Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 17 februari 2014 tot 18 februari 2014

Nick McDonell, Toni Morrison, Robbert Welagen, Bart FM Droog, Huub Beurskens, Gaston Burssens

De Amerikaanse schrijver Nick McDonell werd geboren op 18 februari 1984 in New York. Zie ook alle tags voor Nick McDonell op dit blog.

Uit: Twelve

“And White Mike ran after them, barking and howling, and Hunter ran after him, and White Mike let them get away after a couple blocks. Hunter put White Mike in a cab, but he had to convince the cabbie to take White Mike, and pay him in advance. The cabbie was jumpy and looked in the mirror at White Mike the whole ride. White Mike had his head out the window, staring at the pedestrians. When White Mike got home and collapsed in his bed with his shoes and clothes still on, his last thought before sleep was Why not? He had been awake for three days.
White Mike gets out of a cab on Seventy-sixth Street and Park Avenue. He looks at the number of the cab: 1F17. He memorizes the number every time he gets out of a cab, in case he leaves anything behind. This has never happened.
Down Park Avenue there are Christmas lights wrapped around all the trees and bushes, and the wires give the snow better purchase, so the frost hangs low from the branches. When the lights turn on at night the trees almost disappear between the bulbs, and the disembodied points of light outline jagged constellations in the dark air. It is getting past dusk, and White Mike remembers one night, years ago, when his mother was still alive and she sat on the edge of his bed, tucking him in for the night, and told him about Chaos Theory. White Mike remembers exactly what she said. The story she told him was about how if a butterfly died over a field in Brazil and fell to the ground and made a mouse move or a tiny shoot of grass bend, then everything might be different here, thousands and thousands of miles away.
"How come?",he asked.
"Well, if one thing happens and changes something else, then that thing changes something else, right? And that change could come all the way around the world, right here to you in your bed." She tweaked his nose."Did a butterfly do that?"
"Did the butterfly die?",he asked her back.
The lights on Park Avenue suddenly turn on. White Mike can feel his beeper vibrating again.”

 

 1551706-2d24d1d2a55d6505267680803e4a28a2.JPG
Nick McDonell (New York, 18 februari 1984)
Chace Crawford als Mike in de film “Twelve” uit 2010

 

 

De Afro-Amerikaansschrijfster Toni Morrison werd geboren op 18 februari 1931 in Lorain, Ohio. Zie ook alle tags voor Toni Morrison op dit blog.

Uit: The Bluest Eye

“When, on a day after a trip to collect coal, I cough once, loudly, through bronchial tubes already packed tight with phlegm, my mother frowns. "Great Jesus. Get on in that bed. How many times do I have to tell you to wear something on your head? You must be the biggest fool in this town. Frieda? Get some rags and stuff that window."
Frieda restuffs the window. I trudge off to bed, full of guilt and self-pity. I lie down in my underwear, the metal in the black garters hurts my legs, but I do not take them off, because it is too cold to lie stockingless. It takes a long time for my body to heat its place in the bed. Once I have generated a silhouette of warmth, I dare not move, for there is a cold place one-half inch in any direction. No one speaks to me or asks how I feel. In an hour or two my mother comes. Her hands are large and rough, and when she rubs the Vicks salve on my chest, I am rigid with pain. She takes two fingers' full of it at a time, and massages my chest until I am faint. Just when I think I will tip over into a scream, she scoops out a little of the salve on her forefinger and puts it in my mouth, telling me to swallow. A hot flannel is wrapped about my neck and chest. I am covered up with heavy quilts and ordered to sweat, which I do, promptly.
Later I throw up, and my mother says, "What did you puke on the bed clothes for? Don't you have sense enough to hold your head out the bed? Now, look what you did. You think I got time for nothing but washing up your puke?"

 1551706-3a7502221237edb329d768f6789385f7.jpg
Toni Morrison (Lorain, 18 februari 1931)
Cover Time, 1998

 

 

De Nederlandse schrijver Robbert Welagen werd geboren in Dordrecht op 18 februari 1981. Zie ook alle tags voor Robbert Welagen op dit blog.

Uit: Het verdwijnen van Robbert

“Ik had het plan opgevat om halsoverkop te vertrekken.
Mijn appartement was bijna leeg. Er stond alleen nog maar het nodige: een bed en een lamp. De meeste spullen die ik bezat, had ik verkocht of weggegooid. Wat ik overhield, paste in een koffer. Het was een grote koffer, dat wel.
Ik had om één reden mijn spullen weggegooid: om op een dag spoorloos te verdwijnen. Het was met een hersenspinsel begonnen, nu beheerste het mijn leven.
Vier dagen was ik bezig geweest om van mijn bezittingen af te komen. Best kort eigenlijk, als je bedenkt hoeveel jaren het heeft gekost om alles te verzamelen.
Een antiquair kocht de Tsjechische tafel die ik op mijn achttiende verjaardag van mijn vader en moeder had gekregen. Het blad was versierd met een rode en gele rand, waarop bloemetjes waren geschilderd. Ik had Tsjechië eens bezocht en het eerste landelijke station dat ik zag, was op dezelfde wijze versierd.
De tafel sloot wat betreft charme aan bij het lichtgroene dressoir met een marmeren blad. Ooit gekocht in een winkeltje toen ik in mijn eerste studentenkamer woonde.
In de bovenste lade van het dressoir bewaarde ik souvenirs. Een donkerblauw betaalmuntje bijvoorbeeld, waarop ‘Boekenbal’ stond. Een jaartal ontbrak.”

 

 1551706-040cc7fe8b5aa8a9fb9f7408b7d63db1.jpg
Robbert Welagen (Dordrecht, 18 februari 1981)

 

 

De Nederlandse dichter Bart FM Droog werd geboren in Emmen op 18 februari 1966. Zie ook alle tags voor Bart FM Droog op dit blog.

 

HET ZUUR

Het zuur marcheert in vaste kolommen
waggelt in statements om het hardst
ja, het is wijs en alwetend en –machtig

maar ongrijpbaar blijft dat ogenblik
van bliksemflits van hier naar daar
wanneer het publiek juicht

omwille van wat geen wetenschap is
en dat deert het zuur, het zuur wil weten
determineren en afdoen, afdoen

rangschikken, beoordelen en tot slot
in boeken bergen, opsluiten en
vooral vergeten, dat wil het zuur.

 

 

HET IS MEI EN HET REGENT      

Het is mei en het regent en ik denk aan jou
en jij aan mij op deze dag in mei dat het regent
en vogels krijsen in het struweel en het regent
het regent, in mei, in mij, in mei

in mei zeiden we goodbye, voorgoed, voorgoed
voorbij in mei ging onze liefde voorbij
en het regent en het regent in mei, in mij
in jou en mij voorgoed voorbij

die mei met jou en mij, zij aan zij
als het regent in mij denk ik aan die mei
dat jij mij zei mijn lief, mijn zoet, die dag
die dag in mei zo lang zo lang voorbij.

 

 1551706-e1229eb8a395725b95b0fa23679844d3.jpg
Bart FM Droog (Emmen, 18 februari 1966)

 

 

De Nederlandse dichter,vertaler en schilder Huub Beurskens is geboren in Tegelen op 18 februari 1950. Zie ook alle tags voor Huub Beurskens op dit blog.

Uit: Buitenwegen (Herfst in Rome)

“Kom, op een late, zonnige oktobermiddag wandelen we door Rome. We hebben het Forum Romanum bezocht en waren verre van alleen, zijn toen met vele anderen achter langs het Senatorenpaleis omhoog gelopen naar de Campidoglio, hebben daar staan kijken over een deel van de stad om te zien hoe we weldra, beneden, meerdere malen een veilig heenkomen zouden moeten proberen te vinden, laverend door het in rijen toeterende en blauw dampende verkeer dat zich voortdurend schijnt te verwarren en ontknopen rondom een in smetteloos wit gestoken, druk gebarende en fluitende agent op de Piazza Venezia. We wilden nog een stukje verder dan dat plein en dat is ons uiteindelijk gelukt. Terwijl het Italiaanse verkeer, ondanks deze prachtige, milde dag, van geen ophouden weet, richting Termini of Porta Pia dendert en tegelijkertijd op identieke wijze uit beide richtingen stroomt, gaan we, een onmiddellijke oase vermoedend, een kleine kloosterkerk binnen. San Silvestro in Monte Cavallo.
We komen niet bedrogen uit. Alle verkeer is weg wanneer de zware deur achter ons dichtvalt. We kijken, langzaam wennend aan het betrekkelijke donker, naar boven, om ons heen. Bij een zijdeur ontwaren we een klein gezelschap, er wordt zacht gepraat, je zou haast zeggen dat er wordt geconverseerd. Men opent de deur. Een bundel licht valt in de kerk. We zijn zo nieuwsgierig en volgen de mensen, acht of tien in getal, en komen in een kleine kloostertuin met grasperkjes, heesters en cipressen, omsloten door een oude kruisgang. De herfstzon valt nog net aan de oostzijde binnen. Enkelen zijn daar tussen de zuiltjes op het muurtje gaan zitten, anderen staan, een zit er in het gras.”

 

 1551706-e361fca71796447bac715cf537821ad6.jpg
Huub Beurskens (Tegelen, 18 februari 1950)
Herfst in Rome 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Gaston Burssens werd geboren in Dendermonde op 18 februari 1896. Zie ook alle tags voor Gaston Burssens op dit blog.

 

Jespers

De avond is zo stil als ’t wezen kan
Nog stiller dan bij ’t luiden van de vespers
Een wandeling door het land van Jespers
Is stiller dan ik zeggen kan

De zee is niet zeer ver
Iets verder dan de verste horizonnen
Als wij haar ruisen voelen her en der
Is ’t wonder van haar stilte reeds begonnen

De velden liggen lauw in dit geruis
De mestlucht met de mist heft ons omhangen
We horen vele vogelzangen
We zien één enkele vledermuis

De wilgen zijn nog stiller dan ze krom zijn
Verdoezeld in de stilt’ en bijna zwart
De boeren zitten stiller dan ze stom zijn
En onze geest staat stil en wij zijn zonder hart

De weiden liggen niet ze hangen
ze hangen aan de mist en ’t is de mist die ligt
Wij hebben ei zo na niet één verlangen
Wij horen een gedicht

De koeien o de koeien
Toen Onze Lieve Heer de koe geschapen heeft
Wist hij wel dat haar loeien
Een klacht zou zijn die om de stilte beeft

De maan want ja het maantje bidt zijn vespers
Stil als een wit konijn
En ik en Jespers
Wij luisteren naar de maneschijn

 

 1551706-c8cd11ffce9f799733a4e074c852860c.jpg
Gaston Burssens (18 februari 1896 – 29 januari 1965)
“Strand “ door Floris Jespers, ca. 1914

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e februari ook mijn blog van 18 februari 2012 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:42 Reageer op dit bericht

Maarten Mourik

De Nederlandse dichter, publicist en diplomaat Maarten Mourik werd geboren in Streefkerk op 18 februari 1923 als zoon van een boer die later gemeenteambtenaar werd. In de Tweede Wereldoorlog verbleef hij als dwangarbeider in Bernau in Duitsland. In 1946 trad hij in dienst van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Hij was van 1978 tot 1985 ambassadeur van Nederland bij de UNESCO. Hij ging in 1988 met pensioen. Na zijn pensionering richtte Mourik in 1990 het Nederlands-Vlaamse 'Comité Buitenlands Cultureel Beleid' mee op, dat zich inzette voor een meer actief buitenlands cultureel beleid. Mourik werd echter vooral bekend na zijn loopbaan toen hij in januari 2001 een aanklacht indiende tegen Jorge Zorreguieta wegens 'misdaden tegen de menselijkheid'; hij had opdracht gegeven aan de Amsterdam International Law Clinic, later aan de advocaten Britta Böhler en Liesbeth Zegveld om te onderzoeken of aangifte mogelijk was. Het Nederlandse Openbaar Ministerie besloot na die aanklacht dat in Nederland niet tot vervolging kon worden overgegaan. Over zijn strijd tegen Zorreguieta publiceerde hij in het boek "Dubbelgevecht", waar hij ook zijn eigen strijd na een beroerte beschreef. In dit boek onthulde hij dat toenmalig algemeen secretaris van Beatrix der Nederlanden, Philip de Heer, een poging had gedaan Mourik van aangifte tegen Zorreguieta af te houden.

 

Nomade

En elke keer opnieuw dan loopt
men in de val van eigen dromen;
hoe vaak al heb ik niet gehoopt
in de oase aan te komen
waar niets meer tot vertrekken noopt,
met altijd groenend gras en bomen,
en water dat men krijgt, niet koopt.
Maar aan het lot is niet te ontkomen.

Want men voert met zich mee de beesten
waarvan men dienaar is en heer,
maar ’t eerste altijd nog het meeste
en zo bevuilt men keer op keer
wat paradijs had kunnen zijn,
en drijft zichzelf in de woestijn.
 

 

Het Vijfde Seizoen

Boven onze hoofden zwenken 
de trekvogels terug naar 't Noorden; 
onder onze voeten breken 
narcissen door het herfstig gras; 
hoewel de nachten langer worden 
lengen nu ook de dagen weer;
- er is absoluut geen twijfel mogelijk: 
dit jaar brengt ons een tweede lente.

 

 

 1552587-647a25fb19a901228a0a071abd658d2f.jpg
Maarten Mourik (18 februari 1923 - 30 september 2002)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Shahrnush Parsipur, Sadegh Hedayat, Mo Yan,Yevgeni Grishkovetz, Frederik Hetmann, Emmy Hennings

De Iraanse schrijfster Shahrnush Parsipur werd geboren op 17 februari 1946 in Teheran. Zie ook alle tags voor Shahrnush Parsipur op dit blog.

Uit: Touba and the Meaning of Night (Vertaald door Kamran Talattof and Havva Houshmand)

“Haji Adib thought about the women, "They can think." Something had been shaken in him again, just as the first time he had seen the globe. Haji Adib thought, "Very well, you know that the earth is round, you knew it very well. But then why so much anxiety?" This knowledge threw him rapidly into depths of thought. In his studies he had read that some of the Greek philosophers had hypothesized the roundness of the earth. He knew that the scientists of the east also had knowledge of this fact. At least, a few of them knew it. Then Galileo had come and proven it. Haji Adib knew all of this, yet he wanted to continue believing in the squareness of the earth.
He sat on the edge of the octagonal pool and leaned his head on his left arm. He needed to understand why he wanted the earth to remain square. Impatiently, he wanted to throw aside any thought of the sleeping lady earth. But the thought would not leave him, spinning in the sphere of his mind.... Who was it who said that slaves were merely tools that spoke? Haji Adib had at last found a thought to keep him from dwelling on the sleeping lady of the earth. Who said it? Perhaps it was a Roman. He raised his eyebrows, but it would not come to him. He could not remember.
Who was it who had said, "Let us shut the books and return to the school of nature?" Again, his memory failed him. What had been the use of all his reading, he thought.
On the ground, ants were coming and going in a straight line. Haji Adib placed his index finger in the way of one of the ants. The ant stopped, shook his antennae, then climbed up his finger. Now that the earth was round, everything took on a different meaning. The ant walked aimlessly up and down Haji Adib's finger. Without doubt, Rumi had been right: Nature progressed, ascended, and was always becoming. But did an ant think? Perhaps it had some kind of thought process. Not everything could be Haji Adib's sole possession, particularly thought.”

 

 1551149-f1db50db728f9d50e9ce14a8dc4a7563.jpg
Shahrnush Parsipur (Teheran, 17 februari 1946)

 

 

De Iraanse schrijver Sadegh Hedayat werd geboren op 17 februari 1903 in Teheran. Zie ook alle tags voor Sadegh Hedayat op dit blog.

Uit: The Elixir of Life (Vertaald door Kambiz Parsai)

„The sons said: “Most obediently dear father!”; and prepared to leave. Readily,the cobbler gave each a loaf of bread and a jug of water and kissed them goodbye.
The three brothers began their journey. As long as their eyes could see and there was some strength in their knees, they went forth. Exhausted to death, they finally reached a crossroads. They spotted an elm tree there and sat under its shade to take some rest. Ahmadak was so tired that he immediately fell into a deep slumber. The elder brothers who were always very jealous of him and indeed nourished a thirst for his blood, began to contemplate the removing of this ever-present obstacle on their way. They voiced to each other the fear that Ahmadak would one day emerge as a formidable challenge and a big headache. They said: “We’d better get rid of him now!” They jumped on him, tied his hands behind him, dragged him to a nearby deep and dark cave and threw him there. Ahmadak`s pleas remained unheard. The more he begged them for mercy, the less they listened to him. To make things still more difficult for him, the pitiless brothers closed the entrance of the cave with stone. They had already taken Ahmadak`s shirt with them and stained it with the blood of a dove they killed. They gave the shirt to the leader of a passing caravan imploring him to show it to their cobbler father back home and inform him that Ahmadak had been devoured by a wolf. They then continued their way forth until they reached a forked-road. There they cast lots and one went eastward and the other went westward.”

 

 1551149-8d7c4f215aa51290cb866018e1f1b221.jpg
Sadegh Hedayat (17 februari 1903 – 9 april 1951)

 

 

De Chinese schrijver Mo Yan werd geboren op 17 februari 1955 in Gaomi in de provincie Shandong. Zie ook alle tags voor Mo Yan op dit blog.

Uit: Shifu, You'll Do Anything for a Laugh (Vertaald door Howard Goldbaltt)

“He parked his bike and took a look around, exchanging a meaningful glance with old Qin Tou, the gateman. Then, with a heavy sigh, he slowly walked over to join the crowd. His heart was heavy, but not too heavy. After word of imminent layoffs at the factory had gotten out, he went to see the factory manager, a refined middle-aged man, who graciously invited him to sit on the light-green lambskin sofa. Then he asked his secretary to bring them tea. As Ding held the glass of scalding liquid and smelled its jasmine fragrance, he was engulfed in gratitude, and suddenly found himself tongue-tied. After smoothing out his high-quality suit and sitting up straight on the opposite sofa, the factory manager said with a little laugh:
“Ding Shifu, I know why you're here. After several years of financial setbacks here at the factory, layoffs have become unavoidable. But you're a veteran worker, a provincial model worker, a shifu — master worker — and even if we're down to the last man, that man will be you.”
People were crowding up to the bulletin board, and from his vantage point behind them, Ding Shikou caught a glimpse of three large sheets of paper filled with writing. Over the past few decades, his name had appeared on that bulletin board several times a year, and always on red paper; those were the times he had been honored as an advanced or model worker. He tried to elbow his way up front, but was jostled so badly by the youngsters that he wound up moving backward. Amid all the curses and grumbling, a woman burst out crying. He knew at once it was Wang Dalan, the warehouse storekeeper. She'd started out as a punch-press operator, but had mangled one of her hands in an accident, and when gangrene set in they'd had to amputate it to save her life. Since it was a job-related injury, the factory kept her on as a storekeeper”.

 

 1551149-d2ad5e13183e21b5665278a02d61a6d5.jpg
Mo Yan (Gaomi, 17 februari 1955)

 

 

De Russische schrijver, regisseur en acteur Yevgeni Grishkovetz werd geboren op 17 februari 1969 in Kemerovo. Zie ook alle tags voor Yevgeni Grishkovetz op dit blog.

Uit: Rivers (Vertaald doorAdrienne Celt)

“Only once did I see a bear outside of a zoo. Only one time in my whole life. Even though I was born in Siberia, and lived my first thirty-odd years there. In Siberia, where once upon a time my great-grandfather was born and died, where my grandfather was born and died, and where my father too was born. I ran away from Siberia. Ran far and, I’d dare say, remorselessly.
I was born and raised in a city that now seems neither big nor small to me. I somehow can’t call its true measurements to mind. Sometimes it looms incomprehensibly large, but when I left, it was stifling and claustrophobic. And now even when I return — ra-a-rely, rarely — return to that city of my birth, I don’t know what I’m looking at. It’s big or small for those who live there. And I’m one of those who left. I left and now I can’t understand it. Never.
My mind no longer contains the mechanism to understand the city, and perhaps more importantly, I’m not completely convinced that I need to understand it. How’s that for a problem?
This is why, when I’m oh-so-far from the city where I was born and raised, and farther still from my Mother Country, I fall into some strange practices… Imagine: heat, the very end of July. The South. And not just our south, but the true South. Grasshoppers sing in the dry grass, and everything else rings with the immobilizing heat. The sky is cloudless, the horizon burning white hot, and you stand before some kind of attraction, something distinguished among all these ruins.A guide drones on about the historical significance of the place, right where you’re standing, and someone from your group, someone like you, the pedantic people in shockingly bright shorts, asks some probing question to show off their own intelligence. Your vision is starting to blur, when your guide leads you onward, and you enter some cave or tomb, and its dark coolness falls over you, it seems almost damp, but not unpleasantly damp, restoringly so.“

 

 1551149-5025fa695f69aca7b892955f521db4d6.jpg
Yevgeni Grishkovetz (Kemerovo, 17 februari 1969)

 

 

De Duitse schrijver Frederik Hetmann (eig. Hans-Christian Kirsch) werd geboren op 17 februari 1934 in Breslau. Zie ook alle tags voor Frederik Hetmann op dit blog.

Uit: Geräusch der Grille - Geräusch des Geldes

„Eines Tages verließ ein Indianer die Reservation und besuchte einen weißen Mann, mit dem er befreundet war.
In einer Stadt zu sein, mit all dem Lärm, den Autos und den vielen Menschen um sich -'all dies war ganz neuartig und auch ein wenig verwirrend für den Indianer.
Die beiden Männer gingen die Straße entlang, als plötzlich der Indianer seinem Freund auf die Schulter tippte und ruhig sagte: "Bleib einmal stehen. Hörst du auch, was ich höre?".
Der weiße Freund des roten Mannes horchte, lächelte und sagte dann: "Alles, was ich höre, ist das Hupen der Autos und das Rattern der Omnibusse. Und dann freilich auch die Stimmen und die Schritte der vielen Menschen. Was hörst du denn?"
"Ich höre ganz in der Nähe eine Grille zirpen", antwortete der Indianer.
Wieder horchte der weiße Mann. Er schüttelte den Kopf.
"Du musst dich täuschen", meinte er dann, "hier gibt es keine Grillen. Und selbst wenn es hier irgendwo eine Grille gäbe, würde man doch ihr Zirpen bei dem Lärm, den die Autos machen, nicht hören."
Der Indianer ging ein paar Schritte. Vor einer Hauswand blieb er stehen. Wilder Wein rankte an der Mauer. Er schob die Blätter auseinander, und da - sehr zum Erstaunen des weißen Mannes - saß tatsächlich eine Grille, die laut zirpte.“

 

 1551149-196952578f6e3e4933e063d59e7f75b1.jpg
Frederik Hetmann (17 februari 1934 – 1 juni 2006)

 

 

De Duitse dichteres, schrijfster en caberetiere Emmy Hennings werd geboren op 17 februari 1885 in Flensburg. Zie ook alle tags voor Emmy Hennings op dit blog.

 

Morpheine

We wait for one last adventure
What does the sunshine care for us?
Days piled high collapse
Restless nights - prayer in purgatory.

Then too, we do not read the daily mail
Only sometimes we smile quietly in the pillows,
Because we know everything, and cannily
Fly hither and thither in fever chill.

Though people scurry and strive
Today the rain still falls drearily
We drive through life without stopping
And sleep, perplexed, thereafter...

 

Vertaald door Howard A. Landman

 

 

An die Scheiben schlägt der Regen

An die Scheiben schlägt der Regen.
Eine Blume leuchtet rot.
Kühle Luft weht mir entgegen.
Wach ich, oder bin ich tot?
Eine Welt liegt weit, ganz weit,
Eine Uhr schlägt langsam vier.
Und ich weiß von keiner Zeit,
In die Arme fall ich dir ...

 

 1551149-bb0f087f59e44a06cccbccdb823b3c70.jpg
Emmy Hennings (17 februari 1885 – 10 augustus 1948)
Hier met een van haar Dada poppen, 1917

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e februari ook mijn blog van 17 februari 2012 deel 2 en eveneens mijn blog van 17 februari 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 19:30 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten