Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 6 november 2013 tot 7 november 2013

100 Jaar Albert Camus, Jan Vercammen, Albert Helman, Antonio Skármeta, Pierre Bourgeade, W. S. Rendra

100 Jaar Albert Camus

 

 

De Franse schrijver en filosoof Albert Camus werd geboren op 7 november 1913 in Mondovi, Algerije. Dat is vandaag precies 100 jaar geleden. Zie ook mijn blog van 7 november 2010 en eveneens alle tags voor Albert Camus op dit blog.

 

Uit: l'Étranger

 

« Le soir, Marie est venue me chercher et m'a demandé si je voulais me marier avec elle. J'ai dit que cela m'était égal et que nous pourrions le faire si elle le voulait. Elle a voulu savoir alors si je l'aimais. J'ai répondu comme je l'avais déjà fait une fois, que cela ne signifiait rien mais que sans doute je ne l'aimais pas. "Pourquoi m'épouser alors?" a-t-elle dit. Je lui ai expliqué que cela n'avait aucune importance et que si elle le désirait, nous pouvions nous marier. D'ailleurs, c'était elle qui le demandait et moi je me contentais de dire oui. Elle a observé alors que le mariage était une chose grave. J'ai répondu : "Non". Elle s'est tue un moment et elle m'a regardé en silence. Puis elle a parlé. Elle voulait simplement savoir si j'aurais accepté la même proposition venant d'une autre femme, à qui je serais attaché de la même façon. J'ai dit: "Naturellement."
Elle s'est demandé alors si elle m'aimait et moi, je ne pouvais rien savoir sur ce point.
Après un autre moment de silence, elle a murmuré que j'étais bizarre, qu'elle m'aimait sans doute à cause de cela mais que peut-être un jour je la dégoûterais pour les mêmes raisons. Comme je me taisais, n'ayant rien à ajouter, elle m'a pris le bras en souriant et elle a déclaré qu'elle voulait se marier avec moi. J'ai répondu que nous le ferions dès qu'elle le voudrait. Je lui ai parlé alors de la proposition du patron et Marie m'a dit qu'elle aimerait connaître Paris. Je lui ai appris que j'y avais vécu dans un temps et elle m'a demandé comment c'était. Je lui ai dit: "C'est sale. Il y a des pigeons et des cours noires. Les gens ont la peau blanche."
Puis nous avons marché et traversé la ville par ses grandes rues. Les femmes étaient belles et j'ai demandé à Marie si elle le remarquait. Elle m'a dit que oui et qu'elle me comprenait. Pendant un moment, nous n'avons plus parlé. Je voulais cependant qu'elle reste avec moi et je lui ai dit que nous pouvions dîner ensemble chez Céleste. Elle en avait bien envie, mais elle avait à faire. Nous étions près de chez moi et je lui ai dit au revoir. Elle m'a regardé: "Tu ne veux pas savoir ce que j'ai à faire?" Je voulais bien le savoir, mais je n'y avais pas pensé et c'est ce qu'elle avait l'air de me reprocher. Alors, devant mon air empêtré, elle a encore ri et elle a eu vers moi un mouvement de tout le corps pour me tendre sa bouche.”

 

 

 1490190-5c1f96166a15f80baec654da3a6dad52.jpg

Albert Camus (7 november 1913 – 4 januari 1960)

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Jan Vercammen werd geboren in Temse op 7 november 1906. Zie ook alle tags voor Jan Vercammen op dit blog.

 

 

Nacht

Voor André Demedts

 

Nu denken menschen weer aan God en dood.

Dit uur gaat trager dan alle andere uren,

het dooft op de helling de late vuren

en dan wordt de nacht angstwekkend groot,

 

groot en gescheiden van Gods bestaan,

buiten bereik van doods gretige handen:

wie tast naar zijn altijd-wijkende wanden,

glijdt in bewustzijn uit daglijken waan.

 

Zoo denkt een mensch dan aan God en dood,

hij zal uit hun verwijdering hen kennen:

hij vergat in de doode de dood te erkennen

en God in 't gebed om het dagelijksch brood.

 

Een vogel krijt zijn angst verbijsterd uit,

omdat de schaduw stolt omheen zijn vlerken

en hij zich uit den boom niet los kan werken,

zoodat hij weer, bewusteloos, zijn oogen sluit.

 

De sterren zijn een diepe en schoone droom geweest

en zijn in een ontzegde paradijs gebleven;

alleen herinnering is met ons uitgedreven,

waarvan nu niemand meer voorgoed geneest.

 

Dit is een nacht, waaraan zich onrust voedt

om liefde en eeuwigheid - en om den morgen:

hij vindt wat diepst in ons was weggeborgen,

waardoor elk mensch een duistre zonde boet.

 

Hij maakt ons hart angstwekkend groot

als hij, hij kan het nauwelijks bevatten.

Wie dolf naar herinnerings diepste schatten,

vindt nu de geheimnis van God en dood.

 

 

 1490190-499efb2df59372092ea2b44e67487462.jpg

Jan Vercammen (7 november 1906 – 5 augustus 1984)

Portret door Rik Slabbinck, z.j.

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Albert Helman werd geboren op 7 november 1903 in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 7 november 2010 en eveneens alle tags voor Albert Helman op dit blog.

 

Uit: Het eind van de kaart

 

“Maandag 11 april 1955

- Waar we precies naar toe zouden gaan wist ik pas op het ogenblik van vertrek. Ik kende de richting, ik kende de rivieren, hoewel ten dele slechts bij naam, en kende ook de reden van de expeditie, maar niet veel meer dan dit hoogst summiere beetje. Bob, onze leider - een nog jonge maar veelzijdige en al ervaren ingenieur - was zo in beslag genomen met de voorbereidingen, met het geven van aanwijzingen en het denken aan talloze details, al sinds de dag van onze afspraak dat ik mee zou gaan, dat een nauwkeurige aanduiding van het punt tot waar wij zouden reizen eenvoudig niet uit hem los te krijgen was, en ik ook niet te zeer durfde aandringen op nadere uiteenzettingen. Hij mocht het eens in zijn hoofd krijgen mijn nieuwsgierigheid als een zweem van aarzeling te beschouwen... Dat mocht in geen geval, want ik had al jaren naar een gelegenheid als deze uitgezien.

Zo kwam het dan dat ik belangstellenden thuis in Paramaribo-ironische, meewarige, hoofdschuddende zelfs-op mijn beurt alleen een vage aanduiding kon geven. ‘Tot ongeveer daar’, - en dan noemde ik maar een schilderachtige naam of liet mijn vinger dwalen langs de grillige rivierlijn op het uiterst rechtse deel van mijn kaart. En een beetje dwaasheid moest ik mezelf toch wel bekennen...

Maar toen wij aan boord stapten van de vrij comfortabele ‘Afobaka’, de grote motorboot waarmee wij het eerste, gemakkelijkste stuk door overbekend gebied zouden afleggen, en Bobs vrouw bij het afscheid vroeg: ‘En tot waar gaan jullie nou precies?’, toen werd tenminste een duidelijke naam genoemd en nog een: de Tosso-kreek, west van de Marowijne, en Affisiti, een plaatsje aan de hoofdrivier. Begrippen die aan nauwkeurigheid niets te wensen overlieten. En ik voelde mij opeens minder dwaas en ietwat gericht, - op wat eigenlijk? Een naam, een kronkellijntje, een stip op de kaart, meer niet. Ik had er geen flauw idee van hoe dit alles eruit zou zien, noch hoe groot de kronkelige afstanden waren die wij gingen afleggen.”

 

 

1490190-a3ff73ed539e8b23c1ee713e07b4f11a.jpg 

Albert Helman (7 november 1903 - 7 oktober 1996)

Portret door Otto B. de Kat, 1929

 

 

 

 

De Chileense schrijver Antonio Skármeta werd geboren op 7 november 1940 in Antofagasta. Zie ook alle tags voor Antonio Skármeta op dit blog en ook mijn blog van 7 november 2010

 

Uit: The Postman (Vertaald door Katherine Silver)

 

“As a result of two trivial yet fortunate circumstances, Mario Jiménez launched himself on a new career in the month of June 1969. The first was his aversion to fishing -- or, more to the point, an aversion to those tasks that required him to be out of bed before dawn, a propitious time of day for dreaming about daring affairs with women as passionate as those who appeared on the screen at the San Antonio Movie Theater. This habit, as well as a permanent susceptibility to real or invented colds, excused him, more often than not, from preparing the tackle for his father's boat, gave him full license to stay snuggling under thick ponchos from the southern islands, and allowed him to perfect his oneiric idylls until his father, José Jiménez, returned from the high seas, soaked and hungry, at which time Mario, to appease his own guilty conscience, prepared lunch: toasty fresh bread, a lively salad of tomatoes and onions with parsley and cilantro, and for himself an aspirin, which he dramatically ingested at the moment his progenitor's sarcasm penetrated the very marrow of his bones.

"Go get a job" was his father's brutal, straightforward statement, summing up an accusatory stare that had lasted at least five, if not ten, minutes.

"Sure, Dad," Mario answered, wiping his nose on the sleeve of his jacket.

The second circumstance consisted of Mario's possession of a cheery Legnano bicycle, which carried him beyond the rather limited horizon of the fisherman's bay and into the port of San Antonio which, though insignificant, seemed Babylonian in comparison to Mario's own little hamlet. The mere sight of those movie posters of women with promiscuous mouths, and tough guys with impeccable teeth chewing cigars, sent him into a trance only two hours in a dark theater could possibly cure.”

 

 

1490190-1173fcdd724ee828b35f72d29cb81678.jpg 

Antonio Skármeta (Antofagasta, 7 november 1940)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver, scenarioschrijver, essayist, dichter, journalist en fotograaf Pierre Bourgeade werd geboren in Morlanne op 7 november 1927. Zie ook mijn blog van 7 november 2010 en eveneens alle tags voor Pierre Bourgeade op dit blog.

 

Uit: Les pisseuses

 

S’il suffisait à l’être humain de pisser...

S’il suffisait à l’être humain de pisser pour devenir l’objet d’une oeuvre d’art, alors on peut penser que les innombrables femmes qui, par la peinture, la sculpture, la photographie, ont consacré leur vie à l’Art, n’eussent pas manqué de nous monter leur double humain, le mâle, debout sur ses deux jambes, et le sexe à la main, en train d’uriner contre le mur.

Or, le fait que ces femmes, toutes admirables, se soient abstenues de montrer cela, alors que, de la peinture attique conservée au musée de Naples qui nous montre une femme nue s’apprêtant à pisser au-dessus d’un vase, à la banale et sublime paysanne de Rembrandt qui, s’étant accroupie au détour d’un sentier accomplit vivement ce “besoin naturel”, écartant de la main droite son linge, la main gauche retenant son chapeau, les yeux prompts s’assurant que ni le Ciel, ni l’homme ne peuvent la surprendre, et des femmes urinant dans les oeuvres de Jérôme Bosch à celles qu’au plus fort de sa vieillesse, c’est à dire de son art, ne craignant pas de revenir au coeur des choses, dessina Picasso,

la pisseuse, soit l’être humain de sexe féminin, accroupie neuf mois sur dix, les cuisses écartées, le sexe ouvert, le cul rivé au sol, à l’opposé exact du visage, des yeux qui regardent ailleurs, le ciel, quoi, l’infini, n’a cessé de hanter, depuis l’aube des temps, l’esprit de l’artiste homme -qui n’a pas reculé devant ce qui fit reculer la femme, la femme peintre, la femme poète !

Il fallut en effet attendre plusieurs siècles pour que, prenant subitement sa place entre le lointain céramiste athénien et Pablo Picasso, un poète, un enfant , Arthur Rimbaud , se déclare pissant, dans les célèbres vers datés de 1871- il n’a pas dix-sept ans :

 

Doux comme le seigneur du cédre et de l’hysope

Je pisse vers les ciels bruns très haut et très loin

Avec l’assentiment des grands héliotropes

 

Le lecteur de ces pages sait combien de fois Stéphane Mallarmé vit (drôle de mot ici !) Arthur Rimbaud :une seule fois.”.

 

 

 1490190-6791056d8b82776fac56f1f46e41d614.jpg

Pierre Bourgeade (7 november 1927 – 12 maart 2009)

"La pisseuse" door Pablo Picasso, 1965

 

 

 

 

 

De Indonesische dichter en toneelregisseur Wahyu Sulaeman Rendra (eig. Willibrordus Surendra Broto Rendra) werd geboren in Surakarta op 7 november 1935. Zie ook alle tags voor W. S. Rendra op dit blog.

 

 

God, I Love You

 

I am weak
But not helpless
I am not complaining about the pain
or the itch 

I want to drink tajin
I never have difficulty breathing
but my physique is not satisfactory
to have a normal and ideal position 

I want to cleanse my body
from chemical poison

I want to return to nature’s way
I want to improve my dedication
to Allah

God, I love you

 

 

 1490190-fa0090c8d690da48bf133385663bec83.jpg

W. S. Rendra (7 november 1935 - 6 augustus 2009)

 

 

 

 

Zie voor meer schrijvers van de 7e november ook mijn blog van 7 november 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:36 Reageer op dit bericht

Robert Musil, Michael Cunningham, Nelleke Noordervliet, Bea Vianen, Bert Vanheste

De Amerikaanse schrijver Michael Cunningham is geboren in Cincinnati, Ohio op 6 november 1952. Zie ook mijn blog van 6 november 2010 en eveneens alle tags voor Michael Cunningham op dit blog.

 

Uit: Flesh And Blood

 

“He could wait until harvest time and descend triumphantly, carrying an eggplant or a pepper, perhaps a tomato. He could walk through the autumn dusk to the house where his mother would be laying out supper for his father and brothers. The light would be at his back, hammered and golden. It would cut into the dimness of the kitchen as he threw open the door. His mother and father and brothers would look at him, the runt, of whom so little was expected. When he stood in the vineyard looking down at the world—the ruins of the Papandreous‘ farm, the Kalamata Company‘s olive groves, the remote shimmer of town—he thought of climbing the rocks one day to find green shoots pushing through his patch of dust. The priest counseled that miracles were the result of diligence and blind faith. He was faithful.
And he was diligent. Every day he took his ration of water, drank half, and sprinkled half over his seeds. That was easy, but he needed better soil as well. The pants sewn by his mother had no pockets, and it would be impossible to steal handfuls of dirt from his father‘s garden and climb with them past the goats‘ shed and across the curving face of the rock without being detected. So he stole the only way he could, by bending over every evening at the end of the workday, as if tying down one last low vine, and filling his mouth with earth. The soil had a heady, fecal taste; a darkness on his tongue that was at once revolting and strangely, dangerously delicious. With his mouth full he made his way up the steep yard to the rocks. There was not much risk, even if he passed his father or one of his brothers. They were used to him not speaking. They believed he was silent because his thoughts were simple. In fact, he kept quiet because he feared mistakes. The world was made of mistakes, a thorny tangle, and no amount of cord, however fastidiously tied, could bind them all down. Punishment waited everywhere. It was wiser not to speak.”

 

 

 1489692-0834783700832566e2edc26bb81e3649.jpg

Michael Cunningham (Cincinnati, 6 november 1952)

 




De Oostenrijkse schrijver Robert Musil werd geboren op 6 november 1880 in Klagenfurt. Zie ook mijn blog van 6 november 2010 en eveneens alle tags voor Robert Musil op dit blog.

 

Uit: Der Mann ohne Eigenschaften

 

„Über dem Atlantik befand sich ein barometrisches Minimum; es wanderte ostwärts, einem über Rußland lagernden Maximum zu, und verriet noch nicht die Neigung, diesem nördlich auszuweichen. Die Isothermen und Isotheren taten ihre Schuldigkeit. Die Lufttemperatur stand in einem ordnungsgemäßen Verhältnis zur mittleren Jahrestemperatur, zur Temperatur des kältesten wie des wärmsten Monats und zur aperiodischen monatlichen Temperaturschwankung. Der Auf- und Untergang der Sonne, des Mondes, der Lichtwechsel des Mondes, der Venus, des Saturnringes und viele andere bedeutsame Erscheinungen entsprachen ihrer Voraussage in den astronomischen Jahrbüchern. Der Wasserdampf in der Luft hatte seine höchste Spannkraft, und die Feuchtigkeit der Luft war gering. Mit einem Wort, das das Tatsächliche recht gut bezeichnet, wenn es auch etwas altmodisch ist: Es war ein schöner Augusttag des Jahres 1913.

Autos schossen aus schmalen, tiefen Straßen in die Seichtigkeit heller Plätze. Fußgängerdunkelheit bildete wolkige Schnüre. Wo kräftigere Striche der Geschwindigkeit quer durch ihre lockere Eile fuhren, verdickten sie sich, rieselten nachher rascher und hatten nach wenigen Schwingungen wieder ihren gleichmäßigen Puls. Hunderte Töne waren zu einem drahtigen Geräusch ineinander verwunden, aus dem einzelne Spitzen vorstanden, längs dessen schneidige Kanten liefen und sich wieder einebneten, von dem klare Töne absplitterten und verflogen. An diesem Geräusch, ohne daß sich seine Besonderheit beschreiben ließe, würde ein Mensch nach jahrelanger Abwesenheit mit geschlossenen Augen erkannt haben, daß er sich in der Reichshaupt- und Residenzstadt Wien befinde. Städte lassen sich an ihrem Gang erkennen wie Menschen. Die Augen öffnend, würde er das gleiche an der Art bemerken, wie die Bewegung in den Straßen schwingt, bei weitem früher als er es durch irgendeine bezeichnende Einzelheit herausfände. Und wenn er sich, das zu können, nur einbilden sollte, schadet es auch nichts. Die Überschätzung der Frage, wo man sich befinde, stammt aus der Hordenzeit, wo man sich die Futterplätze merken mußte. Es wäre wichtig, zu wissen, warum man sich bei einer roten Nase ganz ungenau damit begnügt, sie sei rot, und nie danach fragt, welches besondere Rot sie habe, obgleich sich das durch die Wellenlänge auf Mikromillimeter genau ausdrücken ließe; wogegen man bei etwas so viel Verwickelterem, wie es eine Stadt ist, in der man sich aufhält, immer durchaus genau wissen möchte, welche besondere Stadt das sei. Es lenkt von Wichtigerem ab.”

 

 

 1489692-f519ff7090210418cf06d993f91e50c3.jpg

Robert Musil (6 november 1880 – 15 april 1942)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Nelleke Noordervliet werd op 6 november 1945 in Rotterdam geboren. Zie ook mijn blog van 6 november 2010 en eveneens alle tags voor Nelleke Noordervliet op dit blog.

 

Uit: Vrij man 

 

“Ik kijk op een oude kaart van Rotterdam, mijn geboortestad. Daar heb ik mijn hoofdpersoon geplaatst. Met opzet. Amsterdam beheerst ons beeld van de Gouden Eeuw. De grachtengordel getuigt tot op de dag van vandaag van de bloei van de stad. Ik woon er zelf. De buurt is een dorp. Het leven is er net zo bruisend en intiem als toen. Maar de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën was groter. Er waren meer steden van belang: Dordrecht, Leiden, Haarlem, Delft, Hoorn, Enkhuizen, Middelburg, en ja, nadrukkelijk ook Rotterdam. Ik wil een verhaal vertellen dat speelt in de zeventiende eeuw, en dat clichés vermijdt. De proloog van het boek speelt zich dan wel af in het New York van nu, het echte verhaal begint in het Rotterdam van toen.

De stad staat als een driehoek op de rivier. Het water is de brede basis, in ieder opzicht de levensader van de stad. De oude Laurenskerk is het stoere hart. Aan de kant van de Coolvest zijn de nieuwe huizen van rijke kooplieden gebouwd. Aan de kant van de Hoogstraat wat stegen en sloppen, het gasthuis. In de haven wemelen de schepen en scheepjes. De geur van brak water. Kooplieden en schippers uit alle windstreken. Wacht even, ik ben al te ver... Ik moet terug. Niet praten over geuren en kleuren en pittoreske tafereeltjes. Kijken. Net zo lang kijken tot ik kan zien. Kijken tot ik kan zien hoe het was. Ik kijk urenlang, vooral naar kaarten en prenten, de koele weergevers van de werkelijkheid, en verplaats me in iemand voor wie dat alles gewoon was, voor wie de stad noch een geschiedenis noch een toekomst had.

Ik moet veel afleren.

Ik ben doordrenkt van zeventiende-eeuwse beelden. Uit alle historieplaten, schilderijen, beschrijvingen, romans, is een composietbeeld ontstaan dat het clair-obscur van Rembrandt verbindt met het boertige van Jan Steen en de intimiteit van Vermeer, dat de hoofsheid van Hooft koppelt aan de barokke taal van Vondel en de amoureusheid van Bredero. Het is het Holland van de Ruysdaelluchten en de Avercampwinterlandschappen.”

 

 

 1489692-16260683ca5a009a85a37429f3ee15a4.jpg

Nelleke Noordervliet (Rotterdam, 6 november 1945)

 





De Surinaamse dichteres en schrijfster
Bea Vianen werd geboren in Paramaribo op 6 november 1935. Zie ook mijn blog van 6 november 2010 en eveneens alle tags voor Bea Vianen op dit blog.

 

 

Positie

 

Wat ik al niet heb kunnen krijgen!

- verstoten afgeweerd.

Gemaakt en gebroken heb ik gedaan

wat ik zelf wou;

 

niemand is aansprakelijk,

aan niemand gaf ik het recht

zich in te laten met mijn daden

die dieper raken dan mijn huid.

 

Heel lang geleden

bestond zij, de liefde: een tabbetje,

een rif, een atòl,

ver van de praatjes en de leugens

ging zij, een korjaal, méé met de stroom.

 

Toen op een morgen werd ik wakker

de stilte gehaakt in mijn keel;

starende kamers in starend verbazen

en uit dat staren ontstond een steen.

 

 

 

Te zijn...

 

Te zijn

een vleugje zoet van sinaasappelbloesems

heel even maar echt genoeg om

in je wakker te maken een vogelconcert

zo luid alsof het orkest de toetsen de stokken

en de halzen uit de zalven boven de stammen

komt.

 

Te zijn

 

dansend oranje in een wijde cirkel

van strookjes

een rinkelende hand een vragende hand

mijzelf te beheren met de glimlach van een eigenaar

die loopt over vreemde terreinen.

 

 

1489692-0206f33214f28f1af734ecbbdf83ab13.jpg 

Bea Vianen (Paramaribo, 6 november 1935)

 



 

De Vlaamse literatuurwetenschapper en auteur Gilbert (Bert) Vanheste werd geboren in Pervijze op 6 november 1937. Zie ook alle tags voor Bert Vanheste op dit blog.

 

Uit: In het land der blinden is Le Roy koning (Over De ziener van Simon Vestdijk)

 

“Zo te zien had Vestdijk, toen hij in 1958 De ziener schreef, geen oog voor de maatschappelijke werkelijkheid. Hij liet zijn verteller (en zijn lezers) de zonderling Le Roy, de lerares Frans, Rappange, haar leerling Dick Thieme Backer en nog wat nevenfiguren, in het vizier nemen. Het aangeboden kijkgat staat een scherp, maar begrensd zicht toe. De aandacht wordt gevestigd op de innerlijke werkelijkheid en op de veruitwendiging daarvan in het geïsoleerde gedrag van de individuele personages of in de omgang van twee of drie, een enkele keer vier van hen. Zo is Le Roy in het eerste hoofdstuk de enige toeschouwer tijdens het spel van de kaatsers Van der Meulen en Roukema. Als Dick in het slothoofdstuk op het station afscheid neemt van Rappange, is het perron eerst leeg, later is er een vrouw en een kind, twee conducteurs, één fabrikant. Tussendoor bespiedt Le Roy vrijende paartjes en als hij weer eens in elkaar geslagen wordt, schiet Dick hem ter hulp. Zelfs dan zijn er niet echt vier personen: Le Roy onttrekt zich aan het gezelschap door zich bewusteloos te houden en zodra een andere gluurder naar voren treedt, vlucht het paartje. De uitzondering vormt het conclaaf van de directeur met drie leraren. Alhoewel: de gezaghebbendste van het drietal, Brouwers, stelt zich nadrukkelijk afzijdig op.

Ogenschijnlijk is De ziener allesbehalve een sociale roman. De mensen die erin optreden hebben veel weg van de postzegels van Le Roy: ‘Het waren kleine wereldjes, die zich van de grote wereld hadden afgezonderd, kleine spiegels die hun herkomst nog maar weerkaatsten op een fantastisch vereenvoudigde en daarbij merkwaardig belangeloze wijze.’ (170). Centraal in Vestdijks visie staan die ‘autonome’ personages. De wereld is hooguit aanwezig als achtergrond, als herinnering aan hun herkomst. Althans op het eerste gezicht. Bij nader inzien blijkt de autonomie deels schijn of op zijn minst net zo paradoxaal als Le Roy’s postzegels”:

 

 

 1489692-630cb5505efb159c438ae8ef5321948c.jpg

Bert Vanheste (6 november 1937 - 23 februari 2007)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e november ook mijn blog van 6 november 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 20:07 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten