Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 21 oktober 2014 tot 22 oktober 2014

Lévi Weemoedt, Doris Lessing, Arjen Lubach, Alfred Douglas, A. L. Kennedy, Charles Leconte de Lisle

De Nederlandse dichter en schrijver Lévi Weemoedt werd geboren in Geldrop op 22 oktober 1948. Zie ook mijn blog van 22 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Lévi Weemoedt op dit blog.

 

Lullopertje

‘k Was ied’re wedstrijd weer de droefste van het veld
en liep neerslachtig wat van achteren naar voren.
Er was geen grasspriet of ik had hem al geteld,
En ‘k wist bij god niet of we wonnen of verloren.

Alleen bij toeval raakte ‘k in het spel betrokken:
Soms kreeg een tegenstander plots de slappe lach
Als hij mijn broek zag, tot de schouders opgetrokken;
Ik liep intussen snikkend naar de cornervlag.

Daar gaf ‘k wanhopig zó een trieste draaibal voor
(die met een laatste zucht in ’t struikgewas bleef hangen)
dat ied’reen weghinkte, zich kermend liet vervangen.
Ook van de tegenstander bleek ineens geen spoor.

Dan blies de scheidsrechter met zó veel doodsverlangen
de wedstrijd af. Alleen mijn tranen speelden door.

 

 

Contraprestatie

Ik doe niet veel, 'k breng de dagen door
met punten slijpen. 'k Weet van vóór
nauw'lijks dat ik van achteren leef
noch wat voor zin of nut het heeft.

Als 't puntje goed is, zet ik hier
of daar een krul op het papier,
O, 'k schaam mij wel eens: uit mijn hand
kwam nooit iets nuttigs voor dit land!

Soms, onder 't slijpen groeit de wens
actief te zijn, een actiemens.

Maar zie ik dan, op 't Journaal,
dat hol gesjouw, dat leeg kabaal,

dan denk ik weer op de rand van 't bed:
vandaag één krul te veel gezet.

 

 

 1669013-78636ac76fbe035c62350520b448a7ce.JPG
Lévi Weemoedt (Geldrop, 22 oktober 1948)

 

 

 

De Britse schrijster Doris Lessing werd geboren in Kermanshah, Perzië op 22 oktober 1919. Zie ook mijn blog van 22 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Doris Lessing op dit blog.

Uit: Wine

“A man and woman walked towards the boulevard from a little hotel in a side street.
The trees were still leafless, black, cold; but the fine twigs were swelling towards spring, so that looking upward it was with an expectation of the first glimmering greenness. Yet everything was calm, and the sky was a calm, classic blue.
The couple drifted slowly along. Effort, after days of laziness, seemed impossible; and almost at once they turned into a cafe´ and sank down, as if exhausted, in the glass-walled space that was thrust forward into the street.
The place was empty. People were seeking the midday meal in the restaurants. Not all: that morning crowds had been demonstrating, a procession had just passed, and its straggling end could still be seen. The sounds of violence, shouted slogans and singing, no longer absorbed the din of Paris traffic; but it was these sounds that had roused the couple from sleep.
A waiter leaned at the door, looking after the crowds, and he reluctantly took an order for coffee.
The man yawned; the woman caught the infection; and they laughed with an affectation of guilt and exchanged glances before their eyes, without regret, parted. When the coffee came, it remained untouched. Neither spoke. After some time the woman yawned again; and this time the man turned and looked at her critically, and she looked back. Desire asleep, they looked. This remained: that while everything which drove them slept, they accepted from each other a sad irony; they could look at each other without illusion, steady-eyed.
And then, inevitably, the sadness deepened in her till she consciously resisted it; and into him came the flicker of cruelty.
'Your nose needs powdering,' he said.
'You need a whipping boy.'
But always he refused to feel sad. She shrugged, and, leaving him to it, turned to look out. So did he. At the far end of the boulevard there was a faint agitation, like stirred ants, and she heard him mutter, 'Yes, and it still goes on . . .'

 

 1669013-f139d1871e74d131aebd7620e69c7f25.jpg
Doris Lessing (22 oktober 1919 - 17 november 2013)

 

 

 

De Nederlandse schrijver, cabaretier en televisiepresentator Arjen Henrik Lubach werd geboren in Lutjegast op 22 oktober 1979. Zie ook mijn blog van 22 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Arjen Lubach op dit blog.

Uit: Magnus

“Er was eigenlijk maar één ding veranderd.
De rest was hetzelfde gebleven: een tv-gids kwam op haar naam, boeken die ik nooit zou lezen stonden op regenboogkleur in de hoge kast in de kamer en een grootverpakking scheermesjes zat achter de douchekraan geklemd. Het waren dezelfde stille dagen waar ik in de loop der tijd aan gewend was geraakt. Er was maar één ding echt veranderd: zij was er niet meer bij.
Ik zat op mijn kruk in de keuken, droeg haar ijsbeervoetensloffen en telde de dagen dat ze weg was. Het regende op het zolderdak waaronder ik alleen had geslapen, maar daarna was de lucht opengebroken en dreven de laatste wattenwolken vanaf de Noordzee, uit Schotland misschien, richting de stad, over de buitenwijken naar de straat vlak bij het centrum en de keuken waar ik zat. Een maand was er voorbijgegaan. Op een van de eerste dagen van de lente had ze een rode reistas gepakt en was ze vertrokken. Ik had me ingesteld op alles; dat ze een minuut later weer terug zou komen, dat ze een dag later zou bellen om te zeggen dat ze nog meer spullen zou komen halen, dat ze een uur later weer terug zou komen, dat haar moeder met een gehuurde aanhangwagen voor de deur zou staan om alle boeken, meubels en scheermesjes in te laden, dat ze een week later terug zou komen en me in mijn nek zou kussen en zou zeggen dat het allemaal een grote vergissing was — dat het zweverig gelul was geweest wat ze had gezegd over hoe we beter functioneren zonder de helft van onze energie aan de ander te geven — dat dat een vergissing was en vooral dat ze nu weer terug was om voor altijd te blijven.
Er gebeurde helemaal niets.
De lente was begonnen en ik zat op een kruk in de keuken omringd door alles wat we samen hadden verzameld. Ik las de krant, zette koffie in haar Bodum-koffieduwer, luisterde naar stemmen op 747 am, omdat de fm in de keuken kapot was gegaan en alles bleef hetzelfde.”

 

 1669013-395ea32b84b85ac5e581b32859778e35.jpeg
Arjen Lubach (Lutjegast, 22 oktober 1979)

 

 

 

De Engelse dichter en schrijver Alfred Douglas werd geboren in Ham Hill in Worcestershire op 22 oktober 1870. Zie ook mijn blog van 22 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Alfred Douglas op dit blog.

 

Spring

Wake up again, sad heart, wake up again !
(I heard the birds this morning singing sweet.)
Wake up again ! The sky was crystal clear,
And washed quite clean with rain ;
And tar below my heart stirred with the year,
Stirred with the year and sighed. O pallid feet
Move now at last, O heart that sleeps with pain
Rise up and hear
The voices in the valleys, run to meet
The songs and shadows. O wake up again !

Put out green leaves, dead tree, put out green leaves t
(Last night the moon was soft and kissed the air.)
Put out green leaves ! The moon was in the skies,
All night she wakes and weaves.
The dew was on the grass like fairies' eyes,
Like fairies' eyes.
O trees so black and bare,
Remember all the fruits, the full gold sheaves;
For nothing dies,
The songs that are, are silences that were,
Summer was Winter. O put but green leaves!

Break through the earth, pale flower, break through the earth !
(All day the lark has sung a madrigal.)
Break through the earth that lies not lightly yet
And waits thy patient birth,
Waits for the jonquil and the violet,
The violet. Full soon the heavy pall
Will be a bed, and in the noon of mirth
Some rivulet
Will bubble in my wilderness, some call
Will touch my silence. O break through the earth.

 

 1669013-01c98a18193b885fddcb91fd53ad4fd9.jpg
Alfred Douglas (22 oktober 1870 – 20 maart 1945)
Jude Law als Alfred Douglas (Bosie) in de film “Wilde” uit 2007

 

 

 

De Schotse schrijfster Alison Louise Kennedy werd geboren op 22 oktober 1965 in Dundee. Zie ook alle tags voor A. L. Kennedy op dit blog en ook mijn blog van 22 oktober 2010

Uit: What Becomes

“Then behind him there came a grumble of male conversation, a blurry complaint about the cold and then a burst of laughter and the noise of feet — heavy steps approaching and a softer type of scuffling that faded to silence. Frank was willing to be certain that Softer-foot was the kid from the door: lax posture and dirty Converse All Stars with uneven wear — product of a careless home, an unsupportive environment — probably he’d padded in behind Frank again for some reason and then headed out to the foyer — that’s how it sounded, but you never could tell.
At least one person was still there, still loitering, and for a moment this was almost unnerving. Frank being alone in a cinema, that was all right — alone in a muddle of people in a cinema, that was all right — just yourself and one other, two others, strangers at your back as the lights dim and the soundtrack starts to drown out everything — that might not be good. Silly to think that way, but he did.
For a moment.
Then he focused on being irritated, his nice privacy broken when it had extended so very far by now, right up to the black walls that melted when you studied them, disappeared down into the black carpet and left you adrift with nothing but the dull red shine of the seats and a sense of your skin, your movement, fidgets of life.
It was fine, though. Nobody joined him. The heavy steps withdrew, closed themselves up, Frank guessed, inside the projectionist’s box, accompanied by a ruminative laugh. After that a regular, clattering slap started up and he supposed this to be the sound of loose film at the end of a reel, but he couldn’t imagine why it was simply rattling round again and again.“

 

 1669013-ea1344412a7f4779f6e29939e2c9ac05.jpg
A. L. Kennedy (Dundee, 22 oktober 1965)

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Charles Marie René Leconte de Lisle werd geboren op 22 oktober 1818 op het eiland Réunion. Zie voor ook alle tags voorCharles Leconte de Lisle op dit blog en ook mijn blog van 22 oktober 2010

 

Die toten Träume

Schau! Dieses Meer hat, zur Ruhe gekommen, wie ein Schild
den ganzen Tag die Flanke der Küsten  zerschmettert,
in Sätzen ihre brodelnden Treppen erklommen
und auf die bebenden Felsen, die brüllen, ohne zu wanken,
lange schwarze schäumende Wogen geworfen.

Ein frischer Wind pocht heute auf das Wasser;
der Sonne Schönheit setzt sich leuchtend darüber,
und zum hellen Horizont, an dem die Boote der azurnen Küste zieh'n,
entfliehen Vögel in wirbelnden Kreisen,
eines Gottes Unendlichkeit ermessend.

Aber inmitten des Tangs, an den Spitzen der Inseln,
richten jene ihren verstörten Blick durch das ruhende Wasser,
die der ungezügelte Angriff des Sturmes zerschlug,
leichenblass und  blutend unter der Schwere der Wogen,
den Mund noch offen und voll erstickten Schluchzens.

Freund, dein Innerstes ist wie jenes Meer,
das auf feinem Sand kräuselnde Wellen zieht.
Es hat geweint, dem bitteren Abgrund gedroht,
sich hundertmal gegen eiserne Felsen geworfen,
einen langen Tag, voll des Taumels und des furchtbaren Ringens!

Jetzt weicht es zurück, kommt zur Ruhe, glättet sich.
Ohne Furcht und ohne Verlangen, dass der Sturm wieder auflebt
unter der unsterblichen Sonne, wogt es kaum.
Aber Genie, Erwartung, Liebe, Kraft und Jugend
liegen dort, geblieben in der tosenden blutigen Schlacht ...

 

Vertaald door Bertram Kottmann

 

 1669013-74512884c3833af1167f318323a24221.JPG
Charles Leconte de Lisle (22 oktober 1818 – 18 juli 1894) 
Buste in Saint-Paul (Réunion)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e oktober ook mijn blog van 22 oktober 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:04 Reageer op dit bericht

Arjen Lubach

De Nederlands schrijver, acteur, muzikant en radio- en tv-maker Arjen Lubach werd geboren op 22 oktober 1979 in Groningen en groeide op in Lutjegast, waar hij tot zijn vijftiende jaar bleef wonen. Zijn ouders waren beiden jurist en kwamen van buiten Groningen. Zijn vader was hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen. Toen Lubach elf jaar oud was werd bij zijn moeder borstkanker gediagnosticeerd en hij was 12 jaar oud toen ze overleed. Na de basisschool ging hij naar het Maartenscollege in Haren. Daarna studeerde hij Spaans aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij stopte met de studie en werd voor enkele maanden taxichauffeur in Groningen en een tijd havenmeester op Vlieland. Daarna ging hij filosofie studeren. Gedurende het tweede jaar waarin hij ook Zweeds studeerde, kwam hij Janine Abbring tegen. Met haar maakte hij een spontaan reisje naar Denemarken, waar ze samen hun eerste hit zouden schrijven. Lubach debuteerde als schrijver in 2006 met de roman “Mensen die ik ken die mijn moeder hebben gekend”. In 2008 verscheen het eveneens geprezen “Bastaardsuiker” en in het voorjaar van 2011 volgde zijn derde roman “Magnus”. De afgelopen jaren maakte Lubach onder andere de Rapservice voor het tv-programma Koefnoen en werkte hij mee aan de satirische website Buro Renkema. Lubach was te zien als een van de kandidaten in het televisieprogramma Wie is de Mol? (2011) en werkte mee aan de Nieuwste Show, Lama Gezocht en verschillende gelegenheids-programma's. Voor de radio werkte Lubach als producer/sidekick bij de NPS, 3FM en de VARA. Ook presenteerde hij zijn eigen programma op 3FM, 'Arjen L.' Voor de VPRO maakte hij de Avonden, een interviewreeks en twee radiodocumentaires. In 2001 scoorde Lubach ook als muzikant, toen hij samen met Janine Abbring een nummer twee-hit maakt onder het pseudoniem Slimme Schemer ft. Tido. Lubach vormt samen met Tim Kamps Het Monica Da Silva Trio. In maart 2011 ging een avondvullende voorstelling van het Monica Da Silva Trio in première in de Kleine Komedie in Amsterdam.In 2013 startte Lubach samen met Paulien Cornelisse een maandelijkse taalrubriek voor De Wereld Draait Door. Op zondag 9 november 2014 werd de eerste uitzending van Zondag met Lubach uitgezonden. Het is een satirische talkshow, waarin hij het nieuws van de afgelopen week onder de loep legt.

Uit:Mensen die ik ken die mijn moeder hebben gekend

“Ik ben ooit verdwaald in de vlindertuin van een dierenpark. Mijn moeder zei: ‘Niet te snel lopen. Het is hier nogal benauwd.’
Het was zomer. Ze droeg een rood hemd. Waar de bandjes van haar hemd zaten was haar huid wit. Daarnaast was het rood. Zowel mijn moeder als ik werden eerder rood dan bruin in de zomer en ons haar werd soms zo blond dat mensen dachten dat we albino’s waren.
Ik wilde wel rustig aan doen, maar ik wilde ook achter vlinders aanrennen. Toen ik een paar minuten achter een groen vlindertje aan had gerend, kon ik mijn moeder nergens meer vinden. Waar ik ook keek, hoeveel mensen ik ook zag, nergens zag ik mijn moeder. Het viel me op dat alle mensen op elkaar leken, behalve op mijn moeder.
De paden in de vlindertuin vormden een cirkel en ik denk dat ik het kwartier daarop die cirkel wel dertig keer rond ben gerend. Het was heet. Niet alleen in de overdekte vlindertuin, maar ook daarbuiten. Daardoor was het extra heet. Toen ik niet meer kon en begon te huilen pakte een oude vrouw mij bij de arm.
‘Jij bent zeker kwijt?’ vroeg ze. Ik ben niet kwijt, dacht ik. Ik ben er nog gewoon. Mijn moeder is kwijt.
‘Nee,’ zei ik. Ik probeerde los te komen. ‘Ik zoek mijn moeder.’
‘Loop maar mee,’ zei de oude vrouw. Ze nam me mee naar de ingang van het park. Bij de kassa moest ik bij een medewerkster op schoot zitten.
‘Wij gaan jouw moeder eens fijn oproepen,’ zei de medewerkster. ‘Ik heet Sandra. Hoe heet jij?’
‘Ben,’ zei ik. Ik kreeg cola van Sandra. En koekjes. En daarna weer cola. En een poster van een chimpansee. Die heeft nog jaren boven mijn bed gehangen.
‘Wil je het soms zelf doen?’ vroeg Sandra. Ze gaf me de microfoon. ‘Gewoon rustig praten als ik knik.’ Ze knikte.”

 

 1802838-331af4441700733bab528d26dd3c5473.jpg
Arjen Lubach (Groningen, 22 oktober 1979)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Martin Bril, Doeschka Meijsing, Daan Doesborgh, Alphonse de Lamartine, Samuel T. Coleridge, Patrick Kavanagh

De Nederlandse dichter, columnist en schrijver Martin Bril werd geboren in Utrecht op 21 oktober 1959. Zie ook mijn blog van 21 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Martin Bril op dit blog.

Uit: Bordeel

“De brug staat wel vaker open, een paar keer per dag. Hij ligt over een brede vaart die aan de linkerkant Schinkel heet, en aan de rechterkant Kostverlorenvaart. Het is de verbinding tussen de Nieuwe Meer, de ringvaart om de Haarlemmermeerpolder en het IJ. Veel binnenvaart maakt van die route gebruik en hoewel het geen sluis is, heet de brug Overtoomse Sluis.
Ik moest dus wachten.
Ter hoogte van Ria's.
Ria's is een bordeel dat vroeger Huize Ria heette. Dat vind ik een betere naam, maar ik ga er niet over. Ik ben er ook nooit binnen geweest, ik weet niet eens of Ria wel bestaat. Mijn enige band met de zaak is dat ik vaak over de Overtoom rijd.
Mijn gevoel zegt trouwens dat Ria wel degelijk bestaat, maar dat ze een paar jaar geleden uit de zaak is gestapt en dat toen die naam is veranderd. In dezelfde tijd is het pand van buiten opnieuw in de verf gezet: de muren zijn zwart, de geblindeerde ramen zijn geel. Er hangen discrete, zwarte markiezen boven waar spotjes in zitten.
Naast de deur hangt een koperen plaat met in rode letters de naam van de zaak. Er hangt nog een kleiner, rood bordje, maar wat daar op staat kan ik vanuit de auto niet lezen. De openingstijden kunnen het niet zijn, want Ria's is nooit gesloten op welk moment van de dag ik er ook langs kom, de buitenverlichting brandt altijd. Een keer heb ik er 's ochtends vroeg twee al wat oudere dames met hoofddoeken en boodschappentassen naar binnen zien glippen, de werksters. Klanten heb ik er nooit gezien.
Tot gisteren.
Een man in een lange, grijze winterjas. Hij leunde tegen de gevel van het bordeel, vlak bij de deur. Leunen is te zwak uitgedrukt: de man hield zich vast aan de gevel, met één hand weliswaar, maar het was duidelijk dat hij zou omvallen als hij de hand in zijn zak zou steken. Dit kon natuurlijk met de wind te maken te hebben, maar dat strookte niet met de gelukzalige uitdrukking die hij op zijn gezicht had, een blozend, goed geschoren gezicht overigens, de man zou zo een kaasboer, een accountant of een handelsreiziger kunnen zijn.”

 

 1668594-e9330ad9f4fe811248d951d311344d0b.jpg
Martin Bril (Utrecht, 21 oktober 1959 - 22 april 2009)

 

 

De Nederlandse schrijfster Doeschka Meijsing werd geboren in Eindhoven op 21 oktober 1947. Zie ook mijn blog van 21 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Doeschka Meijsing op dit blog.

Uit: Een oude doler (Bespreking van:Vladimir Nabokov, Het origineel van Laura)

“Mijn hart sprong op van vreugde: een nieuwe Nabokov! He is not dead. He lives! zoals Keats over zijn vriend Shelley uitriep. De wereld was nog heel en Vestdijk en Hermans en de beide Van het Reves leefden nog en de revolutie hing in de lucht. Elk ogenblik kon een nieuwe roman van Nabokov het licht zien. Het waren mooie dagen.
Natuurlijk realiseerde ik me in een oogwenk dat het hier een heel ander boek betrof, een postuum boek, want Nabokov was al in 1977 gestorven. Maar toch, een niet volledige roman, waarvan de titel als in een droom verwijst naar het onsterfelijke Lolita, een nieuw al dan niet voltooid boek, een roman, die de sleutel tot al Nabokovs werk zou bevatten, de kern van zijn oeuvre.
Na lezing is de teleurstelling groot. Dmitri Nabokov, de zoon en het enige kind van de Nabokovs, mag al jaren hoog en laag springen in de publiciteit en aan wie het maar horen wil verzekeren dat hij de laatste roman van zijn vader onder zijn hoede heeft, Het origineel van Laura is géén roman, met de beste wil van de wereld niet. Niet omdat het boek aan geen enkele regel van de roman gehoorzaamt, want zulke regels bestaan niet, maar omdat het toevallige, chaotische aantekeningen zijn, opgetekend door een man in de laatste fase van zijn leven. En ja, vertelt de ijdele Dmitri ons in het nietszeggende voorwoord gretig, papa ging altijd zo gauw mogelijk van tafel om aan zijn laatste roman te schrijven. Nee, beste Dmitri, je vader ging zo gauw van tafel omdat hij niet tegen jullie geklets kon, omdat hij stervende was en het liefst ver van de wereld nog een vermoeden van privacy wilde behouden, een verreikend landschap dat niets dan paradijs was.”

 

 1668594-d2523fe4899102e92621e9d7e3abfcf2.jpg
Doeschka Meijsing (21 oktober 1947 – 30 januari 2012)

 

 

De Nederlandse dichter Daan Doesborgh werd geboren op 21 oktober 1988 in Steyl. Zie ook alle tags voor Daan Doesborgh op dit blog.

 

Bot

De paardenbloem is dood
Totdat op een andere wand
De wand van Hölderlin
De stelen terugkeren
Met knieën knokig

Benen en botten

Botten en bed

Benen en armen rottend

Onder wonden
Maar de zwachtels zijn beschreven
En weer ergens opgeplakt
Bruut en bot
En been en bot

De crucifix die zich wentelt in zijn eigen passie

Zich wentelt in zijn eigen vocht

Pas op!

Een hond

Een vogel

Een rat

In ijzerdraad

De ijzerdraadicoon de vrouw

Verheven tot madonna

 

 1668594-5b3decbadad6e43aa97695d22dd2ef2a.JPG
Daan Doesborgh (Steyl, 21 oktober 1988)

 

 

De Franse dichter en schrijver Alphonse de Lamartine werd geboren op 21 oktober 1790 in Mâcon. Zie ook mijn blog van 21 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Alphonse de Lamartine op dit blog.

 

Anruf

Die du erschienen mir in diesem öden Leben
Du Himmelsbürgerin, durchwandernd dieses Land;
Die du in dunkler Nacht, auf meinem Aug' zu beben,
Der Liebe Strahl gesandt;

Laß den erstaunten Blick dein Wesen inne werden!
Was ist dein Nam' und Loos? wo deine Heimathflur?
War deine Wiege schon auf Erden?
Bist du ein Gottesathem nur?

Wirst du zum ew'gen Licht zurück schon morgen eilen?
Mußt länger in dem Land der Quaal und Trauer weilen,
Dem Elend folgen noch auf mühevoller Spur?
Wie du dich nennen magst, zu was und wo geboren,
Ob Erdentochter du, ob aus des Himmels Reihn -
Laß nur mein Leben auserkoren
Ganz dir zu Dienst und Liebe seyn!

Wirst du die Erdenbahn gleich uns vollenden müssen,
So sollst mir Stütze du, sollst Führerin mir seyn,
So laß mich stets den Staub der theuren Füsse küssen: -
Doch schwingst du, fern von uns, dich plötzlich himmelein,
Der Engel Schwester, dich den Brüdern anzureihn,
Und wolltest mir die Welt nur stundenlang versüssen; -
So denk' in deinem Himmel mein!

Vertaald door Gustav Schwab

 

 

 1668594-d01896f81d349a819579237207ce4664.jpg
Alphonse de Lamartine (21 oktober 1790 – 28 februari 1869)
Portret door zijn vrouw Elisa de Lamartine, z.j.

 

 

De Engels dichter en criticus Samuel Taylor Coleridge werd geboren op 21 oktober 1772inOttery St. Mary, Devonshire. Zie ook mijn blog van 21 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Samuel T. Coleridge op dit blog.

 

The Rime of the Ancient Mariner (Fragment)

Argument

How a Ship having passed the Line was driven by storms to the cold Country towards the South Pole; and how from thence she made her course to the tropical Latitude of the Great Pacific Ocean; and of the strange things that befell; and in what manner the Ancyent Marinere came back to his own Country.

PART I

It is an ancient Mariner,
And he stoppeth one of three.
'By thy long grey beard and glittering eye,
Now wherefore stopp'st thou me?

The Bridegroom's doors are opened wide,
And I am next of kin;
The guests are met, the feast is set:
May'st hear the merry din.'

He holds him with his skinny hand,
'There was a ship,' quoth he.
'Hold off! unhand me, grey-beard loon!'
Eftsoons his hand dropt he.

He holds him with his glittering eye—
The Wedding-Guest stood still,
And listens like a three years' child:
The Mariner hath his will.

The Wedding-Guest sat on a stone:
He cannot choose but hear;
And thus spake on that ancient man,
The bright-eyed Mariner.

'The ship was cheered, the harbour cleared,
Merrily did we drop
Below the kirk, below the hill,
Below the lighthouse top.

The Sun came up upon the left,
Out of the sea came he!
And he shone bright, and on the right
Went down into the sea.

Higher and higher every day,
Till over the mast at noon—'
The Wedding-Guest here beat his breast,
For he heard the loud bassoon.

The bride hath paced into the hall,
Red as a rose is she;
Nodding their heads before her goes
The merry minstrelsy.

The Wedding-Guest he beat his breast,
Yet he cannot choose but hear;
And thus spake on that ancient man,
The bright-eyed Mariner.

And now the STORM-BLAST came, and he
Was tyrannous and strong:
He struck with his o'ertaking wings,
And chased us south along.

 

 1668594-c22a8e1ed663c22f310db75a00882a16.jpg
Samuel T. Coleridge (21 oktober 1772 – 25 juli 1834)
Een standbeeld van de “Ancient Mariner” in Watchet, Somerset

 

 

De Ierse dichter Patrick Kavanagh werd geboren op 21 oktober 1904 in County Monaghan. Zie ook mijn blog van 21 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Patrick Kavanagh op dit blog.

 

April Dusk

April dusk
It is tragic to be a poet now
And not a lover
Paradised under the mutest bough.

I look through my window and see
The ghost of life flitting bat-winged.
O I am as old as a sage can even be,
O I am as lonely as the first fool kinged.

The horse in his stall turns away
From the hay-filled manger, dreaming of grass
Soft and cool in hollows. Does he neigh
Jealousy-words for John MacGuigan's ass
That never was civilised in stall or trace.

An unmusical ploughboy whistles down the lane
Not worried at all about the fate of Europe.
While I sit here feeling the subtle pain
Of one whose Tree of God has been uprooted.

 

 

Wet Evening in April

The birds sang in the wet trees
And I listened to them it was a hundred years from now
And I was dead and someone else was listening to them.
But I was glad I had recorded for him
The melancholy.

 

 

 1668594-2f4605979e0770ebef40b9ceacd35c57.jpg
Patrick Kavanagh (21 oktober 1904 – 30 november 1967)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e oktober ook mijn blog van 21 oktober 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:46 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten