Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 29 juli 2014 tot 30 juli 2014

Dolce far niente - Naarden Vesting

 

Dolce far niente – Naarden Vesting

 

 1632087-c5709d53804e359b53fc3b3e04cb8409.jpg
Naarden Vesting

 

 

 1632087-ff2078e0509a3bb596e45fccc1060596.jpg
Duivensteeg

 

 

Iemand moet het doen

Iemand moet het doen, iemand
moet de schimmen van zieners
en zangers de weg wijzen, iemand

bevroren paden betreden onder
schaduwregen van een vlucht spreeuwen,
moet in de melkwitte winter allen

gedenken die hier ooit liepen
en dronken en sliepen – zodat zij
blijven. Iemand moet het doen.

 

 

 1632087-145cd3bc4f877b1d05d8754c63af90e7.jpg
Anna Enquist (Amsterdam, 19 juli 1945)

 

 

 

 1632087-227bdf0553d48b8876150f5c62de0bf9.jpg
Bussummerstraat

 

 

Na de Mattheuspassie

Het wemelt hier van neuriënde mensen.
U leert ze kennen door te groeten, dwalend door het haakse stratenplan.
Zij weven neuriënd Erbarme Dich.
Zo u nu neuriet weeft u mee, een web van stemmen door de Vesting heen.
En wie verstomt, hij neemt zijn draad mee in zijn graf.
Hoor hoe het leven verder weeft, nooit komt het af.

 

 

 1632087-173a6857d2995c652aa4b8f6e3b15c3c.jpg
Willem Jan Otten (Amsterdam, 4 oktober 1951)

 

 

 1632087-f38bf2c368f6da10071c9b85e97ab367.jpg
Kerkpad

 

 

Zonder bagage

Ik heb een roofdierhart en roofdiermond,
verorber land na land, elk moment is
het moment voor de sprong.
Ik knoop tijd aan elkaar.
Hoe het komt?

De grens, klemvast, was een ver geheim.
Het was nacht, de maan was rood.
De hoge heuvel sleepte stenen aan
waar 't licht afdroop als
afscheidstranen. Het gevaar
verbond de wond.
We liepen.
De bergkam had
gaten in zijn tanden en het kind
vleugels op haar rug:
schooltasje, foto van de klas,
krabbel van de eerste liefde.

De mens is een bundel
verzwegen verhalen, klaar om
op te stijgen, uit te varen,
verstoppertje te spelen, alleen
tijdelijk in een haven.
Daar
zoek ik weleens tussen sleetse
koffers, reistassen en andere bagage
het schooltasje terug. De eerste
verte. Hoe ik dat doe?

Ik leg me op de grond en vouw me
op tot een pakketje. Verloren maar
vrij om te gaan als de maan
zich schurkt tegen de havenkade.

 

 1632087-572d3b3088ed6cec4a1bf7277821ebfe.jpg
Jana Beranová (Plzen, 2 mei 1932)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 30e juli ook mijn blog van 30 juli 2013 en ook mijn blog van 30 juli 2012 en eveneens mijn blog van 30 juli 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:00 Reageer op dit bericht

Martijn Simons

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse schrijver Martijn Simons werd geboren in 1985 en groeide op in Woerden. Hij studeerde Nederlandse taal en cultuur. Simons debuteerde eind 2009 met het korte verhaal ‘De cavia’ in De Gids. In 2010 verscheen zijn debuutroman “Zomerslaap”. Hij was tot september 2014 ook columnist voor Volkskrant.

Uit: Zomerslaap

“‘De molen stond op een heuvel midden in het dorp. De wieken bewogen niet en de vlag boven de ingang hing recht naar beneden. Geen zuchtje wind. Er liep een kronkelpad met ongelijke stenen naartoe, ze glommen in de zon. Toen ik er bijna was, stapte ik in een stuk kauwgom, kleverig en zacht. Je kon de lucht boven de huizen in de verte zien trillen.
In de hal, bij de ingang van het restaurant, hing een banier. hulde aan het zilveren bruidspaar. Wie zou het ding zo scheef hebben opgehangen?
Ik was hier één keer eerder geweest, om een lijst met bestellingen die mijn moeder had ingevuld af te geven. Er stonden namen van gerechten op en hoeveelheden, en onderaan stond de prijs. Goed voor een paar maanden kamerhuur in de stad. Had ik helemaal niet, een kamer, en in de stad was ik nog niet eens geweest. Over een paar weken zou ik gaan, dan was de introductie. Ik ademde diep in en duwde de zware deur open.
Binnen rook het precies zoals ik me van de vorige keer herinnerde, muf en naar stro, maar nu vermengd met een walm van etensgeuren uit de keuken. Aan het plafond hing een koelinstallatie die een zacht zoemend geluid maakte, maar het apparaat leek niet te functioneren.
Aan de muren van het restaurant hingen antieke keukenattributen, koperen pannen waarin ik mezelf weerspiegeld zag. Lepels in alle soorten en maten en een schuimspaan. Op iedere tafel stond een bloemstukje.
Mijn moeder liep met korte passen door de ruimte, de warmte leek haar niet te raken. Ze had haar haar opgestoken en het stond haar goed, ik wilde er wel met mijn hand doorheen, maar dan zou ze vast boos worden. Ze droeg een donker jurkje dat haar jong maakte, en ze had felrode lippenstift op. Haar hakken klikten op de tegels.
De koffiekopjes stonden in hoge stapels op een tafel. Op elk schoteltje lag een chocolaatje, die waren natuurlijk allang gesmolten.”

 

 1683321-ea47ea5d91e2337113d2723c02521113.jpg
Martijn Simons (Woerden, 1985)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Dolce far niente, Theo Thijssen, Guillermo Martínez, Harry Mulisch, Chang-Rae

 

Dolce far niente

 

 1631650-b22486c52298cef351041c75cbf4d03d.jpg
Brouwersgracht 99, Amsterdam
Hier had Theo Thijssens moeder vanaf 1890 een kruidenierszaak

 

Uit: In de ochtend van het leven

"Met die Arie Tol, die ook op de Brouwersgracht bleek te wonen, tegenover de Langestraat, ging ik om vier uur naar huis; we hadden haast, want om vijf uur moesten we weer op avondschool zijn, tekenen. `Ik ben al aan de blokken begonnen,' vertelde hij.
 `Ik allang,' zei ik, maar ik vertelde niet van m'n vrijmoedige sprong.
 Hij was ook op Franse cursus, op de Lauriergracht.
 Ik ook, in de Raamstraat, en er was besloten dat ik daar maar blijven zou.
 Ik vertelde van de bibliotheek op Letter A, over de vierhonderd boeken. O, maar op Letter G was de bibliotheek ook aardig uitgebreid, er waren nu over de zestig boeken. Ook van Jules Verne? vroeg ik. Ja, verscheidene; en ook van Kapitein Marryat. Bijvoorbeeld `Koningskind' en `Jakob Eerlijk'. `Is `De woudlooper' er ook bij?' vroeg ik. Nee, `De woudlooper' was er niet bij. Jammer, vond ik, dat was zowat het mooiste boek dat er bestond. `Nou, je moet van de week `Het koningskind' zien te krijgen,' zei Tol, `of `Vlissingen in 1572', die zijn ook niet voor de poes, hoor.'
 We waren aan onze winkel gekomen. `O,' zei hij, `woon je hier? Nou, ik kom je morgenochtend afhalen, hoor.'
 Dat is het begin geweest van m'n grote jongensvriendschap."
(…)

“ Mater, de grossier die op de Rozengracht z'n zaak had en die elke woensdag om één uur de bestelling kwam opnemen, kon álles leveren, behalve petroleum; petroleum, beweerde hij, is de dood in een kruidenierszaak. Maar hij mócht lang niet alles leveren. De suiker nam moeder van hem, omdat hij de suiker van Spakler had; en rijst en 't losse meel en andere grutterswaren, en zeep en soda leverde Mater ook. Maar azijnin mijn winkel alleen azijn van De Ooievaar, zei moeder; en 't was geen praatje: ik moest altijd naar die fabriek, op de Lijnbaansgracht, om een vaatje te bestellen.”

 

 1631650-abd0301aa347d13e4a920f957b7a272c.jpg
Theo Thijssen (16 juni 1879 - 23 december 1943)
In 1901

 

 

De Argentijnse schrijver en wiskundige Guillermo Martínez werd geboren in Bahía Blanca op 29 juli 1962. Zie ook alle tags voor Guillermo Martinez op dit blog.

Uit:The Oxford Murders (Vertaald door Sonia Soto)

“And yet, exactly on time, the plane cut calmly through the layer of cloud, and the green hills of England appeared, undeniably true to life, in a light that had suddenly faded, or perhaps I should say deteriorated, because that was my impression: that, as the plane went down, the light was becoming increasingly tenuous, as if it were weakening and languishing, having passed through a filter.
My supervisor had instructed me to take the bus from Heathrow straight to Oxford and apologised several times for not being able to meet me when I arrived as she’d be in London all week at an algebra conference. Far from bothering me, this seemed ideal. I’d have a few days to wander around town and get my bearings, before my academic duties began. I didn’t have much luggage, so when the bus arrived at the station I carried my bags across the square to get a taxi. It was the beginning of April but I was glad I’d kept my coat on: there was an icy, cutting wind, and the pallid sun wasn’t much help. Even so, I noticed that almost everyone at the fair occupying the square, as well as the Pakistani driver who opened his taxi door for me, was in short sleeves. I gave him Mrs Eagleton’s address and as we drove off I asked if he wasn’t cold. “Oh no, it’s spring,” he said, waving towards the feeble sun as if this were irrefutable proof.
The black cab advanced sedately towards the main street. As it turned left, I saw, on either side, through half-open wooden gates and iron railings, neat college gardens with immaculate, bright-green lawns. We passed a small graveyard beside a church, with tombstones covered in moss. The taxi went a little way along Banbury Road before turning into Cunliffe Close, the address I had written down. The road now wound through an imposing park. Large, serenely elegant stone houses appeared behind privet hedges, reminding me of Victorian novels with afternoon tea, games of croquet and strolls through the gardens.”

 

 1631650-ce4d9b6ea75b777ca072e6222aaa04dd.jpg
Guillermo Martínez (Bahía Blanca, 29 juli 1962)

 

 

De Nederlandse schrijver Harry Mulisch werd geboren op 29 juli 1927 in Haarlem. Zie ook alle tags voor Harry Mulisch op dit blog.

Uit: Archibald Strohalm en het paradijs

“Dan kan hij drie dingen doen: mij zijn huis uitgooien, en dan heb ik niks; al zijn geld weggeven aan krepeerders, en dan heb ik ook niks; helemaal niks doen, en dan wil ik niks van hem hebben. Ik pies dus altijd naast de pot!’ Hij barstte weer in lachen uit. ‘Dus blijf ik maar dekors en muren schilderen, en plafonds witten, en steun trekken bij de federatie.’
‘Verontschuldig je niet,’ zei archibald strohalm. ‘Ik zou nergens heen wìllen. Het is hier toch heerlijk.’ Daar stond hij: als het slangenkapsel van Medoesa, maar zonder haar gezicht.
‘Zo schuw?’ lachte Bronislaw. ‘Vertel op, wat loop je hier te zwerven?’
Nu ging hij het weer zeggen:
‘Ik filosofeerde.’
‘Zo mag ik het horen! Zijn of niet-zijn, dat is de kwestie. Maar ik denk, dus ik ben! Geef liever eens een sigaret weg.’
Flauwtjes glimlachend haalde archibald strohalm een pakje tevoorschijn en presenteerde. Hilde bedankte; zelf stak hij ook niet op.
‘Weet je...’ begon Boris Bronislaw, en wachtte even om zijn sigaret aan te steken, - ‘een filosoof, die verwonderd onderzoekt hoe het komt dat de kosmos zo luisterrijk in elkaar zit, doet me altijd denken aan een lamp, die zich verbaasd afvraagt hoe het komt, dat de kamer zo mooi is verlicht. Of aan een armetierig thee-lichtje, dat vloekt omdat de boel zo schemerig is en vol rottige schaduwen, waaruit ieder ogenblik de spoken springen... Hilde!’ riep hij ontzet, terwijl hij zich plotseling met een ruk naar haar toe boog en zijn arm voor haar buik sloeg.”

 

 1631650-8ff721293e7ca51d17282412d6b96098.jpg
Harry Mulisch (29 juli 1927 – 30 oktober 2010)

 

 

De Koreaans-Amerikaanse schrijver Chang-Rae Lee werd geboren op 29 juli 1965 in Seoel. Zie ook alle tags voor Chang-Rae Lee op dit blog.

Uit: The Surrendered

“Korea, 1950
The journey was nearly over.
The night was unusually chilly, the wind sharpened by the speed of the train as it rolled southward through the darkened valley. The cotton blanket June had stolen was large enough to spread as a tarp and at the same time wrap around her younger brother and sister and herself, but it was threadbare and for brief stretches the train would accelerate and the wind would cut right through to them. It had not been a problem the night before but now they were riding on top of the boxcar, as there was no more room within any of them, even as the train was more than a dozen cars long. A massive phalanx of refugees had met the train at the last station, and in the time it took her siblings to relieve themselves by the side of the tracks they had lost their place and had had to climb the rusted ladder between the cars, June running alongside for fifty meters until her brother was high enough on the rungs so she herself could jump up and on.
There was a score or so of people atop every car, groupings of families and neighbors, mostly women and the old and the young, and then a cluster or two like theirs, children traveling by themselves. June was eleven; Hee-Soo and Ji-Young had just turned seven. They were fraternal twins, though looked as much alike as a sister and brother could, only the cut of their hair distinguishing them. June knew they could have waited in the hope of another train with room inside but it hadn't been cold when they stopped just before dusk and she decided they ought to keep moving while they had the chance.”

 

 1631650-e618bd9fffe66b8701b374324a72a6d2.jpg
Chang-Rae Lee (Seoel, 29 juli 1965)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e juli ook mijn blog van 29 juli 2013 en ook mijn blog van 29 juli 2011 deel 1 en eveneens deel 2. 



Geschreven door Romenu om 18:46 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten