daarvan zijn toch soms zo meelijwekkende mensen. Ik kan er niets aan doen, maar ben het van harte met Johan Bruyneel eens.
Die sprak in een tweet over hersenloze wezens.
Dat is niet aardig gesteld, maar dekt de lading volledig.
Maar, dacht ik, L.A. was nu bijna Voltooid Verleden Tijd en dan kon hij, in zijn finale kilometers toch nog even goed gepakt worden.
Dan werd er tenslotte toch duidelijk wie het echt voor het zeggen had.
Een actie, misschien wel schalks en uiteraard onaangekondigd, voor een zeer nobel doel, werd dan toch nog inzet van het moordende machtspel dat zich altijd al in de contouren van de Ronde van Frankrijk afspeelt.
Dat laatste is, als je er goed over nadenkt, zo intens triest.”

 

 

 

 1428975-88600090f8021529aea103e4926df102.jpg

Mart Smeets (Arnhem, 11 januari 1947)





 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anna Enquist werd geboren op 19 juli 1945 in Amsterdam als Christa Boer. Zie ook mijn blog van 19 juli 2010 en eveneens alle tags voor Anna Enquist op dit blog.

 

 

Vanuit de keuken

Voor L.

Mijn zilverharige vriendin en ik
zijn als twee grote appelbomen
steviger en heerlijker dan ooit in bloei,
voor de bongerd gerooid wordt.

Wanneer wij elkaar spreken, bijvoorbeeld
over het best-bewaarde damesgeheim
aller tijden, of over hoe wij ons
voegen naar de wet van de wereld,

almaar, en waarom, zegt zij mij:
wij zijn bang voor onze eigen kracht.
En inderdaad, met vreugdevolle
en opbolderende angst zeil ik daarna

de trap af: welke onderneming zal ik
nu eens gaan oprichten, welke harde
waarheid beschrijven; en ga ik, immers
in vlam, die oorlog eens voeren?

 

 

 

Tamboer

 

We horen hem wel, de tamboer in de verte,
maar luisteren niet. De maat van zijn stokken
bepaalt onze stappen. Ook nu. Verwijlen

wil ik bij een wals van vroeger, een dans,
kind op de arm. Het spant ondraaglijk
tussen toen en vandaag. Aan de mars valt niet

te ontkomen. Woedend doe ik een greep
in de muziekdoos van het geheugen, waar
haar te vinden voor ik omval? Maar kijk,

de trommelaar brengt ons het kleinkind,
verlokt ons tot een nieuw lied, zadelt ons op
met de laatste vreugde voor de eindstreep.

 

 

 

 

Voor hobo en piano

 

Zij heeft het riet in huis gehaald, waar altijd
met een zweem van streling, snaren klonken. Zij
wil niet als de klarinet behagen, niet verlokken
als de fluit. Zij stelt. Zo eenzaam heb ik haar
als meisje nooit gehoord. Met haar oprecht en
puur geluid blaast zij zich daaglijks verder weg.
Wat nu? Ik bied haar fluisterende tegenstemmen
op het aangetast gebit van mijn klavier, ik vang
mijn grote kind nog in een uitgerekt accoord
maar ga haar toevertrouwen aan de tegenwind.

 

 

 

 1428975-49eda4a359f79a136acd39e5df616c5f.jpg

Anna Enquist (Amsterdam, 19 juli 1945)

 

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver Gottfried Keller werd geboren in Zürich op 19 juli 1819. Zie ook alle tags voor Gottfried Keller op dit blog.

 

Uit: Der grüne Heinrich

„Das Dorf zählt kaum zweitausend Bewohner, von welchen je ein paar hundert den gleichen Namen führen; aber höchstens zwanzig bis dreißig von diesen pflegen sich Vetter zu nennen, weil die Erinnerungen selten bis zum Urgroßvater hinaufsteigen. Aus der unergründlichen Tiefe der Zeiten an das Tageslicht gestiegen, sonnen sich diese Menschen darin, so gut es gehen will, rühren sich und wehren sich ihrer Haut, um wohl oder wehe wieder in der Dunkelheit zu verschwinden, wenn ihre Zeit gekommen ist. Wenn sie ihre Nasen in die Hand nehmen, so sind sie sattsam überzeugt, daß sie eine ununterbrochene Reihe von zweiunddreißig Ahnen besitzen müssen, und anstatt dem natürlichen Zusammenhange derselben nachzuspüren, sind sie vielmehr bemüht, die Kette ihrerseits nicht ausgehen zu lassen. So kommt es, daß sie alle möglichen Sagen und wunderlichen Geschichten ihrer Gegend mit der größten Genauigkeit erzählen können, ohne zu wissen, wie es zugegangen ist, daß der Großvater die Großmutter nahm. Alle Tugenden glaubt jeder selbst zu besitzen, wenigstens diejenigen, welche nach seiner Lebensweise für ihn wirkliche Tugenden sind, und was die Missetaten betrifft, so hat der Bauer so gut Ursache wie der Herr, die seiner Väter in Vergessenheit begraben zu wünschen; denn er ist zuweilen trotz seines Hochmutes auch nur ein Mensch.

Ein großes rundes Gebiet von Feld und Wald bildet ein reiches unverwüstliches Vermögen der Bewohner. Dieser Reichtum blieb sich von jeher so ziemlich gleich; wenn auch hie und da eine Braut einen Teil verschleppt, so unternehmen die jungen Burschen dafür häufige Raubzüge bis auf acht Stunden weit und sorgen für hinlänglichen Ersatz, sowie dafür, daß die Gemütsanlagen und körperlichen Physiognomien der Gemeinde die gehörige Mannigfaltigkeit bewahren, und sie entwickeln hierin eine tiefere und gelehrtere Einsicht für ein frisches Fortgedeihen als manche reiche Patrizier- oder Handelsstadt und als die europäischen Fürstengeschlechter.“

 

 

 1428975-ed5da7b9d5b60ce82a92de5dbc5ba4da.jpg

Gottfried Keller (19 juli 1819 – 15 juli 1890)

Pasteltekening door Ludmilla Assing, 1854

 

 

 

 

 

De Griekse dichter Miltos Sachtouris of Miltos Sahtouris werd geboren in Athene op 19 juli 1919. Zie ook alle tags voor Miltos Sachtouris op dit blog.

 

 

MARIA

 

Pensive Maria
removed her stockings

From her body came
voices of others
of a soldier who spoke like a bird
of a sick person who’d died of sheep’s pains
and the cries of Maria’s baby niece
that had been born those very days

Maria wept wept
now Maria laughed
she spread her arms at night
remained with her legs apart

Then her eyes darkened
black black blurry they darkened

The radio played
Maria wept
Maria wept
the radio played

Then Maria
slowly opened her arms
she began to fly
around the room

 

 

 

 1428975-af4426bf2cbe627957d6dc3d34cf6810.jpg

Miltos Sachtouris (19 juli 1919 – 29 maart 2005)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver en filosoof Jean-Pierre Faye werd geboren in Parijs op 19 juli 1925. Zie ook alle tags voor Jean-Pierre Faye op dit blog.

 

Uit: La bulle, le cycle, l’avenir

 

« Chaque vague innovationnelle induit la suivante : la machine à vapeur de Watt qui actionnait le renvideur des filatures de textiles, va se transformer en locomotive sur rail. Le règne des transports ferroviaires se métamorphose en réseaux automobiles. L’étincelle de l’électricité prend le vol informatique de l’internet, – mais c’est la “bulle internet” qui a donné en l’an 2000, une décennie d’avance, le signal de l’explosion financière en cours.

– Sommes-nous donc au fond du trou creusé par un IVe “cycle de Kondratieff” ? Ce n’est point hasard s’il est annoncé par “l’éclatement de la bulle spéculative sur les valeurs Internet”, innovation technique étincelante, s’il en fut. La chute des valeurs du Nasdaq en mars 2000 précède en effet – et provoque, par le jeu bancaire des taux d’intérêts relevés – la lourde déprime des ‘subprimes’, et sa suite. En France une “boule spéculative” nommée Messier – celui-ci avait justement le nom d’une galaxie – marque durement ce moment, qui précède d’une décennie et suscite de loin l’orage de Septembre 2008.

Faut-il relire le millier de pages où Schumpeter explore la mécanique ondulatoire de l’économie mondiale ? Cette description était donc une ‘vieille lune’ pour les économistes sérieux, durant les trente années “glorieuses”. Elle nous décrit aujourd’hui sans doute ce qui se passe – aujourd’hui. Pour tenter de faire comprendre ce qui a lieu, à travers les fantasmes divers de ce que Schumpeter nomme sobrement la “création de crédit”, par les jeux bancaires, – lui-même décrit curieusement ceux-ci comme les ‘équivalents’ de ce que voulait être alors en Russie soviétique le “Gosplan”, le “Plan d’Etat” soviétique : machine apparemment plus claire, plus rationnelle…”

 

 

 1428975-effd80590cba1410b94f669c63eec841.jpg

Jean-Pierre Faye (Parijs, 19 July 1925)

 

 

 

 

De Oostenrijkse toneelschrijver, romanschrijver, essayist, tijdschriftuitgever, journalist, theaterregisseur, dramaturg en theater-, kunst- en cultuurcriticus Hermann Bahr werd geboren op 19 juli 1863 in Linz. Zie ook alle tags voor Hermann Bahr op dit blog.

 

Uit: Trost in Goethe

 

„Nun bot mir Stadtrat Goeritz, der Leiter des Vereins, in dem ich immer spreche, das letzte Mal an, mich jetzt einmal über die neueste Kunst auszulassen; über Expressionismus, Kubismus, Futurismus. Goeritz, der selbst einen ganz entschiedenen Geschmack, ein ganz zuverlässiges Kunstgefühl hat, sich also sicher weiß, kann es sich erlauben, auf alles einzugehen, ohne Angst, dadurch verwirrt zu werden. Und seine Leute stehen in einer starken Überlieferung so fest, daß er auch für sie nichts zu fürchten hat; die bläst so bald kein Wind um, woher er auch kommen mag. Den Stadtrat scheint's eher zu freuen, wenn er sie von Zeit zu Zeit einmal gehörig aufschütteln und zerzausen kann. Es ist ein gut versicherter Menschenschlag, dem man getrost zumuten darf, was ungewissen Geistern vielleicht gefährlich würde. Sie haben einen vortrefflichen Magen, sie werden auch den Futurismus verdauen! Und mein Goeritz hält darauf, seine Stadt mit allem zu versehen, was gut und teuer ist; es soll keiner erst nach Berlin fahren müssen, um das Neueste zu haben. So sprach er mir Mut zu, mich ja nicht zu schonen, und ich sah seinen munteren klugen Augen das Vergnügen an, einen solchen Sauerteig an mir zu haben. Als ich ihm aber zugesagt hatte, fiel es schwer auf mich, denn ich mußte ja jetzt vor allem erst einmal darüber nachdenken, wie ich denn eigentlich selbst vom Expressionismus denke. Mit dem Impressionismus bin ich aufgewachsen. Ich war Impressionist, bevor ich einen kannte. Wenn ich mich dann für den Impressionismus schlug, war es für mein eigenes Leben. Und als ich ihn nun plötzlich aber nicht mehr von den Alten, sondern von einer neuen Jugend bedroht sah, das mahnte mich daran, daß es Abend für uns wird. Ich schloß daraus zunächst nur, es sei Zeit, daß ich mit Anstand alt werden lerne. Die mit mir jung gewesen waren, wollten das aber nicht, und es verdroß mich, sie gegen die Jugend nun selbst wieder genau so töricht und ungerecht zu sehen, wie vor dreißig Jahren die Alten gegen uns. Ich schämte mich für uns alle.“

 

 

 1428975-76d5a591c01645cf011fb4a163af87be.jpg

Hermann Bahr (19 juli 1863 - 15 januari 1934)
Portret door Ferry Bératon, 1893

 

 

 


Zie voor de schrijvers van de 19e juli ook
mijn blog van 19 juli 2011 deel 1 en ook deel 2 eneveneens deel 3

Geschreven door Romenu om 16:51 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten