Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 8 april 2014 tot 9 april 2014

Charles Baudelaire, Joolz Denby, Albert von Schirnding, Johannes Bobrowski, Bernard-Marie Koltès

De Franse dichter Charles Baudelaire werd geboren in Parijs op 9 april 1821. Zie ook alle tags voor Charles Baudelaire op dit blog.

 

In het voorbijgaan

De straat omgaf mij met haar daverend kabaal en
Lang, slank, in diepe rouw ging mij een vrouw voorbij,
Verheven in haar smart; met fraaie hand liet zij
De zoom van haar gewaad opzweven en weer dalen,

Op snelle benen en met statueske grootheid.
En uit haar ogen, loden lucht waar storm ontspringt,
Dronk ik verkrampt, bevangen als een zonderling,
Zoetheid die fascineert, genot dat tot de dood leidt.

Een bliksemflits... en toen de nacht! ­ Vluchtige schone
Wier blik mij één moment met levenskracht beloonde,
Zal ik je in het eeuwig leven pas weer zien?

Elders, ver weg van hier! Te laat! Of nooit misschien!
Ik weet niet waar jij vlucht, jij niet waar ik zal gaan,
Vrouw die ik had bemind, vrouw die dat hebt verstaan!

 

Vertaald door Peter Verstegen

 

 

Katten

Hevig verliefden en gestrenge hooggeleerden
beminnen allen in hun rijpe tijd de kat,
de trots des huizes, krachtig, zacht, en net als zij
bij voorkeur binnen zittend, en op warme plekjes.

Als vrienden van de wellust en de wetenschap
verlangen ze naar stilte en schrikwekkend duister.
Erebus had ze graag als lijkkoetspaard gezien,
maar fierheid liet zich niet door dienstbaarheid vervangen.

Nadenkend nemen zij nobele poses aan
van grote sfinxen die, diep in de eenzaamheid
en dromend zonder eind in slaap lijken te vallen.

Hun flank is vruchtbaar en vervuld van tovervonken,
zwak pinkelen er gouden, flinterdunne puntjes
in hun mystieke oogbol, als een fijn soort zand.

 

Vertaald door Jan Pieter van der Sterre

 

 

Bezinning

Wees zoet, o mijn Verdriet, probeer tot rust te komen.
Je riep om Duisternis; zij daalt neer, zij is daar:
Een donker waas heeft van de stad bezit genomen,
Dat sommigen de slaap brengt, anderen bezwaar.

Terwijl in slaafs vertier de vuige mensenstromen
Gegeseld door ’t Genot, die wrede folteraar,
De wroeging tegemoet gaan die hen zal betomen,
Kom mee, geef mij je hand, Verdriet, en volg mij maar,

Van hen weg. Zie hoe aan de hemelbalustraden
De dode Jaren staan in oude lijfgewaden;
Hoe uit de diepten rijst de glimlachende Spijt;

Hoe de zon kwijnend inslaapt, door een boog omkaderd,
En hoor, mijn lieve, hoor hoe in het Oosten glijdt,
Een lang doodskleed gelijk, de zachte Nacht die nadert.

 

Vertaald door Martin de Haan

 

 1579546-5ac36fad4f9e331e04db08d56ff0b6a9.jpg
Charles Baudelaire (9 april 1821 – 31 augustus 1867)
Portret door Felix Vallotton , 1902

 

De Engelse dichteres, schrijfster en “spoken-word artist” Joolz Denby werd geboren op 9 april 1955 in Colchester. Zie ook alle tags voor Joolz Denby op dit blog.

Uit: Billie Morgan

“I know the woman at the window is me, although she doesn't look like me. She's flushed and fair, skinny, with wispy blonde hair knotted up in a clip. She looks tired and unhappy; lines score down from the sides of her compressed lips.My hair is dark brown, threaded with silver and springs back from a small widow's peak into a short, wavy crop. I am strong, stocky, and my skin is yellow-white, almost nacreous. My eyes aren't her red-rimmed, faded blue but sea-grey, the iris flecked with green around the pupil. My father's eyes.But I know she's me; I know it's really me gazing out at the furious rain that pelts down outside the window while I - she - washes up the dinner things wearing pink rubber gloves, something I never do. I'm back in the old house in West Bowling and I'm looking out at the stone flagged back yard, at the narrow, six foot long flowerbed filled with struggling roses and grey, dispirited city soil. It's a poor, run down area; a slum. The yard is battered and the outside walls graffittied. I sigh, and push a strand of that lank yellow hair off my flushed forehead with the back of my wrist.I see myself from out side, from slightly above. Part of me is floating in the rain, watching my mouth open in a silent, horrified scream, watching my eyes - those alien, blue eyes - fly open in appalled disbelief turning to dreadful recognition as the downpour washes the earth off a hand that protrudes limp and bone-white from the flowerbed. Slowly the soil is washed away and the terrible, lifeless form of a man lies exposed, his mouth stoppered with mud, his eyes clotted with muck, staring. Although I know the body has been there for many years, like some kind of hideous saint's relic, it's not decayed. I sag against the sink, weeping as I realise the dreadful secret I've hidden for so long is now revealed for all to see and that my life is over.The silent sobs turn into hoarse crying as I wake up. I always wake up at that point. Always.My name is Billie Morgan. My name is Billie Morgan. I am a murderer.”

 

 1579546-2aaf2a9e539ea85d2c830518caba4dc1.jpg
Joolz Denby (Colchester, 9 april 1955)

 

 

De Duitse dichter, schrijver, essayist en criticus Albert von Schirnding werd geboren op 9 april 1935 in Regensburg. Zie ookZie ook alle tags voor Albert von Schirnding op dit blog.

Uit:Thomas Mann

„War Thomas Mann ein «Herr»?
Über diese würdevolle Menschensorte hat sich Thomas Mann in der Erzählung Das Eisenbahnunglück (1909) lustig gemacht. Der Mann, der auf dem Perron lustwandelt, «in Gamaschen und gelbem Herbstpaletot, einen Hund an der Leine führend», ist weit entfernt vom Reisefieber des Icherzählers.
«Er ist zu Hause im Leben und ohne Scheu vor seinen Einrichtungen und Gewalten, er selbst gehört zu diesen Gewalten, mit einem Wort: ein Herr.» Zwei Stunden später, nach der einigermaßen harmlosen Entgleisung des Zuges, sitzt der Held, «allen Herrenrechten zuwider», in der Ecke eines überfüllten Abteils des Ersatzzuges – schluchzend.

 

 1579546-10fa66229c649829b3c232bfdf62685c.jpg
Thomas Mann met hoed, handschoenen en sigaar in 1937 (Foto door Carl Van Vechten)

 

Thomas Mann führte eine Doppelexistenz: innen Tonio, außen Kröger. Der Weltmann, den er vorzüglich mimte, entsprach nicht dem Autor, dem, wie es in der Meerfahrt mit ‹Don Quijote› heißt, «die unterhaltliche, aber provinzielle Gabe der Phantasie zuteil wurde».
Phantasie haben aber heiße sich aus den Dingen etwas machen – «und das ist natürlich nicht weltmännisch».

 

 1579546-4393b3ce7fb9f654606460293c395e3d.jpg
Albert von Schirnding (Regensburg, 9 april 1935)

 

 

De Duitse schrijver, dichter en essayist Johannes Bobrowski werd geboren op 9 april 1917 in Tilsit. Zie ook alle tags voor Johannes Bobrowski op dit blog.

 

Ebene

Der See.

Versunken
die Ufer. Unter der Wolke
der Kranich. Weiß, aufleuchtend
der Hirtenvölker
Jahrtausende. Mit dem Wind

kam ich herauf den Berg.
Hier werd ich leben. Ein Jäger
war ich, einfing mich
aber das Gras.

Lehr mich reden, Gras,
lehr mich tot sein und hören,
lange, und reden, Stein,
lehr du mich bleiben, Wasser,
frag mir, und Wind, nicht nach.

 

 

Antwort

Über dem Zaun
deine Rede:
Von den Bäumen fällt die Last,
der Schnee.

Auch im gestürzten Holunder
das Schwirrlied der Amseln, der Grille
Gräserstimme
kerbt Risse ins Mauerwerk,
Schwalbenflug
steil
gegen den Regen, Sternbilder
gehn auf dem Himmel,
im Reif.

Die mich einscharren
unter die Wurzeln,
hören:
er redet,
zum Sand,
der ihm den Mund füllt - so wird
reden der Sand, und wird
schreien der Stein, und wird
fliegen das Wasser.

 

 1579546-33a75a8d9be53e6653cafd9501864ee3.jpg
Johannes Bobrowski (9 april 1917 – 2 september 1965)

 

 

De Franse toneelschrijver Bernard-Marie Koltès werd geboren in Metz op 9 april 1948. Zie ook alle tags voor Bernard-Marie Koltès op dit blog.

Uit  Procès ivre

« Lumière faible.
Les bruits de la ville. Dialogue.
Chansons. Exclamations. La chaleur.
Rodion. Il avance, lentement en s’arrêtant à chaque fois que quelque chose se distingue de la rumeur générale.
UN HOMME.- Cette boue –quelle saleté- qui colle aux bottes. Et partout, partout.
UNE FEMME.- On aurait pu planter des arbres. Et installer des jardins avec des jets d’eau, là, Ou à l’emplacement du marché au foin.
UNE FEMME.- Je sens le vin. Moi, le vin. Et toi qui pues l’alcool dès le saut du lit. D’ailleurs, tout ici pue l’alcool. Même les murs. Même les enfants… Et c’est bon. Mieux vaut cela qu’autre chose… »

 

 1579546-1acb4ef947b204fde2a4d1452cc378aa.jpg
Bernard-Marie Koltès (9 april 1948 – 15 april 1989)

 



Zie voor nog meer schrijvers van de 9e april ook mijn blog van 9 april 2012 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:12 Reageer op dit bericht

Karel Jonckheere

De Vlaamse dichter en schrijver Karel Jonckheere werd geboren in Oostende op 9 april 1906. Jonckheere schreef poëtisch, later vol ironie, novellen en reisverhalen, maar ook gedichten, essays en kritieken. Karel Jonckheere werd tweemaal bekroond met de Staatsprijs voor Poëzie: in 1947 met de bundel " Spiegel der Zee" en in 1956 met de dichtbundel "Van Zee tot Schelp". Hij was als literair adviseur van het Ministerie van Cultuur dé ambassadeur van de Nederlandstalige letteren in het buitenland en hij was lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Het werk van Jonckheere is ten dele autobiografisch en heeft als thema voornamelijk de zee (hij is geboren in het visserskwartier). Tijdens zijn jeugd maakte hij kennis met Karel van de Woestijne. Volgens Jonckheere was Oostende een surrealistische stad met de Oostendenaars als ras apart die hij dan ook als dusdanig beschrijft in zijn novellen en aforismen (bijvoorbeeld: Oostende vertelt). Jonckheere werd in Nederland vooral bekend als de voorzitter van het satirisch televisieforum "Hou je aan je woord" (1961-1963) met Godfried Bomans, Hella Haasse en Dr. Victor E. van Vriesland.

 

Fabel van de bloedtransfusie

Ik word overreden riep de oude vrouw
de schokbreker wist van toeten noch blazen
ze liep in de weg zei de man achter 't stuur
ze heeft rood bloed zei het zwarte asfalt
haar bloed is weg zei de witte chirurg
ze is voor mij zei grijs de dood.

Hier is mijn bloed zei de man in de deur
ik ben haar zoon zei het bloed in de man.

Ben ik al koud vroeg de vrouw aan haar droom
waar is de hemel de hel met goud vuur ?

De chirurg tot de spuit tot de huid tot de prik tot het bloed.

Blijft dat zo tot in der eeuwigheid
ze bederven mijn stiel zei de dood tot de tijd.

Ik ben het zei de zoon tot de moeder
ik ben het zei het bloed van de zoon tot de moeder

d.w.z. tot het bloed van de koelende moeder.

Dag bloed zei dit bloed 't is lang geleden
om u weer te zien zou men geld besteden.
'k Zou haar hart willen zien zei het bloed van de zoon.
Kom dan mee, jong bloed, zei het bloed van de moeder
wacht op het tij en verschuw haar niet
de tropen de meisjes zijt gij niet ziek?

Benauwd heb ik het zei het bloed van de zoon
benauwd en koud in deze oude woon.
Houd mij maar vast zei het bloed van de moeder.

Kent gij de weg ik ken hem wel.
Door het rechter hart dat hem herkende
door de twee longen die hem herkenden
door het linker hart dat hem herkende
door het hoofd dat hem niet herkende.

ik heb mijn tijd, zei de dood tot de tijd.

Ten tweeden male door hart en longen
en weer naar het hoofd
en weer door het hoofd.

Ik voel me al beter zei 't bloed van de zoon
ik heb u verwarmd zei 't bloed van de moeder.

Ze tracht te spreken zei de chirurg tot de zoon
leg uw oor aan haar mond haar leven zal spreken.

Toen heeft de mond van de moeder gezegd
en alleen het oor van de zoon kon het horen:
ik droomde dat mijn zoon werd geboren.

 

 

 1595608-a5508f3f316bbec70e354f7c77e49e87.jpg
Karel Jonckheere (9 april 1906 - 13 december 1993)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Herinnering aan Gerard Reve, Hanz Mirck, Christoph Hein, Judith Koelemeijer, Nnedi Okorafor, Barbara Kingsolver, John Fante

Herinnering aan Gerard Reve

Vandaag is het precies 8 jaar geleden dat de Nederlandse dichter en schrijver Gerard Reve overleed. Zie ook alle tags voor Gerard Reve op dit blog en eveneens mijn blog van 14 december 2006. en mijn blog van 9 april 2006.

 

Credo

Niets te verwachten, niets te hopen:
er rest mij niets dan duisternis en Dood.
Ik zie het, maar ik wankel niet: wie Gij ook zijt,
U heb ik lief, met heel mijn hart, met al mijn Bloed.

 

 1578913-b6cb6c6669770238cc74f92951eab605.jpg
Gerard Reve (14 december 1923 - 8 april 2006)
Cover

 

 

De Nederlandse dichter Hanz Mirck werd geboren op 8 april 1970 te Zutphen. Zie ook alle tags voor Hanz Mirck op dit blog.

 

Paradijs

Een boek over het paradijs is geen routebeschrijving:
leer het uit je hoofd en je weet niets. Schrijf het
en het zal je frustreren. Netzomin als bezit leidt tot geluk,
veel licht tot begrip van een tekst, de zinloosheid

van de wereld een zinnige filosofie is - tussen Eufraat
en Tigris is alles wat je onthouden moet. Bedenken hoe je
niet in het paradijs komt is bijna paradijselijk, een plek
waar een slang de vrouw beter kent dan haar man

Gidsen spreken uit brandende struiken, onweersbuien,
van explosies is de weg gemaakt, vaders ziekbed is eind-
bestemming van de bus, het is waar je namen geeft

aan wat je ziet, pas als je buiten staat bedenk je
hoe het daar moet heten, het is niet de plek waar wij
onszelf kennen: waar wij ons vergaten heet het paradijs

 

 

Aanreikingen – over sleutels

In een slot passen twee sleutels:
één om mensen binnen te laten,
één om mensen buiten te sluiten

er kunnen niet twee sleutels tegelijk in het slot;
binnenlaten en buitensluiten
zijn verschillende doelen

Een week geleden liet je de deur wagenwijd openstaan
en viel in een droomloze slaap. Iedereen kon zo binnenlopen
zegt ze, wees de volgende keer zorgvuldiger

Deze week draai je de deur op slot
en valt in een droomloze slaap. Geen bel of telefoon
krijgt je wakker

Als je tegen de ochtend tegen haar aan wil liggen
hangen de sleutels aan de binnenkant van de deur
Je brein weet meer dan jij,

misschien probeert het je wel
een oplossing aan te reiken
dwars door een deur heen

 

 1578913-3992a94dce27cd7070703852e3126055.jpg
Hanz Mirck (Zutphen, 8 april 1970)
Met Margreet Dolman, affiche 

 

 

De Duitse schrijver, essayist en vertaler Christoph Hein werd geboren op 8 april 1944 in Heinzendorf in Silezié. Zie ook alle tags voor Christian Hein op dit blog.

Uit: Drachenblut (Der fremde Freund)

"Nach dem Essen ging ich mit Anne einen Kaffe trinken. Anne ist drei Jahre älter als ich. Sie war Zahnärztin und musste den Beruf vor einigen Jahren aufgeben. Ihre Handgelenke neigen zur Entzündung. Sie studierte nochmals und macht jetzt Anästhesie. Sie hat vier Kinder und einen Mann der sie alle zwei Wochen einmal vergewaltigt. Sie schlafen sonst regelmäßig und gut miteinander, wie sie sagt, aber ab und zu vergewaltige er sie. Er brauche das, sagt sie. Scheiden will sie sich nicht lassen, wegen der Kinder und aus Angst allein zu bleiben. So nimmt sie es halt hin. Wenn sie Alkohol trinkt, heult sie und beschimpft ihren Mann. Aber sie bleibt bei ihm. Ich halte Distanz zu ihr. Es ist anstrengend mit einer Frau befreundet zu sein, die sich mit ihren Demütigungen abgefunden hat. Ihr Mann, ebenfalls Arzt, ist vierzehn Jahre älter als sie. Nun wartet sie darauf, dass es sich ,,bei ihm legt". Senilität als Hoffnung. Es gibt unsinnigere Erwartungen."
(…)

"Ich bin gewitzt, abgebrüht, ich durchschaue alles. Mich wird nichts mehr überraschen. Alle Katastrophen, die ich noch zu überstehen habe, werden mein Leben nicht durcheinanderwürfeln. Ich bin darauf vorbereitet. Ich habe genügend von dem, was man Lebenserfahrung nennt. Ich vermeide es, enttäuscht zu werden. Ich wittere schnell, wo es mir passieren könnte. Ich wittere es selbst dort, wo es mir nicht passieren könnte. Und ich wittere es dort so lange, bis es mir auch dort passieren könnte. Ich bin auf alles eingerichtet, ich bin gegen alles gewappnet, mich wird nichts mehr verletzten. Ich bin unverletzlich geworden. Ich habe in Drachenblut gebadet, und kein Lindenblatt ließ mich irgendwo schutzlos. Aus dieser Haut komme ich nicht mehr heraus. In meiner unverletzbaren Hülle werde ich krepieren an Sehnsucht ..."

 

 1578913-970f5d2fa3c8db8b69d2d824727dae3b.jpg
Christoph Hein (Heinzendorf, 8 april 1944)

 

 

De Nederlandse schrijfster en journaliste Judith Koelemeijer werd geboren in Zaandam op 8 april 1967. Zie ook alle tags voor Judith Koelemeijer op dit blog.

Uit: Anna Boom

“Ze praatte eroverheen. 'Je weet toch hoe erg het met de Russen was?' zei ze snel. Ze vertelde over de soldaten die na de bevrijding feest mochten vieren en zich beestachtig hadden gedragen. 'Het was een puinhoop, onvoorstelbaar.' Zelf was ze tijdens die dagen in het ondergrondse ziekenhuis, ging ze in één adem verder. Ze had zich daar moeten verstoppen. Voor de Pijlkruisers, de Hongaarse nazi's. Ze werd toen gezocht, omdat ze voor Wallenberg had gewerkt.
'Ik snap er niks meer van,' zei Jan.
Zoals vaker had ze geprobeerd in telegramzinnen haar verhaal te doen, springend van hoogtepunt naar hoogtepunt, zonder stil te staan bij alles wat daartussen lag.
'Je bedoelt toch niet dé Wallenberg?'
Juist in die tijd, halverwege de jaren tachtig, was de verdwenen Zweedse diplomaat veel in het nieuws. Er deden steeds wildere verhalen de ronde over wat er met hem gebeurd kon zijn sinds hij in Russische handen was gevallen. Volgens de officiële Russische lezing was Wallenberg in 1947 in een gevangenis in Moskou overleden aan een hartaanval. Maar dat geloofde eigenlijk niemand. Russische ex-gevangenen beweerden dat ze Wallenberg nog pas hadden gezien in een psychiatrische inrichting. Zijn heldenstatus - redder van de Hongaarse joden, slachtoffer van de Goelag - had mythische proporties aangenomen.
'Heb je echt voor hem gewerkt?'
Toen begon ze te vertellen. Ze wist niet dat ook zij zo lang aan het woord kon zijn. En Jan luisterde, heel aandachtig, zonder haar te onderbreken. Zo nu en dan schonken ze elkaar nog iets in.”

 

 1578913-2ac42fb27facf270c9b7f468070380bf.jpg
Judith Koelemeijer (Zaandam, 8 april 1967)

 

 

De Afrikaanse-Amerikaanse schrijfster Nnedi Okorafor werd geboren op 8 april 1974 in Cincinnati, Ohio. Zie ook alle tags voor Nnedi Okorafor op dit blog.

Uit: Who Fears Death

„It caught in my throat and I coughed. Then I stared. Papa’s chest was slowly moving up and down, up and down… he was breathing! I was both repulsed and desperately hopeful. I took a deep breath and cried, “Live, Papa! Live!”
A pair of hands settled on my wrists. I knew exactly whose they were. One of his fingers was broken and bandaged. If he didn’t get his hands off me, I’d hurt him far worse than I had five days prior.
“Onyesonwu,” Aro said into my ear, quickly taking his hands from my wrists. Oh, how I hated him. But I listened. “He’s gone,” he said. “Let go, so we can all be free of it.”
Somehow…I did. I let go of Papa.
Everything went dead silent, again.
As if the world, for a moment, were submerged in water.
Then the power that had built up inside of me burst. My veil was blown off my head and my freed braids whipped back. Everyone and everything was thrown back - Aro, my mother, family, friends, acquaintances, strangers, the table of food, the fifty yams, the thirteen large monkeybread fruits, the five cows, the ten goats, the thirty hens, and much sand. Back in town the power went off for thirty seconds, houses would need to be swept of sand, and computers would be taken in for dust damage.”

 

 1578913-3eba7033f96a093e9fd580014e412fea.JPG
Nnedi Okorafor (Cincinnati, 8 april 1974)
Hier met de Nigeriaanse schrijver Wole Soyinka (rechts)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Barbara Kingsolver werd geboren op 8 april 1955 in Annapolis, Maryland. Zie ook alle tags voor Barbara Kingsolver op dit blog.

Uit: The Lacuna

“Enrique had lived his whole life in that hacienda, ever since his father built it and flogged the indios into planting his pineapple fields. He had been raised to understand the usefulness of fear. So it was nearly a year before he told them the truth: the howling is only monkeys. He didn't even look across the table when he said it, only at the important eggs on his plate. He hid a scornful smile under his mustache, which is not a good hiding place. "Every ignorant Indian in the village knows what they are. You would too, if you went out in the morning instead of hiding in bed like a pair of sloths."
It was true: the creatures were long-tailed monkeys, eating leaves. How could such a howling come from a thing so honestly ordinary? But it did. The boy crept outdoors early and learned to spot them, high in the veil of branches against white sky. Hunched, woolly bodies balanced on swaying limbs, their tails reaching out to stroke the branches like guitar strings. Sometimes the mother monkeys cradled little babes, born to precarious altitudes, clinging for their lives.
So there weren't any tree demons. And Enrique was not really a wicked king, he was only a man. He looked like the tiny man on top of a wedding cake: the same round head with parted, shiny hair, the same small mustache. But the boy's mother was not the tiny bride, and of course there is no place on that cake for a child.”

 

 1578913-d6b3f1337ddf5d9d8bfafa68bd8b1fff.JPG
Barbara Kingsolver (Annapolis, 8 april 1955)


 

De Amerikaanse schrijver John Fante werd geboren in Colorado op 8 april 1909. Zie ook alle tags voor John Fante op dit blog.

Uit: A Kidnapping in the Family

"Look," I said. "Guess who?"
He looked at it through a haze of cigar smoke. His indifference annoyed me. He examined it as though it were a bug, or something; a piece of stale cake, or something. His eyes slid up and down the picture three times, then crosswise three times. Turning it over, he examined the back. The composition interested him more than the subject, and I had hoped his eyes would pop and that he would shout with excitement.
"It's Mamma!" I said. "Don't you recognize her?"
He looked at me wearily. "Put it back where you found it," he said, picking up his newspaper.
"But it's Mamma!"
"Good God!" he said. "I know who it is! I'm the man who married her."
"But look!"
"Go away," he said.
"But, Papa! Look!"
"Go away. I'm reading."
I wanted to hit him. I was embarrassed and sad. Something happened at that moment and the picture was never so wonderful again. It became another picture — just a picture. I seldom looked at it again, and after that evening I never opened my mother's trunk and burrowed for treasure at the bottom.
Before her marriage my mother was Maria Scarpi. She was the daughter of Giuseppe and Stella Scarpi. They were peasants from Naples. Giuseppe Scarpi — he was a shoemaker. He and his wife came to Denver from Italy. My mother, Maria Scarpi, was born there in Denver. She was the fourth child. With her brothers and sisters she went to the Sisters' school. Then she went to a public high school for three years. But this public high school wasn't like the Sisters' school, and she didn't like it. Her two brothers and four sisters married after completing high school.”

 

 1578913-f5e81cce6707f1b307d9397d00da94c7.jpg
John Fante (8 april 1909 – 8 mei 1983)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e april ook mijn blog van 8 april 2012 en ook mijn blog van 8 april 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 13:47 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten