Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 2 april 2014 tot 3 april 2014

Charles Ducal, Adriaan Jaeggi, Frederik van Eeden, Peter Huchel, Arlette Cousture, Pieter Aspe

De Vlaamse dichter en schrijver Charles Ducal (pseudoniem van Frans Dumortier) werd geboren in Leuven op 3 april 1952. Zie ook alle tags voor Charles Ducal op dit blog.

 

Tiran

De patriarch ligt opgebaard, eeuwenoud,
omringd door een liefde
die hij, dood, blijft gebieden:
dochters van God, om zijn wil ongetrouwd

en toegewijd aan zijn leeglopend lichaam.
Hij rust voldaan, een volstrekte tiran,
onverschillig om wie zijn afgestamd,
hem haastig groeten en weggaan,

alsof die oogleden kijken,
een koude blik die overziet
hoeveel leven er van hem overschiet.

Wij moeten hem dood zien te krijgen.

 

 

Poëtica

Er is geen poëzie in een te helder leven.
Op het behang is altijd een plek
die wacht op het vocht. Een vuile bek
zoekt in de laden naar onzegbaarheden.

Alles wat toonbaar is moet overschreven,
ieder gedicht gewassen in inkt
die blind van de moerassen zingt,
waarvan men ziende niets kan weten.

Er is geen poëzie in een te helder leven,
in zuivere spiegels is geen gat
waardoor men in de afgrond stapt
en in het woord valt, woest en ledig.

 

 

De hand 1

Mijn kamer is een kamer in de tijd.
God zwijgt. Ik heb verkeerd geleefd,
mijn adem opgeteerd in de luchtbel
van een geloof. Ik schreef mijzelf
om veilbaar te zijn honderd jaar
na mijn dood. Zonder lust brak ik
mijn deel van het dagelijks leven,
verstrooid, bang om de eeuwigheid
te verspelen aan liefde en brood.
Buiten waaide de wereld, wierp
steentjes tegen het raam. Ik zat
in mijn huisje en likte mijn handpalm,
en las in de kranten niet meer dan
de rechtvaardiging van mijn bestaan.

 

 

 1576255-0f35f5ccd4e51c6d95ca14e906406e9a.jpg
Charles Ducal (Leuven, 3 april 1952)

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter en columnist Adriaan Jaeggi werd geboren op 3 april 1963 in Wassenaar. Zie ook alle tags voor Adriaan Jaeggi op dit blog.

 

Groeten uit de Bilderdijkstraat

De tram gaat rommelend om.
In de blauwspar van gemeentewege
trinkelen bierblikken liederen van verzoening.

Hier ga je wonen als je scheiding onder de rechter is
waar bomen kaal als bezemstelen salueren. Waar
men uitkijkt op modemagazijn Mateloos,
op loopafstand van buurtsuper Bilderdijk.

Ik stuur je de groeten uit de Bilderdijkstraat,
hoofdslagader van Oud-West. Hier bloeden wij
langs shoarma, döner, snackbar, belwinkel.
Op nummer 70 worden wonderen verricht,
7 dagen per week, tegen concurrerende prijzen.

Ga even zitten met je manke poot.
Laat de duiven van het Kwakersplein
aan je tenen pikken.

Shoarma, shoarma, supermarkt. De tram
gaat rommelend om de hoeken.
Onsterfelijkheid bestaat, in de Bilderdijkstraat
maar we moeten er wel naar zoeken.

 

 

Het hoogste punt

Er is een plaats vlak bij de top

waar ik met jou wil zijn. Niet om
het uitzicht of de vlaggen
of de klimmers die hun kop
volzuigen met mijn zuurstof

maar om het uitstel van de laatste
stap. Er is geen plaats daar verderop,
er is een afdaling. Dus neem mijn hand,
ga met mij mee de zangberg op
en hou me tegen voor de top.

 

 1576255-d7b57917c5ea812aeed86ce22ec89cf0.jpg
Adriaan Jaeggi (3 april 1963 – 10 juni 2008)
Cover

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Frederik van Eeden werd geboren in Haarlem op 3 april 1860. Zie ook alle tags voor Frederik van Eeden op dit blog.

 

Het zee-geruis

Het zee-geruis zal ik nog dan gedenken
als diep in zand, mijn hoorloos oor vergaat,
als lichten mild mijn ogen niet meer drenken,
als zonder woon mijn ijle wezen staat.

Naar 't zee-geruis zal ik nog dan verlangen
als naar het liefst wat mij de wereld dee.
Zij zingt de kroonzang aller wereld-zangen,
de op zandig veld neerdonderende zee.

Verheugt u toch, gij die dit rijmke lezen
en nog in gloed der zonne wandlen meugt
de stranden langs, wen mijn verstorven wezen
reeds lang ontbeert wat 't zozeer heeft verheugd.

Zegent dan uwe zinne' en uwe dag !
Ik die dit schreef, ging met een hart vol wonden,
handen vol euvel, oren vol geklag,
en heb het leven toch zo schoon gevonden.

 

 

Voor de liefste
Aan mijne Vrouw.

In zachte klanken saamgebracht
Heb ik uw zoete naam gedacht,
O mijn Lief-uitverkoren!
Die 't liefst mij aller dingen zijt,
Die ik mijn hart heb ingeleid
En eeuwig zal behoren.

Dit lied is voor de Liefste mijn,
Dus zal 't als mijne liefde zijn,
Als een gesmede keten
Van rijm aan rijm aaneengehecht
En om twee harten heengelegd,
Die van geen scheiden weten.

 

 

 1576255-98ee1fdd4e4d07dd2ffce8942bfdf494.jpg
Frederik van Eeden (3 april 1860 – 16 juni 1932)
Hier met zijn verloofde Martha van Vloten, omstreeks 1882 

 

 

De Duitse dichter Peter Huchel werd geboren in Lichterfelde bij Berlijn op 3 april 1903. Zie ook alle tags voor Peter Huchel op dit blog.

 

Auffliegende Schwäne

Noch ist es dunkel, im Erlenkreis,
Die Flughaut nasser Nebel
Streift dein Kinn. Und in den See hinab,
Klaftertief,
Hängt schwer der Schatten.

Ein jähes Weiß,
Mit Füßen und Flügeln das Wasser peitschend,
Facht an den Wind. Sie fliegen auf,
Die winterbösen Majestäten.

Es pfeift metallen.
Duck dich ins Röhricht.
Schneidende Degen
Sind ihre Federn.

 

 

Keine Antwort

Aufs schwimmende Nebelhaupt
der Eiche
setzt sich die Krähe.
Der Katzenbalken ist leer.

Schatten von dürrem
Weingerank
an der Zimmerdecke.
Zeichen,
von eines Mandarinen Hand

Das Alphabet,
das du besitzt,
reicht nicht aus,
Antwort zu geben
der wehrlosen Schrift.

 

 1576255-a7cea5e26862cb514855c54df65cc690.jpg
Peter Huchel (3 april 1903 – 30 april 1981)

 

 

De Canadese schrijfster Arlette Cousture werd geboren in Saint-Lambert op 3 april 1948. Zie ook alle tags voor Arlette Cousture op dit blog.

Uit: Ces enfants d'ailleurs

« À douze ans, on commence à travailler à la ferme. Mon père veut que nos mains soient aussi habiles que notre tête.
Jan ferma très fort et Mme Grabska entendit Mme Pawulska, leur mère, interrompre un morceau de piano, certainement pour réprimander son fils.
Élisabeth posa sa serviette et alla embrasser sa mère.
- Vous avez eu une belle journée ?
- Comme toutes les dernières journées de classe. Les ursulines riaient plus que d'habitude et les filles parlaient de leurs projets de vacances.
Zofia regarda sa fille. Elle serra les lèvres, incrédule devant les onze ans qu'Élisabeth portait avec une maturité et une élégance que ses jeunes amies lui enviaient. Elle et Tomasz, son mari, ne cessaient de remercier le ciel de leur avoir donné trois enfants aussi attachants. Zofia passa une main sur le front d'Élisabeth pour repousser une mèche blonde accrochée aux sourcils et tenta de la faire tenir derrière l'oreille. Elle lui demanda ensuite de vider son cartable et de jeter tous les papiers inutiles.
- Peux-tu demander à ton frère de venir me saluer? J'ai l'impression qu'il a oublié.
Élisabeth frappa à la porte de la chambre de Jan et entra sans attendre sa permission. Son frère était installé sur son lit, occupé à regarder les pages d'un herbier. Élisabeth s'assit à ses côtés. “

 

 1576255-2d6ed546ab0cc04ccc5a877af6a267a8.jpg
 Arlette Cousture (Saint-Lambert, 3 april 1948)

 

 

 

De Vlaamse schrijver Pieter Aspe (pseudoniem van Pierre Aspeslag) werd geboren in Brugge op 3 april 1953. Zie ook alle tags voor Pieter Aspe op dit blog.

Uit: Grof wild

'Morituri te salutant. De pathetische gladiatorengroet schoot hem toevallig te binnen. Hij zag flikkerende beelden uit een ouderwetse film. Kirk Douglas vertolkte de rol van Spartacus, de vrijheidsstrijder die zijn dwaze opstand tegen het machtige Rome met een eerloze kruisdood had moeten bekopen. De geschiedenis leerde immers dat de meeste rebellen gewelddadig aan hun einde waren gekomen en Victor had geen zin om hier te sterven.'
(…)

'Welke straf hadden die kerels voor hem in petto? Een beeld uit de film Deliverance plantte zich als een brandende pijl in zijn geheugen. Het was de scène waarin twee gedegenereerde bosbewoners hun slachtoffer dreigden te verkrachten.'
(…)

'Jeroen was een fervent aanhanger van Epicurus. Echt genot was een kwestie van discipline. Genieten kostte tijd. Hij begreep zijn leeftijdsgenoten niet die met woorden als snelle wip of hete teef de geneugten van het samenzijn omschreven.'

 

 1576255-a7246667b0a651cbe1ef8831166a414e.jpg
Pieter Aspe (Brugge, 3 april 1953)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e april ook mijn blog van 3 april 2012 deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:21 Reageer op dit bericht

In Memoriam Urs Widmer

 

In Memoriam Urs Widmer

De Zwitserse schrijver Urs Widmer is gisteren op 75-jarige leeftijd overleden. Urs Widmer werd geboren op 21 mei 1938 in Basel. Zie ook alle tags voor Urs Widmer op dit blog.

Uit: Ein Leben als Zwerg

„Links ist ein Regal voller Bücher, gerade- aus ein Fenster, durch das ich so etwas wie einen Bambushain erahne – hie und da, selten, eine Amsel oder einen Spatz – , und rechts ein weiteres Regal mit roten, blauen oder gelben Ordnern. „Einnahmen“, „Ausgaben“, „Texte“, „Briefe“, „Verträge“. Ein Bild, das eine Siphonflasche zeigt, und ein anderes, auf dem ein Mann mit einer wie holzgeschnitzten Nase zu sehen ist. Gerümpel am Boden, der Grammophon zum Beispiel, der die Nadeln bräuchte, wäre er jemals in Betrieb, und ein Ständer mit zwei drei Dutzend 78-Touren-Platten. Ja, manchmal sitzt an dem Tisch der Mann, dem ich gehöre. Der mir gehört. Er ist mein Schicksal, ich bin seins. Ich weiss es, er nicht.
Wenn ich es nicht zweifelsfrei wüsste, ich würde es nicht glauben: dass dieser alte Mann mit seiner Glatze, seinem bizarren Haargewusel auf den Schädelseiten (Putzwolle oder sowas, grau), seinem Schnauz, seinen Tränensäcken unter den stierglotzenden Augen jener verwandelte Bub mit den schwarzen Wuschelhaaren und der hellen Stimme ist! Hätte ich nicht jeden Tag seiner Verwandlung miterlebt, ich schwöre bei Gott – Zwerge haben keinen Gott – dass der da ein ganz anderer ist. Keinerlei Ähnlichkeit mit jenem Jungen, nicht so viel. Der da ist gewiss sterblich, das sieht ein Blinder. Seine Tage sind gezählt, die Wetten gehen nur noch, ob 300 oder 3000. Der kleine Junge wirkte durchaus so, als könnte er ewig bleiben. Ein Zwerg auch er, ein Riesenzwerg von allem Anfang an allerdings. Aber das blieb er nicht. Er wurde wahrhaftig ein Riese, ein durch die weite Welt pflügender Gigant, und tat Dinge, die mit mir gar nichts mehr zu tun hatten, obwohl er mich oft – später erst seltener – in seiner Hosentasche mitnahm. Mich zuweilen, mitten in seinem Erwachsenengetöse, heimlich mit den Fingern betastete. Er lärmte in Gaststätten herum und saß stundenlang in Flugzeugen. Trotzdem: ich war sein Liebling und bin es vielleicht immer noch. Warum sonst behielte er mich immer bei sich, in meinem Zustand!, während die andern Zwerge irgendwo in einer Schachtel auf einem Estrich verrotten oder längst in der Abfalltonne gelandet sind, niemand mehr weiß wann, wo, mein großer Bub nicht, und ich schon gar nicht.
Wer einen Zwerg der Müllabfuhr mitgibt, kann seinen Körper nicht töten; sein Herz sehr wohl. – „

 

 1575940-5e413398abfdbad3dd39ed79ac1f06c7.jpg
Urs Widmer (21 mei 1938 – 2 april 2014)

Geschreven door Romenu om 09:38 Reageer op dit bericht

Karel N.L. Grazell

De Nederlandse schrijver en dichter Karel N.L. Grazell werd geboren in Amsterdam,op 3 april 1928. Grazell 'debuteerde’ rond 1938 met onder andere een rijmpje in huis-aan-huis blad De Bosrand, publiceerde gedichten (en proza) in Propria Cures (1946-1950 onder pseudoniemen Leins Janema, L. Grane, ZEC, en anoniem), werd door W.F. Hermans gelanceerd in literair tijdschrift Criterium (1948). Gedichten in Podium, Braak e.d., in diverse bloemlezingen (onder andere De Spiegel der Nederlandse poëzie) en op verschillende websites. Grazell publiceerde diverse bundels poëzie bij een aantal uitgevers (onder andere Poëziereeks De Windroos no. 50), en ook verhalend / anekdotisch proza. Hij trad onder meer een tijdlang op met het ‘leseriek’ collectief (integratie poëzie en beeld) en schreef en schrijft onder andere literaire columns. Hij studeerde economie, communicatie, massapsychologie (niet af), werkte als aardappelrooier, assistent belastingconsulent, journalist/verslaggever, correspondent, organisator literaire aonden, was medeoprichter van de NiKa avonden, juridisch adviseur, maker van pick-up elementen, afdelingschef ten stadhuize, copywrite voor reclamebureaus, marketingmanager, account-executive, below-the-line adviseur, en regisseerde audio-video. Na z’n loopbaan bleef hij als vrijwilliger actief in tal van functies en op velerlei gebied. Op 1 oktober 2006 werd Grazell verkozen tot eerste Stadsdeeldichter van het Stadsdeel ZuiderAmstel van de gemeente Amsterdam.

Uit: Rondom het Olympisch Stadion

“Nazomer 1945. We voetbalden op het Stadionplein, aan de zuidkant. We waren pakweg 17 jaar. Ik herinner me nog Flatow en m’n ex-klasgenoot, later hoofdredacteur Adformatie: Lidio Blankstein. We hadden al weer een bal. Soms schoot hij de fietsenstalling daar in, de trap af, en dan ging Flatow ‘m halen, want die was de naaste buurjongen. Wat ik toen uiteraard niet wist, was dat de eigenaar van die stalling veel, veel later m’n (ik maak het moeilijk) ex-stiefschoonvader zou worden.
Andere namen herinner ik me niet. Om de hoek, op de Stadionkade, kwam ik een jaartje of zo later soms even bij de befaamde zanger Bert van Dongen, omdat ik wel met z’n zusje uitging. Schande, hoe dat zusje heette. is me in de ruim 60 jaar nadien droevig ontschoten.
Ik weet nog hoe wok jongens eens speelden op het eh zal ik ‘t het Jasonpleintje noemen? De bal stuiterde voor me en ik wilde ‘m doorwippen, maar hij kwam tegen een raam aan, dat verscherfde. We renden van schrik allemaal naar onze huizen weg. Toen ik thuiskwam, realiseerde ik me dat ik m’n fiets daar op dat pleintje had laten staan. ’n Dag later stond die weer zwijgend thuis. M’n ouders hebben er nooit wat over gezegd. Hoe wisten die mensen van die ruit dat het mijn fiets was, dat ik de dader was, wat mijn naam was (waardoor ze in het telefoonboek m’n adres en telefoonnummer zouden kunnen vinden)? Ik kan verschillende oplossingen bedenken, maar ik heb het nooit geweten.
M’n ouderlijk huis stond aan de Amstelveenscheweg richting Kalfjeslaan. Als Nederland in de jaren dertig in het Olympisch Stadion voetbalde, kwamen vooraf honderden en honderden auto’s bij ons langs, op weg naar het Stadionplein om daar te parkeren. Daarna zetten we de radio aan en we hoorden het verslag van Han Hollander, die op het dak van een tribune stond. Leuk was de ervaring om het echte juichen van het Stadion te horen als er een doelpunt viel, terwijl we het tegelijk op de radio hoorden.”

 

 1626074-d21ae55a6803b51b464f10e532628d82.jpg
Karel N.L. Grazell (Amsterdam,3 april 1928)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Thomas Glavinic, Émile Zola, György Konrád, Anneke Claus, Anne Waldman, Casanova, Hans Christian Andersen, Roberto Arlt

De Oostenrijkse schrijver Thomas Glavinic werd geboren op 2 april 1972 in Graz. Zie ook alle tags voor Thomas Glavinic op dit blog.

Uit: Das Leben der Wünsche

„Jonas spiegelte sich in seiner Sonnenbrille.
Geld? fragte Jonas.
Der Mann nahm die Brille ab, begann an einem Bügel zu nagen und sah Jonas dabei unverwandt an. Seine Augen waren wasserblau, seine Miene war ausdruckslos. Er schien zu überlegen, wie er das Gespräch eröffnen sollte. Nach einer Minute, in der er Jonas betrachtet hatte, setzte er sich mit einem Ruck zurecht und schob sich die Brille wieder auf die Nase.
Jonas, ich erfülle Ihnen drei Wünsche.
Wie wäre es damit: Sie vergessen, was Sie wissen, lassen mich gehen und erschrecken mich nie wieder?
Ich meine es ernst. Drei Wünsche.
Hören Sie auf. Was wollen Sie?
Ich will Ihnen drei Wünsche erfüllen.
Ich kann mich täuschen, aber ich glaube, im Märchen verströmt die Fee nie so einen Biergeruch.
Ich bin keine Fee, und das hier ist kein Märchen. Ich erfülle Ihnen drei Wünsche. Nennen Sie sie!
Sie meinen das wirklich ernst?
Vollkommen.
Ach du je. Lassen Sie mich mal überlegen.
Nur zu.
Der Mann sah mit ausladender Geste auf die Uhr und verschränkte die Hände im Nacken. Er wirkte teilnahmslos. Die Kinder, die auf der Wiese Frisbee spielten, schienen ihn ebenso wenig zu interessieren wie der ungeschickte Jongleur gegenüber oder die grölenden Betrunkenen an der Wurstbude am Ende des Parks. Jonas wartete, aber der Mann sagte nichts.
Im Brunnen hinter ihnen plätscherte Wasser. Die Sonne brannte Jonas auf den Rücken, sein Hemd hatte er längst durchgeschwitzt. Sollte er einfach weggehen? Was der Mann da erzählte, war verrückt. Er sah allerdings nicht wie ein Verrückter aus. Und er wusste von Marie.“

 

 1575591-3b98823d37b624393b6a3e2c56786f80.jpg
Thomas Glavinic (Graz, 2 april 1972)

 

 

De Franse schrijver Émile Zola werd geboren op 2 april 1840 te Parijs. Zie ook alle tags voor Émile Zola op dit blog.

Uit: The Belly of Paris (Le Ventre de Paris, vertaald door Mark Kurlansky)

“In the silence of a deserted avenue, wagons stuffed with produce made their way toward Paris, their thudding wheels rhythmically echoing off the houses sleeping behind the rows of elm trees meandering on either side of the road. At the pont de Neuilly, a cart full of cabbages and another full of peas met up with eight carts of turnips and carrots coming in from Nanterre. The horses, their heads bent low, led themselves with their lazy, steady pace, a bit slowed by the slight uphill climb. Up on the carts, lying on their stomachs in the vegetables, wrapped in their black-and-gray-striped wool coats, the drivers slept with the reins in their fists. Occasionally the light from a gas lamp would grope its way through the shadows and brighten the hobnail of a boot, the blue sleeve of a blouse, or the tip of a hat poking from the bright bloom of vegetables—red bouquets of carrots, white bouquets of turnips, or the bursting greenery of peas and cabbages.
All along the road and all the nearby routes, up ahead and farther back, the distant rumbling of carts told of other huge wagons, all pushing on through the darkness and slumber of two in the morning, the sound of passing food lulling the darkened town to stay asleep.
Madame François’s horse, Balthazar, an overweight beast, led the column. He dawdled on, half asleep, flicking his ears until, at rue de Longchamp, his legs were suddenly frozen by fear. The other animals bumped their heads into the stalled carts in front of them, and the column halted with the clanking of metal and the cursing of drivers who had been yanked from their sleep. Seated up top, Madame François, with her back against a plank that held the vegetables in place, peered out but saw nothing by the faint light of the little square lantern to her left, which barely lit one of Balthazar’s glistening flanks.”

 

 1575591-7074199256760085c9e35773d111bd78.jpg
Émile Zola (2 april 1840 - 29 september 1902)

 

De joods-Hongaarse schrijver György Konrád werd geboren op 2 april 1933 in Berettyóújfalu (bij Debrecen). Zie ook alle tags voor György Konrád op dit blog.

Uit: Pro Europa

“The central power of a nationalist state towers up to a point like a pyramid, but all the same it is directed inward and necessarily remains provincial, an entire world in itself. In fact, even today it resembles a royal court, with its corresponding array of many smaller organs of local power. Those who think big may hover around the court, but it is also understandable if small-town people are less than thrilled by the prospect of the more complicated relationships of a wider stage, because they find greater satisfaction in a familiar, transparent intimacy.
There is a tension between the greater European enterprise and the personal interests of its players. The safety of the nest, the preservation of the familiar, resistance to the intrusion of the outside world, even self-imposed isolation – these are passions every bit as strong as openness, discovery, and adventure. For a brief while, there was a willingness to open up the house and spread our arms wide to the world, but more common these days are the desire for security and the installation of alarm systems wired to the police department. A tolerance for the influx of the outside world and a willingness to be helpful have proven to have their limits; people prefer to cling to their peaceful existence, regarding noisy intrusion and conspicuous differences as forms of aggression. Integration is a new and experimental kind of balance between isolation and acceptance of the new.”

 

 1575591-7d9653e8e687f7fe4c1ff5ce67e275ab.jpg
György Konrád (Berettyóújfalu, 2 april 1933)

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anneke Claus werd geboren op 2 april 1979 in Doetinchem. Zie ook alle tags voor Anneke Claus op dit blog.

 

Saalien blues

Het was een hels kabaal toen de gletsjers
de Hondsrug omhoog duwden –

Daar lag hij: een blinde zandworm in de klei –

en toen daaruit, huis voor huis, het dorp verrees.
De veldkeien weg, onvermijdelijk de ratelwagens

motorvoertuigen, fanfares.

De natte brug weet er alles van
dat kun je horen aan hoe diep hij zwijgt.

Vanmorgen heeft een vakkenvuller me 'fossiel' genoemd.
Niet met zoveel woorden, maar wel bijna.

'Mevrouw, ik heb het idee dat u al sinds de prehistorie
in deze Super komt, klopt dat?'

Die brug en ik, denk ik
wij begrijpen elkaar.

 

 1575591-5c7cc3a795d99ef2c0c259bd3945493f.jpg
Anneke Claus (Doetinchem, 2 april 1979)

 

 

De Amerikaanse dichteres Anne Waldman werd geboren op 2 april 1945 in Millville, New Jersey. Zie ook alle tags voor Anne Waldman op dit blog.

 

Fast Speaking Woman (Fragment)

woman never under your thumb, says
skull that was a head, says
bloodshot eyes, says

I’m the Kali woman the killer woman
women with salt on her tongue

fire that cleans
fire that catches
fire burns hotter as I go

woman traded her secrets never, says
woman reversed the poles, says
woman never left America to know this
but she did, says, she did leave

woman combs snakes out of her hair
woman combs demons out of her hair

woman lies down with the cobra
     then meditates under cobra canopy

woman had a bone in her throat, says
was it yours? says
she admits she has a taste for you, says
     she’s cannibal woman, Kali woman

woman’s tongue once split in ten directions
one: I’m a savage woman
two: I’m the rutting woman
three: I’m the fire dancer with coal-black feet
four: Im the old-time thinker
five: poseur woman
six: I’m the redacteur
seven: auteur
eight: I haunt you with my songs
nine: I was the nun
     now I am bound by desire again
ten: I’m the cittipatti woman
     the dancing-skull woman

mouth is moving, says
skull-mouth moving, says
says these things
says terrible things as I go

 

 1575591-dee4d73159bba43bbb50b3e3accf0647.jpg
Anne Waldman (Millville, 2 april 1945)
Cover 

 

 

De Italiaanse schrijver en avonturier Giacomo Girolamo Casanova werd geboren in Venetië op 2 april 1725. Zie ook alle tags voor Giacomo Casanova op dit blog.

Uit:The memoirs of Jacques Casanova de Seingalt (Vertaald door Arthur Machen)

“Sunday had come; Bettina had made a good dinner, but she had been frantic all through the day. Towards midnight her father came home, singing Tasso as usual, and so drunk that he could not stand. He went up to Bettina’s bed, and after kissing her affectionately he said to her: “Thou art not mad, my girl.”
Her answer was that he was not drunk.
“Thou art possessed of the devil, my dear child.”
“Yes, father, and you alone can cure me.”
“Well, I am ready.”
Upon this our shoemaker begins a theological discourse, expatiating upon the power of faith and upon the virtue of the paternal blessing. He throws off his cloak, takes a crucifix with one hand, places the other over the head of his daughter, and addresses the devil in such an amusing way that even his wife, always a stupid, dull, cross- grained old woman, had to laugh till the tears came down her cheeks. The two performers in the comedy alone were not laughing, and their serious countenance added to the fun of the performance. I marvelled at Bettina (who was always ready to enjoy a good laugh) having sufficient control over herself to remain calm and grave. Doctor Gozzi had also given way to merriment; but begged that the farce should come to an end, for he deemed that his father’s eccentricities were as many profanations against the sacredness of exorcism. At last the exorcist, doubtless tired out, went to bed saying that he was certain that the devil would not disturb his daughter during the night. »

 

 1575591-11f0f683a671a54a6eddeb95ac5f0d33.jpg
Giacomo Casanova (2 april 1725 – 4 juni 1798)
Heath Ledger als Casanova in de gelijknamige film uit 2005

 

 

De Deense schrijver en dichter Hans Christian Andersen werd geboren op 2 april 1805 in Odense. Zie ook alle tags voor Hans Christian Andersen op dit blog.

Uit: De standvastige tinnen soldaat

“Er was eens een jongetje dat op zijn verjaardag tinnen soldaatjes kreeg. Niet één, niet twee, maar vierentwintig tinnen soldaatjes.
Wat zagen die soldaatjes er dapper uit! Ze droegen een prachtig uniform en hadden elk een geweertje aan de schouder.
"Ze zijn net echt!" riep het jongetje blij, toen het de soldaatjes één voor één in zijn hand nam.
Toen hij het laatste soldaatje vastpakte, zag het jongetje iets heel bijzonders. Het was een soldaatje met maar één been. Maar omdat het even flink rechtop stond als de andere soldaatjes, vond het jongetje hem het mooiste en dapperste van allemaal. Want op één been staan is veel moeilijker dan op twee.
Net zoals de andere tinnen soldaatjes, keek het soldaatje met één been steeds recht voor zich uit, zoals het hoort voor een soldaatje dat in de houding staat.”

 

1575591-f7554c3ce63d4669931ac220634eb408.jpg
Hans Christian Andersen (2 april 1805 - 4 augustus 1875)
Standbeeld in Odense

 

 

De Argentijnse schrijver Roberto Godofredo Arlt werd geboren op 2 april 1900 in Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Roberto Arlt op dit blog.

Uit: The Mad Toy (Vertaald door Michele McKay Aynesworth)

“The hot siesta hour weighed on the streets, and I was sitting on a cask of gaucho tea talking to Hipolito, who took advantage of his father's naps to build bamboo airplanes. Hipolito wanted to be a pilot, but first, he said, he needed to solve the problem of "spontaneous stability." Sometimes he would be wrestling with the thorny question of perpetual motion, and we would mull over possible solutions together.
With his elbows propped on pork-stained newspapers laid out between the cheese bin and the red poles of the cashier's box, Hipolito would be all ears as he listened to my ideas.
"Clock parts make lousy propellers. Use a little 'lectric motor and put some dry cells in the fuselage."
"Like submarines ..."
"What submarines? The only danger is the current could burn up your motor, but the plane'll fly smoother, and it'll be a while 'fore the batteries conk out."
"Hey, what if we hooked up the motor to a wireless telegraph? You should study that invention. Wouldn't it be sweet?"
At that moment Enrique came in.
"Che, Hipolito, Mama says can you spare half a kilo of sugar, pay you later."
"I can't; my old man told me till your bill is paid ..."
Enrique frowned ever so slightly. "I'm surprised at you, Hipolito!"
Hipolito continued in soothing tones, "I wouldn't have any problem, you know that.... It's my old man." And pointing at me, happy to change the subject, he said to Enrique, "Say, you don't know Silvio, do you? He's the one who made the cannon."

 

 1575591-9d1f4f987929dcb3ca35997787cb2a29.jpg
Roberto Arlt (2 april 1900 – 26 juli 1942)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e april ook mijn blog van 2 april 2012 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:56 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten