Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 3 november 2013 tot 4 november 2013

Judith Herzberg, Peter W.J. Brouwer, Arthur van Amerongen, Charles Frazier, Klabund

De Nederlandse dichteres en toneelschrijfster Judith Herzberg werd geboren op 4 november 1934 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 4 november 2010 en eveneens alle tags voor Judith Herzberg op dit blog.

 

 

Hiernamaals

 

Als ik, nadat ik dood ben, nog
ergens rond mag dolen, laat het dan
op de markt zijn, in geur en kleur.
En mag die markt dan open zijn
onder de blote hemel. En mag ik dan
als vroeger met mijn moeder
zo'n puntzak gloeiend hete frites
(met veel zout uit zo'n gebutste
strooibus) met haar delen.

 

 

 

Kauwtje II

 

Hij vindt het rot om in een kooi te slapen.
Wanneer de avond op komt zetten en gaat waaien
wil hij de wolken in, maar weet niet
dat hij niet kan vliegen, alleen
dat hij vliegen wil. Wil vliegen. Zijn wakker
kraaloog houdt de tralies in de gaten
zodra hij kans ziet gaat hij, maar
weet niet dat de katten onder lage
takken liggen, wachten. Zijn harde snavel
staat half open, hij wil niet eten.
Kwaad hakt hij stukken uit de tak waarop hij zit.
Hij is alleen, zwart, vreemd
zoals de Griek, met zijn gebroken been,
die ook de warme kamer met stapelbedden
uit zou willen, de lucht in, meisjes zien,
nu op het draagbare radiootje naast zijn bed
ondraaglijk verre muziek heeft aangezet
even meeslepend en kleinerend als het kauw! kauw!
van torenkraaien hangend op de wind.

 

 

 

 

Het doorgestreepte blijft te lezen

 

Zo zijn het vaak onze meest eigene gedachten
de meest nabije, de meest schrijnende,
die wij door moeten strepen,
uit moeten krassen.

Wij praten, een gat in de nacht.

Dit is het schrikkeluur, de uitgesponnen
schrikseconde. Als honden
zetten wij de tanden in het vod
dat ons zo dierbaar is.

 

 

 1488525-634e721e422d49a9cb47da07ad0780c5.jpg

Judith Herzberg (Amsterdam, 4 november 1934)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Peter W.J. Brouwer werd op 4 november 1965 in Eindhoven geboren. Zie ook mijn blog van 4 november 2010 en eveneens alle tags voor Peter W.J. Brouwer op dit blog.

 

 

Stoute kinderen

Hier is nog een hemdmouw
en daar een knoopsgat waar je neus inpast
verstop je vingers maar in de zomen

kruip achter de voering
en wees thuis

misschien kun je zijn in de kleur
waaraan je dacht

herinner je je hoe ik ooit
de badstop in mijn hand verborg en
jij lachend school in schuim

sluit de jaspand achter je rug
bedek met kant nu maar je buik

en zet een kraag op
tegen de invallende nacht

 

 

 

 

Langduriger

Nu ik me dit herinner
slaat zij weer haar ogen op

wanneer zijn alle beloften
gefluisterd, bezworen en bezegeld
in de kamer, aan een tafel en tussen lakens
ons ontschoten

heeft zij in een spiegel haar gezicht verlaten
is de kamer uit de spiegel verdwenen
zijn wij in een foto gebleven

bijgezet en kleiner
maar oproepbaar als

ongrijpbare icoon
waarin de spiegel leger wordt
het licht in de kamer kariger
herinneringen ziender ogen blinder
en het wachten op iemand langduriger

 

 

 

1488525-5f4422c20466e50e659c7a67614bcfbd.jpg 

Peter W.J. Brouwer (Eindhoven, 4 november 1965)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en journalist Arthur van Amerongen werd geboren op 4 november 1959 in Ede. Zie ook mijn blog van 4 november 2010 en eveneens alle tags voor Arthur van Amerongen op dit blog.

 

Uit: Mambo Jambo

 

“We zijn drie dagen geleden aangekomen in Natal. Ons plan om een paar maanden met drinken te stoppen bleek niet realistisch. Een uur na het opstijgen van de charter keken we elkaar aan en schoten in de lach. Zo ongeveer boven de Kaapverdische Eilanden waren we starnakel zat. We rolden het vliegtuig uit op de luchthaven van Natal. Sindsdien zijn we niet nuchter meer geweest maar hebben ook nog geen ruzie gemaakt. ik vrees onze hysterische uitbarstingen, ben als de dood dat Carmen me verlaat. We zijn met een enkele reis gekomen, geld voor een ticket terug is er niet. Nooit meer wil ik terug naar het instortende Avondland, naar het verdrietige Brussel, naar de inquisitie (zoals ik mijn schoonfamilie noem) in Madrid en vooral niet naar de hel van Amsterdam. ik wil een nieuw leven in de Nieuwe Wereld.
‘Waar gaan we lunchen, Arturo?’ vraagt ze nu heel dwingend.
‘ik weet het niet Carmencita, het eten hier is geen feest, ik heb de moed opgegeven, we kunnen beter pinga gaan zuipen.’ Natal wordt a cidade do sol genoemd, de zonnestad: bountystranden, klapperbomen, hangmatten, buggytours door de duinen, surfdudes, bilveters en sekstoerisme. Culinair gezien is de stad gehuld in duisternis. De Braziliaan heeft een onbegrijpelijke voorkeur voor frituren, werkelijk alles wordt in het kokend vet gesmeten. Op het strand van Ponta Negra komen af en toen mulatten met oesters en garnalen langs. De oesters zijn tot op zekere hoogte vers, de garnalen zijn bij wijze van uitzondering gegrild. ik heb er een aantekening van gemaakt in mijn notitieboekje. Mijn Lonely Planet zegt dat het eten in Brazilië geweldig is en dat de inwoners van de deelstaat rio Grande do Norte potiguares worden genoemd, garnaleneters in de Tupi-taal. De potiguares doen echter verschrikkelijke dingen met de garnalen. Gisteren heb ik in een immense vreetschuur uit wanhoop ook de schillen maar opgegeten, zo erg was het vlees van de beestjes toegetakeld.”

 

 

1488525-88e0f7c59aca4e2136e46508eda61dcf.jpg 

Arthur van Amerongen (Ede, 4 november 1959)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Charles Frazier werd geboren op 4 november 1950 in Asheville, North Carolina. Zie ook mijn blog van 4 november 2008 en ook mijn blog van 4 november 2009 en ook mijn blog van 3 november 2010

 

Uit: Thirteen Moons

 

“I saw a pretty one go by the other day. Yellow as a canary and trimmed with polished brass. It had a windshield like an oversized monocle, and it went ripping by at a speed that must have been close to a mile a minute. The end of the driver’s red scarf flagged straight out behind him, three feet long. I hated the racket and the dust that hung in the air long after the automobile was gone. But if I was twenty, I’d probably be trying to find out where you buy one of those fast bastards.
The night has become electrified. Midevening, May comes to my room. The turn of doorknob, click of bolt in hasp. The opening door casts a wedge of yellow hall light against the wall. Her slender dark hand twists the switch and closes the door. Not a word spoken. The brutal light is message enough. A clear glass bulb hangs in the center of the room from a cord of brown woven cloth.
New wires run down the wall in an ugly metal conduit. The bare bulb’s little blazing filament burns an angry cloverleaf shape onto my eyeballs that will last until dawn. It’s either get up and shut off the electricity and light a candle to read by, or else be blinded.
I get up and turn off the light.
May is foolish enough to trust me with matches. I set fire to two tapers and prop a polished tin pie plate to reflect yellow light.
The same way I lit book pages and notebook pages at a thousand campfires in the last century.”

 

 

 1488525-4b285666f0644e14ace82b014431c804.jpg

Charles Frazier (Asheville, 4 november 1950)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Klabund werd als Alfred Henschke geboren op 4 november 1890 in Crossen an der Oder. Zie ook mijn blog van 4 november 2010 en eveneens alle tags voor Klabund op dit blog.

 

 

Meine Mutter war...

 

Meine Mutter war eine chinesische Zwergwachtel
Mein Vater eine Spottdrossel.
Ihre kahlen Kadaver
Fraß
Die Katze.
Des seligen Todes voll
Ich zirpe.
Werft die, so euch vermenschlicht haben, ihr schwebenden Götter,
Unzüchtig zuchtlos:
Die Eltern
Die Ältern:
(In einer Nacht, da sie trunken waren vom Limonaderausch, zeugten sie euch im schweißigen Nachthemd)
Werft sie in den Müllkasten!

Sie sollen
Größere Zeiten
Düngen helfen.

 

 

 

Wär ich ein Buchfink

 

Wär ich ein Buchfink
Und sänge:
Den Zwickauer Rollweida
Den Erzgebirger Reitzug
Den Schmalkaldner Doppelschlag
Den scharfen Weingesang
Den groben Weida
Das ordinäre Würzgebühr
Das Klapscheid
Züzüzüjachzia.

 

 

 

 1488525-bf89fbe4bab8be489d31fa82a2dfffd3.jpg

Klabund (4 november 1890 – 14 augustus 1928)

Houtsnede door Erich Büttner 

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e november ook mijn blog van 4 november 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 20:22 Reageer op dit bericht

Willem van Toorn

De Nederlandse dichter, schrijver en vertaler Willem van Toorn werd geboren in Amsterdam op 4 november 1935. Van Toorn werkte als chemisch analist, onderwijzer en als redacteur bij een uitgeverij. Hij is redacteur van Raster en was medewerker aan de literaire tijdschriften De Vlaamse Gids, Maatstaf, Hollands Maandblad, New Found Land en Nieuw Vlaams Tijdschrift. Als vertaler vertaalde hij werk uit het Engels en Duits van uiteenlopende auteurs als John Updike en Franz Kafka. Van Toorn is ook de auteur van twee jeugdboeken: het met een Zilveren Griffel bekroonde “Rooie” (1991) en “Heer Doos” (1997). Op het terrein van de jeugdliteratuur was Van Toorn ook actief als vertaler, onder andere van het werk van Aidan Chambers en Marilyn Sachs. Hij werkte mee aan het standaardwerk over de historie van het kinderboek in België en Nederland: De hele Bibelebontse berg (1989).

 

Fabrique

Is dit nog wel een tuin? Wat moet ik met
deze pagode zonder goden, obelisk
die slechts zichzelf gedenkt, een niks
met niks verbindende brug uit Tibet.

Vijvers waar je ook kijkt. Wolken erin
maar van een mens geen spiegelbeeld. Ik buig
mij over leegte. Een jachthuis
waar nooit een jager in woonde. Onzin.

Vond ik je hier, was je een herderin
met valse blossen. Nagespeeld. Niet pluis.

 

 

Nieuwbouw

Zwevend achter de ruit
zijn wij in onze slaapkamer
vissen in lamplichtwater,
kleden ons schichtig uit.

Betasten angstig het lichaam,
buiken, ruggen en benen:
nog niets gebeurd. Behoedzaam
durven wij ons weer te kleden.

Op een avond, vroeger of later,
als we ons lichaam zien
is het zover: vinnen, water-
vingers. De eerste kieuw.

 

 

 1664078-3a4f85f6c192ff338536d6d783ca1e66.jpg
Willem van Toorn (Amsterdam, 4 november 1935)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Jan Boerstoel, Ann Scott, André Malraux, Joe Queenan

De Nederlandse dichter en schrijver Jan Boerstoel werd geboren in Den Haag op 3 november 1944. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor Jan Boerstoel op dit blog.

 

 

Het oude liedje

 

Het is weer herfst, de bollenvelden worden toegedekt
als kind'ren voor de nacht, maar déze nacht gaat maanden duren.
En aan de einder zie ik, hoe de rook van verre vuren
in paarse wolken langs de bleke najaarshemel trekt.
De zomer is voorbij en jij voorgoed van mij genezen.
Morgen zal het winter wezen.

De blaad'ren sterven en de laatste oogst wordt ingehaald.
Nog even en het vee gaat weer verdwijnen uit de weidden
en nu al lijkt het, door de flarden ochtendmist, bij tijden
tot wangedrochten uit het schimmenrijk te zijn vervaald.
Maar wie of wat geen warmte wacht, begint de kou te vrezen.
Morgen zal het winter wezen.

Alles wat in de kamer is herinnert nog aan jou,
als ik mijn ogen dicht doe, kan ik haast je stem nog horen.
Het bed heeft zelfs je warmte nog niet helemaal verloren,
alsof het zich verzet tegen de naderende kou.
Hoe zal ik ooit nog éne dag gelukkig zijn na dezen?
Morgen zal het winter wezen.

 

 

 

Souvenirs

 

Er wordt weer heel wat prachtigs mee naar huis genomen:
een asbak waar een wulpse Lorelei op prijkt,
een blikken Eiffeltoren die van koper lijkt,
een echte imitatiezijdensjaal uit Rome,

Manneke Pis in zakformaat dat ook kan plassen,
een heilige uit Benidorm (made in Taiwan)
van plastic en waarvan het lichtje branden kan
en stapels leuk bedrukte T-shirts, petjes, tassen.

Om maar te zwijgen over ziektes en de rest...
Wat dacht u van de Afrikaanse varkenspest?

 

 

 

1487827-b3d6aec261e6e74824902a2454a0b032.jpg 

Jan Boerstoel (Den Haag, 3 november 1944)

 

 

 

 

 

De Franse schrijfster Ann Scott (pseudoniem) werd geboren op 3 november 1965 in Boulogne-Billancourt. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor Ann Scott op dit blog.

 

Uit: Héroïne

 

“C'est comme si ta vie tout entière défilait sur la musique. Tout ce que tu as pu regarder, entendre, goûter, toucher, les lieux, les gens, les époques, et jamais elle n'a été là pour le partager. Tu vois toutes les fois où tu y as cru, où tu l'as attendue, chaque fois si près du but. Tu la vois marcher, parler, rire, plein de gens l'entourent, et tu n'es pas dans le tableau. Elle vit sans toi. Tu n'existes pas. Tu voulais être tout pour elle et tu n'es rien.

(…)

 

« Voilà ce qui lui est arrivé. L’héro, tout simplement. Sauf qu’au lieu d’avoir laissé le souvenir derrière, tu vois qu’elle se vautre toujours dedans. Elle vient d’ailleurs de confesser en prendre encore une fois par mois, mais ne shooter que pour la blanche, donc rarement. A sa façon de sourire en le disant, ça crève les yeux qu’elle reste complètement fascinée par la chose. Là où elle te vexe, ce n’est pas tant en affirmant qu’elle "gère", mais plutôt en détournant les yeux comme si elle seule se comprenait. Te faire ce numéro à toi. Tu dois avoir un drôle d’air car elle avance la main vers tes cheveux pour les ébouriffer. »

 

 

1487827-5679b7dddbf65a986f422b94de9d3edf.jpg 

Ann Scott (Boulogne-Billancourt, 3 november 1965)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver en kunstfilosoof André Malraux werd geboren op 3 november 1901 in Parijs. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor André Malraux op dit blog.

 

Uit: Non

 

“Sauf au premier rang, l'ombre des cent drapeaux ensevelit ceux qui les portent. Tous ces vieux étendards mouillés, verticaux dans la nuit, dans le silence où cliquettent les décorations lentement secouées par la lenteur des pas, avancent comme les arbres des forêts de Shakespeare. L'Arc de Triomphe seul est éclairé ; le fleuve coule dans les ténèbres encore étoilées de quelques boutiques. La nuit est trois fois présente : parl'heure, par l'éclairage de l'Arc, et par les nuages pressés dont la pluie surplombe le courant des hommes, qu'enserrent les haies massives de spectateurs sur les trottoirs. Ce n'est pas une manifestation : d'un bout à l'autre de l'avenue, on ne parle qu'à mi - voix. Ce

ne sont pas tout à fait des funérailles : il n'y a pas d'inhumation. C'est une marche funèbre vers l'Arc devenu tombeau, vers la vaste oriflamme qui palpite devant le triangle rigide des phares de D.C.A. dont le bleu, le blanc et le rouge plombés par la nuit, font apparaître jusqu'aux nuages les gouttes

de pluie, comme les rayons du soleil de la Libération faisaient apparaître avec indifférence leurs atomes éternels.

Un reporter de Radio-Luxembourg, petit micro en main, rejoint un collègue, quichuchote :

–Qu'est-ce qu'ils te racontent, les gars ?

–C'est plutôt les bonnes femmes qui parlent. Les gars, quand je dis : Avez-vous votéoui ? ; beaucoup m'envoient paître. Ceux-là ont dû voter non. Les bonnes femmes, elles, disent toutes un peu la même chose : «On lui doit bien ça !» ou « Pluie ou pas, on ira jusqu'au bout!» Une, m'a dit : « Faire jeter des fleurs, pour moi, c'est madame de Gaulle: vous pensez bien que c'est une idée de femme !...»

Une autre, l'Huma sous le bras : « Je suis venue pour lui dire adieu». Aussi une vieille, à qui j'ai dit, la pauvre! « Donnez-moi votre fleur, je la mettrai en même temps que la mienne. – Pas la peine: trois ans de Ravensbrück, trois heures de pluie, ça va.» Et toi ?”

 

 

 1487827-8b28499a2e991a1150674fe09acfd493.jpg

André Malraux (3 november 1901 – 23 november 1976)

Hier met Charles De Gaulle (links), 1964

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver, humorist en criticus Joe Queenan werd geboren op 3 november 1950 in Philadelphia, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor Joe Queenan op dit blog.

 

Uit: The Art of Getting Junior to Leave Home

 

“In recent times, we had to modify our stance on this issue. My son, 26, is finally leaving home, and I think our music has a lot to do with it. Once we decided that it was time for him to get his own place, but didn't see all that much movement, we started playing old Chieftains records, soundtracks from Woody Allen movies and tons of music by the martyred Chilean dissident Victor Jara.

At first my son thought we were joking. Then we started playing the Mindbenders' "A Groovy Kind of Love." Now he knew we were dead serious. We also took off the gloves and cued up Gary Lewis and the Playboys and Paul Revere and the Raiders. Just to be on the safe side, we threw in the Turtles singing "Elenore, gee I think you're swell." We were no longer happy together.

Parents facing a similar problem should follow in our footsteps. Having trouble getting Junior to leave even after you stopped buying designer ice cream and started leaving the gas tank empty? Try the José Feliciano version of "Light My Fire." Cruel, but effective. Try a 19-minute Arlo Guthrie song about Bay State waste management. Conscienceless, but productive. Try Donovan singing, "Yellow is the color of my true love's hair / In the morning, when we rise." Just plain mean.

If that still doesn't do the trick, move on to James Taylor's "You've Got a Friend." Don McLean's maudlin ditty about Vincent van Gogh's tragic life will get even the most entrenched millennial thinking about changing living spaces, as will the Sandpipers' 1966 faux-bucolic peon's anthem "Guantanamera." If all else fails, go to the nuclear option: Billy Joel's "Piano Man." The kid'll fold like a cheap suit.”

 

 

 1487827-933136cfd7e226a17ddc57209cd4fe70.jpg

Joe Queenan (Philadelphia, 3 november 1950)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e november ook mijn vorige blog van vandaag.


Geschreven door Romenu om 17:53 Reageer op dit bericht

Oodgeroo Noonuccal, Dieter Wellershoff, Hanns Heinz Ewers, William Cullen Bryant

De Australische dichteres en schrijfster Oodgeroo Noonuccal (eig. Kathleen Jean Mary Ruska) werd geboren op 3 november 1920 in Minjerribah (Stradbroke Island) in Moreton Bay. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor Oodgeroo Noonuccal op dit blog.

 

 

Namatjira

 

Aboriginal man, you walked with pride,

And painted with joy the countryside.

Original man, your fame grew fast,

Men pointed you out as you went past.

But vain the honour and tributes paid

For you strangled in rules the white man made:

You broke no law of the your own wild clan

Which says, “Share all with your fellow-man.”

What did their loud acclaim avail

Who gave you honour, then gave you jail?

Namatjira, they boomed your art,

They called you genius, then broke your heart.

 

 

 

The Bunyip

 

You keep quiet now, little fella,

You want big-big Bunyip get you?

You look out, no good this place.

You see that waterhole over there?

He Gooboora, Silent Pool.

Suppose-it you go close up one time

Big fella woor, he wait there,

Big fella Bunyip sit down there,

In Silent Pool many bones down there.

He come up when it is dark,

He belong the big dark, that one.

Don’t go away from camp fire, you,

Better you curl up in the gunya.

Go to sleep now, little fella,

Tonight he hungry, hear him roar,

He frighten us, the terrible woor,

He the secret thing, he Fear,

He something we don’t know.

Go to sleep now, little fella.

Curl up with the yella dingo.

 

 

 

 1487824-29ef963fb830f72041fb1af463a7d872.jpg

Oodgeroo Noonuccal (3 November 1920—16 September 1993)

Cover 

 

 

 

 

De Duitse schrijver en essayist Dieter Wellershoff werd geboren op 3 november 1925 in Neuss. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor Dieter Wellershoff op dit blog.

 

Uit: Der Himmel ist kein Ort

 

»Wir passen eben nicht zusammen.« Das war ihr Angebot gewesen, die Trennung als eine vernünftige und notwendige gemeinsame Entscheidung zu betrachten. Aber es hatte auch andere Töne gegeben: Streit und kurze Versöhnungen und nicht mehr gutzumachende Worte.

Für ihn war die Trennung ein Schock, auch wenn er sich sagte, dass damit nicht allein seine Person gemeint war, sondern alles, was er für Claudia repräsentierte: das Leben auf dem Land, in einer Ortschaft, die ein nach allen Seiten ausgewuchertes Dorf, aber eben keine Stadt war, und das düstere, heruntergekommene Pfarrhaus, in das er dann allein eingezogen war. Es war ihm schwergefallen, sich einzurichten. Ohne sie fehlte ihm die Phantasie und die Notwendigkeit, um im Haus viel zu verändern und zu verbessern. Wozu? Er kam auch so zurecht. Das Dachgeschoss, in dem ursprünglich die Kinder seines Vorgängers gewohnt hatten, hatte er ganz außer Acht gelassen. In den Räumen mit ihren stockfleckigen Tapeten waren kaputte Möbel und mehrere Kisten voller alter Gemeindeakten abgestellt, die er sichten musste, bevor er das ganze Geschoss entrümpeln ließ, was aus Gründen des Feuerschutzes längst fällig war. Aber da er für die Mansarden keine Verwendung hatte, war er dieser Arbeit bisher aus dem Weg gegangen. Für seine Wohnung im ersten Stock hatte er einige ausrangierte Möbel seines Vorgängers übernommen und sie mit seinen wenigen eigenen Möbeln zusammengestellt.

Es wirkte zufällig und achtlos. Für einen Junggesellen, der Studienzeit, Vikariat und den anschließenden Hilfsdienst noch nicht lange hinter sich hatte, blieb es eine ungewohnt große Wohnung, in der er sich immer noch etwas verloren fühlte. Anfangs hatte er abends einmal in allen Räumen das Licht brennen lassen.“

 

 

 1487824-106579e125ed23958cff0c89bbcef9b4.jpg

Dieter Wellershoff (Neuss, 3 november 1925)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver, filmmaker en cabaretier Hanns Heinz Ewers werd geboren op 3 november 1871 in Düsseldorf. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor Hanns Heinz Ewers op dit blog.

 

Uit: Alraune

 

«Das weisse Haus, in dem Alraune ten Brinken wurde — lange Zeit, ehe sie geboren, ehe sie noch gezeugt ward — dies Haus lag am Rhein.  Ein wenig hinaus aus der Stadt, in der grossen  Villenstrasse, die hinausführt vom alten erzbischöflichen Palast, der heute die Universität hält.  Dort lag es. Und damals bewohnte es der Herr Justizrat Sebastian Gontram.

Man schritt, von der Strasse her, durch den langen hässlichen Garten, der nie einen Gärtner sah.

Man kam zu dem Hause, von dem der Stuck fiel,  suchte nach einer Schelle und fand keine. Man

rief und schrie und es kam niemand. Endlich stiess  man die Türe auf und ging hinein, stieg über die

schmutzige, nie gewaschene Holztreppe. Und irgendeine grosse Katze sprang durch die Dunkelheit.

Oder aber — der grosse Garten lebte von tausend Affen. Das waren die Gontramkinder: Frieda, Philipp, Paulche, Emilche, Jösefche und Wölfchen. Sie waren überall, staken in den Aesten der

Bäume, krochen in tiefen Gruben in der Erde.

Dann die Hunde, zwei freche Spitze und ein Bastardfox. Und dazu der Zwergpinscher des Herrn

Rechtsanwalt Manasse, so ein Ding, wie eine braune Quittenwurst, kugelrund, kaum grösser wie eine Hand. Cyklop hiess er.

Und alles lärmte und schrie. Wölfchen, kaum ein Jahr alt, lag im Kinderwagen und brüllte, hoch, hartnäckig, stundenlang. Nur Cyklop konnte diesen Rekord halten, er kläffte, heiser und zerbrochen, unaufhörlich. Rührte sich nicht vom Platze, wie Wölfchen, schrie nur, heulte nur.

Die Gontrambuben rasten durch die Büsche, spät am Nachmittage. Frieda, die älteste, sollte  aufpassen; achtgeben, dass die Brüder artig seien. Aber sie dachte: sie sind artig. Und sie sass hin-

ten, in der zerfallenen Hollunderlaube, mit ihrer Freundin, der kleinen Prinzessin Wolkonski. Die

beiden schwatzten und stritten sich, meinten, dass sie nun bald vierzehn Jahre alt würden und dann

wohl heiraten könnten. Oder wenigstens könnte man einen Liebhaber haben. Aber sie waren fromm alle beide und beschlossen, noch ein wenig zu warten, vierzehn Tage noch, bis nach der ersten heiligen Kommunion.“

 

 

 1487824-a8355362c00dd4485ab30ace61a104a1.jpg

Hanns Heinz Ewers (3 november 1871 – 12 juni 1943)

Filmaffiche uit 1952 voor Alraune 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter, journalist en jurist William Cullen Bryant werd geboren op 3 november 1794 in Cummington, Massachusetts. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor William Cullen Bryant op dit blog.

 

 

October

 

Ay, thou art welcome, heaven's delicious breath!
When woods begin to wear the crimson leaf,
And suns grow meek, and the meek suns grow brief
And the year smiles as it draws near its death.
Wind of the sunny south! oh, still delay
In the gay woods and in the golden air,
Like to a good old age released from care,
Journeying, in long serenity, away.
In such a bright, late quiet, would that I
Might wear out life like thee, 'mid bowers and brooks
And dearer yet, the sunshine of kind looks,
And music of kind voices ever nigh;
And when my last sand twinkled in the glass,
Pass silently from men, as thou dost pass.

 

 

 

November

 

Yet one smile more, departing, distant sun!
One mellow smile through the soft vapoury air,
Ere, o'er the frozen earth, the loud winds ran,
Or snows are sifted o'er the meadows bare.
One smile on the brown hills and naked trees,
And the dark rocks whose summer wreaths are cast,
And the blue Gentian flower, that, in the breeze,
Nods lonely, of her beauteous race the last.
Yet a few sunny days, in which the bee
Shall murmur by the hedge that skim the way,
The cricket chirp upon the russet lea,
And man delight to linger in thy ray.
Yet one rich smile, and we will try to bear
The piercing winter frost, and winds, and darkened air.

 

 

 1487824-7741e46b6848d6aff198069a4d73aa70.jpg

William Cullen Bryant (3 november 1794 – 12 juni 1878)

Portret door Wyatt Eaton, ca 1878

Geschreven door Romenu om 17:43 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten