Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 31 juli 2014 tot 1 augustus 2014

Dolce far niente, Fred Endrikat, Gerrit Krol, Frans Pointl, Ko Un, Edward van de Vendel

 

Dolce far niente

 

 1632890-6656761e1356e4ee29e1d47a8de5281e.jpg
Green and Gold door Henry Scott Tuke, 1920

 

 

Wochenbrevier

Am Montag fängt die Woche an.
Am Montag ruht der brave Mann,
das taten unsre Ahnen schon.
Wir halten streng auf Tradition.

Am Dienstag hält man mit sich Rat.
Man sammelt Mut und Kraft zur Tat.
Bevor man anfängt, eins, zwei, drei,
bums - ist der Dienstag schon vorbei.

Am Mittwoch fasst man den Entschluss:
Bestimmt, es soll, es wird, es muss,
mag kommen, was da kommen mag,
ab morgen früh am Donnerstag.

Am Donnerstag fasst man den Plan:
Von heute ab wird was getan.
Gedacht, getan, getan, gedacht,
inzwischen ist es wieder Nacht.

Am Freitag geht von alters her,
was man auch anfängt, stets verquer.
Drum ruh dich aus und sei belehrt:
Wer gar nichts tut - macht nichts verkehrt.

Am Samstag ist das Wochen-End,
da wird ganz gründlich ausgepennt.
Heut anzufangen, lohnt sich nicht.
Die Ruhe ist des Bürgers Pflicht.

Am Sonntag möcht' man so viel tun.
Am Sonntag
muss man leider ruhn.
Zur Arbeit ist es nie zu spät.
O Kinder, wie die Zeit vergeht.

 

 1632890-de21a8f3f789f7e10a6926bb2748cd87.jpg
Fred Endrikat (7 juni 1890 – 12 augustus 1942)

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Gerrit Krol werd geboren op 1 augustus 1943 in Groningen. Zie ook mijn blog van 1 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Gerrit Krol op dit blog.

 

Weemoed

Het is onze ervaring dat wij
weemoedig worden door dingen
die voorbijgaan - als die niet meer
terugkomen. Oude foto's
kunnen ons ziek maken van verlangen
naar wat voorgoed verleden tijd
is geworden. Wat is gebleven
zijn wijzelf. Misschien moet je
je weemoed voorstellen als draden die
ons aan de dingen binden.
Draden die steeds langer en
dunner worden en die bij een bepaalde
gestemdheid beginnen te zingen...
en snijden gaan.

Soms zijn wij het
die voorbijgaan, worden we overmand
door weemoed om de dingen die
stil zijn blijven staan.

 

 

Gezelschap

Op het moment dat ik
de deur sluit 's avonds,
heb ik altijd wel
iemand naast me staan die
daar niet hoort.

Iemand die mij zijn diensten aanbiedt
zonder een woord,
die doet alsof zijn neus bloedt,
of die gehurkt zijn veters strikt,
of iemand die langs mij heenglipt,
met een hoed op,
die niets met mij te maken heeft,
of die met een emmer tussen de knieën
zit te melken, iemand die mij een knipoog geeft,
die wacht tot hij aan de beurt is,
die zijn best doet,
of iemand die kozijnen verft,
of iemand die achter de kassa zit en een sigaret opsteekt-
Ze doen maar.

 

 

Delfzijl

Het spoorbiljet werd in de trein reeds afgegeven.
Hier ligt het laatste plein voorgoed,
breedvoerig om te laten gaan
ieder die schedelgevoelig langs de dakgoten

zich voortrept, het water haastig
bereiken wil, de Pieter Koertsz ziet
met de ketting aan de stadspoort,
de Bermuda, een Chileen.

Hier staat men eenzaam op de brug
in 't holst van deze morgen,
om op het eb te zien weerspiegeld

de Soda dreunend aan de overzij.
Hier komt een fietser koud voorbij.
Hier heerst een stille regen.

 

 1632890-5de80483a97f035fc7343b9c9f3d950c.jpg
Gerrit Krol (Groningen, 1 augustus 1934)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Frans Pointl werd geboren in Amsterdam op 1 augustus 1933. Zie ook mijn blog van 1 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Frans Pointl op dit blog.

 

Aandacht

je schrijft omdat je
aandacht wilt zei ze
ik kan ook wel een
boek schrijven zei ze
hang mijn vuile was
niet buiten zei ze
ik: mijn vuile was
brengt wat op
jij een boek?
je zweet al
boven een ansicht
RUZIE

ze had gelijk
in de eerste zin
dacht ik jaren later

 

 

‘Onvoorstelbaar’
 
denk aan mijn dood
anders dan alle andere
in molmend hout
traag uiteenvallen
boven de seizoenen
die als razenden
tikkertje spelen
 
als na eeuwen
deze planeet nog draait
ben ik er niet
daarna evenmin:
totaal onvoorstelbaar

 

 1632890-9abe646e4c9c21535fe56d0c466492da.jpg
Frans Pointl (Amsterdam, 1 augustus 1933)
Cover

 

 

De Koreaanse dichter Ko Un werd geboren op 1 augustus 1933 in Gunsan. Zie ook alle tags voor Ko Un op dit blog en ook mijn blog van 1 augustus 2010.

 

Keumgang-Gul / Diamond Cave

What a relief
you cannot live everywhere all at once.
Today, here in Diamond Cave,
there's no longer any reason to live.
Stay one or two days:
this world
& the Other are drained of difference.

Wind blows.
As a pearl is born at seabottom in agony
out of oyster flesh from within the most obscure darkness
here the wind blows from the depths.

I want to travel far & then return.
The wind blows as if I were eighty-five,
maybe eighty-seven.

 

Vertaald door Sunny Jung en Hillel Schwartz

 

 1632890-99e266c2dbf1c93a81bc94a92fc65a12.jpg
Ko Un (Gunsan, 1 augustus 1933)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Edward van de Vendel werd geboren in Leerdam op 1 augustus 1964. Zie ook mijn blog van 1 augustus 2010 en ook alle tags voor Edward van de Vendel op dit blog.

 

Van boven naar beneden

Zon,
wolken,
vogels,
en daaronder:
de stad

Dak,
zolder,
kamertje,
en daaronder:
jij,
plat.

Dat zijn de lagen
die ik aantref vandaag.
En nu
heb ik natuurlijk
een horizonvraag:

Ik sta hier al klaar
met gekantelde kussen,
dus:
kleed jij je uit?
Dan schuif ik
ertussen.

 

 1632890-b821d134cf85d2022462940f6218febd.jpeg
Edward van de Vendel (Leerdam, 1 augustus 1964)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e augustus ook mijn blog van 1 augustus 2013 en ook mijn blog van 1 augustus 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:21 Reageer op dit bericht

Dolce far niente, Israël Querido , Cees Nooteboom, Wouter Godijn, Grand Corps Malade

 

Dolce far niente

1632496-4bf2b6de49adba6ca204112d3d1f11ab.JPG
Brug over de Egelantiersgracht in de Jordaan

 

Uit: De Jordaan: Amsterdamsch epos

“Als het reuzen-gezin maar bijéén bleef, en als er maar geen vreemde den protserigen neus tusschen drong.
In het winteravondlijke walmrood der lantaarns waren zij heerschers van de donkere, enge straten en grachtjes, waar iedere kei van hún leek. Dan was er vrij messengevecht en meidenspel; dan werd er in het half-duister gewelddadigheid uitgewrokt op zwakker vrouwen-lichamen, waarvoor ze bij klaarlichten dag later schuw de oogen knipperden. Dan werd er gedobbeld in de gangen, waar nooit een vreemde tronie zich vertoonde; achter karren op de rottende straat; dan werd er gevrijd en gedronken, maar alles, als één schrikwekkende bende, smart en schande, begeweld-dadiging en oneer, ramp en vervloekenis van elkaar duldend en overnemend, zonder ooit er politie in te moeien. Want ze verafschuwden politie-mannen als indringers en verbrekers van onbewust éénheids-gevoel.
Ze waren van één ras, één klasse, door éénzelfde levensgolf rondgezwabberd, naar vóór gestooten, naar achteren gekanteld, op één plek grond. -
Daarom konden ze elkaar bestelen in nuchterheid of dronkenschap, nooit mocht een ánder ze striemen of afstraffen, dan de buurtgenooten zelf. - Ze leefden op elkaar, als menschen in een zwaar gedrang. Ze lazen malkander de misdaden en de deugden uit de oogen. Heel vroeg al hun bed uit, pakten ze hun negotie aan of bezwermden de fabrieken. Maar van venttochten, van fabrieken of werkplaatsen terug,.... het veiligst en gelukkigst voelden ze zich eerst in hun Jordaan, voor de open deur, op stoepen, houten leuning-trappen, tusschen het gewoel der menschen, tegenover bekende tronies uit steeg-slurven en walmende dwarsstraatjes. Het gelukkigst bij hun vischhengel, duiven, blompotten, kanaries; bij hun jak-wijven en vooral bij hun tapperijen. De hooge buik-bruggetjes tusschen de dwarsstraten in, bezwierden ze met veel grooter gemak en bevalligheid dan de niet-buurtgenooten, en markten-slentering leek hun heerlijker dan de schoonste buitenwandeling. In wilde ruzie waren ze gegroeid; zonder ruzie leek hun het bestaan traag en saai.”

 

 1632496-eb51625ea7dc35c7eefc32d7b61af65a.jpg
Israël Querido (1 oktober 1872 - 5 augustus 1932)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Cees Nooteboom werd geboren in Den Haag op 31 juli 1933. Zie ook alle tags voor Cees Nooteboom op dit blog.

Uit: Im Frühling der Tau (Vertaald door Helga van Beuningen)

“Bei weiten Reisen gibt es unweigerlich stets eine zweite Ankunft: die, wenn man wirklich angekommen ist. Die erste, eigentliche Ankunft zählt dann bereits nicht mehr -- sie gehört noch zu demjenigen, der man jetzt nicht mehr sein will, den man in jenem anderen Erdteil zurücklassen wollte, der im Flugzeug, im Taxi zum Hotel jedoch an einem hängenblieb, der lästigerweise nicht von einem weichen sollte, während man unterwegs zu jenem erträumten Augenblick war, da der Reisende eins wird mit dem Bild seiner Sehnsucht, dessentwegen er sich auf die Reise begeben hat. Welches dies sein wird, läßt sich im voraus nie genau sagen, doch wenn es soweit ist, erkennt man es zweifelsfrei: Dies ist es.
Dies ist es. Der Fluß, das Mädchen, der Fischer, die Brücke; die japanischen Hügel am anderen Ufer. Damit beginnt es bereits: Weshalb sollte man japanische Hügel japanische Hügel nennen? Ist das nicht Fiktion? Vielleicht, doch ich erkenne sie von Darstellungen auf kakemonos und Wandschirmen wieder, sie haben oft etwas Plötzliches an sich, als wären sie eben erst, bevor man sie sah, entstanden, eigenartige, hohe Aufwölbungen in einer ebenen Landschaft und bewachsen mit verschiedensten Bäumen in hundert Grün-- und Rottönen. Solche Hügel gibt es nirgendwo sonst. Das Mädchen in seiner Schuluniform sitzt am Ufer und liest, ich wüßte gern, was. Es ist so in sein Buch vertieft, daß man meinen könnte, es sei in der Landschaft festgewachsen, genauso wie auch der Fischer bereits hundert Jahre im Wasser steht, eine Silhouette im schnell fließenden Fluß. Fluß, Mädchen, Fischer, Hügel, Fluß, am anderen Ufer ein Feuer und Männer in Weiß, die etwas tun, was ich nicht erkennen kann.
Es war mein erster Tag in Kioto. Etwas hatte mich davon abgehalten, mich gleich in die übermächtige Stadt zu stürzen, die ich von früher her kannte. Erst wollte ich hinaus. Die spärliche Landschaft, die vom Superexpreß aus zu sehen war, hatte mir nicht genügt. Ich hatte von einem Fluß gelesen, von Tempeln, die westlich der Stadt, in einer Gegend, in der ich noch nie gewesen war, irgendwo in den Hügeln liegen mußten, von einem Wasserfall und von einer Brücke, die Togetsu hieß und die alle Großem gezeichnet hatten. Ohne die Brücke vor mir zu haben, hatte ich diese Zeichnungen vor meinem geistigen Auge gesehen, und jetzt war ich da und stand am Wasser des Oi und blickte auf die Hügelkette mit den Kiefern, Ahorn-- und Kirschbäumen, die einst, im 13. Jahrhundert, von Kaiser Kameyama nach Arashiyama verpflanzt worden sein sollen. Arashiyama, dieses Wort hatte mir gefallen (Reisende glauben an den Zufall), ich hatte es nachgesprochen und den Bus gefunden, der vom Keihan--Sanjo--Bahnhof aus dorthin fuhr, eine ziellos scheinende, endlose Fahrt mit Schulkindern, die hinein-- und wieder hinausfluteten und auf ihren Rüttelsitzen mit dem angespannten Gesicht von Managern einschliefen, die einen harten, arbeitsreichen Tag hinter sich haben.“

 

 1632496-b976ebed78fafc1d940d055294053995.jpg
Cees Nooteboom (Den Haag, 31 juli 1933)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Wouter Godijn werd geboren in Amsterdam op 31 juli 1955. Zie ook alle tags voor Wouter Godijn op dit blog.

 

Boos

Hij voelde zich veilig in zijn woede:
als iemand die zich op een mooie dag
onderdompelt in een warme tuin.

(De wind kamt de heg
liefdevol in model, kinderstemmen klinken
alsof ze verpakt zijn in watten van zonlicht
en ver weg.)

Niemand kon hem meer iets doen:
hij had alles zelf als vernield.

 

 

De zusjes en de antilopen

De zusjes pijn en kwelling houden zich vlak achter me op,
werpen elkaar veelbetekenende blikken toe, onderdrukken
hun gegiechel met blooskracht. Telkens
als ik van positie verander doen zij het ook,
ik kan ze alleen zien met de ogen op mijn rug
'Zullen we?' hoor ik ze denken, 'of
zullen we nog even wachten?' Hijgend

draag ik mijn lijden naar de rivier,
was het uit als een bruidsjurk
Iemand vraagt of ik die goud-, nee hommelgele, beloftevolle schaduwen zie.
'Het zijn antilopen'. voegt hij eraan toe Hoewel precies op dat moment overvallen
door een soort vermoeidheid - alsof het zacht en geruststellend begint te sneeuwen
aan mijn binnenkant - maak ik me klaar
(het moet, denk ik grimmig) voor de jacht.

 

 1632496-f5da67a42c6293980b44a4b3f97bcac0.jpg
Wouter Godijn (Amsterdam, 31 juli 1955)

 

 

De Franse Poetry Slam kunstenaar Grand Corps Malade (eig. Fabien Marsaud) werd geboren op 31 juli 1977 in Le Blanc-Mesnil, Seine-Saint-Denis. Zie ook alle tags voor Grand Corps Malade op dit blog.

 

J'ai Mis Des Mots

Il est de ces événements qui sortent tout le reste de nos pensées,
Certaines circonstances qui nous stoppent nette dans notre lancé,
Il est de ces réalités qu'on n'était pas près à recevoir,
Et qui rendent toute tentative de bien-être illusoire.

J'ai pas les mots pour exprimer la puissance de la douleur,
J'ai lu au fond de tes yeux ce que signifiait le mot malheur,
C'est un souvenir glacial, comme ce soir de décembre,
Où tes espoirs brulant ont laissé place à des cendres.

J'ai pas trouvé les mots pour expliquer l'inexplicable,
J'ai pas trouvé les mots pour consoler l'inconsolable,
Je n'ai trouvé que ma main pour poser sur ton épaule,
Attendant que les lendemains se dépêchent de jouer leur rôle.

J'ai pas les phrases miracles qui pourraient soulager ta peine,
Aucune formule magique parmi ces mots qui saignent,
Je n'ai trouvé que ma présence pour t'aider à souffrir,
Et constater dans ce silence que ta tristesse m'a fait grandir.

J'ai pas trouvé le remède pour réparer un coe
œur brisé,
Il faudra tellement de temps avant qu'il puisse cicatriser,
Avoir vécu avec elle et apprendre à survivre sans,
Elle avait écrit quelque part que tu verserais des larmes de sang.

Tu as su rester debout et je t'admire de ton courage,
Tu avances la tête haute et tu traverses cet orage,
A coté de ton épreuve, tout me semble dérisoire,
Tous comme ces mots qui pleuvent que j'écris sans espoir.

Pourtant les saisons s'enchaineront saluant ta patience,
En ta force et ton envie, j'ai une totale confiance,
Tu ne seras plus jamais le même mais dans le ciel dès demain,
Son étoile t'éclairera pour te montrer le chemin

 

 1632496-d9f8c4b8339bfb8c1a7ab30d9abac19a.jpg
Grand Corps Malade (Le Blanc-Mesnil, 31 juli 1977)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e juli ook mijn blog van 31 juli 2013 en ook mijn blog van 31 juli 2012 en ook mijn blog van 31 juli 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 19:05 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten