Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 2 mei 2014 tot 3 mei 2014

Jehuda Amichai, Erik Lindner, Ben Elton, Johan de Boose, Jens Wonneberger, Klaus Modick, Paul Bogaert

De Duits-Israëlische dichter en schrijver Jehuda Amichai werd op 3 mei 1924 geboren in Würzburg. Zie ook alle tags voor Jehuda Amichai op dit blog.

 

Ich bin ein Gast in diesem Leben

Ich bin ein Gast in diesem Leben, doch ich sehe,
meine Gastgeber werden allmählich
müde und ungeduldig.
Bäume zittern, Wolken ziehen
schweigend, Berge rücken
von einem Ort zum andern, der Himmel gähnt.
In den Nächten bewegen die Winde
unruhig allerlei Dinge: Rauch, Menschen, Lichter.

Ich trage mich in Gottes Gästebuch ein:
Ich kam, verweilte, es war gut,
ich habe genossen, habe gesündigt, betrogen –
der Empfang in dieser Welt
hat mich sehr beeindruckt.

 

 

Ein arabischer Hirte sucht nach einer Ziege

Ein arabischer Hirte sucht nach einer Ziege auf dem Berg Zion
und auf dem Berg gegenüber suche ich meinen kleinen Sohn.
Ein arabischer Hirte und ein jüdischer Vater
in ihrem zeitlichen Versagen.
Unsere Stimmen treffen sich über
dem Sultansbecken im Tal in der Mitte.
Wir beide wollen, dass weder der Junge noch die Ziege
hineingeraten in die Mühlen der schrecklichen Maschine „Chad Gadja“.*

Dann fanden wir sie zwischen den Büschen
und unsere Stimmen kehrten zu uns zurück und weinten und lachten innerlich.

Die Suche nach einer Ziege oder einem Jungen
war seit jeher
der Beginn einer neuen Religion in diesen Bergen.

 

 

Der Körper ist der Grund der Liebe

Der Körper ist der Grund der Liebe.
Danach ist er die Burg, die sie bewahrt.
Danach ist er der Kerker der Liebe.
Doch stirbt der Körper, tritt die Liebe aus ihm heraus

frei und in großer Fülle,
wie ein Glücksautomat, der zersprungen ist,
und mit einem Mal spuckt er
ratternd alle Münzen
aller Glücksgenerationen
aus.

 

1592149-c0701258ac4d7ad7cd1691758170d33c.jpg
Jehuda Amichai (3 mei 1924 – 22 september 2000)

 

 

De Nederlandse dichter Erik Lindner werd geboren op 3 mei 1968 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Erik Lindner op dit blog.

 

Ostende

1.
Een bot ligt in het zand
van een eiland dat niet stilstaat

vast is de vorm
de geschiedenis van de wind
het stuwen van merg en steen

de wind raakt zoek op zee
geen golf heeft dezelfde afmeting

zand kleurt rood in de zon
op de renbaan waar stof opwaait
en de hoeven dezelfde ritmes slaan
de hoeven het zand in stukken slaan

over een eiland loopt de wind
en bewerkt er zijn eerdere afdrukken
het mergsteen van het strand
de renbaan aan de kust
de regen in de zee.

 

2.
De zee heeft de omvang van de wind
en stroomt over op het mergsteen
door de wind bewerkt voor de zee

een strandloper loopt langs de wind
en telt met zijn stappen
de losse delen van het zand
en de losgewaaide koppen van de zee
en de losgekomen vlokken van de wind

rollende kruipende schuivende stukken
van een eiland dat voor even stilstaat
op de rand van de zee

hoeven vergruizelen het steen
de zee draagt het bot naar de kant
het zand koelt af in de wind

schuimvlokken meten de omvang
van een eiland dat tijdelijk ontstaat
onder de voetstap van een strandloper

buiten de wind boven de zee.

 

 1592149-9898f84387b4c34eef4931d69a086107.jpg
Erik Lindner (Den Haag, 3 mei 1968)

 

 

De Belgische dichter en schrijver Johan de Boose werd geboren in Gent op 3 mei 1962. Zie ook alle tags voor Johan de Boose op dit blog.

Uit: Gaius

“Raadsel: het hangt onzichtbaar in de kamer en doorboort alles met één dooiemannenoog en één oog als een speer – wat is het?
De majordomus in zijn glanzende wikkel, genaamd Vespertilio, oftewel de Vleermuis in de taal van Seneca en Cicero. Voor Gaius is hij vele dieren tegelijk: als hij in de deur staat, is hij een spin, zijn stem stal hij bij een haan, en zijn hoofdhaar doet denken aan natte vogelveren.
Hij komt Gaius helpen met zijn toilet, hoewel die hem niets heeft gevraagd en überhaupt geen hulp wil. Hij jaagt hem weg als een wesp bij zijn oor – nog een dier – maar dat raakt de griezel niet. Hij is, denkt Gaius, vast verstoten door zijn moeder om zijn lelijkheid toen hij aan haar borst ging liggen.
‘Mag ik even?’ vraagt hij. Hij drukt de huid van Vespertilio’s pols tussen zijn nagels alsof hij een luis doodknijpt. Het raakt de slavenbaas niet. Hij is geboren zonder zintuigen of zenuwen. Gaius vraagt naar diens relatie met Crapularius, maar Vespertilio reikt hem onbewogen een zalfkruikje aan en kraait: ‘Balsemien!’
‘Rattenkruit!’ zegt Gaius om hem te tergen.
De majordomus trekt zijn wenkbrauw boven het glazen oog op.
Tot het souper doodt Gaius de tijd met uitpakken.Onder in zijn reismand zit een blokvormig stuk elzenhout, een voet lang en zo dik als een vrouwenpols. Meer dan dertig jaar heeft hij het al bij zich. Tempora labuntur, de tijd verglijdt, zoals Ovidius zei, tacitisque senescimus annis, en ongemerkt worden wij ouder. Ondanks zijn twijfelzucht is hij het stuk hout altijd als een amulet blijven beschouwen. Wie durfde te beweren dat een amulet níét helpt als er niets rampzaligs gebeurt zolang je hem wél bij je hebt?”

 

 1592149-07756bd4459626ba33f6c11e3af55a61.jpg
Johan de Boose (Gent, 3 mei 1962)

 

 

De Britse schrijver en komiek Ben Elton werd geboren in Londen op 3 mei 1959. Zie ook alle tags voor Ben Elton op dit blog.

Uit: Popcorn

‘You like to watch, fat boy?’
The terrified man says nothing. His answer is to bury his face in the floor as hard as he can and wrap his arms around his head. Wayne’s POV is now just the top of the man’s balding head with his pudgy hand pressed against it, holding the half-chewed burger. There is a loud bang and a hole appears in the top of the bald head. Blood runs out as if from a tap, not a spurt but a silent, almost gentle, welling-up, a small flood, so to speak, which quickly forms a large pool, soaking into the hamburger and turning it completely red.
Cut back to Wayne, who is ignoring his victim completely, and is grinding his hips against Scout.”
(…)

“But what did they want, craning their necks by the side of the street like that? It certainly wasn’t peace, bread and freedom. So what? They couldn’t see anything: all limos had mirrored windows, so all they could see was themselves. Another irony; Bruce was full of them today. The harder those people tried to look into his world the more intensely they saw their own images staring back at them. That was it! The whole truth in one startling image. Why were Bruce’s movies so successful? Because people saw themselves reflected in them. Maybe better-looking and a little cooler but none the less themselves, with their fears, their lusts, their most secret desires and fantasies. That damned professor had been wrong and he, Bruce, had been right. He was a mirror. He did not create a world for people to watch; they created a world for him to film.”

 

 1592149-5a91277d5c8755463d157a9d5bae0163.jpg
Ben Elton (Londen, 3 mei 1959)

 

De Duitse schrijver Jens Wonneberger werd in Großröhrsdorf geboren op 3 mei 1960. Zie ook alle tags voor Jens Wonneberger op dit blog.

Uit: Heimatkunde Dresden

„Als Kind hatte ich manchmal den Verdacht, dass es Dresden gar nicht gibt. Ich wohnte damals mit meinen Eltern und Großeltern in einem Dorf gut dreißig Kilometer östlich jener Gegend, in der die Stadt hinter sanften Hügeln und Wäldern zu vermuten war, und immer wieder wurde mir erzählt, dass man vom Dachfenster unseres Hauses in der Nacht des 13. Februar 1945, der Nacht von Faschingsdienstag auf Aschermittwoch, den Lichtschein des brennenden Dresden habe sehen können und dass noch Tage später die Reste verkohlten Papiers wie schwarzer Schnee auf das Haus herabgerieselt seien. Die Großeltern waren seltsam erregt und sprachen sogar von Christbäumen, die angeblich den Himmel erleuchtet hätten und dabei ganz langsam herabgesunken seien, aber ich hatte damals schon den Verdacht, auch den Weihnachtsmann könne es nicht geben. Dazu Eine Annäherung oder Auf der Suche nach mildernden Umständen kam, dass der Bücherschrank, ein riesiges Monstrum aus Eichenholz mit schweren Türen aus geschliffenem Glas, mit kunstvoll gedrechselten Säulen und raffiniert gewundenen Messinggriffen, den Flüchtlinge rechtzeitig vor der Bombardierung in Sicherheit gebracht und bei uns auf dem Land untergestellt hatten, entgegen der Absprache nie abgeholt worden war. Der Schrank, in dem dann in der hintersten Ecke des Dachbodens jahrelang die leeren Einweckgläser staubfrei auf die nächste Ernte warteten, steht noch heute in meinem Arbeitszimmer, ein Relikt des Dresdner Bürgertums aus der Zeit der vorletzten
Es schien also klar, Dresden gab es nicht mehr, Dresden war Vergangenheit, es war ein Mythos. Bei uns kam nicht einmal der berühmte Christstollen aus Dresden, weil die Frauen damals noch jedes Jahr einige Wochen vor Weihnachten mit einem Handwagen voller Zutaten zum Bäcker zogen, der neben der Backstube auch eine Heißmangel betrieb.“

 

 1592149-ee5b38d606c304835b273c2065af5d83.jpg
Jens Wonneberger (Großröhrsdorf, 3 mei 1960)
Dresden 

 

 

De Duitse schrijver Klaus Modick werd geboren in Oldenburg op 3 mei 1951. Zie ook alle tags voor Klaus Modick op dit blog.

Uit: Die Schatten der Ideen

„Das Summen. Wie sehr fernes, fremdes Stimmengemurmel. Zur Melodie des Kühlschranks gehörte vielleicht auch ein Text. Eine Stimme aus dem Gestern. Oder Vorgestern. Aus einer Zeit, in der man sich Weine der Jahrgänge 40 folgende in den Keller gelegt hatte. Weine, die nie getrunken worden waren. Aber warum nicht? Ob die wohl noch trinkbar waren? Oder auf Weinauktionen bei Sammlern horrende Preise erzielen würden? Nicht sein Bier, gewiß, nicht einmal sein Wein, und trotzdem … Er nippte am Kaffee, steckte sich eine Zigarette an. Die Wirbel des Rauchs stiegen zur Decke. Der Ventilator zerschlug sie zu formlosem Dunst. Der Staub, den er im Keller aufgewirbelt hatte, müßte sich inzwischen wieder gesetzt haben. Einfach mal nachsehen. Die Stiege knarrte bei jedem Schritt. Von dem 48er Bordeaux Trimoulet Grand Cru gab es sieben Flaschen. Als er eine aus dem Regal zog, rutschte der Stapel auseinander, so daß die Flaschen nicht mehr übereinander, sondern nebeneinander auf dem Brett lagen und den Blick auf etwas freigaben, was sich zwischen den Flaschenböden und der Kellerwand befand - noch ein Stapel. Aber das waren keine Flaschen, sondern Bücher. Oder Schreibkladden? Daneben ein brauner Pappkarton mit dem aufgedruckten Schriftzug Western Union Delivery Service. Carlsen stellte die Flaschen vorsichtig auf den Boden und zog den Papierstapel nach vorn. Zehn Composition Books, gebunden in schwarz-weiß melierte Pappe, mit Leinenstreifen am Rücken verstärkt, Aufsatzhefte, wie sie in fast unveränderter Form auch heute noch am College benutzt wurden. 40 Sheets - 10 X 7 7/8 - College & Margin stand auf den Etiketten. Die Felder für Name, Class und Instructorwaren nicht ausgefüllt, die einzelnen Kladden jedoch durchnumeriert von 1 bis 10, die Ziffern in blauer Tinte mit energischem Zug geschrieben. Die 1 war kein einfacher Strich, wie im Amerikanischen üblich, sondern mit Aufstrich versehen,und auch die 7 wies den europäischen Querstrich auf. Was hielt Carlsen da in Händen? Aufsatzhefte aus dem Collegebetrieb der vierziger Jahre? Die linierten, an den Rändern vergilbten und verstaubten Blätter waren rechtsseitig gleichmäßig beschrieben; auf den linken Seiten standen mit Pfeilen und Kreuzen markierte Einschübe, Korrekturen oder Nachträge.“

 

 1592149-533acc071ada039889b4fb1ba39e6b07.jpg
Klaus Modick (Oldenburg, 3 mei 1951)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Paul Bogaert werd geboren in Brussel op 3 mei 1968. Zie ook alle tags voor Paul Bogaert op dit blog.

 

Hoe opvallend

Hoe opvallend zijn de letters
op het draaiend, voortdurend ooit
beschaduwd oppervlak.
Wat een achtergrond! In het licht
daarvan kan niets onopvallend zijn.
Men kijkt het best op een afstand toe.
Straks komt er specie uit
de opening die zich ergens
concreet en zinvol instort.
Hoe veraf is het betonrot nu.

 

 

Select all

Ik zei: het zijn de zenuwen,
de dokter: het zijn ratten in uw lijf.
Ik sprak:
ga weg, leef zonder mij.

Nu ik alleen ben, resten mij de resten.
Zichtbaar alleen de glans op mij,
op de lege vinger na
het aanraken van de zelfontspanner.

 

 1592149-ca86ef81a91ece6d8b06be163e62e33a.jpg
 Paul Bogaert (Brussel, 3 mei 1968)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:05 Reageer op dit bericht

Juan Gelman, Tatjana Tolstaja, Agnès Desarthe, Pierre Emmanuel, August von Kotzebue, Dodie Smith, Nélida Piñon, Soma Morgenstern

De Argentijnse dichter Juan Gelman werd geboren op 3 mei 1930 in Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Juan Gelman op dit blog.

 

PLAATS XIX (heilige theresia)

en met een lichaam zo gekneusd / en koud /
een hart bevangen door de kou alsof
er geen ziel meer in zat / of waar nog adem
halen / sterven / de ziel tot leven brengen

dit dagenlang verduren / als
ondraaglijk lijden dat zichzelf verteert /
en de ziel strompelt maar verder door on-
troostbaarheid als jij / woord dat diep uit jou

vanbinnen kome / en geen pijn meer brenge /
geen kippenvel me geve / me niet dooddoe /
me niet tegenspoede / en me niet verstrooie /
kortom jij hou van me / jij hou van mij

 

 

Kanttekening II (heilige theresia)

met de liefde die me te buiten gaat en neerstroomt /
overal in het rond vreten zich de
beestjes vol die voer vinden in
jouw afwezigheid / of is het je aanwezigheid
die mij zo klein maakt als voeten die treurnis
vertrappen op de oever van wat gaat zingen /
als grote zegepraal waarin
mijn zielen klaarten zijn van jou?

 

Vertaald door Guy Posson en Stefaan van den Bremt.

 

 

 1592145-18d6de4069387ea138bd822dc7ababd1.JPG
Juan Gelman (3 mei 1930 – 14 januari 2014)

 

 

De Russische schrijfster Tatjana Tolstaja werd geboren op 3 mei 1951 in Leningrad. Zie ook alle tags voor Tatjana Tolstaja op dit blog.

Uit: See the other side

“The postcard—which he dropped in a mailbox, lightheartedly entrusting it to two unreliable postal services, the Italian and the Russian—depicts Heaven: the Lord sits amid a blindingly green paradise of eternal spring, white sheep grazing all around. Those two unreliable postal services had bent the corners of the postcard, but it didn’t matter—the message was received and everything could be seen.
If Heaven exists, then my father is there now. Where else would he be? The only thing is, he died—he died and he doesn’t write me postcards with exclamation points anymore; he no longer sends tidings from all parts of the globe: I’m here, I love you. Do you love me? Do you share my pleasure and joy? Do you see the beauty that I see? Greetings! Here’s a postcard! Here’s a cheap, glossy photograph—I was here! It’s wonderful! Oh, if only you could be here, too!
He travelled all over the world, and he liked the world. Now, as much as I can, I follow in his footsteps. I go to the same towns and try to see them through his eyes, try to imagine him young, turning that corner, climbing those steps, leaning on the railing of the embankment with a cigarette between his teeth.
This time I’m in Ravenna, a stuffy, exhausting place, like all tourist destinations where crowds fill narrow streets. It’s a dead, hollow, hot town, with no place to sit down. The tomb of Dante, exiled from his native Florence. The tomb of Theodorich. The mausoleum of Galla Placidia, sister of Flavius Honorius, the very man who made Ravenna the capital of the Western Empire. Fifteen centuries passed. Everything changed.”

 

 1592145-a926629362d3c4c2c260b20618577784.jpg
Tatjana Tolstaja (Leningrad, 3 mei 1951)

 

 

De Franse dichteres en schrijfster Agnès Desarthe werd geboren op 3 mei 1966 in Parijs. Zie ook alle tags voor Agnès Desarthe op dit blog.

Uit: Comment j'ai appris à lire

« Je suis née au mois de mai 1966. À cette époque, les hommes, même jeunes, portaient des costumes, des cravates, et parfois des chapeaux. Les femmes avaient des sous-vêtements à armatures, des gaines, des guêpières. Leurs seins, projetés vers l'avant par les coutures, les baleines - que sais-je ? -, étaient pointus, coniques, très durs. Il n'y avait pas de télévision. Nous possédions un téléphone, parce que mon père était médecin, mais tous les foyers n'en étaient pas équipés.
Deux ans plus tard, certaines choses changèrent.
Cependant, sur la photo prise lors d'un anniversaire auquel nous avions été invités, mon frère et moi - disons que c'était vers fin 67 -, je pose, conventionnelle et sérieuse, inconsciente de la révolution imminente : genoux de bébé en X, chaussures vernies aux pieds, robe immaculée et raide, très fière de mon sac à main blanc à fermoir doré. A dix-huit mois, j'ai l'air d'avoir soixante-treize ans.
Un matin du printemps suivant, je déclare, cartable au dos, que je désire aller à l'école. Ma mère m'y conduit (à l'époque, on n'avait pas besoin de s'inscrire... ou peut-être Pétais-je déjà). Je déteste ça. À onze heures trente, le même jour, j'affirme que je n'y retournerai jamais.
Je ne retournerai jamais à l'école, dis-je, avec l'élocution parfaite qui enorgueillissait mes parents, et mon autorité naissante qui ne devait pas les rassurer. Pourtant, quelques mois plus tard (a-t-on laissé passer l'été ?), j'y entre pour de bon. Pour toujours, ai-je envie d'écrire.”

 

 1592145-e2f7d3075cd233baf27f64bdb376f5a8.jpg
Agnès Desarthe (Parijs, 3 mei 1966)

 

 

De Franse dichter en schrijver Pierre Emmanuel (eig. Noël Mathieu) werd geboren op 3 mei 1916 in Gan (Pyrénées-Atlantiques). Zie ook alle tags voor Pierre Emmanuel op dit blog.

 

Naître

Plus je regarde à mon passé
Et plus je m'apparais béant
Terreur d'être sans fondement
O ma mère terre où es-tu

Tant aimé j'ai aimé si peu
Qu'encore aujourd'hui je ne sais
Quel sens donner au mot donner
O ma mère terre où es-tu

Pardonnez-moi j'ai trop reçu
Sans en être jamais conscient
Coupable de ce manquement
O ma mère terre où es-tu

Toi qui seule m'auras manqué
Jamais je ne fus ton enfant
Vieux je t'appelle maintenant
O ma mère terre où es-tu

La lie du non-amour sans fond
Me vient aux lèvres comme aux yeux
C'est son dégoût qu'en tout je veux
O ma mère terre où es-tu

Qui me rendra ce goût perdu
Sans l'avoir possédé jamais
D'avoir aimé ce que j'aimais
O ma mère terre où es-tu

Cette mort que je sens en moi
Me tendre un sein bruni au brou
Et me bercer au fond du trou
O ma mère terre est-ce toi

Aimer c'est naître de ma mort
Quelqu'un avec ma propre voix
A grand effort m'arrachera
O terre ô mère qui me tues

 

 1592145-9789289aacc64c981cef361b5db10eaf.jpg
Pierre Emmanuel (3 mei 1916 – 24 september 1984)

 

 

 

De Duitse dichter en toneelschrijver August Friedrich Ferdinand von Kotzebue werd in Weimar geboren op 3 mei 1761. Zie ook alle tags voor August von Kotzebue op dit blog.

 

Ariette

Das war ein Tier, mein Mauleselein!
Konnt' alle Tag' ein Ratsherr sein,
trat einher mit festem Schritte,
ging auf dem Wege stets in der Mitte,
reckte bei jedem Schall das Ohr
zwanzig Zoll hoch zierlich empor,
trug ohne Murren, wie Menschen nie pflegen,
schwere Lasten auf schweren Wegen,
scheute nicht Hitze, scheute nicht Frost,
nahm verlieb mit magerer Kost;
schritt so sicher auf glattem Eise,
sprach kein Wörtchen auf der Reise.

 

 

O, der Krieg, der Krieg!

O, der Krieg, der Krieg! Was die Natur
Mit stillen Fleiß in langen Jahren schafft,
Zerstört ein Augenblick des blut'gen Wahnsinns,
Es muss der blinden Habgier alles weichen;
Zu jedem Greuel sinkt sie tief hinab;
Es häuft der Mensch auf Leichen frische Leichen
Und düngt mit Blut doch nur sein eignes Grab.

 1592145-68d8ba2b3346f41f57361bb9781802a6.jpg
August von Kotzebue (3 mei 1761 - 23 maart 1819)
Cover biografie 

 

 

De Engelse schrijfster Dodie Smith werd geboren op 3 mei 1896 in Whitefield. Zie ook alle tags voor Dodie Smith op dit blog.

Uit: The Hundred and One Dalmatians

‘Ladies and gentlemen,’ she said, dramatically, ‘puppies are arriving earlier than expected. Mr and Mrs Dearly ask you to remember that Missis has never before been a mother. She needs absolute quiet.’
There was an instant silence, broken only by a stifled sneeze. Then the guests rose, drank a whispered toast to the young mother, and tiptoed from the house.
All except Cruella de Vil. When she reached the hall she went straight to Nanny Butler, who was seeing the guests out, and demanded:
‘Where are those puppies?’
Nanny Butler had no intention of telling, but Cruella heard the Dearly voices’ and ran upstairs. This time she was wearing a black satin dress with ropes of pearls, but the same absolutely simple white mink cloak. She had kept it round her all through dinner, although the room was very warm (and the pepper very hot).
‘I must, I must see the darling puppies,’ she cried.
The cupboard door was a little open. The Dearlys were inside, soothing Missus. Three puppies had been born before Nanny Butler, on bringing Missus a nourishing chicken dinner, had discovered what was happening.
Cruella flung open the door and stared down at the three puppies.
‘But they’re mongrels – all white, no spots at all!’ she cried. ‘You must drown them at once.’
‘Dalmatians are always born white,’ said Mrs Dearly, glaring at Cruella. ‘The spots come later.’
‘And we wouldn’t drown them even if they were mongrels,’ said Mrs Dearly, indignantly.”

 

 1592145-c3afa5a23b83a919a8edda3cbf6ec5e8.jpg
Dodie Smith (3 mei 1896 – 24 november 1990)

 

 

 

De Braziliaanse schrijfster Nélida Piñon werd geboren op 3 mei 1937 in Rio de Janeiro als dochter van Spaanse immigranten. Zie ook alle tags voor Nélida Piñon op dit blog.

Uit: La maison de la passion (Vertaald door Geneviève Leibrich)

« Je me sacrifierai au soleil, mon corps est pétri de mousses et d'herbes antiques, ceux de ma maison ont fait de ma sueur plaies et élixirs, jusqu'à mon père qui attend mon sommeil dans l'espoir d'extraire de ma sueur l'effet bienfaisant de mes vices, de mes vaines métamorphoses, car je ne cesse de me transformer au contact des arbres, des ombres, de la mémoire d'un corps vénéré au temps des sacrifices au soleil, ce soleil qui embrase mes reins, qui effeuille ma peau avec une rudesse si tactile que je deviens eau dans la coupe, j'en épouse les contours, je suis la chair que le soleil dénude... »

 

Uit:I love my Husband (Vertaald door Annick Moreau)

« Que veux-tu de plus, femme, nous sommes mariés sous le régime de la communauté, cela ne te suffit pas ? Il affirmait que j’étais une partie de son avenir, un avenir qu’il avait seul pourtant le droit de construire. Alors, j’ai compris que la générosité de l’homme m’autorisait à n’être que la maîtresse d’un passé dont les règles étaient dictées par la vie commune. »

 

 1592145-1354527cb880da179924fd03d92ab598.jpg
Nélida Piñon (Rio de Janeiro, 3 mei 1937)

 

 

De Duitse schrijver Soma Morgenstern (eig. Salomo) werd geboren op 3 mei 1890 in Budzanów in Oostgalicië. Zie ook alle tags voor Soma Morgenstern op dit blog.

Uit: Joseph Roths Flucht und Ende

»Diesmal führte er mich in eine abseitige Allee, wo es zu dieser Tageszeit menschenleer war. Als wir dort im Schatten saßen, sagte er zu mir: ›Weißt du, warum ich dich hierhergeschleppt habe? Ich wollte dich bitten, daß du mir meine zwei Lieblingslieder singst. In unserem Zimmer im Hotel ist vermutlich niemand zum Singen und auch nicht zum Hören aufgelegt.‹ Ich sang ihm also zuerst das jüdische Lied Es war einmal eine Geschichte, und auf sein weiteres Drängen auch das ukrainische Hyla, hyla. Mit beiden Händen auf seinen Stock gestützt, gesenkten Kopfs, hörte er zu, dann schwieg er eine lange Zeit, und ich sah, wie seine Tränen auf seine bleichen Hände fielen.
Mir stockte der Atem. Ich hatte Roth in nüchternem Zustand noch nie offen weinen sehn. Es war das letzte Mal, daß ich ihm ein Lied gesungen habe. Es war sein letzer Spaziergang. «

 

 1592145-fa745eade55cdbba6dba5cc1c18a6e65.jpg
Soma Morgenstern (3 mei 1890 – 17 april 1976)
Cover 

Geschreven door Romenu om 13:47 Reageer op dit bericht

Rob Waumans, Gottfried Benn, Esther Freud, Tilman Rammstedt, Wytske Versteeg, James Holmes, Novalis

De Nederlandse schrijver Rob Waumans werd geboren in Alkmaar op 2 mei 1977. Zie ook alle tags voor Rob Waumans op dit blog.

Uit: Als je de stad binnenrijdt

“Ruud is onze teamleider. Hij moet elke week vergaderen met de andere teamleiders en het rayonhoofd. Ruud noemt auto-eigenaren ‘klanten’. Verder gedraagt hij zich niet altijd als een voorbeeldfiguur. Dat komt omdat hem een aantal jaar geleden iets is geflikt. Zo noemt hij dat, geflikt. Alsof de hele gemeente alles in het werk heeft gesteld om Ruud te grazen te nemen.
Hij werkte bij Dienst Stadswacht. Toen Dienst Stadstoezicht in het leven werd geroepen en Stadswacht, Reinigingspolitie en Parkeerbeheer werden samengevoegd, werd hem een baan in Purmerend beloofd. Hij zou daar de afdeling Leefbaarheid vormgeven. Daar was Ruud blijkbaar de aangewezen persoon voor. Ruud zag het helemaal zitten en ging fanatiek op zoek naar een huis in Purmerend. Toen hij een huis had gevonden en met zijn gezin was verhuisd, kreeg hij te horen dat het niet doorging. Het werd een serieus conflict. Uiteindelijk hebben ze hem de functie van teamleider aangeboden bij Dienst Parkeerbeheer. Hij zal er wel een flinke smak geld bij hebben gekregen, maar daar heeft ie het nooit over. Ruud is nog steeds ontevreden over hoe het toen allemaal is gelopen.
In onze kantine staat een doos met koekjes. Ze zijn verpakt in geel, blauw, paars en rood cellofaan. In de gele zitten speculaasjes, in de blauwe ook, maar die hebben een andere vorm. De paarse zijn minispritsen met chocola en in de rode zitten kleine stroopwafels. Om de zoveel weken staat er een nieuwe doos en die is meestal binnen een week leeg. Khalid pakt altijd een handvol paarse, Ruud en ­ijs nemen de rode. Ze vreten zowat die hele doos leeg. Iemand heeft een keer een brie‑e op de doos geplakt: ‘Er zijn meer mensen die deze koekjes lekker vinden. Rustig aan!’
Ik neem meestal de gele of blauwe. Judith neemt geen koekjes, ze doet al een jaar aan de lijn. Aan haar figuur zie ik nog geen enkel verschil met een jaar geleden. In de krant las ik eens een artikel over vrouwen en hun gewicht, en dat het vaak tussen de oren zit. Het lijkt mij dat Judith worstelt met haar ingebeelde fysieke afwijking.”

 

 1591652-af059216324b418b8bb6774ef0276c40.jpg
Rob Waumans (Alkmaar, 2 mei 1977)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Gottfried Benn werd geboren in Mansfeld op 2 mei 1886. Zie ook alle tags voor Gottfried Benn op dit blog.

 

Aus Fernen, aus Reichen

was dann nach jener Stunde
sein wird, wenn dies geschah,
weiß niemand, keine Kunde
kam je von da,
von den erstickten Schlünden,
von dem gebrochnen Licht,
wird es sich neu entzünden,
ich meine nicht.

doch sehe ich ein Zeichen:
über das Schattenland
aus Fernen, aus Reichen
eine große, schöne Hand,
die wird mich nicht berühren,
das läßt der Raum nicht zu:
doch werde ich sie spüren
und das bist du.

und du wirst niedergleiten
am Strand, am Meer,
aus Fernen, aus Weiten:
»- erlöst auch er«;
ich kannte deine Blicke
und in des tiefsten Schoß
sammelst du unsere Glücke,
den Traum, das Loos.

ein Tag ist zu Ende,
die Reifen fortgebracht,
dann spielen noch zwei Hände
das Lied der Nacht,
vom Zimmer, wo die Tasten
den dunklen Laut verwehn,
sieht man das Meer und die Masten
hoch nach Norden gehn.

wenn die Nacht wird weichen,
wenn der Tag begann,
trägst du Zeichen,
die niemand deuten kann,
geheime Male
von fernen Stunden krank
und leerst die Schale,
aus der ich vor dir trank.

 

 1591652-11015361edf9ca234ca2157db0be60b3.jpg
Gottfried Benn (2 mei 1886 - 7 juli 1956)

 

 

De Engelse schrijfster Esther Freud werd geboren in Londen op 2 mei 1963. Zie ook alle tags voor Esther Freud op dit blog.

Uit: Liefdesfestival (Vertaald door Ineke Lenting)

“Het huis was nieuw, de binnenkant tenminste, met tegels op de vloer, lichte houten deuren en crèmekleurige banken. Het was gebouwd voor de zomer en had een kleine, sobere keuken met kastjes lang de muren en een hoge, luid zoemende koelkast. Eén wand van de woonkamer was van glas: een ervan kon worden teruggeschoven en gaf toegang tot het terras, waarop een ronde tafel stond die was bezaaid met Carolines correspondentie – perzikkleurige blaadjes met de opdruk ‘La Forestella”aan de bovenkant. Het spijt me dat ik je dit moet vertellen, las Lara onwillekeurig, maar ik wilde niet dat je dit van een of andere domme kletskous zou horen, zoals je er zelf overigens ook een bent…”
(…)

“De hele ochtend rinkelde de telefoon. Lara zat op het terras en luisterde naar de zachte, gedempte stem van Ginny, die informatie doorgaf, troostte met vriendelijke woorden. Twee keer belde ze het ziekenhuis, maar het enige wat ze te horen kreeg was dat Carolines toestand stabiel was, en hoewel Lara naast haar stond en gebarend en fluisterend naar nieuws over Lambert vroeg, legde Ginny beide keren de hoorn weer neer zonder naar hem geïnformeerd te hebben. ‘Hij is geen patiënt. Je kunt niet van ze verwachten dat ze achter bezoekers aansjouwen.’ Enige tijd na de lunch belde Lambert eindelijk. Hij klonk vermoeid en afgemat, en hij zei tegen Lara dat hij na het nodige verzet erin had toegestemd om de zenuw uit zijn teen te laten verwijderen.”

 

 1591652-82cc974d4ef8b6d5b1e440ee81ce8fa7.jpg
Esther Freud (Londen, 2 mei 1963)

 

 

De Duitse schrijver Tilman Rammstedt werd geboren op 2 mei 1975 in Bielefeld. Zie ook alle tags voor Tilman Rammstedt op dit blog.

Uit: Die Abenteuer meines ehemaligen Bankberaters

„Dass ich ihn weniger als meinen Bankberater sehen solle, sagte mein ehemaliger Bankberater bei unserem ersten Termin, sondern vielmehr als etwas anderes. Dann überlegte er lange, was das sein könnte. Wir schauten beide aus dem Fenster, in die einsetzende Dämmerung, den dünnen Regen. Hin und wieder trafen sich unsere Blicke in der Scheibe, und mein
ehemaliger Bankberater lächelte mich an. »Oder doch einfach als Bankberater«, sagte er schließlich.

Sehr geehrter Herr Willis,

die Frage in meiner gestrigen Mail war übrigens nicht als höfliche Floskel gemeint. Ich wollte tatsächlich wissen, ob es Ihnen gut geht. Und ja, ich weiß, dass wir uns nicht kennen, aber Ihr Wohlergehen liegt mir sehr am Herzen.
Also noch einmal: Geht es Ihnen gut?
Mit freundlichen Grüßen,
Tilman Rammstedt

»Im Grunde sind das alles nur Zahlen«, sagte mein ehemaliger Bankberater und zeigte zur Verdeutlichung auf einige davon in den Broschüren, die er immer großflächig vor mir ausbreitete. Ob ich wisse, dass die erste Zahl, die man damals vor Tausenden von Jahren entdeckt habe, die Drei gewesen sei. »Ausgerechnet die Drei«, sagte er. »Stellen Sie sich das einmal vor.« Er schloss die Augen und tat es dann allem Anschein nach selbst. Es schien eine schöne Vorstellung zu sein, er sah glücklich aus.“

 

 1591652-727d8a45f882a1228aea71b140347a78.jpg
Tilman Rammstedt (Bielefeld, 2 mei 1975)

 

 

De Nederlandse schrijfster Wytske Versteeg werd geboren op 2 mei 1983. Zie ook alle tags voor Wytske Versteeg op dit blog.

Uit: Boy

“Nog altijd hadden ze zijn naam niet genoemd, het kon nog steeds over een ander gaan, over een ander lichaam. Ze vroegen me of ik Mark wilde bellen, ik zei dat hij in Nairobi was geweest, de afgelopen dagen. ‘Daar gaat hij vaak heen, voor zijn werk.’
Dat interesseerde hun niet, maar ik wilde het gesprek gaande houden, ik wilde over alles praten, alles behalve dat. Ik zei dat Mark zo ongeveer nu terugvloog, dat hij onbereikbaar was.
Of er dan iemand anders was. Of ze soms iemand naar het vliegveld moesten sturen. De stem van die Joke klonk nu medelijdend.
‘Ik red het wel,’ zei ik, ‘dank u.’
Ik weigerde om hen te tutoyeren zoals ze dat deden bij mij, weigerde ook om te doen alsof de afgelopen maanden niet hadden plaatsgevonden. Walter schraapte zijn keel. ‘Het is nu niet voorstelbaar, maar vaak is het uiteindelijk beter zo, beter te weten dat iemand is overleden dan dat ze vermist blijven.’
‘Hij heet Boy,’ zei ik.
‘Uiteindelijk kun je het op een gegeven moment een plek geven, als je weet dat iemand overleden is. Nooit echt, nooit helemaal, maar een soort rust, dat wel. Je hoeft niet meer te blijven hopen.’

 

 1591652-204a3bdd1054824e708eaf21d0a47195.jpg
Wytske Versteeg (Amsterdam (?), 2 mei 1983)

 

 

De Amerikaanse dichter en vertaler James Stratton Holmes werd geboren in Collins, Iowa, op 2 mei 1924. Zie ook alle tags voor James Holmes op dit blog.

Uit: A Long Night In Leatherland (Verschenen onder het pseudoniem Jacob Lowland)

“This is nothing for me, let’s move on before the trams stop riding. But where to go? Wells Fargo? Company? Or directly to the Warmoesstraat? The Wells has popcorn, but almost as many odours, and all those disco-types. Popcorn also at the Company, plus a hot backroom, at least if you’re looking for suck-tion and suck-manship. But no, that boy Kurt seems to me more as someone for a heavier scene. The journey goes to the Argos.
In the tram I meet Jan and Gerrit, they love talking more than having sex (which means, en plein publique).
Anyhow first with them to Jaecques. Jan has bought a new motorbike. He has to collect it tomorrow and he is clearly excited, I’ve never seen such a lump in his leather jeans. He doesn’t stop talking about the qualities of a BMW, which he prefers to a Japanese one. And to an American one, so it appears, when Harley Harry comes in. Gerrit, who’d rather not ride, thinks a 1000 is a bit large in size, but as always he tries to reconcile himself to it. I’m off to take a leak, bump my head in the darkroom which undoubtedly has the lowest ceiling of all darkrooms in the world, come back, talk a little with Jaecques.
He calls an English boy, who has just been reading my sonnet ‘Balling at Jaecques’ which hangs on the wall of the bar. The boy wants to put the text in the paper of his motorclub in London. Jaecques has already said yes. Now I do so too.”

 

 1591652-b3255913cf0dc8d40636d1fb6d886561.jpg
James Holmes (2 mei 1924 - 6 november 1986)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Novalis werd geboren in Oberwiederstedt op 2 mei 1772. Zie ook alle tags voor Novalis op dit blog.

Uit: Hymnen an die Nacht

“2
Muß immer der Morgen wiederkommen? Endet nie des Irdischen Gewalt? unselige Geschäftigkeit verzehrt den himmlischen Anflug der Nacht. Wird nie der Liebe geheimes Opfer ewig brennen? Zugemessen ward dem Lichte seine Zeit; aber zeitlos und raumlos ist der Nacht Herrschaft. – Ewig ist die Dauer des Schlafs. Heiliger Schlaf – be­glücke zu selten nicht der Nacht Geweihte in diesem irdischen Tagewerk. Nur die Thoren ver­ken­nen dich und wissen von keinem Schlafe, als den Schatten, den du in jener Dämmerung der wahrhaften Nacht mitleidig auf uns wirfst. Sie fühlen dich nicht in der goldnen Flut der Trauben – in des Mandelbaums Wunderöl, und dem braunen Safte des Mohns. Sie wissen nicht, daß du es bist der des zarten Mädchens Busen umschwebt und zum Himmel den Schoß macht – ahnden nicht, daß aus alten Geschichten du himmelöffnend ent­ge­gen­trittst und den Schlüssel trägst zu den Wohnungen der Seligen, unendlicher Ge­heim­nis­se schweigender Bote.“

 

 1591652-a9915f71c8da7621e5d7bed92be02566.jpg
Novalis (2 mei 1772 - 25 maart 1801)
Gravure, rond 1799

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e mei ook mijn blog van 2 mei 2013 en eveneens mijn blog van 2 mei 2012 en ook mijn blog van 2 mei 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 15:48 Reageer op dit bericht

Jef Last

De Nederlandse dichter en schrijver Josephus Carel Franciscus (Jef) Last werd geboren in Den Haag op 2 mei 1898. Jef Last kwam uit een katholiek milieu. Hij ging Chinese letteren studeren in Leiden, maar brak zijn studie na enkele jaren af. Aanvankelijk ging hij werken als assistent-bedrijfsleider van de ENKA in Ede. Dat botste echter met zijn sterke sociale bewogenheid; hij was al jong lid geworden van de Sociaal-democratische Arbeiderspartij en de Arbeiders Jeugdcentrale. Hij nam ontslag en begon aan een avontuurlijk leven waarin hij veel reisde. In de tweede helft van de jaren twintig begon hij aan zijn schrijverscarrière. Aanvankelijk schreef hij vooral gedichten. Zijn debuut was de dichtbundel “Bakboordslichten” (1926). Ook zijn geschriften getuigen van zijn sociale bewogenheid; zijn gedichten waren uitgesproken links en revolutionair van signatuur. Vanaf 1930 begon Jef Last de aandacht te trekken met ruim opgezette romans, en verkreeg hij landelijke bekendheid met “Partij remise” (1933) en “Zuiderzee” (1934), die beide beschouwd kunnen worden als voorbeelden van Nieuwe Zakelijkheid in de Nederlandse literatuur en “Een huis zonder vensters” (1935). Last verliet de revisionistische sociaaldemocratie om lid te worden van Sneevliets Revolutionair Socialistische Partij. Met zijn vriend André Gide reisde hij in de zomer van 1936 naar de Sovjet-Unie. Het tweetal werd groots ontvangen, maar doorzag de georganiseerde hulde en keerde ontgoocheld terug naar het westen. Veel later zou Last een boek schrijven over zijn vriendschap met Gide. In datzelfde jaar verscheen zijn dichtbundel “De bevrijde Eros”, waarin zijn homoseksuele kant duidelijk naar voren trad. Last streed mee in de Spaanse Burgeroorlog in de Internationale Brigades, waar hij aan de zijde van de wettige regering van de Spaanse republiek zou vechten, tegen de fascistische partij van generaal Franco. Daardoor verloor hij zijn Nederlanderschap wegens krijgsdienst voor een vreemde mogendheid. Kort na de Tweede Wereldoorlog kreeg hij het weer terug.Het eind van de jaren dertig was weer een periode van sterke literaire activiteit van Jef Last. Hij publiceerde de romans “De Spaansche tragedie”, “De laatste waarheid” en “De vliegende Hollander” en in 1941 verscheen “Elfstedentocht”. Jef Last woonde van 1950 tot 1953 in Indonesië en met name in Singaraja (Bali), waar hij als leraar aan een middelbare school werkte. Hij was bevriend met president Soekarno en met Mohammed Hatta.

 

De vriend die niet bestaat

In sprakeloze dreven
waar slechts de nachtwind gaat
speur ik soms achter 't beven
der donkre takken even
de glans van zijn gelaat.
 
Soms is 't als hoor ik in de
storm langs het grijze wad
een woord dat mij wil vinden
als riep hij in de winden
maar 'k weet niet hoe of wat
 
Soms grijpen zonnestralen
mij als een warme hand
en 'k voel zijn ademhalen
dicht bij mij, tot het dalen
der zon achter het land.
 
Soms schept mijn gróót verlangen
zijn stem en zijn gelaat
‘Alsof!’... ik liet mij vangen
door 't al te groot verlangen
en dróóm wie niet bestaat.

 

 

Daar waar je bent…

Daar waar je bent is het geluk
altijd, altijd, in ‘t oogenblik
nooit zijn de bergen blauwer dan vandaag
nooit is het water frisscher dan vandaag
nooit komt een mond zoo tot een kus je tegen
als nu
in ‘t oogenblik
daar waar je bent is het geluk
vandaag.

Daar waar je bent geuren de bloemen
daar waar je bent straalt op het veld de zon
de krekels sjirpen en de bijen zoemen
en de laurier beantwoordt zacht de bron
dit oogenblik kus ik je bruine lichaam
dit oogenblik heb ik je oogen lief
dit oogenblik zie ik je witte tanden
dit oogenblik heeft mij de wereld lief.

Daar waar ik ben is het geluk
altijd, altijd, in ‘t oogenblik
nooit zijn gedachten mooier dan de menschen
nooit is de toekomst mooier dan vandaag
nooit komt een hand weer in de mijne wegen
als nu
in ‘t oogenblik
daar waar ik ben is het geluk
vandaag.

 

 1600686-78b0bc06ba78f6ec04a04b65c20e2cdd.jpg
Jef Last (2 mei 1898 – 15 februari 1972)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten