Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 28 augustus 2013 tot 29 augustus 2013

Elma van Haren, Hugo Brandt Corstius, Maurice Maeterlinck, Thom Gunn, Hermann Löns

De Nederlandse dichteres en beeldend kunstenares Elma van Haren werd geboren in Roosendaal op 29 augustus 1954. Zie ook alle tags voor Elma van Haren op dit blog en eveneens mijn blog van 29 augustus 2010.

 

 

Knipoog

 

Buiten mist. Het ratelen van de wielen
verhult alle geluid hierbinnen.
Ik kan niets meer horen.
Blikken ontwijken me, naamborden ontglippen me.
Op goed geluk moet ik er straks uit.

Het is er weer, dit stollen,
na langdurig het hoofd te hoog
te hebben gedragen.
In mijn bagage,

mijn dagboek,
ontvleesd verleden, een herbarium vol bladskelet.
Ik blader.
Zo was het in een paar woorden.
Geklost als kant, wit gezouten,
dit tenminste
blijft!

De trein stopt.
Ik bezichtig een bekende touristenplaats.
Een bord zegt 'Bezoek onze grotten!'
Ik volg de pijlen en word welkom geheten
in scherp verlichte,
haast kraakheldere catacomben,
waarin opeen gepakt is,
waarin tot aan het plafond toe
opgestapeld is.

 

 

 

Hitte – 1

 

Mei:

lauw strijkijzer over een gebloemde beddesprei.

Neem nu de maat van je voetzolen

die kleine lichamelijke plek, waarop je gebouwd bent

en voel hoe los van de grond...

longen grijpen in de lucht

je handen moeten gevuld om je gewicht te beseffen

als je naakt over het satijn van het bed schuift

denkend aan een groot onaangedaan vossegezicht

slechts één keer aangeraakt

zijn lynxse ogen -

Met kracht stroomt het bloed

terug naar je voeten.

Duikelaar

altijd kom je weer recht!

Hoe dan plotseling

'Het is heel goed mogelijk!' afspringt van

'Zou het kunnen?' en

hoe 'Het kan!'

begint te bloemen

vanaf de beddesprei en die aarzelende knop

door zachte meiwind bestreken, uitgroeit tot de kelk:

'Het zal gebeuren, het is zo!'

en wachtend op dat moment, dat moment alleen

niets anders doen dan tevreden kijken

hoe geduldig de planten naar het zonlicht buigen

hoe beloftevol de was te drogen hangt.

 

 

 

 1450091-0a6a2fb1dbd5dbe91f466d6f6b089e60.JPG

Elma van Haren (Roosendaal, 29 augustus 1954)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en wetenschapper Hugo Brandt Corstius werd geboren in Eindhoven op 29 augustus 1935. Zie ook mijn blog van 29 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Hugo Brandt Cortius op dit blog

 

Uit: Eigenlijk

 

“Eigenlijk is het mijn bedoeling een woord uit de Nederlandse taal te verbannen, dat al veel kwaad heeft aangericht. Voor ik U zeg om welk woord het gaat is het eigenlijk beter om dat kwaad te schetsen. Hiervoor kan eigenlijk ieder gebied van de samenleving genomen worden, maar ik prikte de p van psychologie en politiek.

Wat zegt de psychologie eigenlijk? Dit: ‘Hier is Jan. Kijk hij doet verlegen. Dat komt hij is eigenlijk heel rumoerig’ of ‘Hier is Piet. Kijk hij doet rumoerig. Dat komt hij is eigenlijk heel verlegen’ of ‘Hier is JanPiet. Kijk hij doet verlegen. Dat komt hij is eigenlijk verlegen, dat wil hij verstoppen onder rumoerigheid die hij nu compenseert door verlegen doen.’ En dan is er nog de dieptepsychologie die deze redeneringen nog een paar honderd trappen meer laat afglijden.

Hoe is deze derde wereldoorlog eigenlijk ontstaan? Kijk, eigenlijk wilden de Russen dat helemaal niet, ze wilden eigenlijk zien of de Amerikanen, die er eigenlijk ook niet naar verlangden maar die eigenlijk wel eens wilden zien of de Russen eigenlijk wel.... (de typografen moesten eigenlijk maar een paddestoelvormig hieroglyphje ontwerpen ter vervanging van vier puntjes....)”

 

 

 1450091-c5f46fc4000e8dd061d2983cb51d0798.JPG

Hugo Brandt Corstius (Eindhoven, 29 augustus 1935)

 

 

 

 

 

De Belgische dichter en schrijver Maurice Maeterlinck werd geboren op 29 augustus 1862 in Gent. Zie ook mijn blog van 29 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Maurice Maeterlinck op dit blog.

 

 

Feuillage du coeur 

 

Sous la cloche du cristal bleu

De mes lasses melancholies,

Mes vagues douleurs abolies

S’immobilisent peu à peu:

 

Vegetations de symbols,

Nénuphars mornes de plaisirs,

Palmes lentes de mes désirs,

Mousses froides, lianes molles.

 

Seul, un lys érige d’entre eux,

Pâle et rigidement débile,

Son ascension immobile

Sur les feuilllages douloureux,

 

Et dans les lueurs qu’il épanche

Comme une lune, peu à peu,

Elève vers le cristal bleu

Sa mystique prière blanche.

 

 

 

 

Gebladerde van het hart

 

Onder de stolp van het blauw kristal

Waar sloom mijn weemoed is verflenst,

Wordt on beweeglijk en begrensd

Een vaag en al vergaan verval.

 

Woekerende symbolenwaan en

Vaalwitte plompen van zingenot,

Trage palmen van verlangen tot

Kille mossen, klamme lianen.

 

Daartussen een lelie, alleen,

Die bleek en heel verstramd en zwak

Zich nog rechtop kan richten, strak

Boven gebladerte uit en geween,

 

En in de glans die hij verbreidt

Als een maan, van lieverlede,

Stijgt naar blauw kristal zijn bede

Op in de witte oneindigheid.

 

 

 

Vertaald door Stefan van den Bremt

 

 

 

VIGIL

 

MY soul her unused hands to pray

Folds, that hide the world away:

Lord, my broken dreams complete,

That Thine angels' lips repeat.

        

While beneath my wearied eyes

She breathes the prayers that in her rise--

Prayers that find my lids a tomb,

And whose lilies may not bloom:

        

While in dreams her barren breast

Hushes 'neath my gaze to rest--

Still her eyes from perils cower,

Such as wake by falsehood's power.

 

 

Vertaald door Bernard Miall

 

 

 

 1450091-74ee6357dcfdbd350e51c00c52eed524.jpg

Maurice Maeterlinck (29 augustus 1862 - 6 mei 1949)

Portret door Hippolyte Petitjean, 1898

 

 

 

 

 

De Engelse dichter Thomson („Thom“) William Gunn werd geboren op 29 augustus 1929 in Gravesend, Kent. Zie ook mijn blog van 29 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Thom Gunn op dit blog.

 

 

Painting by Vuillard

 

Two dumpy women with buns were drinking coffee
In a narrow kitchen—at least I think a kitchen
And I think it was whitewashed, in spite of all the shade.
They were flat brown, they were as brown as coffee.
Wearing brown muslin? I really could not tell.
How I loved this painting, they had grown so old
That everything had got less complicated,
Brown clothes and shade in a sunken whitewashed kitchen.

But it’s not like that for me: age is not simpler
Or less enjoyable, not dark, not whitewashed.
The people sitting on the marble steps
Of the national gallery, people in the sunlight,
A party of handsome children eating lunch
And drinking chocolate milk, and a young woman
Whose t-shirt bears the defiant word WHATEVER,
And wrinkled folk with visored hats and cameras
Are vivid, they are not browned, not in the least,
But if they do not look like coffee they look
As pungent and startling as good strong coffee tastes,
Possibly mixed with chicory. And no cream

 

 

 

 1450091-44ea6424edd2a63960e7e3654597fac5.jpg

Thom Gunn (29 augustus 1929 – 25 april 2004)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver en journalist Hermann Löns werd geboren in Culm op 29 augustus 1866. Zie ook alle tags voor Hermann Löns op dit blog.

 

Uit: In der Krähenhütte

 

“Sonnenschein, blauer Himmel und stille Luft, das richtige Wetter für den Hüttker! Ein Tag, an dem das Federraubzeug zieht, auf Raub streichend und Horstplätze suchend. Heute muß es uns glücken; gestern aber, bei windigem Wetter und bewölktem Himmel, da war es eine langweilige Sitzerei in dem Erdloche auf der Kuppe des braunen heidwüchsigen Hügels, der vor dem Dorfe sich erhebt. Und doch wieder nicht langweilig, wenn auch nur vier von dem schwarzen Gesindel fielen und kein edler Räuber sich blicken ließ. Wer die Schrift zu deuten weiß in dem großen Buche der Natur, der langweilt sich nie, nicht bei erfolgloser Balz, bei zwecklosem Ansitz, bei ergebnislosem Enteneinfall, bei ohne Knall verstrichenem Schnepfenstrich.

Zu dreien ziehen wir zu dem Bauernhause, in dem Hans, der Uhu, auf der Bodenkammer haust. Die Reste von Krähen und Hähern bedecken den Fußboden, Gewölle liegen in den Ecken, und schön weiß getüncht hat unser Hans die Dielen.

Fauchend und schnabelknappend plustert er sich zu einem dicken Klumpen auf; ein geschickter Griff, und die Hand umspannt die furchtbar bewehrten Fänge. Bald sitzt er in dem Kasten, der mit Tragriemen versehen ist; und dann geht es zum Dorfe hinaus, in dessen Bäumen die Stare und Finken singen.”

 

 

 1450091-88be15484fffb34e3a78f265e5c9535f.jpg

Hermann Löns (29 augustus 1866 - 26 september 1914)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e augustus ook mijn blog van 29 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:38 Reageer op dit bericht

John Edward Williams

De Amerikaanse schrijver John Edward Williams werd geboren in Clarksville, op 29 augustus 1922. Williams was afkomstig uit een boerenfamilie. Zijn stiefvader was conciërge. Na een weinig succesvolle schoolloopbaan, werkte hij een tijdje als journalist. Tijdens de Tweede Wereldoorlog diende hij bij de luchtmacht, onder andere tweeënhalf jaar in India en Birma. Terug in Amerika ging hij opnieuw studeren en haalde in 1949 een Master of Arts aan de Universiteit van Denver. Vervolgens studeerde hij nog Engelse literatuur aan de University of Missouri. In 1955 werd hij aangesteld als docent aan de Universiteit van Denver, waar hij doceerde in creatief schrijven. Naast studieboeken en twee gedichtenbundels schreef Williams vier romans. Het meest bekend zijn Stoner (1965, een semi-autobiografische roman over een docent aan de Universiteit van Missouri) en Augustus (1972, over de gewelddadige Romeinse keizer, bekroond met de National Book Award). Williams' romans bleven lange tijd onopgemerkt door het grote publiek, maar beleefden na een heruitgave van “Stoner” in 2006 door de New York Review Books een internationale heropleving. “Stoner” vertelt het indringende levensverhaal van een doorsnee docent Engels: zijn liefde voor het vak van leraar en voor de literatuur, zijn mislukte huwelijk en een intense relatie met een studente, een ongelukkige dochter die vroeg zwanger raakt, oppervlakkige vriendschappen die slechts diepgang krijgen als iemand overlijdt. Het laatste hoofdstuk, waarin Stoner zelf overlijdt, plaatst zijn leven in perspectief. Williams ging in 1985 met pensioen aan de universiteit en overleed in 1994 aan longproblemen, 71 jaar oud. Een vijfde roman, “The Sleep of Reason”, bleef onvoltooid.

Uit: Stoner

“He found that he could not handle the survey as he did his other courses. Though he remembered the authors and their works and their dates and their influences, he nearly failed his first examination; and he did little better on his second. He read and reread his literature assignments so frequently that his work in other courses began to suffer; and still the words he read were words on pages, and he could not see the use of what he did.
And he pondered the words that Archer Sloane spoke in class, as if beneath their flat, dry meaning he might discover a clue that would lead him where he was intended to go; he hunched forward over the desk-top of a chair too small to hold him comfortably, grasping the edges of the desk-top so tightly that his knuckles showed white against his brown hard skin; he frowned intently and gnawed at his underlip. But as Stoner's and his classmates' attention grew more desperate, Archer Sloane's contempt grew more compelling. And once that contempt erupted into anger and was directed at William Stoner alone.
The class had read two plays by Shakespeare and was ending the week with a study of the sonnets. The students were edgy and puzzled, half frightened at the tension growing between themselves and the slouching figure that regarded them from behind the lectern. Sloane had read aloud to them the seventy-third sonnet; his eyes roved about the room and his lips tightened in a humorless smile.
"What does the sonnet mean?" he asked abruptly, and paused, his eyes searching the room with a grim and almost pleased hopelessness. "Mr. Wilbur?" There was no answer. "Mr. Schmidt?" Someone coughed. Sloane turned his dark bright eyes upon Stoner. "Mr. Stoner, what does the sonnet mean?"
Stoner swallowed and tried to open his mouth.
"It is a sonnet, Mr. Stoner," Sloane said dryly, "a poetical composition of fourteen lines, with a certain pattern I am sure you have memorized. It is written in the English language, which I believe you have been speaking for some years. Its author is William Shakespeare, a poet who is dead, but who nevertheless occupies a position of some importance in the minds of a few."

 

 1637970-f2672b2a1ebb84c6f3b6e85886641710.jpg
John Edward Williams (29 augustus 1922 - 3 maart 1994)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Johann Wolfgang von Goethe, A. Moonen, Maria Barnas, Frederick Kesner

De Duitse dichter en schrijver Johann Wolfgang von Goethe werd geboren op 28 augustus 1749 in Frankfurt am Main. Zie ook mijn blog van 28 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Johann Wolfgang von Goethe op dit blog.

 

 

Das Heidenröslein

 

Sah ein Knab ein Röslein stehn,
Röslein auf der Heiden,
War so jung und morgenschön,
Lief er schnell, es nah zu sehn,
Sah’s mit vielen Freuden.
Röslein, Röslein, Röslein rot,
Röslein auf der Heiden.

Knabe sprach: Ich breche dich,
Röslein auf der Heiden!
Röslein sprach: Ich steche dich,
Daß du ewig denkst an mich,
Und ich will’s nicht leiden.
Röslein, Röslein, Röslein rot,
Röslein auf der Heiden.

Und der wilde Knabe brach
’s Röslein auf der Heiden;
Röslein wehrte sich und stach,
Half ihr doch kein Weh und Ach,
Mußt’ es eben leiden.
Röslein, Röslein, Röslein rot,
Röslein auf der Heiden.

 

 

 

Das Sonett

 

Sich in erneutem Kunstgebrauch zu üben,

Ist heil'ge Pflicht, die wir dir auferlegen:

Du kannst dich auch, wie wir, bestimmt bewegen

Nach Tritt und Schritt, wie es dir vorgeschrieben.

 

Denn eben die Beschränkung läßt sich lieben,

Wenn sich die Geister gar gewaltig regen;

Und wie sie sich denn auch gebärden mögen,

Das Werk zuletzt ist doch vollendet blieben.

 

So möcht' ich selbst in künstlichen Sonetten,

In sprachgewandter Maße kühnem Stolze,

Das Beste, was Gefühl mir gäbe, reimen;

 

Nur weiß ich hier mich nicht bequem zu betten:

Ich schneide sonst so gern aus ganzem Holze,

Und müßte nun doch auch mitunter leimen.

 

 

Natur und Kunst, sie scheinen sich zu fliehen
Und haben sich, eh man es denkt, gefunden;
Der Widerwille ist auch mir verschwunden,
Und beide scheinen gleich mich anzuziehen.

Es gilt wohl nur ein redliches Bemühen!
Und wenn wir erst in abgemeßnen Stunden
Mit Geist und Fleiß uns an die Kunst gebunden,
Mag frei Natur im Herzen wieder glühen.

So ists mit aller Bildung auch beschaffen:
Vergebens werden ungebundne Geister
Nach der Vollendung reiner Höhe streben.

Wer Großes will, muß sich zusammenraffen;
In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister,
Und das Gesetz nur kann uns Freiheit geben.

 

 

 

1449623-dc0c5edd38c9f8611ab2d4ab3566ac97.jpg 

Johann Wolfgang von Goethe (28 augustus 1749 – 22 maart 1832)

Portret door Gerhard von Kügelgen, 1808-1809

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver A. Moonen, (spreek uit: 'a-punt-moonen') werd geboren in Rotterdam op 28 augustus 1937. Zie ook mijn blog van 28 augustus 2010 en eveneens alle tags voor A. Moonen op dit blog.

 

Uit: Levensvreugde

 

“Zij belandden binnen een restaurant alwaar een feest heerste met hossend volk. Of er een taxi besteld kon worden. Voor Moonen, want zo heet immers de hoofdpersoon van dit verhaal, was amper het feestgedoe door ogenschijnlijk gelukkige types, waaronder tevens een aantal kleuters, te verdragen of te vatten. Eindelijk verscheen de bestelde taxi. Het doel werd bereikt en de metgezel zou zich naar een metrostation laten rijden. Van een acute halskanker waar de stuurman in april aan zou sterven was nog niks te merken geweest.

Een tweede poging om zijn huissleutels te bemachtigen en een kijkje te nemen binnen z'n benedenwoning mislukte eveneens. Zowel de boven- als overbuurling bleek afwezig. Hij nam één zijner katten via gordijnkier in vensterbank waar. Gelaten keerde hij per metro terug naar de open gevangenis. Aldaar mompelde hij soms in het algemeen: ‘Ik kan me huis niet in.’ Twee patiëntes van middelbare leeftijd bespraken langdurig hun haaruitval.

Maar zie en aanschouw: onverwacht verscheen op een middag de evangelische bovencabo en er werd afgesproken voor een weekse avond om acht uur. Hij zou de overbuurman op de hoogte stellen van zijn komst, want die had immers de huissleutels om dagelijks twee katten te verzorgen. De drie andere verbleven bij de dierenvriend zelf. Eindelijk was het dus zover. Hij belde schuin aan de overkant aan. De bekant geheel naar een dierentuin ruikende vijftiger liet hem binnen en deed het woord in een kleine veel te vol gestouwde huiskamer. Buiten enkele hondjes merkte hij nog een onbekende poes, goudvissen, een bier zuipende bezoeker voor de kleurenbuis gezeten, een eenpersoonsbed en grotendeels niet verder ter zake doende inboedel. Hij bleef uiteraard kort in de onverdraaglijk ruikende woning, toefde nòg korter binnen krappe achterkamer alwaar kater Hector en Saartje plus dochtertje Zusje schuw waren weggekropen achter een groezelige tweezitsbank. Nauwelijks kon hij interesse tonen voor zijn huisdieren die hier opgesloten waren en niet naar buiten (in de tuin) mochten. Ze konden dan zoekraken vond de ontfermer, zodoende. Samen staken zij de straat over. De cipier opende de buitendeur en ontsloot vervolgens de toegang tot de woning, waarbinnen de bewoner dan december 1997 nogal destructief doende was geweest. De behulpzame buurman leidde hem rond in een vooral binnen voorkamer reusachtig stinkend huis dat aan een ander scheen toe te behoren. Tweelingzusje Aapje leek de wezenloze hoofdbewoner nog te herkennen, doch snoof liever aan naar al zijn huisdieren geurende verzorger.”

 

 

 1449623-3223fd6a6240f7d3776ea7502036d776.jpg 

A. Moonen (28 augustus 1937 – 24 januari 2007)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster, dichter en beeldend kunstenaar Maria Barnas werd geboren in Hoorn op 28 augustus 1973. Zie ook mijn blog van 28 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Maria Barnas op dit blog.

 

 

Terug

 

De ramen konden niet open
en de dag was langer aan het einde
van de gang waar zij ligt in een smalle
kamer. Ze kan niet lopen

maar ze zegt dat er in de glazen
jampotten veel bloemen staan. De stelen
zijn niet schuin afgesneden

want er was geen mes. Wel water
dat niet blauw is zoals ik haar maakte
De zee is blijven liggen waar zij ligt.

 

 

 

 

Kralenzee

 

De stad draaide zich om
toen ik omkeek. Neem me niet kwalijk
ik dacht dat je een ander was.

Ik heb een goed scheldwoord,
een kwalijke kraal op mijn tong.

Ik knip een gestreept hart van papier,
Durf ik niet dat ik je nodig heb?

De wereld is moe en op de blauwe lijnen
in een schrift is het koud.

Eerst sliep hier nog een man.
Nu staat het lichaam op.
Ik ben er stil van.

 

 

 1449623-10a2dac789cf557bf3f349b372c38714.jpg

Maria Barnas (Hoorn, 28 augustus 1973)

 

 

 

 

 

De Australische dichter Frederick Alexander III Kesner werd geboren op 28 augustus 1967 in Manilla op de Filippijnen Zie ook mijn blog van 28 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Frederick Kesner op dit blog.

 

 

 

Friends Forever Covenant

 

Friends have their humble beginnings
And sometimes friendships have their end.
Let us build a world of meaning;
Together seek each rainbow's end.

We're meant to always be happy
And to be sad for but a while;
We are meant to share God's glory
And to live-out life with a smile.

You'd never need to outgrow me
Or to leave our friendship behind.
I pray there be new beginnings:
A deeper love each day to find.

 

 

 

 

Are You My Butterfly?

 

My butterfly is no longer mine,
I wonder if she ever really was;
When she alights on my shoulder
I know she wants me to hold her -
Flies off and she's mine no longer.

My butterfly so frail and fine,
I wonder if hers I ever was;
When she returns to kiss me again
I know she's more than just a friend -
Flies off and gone forever more.

 

 

 

 

Dream Weaver

 

I will shut my eyes
to the darkness
pull the bedcovers
to my chin

I will whistle invites
to the dreamweaver
press my cheek
to my downy pillow

I will snore, as they say
to ruffle night's silence
prop my fluffy teddy
to my shoulder

 

 

 

1449623-4ef262cf267174ab376572bf448cac04.jpg 

Frederick Kesner (Manilla, 28 augustus 1967)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e augustus ook mijn blog van 28 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 20:27 Reageer op dit bericht

C. J. Kelk

De Nederlandse schrijver, letterkundige en literatuurcriticus Cornelis Jan (Cees) Kelk werd geboren in Amsterdam op 28 augustus 1901. Cees Kelk publiceerde in het interbellum in Het Getij en De Vrije Bladen. Hij was destijds tevens literatuurcriticus voor de Provinciale Overijsselsche en de Zwolsche Courant. Hij schreef onder meer een historische roman over Jan Steen (1932). Verder schreef hij toneelstukken en werkte hij als vertaler. Zijn bekendste roman is “Judaspenningen en pauweveeren” (1945). Kelk publiceerde een omvangrijk overzicht van de Nederlandse poëzie: De Nederlandse poëzie. Van haar oorsprong tot heden (1938). Na de oorlog werkte hij als letterkundig medewerker aan De Groene Amsterdammer.In 1961 kreeg hij de Marianne Philipsprijs voor zijn gehele oeuvre. Hij trouwde in 1955 met Eka Louise Thoden van Velzen (1915), beeldend kunstenaar, lid van de familie Thoden van Velzen met wie hij een zoon kreeg.

Uit: Bacarat

“Door een kier in het fluwelen gordijn had het zonlicht zich moe gespeeld op het gelaat van de slapende jongeman, die op de rode canapé lag uitgestrekt. Nu scheen het plotseling of hij zou gaan niezen, zijn fijne neus trilde enige malen op en neer als een onwillige sleutel in een slot. Dan opende zich moeilijk één oog dat staren bleef en meteen ook kwam er leven in het dromende meisje, dat hem van heel nabij had zitten aanzien, haar grote donkere blik roerloos op hem gericht. Zij was in een lange beige zijden japon gepend. Alleen de neusjes van haar zwart geschoeide voetjes staken glimmend uit onder haar rok. Met een kleine vinger streek ze zich een krul voor de ogen weg. Snel nam ze haar voeten van de canapérand vandaan en deinsde met haar lage zetel achteruit.
‘Goede morgen!’ zei hij glimlachend, haar eindelijk zijn twee heldere kijkers tonend.
‘Langslaper!’ Haar lach ontblootte de lange smalle tandjes. In rust droeg haar gelaat een vastberaden trek, maar wat sprak er nu een goedheid uit die zachte lijnen langs de aardige meisjeswangen, kinderlijk opbollend door de lach.
Hij knikte tevreden en blikte dromerig rond door de kleine salon naar de vergulde pendule en de ranke kandelaars, de kleurige schilderijen, de kleine sierlijke étagère met het kraakfijne Sèvre porcelein, de ovale tafel met het kanten kleed. Al die coquette glinsterende dingen waren hem zeer vertrouwd, zodat hij opnieuw vredig glimlachte en het meiske toeknikte met een heerlijk traag hoofd.
Toen vielen zijn ogen dicht.
‘Neen, dat mag niet. Niet meer slapen! Wij hebben nog niets aan elkaar gehad. Toe, word nu wakker, mijn jongen.’
‘Dat is waar.’
Met een ruk was hij half overeind en nestelde zich behagelijk tegen een der rijkkrullige hoekleuningen van de canapé. Zijn lichte ogen glansden vochtig. Verwilderd stond de kleine baard à la Française vooruit: het gaf hem een komisch-schrikwekkende uitdrukking.”

 1594507-549f3ec18582cbde517b8185d13d758b.jpg
C. J. Kelk (28 augustus 1901 – 25 december 1981)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten