Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 23 september 2014 tot 24 september 2014

Joke van Leeuwen, Mark Boog, A.L. Snijders, F. Scott Fitzgerald, Shamim Sarif, Hendrik Tollens

De Nederlandse dichteres, schrijfster, illustrator en cabaretière Johanna Rutgera van Leeuwen werd geboren op 24 september 1952 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Joke van Leeuwen op dit blog.

 

Iemand moet de tafel dekken

Maar ik heb het gisteren al gedaan ik heb
de glans in de glazen gelaten ik heb
het bestek weer eens opgewreven ik heb
gezegd wat er lekker zou worden ik heb
mijn handen gewassen gewassen ik heb
mijn handen gewassen ik heb
etiketten gelezen, ik ken ze, ik heb
me verzet tegen oorlog want dat het
gedaan moest zijn ja, met die onzin,
gehoopt heb ik ook en wel dat het een
aard had, geschikt en geschoven.

Jij bent.
Iets koekt al aan.

 

 

Weekoverzicht

Na de autoloze zondag
kwam gehevenhoofden maandag
het herhalingshuppelen
van jottem en allez.

En de zogezonde dinsdag,
alleman de ramen open,
zingend van de vitamines
en de jodium aan zee.

En de levendelen woensdag,
alleman de deuren open,
roepend over jicht en jachtig
en theïne in de thee.

En de donderdag en vrijdag
mocht naar eigen inzicht blijven,
werd gebotst, gemoord, gemopperd
en het stonk op zaterdag.

 

 

Plaza

Nergens wind. Toch hield een man een vrouw
stevig beet, een vrouw een kind. De beentjes
bewogen zelf. Daarboven aan touw een ballon
als een vis. Daarboven de zon, laaiend.

Het kind hield de vis niet meer. Keek hoe hij
steeg, zwaaide hem na. Wat is er? Wat is er?
De man liet de vrouw los, holde de lucht in,
haalde die helemaal leeg.

 

 1657024-e7c85e900e0cbfa994fa56441a5b5d52.jpg
Joke van Leeuwen (Den Haag, 24 september 1952)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Mark Boog werd geboren op 24 september 1970 in Utrecht. Zie ook mijn blog van 24 september 2010 en eveneens alle tags voor Mark Boog op dit blog.

 

Al konden wij veranderen

De aankondiging, achteraf herkend,
vermocht niet het aangekondigde te voorkomen.
Alles ging zijn gang.

In de studie van de zinloosheid vinden wij de zin;
want daar is hij. Veel aanwijzingen
treffen wij aan die doen vermoeden dat daadwerkelijk
wij niets veranderen dat niet al op veranderen stond.

En in onze karakterstructuur, daarin zit ook veel verwijtbaars.
Al kónden wij veranderen, wij zouden er te lusteloos voor zijn.

Aldus met excuses bepakt vertrekken wij
voor onbepaalde tijd, met onbepaalde bestemming.
Wij waren de laatste dagen bijzonder lusteloos.

 

 

Men verdraagt zich maar moeizaam

Men verdraagt zich maar moeizaam.
De spiegels van de tijd
en de controleposten van de dag.

Als adem vergaan de wolken nergens stokkend,
mij benomen weliswaar maar prachtig.

Het scherp gestoken zolderraam,
als gat onovertroffen,
en het dagelijks bewegen;
men zal er maar tussen vermorzeld -

verontschuldigingen als wormen door de dag,
die daardoor vrucht zal dragen, zich zal slagen.
Waarin de spade, waarin de blote hand met weerzin.

 

 1657024-79d0709011297ae9f1e892214b1fea35.jpg
Mark Boog (Utrecht, 24 september 1970)

 

 

 

De Nederlandse schrijver A.L. Snijders (pseudoniem van Peter Cornelis Müller) werd geboren op 24 september 1937 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 20 novemberr 2010 en eveneens alle tags voor A.L. Snijders op dit blog.

 

Zand en zee

Ik zal u vertellen wat er ooit gebeurde op het strand van Callantsoog. Een jongen uit Breezand die van huis was weggelopen, bouwde er van aangespoeld hout een hut die hem als uitgangspunt zou dienen voor de rest van zijn leven. Hij was geen kluizenaar, hij zwom in zee, hij kende alle vogels en kon het weer voorspellen. Hij werkte bij boeren als dat nodig was, hij ging nooit een vast werkverband aan, hij klaagde niet over de maatschappij, hij was vriendelijk en onbenaderbaar. In het jaar van de improvisatie kreeg hij gezelschap van twee andere jongens uit dezelfde streek, een uit Middenmeer en een uit Waarland. Die uit Waarland was een dichter, maar hij werkte net als de anderen met zijn handen, er ontstond een stevig houten bouwwerk dat driftig, misschien zelfs wanhopig om zich heen greep. Er kwamen ook vrouwen, er ontstond van alles, er waren verwikkelingen met de autoriteiten, vanzelfsprekend, maar de ontwikkeling van de kern van deze samenleving werd niet aangetast. Toen in 2008 de Broers Lehman vielen, waren de pioniers oude mannen geworden. Ze maakten nog wel een enkel gedicht, konden nog steeds het weer voorspellen en zwommen bij goed weer nog weleens in zee, maar ze hingen naar hun eigen woorden nog slechts van draadjes en touwtjes aan elkaar. Door de nieuwe crisis kwamen er enkele werklozen naar het strand van Callantsoog, maar veel waren het er niet. Ze bouwden hun slakkenhuizen in dezelfde vriendelijke stijl, met één zijde leunend tegen een ander, maar altijd met vrij zicht op de duinen, het strand en de zee. Ook de burgemeester kwam weer eens kijken, met gemengde gevoelens. Tegen de wethouder, die zich in zijn gevolg bevond, mompelde hij dat dit toch een onverantwoordelijke manier van leven was, maar toen de wethouder hem eraan herinnerde dat deze mensen nauwelijks gebruik maakten van de schaarse gemeentelijke voorzieningen, schrapte hij zijn mening en koos vergenoegd voor het zogenaamde algemeen belang.

 

 1657024-d4eb6925a8d55e78e14840888411fb6c.jpg
A.L. Snijders (Amsterdam, 24 september 1937)

 

 

De Amerikaanse schrijver Francis Scott Fitzgerald werd geboren op 24 september 1896 in Saint Paul, in de staat Minnesota. Zie ook mijn blog van 24 september 2010 en eveneens alle tags voor F. Scott Fitzgerald op dit blog.

Uit: The Great Gatsby

“The one on my right was a colossal affair by any standard - it was a factual imitation of some Hôtel de Ville in Normandy, with a tower on one side, spanking new under a thin beard of raw ivy, and a marble swimming pool and more than forty acres of lawn and garden. It was Gatsby's mansion. Or rather, as I didn't know Mr. Gatsby it was a mansion inhabited by a gentleman of that name. My own house was an eye-sore, but it was a small eye-sore and it had been overlooked, so I had a view of the water, a partial view of my neighbor's lawn and the consoling proximity of millionaires - all for eighty dollars a month.
Across the courtesy bay the white places of fashionable East Egg glittered along the water and the history of the summer really begins on the evening I drove over there to have dinner with the Tom Buchanans. Daisy was my second cousin once removed and I'd known Tom in college. And just after the war I spent two days with them in Chicago.

 

 1657024-a8310ee50c4f3203157986c94e547662.jpg
Tobey Maguire (Nick Carraway) en Leonardo DiCaprio (Jay Gatsby) in de film uit 2013

 

Her husband, among various physical accomplishments, had been one of the most powerful ends that ever played football at New Haven - a national figure in a way, one of those men who reach such an acute limited excellence at twenty-one that everything afterwards savours of anti-climax. His family were enormously wealthy - even in college his freedom with money was a matter for reproach - but now he'd left Chicago and come east in a fashion that rather took your breath away: for instance he'd brought down a string of polo ponies from Lake Forest. It was hard to realize that a man in my own generation was wealthy enough to do that.
Why they came east I don't know. They had spent a year in France, for no particular reason, and then drifted here and there unrestfully wherever people played polo and were rich together. This was a permanent move, said Daisy over the telephone, but I didn't believe it - I had no sight into Daisy's heart but I felt that Tom would drift on forever seeking a little wistfully for the dramatic turbulence of some irrecoverable football game.”

 1657024-c10e3166b221c2a4cbf8405dba0209f1.jpg
F. Scott Fitzgerald (24 september 1896 - 21 december 1940)

 

 

De Britse schrijfster en filmmaakster Shamim Sarif werd geboren op 24 september 1969 in Londen. Zie ook mijn blog van 24 september 2010 en eveneens alle tags voor Shamim Sarif op dit blog.

Uit: I Can't Think Straight

“Every night I empty my heart, but by morning it's full again.
Slow droplets of you seep in through the night's soft caress.
At dawn, I overflow with thoughts of us
An aching pleasure that gives me no respite.
Love cannot be contained, the neat packaging of desire
Splits asunder, spilling crimson through my days.
Long, languishing days that are now bruised tender with yearning,
Spent searching for a fingerprint, a scent, a breath you left behind.”

 

 1657024-40bf08adb0e8a3a7e5e4dc0c946529b4.jpg
Shamim Sarif (Londen, 24 september 1969)

 

 

De Nederlandse dichter Hendrik Tollens werd op 24 september 1780 te Rotterdam geboren. Zie ook mijn blog van 24 september 2010 en eveneens alle tags voor Hendrik Tollens op dit blog.

 

Levenshulkje

Levenshulkje! steek in zee,
Voer uw vrachtje naar de ree,
Die ginds opblaauwt uit de baren:
Kindje-lief! geluk in 't varen!
Dobber zoet en zachtjes voort:
Welkom en geluk aan boord!

Ginderheen geleidt de tocht;
Ginderheen, langs klip en bocht,
Waar de wijkplaats ligt verscholen,
't Heuglijk eind van al ons dolen.
Goede reis naar de overzij!
Vóór de wind en gunstig tij!

Steek, mijn kindje! steek in zee,
Dobber zacht naar gindse ree,
Rol uw wimpeltje uit de kreuken,
Laat geen storm uw scheepje beuken.
Dobber zoet en zachtjes voort:
Welkom en geluk aan boord!

 

 1657024-1774976bd925a28924153b5a9d09f744.jpg
Hendrik Tollens (24 september 1780 -21 oktober 1856)
Standbeeld in Park Euromastt, Rotterdam

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e september ook mijn blog van 24 september 2012 deel 2 en ook mijn blog van 24 september 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:38 Reageer op dit bericht

Alejandro Zambra

De Chileense schrijver Alejandro Zambra werd op 24 september 1975 geboren in Santiago de Chile, waar hij ook opgroeide. Zie ook mijn blog van 10 november 2010 en eveneens alle tags voor Alejandro Zambra op dit blog.

Uit: Manieren om naar huis terug te keren (Vertaald door Luc de Rooy)

“Het was al laat geworden en ik werd naar bed gestuurd. Met tegenzin probeerde ik een plek te vinden in de tent. Ik was bang dat ik in slaap zou vallen, maar ik vond afleiding in het luisteren naar de stemmen die opgingen in de nacht. Ik begreep dat Raúl de vrouwen was gaan wegbrengen, want nu begonnen ze over hen te roddelen. Een stem zei dat het meisje raar was. Ik had haar helemaal niet raar gevonden. Ik had haar juist mooi gevonden. En de vrouw, zei mijn moeder, leek helemaal niet op een docente Engels – ze had de uitstraling van een doodgewone huisvrouw, voegde een andere buurman eraan toe, en zo gingen ze nog even op een lacherige toon verder.
Ik dacht aan het gezicht van een docente Engels, aan hoe het gezicht van een docente Engels eruit moest zien. Ik dacht aan mijn moeder, aan mijn vader. Ik dacht: wat voor een gezicht hebben mijn ouders. Maar ouders hebben eigenlijk nooit echt een gezicht. We leren nooit goed naar ze te kijken.
Ik dacht dat we weken, misschien wel maanden onder de blote hemel zouden doorbrengen, wachtend op een vrachtwagen met voedsel en dekens in de verte, en ik zag zelfs voor me dat ik op televisie zou komen, waar ik alle Chilenen zou bedanken voor de hulpgoederen, zoals bij overstromingen – ik dacht aan die vreselijke overstromingen van de voorbije jaren, toen ik de straat niet op kon en het bijna verplicht was voor het televisiescherm te blijven zitten om te kijken naar de mensen die alles verloren hadden.
Maar zo verliep het niet. De rust keerde zo goed als meteen weer terug. In die verlaten uithoek ten westen van Santiago had de aardbeving eigenlijk alleen maar voor flinke ongerustheid gezorgd. Er gingen nogal wat muren tegen de vlakte, maar meer schade, laat staan doden of gewonden, was er niet. Op televisie werd de verwoeste haven van San Antonio getoond en verschillende straten die ik gezien had of meende te hebben gezien tijdens de zeldzame keren dat ik in het centrum van Santiago was geweest. Verward voelde ik aan dat daar wel echt werd geleden.”

 

 1677785-1520e9bfb2a16ff67e7a1abd844295b6.jpg
Alejandro Zambra (Santiago de Chile, 24 september 1975)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Peter Drehmanns, Antonio Tabucchi, Mary Coleridge, Jaroslav Seifert, Leni Saris, Theodor Körner, Euripides

De Nederlandse dichter en schrijver Peter Drehmanns werd op 22 september 1960 in Roermond geboren. Zie ook alle tags voor Peter Drehmanns op dit blog.

 

Opvoedkundig

ga niet met die man mee
hij houdt de vinger aan de pols
hij is van de wereld
hij volgt de regen door de greppels
doet het grint grijnzen

ga niet met die man mee
hij wast je handen wit
hij ruikt naar rundvet
ontsnapt aan de nederlaag

ga niet met die man mee
hij zet je zomaar op achterstand
lost de belofte ruimschoots in
ga niet met die man mee
hij verdwijnt waar je bij staat

 

 

Rob Brentjens (19)

Op de plek waar nu een warenhuis staat
waar men geuren voor vrouwen
riemen voor mannen verkoopt
daar deed ik de havo, het was een dependance,
ik studeerde af en nog eens af, opgeleid
tot leerkracht maar ineens werkend
als tractorenverkoper, een mooie job.

Er kwam een ommezwaai: schepen
voeren mijn leven in en uit, ik
was sluismeester, elf jaar lang. Intussen
betrok ik een huis langs de spoorlijn -
met zoon en dochter keek ik 's avonds
na het werk naar de treinen die almaar
voorbijgingen.

 

 1656516-ebca2d8665715aa01e03dac999aefdea.jpg
Peter Drehmanns (Roermond, 22 september 1960)

 

 

De Italiaanse schrijver, vertaler, en literatuurwetenschapper Antonio Tabucchi werd op 23 september 1943 geboren in Pisa. Zie ook mijn blog van 23 september 2010 en eveneens alle tags voor Antonio Tabucchi op dit blog.

Uit: The Missing Head (Vertaald door Patrick Creagh)

“I’m off to have a piss,” replied Manolo curtly.
“Best thing for you,” said his wife.
Manolo shifted his penis inside his underpants, because it was swollen and hard and pressing on his testicles enough to hurt.
“I’d still be able to finfar,” he said, “I wake up like this every morning, with my mangalho as taut as a rope, yes I’d still be able to finfar.”
“It’s your bladder,” said his wife, “you’re old, Rey, you think you’re young but you’re old, even older than I.”
“I’d still be able to finfar,” retorted Manolo, “but I can’t finfar you, your cunt’s full of spiders’ webs.”
“Then off you go and piss,” said his wife to end the matter.
Manolo scratched his head. For some days he had been suffering from a rash that started at the nape of his neck and spread up into his hair, and it itched intolerably.
“Shall I take Manolito?” he whispered to his wife.
“Leave the poor child to sleep,” she replied.
"Manolito likes having a piss with his grand-dad," claimed Manolo.
He looked over towards the camp bed on which Manolito was sleeping and felt a surge of tenderness. Manolito was eight years old. He was all that was left to him of his descendants. He did not even look like a gypsy. He had straight black hair, to be sure, like that of a true gypsy, but he also had blue-green eyes, as must have been those of his mother, whom Manolo had never met. His son Paco, his only son, had fathered him on a prostitute from Faro, an English girl he said, who was walking the streets of Gibraltar when Paco had started pimping for her. Then the girl had been packed off to England by the police, and Paco had found himself saddled with the child. He in turn had dumped him on the grandparents, having an important business deal to bring off in Algarve, he was in the cigarette-smuggling racket. But from that bit of business he never returned.”

 

 1656516-fb150a67833f7d40722986bd1d062054.jpg
Antonio Tabucchi (23 september 1943 – 25 maart 2012)
In 1988 

 

 

De Engelse dichteres en schrijfster Mary Elizabeth Coleridge werd geboren in Londen op 23 september 1861. Zie ook mijn blog van 23 september 2010 en eveneens alle tags voor Mary Colderidge op dit blog.

 

L'oiseau bleu

The lake lay blue below the hill.
O'er it, as I looked, there flew
Across the waters, cold and still,
A bird whose wings were palest blue.

The sky above was blue at last,
The sky beneath me blue in blue.
A moment, ere the bird had passed,
It caught his image as he flew.

 

 

Larghetto

Grant me but a day, love,
But a day,
Ere I give my heart,
My heart away,
Ere I say the word
I'll ne'er unsay.

Is it earnest with me?
Is it play?
Did the world in arms
Cry to me, "Stay!"
Not a moment then
Would I delay.

Yet, for very love,
I say thee nay.
Ere I give my heart,
My heart away,
Grant me but a day, love,
But a day!

 

 1656516-6d01223990e54cf98408ae885a93dbe2.jpg
Mary Coleridge (23 september 1861 – 25 augustus 1907)
Illustratie door Eleanor Vere Boyle in Voices from Fairyland, the fantastical poems of Mary Coleridge Charlotte Mew and Sylvia Townsend Warner. 

 

 

De Tsjechische dichter Jaroslav Seifert werd op 23 september 1901 geboren en groeide op in de arbeiderswijk ´i¸kov in Praag. Zie ook mijn blog van 23 september 2010 en eveneens alle tags voor Jaroslav Seifert op dit blog.

 

Fragment of a Letter

All night rain lashed the windows.
I couldn't go to sleep.
So I switched on the light
and wrote a letter.

If love could fly,
as of course it can't,
and didn't so often stay close to the ground,
it would be delightful to be enveloped
in its breeze.

But like infuriated bees
jealous kisses swarm down upon
the sweetness of the female body
and an impatient hand grasps
whatever it can reach,
and desire does not flag.
Even death might be without terror
at the moment of exultation.

But who has ever calculated
how much love goes
into one pair of open arms!

Letters to women
I always sent by pigeon post.
My conscience is clear.
I never entrusted them to sparrowhawks
or goshawks.

Under my pen the verses dance no longer
and like a tear in the corner of an eye
the word hangs back.
And all my life, at its end,
is now only a fast journey on a train:

I'm standing by the window of the carriage
and day after day
speeds back into yesterday
to join the black mists of sorrow.
At times I helplessly catch hold
of the emergency brake.

Perhaps I shall once more catch sight
of a woman's smile,
trapped like a torn-off flower
on the lashes of her eyes.
Perhaps I may still be allowed
to send those eyes at least one kiss
before they're lost to me in the dark.

Perhaps once more I shall even see
a slender ankle
chiselled like a gem
out of warm tenderness,
so that I might once more
half choke with longing.

How much is there that man must leave behind
as the train inexorably approaches
Lethe Station
with its plantations of shimmering asphodels
amidst whose perfume everything is forgotten.
Including human love.

That is the final stop:
the train goes no further.

 

Vertaald door Ewald Osers

 

 1656516-0a9e01c21be4a2421af187da9fa58274.jpg
Jaroslav Seifert ( 23 september 1901 – 10 januari 1986)

 

 

De Nederlandse schrijfster Leni Saris werd geboren in Rotterdam op 23 september 1915. Zie ook mijn blog van 23 september 2010 en eveneens alle tags voor Leni Saris op dit blog.

Uit: Regine

“Frank staat half onder de donkere poort verborgen en staart aandachtig omhoog naar de veranda waar het jonge dienstmeisje ijverig bezig is de was op te hangen.
Ze is totaal onkundig van de luisteraar daar beneden onder bij de poort. Uit volle borst galmt ze:
Du hast das Herzen mein,
So ganz genommen ein....
Maar vanaf het eerste ogenblik dat hun ogen elkaar over die grote afstand ontmoeten is dat lied van beide zijden niets dan de eenvoudige waarheid.
Uit het huis komt opeens de boze stem van de huishoudster: "Regine Keller, zie je dan niet dat er een heer onder bij de poort staat? Jij ook met je eeuwige geblèr!"
Over het wasgoed kijken twee grote, verschrikte ogen naar de elegante, knappe vreemdeling.
Frank heeft plezier in het gedrag van het verschrikte kleine meisje en blijft lachend omhoog kijken. Regines ogen gaan nog wijder open en ze bloost.
"Ja, ik kom al!" roept ze verschrikt en maakt aanstalten om snel naar beneden te gaan.”

 

 1656516-7d0047d631550514c3cde81ac7ff48c1.JPG
Leni Saris (23 september 1915 – 9 december 1999)
Cover omnibus

 

 

De Duitse dichter en schrijver Theodor Körner  werd geboren op23 september 1791 in Dresden. Zie ook mijn blog van 23 september 2010 en eveneens alle tags voor Theodor Körner op dit blog.

 

Knospen - Am Elbbrunnen

Sei freundlich mir gegrüßt, du stille Quelle,
Aus tiefer Felsenkluft so klar entsprungen!
Der Liebe süßes Lied sei dir gesungen;
Begeistert tön’ es an der heil’gen Stelle!

Du bist so kühlend, bist so rein, so helle;
Noch ist dir nicht dein kühnster Sturz gelungen;
Doch hast du bald der Felsen Macht bezwungen;
Dann rauscht in breiten Strömen deine Welle.

Jetzt fülle hell mir die kristallne Schale!
In Träumen kommt die Knabenwelt gezogen;
Ihr bring’ ich froh den ersten Labetrunk.

Denn ach! schon früh saß ich in deinem Tale
Und lauschte oft dem Murmeln deiner Wogen,
Und still ergreift mich jetzt Erinnerung.

 

 1656516-9737a1706b024ef711d7b9e6ad668adc.jpg
Theodor Körner (23 september 1791 - 26 augustus 1813)
Als student in Freiberg, portret door Friedrich Mardersteig, voor 1899

 

 

De Griekse schrijver Euripides werd geboren in 480 of 484 voor Christus. Zie ook mijn blog van 23 september 2010 en eveneens alle tags voor Euripises op dit blog.

Uit: Medea

“Voedster:
Zal Jason, al verstiet hij ook hun moeder,
ooit dulden, dat zijn kind´ren ´t zoo vergaat?
Dienaar:
Nieuwe verwantschap gaat nu boven d´ oude
en Creon is ons huis niet welgezind.
Voedster:
Dan zie ´k geen redding meer, als wij, eer ´t een
verduwd is, nieuw verdriet bij ´t oude voegen.
Dienaar:
Maar luister eens: ´t is beter, dat Medea
het nog niet hoort; stil dus, en zwijg ervan!
Voedster:
Ach, hoort gij, kind´ren, wat uw vader doet?
Vervloeken - neen, dat mag ´k mijn meester niet,
maar wel verraadt zijn daad gebrek aan liefde.
Dienaar:
Zoo zijn de menschen; ziet gij dat eerst nu,
hoe elk zichzelf meer dan zijn naaste mint?
Voedster:
Gaat nu naar binnen, kind´ren; dat is beter.
Houdt gij ze zooveel mogelijk alleen,
ver van hun moeder, tot haar stemming keert.
´k Zag haar al eens hen aanzien met een blik
vol gramschap, of ze op booze dingen zon.
En ´k weet: haar woede zal niet eer bedaren,
voor ze iemand treft; maar als ´t gebeuren moet,
dan treffe zij haar haat, heur liefde niet.”

 

Vertaald door Dr. Chr. Deknatel

 

 1656516-e49696df60c87b0c9e06ed61d6739f2d.jpg
Euripides (484 v. Chr – 406 v. Chr)
Jason en Medea door Carle van Loo , 1759

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e september ook mijn blog van 23 september 2012 deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:32 Reageer op dit bericht

Tom De Cock

De Vlaamse schrijver en radio-dj Tom De Cock werd geboren in Rotselaar op 23 september 1983. Hij woont in Borgerhout. Op 16-jarige leeftijd schreef hij zijn eerste boek “De Openbaring”. In 2008 was hij radiopresentator bij Donna, waarbij hij op zaterdag het blok van 15 uur tot 20 uur voor zijn rekening nam. Nadat er aan Donna een eind was gekomen, ging De Cock aan de slag bij MNM met zijn programma De Cock Late Night en in het weekeinde Weekend De Cock. Sinds het najaar van 2012 presenteert hij er Planeet De Cock. Hij doet af en toe aan publieksopwarming bij onder andere Steracteur Sterartiest, Peter Live, Eurosong en Zo is er maar één en is soms ook te horen als voice-over bij tv-programma's. Voor OP12 maakte De Cock eind september 2012 een programma voor tieners rond de lokale verkiezingen. Het programma liep een week. Op het einde van de week volgde een liveshow op Eén over de invloed van het lokale beleid op jongeren.

Uit: Weg met het lentefeest! (Column)

“Ook kindjes die géén ballon hebben, horen erbij!” Kabeng, daar hadden we niet van terug. De volgepakte turnzaal van de lokale lagere school slikte de zedenles als koek, en daar was een goeie reden voor. Ze kwam namelijk uit de mond van een meute zesjarige rakkers die eruit zagen om op te vreten, zo schattig. Het was mijn allereerste lentefeest, afgelopen weekend.
(...)

Na afloop stak ik gealarmeerd mijn licht op bij verschillende kennissen, en mijn vrees werd bewaarheid. Het betreft hier inderdaad in alle windstreken van het land dezelfde nogal zielloze vertoning: kinderen van zes of twaalf die, bijgestaan door geëngageerde en goed bedoelende leerkrachten zedenleer, een toneelstukje opvoeren met als rode draad vriendschap, diversiteit en groen bewustzijn. De kwaliteit van het oeuvre varieert van dorp tot dorp. Een kwartier later gloeit de barbecue, vloeit de cava rijkelijk en verwisselen My Little Pony’s van eigenaar.
(…)

Mijn grootmoeder overleed vorig jaar. Ik probeerde de plechtigheid niet-religieus maar toch memorabel te maken. Ik kon door het verdriet niet zelf de honneurs waarnemen; noodgedwongen kwamen we uit bij een vrijwilligster van de lokale parochie. Een engel van een vrouw die als dienst aan de maatschappij een alternatief afscheid in elkaar bokst voor elke familie die daar nood aan heeft. Een volstrekte vreemde, die mijn grootmoeder in een kunstmatig, traditieloos amalgaam van improvisatie en teksten van Toon Hermans naar haar graf begeleidde. Het was beter dan helemaal niks, en daar waren we oprecht dankbaar voor, maar emotionele voldoening schonk dat hele gebeuren niet.
Ach, laat ons niet flauw doen, we kennen allemaal diezelfde angstige zoektocht. We hebben het doopsel (gelukkig maar) overboord gegooid, maar ik had mijn beide petekinderen toch graag bij een kampvuur voor de hele stam in de lucht gestoken: “Dit is vanaf nu mijn bloed, en ik zal er zonder verpinken een aanstormende trein voor opvangen”. Het blijft tegenwoordig in het beste geval bij een toast op de babyborrel."

 

1714988-2f8b93b1935a0f4891f4cfe1f9fc2c6f.jpg
Tom De Cock (Rotselaar, 23 september 1983)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten