Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Alejandro Zambra

De Chileense schrijver Alejandro Zambra werd op 24 september 1975 geboren in Santiago de Chile, waar hij ook opgroeide. Zie ook mijn blog van 10 november 2010 en eveneens alle tags voor Alejandro Zambra op dit blog.

Uit: Manieren om naar huis terug te keren (Vertaald door Luc de Rooy)

“Het was al laat geworden en ik werd naar bed gestuurd. Met tegenzin probeerde ik een plek te vinden in de tent. Ik was bang dat ik in slaap zou vallen, maar ik vond afleiding in het luisteren naar de stemmen die opgingen in de nacht. Ik begreep dat Raúl de vrouwen was gaan wegbrengen, want nu begonnen ze over hen te roddelen. Een stem zei dat het meisje raar was. Ik had haar helemaal niet raar gevonden. Ik had haar juist mooi gevonden. En de vrouw, zei mijn moeder, leek helemaal niet op een docente Engels – ze had de uitstraling van een doodgewone huisvrouw, voegde een andere buurman eraan toe, en zo gingen ze nog even op een lacherige toon verder.
Ik dacht aan het gezicht van een docente Engels, aan hoe het gezicht van een docente Engels eruit moest zien. Ik dacht aan mijn moeder, aan mijn vader. Ik dacht: wat voor een gezicht hebben mijn ouders. Maar ouders hebben eigenlijk nooit echt een gezicht. We leren nooit goed naar ze te kijken.
Ik dacht dat we weken, misschien wel maanden onder de blote hemel zouden doorbrengen, wachtend op een vrachtwagen met voedsel en dekens in de verte, en ik zag zelfs voor me dat ik op televisie zou komen, waar ik alle Chilenen zou bedanken voor de hulpgoederen, zoals bij overstromingen – ik dacht aan die vreselijke overstromingen van de voorbije jaren, toen ik de straat niet op kon en het bijna verplicht was voor het televisiescherm te blijven zitten om te kijken naar de mensen die alles verloren hadden.
Maar zo verliep het niet. De rust keerde zo goed als meteen weer terug. In die verlaten uithoek ten westen van Santiago had de aardbeving eigenlijk alleen maar voor flinke ongerustheid gezorgd. Er gingen nogal wat muren tegen de vlakte, maar meer schade, laat staan doden of gewonden, was er niet. Op televisie werd de verwoeste haven van San Antonio getoond en verschillende straten die ik gezien had of meende te hebben gezien tijdens de zeldzame keren dat ik in het centrum van Santiago was geweest. Verward voelde ik aan dat daar wel echt werd geleden.”

 

 1677785-1520e9bfb2a16ff67e7a1abd844295b6.jpg
Alejandro Zambra (Santiago de Chile, 24 september 1975)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Peter Drehmanns, Antonio Tabucchi, Mary Coleridge, Jaroslav Seifert, Leni Saris, Theodor Körner, Euripides

De Nederlandse dichter en schrijver Peter Drehmanns werd op 22 september 1960 in Roermond geboren. Zie ook alle tags voor Peter Drehmanns op dit blog.

 

Opvoedkundig

ga niet met die man mee
hij houdt de vinger aan de pols
hij is van de wereld
hij volgt de regen door de greppels
doet het grint grijnzen

ga niet met die man mee
hij wast je handen wit
hij ruikt naar rundvet
ontsnapt aan de nederlaag

ga niet met die man mee
hij zet je zomaar op achterstand
lost de belofte ruimschoots in
ga niet met die man mee
hij verdwijnt waar je bij staat

 

 

Rob Brentjens (19)

Op de plek waar nu een warenhuis staat
waar men geuren voor vrouwen
riemen voor mannen verkoopt
daar deed ik de havo, het was een dependance,
ik studeerde af en nog eens af, opgeleid
tot leerkracht maar ineens werkend
als tractorenverkoper, een mooie job.

Er kwam een ommezwaai: schepen
voeren mijn leven in en uit, ik
was sluismeester, elf jaar lang. Intussen
betrok ik een huis langs de spoorlijn -
met zoon en dochter keek ik 's avonds
na het werk naar de treinen die almaar
voorbijgingen.

 

 1656516-ebca2d8665715aa01e03dac999aefdea.jpg
Peter Drehmanns (Roermond, 22 september 1960)

 

 

De Italiaanse schrijver, vertaler, en literatuurwetenschapper Antonio Tabucchi werd op 23 september 1943 geboren in Pisa. Zie ook mijn blog van 23 september 2010 en eveneens alle tags voor Antonio Tabucchi op dit blog.

Uit: The Missing Head (Vertaald door Patrick Creagh)

“I’m off to have a piss,” replied Manolo curtly.
“Best thing for you,” said his wife.
Manolo shifted his penis inside his underpants, because it was swollen and hard and pressing on his testicles enough to hurt.
“I’d still be able to finfar,” he said, “I wake up like this every morning, with my mangalho as taut as a rope, yes I’d still be able to finfar.”
“It’s your bladder,” said his wife, “you’re old, Rey, you think you’re young but you’re old, even older than I.”
“I’d still be able to finfar,” retorted Manolo, “but I can’t finfar you, your cunt’s full of spiders’ webs.”
“Then off you go and piss,” said his wife to end the matter.
Manolo scratched his head. For some days he had been suffering from a rash that started at the nape of his neck and spread up into his hair, and it itched intolerably.
“Shall I take Manolito?” he whispered to his wife.
“Leave the poor child to sleep,” she replied.
"Manolito likes having a piss with his grand-dad," claimed Manolo.
He looked over towards the camp bed on which Manolito was sleeping and felt a surge of tenderness. Manolito was eight years old. He was all that was left to him of his descendants. He did not even look like a gypsy. He had straight black hair, to be sure, like that of a true gypsy, but he also had blue-green eyes, as must have been those of his mother, whom Manolo had never met. His son Paco, his only son, had fathered him on a prostitute from Faro, an English girl he said, who was walking the streets of Gibraltar when Paco had started pimping for her. Then the girl had been packed off to England by the police, and Paco had found himself saddled with the child. He in turn had dumped him on the grandparents, having an important business deal to bring off in Algarve, he was in the cigarette-smuggling racket. But from that bit of business he never returned.”

 

 1656516-fb150a67833f7d40722986bd1d062054.jpg
Antonio Tabucchi (23 september 1943 – 25 maart 2012)
In 1988 

 

 

De Engelse dichteres en schrijfster Mary Elizabeth Coleridge werd geboren in Londen op 23 september 1861. Zie ook mijn blog van 23 september 2010 en eveneens alle tags voor Mary Colderidge op dit blog.

 

L'oiseau bleu

The lake lay blue below the hill.
O'er it, as I looked, there flew
Across the waters, cold and still,
A bird whose wings were palest blue.

The sky above was blue at last,
The sky beneath me blue in blue.
A moment, ere the bird had passed,
It caught his image as he flew.

 

 

Larghetto

Grant me but a day, love,
But a day,
Ere I give my heart,
My heart away,
Ere I say the word
I'll ne'er unsay.

Is it earnest with me?
Is it play?
Did the world in arms
Cry to me, "Stay!"
Not a moment then
Would I delay.

Yet, for very love,
I say thee nay.
Ere I give my heart,
My heart away,
Grant me but a day, love,
But a day!

 

 1656516-6d01223990e54cf98408ae885a93dbe2.jpg
Mary Coleridge (23 september 1861 – 25 augustus 1907)
Illustratie door Eleanor Vere Boyle in Voices from Fairyland, the fantastical poems of Mary Coleridge Charlotte Mew and Sylvia Townsend Warner. 

 

 

De Tsjechische dichter Jaroslav Seifert werd op 23 september 1901 geboren en groeide op in de arbeiderswijk ´i¸kov in Praag. Zie ook mijn blog van 23 september 2010 en eveneens alle tags voor Jaroslav Seifert op dit blog.

 

Fragment of a Letter

All night rain lashed the windows.
I couldn't go to sleep.
So I switched on the light
and wrote a letter.

If love could fly,
as of course it can't,
and didn't so often stay close to the ground,
it would be delightful to be enveloped
in its breeze.

But like infuriated bees
jealous kisses swarm down upon
the sweetness of the female body
and an impatient hand grasps
whatever it can reach,
and desire does not flag.
Even death might be without terror
at the moment of exultation.

But who has ever calculated
how much love goes
into one pair of open arms!

Letters to women
I always sent by pigeon post.
My conscience is clear.
I never entrusted them to sparrowhawks
or goshawks.

Under my pen the verses dance no longer
and like a tear in the corner of an eye
the word hangs back.
And all my life, at its end,
is now only a fast journey on a train:

I'm standing by the window of the carriage
and day after day
speeds back into yesterday
to join the black mists of sorrow.
At times I helplessly catch hold
of the emergency brake.

Perhaps I shall once more catch sight
of a woman's smile,
trapped like a torn-off flower
on the lashes of her eyes.
Perhaps I may still be allowed
to send those eyes at least one kiss
before they're lost to me in the dark.

Perhaps once more I shall even see
a slender ankle
chiselled like a gem
out of warm tenderness,
so that I might once more
half choke with longing.

How much is there that man must leave behind
as the train inexorably approaches
Lethe Station
with its plantations of shimmering asphodels
amidst whose perfume everything is forgotten.
Including human love.

That is the final stop:
the train goes no further.

 

Vertaald door Ewald Osers

 

 1656516-0a9e01c21be4a2421af187da9fa58274.jpg
Jaroslav Seifert ( 23 september 1901 – 10 januari 1986)

 

 

De Nederlandse schrijfster Leni Saris werd geboren in Rotterdam op 23 september 1915. Zie ook mijn blog van 23 september 2010 en eveneens alle tags voor Leni Saris op dit blog.

Uit: Regine

“Frank staat half onder de donkere poort verborgen en staart aandachtig omhoog naar de veranda waar het jonge dienstmeisje ijverig bezig is de was op te hangen.
Ze is totaal onkundig van de luisteraar daar beneden onder bij de poort. Uit volle borst galmt ze:
Du hast das Herzen mein,
So ganz genommen ein....
Maar vanaf het eerste ogenblik dat hun ogen elkaar over die grote afstand ontmoeten is dat lied van beide zijden niets dan de eenvoudige waarheid.
Uit het huis komt opeens de boze stem van de huishoudster: "Regine Keller, zie je dan niet dat er een heer onder bij de poort staat? Jij ook met je eeuwige geblèr!"
Over het wasgoed kijken twee grote, verschrikte ogen naar de elegante, knappe vreemdeling.
Frank heeft plezier in het gedrag van het verschrikte kleine meisje en blijft lachend omhoog kijken. Regines ogen gaan nog wijder open en ze bloost.
"Ja, ik kom al!" roept ze verschrikt en maakt aanstalten om snel naar beneden te gaan.”

 

 1656516-7d0047d631550514c3cde81ac7ff48c1.JPG
Leni Saris (23 september 1915 – 9 december 1999)
Cover omnibus

 

 

De Duitse dichter en schrijver Theodor Körner  werd geboren op23 september 1791 in Dresden. Zie ook mijn blog van 23 september 2010 en eveneens alle tags voor Theodor Körner op dit blog.

 

Knospen - Am Elbbrunnen

Sei freundlich mir gegrüßt, du stille Quelle,
Aus tiefer Felsenkluft so klar entsprungen!
Der Liebe süßes Lied sei dir gesungen;
Begeistert tön’ es an der heil’gen Stelle!

Du bist so kühlend, bist so rein, so helle;
Noch ist dir nicht dein kühnster Sturz gelungen;
Doch hast du bald der Felsen Macht bezwungen;
Dann rauscht in breiten Strömen deine Welle.

Jetzt fülle hell mir die kristallne Schale!
In Träumen kommt die Knabenwelt gezogen;
Ihr bring’ ich froh den ersten Labetrunk.

Denn ach! schon früh saß ich in deinem Tale
Und lauschte oft dem Murmeln deiner Wogen,
Und still ergreift mich jetzt Erinnerung.

 

 1656516-9737a1706b024ef711d7b9e6ad668adc.jpg
Theodor Körner (23 september 1791 - 26 augustus 1813)
Als student in Freiberg, portret door Friedrich Mardersteig, voor 1899

 

 

De Griekse schrijver Euripides werd geboren in 480 of 484 voor Christus. Zie ook mijn blog van 23 september 2010 en eveneens alle tags voor Euripises op dit blog.

Uit: Medea

“Voedster:
Zal Jason, al verstiet hij ook hun moeder,
ooit dulden, dat zijn kind´ren ´t zoo vergaat?
Dienaar:
Nieuwe verwantschap gaat nu boven d´ oude
en Creon is ons huis niet welgezind.
Voedster:
Dan zie ´k geen redding meer, als wij, eer ´t een
verduwd is, nieuw verdriet bij ´t oude voegen.
Dienaar:
Maar luister eens: ´t is beter, dat Medea
het nog niet hoort; stil dus, en zwijg ervan!
Voedster:
Ach, hoort gij, kind´ren, wat uw vader doet?
Vervloeken - neen, dat mag ´k mijn meester niet,
maar wel verraadt zijn daad gebrek aan liefde.
Dienaar:
Zoo zijn de menschen; ziet gij dat eerst nu,
hoe elk zichzelf meer dan zijn naaste mint?
Voedster:
Gaat nu naar binnen, kind´ren; dat is beter.
Houdt gij ze zooveel mogelijk alleen,
ver van hun moeder, tot haar stemming keert.
´k Zag haar al eens hen aanzien met een blik
vol gramschap, of ze op booze dingen zon.
En ´k weet: haar woede zal niet eer bedaren,
voor ze iemand treft; maar als ´t gebeuren moet,
dan treffe zij haar haat, heur liefde niet.”

 

Vertaald door Dr. Chr. Deknatel

 

 1656516-e49696df60c87b0c9e06ed61d6739f2d.jpg
Euripides (484 v. Chr – 406 v. Chr)
Jason en Medea door Carle van Loo , 1759

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e september ook mijn blog van 23 september 2012 deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:32 Reageer op dit bericht

Tom De Cock

De Vlaamse schrijver en radio-dj Tom De Cock werd geboren in Rotselaar op 23 september 1983. Hij woont in Borgerhout. Op 16-jarige leeftijd schreef hij zijn eerste boek “De Openbaring”. In 2008 was hij radiopresentator bij Donna, waarbij hij op zaterdag het blok van 15 uur tot 20 uur voor zijn rekening nam. Nadat er aan Donna een eind was gekomen, ging De Cock aan de slag bij MNM met zijn programma De Cock Late Night en in het weekeinde Weekend De Cock. Sinds het najaar van 2012 presenteert hij er Planeet De Cock. Hij doet af en toe aan publieksopwarming bij onder andere Steracteur Sterartiest, Peter Live, Eurosong en Zo is er maar één en is soms ook te horen als voice-over bij tv-programma's. Voor OP12 maakte De Cock eind september 2012 een programma voor tieners rond de lokale verkiezingen. Het programma liep een week. Op het einde van de week volgde een liveshow op Eén over de invloed van het lokale beleid op jongeren.

Uit: Weg met het lentefeest! (Column)

“Ook kindjes die géén ballon hebben, horen erbij!” Kabeng, daar hadden we niet van terug. De volgepakte turnzaal van de lokale lagere school slikte de zedenles als koek, en daar was een goeie reden voor. Ze kwam namelijk uit de mond van een meute zesjarige rakkers die eruit zagen om op te vreten, zo schattig. Het was mijn allereerste lentefeest, afgelopen weekend.
(...)

Na afloop stak ik gealarmeerd mijn licht op bij verschillende kennissen, en mijn vrees werd bewaarheid. Het betreft hier inderdaad in alle windstreken van het land dezelfde nogal zielloze vertoning: kinderen van zes of twaalf die, bijgestaan door geëngageerde en goed bedoelende leerkrachten zedenleer, een toneelstukje opvoeren met als rode draad vriendschap, diversiteit en groen bewustzijn. De kwaliteit van het oeuvre varieert van dorp tot dorp. Een kwartier later gloeit de barbecue, vloeit de cava rijkelijk en verwisselen My Little Pony’s van eigenaar.
(…)

Mijn grootmoeder overleed vorig jaar. Ik probeerde de plechtigheid niet-religieus maar toch memorabel te maken. Ik kon door het verdriet niet zelf de honneurs waarnemen; noodgedwongen kwamen we uit bij een vrijwilligster van de lokale parochie. Een engel van een vrouw die als dienst aan de maatschappij een alternatief afscheid in elkaar bokst voor elke familie die daar nood aan heeft. Een volstrekte vreemde, die mijn grootmoeder in een kunstmatig, traditieloos amalgaam van improvisatie en teksten van Toon Hermans naar haar graf begeleidde. Het was beter dan helemaal niks, en daar waren we oprecht dankbaar voor, maar emotionele voldoening schonk dat hele gebeuren niet.
Ach, laat ons niet flauw doen, we kennen allemaal diezelfde angstige zoektocht. We hebben het doopsel (gelukkig maar) overboord gegooid, maar ik had mijn beide petekinderen toch graag bij een kampvuur voor de hele stam in de lucht gestoken: “Dit is vanaf nu mijn bloed, en ik zal er zonder verpinken een aanstormende trein voor opvangen”. Het blijft tegenwoordig in het beste geval bij een toast op de babyborrel."

 

1714988-2f8b93b1935a0f4891f4cfe1f9fc2c6f.jpg
Tom De Cock (Rotselaar, 23 september 1983)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Dannie Abse, Lodewijk van Deyssel, Fay Weldon, György Faludy, Hans Leip

De Britse dichter en schrijver Dannie Abse werd geboren op 22 september 1923 in Cardiff, Wales. Zie ook mijn blog van 22 september 2010 en eveneens alle tags voor Dannie Abse op dit blog.

 

Moonbright

Afterwards, late, walking home from hospital,
that December hour too blatantly moonbright
‐ such an unworldly moon so widely round,
an orifice of scintillating arctic light –
I thought how the effrontery of a similar moon,
a Pirandello moon that could make men howl,
would, in future, bring back the eidolon
of you, father, propped high on pillow,
your mouth ajar, your nerveless hand in mine.

At home, feeling hollow, I shamelessly wept
‐ whether for you or myself I do not know.
Tonight a bracing wind makes my eyes cry
while a cloud dociles an impudent moon
that is and was, and is again, and was.

Men become mortal the night their fathers die.

 

Case History

'Most Welshmen are worthless,
an inferior breed, doctor.'
He did not know I was Welsh.
Then he praised the architects
of the German death-camps--
did not know I was a Jew.
He called liberals, 'White blacks',
and continued to invent curses.

When I palpated his liver
I felt the soft liver of Goering;
when I lifted my stethoscope
I heard the heartbeats of Himmler;
when I read his encephalograph
I thought, 'Sieg heil, mein Fuhrer.'

In the clinic's dispensary
red berry of black bryony,
cowbane, deadly nightshade, deathcap.
Yet I prescribed for him
as if he were my brother.

Later that night I must have slept
on my arm: momentarily
my right hand lost its cunning.

 

 1656080-84fa3fd65ad3b51bf7b73d3e67c268e2.jpg
Dannie Abse (Cardiff, 22 september 1923)
Portret door zijn zoon David Abse

 

 

De Nederlandse schrijver Lodewijk van Deyssel werd geboren op 22 september 1864 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 22 september 2010 en eveneens alle tags voor Lodewijk van Deyssel op dit blog.

Uit: In de Zwemschool

“Het joggie had, met den gewonen, rappen, kwijllozen, hágeligen speekselworp, in zijn gore binnenhanden gespoegd, en de spanen, die recht-uit in 't bootje tegen de opstaande randen lagen, aan-gevat, ze aan de bruin-verroeste ringetjes om de korte spilletjes doen draayen, zoo dat zij als griezelig lange magere armen zich uit strekten aan weêrskante van 't oude bootjeslijf, en terwijl zijn lijfje aan de naar-voren geduwde handvatsels der spanen recht naar voren boog, het grijze boezeroen strak trekkend over het rugje, met plotse gleuven tusschen het nekvel en het boezeroen en aan het rugonder tusschen het boezeroen en den broekrand, plompten van-achteren, ver van hem van-daan, de breedere spaan-einden in 't er om heen opsoppende water, en nu, óp-staand, vast aan de handvatsels, om meer kracht te kunnen zetten, trok hij met het heele langzaam weêr neêr-zijgende lijf de stokken, die draaiden om den spil, met zich meê naar achteren, waardoor de onzichtbare spanen voor-waarts schoven met geweld, tegen het water in duwend, en de boot snel een ferm eindje verder gleed, nog al-door toen de spanen druipend uit het water stegen en het joggie, door de handvatsels voor-waarts te duwen met borst en stijve armen de glimmend-natte einden weêr naar achteren bewoog, wendend zijn hooffie links en rechts, kijkend uit de oogen, licht als geblauwd linnen, of er niet opgepast moest worden voor grootere schuiten of schepen. Zijn pet met rechte klep stond schuin naar het groezelig linker oor en ver uit-de-oogen geschoven, het vale voorhoofdje hoog open latend, en zoo dat aanzien van brutale luchthartigheid aan zijn bedeesde gewoonheid gevend. Maar er waren geen vaartuigen dicht bij, een kleine stoomboot was juist voor-bij gegaan, de rivier tot lange gladde bronzen plooyen achter zich pijpend, waardoor de vlet even hooger werd getild en zachtjes op-en-neêr voort deinde. Geen-zijds de zwemschool snel-gleed een versch-bruine giek voor-bij, waarin mannetjes zaten met rood- en wit-gestreepte kalotjes op en rood- en wit gestreepte borstrokken aan, twee aan twee in vier rijen, die met mekanieke zekerheid van vlug bewegen de acht lijven voor-over strekten, ieder met een frisch-bruine roeispaan in de handen, en dan weêr recht-op zaten, terwijl de ranke schuit voort-ijlde, smal in haar rechte varensrichting, en de roeispanen geruischloos kalm en vlug uit het water werden opgewipt, gekeerd tot even-roerloze-plat-ligging en dan weer neêrnegen glad en slank zonder sproei-morsen in het water, tot nauwlijks onder het vlak, om mooi te roeyen. Daar achter stond de andere oever stil en leeg uit met zijn platte weg en zijn onaanzienlijke boomen, gewoon groen zoo als elke lente; tusschen de stammen smal naar boven uit-eindende stukken weiland, lícht groen, en daar boven luchtjes, wit-grijs, tegen de samene boomgebladerten aan.”

 

 1656080-36b7de69f7cca98874c798249479468f.jpg
Lodewijk van Deyssel (22 september 1864 - 26 januari 1952)
In 1922 

 

 

De Britse schrijfster Fay Weldon werd geboren op 22 september 1931 in Alvechurch, Engeland. Zie ook mijn blog van 22 september 2010 en eveneens alle tags voor Fay Weldon op dit blog

Uit: Run Daddy And Ask If He Has Any More Money

“David was helping Milly out in the shop over the pre-Easter rush. And why should he not? The Poly (sorry, University) was closed for the holidays (sorry, vacation) and in Milly's words, David had "nothing better to do." His wage remained that of a lecturer no matter that he was called a professor. You can re-name everything you like, but harsh facts don't alter just because you've done so. In other words, money was tight and if Milly could do without extra staff so much the better. Nevertheless, David felt that helping out was a humiliation, and blamed Milly for it. In Milly's view a man was only working if you could see him working, and who can see a man thinking?
The voice he recognised was that of Bettina Shepherd; the voice had a most attractive actressy double timbre (that's in italics because it's French, not because it has significance for this story) and it was familiar because there'd been a time when it had spoken many words of true love, murmured many a sinful suggestion into his ear. But all that had been some seven years back, a long time ago: longer, surely, than was needed to make that man now feel responsible for the man then. Do we not all grow an entirely new skin every seven years? Should a man not be allowed to start anew; as with a driving licence, should the passage of time not wipe out past misdeeds?
Daddy was the man Bettina referred to: he was at the back of the shop where the inexpensive trinkets were. Bettina was looking peculiarly attractive in a cashmere dress, in seasonal yellow, belted by a linked chain which for all anyone could tell was made of pure gold; the whole setting off her bosomy figure, little waist and black hair to advantage. Daddy was gray-suited, good-looking, gentlemanly and wore a solid gold tie-pin. David thought he looked extremely boring and rather stupid, but David would, wouldn't he?”

 

 1656080-1a3ad57550d27822710e5331aa7c95ae.jpg
Fay Weldon (Alvechurch, 22 september 1931)

 

 

De Hongaarse dichter en schrijver György Faludy werd geboren op 22 september 1910 in Boedapest. Zie ook mijn blog van 22 september 2010 en eveneens alle tags voor György Faludy op dit blog.

 

The United States

Collecting trash is our life.
The cities are falling apart.
The more electricity we burn,
the more noticeable the dark.

“Quantitative changes lead
to qualitative transformations.”

The more cars are made,
and the more cars are sold,
the trashier they become.
(Ditto the customers, the makers,
and the mechanics, young and old.)

 

Vertaald door Paul Sohar

 

 

Future Days

History cannot be predicted.
The girls of today are lovelier, brighter,
the boys more sporty and more cheerful
and far less erudite.

Some seven nations fabricate A-bombs,
like machine-guns or cannon of old.
If you worry, they will reassure you: we
produce them not to use them, you’re told.

There are a lot more than a billion
Chinese. We are not interested
in them. They work and keep their silence.
What if they make a request?

The mighty sheets of Arctic ice
melt beneath the polar bears.
Will the rising oceans spare us
behind our seawalls built of prayers?

Our great green plain becomes a dust cloud,
a dirt-grey, dry, deserted dump.
Only the Voice of God could help, but
the Lord never blows the trumpet

 

Vertaald door Thomas Land

 

 

 1656080-cbeca3bd8a09cf8fe058d19884e6f405.jpg
György Faludy (22 september 1910 – 1 september 2006)


 

De Duitse dichter en schrijver Hans Leip werd geboren op 22 september 1893 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Hans Leip op dit blog.

 

Seemusik

Der Möve Silberschrei,
der Tümmler Schelmerei,
der Woge Rauschgefieder,
der Brise Segellieder.

Es musiziert die See,
wenn ich am Schanzbord steh;
die vielen Melodien,
sie kommen und sie fliehen.

O, aller Klänge Zier,
die Finger zucken mir,
als wenn sie mächtig faßten
der Sphären blanke Tasten.

 

 1656080-00b7759d8d639dd334654c430c55c940.jpg
Hans Leip (22 september 1893 – 6 juni 1983)

 

 

Zie voor nog meer schrijves van de 22e september ook mijn blog van 22 september 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:08 Reageer op dit bericht

Nick Cave

De Australische singer / songwriter, dichter, schrijver en acteur Nicholas Edward Cave werd geboren in Warracknabeal op 22 september 1957. Nick ontmoette Mick Harvey en Phil Calvert op de middelbare school in Caulfield nabij Melbourne, en zij richtten in 1973 een band op onder de naam The Boys Next Door. De band onderging een naamsverandering naar The Birthday Party toen ze naar Londen verhuisden. In 1983 verhuisde de band naar West-Berlijn, en viel kort daarna uit elkaar. Cave, Harvey, en Bargeld vormden daarna Nick Cave and the Bad Seeds met Barry Adamson. De band bracht een aantal succesvolle albums uit over de laatste 20 jaar. Cave verhuisde naar São Paulo, Brazilië, alwaar hij in 1987 trouwde met Viviane Carneiro. Hij heeft een zoon uit dit huwelijk, Luke (1991). Begin 1993 verhuisde hij terug naar Londen. Muziek geschreven door Nick Cave wordt gebruikt in een aantal van de films gemaakt door Wim Wenders. Hij is ook de mede-auteur van de onafhankelijk geproduceerde film “Ghost of the Civil Dead” uit 1989. In hetzelfde jaar bracht hij een boek uit met de titel “And the Ass Saw the Angel”, dat warm werd ontvangen door critici. In 2009 volgde zijn tweede roman “The Death of Bunny Munro”. Nick Cave schreef ook het script voor de film “The Proposition” van John Hillcoat (2005). De muziek voor deze film schreef hij samen met Warren Ellis. In 2007 verscheen het eerste album van zijn nieuwe project, “Grinderman”. Deze groep bestaat buiten Nick Cave zelf uit enkele leden van the Bad Seeds. In maart 2008 verscheen een nieuw album met de Bad Seeds: “Dig, Lazarus, Dig!!!”. Op 10 december 2011 maakte de groep bekend per direct uit elkaar te gaan. In november 2010 verscheen het lied “O Children” in de film Harry Potter and The Deathly Hallows part 1.

Uit: The Death of Bunny Munro

"I am damned,' thinks Bunny Munro in a sudden moment of self-awareness reserved for those who are soon to die. He feels that somewhere down the line he has made a grave mistake, but this realisation passes in a dreadful heartbeat, and is gone - leaving him in a room at the Grenville Hotel, in his underwear, with nothing but himself and his appetites. He closes his eyes and pictures a random vagina, then sits on the edge of the hotel bed and, in slow motion, leans back against the quilted headboard. He clamps the mobile phone under his chin and with his teeth breaks the seal on a miniature bottle of brandy. He empties the bottle down his throat, lobs it across the room, then shudders and gags and says into the phone, 'Don't worry, love, everything's going to be all right.'
'I'm scared, Bunny,' says his wife, Libby.
'What are you scared of? You got nothing to be scared of.'
'Everything, I'm scared of everything,' she says.
But Bunny realises that something has changed in his wife's voice, the soft cellos have gone and a high rasping violin has been added, played by an escaped ape or something. He registers it but has yet to understand exactly what this means.
'Don't talk like that. You know that gets you nowhere,' says Bunny, and like an act of love he sucks deep on a Lambert & Butler. It is in that instance that it hits him - the baboon on the violin, the inconsolable downward spiral of her drift - and he says, 'Fuck!' and blows two furious tusks of smoke from his nostrils.
'Are you off your Tegretol? Libby, tell me you've been taking your Tegretol!'
There is silence on the other end of the line then a broken, faraway sob.
'Your father called again. I don't know what to say to him. I don't know what he wants. He shouts at me. He raves,' she says.
'For Christ's sake, Libby, you know what the doctor said. If you don't take your Tegretol, you get depressed. As you well know, it's dangerous for you to get depressed. How many fucking times do we have to go through this?"

 

 1735051-830b48f03c6473d793e2930f94b6f7be.jpg
Nick Cave (Warracknabeal , 22 september 1957)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

80 Jaar Leonard Cohen, Stephen King, Frédéric Beigbeder

80 Jaar Leonard Cohen

De Canadese dichter, folk singer-songwriter en schrijver Leonard Cohen werd geboren op 21 september 1934 te Montréal. Leonard Cohen viert vandaag zijn 80e verjaardag. Zie ook mijn blog van 21 september 2010 en eveneens alle tags voor Leonard Cohen op dit blog..

 

Suzanne

Suzanne takes you down to her place near the river.
You can hear the boats go by,
You can spend the night beside her.
And you know she's half crazy,
But that's why you want to be there.
And she feeds you tea and oranges that come all the way from China.
And just when you mean to tell her that you have no love to give her,
Then she gets you on her wavelength
And she lets the river answer
That you've always been her lover.

And you want to travel with her,
And you want to travel blind,
And you know she will trust you,
For you've touched her perfect body with your mind.

And Jesus was a sailor, when he walked upon the water
And he spent a long time watching from his lonely wooden tower.
And when he knew for certain, only drowning men could see him,
He said: "All men will be sailors then, until the sea shall free them."
But he himself was broken
Long before the sky would open,
Foresaken, almost human,
He sank beneath your wisdom, like a stone

And you want to travel with him
And you want to travel blind
And you think maybe you'll trust him
For he's touched your perfect body with his mind.

Now Suzanne takes your hand and she leads you to the river.
She's wearing rags and feathers from Salvation Army counters.
And the sun pours down like honey on our Lady of the Harbor.
And she shows you where to look, among the garbage and the flowers.
There are heros in the seaweed,
There are children in the morning,
They are leaning out for love,
They will lean that way forever,
While Suzanne holds the mirror.

And you want to travel with her,
And you want to travel blind,
And you know you can trust her
For she's touched your perfect body with her mind.

 

 

I wonder how many people in this

I wonder how many people in this city
live in furnished rooms.
Late at night when i look out at the buildings
I swear I see a face in every window
looking back at me
and when I turn away
I wonder how many go back to their desks
and write this down.

 

 

I’m your man

 

 

 

 1655365-b1143d5b39a7d850407de2bffbde0ffc.jpg
Leonard Cohen (Montréal, 21 september 1934)

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Stephen Edwin King werd geboren in Portland, Maine, op 21 september 1947. Zie ook mijn blog van 21 september 2010 en eveneens alle tags voor Stephen King op dit blog.

Uit: Carrie

“The locker room was filled with shouts, echoes, and the subterranean sound of showers splashing on tile. The girls had been playing volleyball in Period One, and their morning sweat was light and eager.
Girls stretched and writhed under the hot water, squalling, flicking water, squirting white bars of soap from hand to hand. Carrie stood among them stolidly, a frog among swans. She was a
chunky girl with pimples on her neck and back and buttocks, her wet hair completely without
color. It rested against her face with dispirited sogginess and she simply stood, head slightly
bent, letting the water splat against her fl esh and roll off. She looked the part of the sacrificial
goat, the constant butt, believer in left-handed monkey wrenches, perpetual foul-up, and she was.
She wished forlornly and constantly that Ewen High had individual—and thus private—
showers, like the high schools at Westover or Lewiston. They stared. They always stared.
Showers turning off one by one, girls stepping out, removing pastel bathing caps, toweling,
spraying deodorant, checking the clock over the door. Bras were hooked, underpants stepped
into. Steam hung in the air; the place might have been an Egyptian bathhouse except for the
constant rumble of the Jacuzzi whirlpool in the corner. Calls and catcalls rebounded with all the snap and flicker of billiard balls after a hard break.
“—so Tommy said he hated it on me and I—”
“—I’m going with my sister and her husband. He picks his nose but so does she, so they’re
very—”
“—shower after school and—”
“—too cheap to spend a goddam penny so Cindi and I—”
Miss Desjardin, their slim, nonbreasted gym teacher, stepped in, craned her neck around briefly, and slapped her hands together once, smartly. “What are you waiting for, Carrie? Doom? Bell in five minutes.” Her shorts were blinding white, her legs not too curved but striking in their unobtrusive muscularity. A silver whistle, won in college archery competition, hung around her neck.“

 

 1655365-f44b07a966aa1ef8d9ef4814a661d2da.jpg
Stephen King (Portland, 21 september 1947)

 

 

De Franse schrijver Frédéric Beigbeder werd geboren op 21 september 1965 in Neuilly-sur-Seine. Zie ook mijn blog van 21 september 2010 en eveneens alle tags voor Frédéric Beigbeder op dit blog.

Uit: L'Egoiste Romantique

« C'est impossible ce que tu me demandes. Je n'arriverai jamais à ne plus t'aimer.
La pire des drogues reste l'amour. Tu m'as rendu à la vie, redonné gout aux émotions. Partout où j'allais, je ne voyais que ta bouche fraîche et mes yeux s'embuaient en ton absence. Un reste d’innocence me donnait le rouge aux joues. A partir de maintenant et jusqu'à ma mort, chaque fois que quelqu'un prononcera ton prénom devant moi, il est possible que mon regard se perde un petit peu dans le vague. Les autres diront : "il a trop bu, il a des absences", mais moi, je m'en moquerai, je serai déjà loin, contre toi, à Los Angeles entre tes bras dorés,ou à Porto Ercole perdu dans tes longs cheveux salés, à Istanbul et Moscou et Amsterdam contre tes seins crémeux, dans le paradis de l'amour réciproque, ce rêve impossible auquel tu m'as un jour, de nouveau, donné l’accès. »
(…)

« On dit souvent que la beauté est aux femmes ce que le pouvoir est aux hommes : leur premier atout de séduction. On ne dit pas qu’un joli visage est aussi une barrière. La beauté attire les crétins vulgaires et laids, et effraie les timides intelligents et tendres. Elle effectue un mauvais tri ; c’est pourquoi les jolis filles sont toujours avec des connards. La beauté physique devrait plutôt être comparée à la célébrité qu’au pouvoir : éphémère comme elle, tout aussi factice et destructrice, elle est le pire critère d’une rencontre.»

 

 1655365-a231390495ebe0b923698ca9edd4f21b.jpg
Frédéric Beigbeder (Neuilly-sur-Seine, 21 september 1965)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e september ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:52 Reageer op dit bericht

Xavier Roelens, Fannie Flag, H.G. Wells, Johann Peter Eckermann

De Vlaamse dichter Xavier Roelens werd op 21 september 1976 in Rekkem (Menen). Zie ook alle tags voor Xavier Roelens op dit blog.

 

Huishouden

we spreken de stoel af, het venster,
daarbuiten de put. hier het laken
en daaronder het naakte slopende meisje

midden de muur hangt gekaderd
het toeziend oog; camera's doen hun werk

en zonder hieraan afbreuk: een stoel wordt
geen stol, houdt huis. zo ook het raamkozijn,
het tekort van de put. het haar dat haar bewaakt

de slaap sloopt niet meer droomt onafgesproken.
het venster graaft zich in het uitzicht in - eerlijk is eerlijk.

 

 

Besluit

Zo vaak als nodig is, zeg ik nee.
Zeg ik nee.
Nee.
Het besluit is gevallen,
het valt, het blijft vallen,
en gelijk het valt, zo val ik.

Wij vallen diep, mijn besluit en ik,
maar wij vallen samen.

Wij zoeken het ravijn,
en van klimmen
is voorlopig geen sprake.

Op de bodem van het ravijn
groeien wonderlijke
bloedbloemen.

 

 1655361-1339b6365212fab11e79776d4e5375bd.jpg
Xavier Roelens (Rekkem, 21 september 1976)

 

 

De Amerikaanse schrijfster en actrice Fannie Flagg (eig. Patricia Neal) werd geboren op 21 september in Birmingham (Alabama). Zie ook mijn blog van 21 september 2010 en evenneens alle tags voor Fannie Flagg op dit blog.

Uit:The All-Girl Filling Station's Last Reunion

“Mrs. Earle Poole, Jr., better known to friends and family as Sookie, was driving home from the Birds-R-Us store out on Highway 98 with one 10-pound bag of sunflower seeds and one 10-pound bag of wild bird seed and not her usual weekly purchase for the past fifteen years of one 20-pound bag of the Pretty Boy Wild Bird Seed & Sunflower Mix. But as she had explained to Mr. Nadleshaft, she was worried that the smaller birds were still not getting enough to eat. Every morning lately, the minute she filled her feeders, the larger more aggressive blue jays would swoop in and scare the little birds all away. She noticed that the blue jays always ate the sunflower seeds first, and so tomorrow, she was going to try putting just plain sunflower seeds in her front yard feeders, and while the blue jays were busy eating them, she would run around the house as fast as she could and put the plain wild bird seed in the feeders in the back yard. That way, her poor finches and titmouses might be able to get a little something, at least. *** As she drove over the Mobile Bay Bridge, she looked out at the big white puffy clouds and saw a long row of pelicans flying low over the water. The bay was sparkling in the bright sun and already dotted with red, white, and blue sailboats headed out for the day. A few people standing alongside the bridge fishing waved as she passed by, and she smiled and waved back. She was almost to the other side when she suddenly began to experience some sort of a vague and unusual sense of wellbeing. And with good reason. Against all odds, she had just survived the last wedding of their three daughters, Dee Dee and the twins, Ce Ce and Le Le. Their only unmarried child now was their 25-year-old son, Carter, who lived in Atlanta. And some other poor (God help her), beleaguered Mother of the Bride would be in charge of planning that happy occasion. All she and Earle would have to do for Carter’s wedding was show up and smile. And today, other than one short stop at the bank and picking up a couple of pork chops for dinner, she didn’t have another single thing she had to do. She was almost giddy with relief. Of course, Sookie absolutely worshipped and adored her girls, but having to plan three large weddings in less than two years had been a grueling, never-ending, twenty-four hours a day job, with all the bridal showers, picking out patterns, shopping, fittings, writing invitations, meeting with caterers, figuring out seating arrangements, ordering flowers, etc.”

 

 1655361-d6888023da51f4d1d39fbecd4b0c3161.jpg
Fannie Flagg (Birmingham, 21 september 1944)

 

 

De Britse schrijver Herbert George Wells werd geboren op 21 september 1866 in Bromley, Kent. Zie ook mijn blog van 21 september 2010 en eveneens alle tags voor H. G. Wells op dit blog.

Uit: The Outline Of History (The Decay of Syria under the Sassanids)

'Syria was broken up into a curious quilt-like pattern of principalities and municipal kingdoms; beginning with the almost barbarous states of Commagene and Edessa (Urfa) in the north.  South of these stood Bambyce, with its huge temples and priestly governors.  Towards the coast a dense population in villages and towns clustered around the independent cities of Antioch, Apamea, and Emesa (Homs); while out in the wilderness the great Semitic merchant city of Palmyra was gaining wealth and greatness as the neutral trading-ground between Parthia and Rome.  Between the Lebanon and Anti-Lebanon we find, at the height of its glory, Heliopolis (Baalbek), the battered fragments of which even now command our admiration. . . . Bending in towards Galilee we find the wondrous cities of Gerasa and Philadelphia (Amman) connected by solid roads of masonry and furnished with gigantic aqueducts. . . . Syria is still so rich in ruins and remains of the period that it is not difficult to picture to oneself the nature of its civilization.  The arts of Greece, imported long before, had been developed into magnificence that bordered on vulgarity.  The richness of ornamentation, the lavish expense, the flaunting wealth, all tell that the tastes of the voluptuous and artistic Semites were then as now.  I have stood in the colonnades of Palmyra and I have dined in the Hotel Cecil, and, save that the latter is built of iron, daubed with sham wood, sham stucco, sham gold, sham velvet, and sham stone, the effect is identical.  In Syria there were slaves in sufficient quantity to make real buildings, but the artistic spirit is as debased as anything made by machinery.  Over against the cities the village folk must have dwelt pretty much as they do now, in houses of mud and dry stone wall ; while out in the distant pastures the Bedouin tended their flocks in freedom under the rule of the Nabatean kings of their own race, or performed the office of guardians and agents of the great trading caravans.
'Beyond the herdsmen lay the parching deserts, which acted as the impenetrable barrier and defence of the Parthian Empire behind the Euphrates, where stood the great cities of Ctesiphon, Seleucia, Hatra, Nisibin, Harran, and hundreds more whose very names are forgotten.  These great townships subsisted on the enormous cereal wealth of Mesopotamia, watered as it then was by canals, whose makers' names were even then already lost in the mists of antiquity.“

 

 1655361-08845d20d9e1b8d2de7df6ad03fc53ae.jpg
H. G. Wells (21 september 1866 - 13 augustus 1946)
Foto uit 1930, ingekleurd door Dana Keller.

 

 

De Duitse dichter Johann Peter Eckermann werd geboren op 21 september 1792 in Winsen (Luhe). Hij was bovenal de medewerker en vriend van Johann Wolfgang von Goethe.Zie ook mijn blog van 21 september 2010 en eveneens alle tags voor Johann Peter Eckermann op dit blog.

 

An... Es sandte der April

Es sandte der April uns herbe Schauer,
Kein grünes Blättchen wagte sich hervor;
Schien ja die Sonne, war's von kurzer Dauer,
Gleich hüllend sich in finstrer Wolken Flor.
Da war's am besten im gesell'gen Zimmer,
Am besten dort, wo man Dich, Holde, sah;
In Deiner Anmut Nähe glaubt' ich immer,
Es sei der Lenz mit allen Freuden da.

 

 

Das Dachstübchen

Du wohnst erhaben in des Himmels Nähe,
Und zwar mit mehr als bloßem Schein:
Glaubt' ich doch oft bei dir in solcher Höhe
An reiner Seligkeit ein Gott zu sein! -

 

 

 1655361-affe878130423d30ead78eaa1ed69bd3.jpg
Johann Peter Eckermann (21 september 1792 - 3 december 1854)
Museum im Marstall met het Eckermann-Gedenkzimmer in Winsen

Geschreven door Romenu om 11:21 Reageer op dit bericht

Donald Hall, Javier Marías, Cyriel Buysse, Upton Sinclair

De Amerikaanse dichter en schrijver Donald Hall werd geboren in Hamden, New Haven County, Connecticut op 20 september 1928. Zie ook mijn blog van 20 september 2010 en eveneens alle tags voor Donald Hall op dit blog.

 

White Apples

when my father had been dead a week
I woke
with his voice in my ear
                         I sat up in bed

and held my breath
and stared at the pale closed door

white apples and the taste of stone

if he called again
I would put on my coat and galoshes

 

 

Ox Cart Man

In October of the year,
he counts potatoes dug from the brown field,
counting the seed, counting
the cellar's portion out,
and bags the rest on the cart's floor.

He packs wool sheared in April, honey
in combs, linen, leather
tanned from deerhide,
and vinegar in a barrel
hoped by hand at the forge's fire.

He walks by his ox's head, ten days
to Portsmouth Market, and sells potatoes,
and the bag that carried potatoes,
flaxseed, birch brooms, maple sugar, goose
feathers, yarn.

When the cart is empty he sells the cart.
When the cart is sold he sells the ox,
harness and yoke, and walks
home, his pockets heavy
with the year's coin for salt and taxes,

and at home by fire's light in November cold
stitches new harness
for next year's ox in the barn,
and carves the yoke, and saws planks
building the cart again.

 

 1654992-e75e0dd5e1b44d630b4adcdcb42038b5.jpg
Donald Hall (Hamden, 20 september 1928)

 

 

De Spaanse schrijver Javier Marías Franco werd op 20 september 1951 in Madrid geboren. Zie ook mijn blog van 20 september 2010 en eveneens alle tags voor Javier Marías op dit blog.

Uit: De verliefden (Vertaald door Aline Glastra van Loon)

“De laatste keer dat ik Miguel Desvern of Deverne zag was ook de laatste keer dat hij gezien werd door zijn vrouw, Luisa, wat toch wel vreemd en misschien onrechtvaardig was, aangezien zij zijn vrouw was en ik daarentegen een onbekende die nog nooit een woord met hem had gewisseld. Zelfs zijn naam kende ik niet, die kwam ik pas te weten toen het al te laat was, toen hij op een foto in de krant stond, neergestoken en half uitgekleed en op het punt te veranderen in een dode, als hij dat al niet was voor zijn eigen afwezige bewustzijn dat nooit meer zou terugkeren; het laatste wat hij moet hebben beseft was dat men hem per vergissing en zonder reden met een mes te lijf ging, dat wil zeggen stompzinnig, en dat er bovendien niet één maar meerdere keren werd gestoken, genadeloos, om hem daar ter plekke van de aardbodem te laten verdwijnen en zonder pardon naar de andere wereld te helpen. Te laat voor wat, vraag ik me af. Eerlijk gezegd weet ik het niet. Pas als iemand doodgaat denken we dat het te laat is voor wat dan ook, voor alles - vooral om op hem te wachten - en schrijven we hem zonder meer af. Dat doen we eveneens met familieleden, ook al kost het ons veel meer moeite en treuren we om hen en blijft hun beeld in ons hoofd zitten als we op straat en door ons huis lopen, en geloven we lange tijd dat we er niet aan zullen wennen. Maar vanaf het begin weten we - vanaf het moment dat ze doodgaan - dat we niet meer op hen hoeven te rekenen, zelfs niet voor het alleronbeduidendste, voor een alledaags telefoontje of een domme vraag ('Heb ik de autosleuteltjes daar laten liggen?','Hoe laat zijn de kinderen vandaag weggegaan?'), voor niets. Niets is niets. Eigenlijk is het onbegrijpelijk, want het impliceert dat we zekerheden hebben, wat niet strookt met onze aard: de zekerheid dat iemand niet meer zal komen, niets meer zal zeggen, nooit meer een stap zal zetten - noch om dichterbij te komen noch om zich te verwijderen -, ons niet meer zal aankijken, zijn blik niet meer zal afwenden.”

 

 1654992-0618f09e145e7b400400ff81a20f93b7.jpg
Javier Marías (Madrid, 20 september 1951)

 

 

De Vlaamse schrijver Cyriel Buysse werd geboren op 20 september 1859 in Nevele. Zie ook mijn blog van 20 september 2007. Zie ook mijn blog van 20 september 2010 en eveneens alle tags voor Cyriel Buysse op dit blog.

Uit:Het leven van Rozeke van Dalen

“De klok, in 't keukentje, riep ‘koekoe’, één keer. Alfons werd half wakker. Hij vroeg zich even, in onduidelijk denken, af, of het soms reeds de echte vogel buiten was, en niet de klok. Hij kon 't niet ophelderen; hij sliep dadelijk weer snurkend in.
Toen scheen het hem dat iemand aan zijn venster tikte, en dat een welbekende stem zijn naam riep. Hij wilde opstaan en gaan kijken, maar de slaap van zwaar-drukkende vermoeidheid hield, als met duwende vingers, zijn oogleden dicht, en doofde de inspanning van zijn geest in soezing weer uit.
Toen hoorde hij het eindelijk heel duidelijk: het driemaal bonzen op zijn vensterraam, en de stotterstem van boer Kneuvels, zijn baas, die riep:
‘A.... Alfons.... 't es ien! Toe,.... ge.... ge moet opstoan!’
Opeens was hij klaar wakker en wipte uit zijn bed.
‘Zij-je 't gij, boas?’ riep hij werktuigelijk. En meteen, waggelend op zijn nog onvaste beenen, was hij bij het raampje en trok het open.
De heerlijk-frissche zomernacht-lucht woei hem als een adem van jong leven in 't gezicht, en vulde met een gulle teug van nieuwe krachten zijn benauwde longen.
‘Ghááá!....’ zuchte hij, diep ademhalend. En in de duisternis zag hij den boer daar buiten staan, een donkere, vaag omlijnde gestalte, tegen zwartblauwen, flonkerenden sterrennacht.
‘Dag Al... Alfons,’ hakkelde de boer. ‘Goe... oe weere te weege. Wi... ilt... gij de Van Doalens goan roepen, 'k zal ik o.... om d'ander goan?’
‘Joa ik, boas,’ antwoordde Alfons, die zich reeds aan 't aankleeden was.
Hol en luid klonken hun stemmen in de holte van den nacht. Als een donkere schaduw trok de boer zich terug, en helderder flonkerden in 't vierkant van het open raampje de levend-tintelende sterren aan het donkerblauw uitspansel. Alfons stak 't hoofd naar buiten. De boer was reeds onzichtbaar. Heel in de verte blafte dof een hond.”

 

 1654992-0fe0a876a66f259485297452a265b11e.jpg
Cyriel Buysse (20 september 1859 - 25 juli 1932)
In 1929

 

 

De Amerikaanse schrijver Upton Beall Sinclair werd geboren op 20 september 1878. Zie ook mijn blog van 20 september 2010 en eveneens alle tags voor Upton Sinclair op dit blog.

Uit:The Brass Check

“I studied Latin for five years in college, and from this study brought away a dozen Latin verses. One of them is from Virgil: "Happy he who has learned to know the causes of things." The words have stayed in my mind, summing up the purpose of my intellectual life: Not to rest content with observing phenomena, but to know what they mean, how they have come to be, how they may be guided and developed, or, if evil, may be counteracted. I would not have taken the trouble to write a book to say to the reader: I have been persecuted for twenty years by prostitute Journalism. The thing I am interested in saying is: The prostitution of Journalism is due to such and such factors, and may be remedied by such and such changes.
Here is one of the five continents of the world, perhaps the richest of the five in natural resources. As far back as history, anthropology, and even zoology can trace, these natural resources have been the object of competitive struggle. For the past four hundred years this struggle has been ordained by the laws and sanctified by the religions of man. "Each for himself," we say, and, "the devil take the hindmost." "Dog eat dog," we say. "Do others or they will do you," we say. "Business is business," we say. "Get the stuff," we say. "Money talks," we say. "The Almighty Dollar," we say. So, by a thousand native witticisms, we Americans make clear our attitude toward the natural resources of our continent.
As a result of four centuries of this attitude, ordained by law and sanctified by religion, it has come about that at this beginning of the twentieth century the massed control of the wealth of America lies in the hands of perhaps a score of powerful individuals. We in America speak of steel kings and coal barons, of lords of wheat and lumber and oil and railroads, and think perhaps that we are using metaphors; but the simple fact is that the men to whom we refer occupy in the world of industry precisely the same position and fill precisely the same roles as were filled in the political world by King Louis, who said, "I am the State."

 

1654992-e9f4ed7b101d86fbe28dd7441aa7143e.jpg
Upton Sinclair (20 september 1878 – 25 november 1968)
Cover van een biografie 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e september ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:42 Reageer op dit bericht

Joseph Breitbach, Adolf Endler, Henry Arthur Jones, Stevie Smith, Hanns Cibulka

De Duitse schrijver en journalist Joseph Breitbach werd geboren op 20 september 1903 in Ehrenbreitstein bij Koblenz.Zie ook alle tags voor Joseph Breitbach op dit blog en ook mijn blog van 20 september 2010.

Uit: Die Wandlung der Susanne Dasseldorf

" Einen prachtvolleren Körper kann es nicht geben, dachte Schnath, während er, im Bett knieend, den Schlafenden betrachtet. Ob er weiß, wie toll er gebaut ist? Ahnt er, dass ihm keine Frau, wenn sie ihn jetzt sähe, widerstehen könnte?
Diese Gedanken erfüllten ihn mit Rührung für Peter. Er beugte sich tief über ihn und strich ihm behutsam über den weichen, schwarzen Flaum auf den Oberschenkeln. ... Schließlich streckte er sich neben ihm aus und legte seine Hand auf Peters Hüfte, die andere auf die Waden.
Er hatte ihn kaum berührt, da warf Peter sich mit einem unverständlichen Murmeln herum. Schnath knipste rasch das Licht aus, dabei musste er sich ein wenig aus dem Bett hinausbeugen. Als er sich zurücklegte, umfingen ihn zwei Arme. Peter presste ihn stumm an sich.
'Einen Augenblick, meine Brille!' flüsterte Schnath ergriffen und bog zugleich ängstlich den Kopf zur Seite.
Als er die Brille auf das Nachttischchen legte, kicherte Peter leise vor sich hin. Dann packte er Schnath mit eisernen Armen."

 

 1654977-a1ad66012b4d4f021d88ccb03e46e8f0.jpg
Joseph Breitbach (20 september 1903 – 9 mei 1980)
Joseph Breitbach en de Franse schilder Balthus Klossowski (rechts) in 1933

 

 

De Duitse dichter, schrijver en essayist Adolf Endler werd geboren op 20 september 1930 in Düsseldorf. Zie ook alle tags voor Adolf Endler op dit blog en ook mijn blog van 20 september 2010.

 

Widerstand, Subversion, Dissidenz Heute
Zwölf Antworten Auf Zehn Fragen

1
Die empörte Wade, gezückt bis an die Bewußtseinsschwelle.
2
Ganz schön verzettelt, unser hiesiges All!
3
Auch der diffuseste Greis hat mindestens noch zwei bis drei
Pantoffeln auf der hohen Kante.
4
Auf zur Spinnrad-Rallye, knusperfrisch knarrend!
5
Und wenn man mir den Mund zuhalten will, dann sprießt es
doppelfingrig aus meinen Ohren, jaja!
6
Dem öffentlichen Unterbewußtsein Paroli geboten!
7
Neulich war'n wir in Ulm, was diese Notizen wohl schwerlich
legitimiert.
8
"Tanze, tanze, verwackelte Wanze!
Tanze, tanze, mein schlampertes Kind!"
9
Kommt Zeit, kommt Äquivalent.
10
Oh, diese prachtvolle Zankapfelernte heuer!, der Wachtelhund
leicht angeschrägt!
11
"Unbehaglich der Gedanke, jemand könnte hier radieren."
 (Aus einer Werbung für "Schneider-Minen".)
12
Kommt Zeit, kommt Packeis.

 

 

 1654977-feefb1044f9e04cd81d673a9875db721.jpg
Adolf Endler (20 september 1930 - 2 augustus 2009)
Cover 

 

 

De Engelse schrijver Henry Arthur Jones werd geboren op 20 september 1851 in Granborough, Buckinghamshire. Zie ook alle tags voor Henry Arthur Jones op dit blogen ook mijn blog van 20 september 2010.

Uit: Her Tongue, a play in one-act

“[Varley's Hotel, Southampton. A private sitting room furnished in an old-fashioned, rather dingy, comfortable way. A door at back to the right, leading into a passage. A fireplace, right, with fire burning. A large looking-glass over the fireplace. A large bay window all along left, giving a view of a garden, and beyond its wall shipping, masts, big steamer funnels, etc... Left center, toward the window, a large narrow table with a cloth.]
[Discover WAITER, showing in FRED and MINNIE BRACY.]

WAITER: How long should you require the sitting-room, sir?
FRED: (An ordinary Englishman, about thirty-five) Only for an hour or so. My friend is leaving by the Dunstaffnage--what time does she sail?
WAITER: At two o'clock. Will this room suit you, sir?
FRED: Yes; this will do. When my friend comes back, ask him to come here.
WAITER: Yes, sir. (Exit.)
FRED: (Laughing) Well, this is a pretty mad bit of business.
MINNIE: (A well-dressed Englishwoman, about thirty) Not at all! I saw Mr. Scobell was rather struck by Patty at the ball last week. It was lucky she was staying at Southsea and could get over so easily.
FRED: What's the good of bringing her over for an hour? They can't fix up an engagement in that time.
MINNIE: Why not? Mr. Scobell seems to know his own mind.
FRED: Oh, yes!
MINNIE: And he wants to get married.
FRED: Yes; but you're going ahead too fast, old girl.“

 

 1654977-bbd0e070f4d6ea1d13272364c09bccf4.jpg
Henry Arthur Jones (20 september 1851 – 7 januari 1929)


 

 

De Engelse dichteres en schrijfster Stevie (eig. Florence Margaret) Smith werd geboren op 20 september 1902 in Kingston upon Hull. Zie ook alle tags voor Stevie Smith op dit blog en ook mijn blog van 20 september 2010.

 

Conviction (I)

Christ died for God and me
Upon the crucifixion tree
For God a spoken Word
For me a Sword
For God a hymn of praise
For me eternal days
For God an explanation
For me salvation.

 

 

Conviction (II)

I walked abroad in Easter Park,
I heard the wild dog's distant bark,
I knew my Lord was risen again, -
Wild dog, wild dog, you bark in vain.

 

 

Conviction (III)

The shadow was so black,
I thought it was a cat,
But once in to it
I knew it
No more black
Than a shadow's back.

Illusion is a freak
Of mind;
The cat's to seek.

 

 1654977-c3afa5a23b83a919a8edda3cbf6ec5e8.jpg
Stevie Smith (20 september 1902 – 7 maart 1971)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Hanns Cibulka werd geboren op 20 september 1920 in Jägerndorf, in het toenmalige Tsjechoslowakije. Zie ook alle tags voor Hanns Cibulka op dit blog en ook mijn blog van 20 september 2010.

 

Impromptu II

Viel zu lange schon
sind wir seßhaft,
das Herz ist verfettet,
der Atem geht schwerer,
nun zittern wir
vor der salzigen Brise
des Meeres.

 

 

Sturm

Segelharte Böen
knallen an die Mauer,
o dieser Hunger nach Weite,
nach Raum.

Sturm,
die Luft in meinem Zimmer
ist verbraucht,
ich stoß das Fenster auf.

Wo beginnen,
schrei ich ihm entgegen.

Dort,
wo deine Fragen offen sind.

 

 

 1654977-4b189a49ab91950704eac58aedc10e7b.jpg
Hanns Cibulka (20 september 1920 – 20 juni 2004)

Geschreven door Romenu om 13:28 Reageer op dit bericht

Crauss, William Golding, Ingrid Jonker, Orlando Emanuels, Jean-Claude Carrière

De Duitse dichter en schrijver Crauss werd geboren in Siegen op 19 september 1971. Zie ook mijn blog van 19 september 2010 en eveneens alle tags voor Crauss op dit blog.

 

the before-tree

mittwoch im kuvert und donnerstag
in der enke. um ein ende zu machen,
sagt kitson, musst du tollkühn sein.
so heben wir einen, so entwächst
ein wildes brombeergespräch, in dem wir
mit zunehmender leichenfertigkeit
unsere  zukunft ausmalen. jedes ende ist
  fragment.

 

 

AUF DEM SEE
meuchel mix

hoch über dem see
liegt drückender dunst. es ist abend und der tag
war heiss. die wellen wiegen ruhig, ein weisser kahn
kommt durch die weide in sicht, im heck zwei männer. der tag
war heiss und himmelan herrscht wolkig sturmstreng abendüberschall;
der kahn, an seiner ruderbank aus vollen kräften rudernd
ein kind, im heck zwei männer. zungenblatt
zur seite schweigend ihre kleider, kniend sinken sie im kahne nieder und heben das
erstarrte kind mit beiden armen über ihre brust, mit feuchtem blick empor. den kopf
in den nacken gelegt, von weitem
gleichen sie jungen staren, die schnäbel aufreissend
der nahrung entgegen. ohne bewegung liegt
das kind in ihren armen, frisches blut aus jenem
becken, weicher wind erhebt, vergebens, und im see bespiegelt sich
die reifende frucht, aus vollen kräften rudernd, den roten hals im wasser, schwarz im schattenrachen;
und ich schwöre, ich sah schilf, es richtete die segel auf und ich sah vogelaufschwung,
und ich schwöre, ich sah vogelaufschwung
hoch über dem see.
der kahn treibt hin, das ruder fern, im heck zwei männer,
sie erblicken niemanden am ufer und der tag
war heiss, ich sitze, die schreibmappe auf knien, nackt
im pavillon, beschattet noch.
ein kind. was sinkt mein auge nieder?
und ich schwöre, ich sah vogelaufschwung...

 

 

wij zaten de hele avond
boven een stapel foto’s
jij, in israël, afgelopen zomer, jij
met je vriendin, jij
zei, het wordt weer eens tijd om
op te ruimen in je leven,
en schonk mij nog eens in

wij vielen proestend van het lachen
deze avond krom van onze stoelen:
jij lachte als lang niet meer, jij
hield je buik vast en
zei, laat ons nu naar de rijn gaan,
en als wij ooit weer opduiken
…

wij zaten toen later
nog eeuwig in het grind:
ik droogde je bevende borst
en je tranen van absinth; jij
sprak geen woord meer heel de nacht
en pas toen het te schemeren begon,
ging jij alleen terug.

Vertaald door Frans Roumen

 

 

 1654656-afd7a5e77ff9255094e89de23f737366.jpg
Crauss (Siegen, 19 september 1971)

 

 

De Engelse schrijver Sir William Gerald Golding werd geboren in St. Columb Minor, Newquay, Cornwall, op 19 september 1911. Zie ook mijn blog van 19 september 2010 en eveneens alle tags voor William Golding op dit blog.

Uit: Lord of the flies

“There was not enough soil for them to grow to any height and when they reached perhaps twenty feet they fell and dried, forming a criss-cross pattern of trunks, very convenient to sit on. The palms that still stood made a green roof, covered on the underside with a quivering tangle of reflections from the lagoon. Ralph hauled himself onto this platform, noted the coolness and shade, shut one eye, and decided that the shadows on his body were really green. He picked his way to the seaward edge of the platform and stood looking down into the water. It was clear to the bottom and bright with the efflorescence of tropical weed and coral. A school of tiny, glittering fish flicked hither and thither. Ralph spoke to himself, sounding the bass strings of delight.
"Whizzoh!"
Beyond the platform there was more enchantment. Some act of God—a typhoon perhaps, or the storm that had accompanied his own arrival—had banked sand inside the lagoon so that there was a long, deep pool in the beach with a high ledge of pink granite at the further end. Ralph had been deceived before now by the specious appearance of depth in a beach pool and he approached this one preparing to be disappointed. But the island ran true to form and the incredible pool, which clearly was only invaded by the sea at high tide, was so deep at one end as to be dark green. Ralph inspected the whole thirty yards carefully and then plunged in. The water was warmer than his blood and he might have been swimming in a huge bath.
Piggy appeared again, sat on the rocky ledge, and watched Ralph's green and white body enviously.
"You can't half swim."
"Piggy."
Piggy took off his shoes and socks, ranged them carefully on the ledge, and tested the water with one toe.
"It's hot!"
"What did you expect?"
"I didn't expect nothing. My auntie—"
"Sucks to your auntie!"
Ralph did a surface dive and swam under water with his eyes open; the sandy edge of the pool loomed up like a hillside. He turned over, holding his nose, and a golden light danced and shattered just over his face.”

 

 1654656-8cb6b900b3f72a8199a0185409911920.jpg
William Golding (19 september 1911 – 19 juni 1993)
Het gezin Golding op het strand in 1948 

 

 

De Zuidafrikaanse dichteres en schrijfster Ingrid Jonker werd geboren op 19 september 1933 bij Komberley (Noord Kaap). Zie ook mijn blog van 19 september 2010 en eveneens alle tags voor Ingrid Jonker op dit blog.

 

Gesig van die liefde

Jouw gezicht is het gezicht van alle anderen
voor jou en na jou
jouw ogen kalm als een blauwe dageraad
die keer op keer aanbreekt

herder van wolken
bewaker van de witte wisselende schoonheid
het landschap dat ik aan jou verhelderende mond ontdekte
bewaart het geheim van de glimlach
zoals de bergen kleine witte dorpen bewaren
en jou polsen de maat van hun verrukking

daar is geen sprak van een begin
daar is geen sprake van bezit
daar is geen sprake van de dood

gezicht dat ik lief heb
gezicht van de liefde

 

 

Herfstochtend

Speer van de horizon die de zee en de lucht doorboort
ochtendzoenen op mijn borsten als opkomende zonnen
door alle wateren zul jij komen
alle oerwouden op alle wegen
in elke droom die ik me niet meer herinner
je handen die zichzelf onteigenen
en je lichaam dat zich stort in de gewonde herfst

Ochtendstralen verwarmen de kamer als
gouden eekhoorntjes op zoek naar verborgen geheimen

 

 1654656-4f08ea5c1289fa5e3176d4eb55c24dfb.jpg
Ingrid Jonker (19 september 1933 – 19 juli 1965)

 

 

De Surinaamse dichter en schrijver Orlando Emanuels werd geboren in Paramaribo op 19 september 1927. Zie ook mijn blog van 19 september 2010 en eveneens alle tags voor Orlando Emanuels op dit blog.

Uit: De Bloemen zijn gek

   “ Juist, omdat ik van je houd, knip ik je af...
    En jij, aster
    Ook jij bent uitgebloeid
    Ik ga je wegdoen
    Je boodschap met eer gebracht
    Dank...
    Ik hoop dat de schaar van de
    Grote Tuinman mij óók genadig zal
    zijn wanneer het mijn beurt is
    om verdord en verwelkt te zijn...

Willem is gek. Hij praat met zijn bloemen...

 
En toch is er niet één tuin waar de bloemisten liever kopen.
Hun beroep is bloemen schikken.
Ruikers maken.
Kransen leveren.
Ze hebben contact met bloemen.
Willem ook.

    Kijk Dahlia, deze mevrouw gaat je in
    een boeketje doen om een jarige blij te maken
    Gerbera, jij bent zo teer
    Jij bent net geschikt voor deze meneer
    Je komt op een ziekenkamer
    Breng rust voor de zieke
    Oké?

Met handen zwart van de vette aarde knipt Willem zijn bloemen.
En prevelt.
Zacht en voor niemand verstaanbaar.
Nooit.
Willem is gek. Hij praat met zijn bloemen...”

 

 

 1654656-7ab0f9eab2fb1d68f092d4d704b6101c.jpg
Orlando Emanuels (Paramaribo, 19 september 1927)
De Petrus en Paulus kathedraal in Paramaribo 

 

 

De Franse romanschrijver, regisseur, acteur, toneel- en scenarioschrijver Jean-Claude Carrière werd geboren op 19 september 1931 in Colombières-sur-Orb, Hérault. Zie ook mijn blog van 19 september 2009 en ook mijn blog van 19 september 2010.

Uit: La controverse de Valladolid

« Quatre jours plus tôt, à Cádiz, deux hommes sont descendus d’une caravelle venant de Veracruz, au Mexique ; deux Espagnols au teint basané, aux visages ridés par le soleil, par le vent de la mer, et marqués de plusieurs cicatrices. Ils s’appellent Ramón et Gustavo. Ils viennent d’une plaine agricole qui s’étend autour d’une petite ville nommée Puebla. Là-bas, c’est précisément par leur évêque qu’ils ont été informés de cette prochaine controverse. Ils savent que cette fois le roi et le pape sont d’accord pour que les conclusions de la dispute soient claires et très fermement appliquées.
Avec une vingtaine de leurs amis, ils ont réunis l’argent du voyage. Ils viennent en émissaires pour tenter de savoir ce qui va se dire et faire entendre, si possible, leur voix. Un voyage sommairement organisé, àdemi clandestin. De Cádiz à Valladolid, des relais de chevaux ont été prévus, mais la caravelle a pris du retard (d’ailleurs, on ne sait jamais, à deux semaines près, quand les navires rentrent au port), ils sont épuisés. Ils n’ont pu ni changer de linge ni se raser. A cheval le jour et la nuit.
Espagnols, ils ne rencontrent aucune difficulté pour pénétrer dans Valladolid. Dans le couvent, c’est un peu plus difficile. Quelques gardes ont été postés là, en raison même de la présence, à l’intérieur, d’un cardinal et d’un grand d’Espagne. Les deux cavaliers doivent utiliser le plus ancien moyen de persuasion,qui est l’argent. Une bourse aux sonorités métalliques passe très vivement de main à main et les barrières, comme séduites, s’ouvrent."

 

 1654656-827e78e346adfa5bf0bd1ef0696845bf.jpg
Jean-Claude Carrière (Colombières-sur-Orb, 19 september 1931)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e september ook mijn blog van 19 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:11 Reageer op dit bericht

85 Jaar Armando, Ton Anbeek, Michaël Zeeman, Stephan Sarek, Omer Karel De Laey

85 Jaar Armando

De Nederlandse kunstschilder, beeldhouwer, dichter, schrijver, violist, acteur, journalist, film-, televisie- en theatermaker Armando werd geboren op 18 september 1929 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Armando op dit blog. Armado viert vandaag zijn 85e verjaardag.

 

De geur

De herinnering van geluiden,
van geuren, van bezinning
op het betoverde bestel en
het bestaan van rode bloemen.

De geur van mos,
van denkende moerassen.

Allicht de kleuren van het geschut,
naar hartelust de geur en
geuren van het verlaten plein.

De klaagzang van de takken
omarmd door de gebeurtenis,
die zelfs een geur verspreidt.

 

 

 1654188-6e33ba0d5c93a0c4dbdadad8097925f6.JPG
Armando, Das Tier, 2005

 

Bezieling

Onmiskenbaar woedt de groei,
vandaar het streven naar de oorsprong.
Is de verbazing belangrijk?
De toewijding?

Nee,
bezieling heeft een masker nodig,
benadert de harde kalmte.

 

 1654188-4cdfdef13cc5737093d147b8bb194049.jpg
Armando (Amsterdam, 18 september 1929)

 

 

De Nederlandse schrijver en letterkundige Ton Anbeek werd geboren in Ede op 18 september 1944. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Ton Anbeek op dit blog.

Uit: De Tweede Wereldoorlog in de Nederlandse roman

“Het is vaak opgemerkt dat er tijd nodig is vóór een ingrijpende ervaring verwerkt kan worden tot een artistiek bevredigend resultaat. Die wijsheid gaat zeker op voor de eerste romans die vlak na de bevrijding verschijnen.3 Kenmerkend voor een boek als De laars op de nek (1945) van Maurits Dekker is het kaleidoscopische: de schrijver wil geen enkel aspect van de oorlog onbesproken laten. In zekere zin geldt dat ook voor Willy Corsari's populaire Die van ons dat in november 1945 verscheen en een jaar later al zijn derde druk beleefde. Toch verdient deze roman iets meer aandacht omdat hier wel degelijk een poging is gedaan om een visie op de aangrijpende gebeurtenissen te ontwikkelen. Twee opvattingen staan in dit boek tegenover elkaar, de cynische visie van de jongeman Wouter en de idealistische levensopvatting van de Jood Barach. Het standpunt van Barach is duidelijk: ‘Ik geloof ook dat niet alleen voor ons, maar voor álle volken deze beproeving [d.i. de oorlog] een reiniging moet worden, dat alle volken hieruit beter, zuiverder, idealistischer moeten te voorschijn komen en als dat niet gebeurt, zal alles vergeefs zijn geweest wat nu geleden wordt.’4 Dat Corsari dit standpunt (de oorlog als zuivering) deelt, blijkt uit het motto van Vondel dat ze aan de roman meegeeft.5 De jonge Wouter gaat daar tegen in. Als Barach stelt dat de diepere zin van de oorlog is dat daaruit een betere wereld zal groeien, merkt hij cynisch op: ‘Ik vrees dat de mensen uit deze oorlog verwilderd en gedemoraliseerd te voorschijn zullen komen en nog materialistischer dan ooit tevoren.’6 Even verder lijkt het of een van de latere helden van Hermans aan het woord is: ‘Ik beweer dat het niet de moeite waard is te sterven voor het ideaal van een betere wereld en nog minder, er voor te leven’. Barach, de idealist, sterft in Bergen-Belsen, maar verliest tot het einde toe zijn geloof niet; hij is de enige die zijn menswaardigheid weet te bewaren.
Wouter versus Barach, of: cynisme tegenover idealisme, dat is een tegenstelling die men in veel literaire teksten over de oorlog kan terugvinden. Om die reden is Corsari's roman m.i. nog de moeite waard. Men beschouwde overigens deze vlot vertelde en dus veelgelezen roman - het was de ‘reddingsboei’ waar de jonge uitgeverij De Bezige Bij de eerste naoorlogse jaren op dreef'7 - niet als het meest geslaagde literaire produkt in deze begintijd. (Vooral als Corsari kosmopolitische vrouwen beschrijft, dampt de goedkope parfum van de bladzij.) De meest bejubelde literaire tekst over de oorlog was in deze periode ongetwijfeld het oorlogsdagboek van Bert Voeten,
Doortocht.”

 

 1654188-5a957030b21e5df2c60049ed0e4a647a.jpg
Ton Anbeek (18 september 1944)

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver, journalist en literair criticus Michaël Zeeman werd geboren op Marken op 18 september 1958. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Michaël Zeeman op dit blog.

 

Niets nagelaten

Het huis is leeg. Het tocht er.
Ramen ingewaaid, behang in rafels:
de huid van een geschonden dode,
begraven in resten van kleren.
Rondom onbenoemde planten.
 
Boven zanikt de wind door
het dak de lucht smaakt
naar schimmel naar water naar
wegterend hout naar bederf.
 
Al wat ik beweeg is een slag
in het duister een willekeurige
stap op een trom, leeg en met
veel te veel nadruk.
 
In het bleke papier drukte
de zon portretten, meubels,
een kruis, boven de kachel
de vorm van een spiegel.
 
Naast de deur hervind ik
tussen mijn knie en mijn dij
de vrijwel aantoonbare plek.
 
Een kind zonder kamer,
mij bekend van een foto
die ik niet bewaard heb.
 
Een karkas dat nog een winter staat
de sporen al niet meer van mensen -
wat ik er weet weet ik niet zeker daar.

 

 1654188-4f877d66433262bf4daea82e2a8db42e.jpg
Michaël Zeeman (18 september 1958 - 27 juli 2009)
Cover 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Stephan Sarek werd geboren op 18 september 1957 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Stephan Sarek op dit blog.

 

Weiße Schwäne
(für Katrin)

Weiße Schwäne auf den Feldern,
deren Flug die Welt umspannt.
Zwischen Ankunft, Sein und Gehen,
gelingt uns kaum, sie zu verstehen,
was sie treibt, ist unbekannt.

Welches Wesen schlägt da Flügel
meterweit in weißer Pracht?
Das sich hebt auf festen Schwingen,
Menschen würde nie gelingen,
was dem Schwane zugedacht.

Welche Freude sie uns machen,
wenn kein Zwang ihr Leben lenkt,
wenn wir sie nicht an uns binden
und sie ihre Freiheit finden,
haben wir uns selbst beschenkt.

Und wie beim Schwan erscheint mir manchmal,
daß auch der Mensch ein Rätsel bleibt.
Weil niemand seine Freiheit kennt,
sein Binden nicht und was ihn trennt
und unbekannt ist, was ihn treibt.

So ist der Flug des Schwanes
gleich des Menschen Lebensweg.
Mal tief bewußt, mal unbedacht,
auf Straßen voller Glitzerpracht
und mal auf dunklem Steg.

Dem Schwane wünsch ich guten Flug
und stets ein reiches Feld.
Und dir wünsch ich nicht Gold noch Macht,
nur Mut und stete Engelswacht
und alles Beste dieser Welt.

 

 1654188-3f7d2a6f237543438d290bd596d7c5dc.jpg
Stephan Sarek (Berlijn, 18 september 1957)

 



De Vlaamse dichter, toneelschrijver en essayist Omer Karel De Laey werd geboren in Hooglede op 18 september 1876. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Omer Karel De Laey op dit blog.

 

Schaakspel

's Avonds, achter 't linnen windschut,
zaten, in 'n koude cel,
twee gestrenge paters, naast 'n
druipend waslicht, aan het spel.

Tegen 't schaakbord, op de tafel,
lag 'n dik getijdenboek,
met 'n hoornen snuifdoos nevens
en 'n rode zakneusdoek.

't Kampte. De elpenbenen stukken
dreigend vóór malkaar gesteld,
kruisten lijk 'n legerbende,
't wit en zwart gevierkant veld.

Een der paters draalde zenuwachtig,
rond z'n gladde kin,
met z'n lange, mager vingers
en misschoof z'n koningin.

Hij verloor en, monklend, gaf 'n
kopergroene, slechte duit,
en de winner, wederjonstig,
stak zijn hoornen snuifdoos uit.

 

 1654188-8f52f1ccaf33088a72bf21c3ef084ef7.jpg
Omer Karel De Laey (18 september 1876 - 16 december 1909)
Cover

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e september ook mijn blog van 18 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 19:18 Reageer op dit bericht

H.H. ter Balkt, William Carlos Williams, Ken Kesey, Abel Herzberg, Dilip Chitre

De Nederlandse dichter H.H. (Herman Hendrik) ter Balkt werd geboren in Usselo op 17 september 1938. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor H. H. Ter Balkt op dit blog.

 

De asielschepen in de Waalhaven

Mualec Deng Wone bleef in Sudan waar honger
groeide met gele stengels, en naar 't noorden,
naar de grijze Waal, vluchtte uit Derwenta weg
in Bosnië, Edith Poljac met haar ouders.

Nabij Asjkelon uit Gaza, kwam Youssef Nasr,
Palestijn: allen om de Waal te zien, golven
in het kustland bij de groene zee, vele honderden
aan boord van drie uitvarende schepen op de Waal.

Ver weg de Syrische grens voor Zohier Hashem
en Rima, ginds is het gevaar, eentonigheid
loopt hier de hondenwacht - ver weg de grote brand.

Negensnarige harp is de klotsende rivier.
De brug, de aken van en naar de grens op weg;
door een maïsveld ritselen voeten en stemmen.

 

 

Bij de zoute gong

Dof, inwisselbaar, bedaard, kil, onverkwikkelijk,
vilein, twistziek, gekromd, mistig, grofbesnaard,
sleepte geklauwd, berekenend, boosaardig, listig,
eeuwenlang leven zich voort naast de zoute gong

Ingekeerd, uitgeworpen stoomden ijzer- en brons-
tijd zeer op hun hoede, rauw en somber, ongezouten
wetten in de ruwwandige kookpotten aan de zee...;
dommelend reden voerlui aan op dommelende wegen;

mist, dichte regens, dempten de stemmen, dempten
de harten; moede, laagstaande zon bescheen zwak-
rood, geluidswallen van riet en druppelend lover

Grauw de wielen van de wagens op de bodem van lege
wegen; 'koude kleren draagt 't land', zong 't lied
van de zwepen; bij de zoute gong van de zee

 

 

Ode aan de gierpomp

De gierpomp is van groen geweest ijzer, hij heft
opzij van de meststal zijn lelijke tronie
en levert zoetstof en specerij voor de grond.

Vrolijk vloekende driekleur wappert goedgemutst
zijn kruidige vleug boven 't schuw reservoir
dat de uiterste gunst bewaart van 't vee.

Ja als een waaier ja groen als jade, Japans
zal straks de schuimende gier uit de trechter
wuivend op de weide toestromen, de heel gulzige eter.

Ha! De bourgondische gier in zijn kakstoel op wielen
houdt weldra zijn intocht, goudregen strooit hij
voor het dunne gras voor de verpauperde halm

die eieren versmaadt, hoe mooi groen ook; uitbundig
juicht hij de gierkar toe op zijn triomfreis,
beide bleek van de winter nog: Leve de gier!

 

 1653679-c5a75691270ae65ad45937855bc8c3dd.JPG
H.H. ter Balkt (Usselo, 17 september 1938)

 

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

April

If you had come away with me
into another state
we had been quiet together.
But there the sun coming up
out of the nothing beyond the lake was
too low in the sky,
there was too great a pushing
against him,
too much of sumac buds, pink
in the head
with the clear gum upon them,
too many opening hearts of lilac leaves,
too many, too many swollen
limp poplar tassels on the
bare branches!
It was too strong in the air.
I had no rest against that
springtime!
The pounding of the hoofs on the
raw sods
stayed with me half through the night.
I awoke smiling but tired.

 

 

The Hunter

In the flashes and black shadows
of July
the days, locked in each other's arms,
seem still
so that squirrels and colored birds
go about at ease over
the branches and through the air.

Where will a shoulder split or
a forehead open and victory be?

Nowhere.
Both sides grow older.

And you may be sure
not one leaf will lift itself
from the ground
and become fast to a twig again.

 

 

Poem (As the cat)

As the cat
climbed over
the top of

the jamcloset
first the right
forefoot

carefully
then the hind
stepped down

into the pit of
the empty
flowerpot

 

 

 1653679-a4ff30ecfd4e437b4bd549173b8fa848.jpg
William Carlos Williams (17 september 1883 - 4 maart 1963)
Portret door  Emmanuel Romano, 1959

 

 

De Amerikaanse schrijver Ken Kesey werd geboren in La Junta (Colorado) op 17 september 1935. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor Ken Kesey op dit blog.

Uit: One Flew Over the Cuckoo's Nest

“They showered me this morning at the courthouse and last night at the jail. And I swear I believe they'd of washed my ears for me on the taxi ride over if they coulda found the vacilities. Hoo boy, seems like everytime they ship me someplace I gotta get scrubbed down before, after, and during the operation. I'm gettin' so the sound of water makes me start gathering up my belongings. And get back away from me with that thermometer, Sam, and give me a minute to look my new home over; I never been in a Institute of Psychology before.'
The patients look at one another's puzzled faces, then back to the door, where his voice is still coming in. Talking louder'n you'd think he needed to if the black boys were anywhere near him. He sounds like he's way above them, talking down, like he's sailing fifty yards overhead, hollering at those below on the ground. He sounds big. I hear him coming down the hall, and he sounds big in the way he walks, and he sure don't slide; he's got iron on his heels and he rings it on the floor like horseshoes. He shows up in the door and stops and hitches his thumbs in his pockets, boots wide apart, and stands there with the guys looking at him.
'Good mornin', buddies.'
There's a paper Halloween bat hanging on a string above his head: he reaches up and flicks it so it spins around.
'Mighty nice fall day.'
He talks a little the way Papa used to, voice loud and full of hell, but he doesn't look like Papa; Papa was a full-blood Columbia Indian -a chief – and hard and shiny as a gunstock. This guy is redheaded with long red sideburns and a tangle of curls out from under his cap, been needing cut a long time, and he's broad as Papa was tall, broad across the jaw and shoulders and chest, a broad white devilish grin, and he's hard in a different kind of way from Papa kind of the way a baseball is hard under the scuffed leather. A seam runs across his nose and one cheekbone where somebody laid him a good one in a fight, and the stitches are still in the seam.”

 

 1653679-fc75e71debed48484480106d2e92f495.jpg
Ken Kesey (17 september 1935 – 10 november 2001)
Cover

 

 

De Nederlandse toneel- en kroniekschrijver en essayist Abel Herzberg werd geboren in Amsterdam op 17 september 1893. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor Abel Herzberg op dit blog.

Uit: Drie rode rozen

 

Fragment

Want alles is fragment
Al door het zeggen van het woord  
Deelt men, scheidt men en schendt
Het alomvattende, dat men niet kent,
Dat ik aanwezig weet of alleen maar vermoed,
Dat ik niet uitspreken kan en toch uitspreken moet,
Dat mij beheerst en mij te luisteren gebiedt.
Maar als ik zoek en luister, dan vind ik het niet. 

Een troost blijft:

Er is in ieder woord een woord,
Dat tot het onuitspreekbare behoort;
Er is in ieder deel een deel
Van het ondeelbare geheel,
Gelijk in elke kus, hoe kort,
Het hele leven meegegeven wordt. 

 

 

Alles wat wij zijn

Alles wat wij zijn,
wat wij zien, ervaren, zeggen, beleven en doen
is fragment.
Maar er is geen fragment
of de ziel van al wat leeft
is daarin tot uiting gekomen.
Er is geen moment zonder eeuwigheid.
geen sterfelijk wezen, hoe mismaakt of welgevormd het ook mag zijn,
waarin niet de onsterfelijke schepping is geopenbaard.
Geen weldaad, geen misdaad, geen geest en geen stof, geen grens en geen duur
of het is bestanddeel van de eenheid van het bestaan.
Deze Eenheid is God,
En wij,
fragmenten als wij zijn en fragmenten die wij maken,
zijn niet in staat hem in beeld of in woord
en zelfs niet in gedachten te vatten.
En wij verlangen dat -
wij hunkeren ernaar.
Wij zijn niet tevreden met het fragment,
wij moeten de Eenheid beleven.

 

 1653679-faba20b804f3f2c72a95cfd3743419e4.jpg
Abel Herzberg (17 september 1893 - Amsterdam, 19 mei 1989)
Hier met zijn vrouw


 

De Indiase dichter, schrijver, schilder en regisseur Dilip Purushottam Chitre werd geboren op 17 september 1938 in Baroda. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor Dilip Chitre op dit blog.

 

Father Returning Home

My father travels on the late evening train
Standing among silent commuters in the yellow light
Suburbs slide past his unseeing eyes
His shirt and pants are soggy and his black raincoat
Stained with mud and his bag stuffed with books
Is falling apart. His eyes dimmed by age
fade homeward through the humid monsoon night.
Now I can see him getting off the train
Like a word dropped from a long sentence.
He hurries across the length of the grey platform,
Crosses the railway line, enters the lane,
His chappals are sticky with mud, but he hurries onward.
Home again, I see him drinking weak tea,
Eating a stale chapati, reading a book.
He goes into the toilet to contemplate
Man's estrangement from a man-made world.
Coming out he trembles at the sink,
The cold water running over his brown hands,
A few droplets cling to the greying hairs on his wrists.
His sullen children have often refused to share
Jokes and secrets with him. He will now go to sleep
Listening to the static on the radio, dreaming
Of his ancestors and grandchildren, thinking
Of nomads entering a subcontinent through a narrow pass.

 

 

Your First Lover

An early wake-up call
your first lover
touches your shoulder
the rain has stopped
at last
a faint breeze
blows moisture
on your eyes

 

 

 1653679-547112c99eb1870c3f7729e96ff8aa5e.jpg
Dilip Chitre (17 september 1938 – 10 december 2009)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e september ook mijn blog van 17 september 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 15:52 Reageer op dit bericht

Piet Gerbrandy

De Nederlandse dichter, essayist en classicus Piet Gerbrandy werd geboren in Den Haag op 17 september 1958.Gerbrandy studeerde van 1976 tot 1984 klassieke talen en vergelijkende indo-europese taalwetenschap te Leiden en doceert Klassiek en Middeleeuws Latijn aan de Universiteit van Amsterdam. Hij schrijft vertalingen, essays, gedichten en poëzierecensies. Hij heeft onder andere de Institutio Oratoria van Marcus Fabius Quintilianus uit het Latijn vertaald. In 1993 begon hij met het schrijven van essays voor het weekblad De Groene Amsterdammer; in 1996 werd hij poëzierecensent bij de Volkskrant. In 2007 verscheen zijn boek “Het feest van Saturnus. De literatuur van het heidense Rome”, en in 2008 een door hem in het weekblad Opinio begonnen publieke gedachtewisseling met de rechtsfilosoof Andreas Kinneging in de vorm van achtmaal twee brieven, “Het goede leven”. Gerbrandy promoveerde in 2009 op een proefschrift over de poëzie van H.H. ter Balkt en Jacques Hamelink. Hij was tot 2004 leraar klassieke talen in het middelbaar onderwijs in onder andere Groenlo (Marianum) en in zijn woonplaats Winterswijk. Gerbrandy is de kleinzoon van de voormalige minister-president, Pieter Sjoerds Gerbrandy. Zie ook alle tags voor Piet Gerbrandy op dit blog.

 

Twee jongens kloven stammen, stoken brand

Pan, tot de rand gepompt water, een anker,
zanger van butsen sist op geblakerde staven.

Steken droog hout in de stapel, brengen de koude
tot kook, vatten smoezelig weefsel, zij tillen
het bijna ontilbare op.

Rennen dan rond met wat ziedt, roepen
woest van gevaarlijk plezier. En de vrouwen,

de jonge, van blozende benen, van stro
in bruisende vlechten, hoe schrikken,
hoe snaterend slaan zij op vlucht.

Spil hitte, giet baarlijke wel in hartgrondige put.

 

 

Geen griepje, nee liever steriele

Geen griepje, nee liever steriele
slangen door de neus, haperende
symbolen op een schermpje, op de walkman

die doorschreeuwt als ik niet meer hoor,
My Favourite Things. Zo wil ik dat het gaat:
weloverwogen en onopgemerkt.

Anonymous, particulier verzekerd.

 

 

 1674867-b03799b892ee3ca9bdfe960424a6e98c.jpg
Piet Gerbrandy (Den Haag, 17 september 1958)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Breyten Breytenbach, Frans Kusters, James Alan McPherson, Michael Nava, Justin Haythe, Hans Arp

De Zuid-Afrikaanse schrijver en dichter Breyten Breytenbach werd geboren op 16 september 1936 in Bonnievale. Zie ook mijn blog van 16 september 2010 en eveneens alle tags voor Breyten Breytenbach op dit blog.

 

ode aan taal

vogelen

ik wil je openvouwen als een vleugel
kijken hoe sterk de penneveren nog vloeien
de leefrimpels van je hart
van mond naar hand voelen popelen
zien hoe je als een schip
het vaarwater laat bloeien
met de vlucht van de zon

voor je als een schaduw uit de mouw
weer aan je nachtwerk begint:
schaduw in de tuimelende ruimtezerk
van steen

 

 

het laatste gedicht

het laatste gedicht is dat
met het minste gewicht
want het is een weg en een weggaan
                                                  in beweging
en belichaamd in vervlieding
het uiteindelijk bekende gezicht
van anonimiteit                            van een leven
in verleefde beweging

het laatste gedicht paart niet
het heeft geen afsluiting met punt
of vraagteken
want de slotregel is slechts een sluis
is altijd een optie
op het opzeggen voor altijd
het opengaan van de passage
naar opgaan in beweegzingen

het laatste gedicht is het zichtbaar
maken van het overgaan
van dansende tekens naar de bevrijding
                                                 van onzichtbaarheid

 

 

land van genade en verdriet

I
tussen jou en mij
hoe verschrikkelijk
hoe wanhopig
hoe vernietigend breekt het tussen jou en mij

zoveel verwonding in ruil voor waarheid
zoveel verwoesting
zo weinig is overgebleven om voor te overleven

waar gaan we heen van hier?

je stem slingert
woedend
langs de kil snerpende zweep van mijn verleden

hoe lang duurt het?
hoe lang voor een stem
een ander bereikt

in dit land dat zo bloedend tussen ons ligt

 

 1653301-60fcc2f7c16407b1bb5c0a238d19b473.jpg
Breyten Breytenbach (Bonnievale, 16 september 1936)

 

 

 

De Nederlandse schrijver Frans Kusters werd geboren in Nijmegen op 16 september 1949. Zie ook alle tags voor Frans Kusters op dit blog. Zie ook alle tags voor Frans Kusters op dit blog.

 

Theo

Het gaat de laatste tijd niet goed met hem. Zeg maar, beroerder dan ooit. En dan te bedenken dat hij een week of wat geleden in het Provinciehuis tot ondernemer van het jaar van de regio (Oost-Betuwe) werd uitgeroepen. Jezus, wat is er die avond gehesen. Wij, Theo’s maten van
De Kolibrie, hadden zo’n reusachtige taart besteld met een striptease-danseres erin. Nog zie ik Ilse met beide handen in de armleuningen van haar rolstoel knijpen, toen dat grietje met haar tanden zijn gulp open probeerde te krijgen. Wij bescheurden het natuurlijk, wat konden we anders, al heb ik Ilse later wel mijn excuses aangeboden. Wat tot mijn spijt niet van alle jongens gezegd kan worden. Maar die prijs was volkomen terecht. Precies zoals die ene gedeputeerde in zijn toespraak beweerde. Theo is vijftien jaar geleden met niets begonnen. Nou ja, met een berg roest in een half verrotte schuur waar zijn ouweheer met trillende handen wel eens een bandje plakte, als de wind meezat. Tegenwoordig staat meneer aan het hoofd van meer dan 35 Happy Bikers Homes. Dringt het tot je door? Theo geeft leiding aan een keten. En die keten heeft weer belangen in andere ketens. Maar enfin, sinds zijn uitverkiezing is hij heel vreemd gaan doen.
Belachelijk gewoon, zoals hij zich toetakelt. Als nummer 1 van de oostelijke Betuwe mag hij meedoen aan de landelijke uitverkiezing. Die is volgende maand. In het Sonesta Hotel in Amsterdam. Ken je die plastic hulzen die je om de rand van de wc-pot klemt? Die had hij om zijn oren hangen, toen hij laatst in De Kolibrie arriveerde. In plaats van zeep had hij er blauwe bloemetjes in gepropt, lelietjes-van-dalen of zo. ‘Staan je enig, Theo’, zeiden wij, ‘die nieuwe bakkebaarden van je’. De keer daarop kwam hij in een soort zwanenpak aanzetten. Op paarse zwemvliezen. En met een zonnebril met ruitenwissertjes.
Theo noemt zich conceptualist. Hij denkt dat hij in Amsterdam afgaat als een gieter, als hij alleen maar succesvol ondernemer blijkt te zijn. Dat er op landelijk niveau veel en veel meer bij komt kijken. Hij wil niet afgaan, hij wil winnen. Daarom is Theo beeldend kunstenaar geworden.

 

 1653301-f9366b856bcac7b5bc1a3c4e059c7d23.jpg
Frans Kusters (16 september 1949 - 20 november 2012)
Cover

 

 

De Amerikaanse schrijver James Alan McPherson werd geboren op 16 september 1943 in Savannah, Georgia. Zie ook mijn blog van 16 september 2010 en eveneens alle tags voor James Alan McPherson op dit blog.

Uit: A Region Not Home: Reflections from Exile

“In recent years I have realized that my friend, whom I now respect even more, was speaking from the perspective of a tactician. He viewed the situation in strict bread-and-butter terms: a commitment had been made to redefine the meaning of democracy in this country, certain opportunities and the freedom they provided. From his point of view, it was simply a matter of fulfilling a contractual obligation: taking full advantage of the educational opportunities that had been offered to achieve middle-class status in one of the professions. But from my point of view, one that I never shared with him, it was not that simple. Perhaps it was because of the differences in our generations and experiences. Or perhaps it was because each new generation, of black people at least, has to redefine itself even while it attempts to grasp the new opportunities, explore the new freedom. I can speak for no one but myself, yet maybe in trying to preserve the uniqueness of my experience, as I tried to do in Elbow Room, I can begin to set the record straight for my friend, for myself, and for the sake of the record itself.
In 1954, when Brown v. Board of Education was decided, I was eleven years old. I lived in a lower-class black community in Savannah, Georgia, attended segregated public schools, and knew no white people socially. I can't remember thinking of this last fact as a disadvantage, but I do know that early on I was being conditioned to believe that I was not supposed to know any white people on social terms. In our town the children of the black middle class were expected to aspire to certain traditional occupations; the children of the poor were expected not to cause too much trouble.”

 

 1653301-d677b67636b1fb26d83375c2b43de36b.jpg
James Alan McPherson (Savannah, 16 september 1943)

 

 

De Amerikaanse schrijver Michael Nava werd geboren op 16 september 1954 in Stockton, Calefornië. Zie ook mijn blog van 16 september 2010 en eveneens alle tags voor Michael Nava op dit blog.

Uit: The Little Death

“The stink was a complex odor of ammonia, unwashed bodies, latrines, dirty linen and cigarette smoke compounded by bad ventilation and mingled with a sexual musk, a distinctive genital smell. The walls were faded green, grimy and scuffed. The floor, oddly enough, was spotless. The trusties mopped it at all hours of the day and night. Busy work, I suppose.
Everyone in the public defender's office avoided the jail rotation. If the law was a temple, it was built on human misery and jails were the cornerstones. I minded the jail less than most, finding it - psychologically, at least - not so much different from a courtroom. So much of crime and punishment consisted of merely waiting for something to happen, for a case to move. But it was different, the jail, from the plush law school classroom, just a few miles away, from which I graduated ten years earlier determined to do good, to be good. I achieved at least one of those things. I was a good lawyer, and most days that was enough. I was aware, however, that I took refuge in my profession, as unlikely as that seemed considering the amount of human suffering I dealt with. It offered me a role to escape into, from what I no longer knew; perhaps nothing more significant than my own little ration of suffering.
I went into my office, a small room tucked away at the end of a corridor and where it was almost possible to hear yourself think. I picked up a sheaf of papers, arrest reports and booking sheets, the night's haul. There was the usual array of vagrants and drunk drivers, a couple of burglaries, a trespass. One burglary, involving two men, was the most serious of the cases so I gave if special attention. The two suspects were seen breaking into a car in the parking lot of a Mexican restaurant on El Camino. The police recovered a trunkful of car stereos, wires still attached. The suspects were black men in their early twenties with just enough by way of rap sheets to appeal to a judge's hanging instinct. I gathered the papers together and went into the booking office.”

 

 1653301-99a90670325ad6c6ac3fc265f40d0092.jpg
Michael Nava (Stockton, 16 september 1954)

 

 

De Amerikaanse schrijver Justin Haythe werd geboren op 16 september 1973 in Londen. Zie ook mijn blog van 16 september 2008 en ook mijn blog van 16 september 2010

Uit: The Honeymoon

“I found it slow except for one gripping sequence when Marcel sits on a log with a spectacular view of a dam behind him. As he discusses the terrible outbreak of disease amongst an Indian tribe who worked on the dam with migrant labourers from San Paulo, he carefully inches the peel from an orange. He takes great care to keep it all in one piece. When he succeeds, he looks at the peel and nods with satisfaction before tossing it into the bushes.
He had agreed to let Maureen and me live in his home while he was away making his next film. His daughter lived in an apartment on the ground floor. Claudia was twenty-seven years old, five years younger than Maureen. He said she would keep an eye on us.
When Maureen went out to dinner or to the theatre in the evenings, she paid Claudia to come upstairs and look after me. Claudia was tall and exceptionally long-limbed, her torso nothing more than a hesitation between arms and legs. When she rose from sitting contorted on the couch, she unfolded to a startling height. Her mother was Venezuelan, but something besides foreignness was foreign between us. Aside from the desk, all that remained as evidence that she had spent her childhood in the apartment was the piece of coloured glass hung from the window frame in the room where I slept, and a small brass travel frame, the size of a matchbox, that sat on Marcel's desk. The frame opened like a locket and contained two photographs: on one side, a young unsmiling Claudia wearing a pair of swimsuit bottoms at the edge of the ocean; on the other, a lean, happy-looking Marcel against an identical background. The pictures were taken on the same afternoon, roughly in the same spot, as if this had been the only afternoon they had ever spent together.”

 

 1653301-028c3fac3506956ecc9ee1369fa81264.jpg
Justin Haythe (Londen, 16 september 1973)

 

 

De Frans-Zwitserse kunstenaar, dichter en schrijver Hans (Jean) Arp werd geboren op 16 september 1886 in Straatsburg. Zie ook mijn blog van 16 september 2010 en eveneens alle tags voor Hans Arp op dit blog

 

Die Herzen sind Sterne (Fragment)

Die Herzen sind Sterne,
die im Menschen blühen.
Alle Blumen sind Himmel.
Alle Himmel sind Blumen.
Alle Blumen glühen.
Alle Himmel blühen.
Ich spreche kleine, alltägliche Sätze
leise für mich hin.
Um mir Mut zu machen,
um mich zu verwirren,
um das große Leid, die Hilflosigkeit,
in der wir leben, zu vergessen,
spreche ich kleine, einfältige Sätze.

Die Meere sind Blumen.
Die Wolken sind Blumen.
Die Sterne sind Blumen,
die im Himmel blühen.
der Mond ist eine Blume.
Der Mond ist aber auch eine große Träne.

Alle Blumen blühen für dich.
Alle Herzen glühen für dich.

 

 

 1653301-3dd45dc0cadd26d65e6a962df548d1ba.jpg
Hans Arp (16 september 1886 - 7 juni 1966)
 

 


Zie voor nog meer schrijvers van de 16e september ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:23 Reageer op dit bericht

Alfred Schaffer

De Nederlandse dichter Alfred Schaffer werd geboren in Leidschendam op 16 september 1973 als zoon van een Arubaanse moeder en een Nederlandse vader. Schaffer studeerde Nederlandse Taal- en Letterkunde en Film- en Theaterwetenschappen alvorens in 1996 naar Zuid-Afrika te vertrekken, waar hij als docent verbonden was aan de Universiteit van Kaapstad. Tussen 2007 en 2010 was hij fondsredacteur van De Bezige Bij. In 2011 vertrok hij opnieuw naar Zuid-Afrika, waar hij als docent verbonden is aan de Universiteit van Stellenbosch. Hij debuteerde in 2000 met de dichtbundel “Zijn opkomst in de voorstad”, die werd genomineerd voor de C. Buddingh'-prijs en bekroond met de eerste Jo Peters Poëzieprijs. Zijn tweede bundel, “Dwaalgasten” uit werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. In 2003 verscheen de bibliofiele bundel “Definities en hallucinaties”. In het voorjaar van 2004 verscheen zijn eerste bundel bij De Bezige Bij, “Geen hand voor ogen”, die opnieuw werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. Eind 2006 verscheen “Schuim”, die door een groep beroepslegers en critici werd verkoren tot de beste poëziebundel van dat jaar en werd bekroond met de de Hugues C. Pernathprijs. In 2008 verscheen “Kooi”, wederom genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. Tevens werd deze bundel bekroond met de Jan-Campertprijs en de Ida Gerhardt Poëzieprijs.

 

Prooi

Ik heb de ruitenwissers aan mijn bruine huid is bruin
van alle zomerdagen. Dorpjes kraters reservaten
alles schuift voorbij, het is alsof ik door een tunnel jaag
met nat cement en aan het einde het beroemd licht
en heldere geluiden. Alleen er is geen tunnel, ik kan het
niet beschrijven. Mij rest ook weinig tijd ik doe alsof ik weet
van niets tot ik verstijf, maar dan is het natuurlijk al te laat -
een plank van vlees ik ril bij de gedachte, precies een rat
mijn staart een vette worm en daar een kater op de loer
vlak op de grens van mijn verstandelijk vermogen.
Kom tevoorschijn roept het beest ik zie je wel. Op dit punt
schrok ik vroeger wakker badend in het zweet, nu kan ik
erom lachen, ik gil het uit van pret alsof ik eeuwig
met vakantie was, zo zit ik hier te gillen.

 

 

En dan stopt het

De afgelopen dagen denk ik meer en meer
aan het eiland van mijn moeder
en het huis van haar vader,
het had blauwe buitenmuren en geen deuren,
zoals de meeste huizen aan de baai.

De zee,
het blauwe huis op het strand,
de boom in de keuken die men uit bijgeloof
niet had willen omkappen, er was zelfs
een gat gemaakt in het dak -
alles komt steeds meer op hetzelfde neer:

daar staat mijn vader,
maar nu zonder zijn vrouw of zijn schoonvader,
de enige blanke man in zee
en hij kan niet zwemmen.
Voetje voor voetje stapt hij, zonnebril op,
met een brede grijns door het ondiepe water.

Deze domme dagen zoek
of bedenk ik maar wat bij elkaar, met stomheid
geslagen.
Zo voorbeeldig, en dan stopt het.

 

 1681978-a801c85481e63156aaa4b0d9c5b35475.jpg
Alfred Schaffer (Leidschendam, 16 september 1973)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Lucebert, Jan Slauerhoff, Chimamanda Ngozi Adichie, Agatha Christie, Claude McKay, Orhan Kemal

De Nederlandse dichter Lucebert werd in Amsterdam geboren op 15 september 1924 onder de naam Lubertus Swaanswijk. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Lucebert op dit blog.

 

Vrede is eten met muziek

Vredig eten is goed eten
Want lekker eten doet men alleen in rust en vrede
Voor een goede spijsvertering is het een vereiste
Dat men elk hapje minstens vijftienmaal kauwt
Daarom eet men met muziek ook beter
Want onder vrolijke tonen bewegen de kaken vanzelf
Harmonieus en met de kaken ook de slokdarm
En later zelfs de overige dertig meter
Lange darmen in de buik

Vrede is goed eten met goede muziek
Met marsmuziek kan men beter lopen dan eten
Als men dan ook maar vredig loopt
En niet meemarcheert met een troep soldaten
Tegen andere soldaten
Dan is marsmuziek net zo bedorven
Als besmet voedsel

Maar bij dansmuziek is het zeker goed eten
Want dansen is geen vechten
Wie danst houdt rekening met andere dansers
Zoals men onder het eten niet alle
Lekkere hapjes alleen verorbert maar die deelt
Met overig disgenoten.

 

 1652822-0c53dae1af133cd04002ecab2b8d852f.jpg
Lucebert, En zij wendden zich af van het kruis, 1985

 

 

Van de econoom

onverschrokken bij braindrain de schoonprater
springt van nest naar vogel en blijft opgetogen
in de spaghetti van glossolalie lepelen

bepaalde aspecten moeten worden meegenomen
als je niet bepaalde effecten voorkomt
maar kunnen ook blijven liggen als vorm van antwoord
zoals de schepping ook is bepaald die met mensen in de supermarkt
al te toevallige offers heeft afgewend daar komen we onszelf tegen
in de ethiek van het economisch leven

zorgvuldig produceren en consumeren
er is een omslag ontstaan in de omgang
een kwestie van gewenning
invulling van verantwoordelijkheden meer vulsel
dat uitspruit tot vullus
toegevoegde waarde
strijkstok van strijkages

 

 1652828-1abac4d3a9e574b39f03368104aeb090.jpg
Lucebert (15 september 1924 - 10 mei 1994)
Lucebert, verkleed als Keizer der Vijftigers, 1954

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jan Jacob Slauerhoff werd geboren in Leeuwarden op 15 september 1898. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Jan Slauerhoff op dit blog.

 

En zoveel schande werd in liefdes naam

En zoveel schande werd in liefdes naam
Met rein gelaat, gemeen gemoed bedreven,
Dat ik mij vaak genoeg voor liefde schaam
En walging mij belt om voor te leven.

Een felle blos, een bloedgolf stijgt naar ‘t hoofd,
het wordt mij beurtlings rood en zwart voor ogen.
Ach, alles wat geluk is wordt geroofd,
Bevochten op almachtige gier en logen.

Maar voor een ogenblik bezinning keert,
Men weet weer de verruklijke engel veil
Voor alles wat zij maar op aard begeert,
En reinheid zoekt weer in verdriet zijn enig heil.

 

 

Kindervrage

In de hemel staan de sterren
Als kinderen in de verre
Somber overwolkte heide
Waar zij grazend zich verspreiden
Voor het verschiet.

Hoe komt het dat zij niet verdwalen?
Wel is de Maan een strenge herder
Maar de hond die ze, als ze verder
Gaan dan mag, terug moet halen,
Is er niet.

Waarom gaan ze dan niet zoeken
Uit den hemel, in den hoeken
Van ’t heelal, wat zich daarachter
Mag verschuilen, waar geen wachter
Hun verbiedt?

Waarom zijn ze bang gehoorzaam,
Blijven ze in kudde’ ervoor staan?
Als de maan met lome stralen
Hen toch wel niet in kan halen,
Waarom gaan ze dan niet dwalen,
Waarom niet?

 

De ontdekker

Hij had het land waarvoor hij scheep ging lief,
Lief, als een vrouw 't verborgen komende.
Er diep aan denkend stond hij dromende
Voor op de plecht en als de boeg zich hief

Was 't hem te moede of 't zich reeds bewoog
Onder de verten, waarin 't sluimerde,
Terwijl 't schip, door de waterscheiding schuimende,
Op de aanbrekende geboort' toevloog.

Maar toen het lag ontdekt, leek het verraad.
Geen stille onzichtbre streng verbond hen tweeën.
Hij wilde 't weer verheimlijken - te laat:
Het lag voor allen bloot. Hem bleef geen raad
Dan voort te varen, doelloos, desolaat
En zonder drift - leeg, over lege zeeën.

 

 1652822-08961d97326a91fda0f4996e06256027.jpg
Jan Slauerhoff (15 september 1898 – 5 oktober 1936)

 

 

De Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie werd geboren op 15 september 1977 in Enugu. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Chimamanda Ngozi Adichie op dit blog.

Uit: Half of a Yellow Sun

"Oh, yes, you have brought the houseboy. I kpotago ya." Master's Igbo felt feathery in Ugwu's ears. It was Igbo colored by the sliding sounds of English, the Igbo of one who spoke English often.
"He will work hard," his aunty said. "He is a very good boy. Just tell him what he should do. Thank, sah!"
Master grunted in response, watching Ugwu and his aunty with a faintly distracted expression, as if their presence made it difficult for him to remember something important. Ugwu's aunty patted Ugwu's shoulder, whispered that he should do well, and turned to the door. After she left, Master put his glasses back on and faced his book, relaxing further into a slanting position, legs stretched out. Even when he turned the pages he did so with his eyes on the book.
Ugwu stood by the door, waiting. Sunlight streamed in through the windows, and from time to time a gentle breeze lifted the curtains. The room was silent except for the rustle of Master's page-turning. Ugwu stood for a while before he began to edge closer and closer to the bookshelf, as though to hide in it, and then, after a while, he sank down to the floor, cradling his raffia bag between his knees. He looked up at the ceiling, so high up, so piercingly white. He closed his eyes and tried to reimagine this spacious room with the alien furniture, but he couldn't. He opened his eyes, overcome by a new wonder, and looked around to make sure it was all real. To think that he would sit on these sofas, polish this slippery-smooth floor, wash these gauzy curtains.
"Kedu afa gi? What's your name?" Master asked, startling him.
Ugwu stood up.
"What's your name?" Master asked again and sat up straight. He filled the armchair, his thick hair that stood high on his head, his muscled arms, his broad shoulders; Ugwu had imagined an older man, somebody frail, and now he felt a sudden fear that he might not please this master who looked so youthfully capable, who looked as if he needed nothing.”

 

 1652828-900402537bc2b8c4adeeb3c636d53356.jpg
Chimamanda Ngozi Adichi (Enugu, 15 september 1977)

 

 

De Britse schrijfster Agatha Christie werd geboren in Torquay (Devon) op 15 september 1890. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Agatha Christie op dit blog.

Uit: The Mysterious Affair at Styles

“Their country-place, Styles Court, had been purchased by Mr. Cavendish early in their married life. He had been completely under his wife’s ascendancy, so much so that, on dying, he left the place to her for her lifetime, as well as the larger part of his income; an arrangement that was distinctly unfair to his two sons. Their step-mother, however, had always been most generous to them; indeed, they were so young at the time of their father’s remarriage that they always thought of her as their own mother.
Lawrence, the younger, had been a delicate youth. He had qualified as a doctor but early relinquished the profession of medicine, and lived at home while pursuing literary ambitions; though his verses never had any marked success.
John practiced for some time as a barrister, but had finally settled down to the more congenial life of a country squire. He had married two years ago, and had taken his wife to live at Styles, though I entertained a shrewd suspicion that he would have preferred his mother to increase his allowance, which would have enabled him to have a home of his own. Mrs. Cavendish, however, was a lady who liked to make her own plans, and expected other people to fall in with them, and in this case she certainly had the whip hand, namely: the purse strings.
John noticed my surprise at the news of his mother’s remarriage and smiled rather ruefully.
“Rotten little bounder too!” he said savagely. “I can tell you, Hastings, it’s making life jolly difficult for us. As for Evie—you remember Evie?”
“No.”
“Oh, I suppose she was after your time. She’s the mater’s factotum, companion, Jack of all trades! A great sport—old Evie! Not precisely young and beautiful, but as game as they make them.”

 

 1652828-9b0ab6b9859392cf9ff79a1f0608bc41.jpg
Agatha Christie (15 september 1890 – 12 januari 1976)
David Suchet als Hercule Poirot

 

 

De Jamaicaanse dichter en schrijver Festus Claudius " Claude " McKay werd geboren op 15 september 1890 in Sunny Ville, Clarendon, Jamaica. Xie ook alle tags voor Claude McKay op dit blog.

 

A Memory of June

When June comes dancing o'er the death of May,
With scarlet roses tinting her green breast,
And mating thrushes ushering in her day,
And Earth on tiptoe for her golden guest,

I always see the evening when we met--
The first of June baptized in tender rain--
And walked home through the wide streets, gleaming wet,
Arms locked, our warm flesh pulsing with love's pain.

I always see the cheerful little room,
And in the corner, fresh and white, the bed,
Sweet scented with a delicate perfume,
Wherein for one night only we were wed;

Where in the starlit stillness we lay mute,
And heard the whispering showers all night long,
And your brown burning body was a lute
Whereon my passion played his fevered song.

When June comes dancing o'er the death of May,
With scarlet roses staining her fair feet,
My soul takes leave of me to sing all day
A love so fugitive and so complete.

 

 

A Prayer

'Mid the discordant noises of the day I hear thee calling;
I stumble as I fare along Earth's way; keep me from falling.

Mine eyes are open but they cannot see for gloom of night:
I can no more than lift my heart to thee for inward light.

The wild and fiery passion of my youth consumes my soul;
In agony I turn to thee for truth and self-control.

For Passion and all the pleasures it can give will die the death;
But this of me eternally must live, thy borrowed breath.

'Mid the discordant noises of the day I hear thee calling;
I stumble as I fare along Earth's way; keep me from falling.

 

 1652822-06ee6505c2ca113648bbf19043f4f646.jpg
Claude McKay (15 september 1890 - 22 mei 1948)

 

 

De Turkse schrijver Orhan Kemal (eig. Mehmet Raşit Öğütçü) werd geboren op 15 september 1914 in Ceyhan. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Orhan Kemal op dit blog.

Uit: The Idle Years (Vertaald door Cengiz Lugal)

“The waiter brought his dolma.
‘I’ll have a bowl of soup, please,’ I said.
Nejip came over much later when his shift was done. The streets were full of tobacco workers and their hubbub. I would love to have been one of their rusty-brown, dirty but none the less cheerful crowd.
Nejip kept asking us questions, laughing and being happy. ‘We can go and see some games. You wouldn’t believe some of the matches they have. Which club are you going to go to? I’d say you should get yourselves into Fenerbahçe. You see Fenerbahçe…’
Gazi and I exchanged glances and smiled to ourselves.
‘So which hotel are you staying in?’ Nejip asked, after we’d had God knows how many coffees. ‘Is it a nice, clean place?’
Gazi winked at me. ‘Very clean,’ he said.
‘Well, you can stay with me for tonight anyway. Come on then… Do we have to let the hotel know?’
‘Not really,’ said Gazi and burst out laughing. ‘What hotel, mate? How would we be in a hotel? We’ve been lucky to have a floor to crash on!’
‘Whose floor have you been crashing on?’
‘We met this guy called Nevzat. We’re on the floor in his room.’
‘He shovels coal for a living.’
‘And I thought that…’ Nejip began and then stopped. He started walking off and beckoned to us to follow.
Well, whatever he had thought, it didn’t stop him being the perfect host.”
  

 1652822-260f339463fcb87ab05675fb9bcbea5b.jpg
Orhan Kemal (15 september 1914 – 2 juni 1970)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e september ook mijn blog van 15 september 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:55 Reageer op dit bericht

Karl Philipp Moritz

De Duitse schrijver, redacteur en essayist Karl Philipp Moritz werd geboren in Hamelin op 15 september 1756. Moritz werd geboren in arme omstandigheden. Na een gebrekkige schoolopleiding ging hij in de leer bij een hoedenmaker. Er volgen wat wanhopige pogingen om in zijn levensonderhoud te voorzien en toen trok hij de aandacht van een pastor in Hannover en kon hij het gymnasium gaan bezoeken. Al spoedig koos hij echter voor een engagement als acteur onder Ekhof in Gotha, wat evenwel geen succes werd en hij ging opnieuw studeren in Erfurt. Ook van deze stadie had hij weer snel genoeg. Hij sloot zich aan bij de Moravische kerk in Barby, en studeerde theologie in Wittenberg. Vervolgens doceerde hij filantropie aan het Potsdammer militaire weeshuis, om daarna snel weer zijn biezen te pakken. Lesgevend in Berlijn maakte hij naam als schrijver, predikant en dichter, en ging naar Engeland. Vervolgens werd hij leraar aan het gymnasium in Berlijn (Köllnisches Gymnasium). Ook probeerde hij van de Vossische Zeitung een proletarische krant te maken, maar dat mislukte. Later reisde hij naar Italië (1786), waar hij Goethe ontmoette, en bij zijn terugkeer naar Duitsland nam hij zijn intrek als gast bij Goethe in Weimar. Hertog Karl August hielp hem aan een positie aan de Berlijnse Academie van Wetenschappen, en in 1789 werd Moritz hoogleraar in de Theorie van de Schone Kunsten aan de Koninklijke Academie voor Kunsten in Berlijn. Onder zijn studenten waren Ludwig Tieck, Wilhelm Heinrich Wackenroder en Alexander von Humboldt. Hij was een fervent bewonderaar van Jean Paul en bevriend met Moses Mendelssohn en Asmus Jakob Carstens. Afgezien van een vier-delige autobiografische roman, “Anton Reiser”, en twee gewone “Andreas Hartknopf” romans schreef hij ook een aantal theoretische geschriften over esthetiek, in het bijzonder "Über die bildende Nachahmung des Schönen". Moritz ‚“ Magazin zur Erfahrungsseelenkunde als ein Lesebuch für Gelehrte und Ungelehrte“ was een van de eerste Duitstalige tijdschriften voor psychologie.

Uit: Anton Reiser

„In Pyrmont, einem Orte, der wegen seines Gesundbrunnens berühmt ist, lebte noch im Jahre 1756 ein Edelmann auf seinem Gute, der das Haupt einer Sekte in Deutschland war, die unter dem Namen der Quietisten oder Separatisten bekannt ist, und deren Lehren vorzüglich in den Schriften der Mad. Guion, einer bekannten Schwärmerin, enthalten sind, die zu Fénelons Zeiten, mit dem sie auch Umgang hatte, in Frankreich lebte.
Der Herr von Fleischbein, so hieß dieser Edelmann, wohnte hier von allen übrigen Einwohnern des Orts und ihrer Religion, Sitten und Gebräuchen ebenso abgesondert, wie sein Haus von den ihrigen durch eine hohe Mauer geschieden war, die es von allen Seiten umgab.
Dies Haus nun machte für sich eine kleine Republik aus, worin gewiß eine ganz andre Verfassung als rund umher im ganzen Lande herrschte. Das ganze Hauswesen bis auf den geringsten Dienstboten bestand aus lauter solchen Personen, deren Bestreben nur dahin ging oder zu gehen schien, in ihr ›Nichts‹ (wie es die Mad. Guion nennt) wieder einzugehen, alle Leidenschaften zu ›ertöten‹ und alle ›Eigenheit‹ auszurotten.
Alle diese Personen mußten sich täglich einmal in einem großen Zimmer des Hauses zu einer Art von Gottesdienst versammlen, den der Herr von Fleischbein selbst eingerichtet hatte, und welcher darin bestand, daß sie sich alle um einen Tisch setzten und mit zugeschloßnen Augen, den Kopf auf den Tisch gelegt, eine halbe Stunde warteten, ob sie etwa die Stimme Gottes oder das ›innre Wort‹ in sich vernehmen würden. Wer dann etwas vernahm, der machte es den übrigen bekannt.
Der Herr von Fleischbein bestimmte auch die Lektüre seiner Leute, und wer von den Knechten oder Mägden eine müßige Viertelstunde hatte, den sahe man nicht anders als mit einer von der Mad. Guion Schriften, vom ›innern Gebet‹ oder dergleichen, in der Hand in einer nachdenkenden Stellung sitzen und lesen.
Alles bis auf die kleinsten häuslichen Beschäftigungen hatte in diesem Hause ein ernstes, strenges und feierliches Ansehn. In allen Mienen glaubte man ›Ertötung‹ und ›Verleugnung‹ und in allen Handlungen ›Ausgehen aus sich selbst‹ und ›Eingehen ins Nichts‹ zu lesen.
Der Herr von Fleischbein hatte sich nach dem Tode seiner ersten Gemahlin nicht wieder verheiratet, sondern lebte mit seiner Schwester, der Frau von Prüschenk, in dieser Eingezogenheit, um sich dem großen Geschäfte, die Lehren der Mad. Guion auszubreiten, ganz und ungestört widmen zu können.”

 

 1777541-4fde23bfdb5e8bdc8f823435a6bd816c.jpg
Karl Philipp Moritz (15 september 1756 - 26 juni 1793)
Portret door Karl Franz Jacob Heinrich Schumann, 1791

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Hans Faverey, Theodor Storm, Leo Ferrier, Corly Verlooghen, Bernard MacLaverty

De Nederlandse dichter Hans Faverey werd op 14 september 1933 geboren in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Hans Faverey op dit blog.

 

De boot, waarin zich

De boot, waarin zich
moet laten schommelen
een man. Een vrouw
aan wie wordt gedacht, door de man,

tot op het laatst misschien.
En dan de ogen te moeten sluiten
om te zien hoe, bij kalme zee
en bij helder zicht, de boot keer

op keer, steeds indringender,
dezelfde rotspunt raakt.

 

 

Zo eenvoudig

Zo eenvoudig als een waterdruppel,
zo helder als een splinter berkenhout,

Omdat het veulen geduldig en voorzichtig
uit het paard valt en kan staan,

De vis als een metalen traan ontluikt
en kan vliegen, de mens after all

Moeizaam leert zwijgen en wegzijn
tussen zijn gewapend steenslag,

Zo eenvoudig, zo helder is het niet
wat ik overhoud wanneer ik
mijn pen heb neergelegd.

 

 

Een witte raaf

op een witte walvis;
een waarnemend subject,
(gepostuleerd); geen water,

laat staan zout water -. Elkaar

voortdurend bijsturend, feed-
back, moeten zij maar zien
hoe zich uit deze tekst

te verwijderen

 

 

 1652308-1102efa469983959b622cae722ce3096.jpg
Hans Faverey (14 september 1933 – 8 juli 1990)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Theodor Storm werd geboren in Husum op 14 september 1817. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Theodor Storm op dit blog.

Uit: Der Schimmelreiter

„Und wirklich, einen Augenblick, als eine schwarze Wolkenschicht es pechfinster um mich machte und gleichzeitig die heulenden Böen mich samt meiner Stute vom Deich herabzudrängen suchten, fuhr es mir wohl durch den Kopf. ›Sei kein Narr! Kehr um und setz dich zu deinen Freunden ins warme Nest.‹ Dann aber fiel's mir ein, der Weg zurück war wohl noch länger als der nach meinem Reiseziel; und so trabte ich weiter, den Kragen meines Mantels um die Ohren ziehend.
Jetzt aber kam auf dem Deiche etwas gegen mich heran; ich hörte nichts; aber immer deutlicher, wenn der halbe Mond ein karges Licht herabließ, glaubte ich eine dunkle Gestalt zu erkennen, und bald, da sie näher kam, sah ich es, sie saß auf einem Pferde, einem hochbeinigen hageren Schimmel; ein dunkler Mantel flatterte um ihre Schultern, und im Vorbeifliegen sahen mich zwei brennende Augen aus einem bleichen Antlitz an.
Wer war das? Was wollte der? – Und jetzt fiel mir bei, ich hatte keinen Hufschlag, kein Keuchen des Pferdes vernommen; und Roß und Reiter waren doch hart an mir vorbeigefahren!
In Gedanken darüber ritt ich weiter, aber ich hatte nicht lange Zeit zum Denken, schon fuhr es von rückwärts wieder an mir vorbei; mir war, als streifte mich der fliegende Mantel, und die Erscheinung war, wie das erste Mal, lautlos an mir vorübergestoben. Dann sah ich sie fern und ferner vor mir; dann war's, als säh ich plötzlich ihren Schatten an der Binnenseite des Deiches hinuntergehen.
Etwas zögernd ritt ich hintendrein. Als ich jene Stelle erreicht hatte, sah ich hart am Deich im Kooge unten das Wasser einer großen Wehle blinken – so nennen sie dort die Brüche, welche von den Sturmfluten in das Land gerissen werden und die dann meist als kleine, aber tiefgründige Teiche stehen bleiben.
Das Wasser war, trotz des schützenden Deiches, auffallend bewegt; der Reiter konnte es nicht getrübt haben; ich sah nichts weiter von ihm. Aber ein anderes sah ich, das ich mit Freuden jetzt begrüßte: vor mir, von unten aus dem Kooge, schimmerten eine Menge zerstreuter Lichtscheine zu mir herauf, sie schienen aus jenen langgestreckten friesischen Häusern zu kommen, die vereinzelt auf mehr oder minder hohen Werften lagen, dicht vor mir aber auf halber Höhe des Binnendeiches lag ein großes Haus derselben Art; an der Südseite, rechts von der Haustür, sah ich alle Fenster erleuchtet; dahinter gewahrte ich Menschen und glaubte trotz des Sturmes sie zu hören.“

 

 1652308-314b6a81b6d640a234af120ff3826e7a.JPG
Theodor Storm (14 september 1817 - 4 juli 1888)
Standbeeld in Hanerau-Hademarschen

 

De Surinaamse schrijver Leo Henri Ferrier werd geboren in Paramaribo op 14 september 1940. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Leo Ferrier op dit blog.

Uit: Âtman

“Mijn bloed in de rijst, nog voor de organen in mijn lichaam de gekookte witte korrels ontleden in stoffen, die door de darmkanalen osmotisch vloeien in mijn bloed, dat daar arm is.
Ik sta op de brug van Leonsberg, zie mijn huis op de andere Suriname-oever, de noordwestgrens van het distrikt Commewijne. Het enige huis daar aan de overkant, van deze plaats af zo goed waar te nemen. Vergissingen uitgesloten, als men daar naar rechts kijkt. Daar staat het, bijna direkt aan de rivier. De weg, een witte kalkstreep, voert bij de koffieonderneming Voorburg langs de rivier, beschrijft een grote bocht om het huis en komt hier recht tegenover bij Kabel Voorburg weer aan de rivier te voorschijn. Mijn huis staat er geheel geïsoleerd daar naar rechts.
Links, eerst een paar visserskrotten, netten hangen aan lange stokken te drogen in de zon aan de waterkant. Het stinkt er naar rottende vis. Een houten r.k. kerkje - een triomferend torenkruis schijnt als hoogste punt naar de zon te reiken. Gewone huizen, golfzinken daken, veel bomen. Een open stuk aan de rivier dat een voetbalveld is. Er wordt ook een kleine markt gehouden. Grote roeiboten geladen met bananen, groente, vis en andere marktprodukten. De grote aanlegsteiger van de Scheepvaart Mij. Suriname, die een veerdienst Leonsberg - Nieuw-Amsterdam vice versa onderhoudt. Daarachter ligt Nieuw-Amsterdam zelf, de hoofdplaats van Commewijne.
De Commewijne - smaller - voegt daar haar stroom aan de bredere Surinamerivier om samen met deze een onmetelijk estuarium in het dichte oerwoud aan de kust open te scheuren. Wisselen er ontzaglijk oneindige hoeveelheden kubieke meters water met de Atlantische Oceaan in de cyclus van eb vloed vloed eb. Een groot gebeuren aan Suriname's noordgrens, modderig, waar men nu vlak voor de kust naar olie boort.”

 

 1652308-e2e7dbd8f4586beba9659ac822cb6e05.jpg
Leo Ferrier (14 september 1940 - 30 juli 2006)
Cover 

 

 

De Surinaamse dichter, schrijver, journalist en muziekpedagoog Corly Verlooghen werd geboren op 14 september 1932 in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Corly Verlooghen op dit blog.

Uit: Benditania

“Nadat het door motorpech getroffen vaartuig met de twee geleerden urenlang had rondgedobberd in de Caraïbische Zee, werd het neergesmakt op het rotsige strand. Uit alle macht klampten de opvarenden zich vast in de kleine ruimte van de boot. Geen enkele lamp brandde meer, wat de welhaast sterreloze nacht nog onheilspellender maakte. De geoloog doctor Chet Delson en zijn vriend de oceanograaf doctor Renco Zaral vreesden dat een volgende ruwe golf het fatale einde zou betekenen, omdat het vaartuig dan te pletter zou slaan tegen de rotsen. Delson zag reeds flarden van zijn uitgeputte lichaam verspreid liggen op het eenzame strand en hij dacht aan zijn vrouw en kinderen van wie hij enkele dagen tevoren afscheid had genomen in New York. Ver van huis te moeten sterven in een vreemd oord was het laatste waaraan hij ooit gedacht zou hebben. Het scheelde weinig of nostalgische sentimenten overmeesterden hem. Zaral had het ondanks zijn benarde toestand gemakkelijker met zijn gevoelens. Hij hoefde zich geen zorgen te maken om een gezin, omdat hij ongetrouwd was. Enkele kortstondige scharrels waren op niets uitgelopen en daarna had hij er niet veel zin meer in gehad zijn geluk in de liefde te beproeven. Zijn wetenschappelijke carrière had hem volledig in beslag genomen en hij had er geen bezwaar tegen zijn verdere leven als vrijgezel door te brengen.
Maar was er nu nog kans op een toekomst? Alsof hij en Delson tegelijk op hetzelfde idee kwamen besloten ze het vaartuig met alle kostbare apparatuur prijs te geven aan de zee. Haastig staken ze hun paspoorten bij zich en sprongen overboord. In de verte hoorden ze het gebrul van een aanstormende golf. In volle vaart renden ze het strand op. Nadat ze zich enkele honderden meters landinwaarts in veiligheid hadden gebracht en hijgend op een rots waren gaan zitten, zagen ze tot hun grote vreugde hoe de motorboot vastgeklemd was komen te liggen tussen twee forse rotsen en de aanval van de watermassa's weerstond.
‘Ook de wetenschap is gered’, zuchtte doctor Delson.
‘De Almachtige zij geprezen’, antwoordde doctor Zaral. ‘Maar toch moeten wij niet te vroeg juichen. Want straks worden wij nog door een stelletje bandieten om zeep gebracht. Ik vertrouw de rust van dit strand niet.’ Delson keek somber. En voordat hij nog iets terug kon zeggen, werden hij en Zaral overvallen door het verblindend licht van een zaklantaarn.”

 

 1652308-c71a2c9d1480eb94564e8bbd4adf3b70.jpg
Corly Verlooghen (Paramaribo, 14 september 1932)

 

 

De Noord-Ierse schrijver Bernard MacLaverty werd geboren in Belfast op 14 september 1942. Zie ook alle tags voor Bernard MacLaverty op dit blog.

Uit: A Time to Dance

“Nelson, with a patch over one eye, stood looking idly into Mothercare’s window. The sun was bright behind him and made a mirror out of the glass. He looked at his patch with distaste and felt it with his finger. The Elastoplast was rough and dry and he disliked the feel of it. Bracing him self for the pain, he ripped it off and let a yell out of him. A woman looked down at him curiously to see why he had made the noise, but by that time he had the patch in his pocket. He knew without looking that some of his eyebrow would be on it.
He had spent most of the morning in the Gardens avoiding distant uniforms, but now that it was coming up to lunchtime he braved it on to the street. He had kept his patch on longer than usual because his mother had told him the night before that if he didn’t wear it he would go “stark, staring blind”.
Nelson was worried because he knew what it was like to be blind. The doctor at the eyeclinic had given him a box of eye patches that would last most of his lifetime. Opticludes.
One day Nelson had worn two and tried to get to the end of the street and back. It was a terrible feeling. He had to hold his head back in case it bumped anything and keep waving his hands in front of him backwards and forwards like windscreen wipers. He kept trampling on tin cans and heard them trundle emptily away. Broken glass crackled under his feet and he could not figure out how close to the wall he was. Several times he heard footsteps approaching, slowing down as if they were going to attack him in his helplessness, then walking away. One of the footsteps even laughed. Then he heard a voice he knew only too well.
‘Jesus, Nelson, what are you up to this time?
’ It was his Mother. She led him back to the house with her voice blaring in his ear.“

 

 1652308-321985c9c5c4e54bbe9c712e2bdb169e.jpg
Bernard MacLaverty (Belfast, 14 september 1942)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e september ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:34 Reageer op dit bericht

Martyn Burke, Ivan Klima, Eckhard Henscheid, Eric van der Steen, Mario Benedetti, Uli Becker

De Canadese schrijver, journalist, regisseur en scenarioschrijver Martyn Burke werd geboren op 14 september 1952 in Toronto. Zie ook alle tags voor Martyn Burke op dit blog.

Uit: The Commissar's Report

“efore the great war, when I was a boy, we used to dream of what life was like in Enemy Number One. It was a time when dreams were precious. Terror hung like a fog in our city, and even though we were very young, we still knew about the midnight arrests and the deportations going on all around us. And what we didn't know, we could sense from the fear-etched faces of our parents, who would talk even to us in heroic and heavy phrases of socialist realism like we heard from the loudspeakers at the May Day military parades. It was as if our parents were afraid that we would turn them in.
Enemy Number One seemed like a distant paradise to us then.
We knew all about it from the pages of smuggled copies of Life magazine. Of course it was dangerous to be caught reading such a foreign magazine. (But how were we to know you could be shot for it?) All we cared about was hurrying home after school, running through the freezing streets where steaming horses wheezed under heavy loads and streetcars clanged and clattered among the grim, ragged throngs.
No one was home in our apartment for at least an hour after school, so my brother Yuri and I spent those precious moments staring into the pages of Life, with its photographs and advertisements of all those sleek people and those big Cadillacs and the skyscrapers in New York and Chicago. My imagination would stampede and before I knew it, I was walking around our high-ceilinged parlor with its overstuffed furniture and peeling plaster, pretending I was in a glittering ballroom in Philadelphia. I danced through the ancient odors of boiled cabbage as the after-school gloom fell away in the light of some distant candelabra.I hated the smell of boiled cabbage. I was sure that Enemy Number One did not smell of boiled cabbage.”

 

 1652292-4c7af30b3e26719bf43e29f1e01461a1.jpg
Martyn Burke (Toronto, 14 september 1952)

 

 

De Tsjechische schrijver Ivan Klíma werd op 14 september 1931 geboren in Praag. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en ook alle tags voor Ivan Klima op dit blog.

Uit: Lovers for a Day (Vertaald door Gerald Turner)

“BIn the complete silence she can hear the sand noiselessly piling up into blue dunes, and slowly, like a mirage, the outline of the first tower emerges, and a chimney thrusting skywards and an enormous plinth for an enormous statue, with no statue, that marvellous landmark; and lower and lower, below the roofs — this is my city — down to the river, and above the river coloured prisms with cellophane and trams (chipped thermos flasks), motor cars and converging dots just moving — those are people — if I were to go down there I'd be like them and maybe someone would be glad and say, Stay here now, don't go back. No thank you, I'm happy here. This is where I'm happiest of all. Here I'm all alone when I feel like it and I won't be if I don't feel like it. And up again: the owl-shaped branch again, and higher and higher up to the outline of the last tower and the chimney thrusting skywards. It's still early morning and the sun is rising. The day had such a pallid start — but now, now it's like a tree growing out of the damp earth, like a field, like a roof facing away from the city. She would like to do something: I have to do something on a day like this. I'll put on that white pleated skirt and then I could go for a swim — with Markéta probably — or just go off somewhere, go and thumb a lift from the last tram stop, all on my own — why not, someone's bound to stop and give me a lift somewhere. And maybe he'll be young and afterwards he'll say, Actually I'm not going anywhere, it was just a whim this morning. And I'll reply, It wasn't just your whim, it was mine as well. Except that it'll turn out to be some dreary married man instead. But that doesn't matter, I'll get dropped off somewhere where there are some rocks and climb up them. And then when I get to the top, it'll be like it used to be with us, only I'll lie down in the warm clovery grass all by myself, far from any path, and wait.
And she quietly slips out of the room that is more like a mansard and in which only the end of the ball of twine will now swing to and fro almost imperceptibly behind the closed window and the closed door.“

 

 1652292-4ff39fdfff7406002ed6a0db6af84222.jpg
Ivan Klíma (Praag, 14 september 1931)

 

 

De Uruguayaanse dichter, schrijver, criticus en journalist Mario Benedetti Farugia werd geboren op 14 september 1920 in Paso de los Toros in het department Tacuarembó. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en ook alle tags voor Mario Benedetti op dit blog.

 

Tijdverdrijf

In onze kindertijd
waren oude mensen dertig jaar oud
een plas was een oceaan
de dood effen en vlak
bestond niet

Later, als jongeren
waren mensen op hun veertigste oud
een vijver was een oceaan
de dood was enkel
een woord

En toen wij huwden
waren ouderlingen zo'n vijftig jaar oud
een meer was een oceaan
en de dood was de dood
van de anderen

Nu, door ervaring geleerd,
kreeg de waarheid haar gewicht
de oceaan is uiteindelijk de oceaan
maar de dood begint onze dood
te worden.

 

Vertaald door Germain Droogenbroodt

 

 

Do Not Save Yourself (No Te Salves)

Do not stay motionless
on the edge of the path
do not freeze joy
do not love with disillusion
do not save yourself now
or ever
do not save yourself
do not fill yourself with calm
do not reserve from the world
a mere tranquil corner
do not let your eyelids fall
heavy like judgements
do not be left without lips
do not sleep without weariness
do not think (yourself) without blood
do not judge yourself without time.
But if
in spite of it all
you can’t avoid it
and you freeze joy
and you love with disillusion
and you save yourself now
and you fill yourself with calm
and you reserve in the world
merely a tranquil corner
and you allow your eyelids to fall
heavy like judgements
and you are desiccated without lips
and you sleep without weariness
and you think (yourself) without blood
and you judge yourself without time
and you stay motionless
at the edge of the path
and you save yourself
then
do not stay with me.

 

Vertaald door Alejandro Urruzmendi

 

 1652292-bc53471e6699b09137c55a5b55230fc9.jpg
Mario Benedetti (14 september 1920 – 17 mei 2009)

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter en journalist Eric van der Steen werd op 14 september 1907 in Alkmaar geboren. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en ook alle tags voor Eric van der Steen op dit blog.

 

Bladvullingen

De haven laait. Hoezee. Copra en cargadoor.
Ik zie dat leven aan en voel er dan niets voor.

•
 
Zeer zware geuren, droomen soms. In vol ornaat
een zaad dat zeilend voor den wind de zee ingaat.
 
•
 
Men schrijft weer Mei. De maan is blank en goed gerezen.
Ik Meimer: Eric, zal Men na een eeuw dit lézen?
 
•
 
Zij ijs, ik bier. Ik kus haar zacht, zij lacht
en trappelt op het grind, dat weer den Ystijd wacht.
 
•
 
Waarom, waarom floot ik ‘l'Amour sans phrases!’
dien laatsten keer zoo valsch en uit de maat?
Omdat de oempa's zoo 't Wilhelmus blazen
wanneer het schip den vasten wal verlaat.
 
•
 
Bronnen voor dezen dorst zijn boordevol verscholen
omtrent een koelen mond en twee violenoogen.
 
•
 
Als ik die oogen en die weeke lippen gadesla,
dan wil ik meestal naar den Oost en soms naar Canada.
 
•
 
Wanneer je terug zou komen, terug zou komen, Inge....
Ik zou niet drinken en de nachtegaal zou zingen.
 
•
 
Nu hier in Juni de seringen oostersch geuren,
drieduizend dooden zijn in China te betreuren.
 
•
 
Ik zou alleen zijn met U, Venus, felle star,
als tante Bets niet baas was in haar eigen bar.
 
•
 
Enkel Novemberregen - en de ziel (wie heeft die niet?)
zit vleugellam aan d'oever van een snelle vliet.

 

 1652292-702f4fcf5d40ea4cbd8f2c9564d260ef.jpg
Eric van der Steen (14 september 1907 - 3 november 1985)
Alkmaar 

 

 

De Duitse schrijver Eckhard Henscheid werd geboren op 14 september 1941 in Amberg. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en ook alle tags voor Eckhard Henscheid op dit blog.

Uit: Goethe unter Frauen

"-ja, ein ganz übles Tratsch- und Quatschnest war es damals, unser knapp 6000 meist seelenlose Wesen starkes Weimar, ebenwelches sie aber 1999 zum Ehrengeburtstag meines steinalten Gattensauschwanzes jetzt auch noch zur 'europäischen Kulturstadt' schlagen wollen, diese ahnungslosen Kulturbürokraten, mit fließendem Übergang zur Expo in Hannover, wo dann der sehr grunzdumme Obertheaterregisseursesel Peter Stein (m. W. ein Nachfahr der Frau v. St.) wieder mal den Faust exercieren und kaputtmachen will - und es war dies Weimar ja damals schon eine Kulturhauptstadt der Philister und der Pharisäer und der Spießer, des Drecks und Quarks, wieschon es sich selbst als 'Ilm-Athen' und 'Bethlehem-Juda' (so die alte Superschwatzbase Wieland 1776) ausgab und verherrlichte."

 

 1652292-43350dc72a4687bb0635c743277422b8.jpg
Eckhard Henscheid (Amberg, 14 september 1941)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Uli Becker werd geboren op 14 september 1953 in Hagen. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en ook alle tags voor Uli Becker op dit blog.

Uit: Dr. Dolittles Dolcefarniente

 

Nachts das Firmament
lässt jedermann Künstler sein:
Malen nach Zahlen.

*

Biotop für sich,
was am Taxipolster klebt:
Blut, Schweiß, wer weiß was.

*

Wie kurz mein Schatten
unter steiler Sonne wird!
Spring! Wär doch gelacht.

 

 

 1652292-28a1fe717d67c669ff32061d6ee8e815.jpg
Uli Becker (Hagen, 14 september 1953)
Hagen, Friedrich-Ebert-Platz met raadhuistoren en Volme-Galerie

Geschreven door Romenu om 13:10 Reageer op dit bericht

Tõnu Õnnepalu, Janusz Glowacki, Julian Tuwim, Nicolaas Beets, Roald Dahl, James Shirley

De Estische dichter, schrijver en vertaler Tõnu Õnnepalu werd geboren op 13 september 1962 in Tallin. Zie ook mijn blog van 13 september 2010 en eveneens alle tags voor Tõnu Õnnepalu op dit blog.

 

Quelque part à un tournant du destin

Quelque part à un tournant du destin
les mains de Dieu sont pleines
de tulipes et de narcisses
cireux charnus rebelles
qui se balancent dans le vent du Nord-Ouest.

Mon âme deviendra-t-elle la fumure
sur laquelle poussera quelque chose de neuf
de moins incertain
de moins instable
qui serait comme un arbre à sept branches ?
Ou bien se noiera-t-elle un jour
semblable à aujourd’hui
dans ce lac
où dérive la Terre
dans ce regard là-haut
dans cet œil bleu et froid de prophète ?

 

 

1er SEPTEMBRE 1986

À la radio, on parle du début de la deuxième guerre mondiale. Nous sommes assis autour de la table de la cuisine. Nous nettoyons des groseilles. À Berlin, les cache-fenêtres étaient prêts depuis longtemps. La radio grésille. Aux armes citoyens ! Nous avons voyagé dans le coin d’un wagon de marchandises. À la frontière, on nous a fait sortir. Vraiment, comme il est drôle d’être vivant. Les groseilles rouges brillent à la lumière de la lampe. L’été a été chaud et ensoleillé. Les groseilles sont très sucrées cette année, et celles-ci sont déjà bien mûres. Mais les écraser contre le palais procure un plaisir acide. La Pologne était très fière de sa cavalerie. J’imagine des chevaux blancs, seulement des chevaux blancs. Ça devrait suffire pour le sucre. Tjomnaïa notch, tolko pouli svistjat po stepi. La radio estonienne s’entend mal ici. Je tourne le bouton. Polonais, letton, russe, finnois. L’Estonie, c’est ici. Et aussi à l’est, au delà de la mer. À l’ouest, de l’autre côté, c’est la Suède, et l’île de Farö où habite Ingmar Bergman. Sur l’île d’Åland, il y a des villas où l’on écoute peut-être la même musique en ce moment. Ce craquement me dérange. J’éteins la radio. Les papillons de nuit se cognent contre la vitre. L’ampoule de cent watts dans la cuisine les attire de loin. La nuit est si chaude aujourd’hui, si douce, si paisible. Tout est calme dans les grands arbres. Calme dans les champs obscurs.

 

Vertaald door Antoine Chalvin met hulp van de auteur

 

 1651991-8c50fbd8cecf610091a50f5444763f16.jpg
Tõnu Õnnepalu (Tallin, 13 september 1962)

 

 

De Poolse schrijver Janusz Glowacki werd geboren op 13 september 1938 in Poznań. Zie ook mijn blog van 13 september 2010 en eveneens alle tags voor Janusz Glowacki op dit blog.

Uit: The Last Supper (Vertaald door Zuza Glowacka)

“In the Texas desert he had built an enormous castle, put together fi sometimes bigger, some- times smaller pieces of famous buildings and monuments of architecture.
J.J.C moved in there only with his mother, his wife Sonia, several thousand servants, and a division of bodyguards.
And so, last Thursday, the entire world held its breath. Instead of the NY Knicks, LA Lakers game and ‘60 Minutes’ on the Russian mafia, every television station broadcast the sudden and unexpected death of a genius. The great designer was lying in his six-meter long canopy bed, which he had designed personally in June 2005, dressed for the occasion in his legendary Byzantine golden pajamas. Above his face, which had been prepared by the master of make-up, Salvador Bellini, who had been immediately flown in from Rome, hung hundreds of cameras and a forest of microphones.
Two billion people on five continents awaited the final words of a genius. Amid the intense silence, all that could be heard were the sobs of Steven Harrison, his long time chief bodyguard, who watched helplessly as J.J.C. tried six times with his trembling hand to bring a forkful of his favorite dish - Hungarian gulash - to his lips. At the sixth attempt, the hand of the great old man dropped and the round ball of red meat tumbled across the snowy white carpet, which was Caine’s invention and was a combination of pure silk, Afghani wool, and Moroccan cashmere. After that, his weakening lips whispered something that some understood as ‘fuck’ and others as ‘God bless America’, and the greatest genius of our time closed his eyes forever.
After the funeral ceremonies, which continued for several days, the cremating of the great man’s body and the scattering of his ashes - in accordance with his will - across the Texan desert, a series of unexplained catastrophes occurred. Caine’s jet airliners, in which the mourners were leaving the castle, exploded one after another. The perpetrators were never found. At first Islamic fundamentalists were suspected, but no groups admitted to the attacks. Colonel Gaddafi, deeply offended by the accusations, reminded reporters that all of his evening attire, just like Saddam Hussein’s uniform and Milosevic’s blue suit, had been designed by J.J.C.»

 

 1651991-171cdc2a41998788b1741bba5f5109a6.jpg
Janusz Glowacki (Poznań, 13 september 1938)

 

De Poolse dichter Julian Tuwim werd geboren in Łódź op 13 september 1894. Zie ook mijn blog van 13 september 2010 en eveneens alle tags voor Julian Tuwim op dit blog.

 

The Two Winds

One wind—in the field he blew,
Another wind—in the garden grew:
Quietly and very lightly
He caressed the leaves and rustled,
Swooned...

One wind—a mighty swell,
Somersaulted, flatly fell,
Leaped, and surged, soared up high,
Upwards whirled into the sky,
Overturned and dropped pell mell
Upon a soughing, drowsy garden,
Where so quietly and lightly
Now caressed the leaves and rustled
The other wind.

Off the cherry blossoms flew,
Laughter spread throughout the garden,
Brother took his twin for friend,
Now they cruise over the land
Chasing clouds and birds in flight,
Rush into the windmill’s stance,
And confuse its stupid arms,
Right and left they whistle, dance,
Blow their lungs with all their might,
Clowning in a frenzied riot!
The garden is so quiet... quiet...

 

Vertaald door A Giloe

 

 1651991-e2302eb3b433ccf70fb83e2f4f95b88f.jpg
Julian Tuwim (13 september 1894 – 27 december 1953)
In 1950




De Nederlandse dichter, predikant en hoogleraarr Nicolaas Beets werd geboren op 13 september 1814 in Haarlem. Zie ook mijn blog van 13 september 2010 en eveneens alle tags voor Nicolaas Beets op dit blog.

Uit: Camera Obscura

“Met november komt het vuurtje, komen de tochtlatten met schapevacht, de lange avonden, de morsige straten, en de onstichtelijke koude in de grote kerken, met en benevens alle soorten van overklederen. Dan volgt december, met de boa`s en de moffen, en de almanakken (morgenrood en avondschemering, in onderlinge wedstrijd) en de Sint-Nicolaas, als het altijd te slecht weer is om uit te gaan, met een onverwachte sneeuwbui, die op één dag twintig nieuwe dameshoeden bederft, en de kleine nachtvorsten die doen rillen, niet van koude, maar van schrik. Het heilig kerstfeest, op het land zo liefelijk, zo eerbiedig gevierd, en zich zo harmonisch aansluitende aan de vredige stilte, die het voorgaat en opvolgt, geeft in de stad het teken voor drukte en gewoel en feestgejuich van allerlei aard; en na de ijselijke nieuwjaarsdag, waarop honderden verkouden worden, wordt een eerlijk huisvader overstroomd van concertprogramma's, die hem met een benepen hart de hoofden zijner op uitgaan beluste dochters tellen doen; en er is een onafgebroken spreken en handelen in de stad over danspartijen en comedies en soirées littéraires, en soirées musicales, en andere soirées, die noch het een noch het ander zijn, maar uiterst stijf en vervelend en akelig; en men verzadigd zich zo over en te over aan de wintervermaken, dat men er in vier weken genoeg van heeft. En onderwijl regeren de koude en de armoede, het ijs in de grachten, en de bedelarij op de sluizen. En nog twee volle maanden kijkt men mismoedig elke morgen op de thermometer, en telt men morrende het aantal `wintertjes' op. En eer men de neus buiten de poort steekt, moet er groen aan de bomen wezen; en eer men tevreden is over zijn kleine wandeling, moet het tenminste mei zijn. Dat is dus een winter van half oktober tot de meimaand toe. En dan heeft de steeman die buiten komt een gevoel alsof er een plotsellinge, een eensklapse verandering van decoratie gekomen is; want hij heeft niets van al die opwekkende toebereidselen gezien, die de natuur maakt, noch haar op de onderhoudende weg harer stille vorderingen mogen gadeslaan. Hij heeft al de vreugde gemist, die de buitenman gesmaakt heeft, toen zijn eerste kip begon te leggen en zijn eerste sneeuwklokje bloeide op de naakte en harde grond. Hij heeft de ganzen niet zijn vertrekken, en de spreeuwen en de kievieten niet zien aankomen, noch ook, drie dagen voordat de wind zuiëlijken zou. Die een Buiten heeft, en genoodzaakt of verstandig genoeg is er `s winters te blijven, staat des morgens met de zon op. Dat valt dan, wat de tijd betreft, nog al gemakkelijk, want ook de zon zelf is in dat jaargetijde niet zeer matineus.”

 

 1651991-0f09170bbfab79bddaf64195a4a214c6.jpg
Nicolaas Beets (13 september 1814 – 13 maart 1903)
Bakkersblik met afbeeldingen uit de Camera Obscura

 

 

De Britse schrijver Roald Dahl werd geboren op 13 september 1916 in Llandalf, Zuid-Wales. Zie ook mijn blog van 13 september 2010 en eveneens alle tags voor Roald Dahl op dit blog.

Uit: The Magic Finger

« It jumps out and touches the person who has made me cross . ..
And after that the Magic Finger is upon him or her, and things begin to happen . . .
Well, the Magic Finger was now upon the whole of the Gregg family, and there was no taking it off again.
I ran home and waited for things to happen.
They happened fast.
I shall now tell you what those things were. I got the whole story from Philip and William the next morning, after it was all over.
In the afternoon of the very same day that I put the Magic Finger on the Gregg family, Mr Gregg and Philip and William went out hunting once again. This time they were going after wild ducks, so they headed towards the lake.
In the first hour they got ten birds.
In the next hour they got another six.
'What a day!' cried Mr Gregg. This is the best yet!' He was beside himself with joy.”
Just then four more wild ducks flew over their heads. They were flying very low. They were easy to hit.
BANG! BANG! BANG! BANG! went the guns.
The ducks flew on.
'We missed!' said Mr Gregg. That's funny.'

 

 1651991-ede1b1bf7fb3f4d93a05e535c1b965b7.jpg
Roald Dahl (13 september 1916 – 23 november 1990)
Illustratie uit The Magic Finger

 

 

De Engelse dichter en toneelschrijver James Shirley werd geboren in Londen op 13 september 1596. Zie ook alle tags voor James Shirley op dit blog en ook mijn blog van 13 september 2010

 

The Garden

This Garden does not take my eyes,
Though here you show how art of men
Can purchase Nature at a price
Would stock old Paradise again.

These glories while you dote upon,
I envy not your spring nor pride,
Nay, boast the summer all your own,
My thoughts with less are satisified.

Give me a little plot of ground,
Where might I with the Sun agree,
Though every day he walk the round,
My Garden he should seldom see.

Those Tulips that such wealth display,
To court my eye, shall lose their name,
Though now they listen, as if they
Expected I should praise their name.

But I would see my self appear
Within the Violet's drooping head,
On which a melancholy tear
The discontented morn hath shed.

Within their buds let Roses sleep,
And virgin Lilies on their stem,
Till sighs from lovers glide, and creep
Into their leaves to open them.

I'th'center of my ground compose
Of Bays and Yew my summer room,
Which may so oft as I repose,
Present my arbor, and my tomb.

No woman here shall find me out,
Or if a chance do bring one hither,
I'll be secure, for round about
I'll moat it with my eyes' foul weather.

No bird shall live within my pale,
To charm me with their shames of art,
Unless some wandering Nightingale
Come here to sing and break her heart.

Upon whose death I'll try to write
An epitaph in some funeral stone,
So sad, and true, it may invite
My self to die, and prove mine own.

 

 1651991-d3d0754e6bf006ade4c0f4528bb1d647.jpg
James Shirley (13 september 1596 – 29 oktober 1666)
Portret, National Portrait Gallery, rond 1645

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e september ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:41 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten