Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 29 maart 2014 tot 30 maart 2014

Gerrit Komrij, Paul Verlaine, Milton Acorn, Erika Mitterem

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus, polemist en toneelschrijver Gerrit Komrij werd geboren op 30 maart 1944 in Winterswijk. Zie ook alle tags voor Gerrit Komrij op dit blog.

 

Antipode

Bewaar me voor de helderheid der dingen,
Het schone hemd, de reidans en de zon.
Geef mij het spiegelbeeld, herinneringen,
De vale schutskleur van het kameleon.

Ik ben er niet. Geen bloedbaan ruist in mij.
Ik leef in schaduwen, ben nameloos.
Laat me verdorren in het wintertij,
Ver van de zomers met hun hels gehoos.

Ik kan de lichte stormen niet verdragen.
Kijk niet naar me. Behoed me voor die pijn.
O camera. O beeld van welbehagen.
Laat me van dit de antipode zijn.

 

 

Dodenpark

We wandelden des avonds door de tuinen
Van het crematorium; achter heg en hazelaar
Stond laag de vroege maan; ik at wat kruimels
Van mijn vest en jij genoot van een sigaar.

Je dacht wellicht aan zeer bezwete negers
Op hete plantages in de weer. Ook aan
Je gezicht meende ik zoiets af te lezen.
Ikzelf keek door de heg naar de maan.

We spraken niet. Wat viel er ook te zeggen?
We dachten maar aan een maan en aan zweet.
O, nergens heerste er ooit zo'n rust. Slechts
Af en toe klonk uit een urn een kreet.

 

 

Invitatie

Ik lig hier als een hoer tentoon. Je kunt
Me aaien, in me kruipen en bespringen,
Me tot een bal opblazen, tot een punt
Verkleinen, me bewenen of bezingen:

Ik ben je materiaal. Besnuffel me.
Loer in mijn keel, mijn hart, mijn reet, mijn maag.
Vervloek me duizend maal of knuffel me.
Ik vind het best. Ik heb je lief vandaag.

Proef van mijn bloed. Kom sabbel aan mijn tiet.
Geloof volop in mijn bekentenis.
Ik ben er echt. En toch ben ik er niet,
Zoals je wollen trui het schaap niet is.

 

 1573571-5475b55576ca4c3111fd11b950a6ef6f.jpg
Gerrit Komrij (30 maart 1944 - 5 juli 2012)
In 1979

 

 

De Franse dichter Paul Marie Verlaine werd geboren in Metz op 30 maart 1844. Zie ook alle tags voor Paul Verlaine op dit blog.

 

Het weent in mijn hart

Het weent in mijn hart
zoals ‘t regent over de stad;
Wat is dat lusteloze
dat mijn hart doordringt?

O zacht zingt de regen
op grond en daken!
Voor een hart vol verveling
o de zang van regen!

Het weent zonder reden
in dit hart dat misselijk raakt.
Wat! Geen verraad?
Deze rouw is zonder reden.

Het is toch je reinste kwaal
niet te weten waarom
zonder liefde zonder haat
mijn hart zo’n pijn heeft!


Vertaald door Marc Tiefenthal

 

 

Like city's rain, my heart . .

The rain falls gently on the town.
Arthur Rimbaud

Like city's rain, my heart
Rains teardrops too. What now,
This languorous ache, this smart
That pierces, wounds my heart?

Gentle, the sound of rain
Pattering roof and ground!
Ah, for the heart in pain,
Sweet is the sound of rain!

Tears rain-but who knows why?-
And fill my heartsick heart.
No faithless lover's lie? . . .
It mourns, and who knows why?

And nothing pains me so--
With neither love nor hate--
A simply not to know
Why my heart suffers so.

 

Vertaald door Norman R. Shapiro

 

 

Herfstlied

Droeve tonen
van violen
die in 't najaar klinken
laten mijn hart
in verlangende smart

De keel gesnoerd,
doodsbleek, geroerd
als klokken luiden,
denk ik nog aan
wat is gegaan
en wil ik huilen.

En ik moet voort
waar wind mij voert,
mee op zijn boze pad,
van hier naar daar,
als was ik maar
een najaarsblad.

 

Vertaald door M.H. Teunissen

 

 

 1573571-7cb7f6cda4ce714d36749fc97df54ba4.jpg
Paul Verlaine (30 maart 1844 - 8 januari 1896)
Portret door Natalie Gontcharova, 1906

 

 

De Canadese dichter Milton James Rhode Acorn werd geboren op 30 maart 1923 in Charlottetown, Prince Edward Island.Zie ook alle tags voor Milton Acorn op dit blog.

 

The natural History Of Elephants (Fragment)

In the elephant's five-pound brain
The pliable trunk's a continuous diversion
That in his great innocence he never thinks of as perverse,
The pieces of the world are handled with such a thrilling
Tenderness that all his hours
Are consummated and exhausted with love.
Not slow to mate every female bull and baby
Is blessed with a gesture grandly gracious and felt lovely
Down to the sensitive great elephant toenails.

And when his more urgent pricking member
Stabs him on its horrifying season he becomes
A blundering mass of bewilderment .... No thought
But twenty tons of lust he fishes madly for whales
And spiders for copulation. Sperm falls in great gouts
And the whole forest is sticky, colonies of ants
Are nourished for generations on dried elephant semen.

In the elephant's five-pound brain
Death is accorded no belief and old friends
Are continually expected, patience
Is longer than the lives of glaciers and the centuries
Are rattled like toy drums. A life is planned
Like a brushstroke on the canvas of eternity,
And the beginning of a damnation is handled
With great thought as to its middle and its end.

 

 1573571-33206aa05c4ff6a0d449aff8882667a2.jpg
Milton Acorn (30 maart 1923 – 20 augustus 1986)

 

 

De Oostenrijkse schrijfster en dichteres Erika Mitterer werd geboren op 30 maart 1906 in Wenen. Zie ook alle tags voor Eika Mitterer op dit blog.

 

An Österreich

O hör die Stimme, welche warnend spricht:
Mit Bösem tilgest du das Böse nicht!

Wer Qual verhängt, wird nicht von Qual befreit.
Gesundet, bist du gegen Haß gefeit.

Es sterbe jeder, der einst Tod verhängte?
Den willst du schlagen, welcher dich bedrängte?

Der soll verhungern, der den Krieg begrüßte,
und keiner sei willkommen, eh er büßte ...?

Bevor du richtest, forsche in Geduld:
Wie viele unter uns sind ohne Schuld?

Und fühlst du dich im Recht und weißt dich rein,
zerreiße, Shylock, dennoch deinen Schein!

Erweckte jemals Zorn vergoßnes Blut?
Unnütze Härte macht selbst Feigen Mut!

Drum wag's noch einmal, ob man drum dich schmäht,
und ernte Liebe, wo sie Haß gesät ...

Nur Liebe tilgt die Greuel endlich aus
und schafft aus Trümmern ein verläßlich Haus!

Hör nicht das alte Wort von Zahn um Zahn
und Aug um Auge - hör das neue an,

zweitausend Jahre alt und ewig neu;
dem nie erfüllten zeige du dich treu!

O hör die Stimme, welchejubelnd spricht:
Die Finsternis erhellt sich nur - vom Licht!

Nicht in der Rachsucht qualmend-gelbem Schein,
im Liebesfeuer glüht die Welt sich rein!

 

 1573571-fa0ad9a0ce52640fcca89d4a64aaee9d.jpg
Erika Mitterer (30 maart 1906 – 14 oktober 2001)
Wenen, Burggarten met standbeeld van Mozart

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e maart oook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Tom Sharpe, Uwe Timm, Gert Heidenreich, Theo Breuer, Jean Giono, Gabriela Zapolska

De Engelse schrijver Tom Sharpe werd geboren op 30 maart 1928 in Londen. Zie ook alle tags voor Tom Sharpe op dit blog.

Uit: Grantchester Grind

'And I am definitely not going anywhere near Porterhouse College. It's got a dreadful reputation for snobbery and all sorts of other things.'
'Which is why you have been given a Fellowship there To change things for the better,' said Vera. 'They need some serious scholarship, and you are going to provide it. Your salary will be more than three times what you're getting at the moment and you will be free to do your own research work with no obligation to do any teaching.'
Purefoy Osbert's silence was significant. Only that day he had had to attend an extremely boring Finance Committee meeting at which the possibility of financial cuts had been discussed with the mention of a freeze on salaries, and that had been followed by a seminar on Bentham with several students who were convinced that prisons built like Dartmoor on the panopticon principle were far more suitable for murderers and sex-offenders than the more modern open prisons Purefoy advocated. Some of them had even argued that child molesters ought to be castrated and murderers executed. Purefoy had found the seminar most distressing, particularly the way the more prejudiced students had refused to accept the facts he had given them. And now suddenly he was being offered a Fellowship that involved no teaching and with a salary that would surely satisfy Mrs Ndhlovo.
'Do you really mean that?' he asked cautiously. 'This isn't some sort of joke?'
'Have you ever known me to lie to you, Purefoy? Have you?'
Purefoy Osbert hesitated again. 'No, I don't suppose I have. All the same…you're talking about a salary-'
'Of nearly sixty thousand pounds a year, which is far more than any professor gets. Now give me the number of your fax machine and I'll send you a copy of the letter you will be receiving either tomorrow or the next day from your sponsor's solicitors, Lapline & Goodenough.'

 


 1573561-6c6590e4afb0e16a51af9362a7bdf64e.jpg

Tom Sharpe (30 maart 1928 – 6 juni 2013)

 

 

De Duitse schrijver Uwe Timm werd geboren op 30 maart 1940 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Uwe Timm op dit blog.

Uit: Vogelweide

“DIE INSEL verlagert sich langsam nach Osten. Drei bis vier Meter im Jahr, je nach Stärke der Winterstürme und Sturmfluten. Hier, wo er jetzt stand, war vor vierzig Jahren Wasser nur und Watt.
Der Wind hatte in den letzten Stunden aufgefrischt. Eine blauschwarze Wolkenbank lag im Westen über dem Horizont. Böen rissen von den Dünen Sandfahnen hoch. Der Schaum der auslaufenden Wellen wurde in breiten grauweißen Streifen über den Strand getrieben. Möwen glitten über die Wellen, und jäh stürzte eine aufs Wasser, im Schnabel ein kurzes silbernes Aufblitzen. Am Morgen war er den Strand entlanggegangen, hundert Meter, die er jeden dritten Tag nach Treibgut absuchte. Heute waren es: eine Spraydose, ein Glasröhrchen mit Tabletten, ein blauer Sportschuh, Marke Adidas, eine Dose blauer Jachtlack - er maß die Restmenge des Inhalts, 0,5 l- und ein Becher Schokoladenmousse, ein blauer Müllsack. Er sammelte den Müll in einen Plastiksack, schaffte ihn zur Hütte, von wo er einmal im Monat bei Ebbe mit dem Pferdewagen aufs Festland gebracht wurde.
In der Hütte trug er die angeschwemmten Gegenstände in ein Protokoll ein, setzte Wasser auf, schnitt Brot, stellte Butter und Marmelade auf den Tisch und goss den Tee auf. Während der Tee zog, beobachtete er durch das Fernglas den Vogelschwarm über Nigehörn, der Nachbarinsel, Watvögel, Austernfischer, ungefähr zwei- bis dreitausend, schätzte er und notierte die Zahl.
Er hatte sich eben den Tee eingeschenkt, als der Anruf kam. Ihre Stimme erkannte er nicht sogleich. Verzerrt und von elektronischen Impulsen unterbrochen, hörte er sie sagen, sie sei in Hamburg, es wäre doch Zeit, sich einmal wiederzusehen, und dann etwas förmlich, ob er Lust und Zeit für ein Treffen habe.“

 

 1573561-cd90490ca149d3c728845c21155f86d4.jpeg
Uwe Timm (Hamburg, 30 maart 1940)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en (radio)journalist Gert Heidenreich werd geboren op 30 maart 1944 in Eberswald. Zie ook alle tags voor Gert Heidenreich op dit blog.

Uit: Im Dunkel der Zeit

„Swoboda wandte den Blick ab von dem Toten unter den Bäumen, der auf dem Rücken im Laub lag wie ein riesiges, wachsbleiches Krippenkind, mit ausgebreiteten, zum Himmel offenen Händen.
Die Doppellage Küchenpapier, die das Becken des Leichnams bedeckte, sah aus wie das Lendentuch eines Heilands. Zumal überall am Körper Blutmale waren.
Der Kommissar war vor Entsetzen nicht fähig, sich zwischen Geburt und Kreuzigung zu entscheiden. Das Gesicht hatte Satan gemacht: tief in die Schädeldecke eingeschlagene Zimmermannsnägel standen dicht nebeneinander wie eine eiserne Punk-Frisur. Sie gingen auf der Stirn in eine Nagelmaske über, die nur den weißen Nasenrücken freiließ und über das Kinn bis zum Hals hinunterwuchs.
Die Ermittler und Tatortbeamten, die um den nackten Toten standen, fragten sich, wer fähig war, so etwas zu tun. Wie lange das Opfer gelitten hatte. Ob der Täter den ersten Nagel durch die Schädelkalotte getrieben und an dem Hirntoten sein Werk fortgesetzt oder mit einem in den Kehlkopf geschlagenen Nagel begonnen und sich aufwärts gearbeitet hatte. War ein Sadist am Werk gewesen, der seine Neigung an einem Toten befriedigte, oder einer, der sich an den Qualen eines elend Sterbenden weidete? Keiner sprach seine Fragen aus, so als hätte die morgendliche Waldstille zu schweigen geboten.“

 

 1573561-d1cb1c2a38b7292a7ddc1a004ea6d0a8.JPG
Gert Heidenreich (Eberswald, 30 maart 1944)

 

 

De Duitse schrijver en dichter Theo Breuer werd geboren op 30 maart 1956 in Zülpich. Zie ook alle tags voor Theo Breuer op dit blog.

 

örtlich schauern / nacht im kreuz

vor lauter regen überm see tagsüber viel
geschwiegen nachts dann knarren

fieser schuhe auf den stiegen
bat verlangend holz um ruhe

las in fremdländischen betten
glaubte kaum man wäre noch

zu retten klaubte augen aufgerissen
versteckte wörter in den wänden

wollte es doch wörtlich wissen
trieb trübe gegen morgen grau

trotzdem in jenes omniböse
phantasierte blau – – –

 

 

aus meinem mittelgebirgischen dorf

ich bin in meine natur geboren
mittendrin im treffpunkt der winde
es herrschte heiterkeit im garten:
trotz meiner blumen den bösen

ich bin mein spätes winterglück
pflück magritten zerbeiße mein lied
+ in meinen träumen der nacht
ist mein – – – mein echo von allem

ich bin in meinem diesseits verdoppelt
o – – – wo ist meine tiefkühle freiheit
mein augenblick aus dem fenster zum berg
mit 3 frauen zwischen den zeiten

ich bin unterwegs auf katzenkopfpflaster
mein ariel ist in der tasche – – –
maria auf dem halbmond strickt
meine kleine weltrunde masche

 

 1573561-5defc37ae7e0a19e5260d0cc88454b1a.jpg
Theo Breuer (Zülpich, 30 maart 1956)

 

 

De Franse schrijver Jean Giono werd geboren op 30 maart 1895 Manosque in het Département Alpes-de-Haute-Provence. Zie ook alle tags voor Jean Giono op dit blog.

Uit: Les Âmes fortes

« Thérèse était une âme forte. Elle ne tirait pas sa force de la vertu: la raison ne lui servait de rien; elle ne savait même pas ce que c'était; clairvoyante, elle l'était, mais pour le rêve; pas pour la réalité. Ce qui faisait la force de son âme c'est qu'elle avait, une fois pour toutes, trouvé une marche à suivre. Séduite par une passion, elle avait fait des plans si larges qu'ils occupaient tout l'espace de la réalité; elle pouvait se tenir dans ses plans quelque soit la passion commandante; et même sans passion du tout. La vérité ne comptait pas.Rien ne comptait que d'être la plus forte et de jouir de la libre pratique de la souveraineté.Être terre à terre était pour elle une aventure plus riche que l'aventure céleste pour d'autres. Elle se satisfaisait d'illusions comme un héros. Il n' y avait pas de défaite possible. C'est pourquoi elle avait le teint clair, les traits reposés, la chair glaciale mais joyeuse, le sommeil profond.
(…)

Les péchés qu'on ne commet pas sont affreux; ceux qu'on commet: zéro, poussière. Faites tout pour sembler bonne. Quand personne ne le croit plus c'est tout au moins que pendant quelque temps on l'a cru. Si vous n'en avez pas profité, c'est que vous êtes bêtes. Dans ce cas-là, rien ne sert à rien.”

 

 1573561-925636fb6a98bb0f21d8cbe6efdbf9c2.jpg
Jean Giono (30 maart 1895 – 9 oktober 1970)

 

 

De Poolse schrijfster Gabriela Zapolska werd geboren op 30 maart 1857 in Podhajce bij Łuck. Zie ook alle tags voor Gabriela Zapolska op dit blog.

Uit:Käthe. Der Roman eines Dienstmädchens

“Sie stand immer vor der Tür und war schnoddrig…“ las die Hausfrau und blätterte unwillig im Dienstbuche. „Merkwürdige Empfehlung!“ Sie legte das Buch beiseite und setzte sich auf den Rohrstuhl. – das einzige noch brauchbare Stück unter den Gerätschaften, welche die enge und dunkle Küche überfüllten.
Die noch ziemlich junge, kleine Frau trug einen blauen Morgenrock. Ihr flaches Köpfchen war wie eingedrückt und mit gelblichem Haar bedeckt, welches im harmonischen Verein mit der gelblichen Gesichtsfarbe und dem ungewissen Kolorit der Augen sich um so heller vom dunklen Küchenraum abhob. Schwarze Lava-Ohrringe zerrten die unnatürlich großen Ohren fast bis zum Halse herab und die schmalen, bleichen Lippen bedeckten das ebenso blasse Zahnfleisch. – Alles zeugte deutlich von der Kränklichkeit dieser Fleischmassen, die in den feuchten Wänden der ärmlichen Wohnung heranwuchsen: Das untätige Leben der Frau eines kleinen Beamten floß unter dieser gelblichen Haut, die so dünn und durchsichtig wie Seidengaze erschien, in trägem Laufe dahin.
Nur die zusammengepreßten, von der Feuchtigkeit der Mauern gebleichten Lippen, die fleischigen Hände und die von schweren Lidern halb bedeckten [6] Augen verrieten durch ihr Zittern die verborgene Leidenschaft eines Panthertieres, – diese Eigentümlichkeit blutarmer Frauen, deren Leben allen hygienischen Anforderungen zuwider in der Atmosphäre des an die Küche angrenzenden Schlafzimmers sich abspielt.
„Wie heißt du?“ fragte die Hausfrau das an der Tür stehende Mädchen mit träger, fetter Stimme.
Das Mädchen hob den Kopf und erwiderte: „Käthe Ölschläger!“ Dann senkte sie den Kopf wieder zur Brust herab.“

 

 1573561-e5d1b73721421488ddbb420344892377.jpg
Gabriela Zapolska (30 maart 1857 – 17 december 1921)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e maart oook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Luise Hensel, Anna Sewell, Herbert Asmodi, Sean O'Casey, Christine Wolter

De Duitse dichteres Luise Hensel werd geboren op 30 maart 1798 in Linum nabij Fehrbellin (Brandenburg). Zie ook alle tags voor Luise Hensel op dit blog.

 

An St. Maria Magdalena

Erfleh’ mit Lieb’ und Tränen,
Du strenge Büßerin,
Daß ich mit reinem Sehnen
Nach Jesus strebe hin!
Daß ich zu seinen Füßen
Verzeihung mög’ erflehn,
In Tränen ganz zerfließen,
In Reue ganz vergehn.

Ich hab’ ihn viel gekränket
Und hab’es wohl gewußt;
Mein Herz hab’ich ertränket
In Erdeschmerz und -lust.
Ich hab’ ihn oft vergessen,
Den ich doch früh erkannt,
Und habe ganz vermessen
Von ihm mich abgewandt.

O, gib mir deine Reue
Und deine Tränenflut,
O, gib mir deine Treue
Und deiner Liebe Glut,
Bis er mir neues Leben
Mit diesen Worten gibt:
»Geh hin, dir ist vergeben,
Weil du so viel geliebt.«

 

 1573540-bd979e46e34a7de7d4f83a4404aa566e.jpg
Luise Hensel (30 maart 1798 – 18 december 1878)

 

 

De Engelse schrijfster Anna Sewell werd geboren op 30 maart 1820 in Great Yarmouth, Norfolk. Zie ook alle tags voor Anna Sewell op dit blog.

Uit: Black Beauty

"Well, no," she said, "you must not say that; but though I am an old horse, and have seen and heard a great deal, I never yet could make out why men are so fond of this sport; they often hurt themselves, often spoil good horses, and tear up the fields, and all for a hare or a fox, or a stag, that they could get more easily some other way; but we are only horses, and don't know."
While my mother was saying this we stood and looked on. Many of the riders had gone to the young man; but my master, who had been watching what was going on, was the first to raise him. His head fell back and his arms hung down, and every one looked very serious. There was no noise now; even the dogs were quiet, and seemed to know that something was wrong. They carried him to our master's house. I heard afterward that it was young George Gordon, the squire's only son, a fine, tall young man, and the pride of his family.
There was now riding off in all directions to the doctor's, to the farrier's, and no doubt to Squire Gordon's, to let him know about his son. When Mr. Bond, the farrier, came to look at the black horse that lay groaning on the grass, he felt him all over, and shook his head; one of his legs was broken. Then some one ran to our master's house and came back with a gun; presently there was a loud bang and a dreadful shriek, and then all was still; the black horse moved no more.”

 

 1573540-dc2817ad0b91e3d3e168d54d83bda275.jpg
Anna Sewell (30 maart 1820 – 25 april 1878)
Mark Lester in een filmversie van “Black Beauty” uit 1971

 

 

De Duitse dichter, schrijver en draaiboekauteur Herbert Asmodi werd geboren op 30 maart 1923 in Heilbronn. Zie ook alle tags voor Herbert Asmodi op dit blog.

 

Sprich Scheherazade

Sprich Scheherazade
Du hast die Nacht im Haar
Der Mond im Wolkenbade
Ist ein anderer Mond als er war.

Laß mich den Tod vergessen
Und was ich vom Tod gedacht
Du hast vom Mond gegessen
Und zärtlich ist die Nacht.

Laß mich lauschen und liegen
Und in dein Antlitz sehn
Wie die Zauberteppiche fliegen
Und die bösen Wesire vergehn.

Sprich. Und halte nicht inne
Die Nächte tausend und ein
Tief tauchen Sehnsucht und Sinne
In deine Geschichten ein.

Ein Zeug von Träumen fallen
Wir hin durch Tag und Jahr
Es ist ein Wahn in allen
Und nur die Geschichten sind wahr.

Sprich weiter und drehe die Spiegel
Erden- und himmelwärts
Der Morgen steigt in die Bügel
Das Licht greift in die Zügel
O drück der Liebe Siegel
Mir trostvoll auf das Herz.

 

 1573540-0a0b4ceb43738f1f64a5f2ff62d84442.jpg
Herbert Asmodi (30 maart 1923 – 3 maart 2007)

 

 

De Ierse dichter en toneelschrijver Sean O'Casey werd geboren in Dublin op 30 maart 1880. Zie ook alle tags voor Sean O'Casey op dit blog.

Uit: Autobiographies

“The gangster, Christy Mahon, looked doubtfully at Sean when he came to the job with a navvy shovel on his shoulder. Mahon was another big and powerful man of fifty or so, wide-shouldered and deep-chested; lazy as sin, and as ignorant as a kish of brogues. Doesn’t know the name of his own religion, couldn’t recognize the number on his own hall-door, and hardly make out a bee from a bull’s balls, one of the workmen whispered to Sean, a few days later.
(…)

It has often been recorded in the press, by those who could guess shrewdly, that Sean was a slum dramatist, a gutter-snipe who could jingle a few words together out of what he had seen and heard. The terms were suitable and accurate, for he was both, and, all his life, he would hold the wisdom and courage that these conditions had given him. Wheresoever he would go, whomsoever he might meet, be the places never so grandiloquent and rich, the persons never so noble in rank and origin, he, O’Casey, would ever preserve, ever wear – though he would never flaunt it – the tattered badge of his tribe. Not that he thought of praise or blame for it, but simply because he had to bring his life around with him. But he would sew on that badge, soiled with the diseased sweat of the tenements, a coloured ribbon or two of his own making, and, maybe, fix in its centre (like the jewel in the toad’s head) a ruby or an emerald, giving the poor badge a gleam as good as any ancient order of chivalry, or that which goes with the posing piety of the Papal Court.”

 

 1573540-c3373a415d161d5d521d3e4d8c069b89.jpg
Sean O'Casey (30 maart 1880 – 18 september 1964)

 

 

De Duitse schrijfster en vertaalster Christine Wolter werd geboren op 30 maart 1939 in Königsberg. Zie ook alle tags voor Christine Wolter op dit blog.

Uit: The Rooms Of Memory (Vertaald door Isabel Cole)

“The trees grew darker, the piece of sky was still bright, the black flitter rose and fell, on into the night. The oaks, acacias and lindens merged to a softly-swaying black mass. I turned away, back to the room which had once belonged to me, but the same twilight muteness awaited me there, only gentler, homelier, more familiar, even with the emptied bookcases.
Among the books I had set aside for myself before the used book dealer came was one I had read many years ago. It had always been like a friendly affirmation when I saw the black binding and the title in the red field, a reassuring pledge, a memory of her library from those distant shared years when the two of them, curious, not without irony, had dabbled in the currents of the life, death and nature philosophies. Now the book was packed away in a carton, the gold title on the red field out of sight: DEATH AS A FRIEND.
But really, I knew, this circling, some birds’ black soaring, was not sad and not comfortless. For I did find comfort, especially on evenings like this, even if it was not enough to satisfy my thirst for it. Even this circling, now swallowed by the darkness as I turned away, was comfort. It really was, I said to myself, nothing could be better than this soundlessness. This up and down soaring in unending unrest, this migration by unalterable decree. Not the image, not this vanished sky, so like the pale and mute sky of that other day, only I was sad.“

 

 1573540-bb410af015f3dc8b2055bf5edab866ed.jpg
Christine Wolter (Königsberg, 30 maart 1939)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Geert van Istendael, Wim Brands, Eric Walz, Georg Klein, Ernst Jünger, Yvan Goll

De Vlaamse prozaschrijver, dichter en essayist Geert van Istendael werd geboren in Ukkel op 29 maart 1947. Zie ook alle tags voor Geert van Istendael op dit blog.

 

Water

Wij worstelden met elkaar in eenzaam water,
een poel, verloren in een zandverstuiving.
Wij zonken samen, het andere lichaam hatend,
niet loslatend. Wij beten in het vocht,
op wakke treden trappend in verdronken land.

Toen is een dijk gebroken. Wij lagen in het slijk,
Twee padden sleepten zich nog parend, weg,
buiten bereik van het koudvuur in onze handen.
Wij zochten elkaars halsslagader, maar onze beet
was bot. De nacht komt nader.

 

 

Bruine Theepot

Een veldspaat erodeert tot kaolien,
een wit begin. Pas onlangs kwamen mensen
met wielen en met ovens. En sindsdien
heeft thee het woonvertrek dat steeds zijn zelfde
glazuur van schuwe donkerte laat zien.

Dit aarden werk heeft bolvorm. Ornamenten
zijn onbekenden. Ware aard schenkt en hoedt.
De werken van de aarde zijn steengoed.

 

 

De huizen houden zich

De huizen houden zich op hoge krukken
meer dood dan levend overeind.
De warmte
der laatste kamers klampt zich vast aan kliffen,
de morsigheid van hun geheimenissen
wordt de voorbijgangers ten hoon getoond.
Hulp zoekend zwerft
de vuilnis door de straten.

 

 

 1572982-f486b07e66eb8678cb32869dcf60dda4.jpg
Geert van Istendael (Ukkel, 29 maart 1947)

 

 

De Nederlandse dichter, journalist en presentator Wim Brands werd geboren in Brummen op 29 maart 1959. Zie ook alle tags voor Wim Brands op dit blog.

 

Mijn broer vraagt naar een herinnering

Mijn broer vraagt naar een herinnering,
hij kan hem steeds slechter zien.
Wacht tot het voorjaar, zeg ik,

sluit je ogen, tel tot tien en haal dan
onverschrokken de jonge vogels
uit de goot, hun nesten.
In de berm. En kijk en luister naar
het geluid van rook
in een zwerm.

 

 

Zij is 's zomers een bewaarplaats

Zij is 's zomers een bewaarplaats
van oud zonlicht en een plek waar

vrijgezellen samenscholen. Meestal
leeg en onverlicht is zij de rest

van het jaar een verticale doodskist
die slechten-ter-been- droog houdt

en af en toe schreeuwt iemand in
haar binnenste een monoloog omdat

hij de verbinding niet vertrouwt.
Maar meestal leeg en altijd onverlicht

kent zij dan toch haar moment van
vrolijkheid.

Soms gaat de telefoon maar
onbekommerd over:

er wordt getoverd
in die onbemande cel.

 

 1572982-e21024afdb6d06b4327c9557fa04694d.jpg
Wim Brands (Brummen, 29 maart 1959)

 

 

 

De Duitse schrijver Ernst Jünger werd geboren in Heidelberg op 29 maart 1895. Zie ook alle tags voor Ernst Jünger op dit blog.

Uit: Kriegstagebuch 1914-1918

„4. I. 15.
Dieses schreibe ich in einem weit vorgeschobenen Erdloch, das ungefähr 150 m vom feindlichen Graben. Ab und zu saust ein feindliches oder freundliches Geschoß dicht an uns vorbei. Leider sehen wir hier keinen Franzmann, sonst könnten wir auch mal knallen. Die Fortgeschütze schießen nach Oranville und unsere Artillerie in ein Dorf an der Höhe, aus dem schon ein schwarzer Dampf aufsteigt. Höchstens 80 m vor uns liegen ca. 6–8 tote Franzosen, die ungefähr schon 2 Monate alt sind. Die gestreckten Glieder in der roten Hose und in den blauen Mänteln sehen seltsam aus; durch mein Glas bemerke ich die aschfahle, fast schwarze Verwesungsfarbe im Gesichte des einen. Nun richtet sich die franz Batterie gegen die deutsche, welche verstummt; dann aber wieder feuert. Dann kracht es wieder an 4, 5 verschiedenen Orten. Nachher rauche ich mit Priepke meine Cigarette und wir glauben, hinten auf dem Felde einen Franzosen zu sehen. Ich schieße erst mit Visier 1200, dann mit 1600, und Priepke mit noch einem andern. Dann müssen wir das Feuer einstellen, da wir sonst von den Forts eiserne Portion bekommen. Ich bin sehr neugierig, wie sich eine Shrapnellbeschießung ausmacht. Im allgemeinen ist mir der Krieg schrecklicher vorgekommen, wie er wirklich ist. Der Anblick der von Granaten zerrissenen hat mich vollkommen kalt gelassen, ebenso die ganze Knallerei, trotzdem ich einige Male die Kugeln sehr nah habe singen hören. Im allgemeinen sind mir die Kälte und die Nässe in unser Erdlöchern das unangenehmste. Währenddessen ich dieses schreibe, liege ich unter einem Unterstand mit etwas feuchtem Stroh, es regnet und der Graben hält schon einige cm Wasser. Gleich geht es wieder auf Wache. So ist man tagelang durchnäßt und nicht im geschlossenem Raume. Ich bin neugierig wann sich der unvermeidliche [Rheu]matismus einstellt. Hoffentlich wird es nichts Schlimmeres. Am Abend gingen wir zur Reservestellung, dem Faisanderie zurück. Die Faisanderie ist ein Gehöft, das hinter dem Wäldchen auf dem Berge liegt. Trotzdem sie unmittelbar in der Nähe des Granatwäldchens liegt, ist sie noch vollkommen unbeschädigt. Das soll daher kommen, daß sie [1 Wort gestrichen, unlesbar] dem franz. Oberst gehört, der mit den Batterieen uns gegenüberliegt. Nachts mußten wir hunde [Anfang der Zeile abgestoßen, vermutlich: müde] zum Schanzen von 11–4 vertieften wir einen Laufgraben. [1 Wort gestrichen, unlesbar] Dann pennten wir in etwas feudaleren Löchern, wie im Graben, die sich durch großen Gestank auszeichneten.“

 

 1572982-9ef43f93ddd6168d84b3be03feb25c82.jpg
Ernst Jünger (29 maart 1895 - 17 februari 1998)
In 1914 

 

 

De Duitse schrijver Eric Walz werd geboren op 29 maart 1966 in Königstein im Taunus. Zie ook alle tags voor Eric Walz op dit blog.

Uit: Schwule Schurken (Kaiser Heliogabal)

“Von allen Rauschmitteln, die der Mensch sich je erdacht hat, ist die Macht das gefährlichste. Überreich dargeboten, nagt sie der menschlichen Seele jedes Maß und jede Hemmung weg. Wer, egal was er tut, keinerlei Ablehnung mehr spürt, wen die Umwelt unbegrenzt verehrt und hofiert, dem kann rasch die Grenze zwischen Wahn und Wirklichkeit verloren gehen, und so bedeutet Widerstand der Umwelt zwar stets Reibung und Auseinandersetzung, aber immer auch Kontrolle und Orientierung.
Je größer die Macht, desto länger ist ihr Schatten. Die Macht des römischen Kaisers ist nahezu unbegrenzt. Von den nebligen Küsten Schottlands bis zu den sagenumwobenen Katarakten des Nils, von der glühenden maurischen Wüste bis zu den verschneiten Gipfeln des Balkans regiert er ein Reich, so groß, wie es keines davor und keines danach in Europa gegeben hat. Und doch ist es nicht nur die Größe des Imperiums, die das Kaiserdiadem so allgewaltig macht, so verführerisch für seinen Träger. Die Kaiser Roms sind nicht wie die Präsidenten unserer Tage an ein Recht gebunden, sind nicht wie die barocken Könige einem religiösen Sittenkodex unterworfen und unterstehen nicht wie die Fürsten des Mittelalters einer päpstlichen Aufsicht. Wie in Ägypten das Wort der Pharaonen, so ist auch bei den Römern das Wort des Imperators Gesetz, jeder Befehl ein Dogma. Wer schwach ist, leicht verführbar, erliegt diesen Möglichkeiten. Wie ein zorniger Golem greift sich der Cäsarenwahn aus der Reihe der hundert Kaiser ein Dutzend heraus und formt sie zu Ungeheuern: Caligula, Nero, der im Hollywood-Streifen "Der Gladiator" zu neuer Bekanntheit gelangte Commodus, um nur einige zu nennen. Aus dieser Gruppe finsterer Gestalten leuchtet Heliogabal heraus wie ein phosphoreszierendes Pop-Art-Gemälde, bunt, schrill, überspannt, eher Figuren aus einer modernen Schwulensatire ähnelnd denn einem mörderischen Tyrannen.”

 

 1572982-d8bb48a15e242a8db9559c5d3c41b656.jpg
Eric Walz (Königstein im Taunus, 29 maart 1966)

 

 

 

De Duitse schrijver Georg Klein werd geboren op 29 maart 1953 in Augsburg. Zie ook alle tags voor Georg Klein op dit blog.

Uit: Die Zukunft des Mars

„Alle mussten sterben. Bis auf den heutigen Tag ist noch ein jeder von Euch gestorben, kaum dass er bei uns eintraf. Fast allen, die Ihr geschickt habt, erlosch das Dasein gleich nach der Auffindung, als bliese ihnen unser freudig erregter Atem das Lebenslicht aus. So hat es Smosmo mir, den er zum Nothelfer gemacht hat, gefragt und ungefragt, wieder und wieder erzählt. Smosmo, mein verehrter Lehrer und Vorleser, war das letzte Mal, voll Sehnsucht, voller Sorge, erfüllt vom Weh der aufflammenden Hoffnung, am Ort des Geschehens. Keuchend inhalierte er die damals noch schmerzhaft arme Luft des freien Geländes. Smosmos bloße Hände lagen auf den knittrigen Schulterpolstern des Raumanzugs. Der Helm fehlte. Jener Helm, hinter dessen bläulich getöntem Sichtfenster dem vorletzten Angekommenen, Smosmos ältester Kollege hatte es mitangesehen, der in unseren Himmel gerichtete, noch ein knappes Weilchen kindlich staunende Blick zerbrochen war.
Allein das letzte Mal gelang es dem herbeigeeilten Bergungstrupp, den aus den Wolken Gefallenen lebend bis ins Sonnenhaus zu schaffen. Von der Transportkarre hob man ihn auf den Altar. Angeleitet von der damaligen Barmherzigen Schwester begannen die Nothelfer, Euren Abgesandten aus seinen irdischen Hüllen zu schälen. Zwei unserer Allesmacher hatten ihn nahe der Grabungsstelle für orangen Warmstein im Sand gefunden. Auf dem Kopf trug er eine enge Haube aus einem unserem Mockmockgummi ähnlichen, allerdings silbrig hellen Material. Als sie ihm vorsichtig vom Schädel geschnitten wurde, überraschte Smosmo die geringe Länge des grauen Haars.

 

 1572982-b38b86904a87e8027f5082fd01bd3ad3.jpg
Georg Klein (Augsburg, 29 maart 1953)

 

 

 

De Duits-Franse dichter en schrijver Yvan Goll (eig. Isaac Lang) werd geboren in Saint-Dié-des-Vosges op 29 maart 1891. Zie ook alle tags voor Yvan Goll op dit blog.

Uit: Sodom Berlin (Vertaald door Hans Thill)

„Berlin, Stadt des Nordens, Todesstadt, wo vereiste Fenster starren wie der Tod – kranke Augen, wo rissige Steine sich häufen, wo der Boden klafft wie der Wöchnerinnen Schoß. Stadt eisigen Wahns, ... Zementener Kopf, ... Rekrutenkopf, der bartlos und schwindsüchtig einen Attilaschnurrbart in sein Milchgesicht klebte. Tiefe Stirne, dreifach gezeichnet von des Hungers Egge und gekrönt mit aus Kartoffelblüten geflochtenem Kranz!... Land, ... wo die Blauen Blumen stinkende Gase in ihren Stempeln produzieren. Land der Ulanen und Denker! Land des göttlichen Hölderlin, der sich im Wahn die Adern öffnete, um einen Rosenstock zu begießen, Land des Schlächters Haarmann, der das Blut seiner blonden Liebesjünglinge trank, dort wo der Hals am zartesten ist.“
(…)

„Berlin, bleiche Stadt... In Angstnächten plagt sie eine Vision: Rosa Luxemburg, ihr weißes Gesicht blüht auf dem Eis des Landwehrkanals, eine tragische Seerose. Der Schatten Liebknechts flieht, auf ewig gejagt, hinter des Tiergartens schwarzes Gebüsch, wo die wilden Augen seiner Mörder leuchten.“
(…)

„Was bleibt übrig? Die Zeit lächerlich machen. Die salzige, harte, böse Ironie. Die Peitsche. Die Unerbitterlichkeit... Die Hosen runtergerissen. Die Schande offen ausgelacht. Die gesunde Rache der Kinder, die mit Steinen nachwerfen. A bas le bourgeois! Zerfetzt seinen Regenschirm! Das ist bei Gott nicht dramatisch. Aber man lacht sich selbst ein bissel tot, und der Tod ist der letzte Kitzel, der unsere Langeweile noch etwas bemeistern kann.“

 

 1572982-ecd2d517f99b468ac68d3be1e10f7263.jpg
 Yvan Goll (29 maart 1891 – 27 februari 1950)
Cover 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e maart ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

R. S. Thomas, Jacques Brault, Denton Welch, Marcel Aymé, R. Dobru, Jenő Rejtő, Johann Musäus

De Welshe dichter Ronald Stuart Thomas werd geboren op 29 maart 1913 in Cardiff. Zie ook alle tags voor R. S. Thomas op dit blog.

 

A Blackbird Singing

It seems wrong that out of this bird,
Black, bold, a suggestion of dark
Places about it, there yet should come
Such rich music, as though the notes'
Ore were changed to a rare metal
At one touch of that bright bill.

You have heard it often, alone at your desk
In a green April, your mind drawn
Away from its work by sweet disturbance
Of the mild evening outside your room.

A slow singer, but loading each phrase
With history's overtones, love, joy
And grief learned by his dark tribe
In other orchards and passed on
Instinctively as they are now,
But fresh always with new tears.

 

 

A Welshman to any Tourist

We've nothing vast to offer you, no deserts
Except the waste of thought
Forming from mind erosion;
No canyons where the pterodactyl's wing
Falls like a shadow.
the hills are fine, of course,
Bearded with water to suggest age
And pocked with cavarns,
One being Arthur's dormitory;
He and his knights are the bright ore
That seams our history,
But shame has kept them late in bed.

 

 1572973-bc8cecb1036d9c156668058f560b0b8d.jpg
R. S. Thomas (29 maart 1913 – 25 september 2000)

 

 

De Canadese dichter, schrijver en vertaler Jacques Brault werd geboren op 29 maart 1933 in Montreal. Zie ook alle tags voor Jacques Brault op dit blog.

 

patience

nous ne partirons pas

cette banquise neurasthénique porte l’espoir
des morts qui ne sont pas nés

si belle soit la terre promise ailleurs en d’autres mondes
ce n’est pas ici                                       

nous gèlerons sur place comme pères et mères
nous craquerons de froid de folie
nous ne partirons pas

que s’amènent les siècles les semaines les tiédeurs
de toundra     les planètes apprivoisées
nous ne partirons pas

derniers parmi les derniers plus pauvres que les plus
             pauvres
sauvages des musées galaxiques caves des cris caverneux
nous ne partirons pas                                          

assignés à demeure survolés de chimères croyables
             repoussés
de terre la plus inhabitable taxés d’insomnies vidés
d’enfants viables mal logés entre les os et les os rayés
des dictionnaires sans plus rien des choses peut-être
humaines

nous ne partirons pas
nous ne partirons pas

 

 1572973-d2f77368e860bfd2627f9a2dd8f895c9.jpg
Jacques Brault (Montreal, 29 maart 1933)

 

 

De Engelse schrijver Maurice Denton Welch werd geboren op 29 maart 1915 in Sjanghai. Zie ook alle tags voor Denton Welch op dit blog.

Uit: In Youth Is Pleasure

“Orvil took the book back with him to the crowded court and found a chair in a corner. His eye followed the glass trolleys axiously. A waiter approached and put down the teapot and hot-water jug of that frosted-looking silver found only in hotels. Orvil poured out a cup of tea and waited impatiently for the cakes. His eyes were already eating them up as the man steered the trolley towards him. The little cakes lay helpless on their plates and seemed to call to him. He took in at a glance the square ones covered with jam, sprinkled with coconut and topped with glistening cherries; the round shortbread ones with portholes to show the bright lemon curd inside; the small tarts of criss-cross lattice-work; the phallic chocolate and coffee eclairs, oozing fat worms of cream; the squares of sponge, enclosed in four hard slabs of chocolate and dressed with wicked green beauty-spots of pistachio nut.
Orvil had one of each sort put on a plate before him. He hardly dared ask for so many, and only achieved it by refusing to look at the waiter. He fixed his gaze on the distance until the waiter left him; then he bowed his head, opened the book, and began to eat.”

 

 1572973-fe6302659d11ca899cac485967dcf99d.jpg
Denton Welch (29 maart 1915 – 30 december 1948)

 

 

De Franse schrijver en toneelauteur Marcel Aymé werd geboren op 29 maart 1902 in Joigny. Zie ook alle tags voor Marcel Aymé op dit blog.

Uit: Les contes du chat  perché

« De grand matin, Marinette entrouvrit les yeux et il lui sembla qu'entre ses cils elle apercevait dans le lit de sa sœur deux grandes oreilles poilues qui bougeaient sur l'oreiller. Elle-même se sentait assez mal couchée, comme embarrassée de sa personne, empêtrée dans les draps et les couvertures. Néanmoins, le sommeil l'emporta sur la curiosité, et ses paupières se refermèrent. Delphine, tout ensommeillée elle aussi, jeta sur le lit de sa sœur un coup d'œil rapide. Elle le trouva bien volumineux, étrangement ballonné, et se rendormit néanmoins. Un instant plus tard elles se réveillaient pour de bon et louchaient sur le bas de leurs figures qui leur paraissaient s'être allongées et avoir changé d'aspect. En tournant la tête vers le lit de Marinette, Delphine poussa un cri. Au lieu de la tête blonde qu'elle croyait voir sur l'oreiller, il y avait une tête de cheval. De son côté, Marinette ne fut pas moins surprise d'avoir une face d'âne en vis-à-vis et poussa également un cri. Les deux pauvres soeurs roulant de gros yeux, tendaient le cou hors de leur lit pour se regarder de plus près et avaient peine à comprendre ce qui leur était arrivé. Chacune se demandait où avait bien pu passer sa sœur et pourquoi une bête avait pris place dans son lit. Marinette avait presque envie d'en rire, mais s'étant elle-même examinée, elle vit son poitrail, ses membres poilus munis de sabots et compris que les vœux de la veille s'étaient réalisés. Delphine regardait aussi son poil gris, ses sabots, l'ombre de ses grandes oreilles sur le drap blanc, et la vérité lui apparut. Elle poussa un soupir qui fit un grand bruit en passant sur ses lèvres molles. »

 

 1572973-dc3f74216c9691f81d8a42c7439a20b8.jpg
Marcel Aymé (29 maart 1902 – 15 oktober 1967)

 

 

De Surinaamse dichter, schrijver en politicus R. Dobru (pseudoniem van Robin Ewald Raveles)werd geboren inParamaribo op 29 maart 1935. Zie ook alle tags voor R. Dobru op dit blog.

Uit: Wan monki fri. Bevrijding en strijd

“Toen ik terug was in de stad na het familiefeest op de plantage, was ik weer een aantal ervaringen rijker. Ik wist iets meer van mijn volk. In dit geval dan van de Neger. Maar allerlei vragen bleven door mijn hoofd dwarrelen. Een heleboel oude dogma's waren weer kapotgeslagen. Ik moest antwoorden hebben. Wi Egi Sani hield toen in 1957 haar eerste kultureel kongres. Er waren afgevaardigden van de afdelingen op de Antillen en in de Verenigde Staten van Amerika overgekomen. Ik zou daar horen wat de doelstellingen waren. Eén van de inleidingen over religie zou door zekere Dr. Jan Voorhoeve worden gehouden. Wi Egi Sani is een idee, was er gezegd. Heeft niets maken met ras. Toch was het voor mij een teleurstelling toen ik merkte dat die Voorhoeve een bakra was. Ik weet niet waarom, maar ik had gedacht, dat de mensen van Wi Egi Sani blanken haatten. Naarmate de man sprak, kreeg ik meer en meer sympathie voor hem. Voor het eerst ontmoette ik een progressieve Hollander. Na de lezing stelde ik één vraag. Dat is het enige wat ik mij herinner van het hele kongres. Ik vroeg aan Dr. Voorhoeve: Is winti zonde? Een typische vraag, die kwam uit het denkschema dat ons met de paplepel was ingegeven. Het antwoord was keihard, zonder aarzeling: Neen!
Je moet weten, Voorhoeve was niet de eerste de beste Patata. Hij was hier voor het vertalen van de Bijbel in het Sranantongo. Voor de Broedergemeente! Hij trad in mijn kerk soms op als predikant. Hij had theologie gestudeerd. Ik was overdonderd. Stupéfait.
Toch was dat het antwoord dat ik wilde hebben. Ik was naar aanleiding van de ervaringen op de plantage reeds tot de konklusie gekomen, dat het doen aan winti geen afgoderij kon zijn.
Anders zouden de Bijbel en Gods naam er niet aan te pas kunnen komen. Mijn grootvader was voorlezer in de kerk van Pemba. Maar dit antwoord krijgen van een Hollander, was het laatste wat ik me had kunnen voorstellen.”

 

 1572973-8b380ea7a556068623326980bc7797b8.jpg
R. Dobru (29 maart 1935 - 17 november 1983)
Cover van een proefschrift over Dobru 

 

 

De Hongaarse schrijver Jenő Rejtő (eig. Reich Lajos) werd geboren op 29 maart 1905 in Boedapest. Zie ook alle tags voor Jenő Rejtő op dit blog.

Uit: The Embezzled Bank Teller (Vertaald door Enikö Bene)

“As a matter of fact Mr. Curzon didn't embezzle. If we wanted to portray precisely the situation we would say that this gentle, weak charactered man was left alone with twenty thousand dollars, and the money taking advantage of an unguarded moment, embezzled one of the tellers from the bank. Within the Earth's atmosphere everything is magnetic. We all know people whose relationship to objects is not dictated by their own will, but on the contrary, their actions are influenced by momentary ideas of different objects.
It is a well-known type of citizen who decides, that starting today, he will save, but the attraction of a poster in front of a cinema changes his mind. "Oh, tomorrow", he says and buys a ticket for the afternoon show. Or who doesn't know a friend with hyperacidity, who for five years every day postpones keeping a strict diet, because when he's the most decided, they serve him veal stew. "What luck! Veal stew; with a little bit of juice, and with golden dumplings!" His favorite meal! The dish attracts his will again and let us tell you that it would attract it even if it were cabbage rolls. (With sour crème and smoked pork loin.)
Things went well with Mr. Curzon too, as long as he didn't have to confront alternative possibilities. Somebody else's orders dictated his daily routine. In the first place, among these people stood Mr. Mayfield, the president of Sydney Savings Bank, an annoying, very strict, unpleasant gentleman, who welcomed the late employees with a pocket watch in his hands. Mr. Mayfield with his pocket watch was a constant vision for Mr. Curzon, who was only late twice in ten years.Despite this, Mr. Mayfield warned him that if he was late one more time in the next ten years, he would be forced to take disciplinary measures, since he couldn't tolerate repeated unpunctuality. His other despot was Mrs. Hutkins, his 170 pound land lady, who cooked her own favorite dishes for Mr. Curzon. And since her taste fluctuated between fried cod and roasted veal liver, Mr. Curzon was forced to be content with these two kinds of dishes, though he would have given everything for a schnitzel. He only tried once to go secretly to a restaurant, but Mrs. Hutkins found out about his rebellion and ever since, Mr. Curzon took heed from such a blunder. »

 

 1572973-fae5bc23f4fb47d38a94c09d59460d5f.JPG
Jenő Rejtő (29 maart 1905 – 1 januari 1943)

 

 

De Duitse schrijver Johann Karl August Musäus werd geboren op 29 maart 1735 in Jena. Zie ook alle tags voor Johann Musäus op dit blog.

Uit: Moralische Kinderklapper

„Frau Fabian in Paderborn, weiland Herrn Fabians nachgelassene Wittwe, war so reich wie unsre liebe Frau zu Loretto, und auch eben so erblos. Ihr einziger Sohn bedurfte keiner irdischen Erbschaft mehr, er war bereits in der Ewigkeit. Weil sie sich nun nicht so streng bevormunden ließ, und doch eben so mild und gutthätig war, als die welsche Himmelsköniginn, übte sie verhältnißweise mehr Werke der Wohlthätigkeit aus, als jene, ob sie gleich nicht mit dem Talent Wunder zu thun begabt war.
Bejahrte Damen und Unmündige, die wohl bey Mitteln sind, ködern leicht die Haabsucht an, sie bey lebendigem Leibe zu beerben: denn zu erben, wer sich darauf versteht, kostet nicht halb so viel Müh, als zu erwerben. Auf die reiche Wittwe in Paderborn wurde in dieser Absicht manche feine Spekulation gemacht, davon zuweilen eine gelang, manche auch mißrieth. Richter und Sachwalter streckten die gierigen Krallen nach ihrem Haab und Gut vergebens aus: sie lebte friedsam und rechtete mit niemand. Die Aerzte konnten ihr auf keiner ihrer gewöhnlichen Heerstraßen beykommen, weder oberwärts noch unterwärts: sie lebte frugal und ihre eherne Gesundheit trotzte allen Arzeneyen. Die Klerisey zog von ihr wenig Renten: sie lebte fromm, und hatte auf dem Kerbholz des Gewissens mehr an guten Werken, als Paßwa an Sündenschuld. Aber Arme und Nothleidende, Preßhafte und Gedrückte setzten ihr Mitleid fleißig in Kontribution. Menschenelend fand immer einen gebahnten Weg zu ihrem guten Herzen. Doch hatte sich die insolente Bevölkerungszunft, die für ihr Häschen gern ein Gräschen auf fremden Grund und Boden pflückt
, auch einen Schleifweg dazu gebahnt, und sprang kecklich über den Zaun ihrer Gutmüthigkeit.“

 

 1572973-1abf5237fe62676755b840a5eb30f561.jpg
Johann Musäus (29 maart 1735 – 28 oktober 1787)
Gipsen borstbeeld door Gottlieb Martin Klauer,rond 1784.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten