Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 26 augustus 2013 tot 27 augustus 2013

Tom Lanoye, Jeanette Winterson, Lolita Pille, Lernert Engelberts, Kristien Hemmerechts, David Rowbotham

De Belgische dichter en schrijver Tom Lanoye werd geboren te Sint-Niklaas op 27 augustus 1958. Zie ook mijn blog van 27 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Tom Lanoye op dit blog.

 

Uit: Het derde huwelijk

 

“Waarschijnlijk heeft zijn bezitter hier lang staan wachten op klandizie, heeft hij de inwendige mens proberen te versterken met een zakje borrelnootjes, en heeft hij een opkomende kriebel bedwongen door met zijn eethand eens flink aan zijn zak te scharten.
Op zich begrijpelijk ? maar stel nu eens dat ik allergisch was geweest voor noten? Dan lag ik nu schuimbekkend achterover op mijn rug te stuiptrekken, vermoord of toch minstens in coma door een scrotum met notensmaak. Je mag van de immer oprukkende civilisatie zeggen wat je wilt, maar de mogelijkheden om volstrekt surrealistisch aan je eind te komen nemen exponentieel toe.’

(…)

 

Het gaat om Tamara. Dit kan ik haar niet aandoen.
En zelfs dat is het niet. Ik wil haar dit niet aandoen.
Nee, het ligt nog anders. Ik wil het ook zelf niet. Ik heb dit niet meer nodig. Als ik na dit avontuur ooit nog zin krijg in scharrels, kan ik altijd nog in een of ander park opnieuw op mijn knieën gaan zitten. Maar ik neem niemand nog in huis. Behalve Tamara. Zij is iets anders. Onze band is, zeg maar, puur. En ik ben gesteld geraakt op haar. Ik wil haar trouwdag niet verknallen. Haar entree. Haar redding.

(…)

 

Ik zou wel kunnen schreien, soms. Maar zo wil ik me niet ook nog eens zien zitten. Het is al gênant genoeg, met al dat schransen, en dat tv kijken, en de rest. Laat het schreien maar over aan wie dáár talent voor heeft. Er zijn er genoeg. Het klagen neem ik wel voor mijn rekening. Klagen zonder janken. Een mens moet zich toeleggen op waar hij goed in is. Klagen en medicijnen slikken. Lijden en aarzelen.”

 

 

 1448877-13488682d7835ef90811cce8e5314a9c.jpg

Tom Lanoye (Sint-Niklaas, 27 augustus 1958)

 

 

 

 

 

De Britse schrijfster Jeanette Winterson werd geboren in Manchester op 27 augustus 1959. Zie ook mijn blog van 27 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Jeanette Winterson op dit blog.

 

Uit: The Daylight Gate

 

“The pedlar John Law was taking a short cut through that nick of Pendle  Forest they call Boggart’s Hole. The afternoon was too warm for the time  of year and he was hot in his winter clothes. He had to hurry. Already the  light was  thinning. Soon it would be dusk; the liminal hour  – the Daylight  Gate. He did not want to step through the light into whatever lay beyond

the light.

His pack was bulky and his feet were sore. He slipped and put out his  hand to save himself, but he sank wrist to elbow to knees into a brown  bubbling mud, thick under the surface of the spongy moss. He was a heavy  man. As he struggled to get up he saw the witch Alizon Device standing in  front of him.

She was wheedling, smiling, flouncing her skirt. She wanted pins from  his pack:  Kiss me, fat pedlar.  He didn’t want to kiss her. He wouldn’t give her pins. He heard the first owl. He must get away.

He pushed her roughly. She fell. She grabbed his leg to steady herself.  He kicked her away. She hit her head.

He ran.

She cursed him. ‘FAT PEDLAR! CATCH HIM, FANCY, BITE FLESH TO  BONE.’

He heard a dog snarling. He couldn’t see it. Her Familiar . . . it must be.

The Devil had given her a spirit in the shape of a dog she called Fancy.

He ran. Stepping out of the furze another woman blocked his path. She  held a dead lamb in her arms. He knew her: Alizon’s grand-dam. Old Demdike.”

 


1448877-a73460df955c93d03d977c3e3c3223fa.JPG
Jeanette Winterson (Manchester, 27 augustus 1959)

 

 

 


De Franse schrijfster Lolita Pille werd geboren op 27 augustus 1982 in Sèvres. Zie ook mijn blog van 27 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Lolita Pille op dit blog.

 

Uit: Pradasüchtig (Vertaald door Gaby Wurster)

 

» Ich bin eine Luxusschlampe. Eine von denen, die ihr unerträglich findet, eine von der schlimmsten Sorte...
Ich bin besser gekleidet als die Geliebte eures Chefs. Wenn ihr in einem angesagten Laden bedient oder in einer Edelboutique jobbt, wünscht ihr mir und meinesgleichen die Pest an den Hals. Aber man schlachtet nicht die Gans, die goldene Eier legt. Und außerdem wächst und gedeiht meine arrogante Mischpoke bestens...
Ich bin das schillernde Symbol dafür, wie recht Marx doch hatte, ich bin der Inbegriff aller Privilegien und all der verlockenden Reize des Kapitalismus. Als würdige Nachfahrin aller Damen von Welt verbringe ich mehr Zeit im Nagelstudio oder auf der Sonnenbank, vor den Schaufenstern....,als ihr bei der Arbeit, um für euren popligen Lebensunterhalt aufzukommen.
Ich bin ein hundertprozentiges Produkt der Think Pink Generation. Mein Credo: Sei schön und konsumiere.

(…)

 

"Ich bin viel zu jung, um bereits derart desillusioniert zu sein, die Künstlichkeit der Gefühle finde ich zum Kotzen. Was man Liebe nennt, ist nur ein beruhigendes Alibi für die Verbindung eines Perversen mit einem Flittchen, Liebe ist nur der rosa Schleier, der die häßliche Fratze der unentrinnbaren Einsamkeit bedeckt. [...] Die Liebe. Mehr hat man nicht gefunden, um die postkoitale Depression zu verfremden, um die Hurerei zu rechtfertigen, um den Orgasmus zu sichern."

 

 

 1448877-3373b819b58f91623e3fef8982089ab1.jpg

Lolita Pille (Sèvres, 27 augustus 1982)

Cover 

 

 

 

 


De Nederlandse dichter en schrijver
Lernert Engelberts werd geboren op 27 augustus 1977 in Leerdam. Zie ook mijn blog van 27 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Lernert Engelbert op dit blog.

 

 

Uitgangspunt

 

Je bent jaren van huis geweest

en als je de auto in de straat

waar je woonde stilzet blijkt

alles te zijn zoals bij je vertrek.

 

De tuin rond het huis heeft

niet stilgestaan; hij is in de hoogte

gegroeid, maar de bomen staan

nog steeds op hun plaats.

 

De trage slakken van ontwikkeling

begroeten je bij de deur;

het doet je pijn ze in dezelfde kleren

te zien, het doet je pijn de geur van toen

in de hal te ruiken.

 

Weer aan de ontbijttafel gezeten

luister je naar wat de met rimpels omrande

monden te zeggen hebben:

 

‘De kaas is op.’

‘Er ligt nog wel een stuk in de koelkast’.

 

Verontrust kijk je rond. Gelukkig,

je kunt door het open raam naar buiten

vluchten wanneer je wilt.

 

Wat ben je veranderd, zegt ze als jullie

met thee en taart in de tuin zitten.

Verontrust vraag je je af: waarom jullie niet?

 

 

 

 1448877-d7f4254d722de817f0ee3c3ab0b19397.jpg

Lernert Engelberts (Leerdam, 27 augustus 1977)



 

 

De Belgische schrijfster Kristien Hemmerechts werd geboren in Brussel op 27 augustus 1955. Zie ook mijn blog van 27 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Kristien Hemmerechts op dit blog.

 

Uit: Bruidsjurk

 

‘Beweeg jij nu,’ zegt hij.

‘Hoe?’ vraag ik om tijd te winnen.

‘Je weet hoe.’

Natuurlijk weet ik hoe. Vraag is of ik hem wil laten zien hoe. Of ik wil dat hij ziet hoe ik mij verlies. Zijn lichaam blijft roerloos boven het mijne, wacht af. Waarop steunt hij, flitst het door mijn hoofd. Knieën natuurlijk, en een elleboog. Hij is niet de man die ligt op een vrouw. Hij is niet het gewicht dat beukt en ramt. Hij zal niets ondernemen tot ik gevolg heb gegeven aan zijn verzoek. Ik beweeg.

 Drie uur later spreek ik af met de man onder wiens lichaam ik jaren een bergplaats vond.

‘Je ziet er moe uit,’ zegt hij. ‘Je zou moeten slapen 's nachts.’ Dit is de concurrentieslag die ons beiden gaande houdt, die ons kleren doet kopen, vrienden uitnodigen, vakanties plannen. We stellen het om ter best, vertellen we elkaar, maar ik weet beter en hij speurt naar tekenen van verval. Bezorgdheid, zo beweert hij, is wat hem drijft - hij zou niet willen dat het met mij bergafwaarts gaat - maar ik geloof hem niet. Leedvermaak is het, verlangen naar gerechtigheid, of gewoon verlangen naar een nobele rol voor zichzelf. ‘Nadat iedereen de gevallen vrouw in de steek had gelaten vond zij troost en bescherming bij de man die ze ooit lichtzinnig had verlaten.’ Hij vertelt me telkens opnieuw over een kennis van ons die me gezien heeft op straat en me eerst niet herkende omdat - zo zei de man - ik zo verouderd was.

‘Larie,’ zeg ik, ‘ik heb die man in geen eeuwigheid gezien.’

‘Jij hebt hem niet gezien maar hij heeft jou gezien en hij vond jou er oud uitzien.’

Maar wanneer ik mijn haar laat knippen bij de duurste kapper van de stad en in een week tijd drie paar nieuwe schoenen koop, wil hij weten waar ik het geld vandaan haal en of ik alleen nog voor uiterlijkheden leef. Verzuim ik een enkele keer me op te maken, dan concludeert hij dat ik me laat gaan. ‘Hoe kom jij plots aan al dat grijze haar?’ vraagt hij. Liever grijs dan kaal, denk ik en tel in de spiegel twee, drie, hooguit vier grijze haren. Wie verft er nu haar haar wegens een handvol grijs? Trouwens, grijs kan gedistingeerd zijn. Ik teken voor een witgrijze kop.”

 

 

 1448877-6315dfcc8413d20e169a1ab2bb2f13c6.jpg

Kristien Hemmerechts (Brussel, 27 augustus 1955)

 

 

 

 

De Australische dichter, schrijver en journalist David Rowbotham werd geboren in Toowoomba.in de Darling Downs van Queensland op 27 augustus 1924. Zie ook mijn blog van 27 augustus 2010 en eveneens alle tags voor David Rowbotham op dit blog.

 

Uit: The Man In The Jungle

 

“Early morning rose in the forest, drab grey whispering into dark green.

It rose like a cloud gathering itself from the jungle floor, smokily, the night smouldering out beneath it to give it its emergence in a sunless mist of muggy warmth, and soundlessness. The bush creatures, if awakened, were sleepily lying in.

At first there was only the slow, soft seething of water moving in fern-walled streams, or dropping down from the soaked summits of the trees on to rocks and leaves among roots and undergrowth. Then vines and bushes seemed to breathe and stir and, in stirring, seemed to take on strange forms because of the creeping coils and carpets of mist that they met and moulded.

To Morden, as he opened his eyes in a haziness, this insinuation of the dawnlight came as a sort of hesitating restoration. He was faintly aware of uneasy movements, and of a spot of dull pain in his nose; but all that counted for the moment was the tranquillity, the peace to which he grew out of his unconsciousness. It was as though a misty quality of new light, a new dawn, had grown with him out of a black past that he could not remember.

He did, however, remember and recognise the jungle. He heard its water on the rocks and leaves and he breathed its steaminess; but now his lassitude seemed to protect him from his surroundings, just as it prevented him from remembering what had gone before, what had led to his annihilation. He would have to remember soon. In the meantime: rest, laziness, and the touch of dawn…and voices?”

 

 

1448877-abe06ec00efd9c76dabc17778c13d48b.jpeg 

David Rowbotham (Toowoomba, 27 augustus 1924)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e augustus ook mijn blog van 27 augustus 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:34 Reageer op dit bericht

Christopher Isherwood, Guillaume Apollinaire, Jules Romains, Julio Cortázar, Joachim Helfer

De Brits-Amerikaanse schrijver Christopher Isherwood werd geboren op 26 augustus 1904 in Disley in het graafschap Cheshire in Engeland. Zie ook mijn blog van 26 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Christopher Isherwood op dit blog.

 

Uit: Exhumations

 

„To live sanely in Los Angeles (or, I suppose, in any other large American city) you have to cultivate the art of staying awake. You must learn to resist (firmly but not tensely) the unceasing hypnotic suggestions of the radio, the billboards, the movies and the newspapers; those demon voices which are forever whispering in your ear what you should desire, what you should fear, what you should wear and eat and drink and enjoy, what you should think and do and be. They have planned a life for you – from the cradle to the grave and beyond – which it would be easy, fatally easy, to accept. The least wandering of the attention, the least relaxation of your awareness, and already the eyelids begin to droop, the eyes grow vacant, the body starts to move in obedience to the hypnotist’s command. Wake up, wake up – before you sign that seven-year contract, buy that house you don’t really want, marry that girl you secretly despise. Don’t reach for the whisky, that won’t help you. You’ve got to think, to discriminate, to exercise your own free will and judgment. And you must do this, I repeat, without tension, quite rationally and calmly. For if you give way to fury against the hypnotists, if you smash the radio and tear the newspapers to shreds, you will only rush to the other extreme and fossilize into defiant eccentricity.

(…)

 

An afternoon drive from Los Angeles will take you up into the high mountains, where eagles circle above the forests and the cold blue lakes, or out over the Mojave Desert, with its weird vegetation and immense vistas. Not very far away are Death Valley, and Yosemite, and Sequoia Forest with its giant trees which were growing long before the Parthenon was built; they are the oldest living things in the world. One should visit such places often, and be conscious, in the midst of the city, of their surrounding presence. For this is the real nature of California and the secret of its fascination; this untamed, undomesticated, aloof, prehistoric landscape which relentlessly reminds the traveller of his human condition and the circumstances of his tenure upon the earth. "You are perfectly welcome," it tells him, "during your short visit. Everything is at your disposal. Only, I must warn you, if things go wrong, don't blame me. I accept no responsibility. I am not part of your neurosis. Don't cry to me for safety. There is no home here. There is no security in your mansions or your fortresses, your family vaults or your banks or your double beds. Understand this fact, and you will be free. Accept it, and you will be happy."

 

 

 1448344-f21f4a2febd40e515707e9406255b392.jpg

Christopher Isherwood (26 augustus 1904 – 4 januari 1986)

 

 

 

 

 

De Franstalige schrijver en dichter Guillaume Apollinaire werd in Parijs geboren op 26 augustus 1880. Zie ook mijn blog van 26 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Guillaume Apollinaire op dit blog.

 

 

Le départ

 

Et leurs visages étaient pâles

Et leurs sanglots s'étaient brisés

Comme la neige aux purs pétales

Ou bien tes mains sur mes baisers

Tombaient les feuilles automnales

 

 

 

 

Lecture

 

Le moine de Santabarem

Vêtu de noir et ses mains pâles étendues

Clama " Lilith "

Et dans la nuit blême

Ululait une orfraie et le moine dit :

" Je vois Lilith qui vole poursuivie

Par trois anges... "

- Ici s'arrête le grimoire rongé des vers

Et je songe à la nuit, la lune

À son premier quartier.

Et je songe aux Empereurs byzantins.

J'aperçois quelque autel dans un nuage

D'encens

Je fleure des roses de Jéricho,

Et je vois briller des yeux adamantins de crapauds

Et je songe au grimoire,

Au parchemin rongé,

À quelque chambre noire

Où vit retiré un alchimiste.

Et je rêve et le jour prend teinte d'améthyste

Et je ne sais pourquoi

Je songe de femme à barbe et de colosse triste

Et je frissonne d'entendre en ma chambre derrière moi

Comme un bruissement de soie.

 

 

 

14 juin 1915

 

On ne peut rien dire

Rien de ce qui se passe

Mais on change de Secteur

Ah ! voyageur égaré

Pas de lettres

Mais l'espoir

Mais un journal

Le glaive antique de la Marseillaise de Rude

S'est changé en constellation

Il combat pour nous au ciel

Mais cela signifie surtout

Qu'il faut être de ce temps

Pas de glaive antique

Pas de Glaive

Mais l'Espoir

 

 

 

 1448344-4a0c675e391893896d39add84c9f4dc1.jpg

Guillaume Apollinaire (26 augustus 1880 – 9 november 1918)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Jules Romains, pseudoniem van Louis Henri Farigoule, werd geboren op 26 augustus 1885 in La Chapuze in het kanton Saint-Julien-Chapteuil. Zie ook mijn blog van 26 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Jules Romain op dit blog.

 

Tentation


Je me plais beaucoup trop à rester dans les gares ;
Accoudé sur le bois anguleux des barrières,
Je regarde les trains s’emplir de voyageurs.
Il passe près de moi des piles de bagages ;
À force de les voir rouler jusqu’aux fourgons,
Tous ces petits morceaux de ville qui s’en vont ;
 
De voir les fiacres, au dehors, comme des fruits
Dont la coque s’entrouvre et qui lâchent leur graine ;
Et d’entendre filtrer homme à homme la rue
Par les portes vibrantes,
Quelque chose en mon cœur ressuscite et remue.
 
Un convoi sort du hall. La cité diminue.
L’élan vers les guichets, vers les salles d’attente,
L’élan d’autrui me pousse et s’acharne après moi ;
Je suis trop faible pour chasser ce qui me tente.
 
Une foule qui part ! Des machines qui tremblent !
Frôlant mon corps la fuite des hommes !

                                                                            J’ai froid
D’être le seul ici qui ne s’en aille pas.

 

 

 

 

Place du Tertre

 

- Et moi, je pensais à Montmartre.

Tu te rappelles ce printemps
Qui était si beau, l’autre année?
Ces crépuscules longs et tendres
Comme le cri d’un train au nord ?

Tu sais, quand nous allions dîner
Sous les arbres, place du Tertre ?
Des jeux d’enfants, des cris d’enfants
Étaient le monde autour de nous.

Alors il suffisait d’entendre
Une voix au bout de la place;
Il suffisait même de voir
Une branche plus haut qu’un mur,

Pour se dire que le bonheur
Venait de passer quelque part,
Et qu’en se dépêchant, peut-être
On le rattraperait encore.

 

 

 

1448344-f1ce01b3f1dbc1b22f396b55397bd37a.jpg 

Jules Romains (26 augustus 1885 – 14 augustus 1972)

 

 

 

 

 

De Argentijnse schrijver Julio Cortázar werd geboren op 26 augustus 1914 in Brussel. Zie ook mijn blog van 26 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Julio Cortázar op dit blog.


Uit:
From the Observatory (Vertaald door Anne McLean)

 

“Marzo è pazzo, goes the Italian proverb; en abril, aguas mil, adds the Spanish. Madness and a thousand showers are what the assault on the rivers and torrents are made of. In March and April millions of elvers subject to the rhythm of the double instinct of darkness and distance wait for night to head up the spout of the fresh water, the flexible column that slides into the darkness of the estuaries, spreading the length of kilometers a slow, loosened waist; impossible to predict where, at what high hour, the unformed head all eyes and mouths and hair will begin the slide upriver, but the last coral has been cleared, the fresh water struggles against an implacable deflowering that takes it between mud and foam, the vigorous eels unite against the current into a common force in their blind will to go upstream, nothing will stop them now, not rivers not men not locks not waterfalls, the multiple serpents of the assault of European rivers will leave myriad corpses at every obstacle, will become segmented and writhe in the nets and the meanders, will lie by day in a profound torpor, invisible to other eyes, and every night they’ll remake the seething dense black cable and as if guided by a formula of stars, which Jai Singh might have measured with marble tapes and bronze compasses, they travel on toward fluvial sources, searching in innumerable stages for an arrival of which they know nothing, from which they can expect nothing; their force does not come from themselves, their reason palpitates in other tangles of energy that the sultan consulted in his way from portents and hopes and the primordial terror of the firmament filled with eyes and pulses.”

 

 

 1448344-4709b6292b759b49c2859425bd72e94d.jpg

Julio Cortázar (26 augustus 1914 - 12 februari 1984)




 

De Duitse schrijver Joachim Helfer werd geboren in Bonn op 26 augustus 1964. Zie ook mijn blog van 26 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Joachim Helfer op dit blog.

 

Uit: 19 Empfindlichkeiten

 

"Der Kerl kann gucken!" musste Pierre sagen, als er wieder draußen war - und hatte ihm seinerseits angesehen, was er bei Cohn & König wollte: "Habt ihr keine Gandara-Stücke?" - "Nein - hätten Sie welche anzubieten?" So kam man ins Geschäft. Freunde werden konnten Männer wohl nicht, die zeitlebens im gleichen Gefilde gejagt hatten - wenn auch nicht dasselbe. So jung die bartlosen Asiaten auch immer aussehen, die Hans den Laden hüten, während er sich in ihren Heimatländern herumtreibt, handelt es sich doch stets um Studenten: Bloße Tarnung wie der kleine Importhandel selber, die sichtbare, beinahe bürgerliche Seite einer abgründigeren Existenz. Pierres bis auf den heutigen Morgen in Berlin wiederkehrende Ausbrüche, "Und halt ihn dir vom Leib - hörst du? Dieser Teufelskerl kann Kontakte haben zu wem er will, wenn ich noch einmal sehe, wie er dich angrabscht, schmeiße ich ihn eigenhändig raus!", lustig wie sie angesichts der Körperverhältnisse von Pierre und Hans sind, haben nichts mit Eifersucht zu tun - so sehr sie Florian schmeicheln würde, und so wenig er dagegen hätte, ihr Grund zu geben ... Was Pierre rasend macht ist, wenn er zu sehen glaubt, dass der junge Mann, den er zum Partner gemacht hat, sich widerstandslos in einen weichen, willfährigen Knaben zurückverwandelt, kichernd wie unter den Kitzelhänden des großen Bruders, sobald so ein kindischer Grobian, von dem er sich lieber gar nicht vorstellen möchte, was er immer in Südostasien treibt, ihn knufft und in den verlängerten Rücken kneift; dass Florian trotz all seiner Liebe, Sorge, Strenge kein bisschen Rückgrat und Selbstachtung entwickelt habe.

 

 

1448344-6b2b159f05ea4576debf38478e3873f8.jpg
Joachim Helfer (Bonn, 26 augustus 1964)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e augustus ook mijn blog van 26 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:04 Reageer op dit bericht

Emmy van Lokhorst

De Nederlandse schrijfster en literatuurcriticus Emmy van Lokhorst werd geboren in Den Haag op 26 augustus 1891. Van Lokhorst was een dochter van de architect en Rijksbouwkundige Jacobus van Lokhorst. Ze doorliep de hbs in Den Haag en de kweekschool voor onderwijzeressen in Arnhem. Ze werkte kort als lerares in Amsterdam en was au pair in Londen en daarna in Ierland. Van Lokhorst debuteerde in 1917 met de Bildungsroman “Phil's amoureuze perikelen”, die eerder als feuilleton in Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift verschenen was. Naast het schrijven werd ze bekend van haar huwelijken en verhoudingen. Van Lokhorst huwde in 1916 de schrijver en journalist Hans van Loon, met wie ze in Frankrijk woonde. Zij studeerde toen Frans aan de Sorbonne. Het paar ging in 1919 uit elkaar, maar huwde opnieuw in 1922. Gedurende haar tweede huwelijk met Van Loon had ze in 1923-25 een verhouding met de dichter Martinus Nijhoff, die ze in 1934 beschreef in de sleutelroman De toren van Babel. In februari 1927 gingen Van Lokhorst en Van Loon definitief uit elkaar en een maand later huwde Van Lokhorst met de componist Willem Pijper, met wie ze in Amsterdam en later in Wassenaar ging wonen. Tijdens dit huwelijk liep de samenwerking tussen Pijper en Nijhoff rond de opera Halewijn uit op ruzie. Nijhoff trok zich terug en Van Lokhorst werkte het libretto van de opera om in samenwerking met H.W.J.M. Keuls. Omdat ze al enige jaren een verhouding had met de literatuurcriticus D.A.M. Binnendijk, gingen zij en Pijper in 1936 uit elkaar. Van Lokhorst vestigde zich in Oegstgeest en huwde daar in 1938 met de psychiater Paul Hugenholtz. Het paar keerde terug naar Amsterdam en raakte daar bevriend met de schrijfster Anna Blaman en de dichteres M. Vasalis. In 1950 werd ook het vierde huwelijk ontbonden, toen Hugenholtz haar verliet voor een patiënte. In de Tweede Wereldoorlog stelden Van Lokhorst en Victor E. van Vriesland het Boekenweekgeschenk 1941 “Novellen en gedichten” samen, dat naar het oordeel van de Duitse bezetters niet "arisch" genoeg was. Ook speelde zij een rol in het protest tegen de door de bezetters ingestelde Nederlandsche Kultuurkamer. Na de oorlog verschoven haar activiteiten van het scheppend schrijven naar redactioneel en organisatorisch werk. Ze was toneelcriticus en zat in de redactie van De Gids en van het VARA-radioprogramma Artistieke staalkaart. Ze was lid van de Raad voor de Kunst en maakte deel uit van literaire jury's, onder meer van de P.C. Hooft-prijs.

Uit: Het vervreemde bezit

“Donkerder werd de middag; in het park daalde paarse schemer tusschen de boomen. Twee vrouwen wandelden door de smalle lanen; zij gingen zwijgend naast elkander voort tot zij bij de bank aan den vijver kwamen. De jongste raakte even den arm van de andere vrouw en met een zucht liet deze zich op de bank zinken.
Over den vijver lag bleekgrijs schijnsel, waarin zwanen dreven. Een zwarte vogel wiekte laag over het water en verdween achter het ronde bruggetje. De wind kwam en ging met zacht geruisch in de boomen boven hun hoofd. De oudste der twee vrouwen begon, zonder haar gezellin aan te zien, plotseling snel te spreken. Zij zat rechtop, haar handen in de grijs glacé handschoenen lagen in elkaar gevouwen op haar schoot. Zij staarde voor zich uit, en af en toe hief zij haar rechterhand op, als om aan te wijzen, wat zij voor zich zag.
‘Nu ik u beter ken, zal ik u vertellen, wat er gebeurd is, zuster. U moet goed naar mij luisteren, want het is een vreemd verhaal, maar u weet, dat ik volkomen normaal ben, al zeggen zij van niet. Ik ben altijd een sterke, gezonde vrouw geweest, ik was nooit ziek, dat moet iedereen toegeven. Maar het verdriet heeft mij eronder gekregen; ik ben nu soms heel moe, zoo moe, dat ik wel nooit meer uitgerust zal raken. Dat komt door het verdriet, en door het huis. Aan dat huis zal ik ten onder gaan.
Ik ben niet zoo heel jong getrouwd, ik was negen en twintig, toen ik mijn man voor het eerst ontmoette. Hij was tien jaar ouder dan ik en ik zag tegen hem op, half met bewondering, half met angst.
De eerste jaren van ons huwelijk leefde ik in een voortdurende spanning; den geheelen dag was ik bezig in huis alles zóó te verzorgen, als mijn echtgenoot het wilde. Ik ging nooit alleen uit, behalve om eenige huishoudelijke inkoopen te doen. Ik had eigenlijk geen vriendin, of eenig familielid, die ik kon bezoeken. Mijn ouders waren jaren voor mijn huwelijk gestorven en ik was hun eenig kind geweest.
Wel kwamen af en toe kennissen bij ons op bezoek, maar dat waren meest veel oudere menschen, met wie ik geen contact had. Mijn man leefde heel eenvoudig. Den geheelen dag was hij op zijn kantoor; 's avonds zat hij met papieren en brieven voor zich zijn pijp te rooken, terwijl ik thee in schonk en wat naaiwerk onder handen had. Een enkele maal gingen wij wel eens naar een concert of naar een schouwburg, maar die uitgangetjes brachten weinig verandering in het eentonige leven, dat wij leidden.”

 

 1593540-31deb9a826f0f8a2c7091857ca1f23a8.jpg
Emmy van Lokhorst (26 augustus 1891 – 27 mei 1970)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten