Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 13 september 2014 tot 14 september 2014

Hans Faverey, Theodor Storm, Leo Ferrier, Corly Verlooghen, Bernard MacLaverty

De Nederlandse dichter Hans Faverey werd op 14 september 1933 geboren in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Hans Faverey op dit blog.

 

De boot, waarin zich

De boot, waarin zich
moet laten schommelen
een man. Een vrouw
aan wie wordt gedacht, door de man,

tot op het laatst misschien.
En dan de ogen te moeten sluiten
om te zien hoe, bij kalme zee
en bij helder zicht, de boot keer

op keer, steeds indringender,
dezelfde rotspunt raakt.

 

 

Zo eenvoudig

Zo eenvoudig als een waterdruppel,
zo helder als een splinter berkenhout,

Omdat het veulen geduldig en voorzichtig
uit het paard valt en kan staan,

De vis als een metalen traan ontluikt
en kan vliegen, de mens after all

Moeizaam leert zwijgen en wegzijn
tussen zijn gewapend steenslag,

Zo eenvoudig, zo helder is het niet
wat ik overhoud wanneer ik
mijn pen heb neergelegd.

 

 

Een witte raaf

op een witte walvis;
een waarnemend subject,
(gepostuleerd); geen water,

laat staan zout water -. Elkaar

voortdurend bijsturend, feed-
back, moeten zij maar zien
hoe zich uit deze tekst

te verwijderen

 

 

 1652308-1102efa469983959b622cae722ce3096.jpg
Hans Faverey (14 september 1933 – 8 juli 1990)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Theodor Storm werd geboren in Husum op 14 september 1817. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Theodor Storm op dit blog.

Uit: Der Schimmelreiter

„Und wirklich, einen Augenblick, als eine schwarze Wolkenschicht es pechfinster um mich machte und gleichzeitig die heulenden Böen mich samt meiner Stute vom Deich herabzudrängen suchten, fuhr es mir wohl durch den Kopf. ›Sei kein Narr! Kehr um und setz dich zu deinen Freunden ins warme Nest.‹ Dann aber fiel's mir ein, der Weg zurück war wohl noch länger als der nach meinem Reiseziel; und so trabte ich weiter, den Kragen meines Mantels um die Ohren ziehend.
Jetzt aber kam auf dem Deiche etwas gegen mich heran; ich hörte nichts; aber immer deutlicher, wenn der halbe Mond ein karges Licht herabließ, glaubte ich eine dunkle Gestalt zu erkennen, und bald, da sie näher kam, sah ich es, sie saß auf einem Pferde, einem hochbeinigen hageren Schimmel; ein dunkler Mantel flatterte um ihre Schultern, und im Vorbeifliegen sahen mich zwei brennende Augen aus einem bleichen Antlitz an.
Wer war das? Was wollte der? – Und jetzt fiel mir bei, ich hatte keinen Hufschlag, kein Keuchen des Pferdes vernommen; und Roß und Reiter waren doch hart an mir vorbeigefahren!
In Gedanken darüber ritt ich weiter, aber ich hatte nicht lange Zeit zum Denken, schon fuhr es von rückwärts wieder an mir vorbei; mir war, als streifte mich der fliegende Mantel, und die Erscheinung war, wie das erste Mal, lautlos an mir vorübergestoben. Dann sah ich sie fern und ferner vor mir; dann war's, als säh ich plötzlich ihren Schatten an der Binnenseite des Deiches hinuntergehen.
Etwas zögernd ritt ich hintendrein. Als ich jene Stelle erreicht hatte, sah ich hart am Deich im Kooge unten das Wasser einer großen Wehle blinken – so nennen sie dort die Brüche, welche von den Sturmfluten in das Land gerissen werden und die dann meist als kleine, aber tiefgründige Teiche stehen bleiben.
Das Wasser war, trotz des schützenden Deiches, auffallend bewegt; der Reiter konnte es nicht getrübt haben; ich sah nichts weiter von ihm. Aber ein anderes sah ich, das ich mit Freuden jetzt begrüßte: vor mir, von unten aus dem Kooge, schimmerten eine Menge zerstreuter Lichtscheine zu mir herauf, sie schienen aus jenen langgestreckten friesischen Häusern zu kommen, die vereinzelt auf mehr oder minder hohen Werften lagen, dicht vor mir aber auf halber Höhe des Binnendeiches lag ein großes Haus derselben Art; an der Südseite, rechts von der Haustür, sah ich alle Fenster erleuchtet; dahinter gewahrte ich Menschen und glaubte trotz des Sturmes sie zu hören.“

 

 1652308-314b6a81b6d640a234af120ff3826e7a.JPG
Theodor Storm (14 september 1817 - 4 juli 1888)
Standbeeld in Hanerau-Hademarschen

 

De Surinaamse schrijver Leo Henri Ferrier werd geboren in Paramaribo op 14 september 1940. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Leo Ferrier op dit blog.

Uit: Âtman

“Mijn bloed in de rijst, nog voor de organen in mijn lichaam de gekookte witte korrels ontleden in stoffen, die door de darmkanalen osmotisch vloeien in mijn bloed, dat daar arm is.
Ik sta op de brug van Leonsberg, zie mijn huis op de andere Suriname-oever, de noordwestgrens van het distrikt Commewijne. Het enige huis daar aan de overkant, van deze plaats af zo goed waar te nemen. Vergissingen uitgesloten, als men daar naar rechts kijkt. Daar staat het, bijna direkt aan de rivier. De weg, een witte kalkstreep, voert bij de koffieonderneming Voorburg langs de rivier, beschrijft een grote bocht om het huis en komt hier recht tegenover bij Kabel Voorburg weer aan de rivier te voorschijn. Mijn huis staat er geheel geïsoleerd daar naar rechts.
Links, eerst een paar visserskrotten, netten hangen aan lange stokken te drogen in de zon aan de waterkant. Het stinkt er naar rottende vis. Een houten r.k. kerkje - een triomferend torenkruis schijnt als hoogste punt naar de zon te reiken. Gewone huizen, golfzinken daken, veel bomen. Een open stuk aan de rivier dat een voetbalveld is. Er wordt ook een kleine markt gehouden. Grote roeiboten geladen met bananen, groente, vis en andere marktprodukten. De grote aanlegsteiger van de Scheepvaart Mij. Suriname, die een veerdienst Leonsberg - Nieuw-Amsterdam vice versa onderhoudt. Daarachter ligt Nieuw-Amsterdam zelf, de hoofdplaats van Commewijne.
De Commewijne - smaller - voegt daar haar stroom aan de bredere Surinamerivier om samen met deze een onmetelijk estuarium in het dichte oerwoud aan de kust open te scheuren. Wisselen er ontzaglijk oneindige hoeveelheden kubieke meters water met de Atlantische Oceaan in de cyclus van eb vloed vloed eb. Een groot gebeuren aan Suriname's noordgrens, modderig, waar men nu vlak voor de kust naar olie boort.”

 

 1652308-e2e7dbd8f4586beba9659ac822cb6e05.jpg
Leo Ferrier (14 september 1940 - 30 juli 2006)
Cover 

 

 

De Surinaamse dichter, schrijver, journalist en muziekpedagoog Corly Verlooghen werd geboren op 14 september 1932 in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Corly Verlooghen op dit blog.

Uit: Benditania

“Nadat het door motorpech getroffen vaartuig met de twee geleerden urenlang had rondgedobberd in de Caraïbische Zee, werd het neergesmakt op het rotsige strand. Uit alle macht klampten de opvarenden zich vast in de kleine ruimte van de boot. Geen enkele lamp brandde meer, wat de welhaast sterreloze nacht nog onheilspellender maakte. De geoloog doctor Chet Delson en zijn vriend de oceanograaf doctor Renco Zaral vreesden dat een volgende ruwe golf het fatale einde zou betekenen, omdat het vaartuig dan te pletter zou slaan tegen de rotsen. Delson zag reeds flarden van zijn uitgeputte lichaam verspreid liggen op het eenzame strand en hij dacht aan zijn vrouw en kinderen van wie hij enkele dagen tevoren afscheid had genomen in New York. Ver van huis te moeten sterven in een vreemd oord was het laatste waaraan hij ooit gedacht zou hebben. Het scheelde weinig of nostalgische sentimenten overmeesterden hem. Zaral had het ondanks zijn benarde toestand gemakkelijker met zijn gevoelens. Hij hoefde zich geen zorgen te maken om een gezin, omdat hij ongetrouwd was. Enkele kortstondige scharrels waren op niets uitgelopen en daarna had hij er niet veel zin meer in gehad zijn geluk in de liefde te beproeven. Zijn wetenschappelijke carrière had hem volledig in beslag genomen en hij had er geen bezwaar tegen zijn verdere leven als vrijgezel door te brengen.
Maar was er nu nog kans op een toekomst? Alsof hij en Delson tegelijk op hetzelfde idee kwamen besloten ze het vaartuig met alle kostbare apparatuur prijs te geven aan de zee. Haastig staken ze hun paspoorten bij zich en sprongen overboord. In de verte hoorden ze het gebrul van een aanstormende golf. In volle vaart renden ze het strand op. Nadat ze zich enkele honderden meters landinwaarts in veiligheid hadden gebracht en hijgend op een rots waren gaan zitten, zagen ze tot hun grote vreugde hoe de motorboot vastgeklemd was komen te liggen tussen twee forse rotsen en de aanval van de watermassa's weerstond.
‘Ook de wetenschap is gered’, zuchtte doctor Delson.
‘De Almachtige zij geprezen’, antwoordde doctor Zaral. ‘Maar toch moeten wij niet te vroeg juichen. Want straks worden wij nog door een stelletje bandieten om zeep gebracht. Ik vertrouw de rust van dit strand niet.’ Delson keek somber. En voordat hij nog iets terug kon zeggen, werden hij en Zaral overvallen door het verblindend licht van een zaklantaarn.”

 

 1652308-c71a2c9d1480eb94564e8bbd4adf3b70.jpg
Corly Verlooghen (Paramaribo, 14 september 1932)

 

 

De Noord-Ierse schrijver Bernard MacLaverty werd geboren in Belfast op 14 september 1942. Zie ook alle tags voor Bernard MacLaverty op dit blog.

Uit: A Time to Dance

“Nelson, with a patch over one eye, stood looking idly into Mothercare’s window. The sun was bright behind him and made a mirror out of the glass. He looked at his patch with distaste and felt it with his finger. The Elastoplast was rough and dry and he disliked the feel of it. Bracing him self for the pain, he ripped it off and let a yell out of him. A woman looked down at him curiously to see why he had made the noise, but by that time he had the patch in his pocket. He knew without looking that some of his eyebrow would be on it.
He had spent most of the morning in the Gardens avoiding distant uniforms, but now that it was coming up to lunchtime he braved it on to the street. He had kept his patch on longer than usual because his mother had told him the night before that if he didn’t wear it he would go “stark, staring blind”.
Nelson was worried because he knew what it was like to be blind. The doctor at the eyeclinic had given him a box of eye patches that would last most of his lifetime. Opticludes.
One day Nelson had worn two and tried to get to the end of the street and back. It was a terrible feeling. He had to hold his head back in case it bumped anything and keep waving his hands in front of him backwards and forwards like windscreen wipers. He kept trampling on tin cans and heard them trundle emptily away. Broken glass crackled under his feet and he could not figure out how close to the wall he was. Several times he heard footsteps approaching, slowing down as if they were going to attack him in his helplessness, then walking away. One of the footsteps even laughed. Then he heard a voice he knew only too well.
‘Jesus, Nelson, what are you up to this time?
’ It was his Mother. She led him back to the house with her voice blaring in his ear.“

 

 1652308-321985c9c5c4e54bbe9c712e2bdb169e.jpg
Bernard MacLaverty (Belfast, 14 september 1942)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e september ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:34 Reageer op dit bericht

Martyn Burke, Ivan Klima, Eckhard Henscheid, Eric van der Steen, Mario Benedetti, Uli Becker

De Canadese schrijver, journalist, regisseur en scenarioschrijver Martyn Burke werd geboren op 14 september 1952 in Toronto. Zie ook alle tags voor Martyn Burke op dit blog.

Uit: The Commissar's Report

“efore the great war, when I was a boy, we used to dream of what life was like in Enemy Number One. It was a time when dreams were precious. Terror hung like a fog in our city, and even though we were very young, we still knew about the midnight arrests and the deportations going on all around us. And what we didn't know, we could sense from the fear-etched faces of our parents, who would talk even to us in heroic and heavy phrases of socialist realism like we heard from the loudspeakers at the May Day military parades. It was as if our parents were afraid that we would turn them in.
Enemy Number One seemed like a distant paradise to us then.
We knew all about it from the pages of smuggled copies of Life magazine. Of course it was dangerous to be caught reading such a foreign magazine. (But how were we to know you could be shot for it?) All we cared about was hurrying home after school, running through the freezing streets where steaming horses wheezed under heavy loads and streetcars clanged and clattered among the grim, ragged throngs.
No one was home in our apartment for at least an hour after school, so my brother Yuri and I spent those precious moments staring into the pages of Life, with its photographs and advertisements of all those sleek people and those big Cadillacs and the skyscrapers in New York and Chicago. My imagination would stampede and before I knew it, I was walking around our high-ceilinged parlor with its overstuffed furniture and peeling plaster, pretending I was in a glittering ballroom in Philadelphia. I danced through the ancient odors of boiled cabbage as the after-school gloom fell away in the light of some distant candelabra.I hated the smell of boiled cabbage. I was sure that Enemy Number One did not smell of boiled cabbage.”

 

 1652292-4c7af30b3e26719bf43e29f1e01461a1.jpg
Martyn Burke (Toronto, 14 september 1952)

 

 

De Tsjechische schrijver Ivan Klíma werd op 14 september 1931 geboren in Praag. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en ook alle tags voor Ivan Klima op dit blog.

Uit: Lovers for a Day (Vertaald door Gerald Turner)

“BIn the complete silence she can hear the sand noiselessly piling up into blue dunes, and slowly, like a mirage, the outline of the first tower emerges, and a chimney thrusting skywards and an enormous plinth for an enormous statue, with no statue, that marvellous landmark; and lower and lower, below the roofs — this is my city — down to the river, and above the river coloured prisms with cellophane and trams (chipped thermos flasks), motor cars and converging dots just moving — those are people — if I were to go down there I'd be like them and maybe someone would be glad and say, Stay here now, don't go back. No thank you, I'm happy here. This is where I'm happiest of all. Here I'm all alone when I feel like it and I won't be if I don't feel like it. And up again: the owl-shaped branch again, and higher and higher up to the outline of the last tower and the chimney thrusting skywards. It's still early morning and the sun is rising. The day had such a pallid start — but now, now it's like a tree growing out of the damp earth, like a field, like a roof facing away from the city. She would like to do something: I have to do something on a day like this. I'll put on that white pleated skirt and then I could go for a swim — with Markéta probably — or just go off somewhere, go and thumb a lift from the last tram stop, all on my own — why not, someone's bound to stop and give me a lift somewhere. And maybe he'll be young and afterwards he'll say, Actually I'm not going anywhere, it was just a whim this morning. And I'll reply, It wasn't just your whim, it was mine as well. Except that it'll turn out to be some dreary married man instead. But that doesn't matter, I'll get dropped off somewhere where there are some rocks and climb up them. And then when I get to the top, it'll be like it used to be with us, only I'll lie down in the warm clovery grass all by myself, far from any path, and wait.
And she quietly slips out of the room that is more like a mansard and in which only the end of the ball of twine will now swing to and fro almost imperceptibly behind the closed window and the closed door.“

 

 1652292-4ff39fdfff7406002ed6a0db6af84222.jpg
Ivan Klíma (Praag, 14 september 1931)

 

 

De Uruguayaanse dichter, schrijver, criticus en journalist Mario Benedetti Farugia werd geboren op 14 september 1920 in Paso de los Toros in het department Tacuarembó. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en ook alle tags voor Mario Benedetti op dit blog.

 

Tijdverdrijf

In onze kindertijd
waren oude mensen dertig jaar oud
een plas was een oceaan
de dood effen en vlak
bestond niet

Later, als jongeren
waren mensen op hun veertigste oud
een vijver was een oceaan
de dood was enkel
een woord

En toen wij huwden
waren ouderlingen zo'n vijftig jaar oud
een meer was een oceaan
en de dood was de dood
van de anderen

Nu, door ervaring geleerd,
kreeg de waarheid haar gewicht
de oceaan is uiteindelijk de oceaan
maar de dood begint onze dood
te worden.

 

Vertaald door Germain Droogenbroodt

 

 

Do Not Save Yourself (No Te Salves)

Do not stay motionless
on the edge of the path
do not freeze joy
do not love with disillusion
do not save yourself now
or ever
do not save yourself
do not fill yourself with calm
do not reserve from the world
a mere tranquil corner
do not let your eyelids fall
heavy like judgements
do not be left without lips
do not sleep without weariness
do not think (yourself) without blood
do not judge yourself without time.
But if
in spite of it all
you can’t avoid it
and you freeze joy
and you love with disillusion
and you save yourself now
and you fill yourself with calm
and you reserve in the world
merely a tranquil corner
and you allow your eyelids to fall
heavy like judgements
and you are desiccated without lips
and you sleep without weariness
and you think (yourself) without blood
and you judge yourself without time
and you stay motionless
at the edge of the path
and you save yourself
then
do not stay with me.

 

Vertaald door Alejandro Urruzmendi

 

 1652292-bc53471e6699b09137c55a5b55230fc9.jpg
Mario Benedetti (14 september 1920 – 17 mei 2009)

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter en journalist Eric van der Steen werd op 14 september 1907 in Alkmaar geboren. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en ook alle tags voor Eric van der Steen op dit blog.

 

Bladvullingen

De haven laait. Hoezee. Copra en cargadoor.
Ik zie dat leven aan en voel er dan niets voor.

•
 
Zeer zware geuren, droomen soms. In vol ornaat
een zaad dat zeilend voor den wind de zee ingaat.
 
•
 
Men schrijft weer Mei. De maan is blank en goed gerezen.
Ik Meimer: Eric, zal Men na een eeuw dit lézen?
 
•
 
Zij ijs, ik bier. Ik kus haar zacht, zij lacht
en trappelt op het grind, dat weer den Ystijd wacht.
 
•
 
Waarom, waarom floot ik ‘l'Amour sans phrases!’
dien laatsten keer zoo valsch en uit de maat?
Omdat de oempa's zoo 't Wilhelmus blazen
wanneer het schip den vasten wal verlaat.
 
•
 
Bronnen voor dezen dorst zijn boordevol verscholen
omtrent een koelen mond en twee violenoogen.
 
•
 
Als ik die oogen en die weeke lippen gadesla,
dan wil ik meestal naar den Oost en soms naar Canada.
 
•
 
Wanneer je terug zou komen, terug zou komen, Inge....
Ik zou niet drinken en de nachtegaal zou zingen.
 
•
 
Nu hier in Juni de seringen oostersch geuren,
drieduizend dooden zijn in China te betreuren.
 
•
 
Ik zou alleen zijn met U, Venus, felle star,
als tante Bets niet baas was in haar eigen bar.
 
•
 
Enkel Novemberregen - en de ziel (wie heeft die niet?)
zit vleugellam aan d'oever van een snelle vliet.

 

 1652292-702f4fcf5d40ea4cbd8f2c9564d260ef.jpg
Eric van der Steen (14 september 1907 - 3 november 1985)
Alkmaar 

 

 

De Duitse schrijver Eckhard Henscheid werd geboren op 14 september 1941 in Amberg. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en ook alle tags voor Eckhard Henscheid op dit blog.

Uit: Goethe unter Frauen

"-ja, ein ganz übles Tratsch- und Quatschnest war es damals, unser knapp 6000 meist seelenlose Wesen starkes Weimar, ebenwelches sie aber 1999 zum Ehrengeburtstag meines steinalten Gattensauschwanzes jetzt auch noch zur 'europäischen Kulturstadt' schlagen wollen, diese ahnungslosen Kulturbürokraten, mit fließendem Übergang zur Expo in Hannover, wo dann der sehr grunzdumme Obertheaterregisseursesel Peter Stein (m. W. ein Nachfahr der Frau v. St.) wieder mal den Faust exercieren und kaputtmachen will - und es war dies Weimar ja damals schon eine Kulturhauptstadt der Philister und der Pharisäer und der Spießer, des Drecks und Quarks, wieschon es sich selbst als 'Ilm-Athen' und 'Bethlehem-Juda' (so die alte Superschwatzbase Wieland 1776) ausgab und verherrlichte."

 

 1652292-43350dc72a4687bb0635c743277422b8.jpg
Eckhard Henscheid (Amberg, 14 september 1941)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Uli Becker werd geboren op 14 september 1953 in Hagen. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en ook alle tags voor Uli Becker op dit blog.

Uit: Dr. Dolittles Dolcefarniente

 

Nachts das Firmament
lässt jedermann Künstler sein:
Malen nach Zahlen.

*

Biotop für sich,
was am Taxipolster klebt:
Blut, Schweiß, wer weiß was.

*

Wie kurz mein Schatten
unter steiler Sonne wird!
Spring! Wär doch gelacht.

 

 

 1652292-28a1fe717d67c669ff32061d6ee8e815.jpg
Uli Becker (Hagen, 14 september 1953)
Hagen, Friedrich-Ebert-Platz met raadhuistoren en Volme-Galerie

Geschreven door Romenu om 13:10 Reageer op dit bericht

Tõnu Õnnepalu, Janusz Glowacki, Julian Tuwim, Nicolaas Beets, Roald Dahl, James Shirley

De Estische dichter, schrijver en vertaler Tõnu Õnnepalu werd geboren op 13 september 1962 in Tallin. Zie ook mijn blog van 13 september 2010 en eveneens alle tags voor Tõnu Õnnepalu op dit blog.

 

Quelque part à un tournant du destin

Quelque part à un tournant du destin
les mains de Dieu sont pleines
de tulipes et de narcisses
cireux charnus rebelles
qui se balancent dans le vent du Nord-Ouest.

Mon âme deviendra-t-elle la fumure
sur laquelle poussera quelque chose de neuf
de moins incertain
de moins instable
qui serait comme un arbre à sept branches ?
Ou bien se noiera-t-elle un jour
semblable à aujourd’hui
dans ce lac
où dérive la Terre
dans ce regard là-haut
dans cet œil bleu et froid de prophète ?

 

 

1er SEPTEMBRE 1986

À la radio, on parle du début de la deuxième guerre mondiale. Nous sommes assis autour de la table de la cuisine. Nous nettoyons des groseilles. À Berlin, les cache-fenêtres étaient prêts depuis longtemps. La radio grésille. Aux armes citoyens ! Nous avons voyagé dans le coin d’un wagon de marchandises. À la frontière, on nous a fait sortir. Vraiment, comme il est drôle d’être vivant. Les groseilles rouges brillent à la lumière de la lampe. L’été a été chaud et ensoleillé. Les groseilles sont très sucrées cette année, et celles-ci sont déjà bien mûres. Mais les écraser contre le palais procure un plaisir acide. La Pologne était très fière de sa cavalerie. J’imagine des chevaux blancs, seulement des chevaux blancs. Ça devrait suffire pour le sucre. Tjomnaïa notch, tolko pouli svistjat po stepi. La radio estonienne s’entend mal ici. Je tourne le bouton. Polonais, letton, russe, finnois. L’Estonie, c’est ici. Et aussi à l’est, au delà de la mer. À l’ouest, de l’autre côté, c’est la Suède, et l’île de Farö où habite Ingmar Bergman. Sur l’île d’Åland, il y a des villas où l’on écoute peut-être la même musique en ce moment. Ce craquement me dérange. J’éteins la radio. Les papillons de nuit se cognent contre la vitre. L’ampoule de cent watts dans la cuisine les attire de loin. La nuit est si chaude aujourd’hui, si douce, si paisible. Tout est calme dans les grands arbres. Calme dans les champs obscurs.

 

Vertaald door Antoine Chalvin met hulp van de auteur

 

 1651991-8c50fbd8cecf610091a50f5444763f16.jpg
Tõnu Õnnepalu (Tallin, 13 september 1962)

 

 

De Poolse schrijver Janusz Glowacki werd geboren op 13 september 1938 in Poznań. Zie ook mijn blog van 13 september 2010 en eveneens alle tags voor Janusz Glowacki op dit blog.

Uit: The Last Supper (Vertaald door Zuza Glowacka)

“In the Texas desert he had built an enormous castle, put together fi sometimes bigger, some- times smaller pieces of famous buildings and monuments of architecture.
J.J.C moved in there only with his mother, his wife Sonia, several thousand servants, and a division of bodyguards.
And so, last Thursday, the entire world held its breath. Instead of the NY Knicks, LA Lakers game and ‘60 Minutes’ on the Russian mafia, every television station broadcast the sudden and unexpected death of a genius. The great designer was lying in his six-meter long canopy bed, which he had designed personally in June 2005, dressed for the occasion in his legendary Byzantine golden pajamas. Above his face, which had been prepared by the master of make-up, Salvador Bellini, who had been immediately flown in from Rome, hung hundreds of cameras and a forest of microphones.
Two billion people on five continents awaited the final words of a genius. Amid the intense silence, all that could be heard were the sobs of Steven Harrison, his long time chief bodyguard, who watched helplessly as J.J.C. tried six times with his trembling hand to bring a forkful of his favorite dish - Hungarian gulash - to his lips. At the sixth attempt, the hand of the great old man dropped and the round ball of red meat tumbled across the snowy white carpet, which was Caine’s invention and was a combination of pure silk, Afghani wool, and Moroccan cashmere. After that, his weakening lips whispered something that some understood as ‘fuck’ and others as ‘God bless America’, and the greatest genius of our time closed his eyes forever.
After the funeral ceremonies, which continued for several days, the cremating of the great man’s body and the scattering of his ashes - in accordance with his will - across the Texan desert, a series of unexplained catastrophes occurred. Caine’s jet airliners, in which the mourners were leaving the castle, exploded one after another. The perpetrators were never found. At first Islamic fundamentalists were suspected, but no groups admitted to the attacks. Colonel Gaddafi, deeply offended by the accusations, reminded reporters that all of his evening attire, just like Saddam Hussein’s uniform and Milosevic’s blue suit, had been designed by J.J.C.»

 

 1651991-171cdc2a41998788b1741bba5f5109a6.jpg
Janusz Glowacki (Poznań, 13 september 1938)

 

De Poolse dichter Julian Tuwim werd geboren in Łódź op 13 september 1894. Zie ook mijn blog van 13 september 2010 en eveneens alle tags voor Julian Tuwim op dit blog.

 

The Two Winds

One wind—in the field he blew,
Another wind—in the garden grew:
Quietly and very lightly
He caressed the leaves and rustled,
Swooned...

One wind—a mighty swell,
Somersaulted, flatly fell,
Leaped, and surged, soared up high,
Upwards whirled into the sky,
Overturned and dropped pell mell
Upon a soughing, drowsy garden,
Where so quietly and lightly
Now caressed the leaves and rustled
The other wind.

Off the cherry blossoms flew,
Laughter spread throughout the garden,
Brother took his twin for friend,
Now they cruise over the land
Chasing clouds and birds in flight,
Rush into the windmill’s stance,
And confuse its stupid arms,
Right and left they whistle, dance,
Blow their lungs with all their might,
Clowning in a frenzied riot!
The garden is so quiet... quiet...

 

Vertaald door A Giloe

 

 1651991-e2302eb3b433ccf70fb83e2f4f95b88f.jpg
Julian Tuwim (13 september 1894 – 27 december 1953)
In 1950




De Nederlandse dichter, predikant en hoogleraarr Nicolaas Beets werd geboren op 13 september 1814 in Haarlem. Zie ook mijn blog van 13 september 2010 en eveneens alle tags voor Nicolaas Beets op dit blog.

Uit: Camera Obscura

“Met november komt het vuurtje, komen de tochtlatten met schapevacht, de lange avonden, de morsige straten, en de onstichtelijke koude in de grote kerken, met en benevens alle soorten van overklederen. Dan volgt december, met de boa`s en de moffen, en de almanakken (morgenrood en avondschemering, in onderlinge wedstrijd) en de Sint-Nicolaas, als het altijd te slecht weer is om uit te gaan, met een onverwachte sneeuwbui, die op één dag twintig nieuwe dameshoeden bederft, en de kleine nachtvorsten die doen rillen, niet van koude, maar van schrik. Het heilig kerstfeest, op het land zo liefelijk, zo eerbiedig gevierd, en zich zo harmonisch aansluitende aan de vredige stilte, die het voorgaat en opvolgt, geeft in de stad het teken voor drukte en gewoel en feestgejuich van allerlei aard; en na de ijselijke nieuwjaarsdag, waarop honderden verkouden worden, wordt een eerlijk huisvader overstroomd van concertprogramma's, die hem met een benepen hart de hoofden zijner op uitgaan beluste dochters tellen doen; en er is een onafgebroken spreken en handelen in de stad over danspartijen en comedies en soirées littéraires, en soirées musicales, en andere soirées, die noch het een noch het ander zijn, maar uiterst stijf en vervelend en akelig; en men verzadigd zich zo over en te over aan de wintervermaken, dat men er in vier weken genoeg van heeft. En onderwijl regeren de koude en de armoede, het ijs in de grachten, en de bedelarij op de sluizen. En nog twee volle maanden kijkt men mismoedig elke morgen op de thermometer, en telt men morrende het aantal `wintertjes' op. En eer men de neus buiten de poort steekt, moet er groen aan de bomen wezen; en eer men tevreden is over zijn kleine wandeling, moet het tenminste mei zijn. Dat is dus een winter van half oktober tot de meimaand toe. En dan heeft de steeman die buiten komt een gevoel alsof er een plotsellinge, een eensklapse verandering van decoratie gekomen is; want hij heeft niets van al die opwekkende toebereidselen gezien, die de natuur maakt, noch haar op de onderhoudende weg harer stille vorderingen mogen gadeslaan. Hij heeft al de vreugde gemist, die de buitenman gesmaakt heeft, toen zijn eerste kip begon te leggen en zijn eerste sneeuwklokje bloeide op de naakte en harde grond. Hij heeft de ganzen niet zijn vertrekken, en de spreeuwen en de kievieten niet zien aankomen, noch ook, drie dagen voordat de wind zuiëlijken zou. Die een Buiten heeft, en genoodzaakt of verstandig genoeg is er `s winters te blijven, staat des morgens met de zon op. Dat valt dan, wat de tijd betreft, nog al gemakkelijk, want ook de zon zelf is in dat jaargetijde niet zeer matineus.”

 

 1651991-0f09170bbfab79bddaf64195a4a214c6.jpg
Nicolaas Beets (13 september 1814 – 13 maart 1903)
Bakkersblik met afbeeldingen uit de Camera Obscura

 

 

De Britse schrijver Roald Dahl werd geboren op 13 september 1916 in Llandalf, Zuid-Wales. Zie ook mijn blog van 13 september 2010 en eveneens alle tags voor Roald Dahl op dit blog.

Uit: The Magic Finger

« It jumps out and touches the person who has made me cross . ..
And after that the Magic Finger is upon him or her, and things begin to happen . . .
Well, the Magic Finger was now upon the whole of the Gregg family, and there was no taking it off again.
I ran home and waited for things to happen.
They happened fast.
I shall now tell you what those things were. I got the whole story from Philip and William the next morning, after it was all over.
In the afternoon of the very same day that I put the Magic Finger on the Gregg family, Mr Gregg and Philip and William went out hunting once again. This time they were going after wild ducks, so they headed towards the lake.
In the first hour they got ten birds.
In the next hour they got another six.
'What a day!' cried Mr Gregg. This is the best yet!' He was beside himself with joy.”
Just then four more wild ducks flew over their heads. They were flying very low. They were easy to hit.
BANG! BANG! BANG! BANG! went the guns.
The ducks flew on.
'We missed!' said Mr Gregg. That's funny.'

 

 1651991-ede1b1bf7fb3f4d93a05e535c1b965b7.jpg
Roald Dahl (13 september 1916 – 23 november 1990)
Illustratie uit The Magic Finger

 

 

De Engelse dichter en toneelschrijver James Shirley werd geboren in Londen op 13 september 1596. Zie ook alle tags voor James Shirley op dit blog en ook mijn blog van 13 september 2010

 

The Garden

This Garden does not take my eyes,
Though here you show how art of men
Can purchase Nature at a price
Would stock old Paradise again.

These glories while you dote upon,
I envy not your spring nor pride,
Nay, boast the summer all your own,
My thoughts with less are satisified.

Give me a little plot of ground,
Where might I with the Sun agree,
Though every day he walk the round,
My Garden he should seldom see.

Those Tulips that such wealth display,
To court my eye, shall lose their name,
Though now they listen, as if they
Expected I should praise their name.

But I would see my self appear
Within the Violet's drooping head,
On which a melancholy tear
The discontented morn hath shed.

Within their buds let Roses sleep,
And virgin Lilies on their stem,
Till sighs from lovers glide, and creep
Into their leaves to open them.

I'th'center of my ground compose
Of Bays and Yew my summer room,
Which may so oft as I repose,
Present my arbor, and my tomb.

No woman here shall find me out,
Or if a chance do bring one hither,
I'll be secure, for round about
I'll moat it with my eyes' foul weather.

No bird shall live within my pale,
To charm me with their shames of art,
Unless some wandering Nightingale
Come here to sing and break her heart.

Upon whose death I'll try to write
An epitaph in some funeral stone,
So sad, and true, it may invite
My self to die, and prove mine own.

 

 1651991-d3d0754e6bf006ade4c0f4528bb1d647.jpg
James Shirley (13 september 1596 – 29 oktober 1666)
Portret, National Portrait Gallery, rond 1645

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e september ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:41 Reageer op dit bericht

Eginald Schlattner, Warren Murphy, Johannes Poethen, Francis Yard, Anton Constandse, Muus Jacobse, J. B. Priestley

De Duitstalige, Roemeense, schrijver en pastor Eginald Schlattner werd geboren in Arad op 13 september 1933. Zie ook alle tags voor Eginald Schlattnerop dit blog en ook mijn blog van 13 september 2010.

Uit: Das Klavier im Nebel

„Die Gäste durchquerten den Vorraum wie ein Minenfeld. Im venezianischen Salon waren die Perserteppiche mit einer Zellophanfolie geschützt. Schritt man darüber, kräuselte sich das ätherische Gebilde unter den Füßen. „Faites attention! Mon Dieu, mon Dieu! Les tapis, notre seule fortune!“ rief die Tante. Sie schlug die Hände vors Gesicht. Die Rubine an ihren Fingern funkelten. An jedem Finger glänzte ein anderer Ring. Acht Goldringe und einer am Daumen machten die Kollektion aus. Sie selbst schien über den teuren Teppichen zu schweben.
„Er ist zwar der Hausherr. Aber sie ist der Herr im Haus“, flüsterte Clemens Rodica zu. „Der scharlachrote Hausdrache!“
Trotzdem: Clemens war geradezu entzückt, um so mehr ihm Schlimmes geschwant hatte. Ja, sogar eine lange Hose kaufte er, wie doamna Ingrid es wünschte. „Ihr Wunsch ist mir Befehl“, sagte er galant, und sie schlug weit die Augendeckel auf.
Und erläuterte: „Nu poþi face promenadã la Bucureºti, dragã Clemente, în pantaloni scurþi, deasupra din Tirolia.“ Unmöglich, hier in kurzen Tirolerhosen herumzulaufen. Das rufe die Besetzung Bukarests durch die Deutschen 1916 bis 1918 in Erinnerung. Unselig waren im Gedächtnis der Bevölkerung die drakonischen Dekrete der deutschen Militärregierung verwahrt geblieben. „Sogar wie man ein Klosett benützt, wurde vorgeschrieben.“ So galten für die ganze Walachei millimetergenau gezeichnete Pläne von Aborten mit der Innenarchitektur im Detail. „Sogar das Kackloch war angegeben: Durchmesser 240 Millimeter. Die Kinder fielen in die Grube und schrieen jämmerlich, und die dicken Pfarrfrauen und behäbigen Gutsherrinnen schlugen sich mit schlechtem Gewissen in die Büsche. Denn die Deutschen kontrollierten alles mit humorloser Strenge. Seit damals sagt der Rumäne: Sei ein Mensch, kein Deutscher …“

 

 1651985-9f2407e0434e5457e3c1895e57405759.jpg
Eginald Schlattner (Arad, 13 september 1933)

 

 

De Amerikaanse schrijver, journalist en scenarist Warren Murphy werd geboren op 13 september 1933 in Jersey City, New Jersey. Zie ook alle tags voor Warren Murphy op dit blog en ook mijn blog van 13 september 2010.

Uit:The New Destroyer (Samen met James Mullaney)

“For some reason that morning, on the day he would die for unleashing an unimaginable plague on an unsuspecting world, Dr. John Feathers remembered the screaming girl.
He did not even know her name. He had met her three years before on a commuter train to New York. The girl must have been a college student somewhere because she carried a textbook before her like a shield, and with jutted chin seemed to dare the seated passengers she passed to comment on the title. All the other seats were full, and so she and her fat book had wound up next to John Feathers.
She attempted to appear casual as she angled the book so that John could read the title. The book was called Modern Feminists from Abzug to Zeigert by Nora Personning. John would have preferred to ignore it and the girl, but every time the train jostled, her book hand managed to bump against him and it was either allow her to bruise his ribs all the way to Grand Central Station or ask her what she obviously wanted him to ask.
"Good book?" John queried politely.
The girl who had been trying to get his attention for five minutes turned to him as if his question were as welcome as a dead horse in the Russian Tea Room.
"It's brilliant," she accused.
She was pretty, but exposure to academic life was clearly putting her through a metamorphosis to perpetual anger. She wore no makeup and her hair was cut too short. Her clothes were lumpy and formless, yet here and there when she moved was fleeting evidence of bumps and curves that suggested a good figure, one that might even emerge like a moth from a chrysalis when her twenty-something flirtation with militancy ended and her real life began. She had the very ordinary college-age bearing of someone with an infinite number of opinions but not one single thought of her own.”

 

 1651985-99a3a08944217fa50c8548a0e22d818b.jpg
Warren Murphy (New Jersey, 13 september 1933)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Johannes Poethen werd geboren in Wickrath op 13 september 1928. Zie ook alle tags voor Johannes Poethen op dit blog en ook mijn blog van 13 september 2010.

 

Hol über

5
Die quelle da
mit dem süffigen mund

wie ging sie mich an
wie kämen wir denn
ins gespräch

ohne diese einladung
zum stelldichein
ins leckere zwielicht

zwischen den wörtern.


6
Aus dem gasstaub
im leeren kreisend
die galaxien

aus dem wörterstaub
von mund zu mund
die poeme

das wärs.

 

 

 1651985-e2df3006d548dbd4623a3525d4a4efab.jpg
Johannes Poethen (13 september 1928 – 9 mei 2001)



De Franse dichter en schrijver Francis Yard werd geboren op 13 september 1873 in Boissaye / Seine-Maritime.Zie ook alle tags voor Francis Yard op dit blog en ook mijn blog van 13 september 2010.

 

Noël rustique

La bûche de Noël
C’est le cœur du foyer.

Quand j’étais jeune comme toi,
Ma petite fille si belle,
On mettait, le soir de Noël,
Dans l’âtre un beau rondin de bois
Pour les trois fêtes solennelles :
Noël, le Jour de l’an, les Rois.
Enfance chère aux cœurs fidèles,
Beaux réveillons ! je me rappelle,
Nul ne songeait à sommeiller.

Le feu dansait devant la bûche
Tout le long de la crémaillère
— Il semble que c’était hier… —
On chantait, on vidait les cruches,
Le bonheur de la maisonnée
Nous venait de la cheminée.
Le feu semblait se réveiller
Dans sa flamme claire et nouvelle
Pour souhaiter la bonne année.
La nuit des Rois, devant le feu,
On tirait le gâteau des Rois ;
Et l’on donnait la part à Dieu
Aux petits enfants qui ont froid ;
Ils chantaient avec trois chandelles,
Comme on chante encore maintenant…
Ma petite fille si belle,
Ce sont des souvenirs d’enfant
Qu’il ne faut jamais oublier.

La bûche de Noël
C’est le cœur du foyer.

 

 1651985-4dc675e026bc7cf7f6bd063182a88510.jpg
Francis Yard (13 september 1873 - 28 februari 1947)

 

 

De Nederlandse wetenschapper en publicist, vrijdenker en anarchist Anton Constandse werd geboren in Brouwershaven op 13 september 1899. Zie ook alle tags voor Antn Constandse op dit blog en ook mijn blog van 13 september 2010

Uit: Kroniek van de buitenlandse politiek | De crisis in ons nationaal ‘politiek instinct

“Het jaar 1961 kan in de geschiedenis van West-Europa stellig worden gekenschetst als ‘het jaar van de Berlijnse crisis’. Deze heeft op een aanzienlijk deel van het Nederlandse volk zulk een indruk gemaakt, de ‘muur der schande’ en de incidenten daaromheen zijn een zo verontrustend symbool geworden, dat men kon gewagen van een ongewone opwinding. Aan die bewogenheid paarde zich een mentaliteit, die gepast scheen voor het voeren van een ideologische kruistocht tegen de communistische regimes. En het resultaat was een verrassende identificatie van de bedoelde Nederlanders met het Duitse volk, een voorheen ongekend gevoel van lotsverbondenheid, medeleven en medelijden. Bismarcks zelfverzekerdheid, die hem eens heeft doen zeggen: ‘Holland annektiert sich selbst’, scheen althans sentimenteel gesproken gerechtvaardigd te zijn geweest. Onze solidariteit met de Duitsers leidde ertoe, dat wij het enige volk waren dat twee minuten stilte in acht nam nadat de Russen hun tot nu toe krachtigste kernbom hadden doen ontploffen. Deze proefneming werd door Chroesjtsjow een waarschuwing genoemd aan het adres der Westduitsers. Wij betreurden toen in die twee minuten geen doden, geen slachtoffers van de Duitse bezetting. Wij concentreerden ons vastberaden op het gevaar dat dreigt uit het nieuwe Moscovitische Armageddon.
Natuurlijk getuigt de grondige wijziging van de richting waarin zich onze liefde en haat openbaren van een geestelijke crisis, die ons volk na 1940 heeft beroerd, en die bij volksvertegenwoordigers en regering heeft geleid tot het onderstrepen van onze continentale roeping. Nog tot in het jaar 1947 (toen zich de ‘koude oorlog’ duidelijk begon te manifesteren) was er een logische lijn te vinden geweest in onze buitenlandse politiek. Wij waren sinds de zestiende eeuw een zeevarend volk geweest, een koloniserende maritieme mogendheid, rivaal of bondgenoot van de Britten, ‘een eiland op het continent’. Er was in al die eeuwen slechts één onderbreking geweest van onze traditionele zelfstandigheid, en die was gevallen in de Franse tijd. Doch niemand was geneigd, deze zegepraal van het ‘continentale stelsel’ (in velerlei betekenissen) in overeenstemming te achten met ons nationaal belang. Zo spoedig wij konden hernamen wij onze plaats onder de maritieme volken, en doordat wij ook in de eerste wereldoorlog buiten de continentale conflicten bleven, handhaafden wij op het vasteland onze neutraliteit tot aan het jaar 1940.”

 

 1651985-aa3a26288434cc6442e49e63dcd5f9e2.jpg
Anton Constandse (13 september 1899 - 23 maart 1985)

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en taalkundige Muus Jacobse werd op 13 september 1909 als Klaas Hanzen Heeroma geboren op het waddeneiland Terschelling. Zie ook alle tags voor Muus Jacobse op dit blog en ook mijn blog van 13 september 2010

 

Ezau

Moeder, nooit maten wij elkanders zorgen,
Maar met een glimlach werd het hart misleid,
Omdat wij bang waren voor tederheid
En onze tranen voor elkaar verborgen.

Je riep mij uit de dood, maar ach, bemint
Nu meer dan mij die ná mij is gekomen,
Willig als was, de schaduw van je dromen,
Die mij vervolgt tot hij mij overwint.

Zie, ik ben niet als hij, ik ben als jij,
Want ik ben vrij en sterk en dien je niet,
En laf is hij voor wat je luim beval.

Moeder, die hém gemaakt hebt, maar niet mij.
Hij is de dood! Moeder, dat je hem liet,
Toen hij de zegen van mijn leven stal.

 

 

Simeons lofzang

Vrouw, die het kindje in je armen vlijt
En om zijn lichtje ons allen verenigt,
Denk je dat één klein lachje heeft gelenigd
Al onze pijn, voor nu en voor altijd?

Zie toe, want aan de poort der ziel verdedigt
Een engel met een vlammend zwaard dat snijdt
De doortocht tussen tijd en eeuwigheid,
tot zich in eeuwigheid de tijd ontledigt –

Heer, laat mij nu maar doodgaan, want het Kind
Is mij toch ééns geboren; straks beginnen
De droeve dagen van de ouderdom,

Wanneer mijn ogen, blind en angstig biddend,
Niet meer herkennen kunnen spel en mom,
En U doen glimlachen, die feilloos wint –

 

 1651988-59cde4bfaa699c04701be9aaa2c55730.jpg
Muus Jacobse (13 september 1909 – 21 november 1972)


De Engelse schrijver, journalist en literatuurcriticus John Boynton Priestley werd geboren in Bradford op 13 september 1894. Zie ook ook alle tags voor J. B. Priestley op dit blog en ook mijn blog van 13 september 2010

Uit: English Journey

“The most remarkable giant liner in the world is probably the Mauretania. for she is nearly thirty years old and is still one of the fastest vessels afloat. Her record, both for speed and safety, is superb. We are proud of her. Now the Mauretania was launched at Wallsend, just across the river from Jarrow; and she has lasted longer than Jarrow. She is still alive and throbbing, but Jarrow is dead.
As a real town, a piece of urban civilisation, Jarrow can never have been alive. There is easily more comfort and luxury on one deck of the Mauretania than there can ever have been at any time in Jarrow, which even at its best, when everybody was working in it, must obviously have been a mean little conglomeration of narrow monotonous streets of stunted and ugly houses, a barracks cynically put together so that shipbuilding workers could get some food and sleep between shifts. Anything – strange as it may seem – appears to have been good enough for the men who could build ships like the Mauretania. But in those days, at least they were working.
Now Jarrow is a derelict town. I had seen nothing like it since the war. I put a derelict shipbuilding town into Wonder Hero and called it Slakeby. Some people thought I overdid it a little in my Slakeby chapter. I assure those people that the reality of Jarrow is far worse than anything I imagined for Slakeby. It far outran any grim expectations of mine. My guide-book devotes one short sentence to Jarrow: "A busy town (35,590 inhabitants), has large ironworks and shipbuilding yards." It is time this was amended into "an idle and ruined town (35,590 inhabitants, wondering what is to become of them), had large ironworks and can still show what is left of shipbuilding yards.'

 

 1651985-1c93df3b796be5bf1ac620118267fb4f.jpg
J. B. Priestley (13 september 1894 - 14 augustus 1984)
Portret door Michael Noakes, 1970

Geschreven door Romenu om 14:40 Reageer op dit bericht

Miroslav Holub

De Tsjechische dichter en immunoloog Miroslav Holub werd geboren op 13 september 1923 in Pilsen. Holub werkte als wetenschappelijk medewerker aan het biologisch instituut in Praag. Pas tijdens de dooi (van de 'verbanning' van kunst in de USSR) in de tweede helft van de jaren '50 publiceerde hij zijn gedichten. Samen met Milan Kundera en anderen stichtte hij het poëzieschrift 'Kveten' (Mei). Door zijn actieve deelname aan de Praagse lente werd hij na de inval ontslagen aan het onderzoeksinstituut en verdwenen zijn boeken uit de rekken van bibliotheken en winkels. Pas na de publieke schuldbekentenis kreeg hij een nieuwe functie, maar zijn poëzie bleef verbannen tot 1982. Zijn werk is vertaald in meer dan 30 talen en is vooral populair in de Engels-sprekende wereld. Zijn eerste boek in het Tsjechisch was “Denni slu¸ba” (1958). In het Engels werd het voor het eerst gepubliceerd in de Observer in 1962 en vijf jaar later verscheen een keuze uit de gedichten in de Penguin Modern European Poets imprint,, met een inleiding door Al Alvarez en vertalingen door Ian Milner en George Theiner. Holub's werk werd geprezen door velen, waaronder Ted Hughes en Seamus Heaney, en zijn invloed is zichtbaar in Hughes '​​collectie Crow (1970). Naast poëzie schreef Holub vele korte essays over diverse aspecten van de wetenschap, in het bijzonder de biologie en de geneeskunde (met name immunologie).In de jaren 1960, publiceerde hij twee boeken met wat hij noemde 'semi-reportages', over uitgebreide bezoeken aan de Verenigde Staten.

 

Brief reflection on accuracy

Fish
    always accurately know where to move and when,
    and likewise
    birds have an accurate built-in time sense
    and orientation.

Humanity, however,
    lacking such instincts resorts to scientific
    research. Its nature is illustrated by the following
    occurrence.

A certain soldier
    had to fire a cannon at six o’clock sharp every evening.
    Being a soldier he did so. When his accuracy was
    investigated he explained:

I go by
    the absolutely accurate chronometer in the window
    of the clockmaker down in the city. Every day at seventeen
    forty-five I set my watch by it and
    climb the hill where my cannon stands ready.
    At seventeen fifty-nine precisely I step up to the cannon
    and at eighteen hours sharp I fire.

And it was clear
    that this method of firing was absolutely accurate.
    All that was left was to check that chronometer. So
    the clockmaker down in the city was questioned about
    his instrument’s accuracy.

Oh, said the clockmaker,
    this is one of the most accurate instruments ever. Just imagine,
    for many years now a cannon has been fired at six o’clock sharp.
    And every day I look at this chronometer
    and always it shows exactly six.

Chronometers tick and cannon boom.

 

Vertaald door Ewald Osers

 

 

 1664084-4a6c6bc765592075ccd291af6809478f.jpg
Miroslav Holub (13 september 1923 - 14 juli 1998)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten