Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 23 oktober 2014 tot 24 oktober 2014

Onno Kosters, Kester Freriks, August Graf von Platen, Ernest Claes, Zsuzsa Bánk, Denise Levertov

De Nederlandse dichter Onno Kosters werd geboren op 24 oktober 1962 in Baarn. Zie ook mijn blog van 24 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Onno Kosters op dit blog.

 

Rivierenwijk

Gestorven en geslapen wordt er hier,

de liefde bedreven, de liefde ontkend,
de ene. De andere in een ander bestolen.

Hier wordt ontwaakt en geboren, gesmeekt
en jarenlang de lust gekoeld, onder een ster
in de ruit in de hemel, die dichttrekt.

Mijn wijk is de wereld, glanzende daken
vangen de regen, schudden als het opklaart
de flanken, maar zonder dat iemand het merkt.

Door overvolle dakgoten, op bersten staande
afvoerpijpen, in razende wildwaterstraten,

hier onder een herrezen zon wast het leven.

 


Filmgedicht 1

Het geluid van de aanstaande dood:
stilte die knarst in een steenoude wind.
De wet van de vlakte, het recht
heeft zijn loop.

Bijna alles de tinten van zonlicht aan scherven –
de zon zelf, de boog, de aarde, de gekliefde
lippen, het geheugen
dat dit zich inkerft.

(Niet de ogen die oplichten, even,
in een onbewogen aangezicht.)

De boog als de horizon zelf en de horizon zelf:
het einde dat in het begin ligt,
dat schuil gaat
achter de boog die de bel die de man op de schouders
van de jongen torst.

Niet de boog begeeft het,
het licht kantelt de avond in.

(Niet de lucht
die oplicht in de kleur die oplicht
in het onbewogen aangezicht
waar de dood zich nu bezegeld weet.)

 

 

 1669871-d2fc5e82a914787effd92e49a094c24e.jpg
Onno Kosters (Baarn, 24 oktober 1962)

 

 

De Nederlandse schrijver (Cornelis Christophel Maria) Kester Freriks werd geboren in Djakarta, Indonesië, op 24 oktober 1954. Zie ook alle tags voor Kester Freriks op dit blog.

Uit: De palmen van Amsterdam (Samen met Geerten Meijsing)

“Amsterdam, 6 mei 1988
Geerten,
Weinig dank voor je onhoffelijke, beschamende en beledigende briefje, vervuld van zelfbeklag, dat je schreef en verstuurde daags voor je vertrek over de grenzen.
Waarom ga je niet in het Italiaans schrijven en publiceren, vroeg ik mij af, als de kranten aldaar vrij zijn van de kongsies waardoor jij je hier tot belachelijke argwaan laat opzwepen en mij zelfs beticht van onloyaal gedrag en wat dies meer zij.
Zo denk je dus over mij, en ik moet zeggen dat ik jouw manier van reageren zo belachelijk Hollands vind, de benepenheid en jaloezie waarmee, sinds je zo’n beetje binnen de landsgrenzen bent, zeurt over hoe sommige schrijvers het Fonds oplichten, en hoe Hermine de Gr. (jezus, altíjd die Hermine de Gr. – wat heb je nu met die dame te schaften, jongen?) haar onzinnige zegje mag doen, en over Joost Zwagerman en zijn vriendinnetje – wat kan het mij allemaal schelen?
In het BIM-huis hadden we daar al meningsverschil over, maar in je laatste brief projecteer je al die woede ook nog eens op mij, alsof trouwens niemand bij de Krant heeft geprotesteerd – hetgeen niet waar is. En waarom was ik niet op die vergadering (waarom zou ik daar aldoor moeten zijn?), niet, zoals jij slim verdacht makend veronderstelt, omdat ik er ‘liever niet was’, nee, omdat ik M. naar de gynaecoloog vergezelde op een afspraak die een maand eerder was gemaakt.
Trouwens, waarom maak je je eigenlijk zo druk?: wanneer Poll nou de enige is die zich tegen je keert en alle andere critici gunnen jou de prijs, dan ga je toch schouderophalend voorbij aan een dergelijke kritiek. De eindredactie moet zo’n stuk tegenhouden, daar draag ik geen verantwoordelijkheid voor. Ik vind je hopeloos kinderachtig in je reactie: beledigend jegens mij, en zelf niets dan overgevoeligheid betonend waar het je eigen zaak betreft.”

 

 1669871-d65a9e8bba65277c024a06740155151f.jpg
Kester Freriks (Djakarta, 24 oktober 1954)

 

 

De Duitse dichter Karl August Georg Maximilian Graf von Platen-Hallermünde werd geboren op 24 oktober 1796 in Ansbach. Zie ook mijn blog van 24 oktober 2010 en eveneens alle tags voor August Graf von Platen op dit blog.

 

Die Liebe scheint der zarteste der Triebe

Die Liebe scheint der zarteste der Triebe,
Das wissen selbst die Blinden und die Tauben,
Ich aber weiß, was wen'ge Menschen glauben,
Daß wahre Freundschaft zarter ist als Liebe.

Die Liebe wird mit feurigem Betriebe
Sich in sich selber zu verzehren schnauben;
Doch meines Freundes kann mich nichts berauben,
Bis nicht ich selbst in leichten Staub zerstiebe.

Er zeigt mir Kälte nur und Übelwollen,
Er spottet mein, er hat mich längst vergessen,
Doch dacht ich nie daran, mit ihm zu grollen.

Nie wird er meine Hand in seine pressen,
Stets aber werd ich neues Lob ihm zollen,
Und was man lobt, hat man im Geist besessen.

 

 

Was kann die Welt für unser Glück ...

Was kann die Welt für unser Glück empfinden,
Die kalte Welt mit ihrem falschen Treiben?
Kann sie es fesseln oder es vertreiben?
Kann sie uns trennen oder uns verbinden?

Wir sehn die Dinge rings um uns verschwinden,
Als Dinge, die die Liebe nur umschreiben;
Verborgen muß die wahre Liebe bleiben,
Kein Dritter darf zu dir und mir sich finden.

Sie, die uns wandeln sehn im bunten Schwarme,
Nicht ahnen sollen sie, daß in der Stille
Wir uns verzehren im verliebten Harme.

Vergessen will ich jede fremde Grille,
Wenn dich umschlingen meine frohen Arme,
Und dir allein beugt sich mein Eigenwille.

 

 

O süßer Tod ...

O süßer Tod, der alle Menschen schrecket,
Von mir empfingst du lauter Huldigungen:
Wie hab ich brünstig oft nach dir gerungen,
Nach deinem Schlummer, welchen nichts erwecket!

Ihr Schläfer ihr, von Erde zugedecket,
Von ew'gen Wiegenliedern eingesungen,
Habt ihr den Kelch des Lebens froh geschwungen,
Der mir allein vielleicht wie Galle schmecket?

Auch euch, befürcht ich, hat die Welt betöret,
Vereitelt wurden eure besten Taten,
Und eure liebsten Hoffnungen zerstöret.

Drum selig Alle, die den Tod erbaten,
Ihr Sehnen ward gestillt, ihr Flehn erhöret,
Denn jedes Herz zerhackt zuletzt ein Spaten.

 

 

 1669871-b9981ecfdb1c17659bd7819e4ba34a57.jpg
August Graf von Platen (24 oktober 1796 - 5 december 1835)
Gekleurde ets door Johann Karl Kracker

 

 

De Vlaamse auteur Ernest Claes werd geboren op 24 oktober 1885 te Zichem. Zie ook mijn blog van 24 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Ernest Claes op dit blog.

Uit: De Witte

“De Witte, die in den hoek met een kruiskool een soldaat op de wetplank zat te teekenen, was geschrokken bij dien onverwachten ‘de-dju’, en had geantwoord - daarin den vromen raad volgend van de maseuren uit de bewaarschool - ‘Geloofd zij Jezus-Christus!’ Dat werkte zoo kribbelig op vaders zenuwen dat hij met een tweeden vloek het stuk hout naar den kop van de Witte gooide, die in razende woede om die onrechtvaardigheid wetplank en kruiskool in den hoek smeet, naar buiten holde en achter den gevel ging staan schreeuwen als vermoord, om 't geringe effekt van zijn vrome bezwering, en om moeder achter in den tuin op de hoogte te brengen van de vreeselijke baldadigheid die hem werd aangedaan. En toen hij daar een kwartier had staan huilen zonder dat er hulp opdaagde, kwam vader, die het reeds heel en al vergeten had, met de handen in de broekzakken den hoek van het huis om, en zijn jongste daar vindende schreeuwbalken vroeg hij verwonderd: ‘Wa stoade gij doar zoê te bleite?’ Dat vond de Witte zoo onmenschelijk brutaal dat hij hikkend terugsnauwde: ‘Moette... hi... hi... da na gedomme... hi... hi... nog vroage... hi... hi... liêleke sloeber... hi... hi...!’ - en hij kreeg onmiddellijk zoo'n duchtigen schop onder zijn broek, dat hij met zijn kop de haag invloog.
Zoo leerde de Witte van jongsaf dat het er niet altijd rechtvaardig toegaat onder de zon, en alle kwaad niet onmiddellijk zijn straf vindt. Zijn vast betrouwen in het Geloofd-zij-Jezus-Christus van de maseuren had hij daarmede ook verloren. In stilte had hij het soms nog wel eens gezegd wanneer hij had hooren vloeken, totdat hij den leeftijd had bereikt waarop een schooljongen ook wel eens mag vloeken, wat in den catechismus stond aangeduid, meende de Witte, als: de jaren van discretie of verstand.”

 

 1669871-1caa17d2d61f0a87d834d68be5ef6bc8.jpg
Ernest Claes (24 oktober 1885 - 2 september 1968)
Scene uit de film ‘De Witte van Sichem’ van Robbe de Hert uit 1980

 

 

De Duitse schrijfster Zsuzsa Bánk werd geboren op 24 oktober 1965 in Frankfurt am Main. Zie ook alle tags voor Zsuzsa Bánk op dit blogen ook mijn blog van 24 oktober 2010.

Uit: Die hellen Tage

„Wir küssten und umarmten uns schnell, wie Mädchen es häufig tun, auch wenn es Aja sonst mit niemandem tat, auch später nicht, und wir ließen nicht mehr voneinander, auch wenn ich nicht weiß, warum Aja ausgerechnet mich aussuchte, mich einlud und in ihr Leben bat, ein Leben, das anders war als alles, was mir zuvor begegnet war, anders als alles, was ich kannte, und das mir fern erschien, größer und weiter als meines, und sich abspielte an einem Ort ohne Zeit und Grenzen. Ich weiß nicht, was es war, das sie in meine Nähe drängte, an anderen vorbei zu mir schob und an mich band, was es überhaupt sein kann, das uns dazu bringt, uns füreinander zu entscheiden. War es meine Art, über Wiesen zu springen, einen Stein übers Wasser zu werfen, ein Lied zu singen, oder war es nur, weil es sonst niemanden gab, der den Platz neben Aja hätte einnehmen können, in diesen Tagen, an diesem Ort? Sind wir bloß zusammengeblieben, weil auch später niemand kam, der mich hätte ablösen können? Ich habe Aja nie danach gefragt, und heute spielt es keine Rolle mehr. Heute sind wir, wer wir sind, und wir fragen nicht danach, wir suchen nicht nach Gründen.
Das Seltsamste an Aja aber war ihre Mutter. Sie war nicht so wie die Mütter, die ich kannte, die in unserer kleinen Stadt, in den schmalen Straßen rund um den großen Platz, im langen spitzen Schatten des Kirchturms lebten, mit ihren bunten Autos und bunten Einkaufsnetzen, die jeden Morgen am Zaun in ihre Briefkästen sahen, während Ajas Mutter die Post an der Tür entgegennahm. Das Erste, was mir an ihr aufgefallen war, waren die lackierten Fußnägel gewesen, weil sie auch die Haut bemalt hatte, als habe sie mit Lack nicht sparen und einen violetten Streifen auf ihre Zehen setzen wollen.“

 

 1669871-b0af807b8d79c6a60702c899dd7a603b.jpg
Zsuzsa Bánk (Frankfurt am Main, 24 oktober 1965)

 

 

 

De Engels - Amerikaanse dichteres Denise Levertov werd geboren op 24 oktober 1923 in Ilford, Essex. Zie ook alle tags voor Denise Levertov op dit blog en ook mijn blog van 24 oktober 2010.

 

Triple Feature

Innocent decision: to enjoy.
And the pathos
of hopefulness, of his solicitude:

--he in mended serape,
she having plaited carefully
magenta ribbons into her hair,
the baby a round half-hidden shape
slung in her rebozo, and the young son steadfastly
gripping a fold of her skirt,
pale and severe under a handed-down sombrero --
all regarding
the stills with full attention, preparing
to pay ad go in--
to worlds of shadow-violence, half-
familiar, warm with popcorn, icy
with strange motives, barbarous splendors!


The Springtime

The red eyes of rabbits
aren't sad. No one passes
the sad golden village in a barge
any more. The sunset
will leave it alone. If the
curtains hang askew
it is no one's fault.
Around and around and around
everywhere the same sound
of wheels going, and things
growing older, growing
silent. If the dogs
bark to each other
all night, and their eyes
flash red, that's
nobody's business. They have
a great space of dark to
bark across. The rabbits
will bare their teeth at
the spring moon.

 

 1669871-adf91ec4573861298a78cd0b77d14e28.jpg
Denise Levertov (24 oktober 1923 – 20 december 1997)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e oktober ook mijn blog van 24 oktober 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 17:26 Reageer op dit bericht

Michel van der Plas, Masiela Lusha, Augusten Burroughs, Robert Bridges, Adalbert Stifter, Nick Tosches

De Nederlandse dichter en schrijver Michel van der Plas werd geboren op 23 oktober 1927 in Den Haag. Zie ook mijn blog van 23 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Michel van der Plas op dit blog.

 

1938

Ik wil je iets voorlezen uit Dik Trom.
Maar jij, over je avondblad gebogen,
slaat juist bezorgd een eigen bladzij om.
Je lijkt opeens veranderd; ingetogen.
 
Als ik met Flipse op de proppen kom,
zou dat goed fout zijn, zie ik aan je ogen.
Dus houd ik me, net zoals jij, maar stom.
Ik zie nog net Brand staan en Synagogen.
 
Er is een wereld waarin vaders zwijgen
en buigen voor een sterker, vreemd gezag,
en waar ik nog niet hoor. Er komt een dag
waar kranten lamp en kamer in bedreigen
en mensen buiten lange messen krijgen,
en waar een veldwachter niets meer vermag.

 

Vader
 
Vader, wat zou ik er voor willen geven
als je er af en toe nog eens kon zijn
en een zondag kwam zitten in mijn leven
bij mijn werk en mijn boeken en mijn wijn.
 
 Soms zie ik nog mannen van vijfentachtig
(je weet wel waar) met een gezicht vol zon
en zin, en dan denk ik: godallemachtig
als ik hem zo nog eens meenemen kon.
 
 Want op de een of de andere manier
leef ik toch ook nog steeds voor jou: jouw ogen
wil ik, met hun aandacht, pret en mededogen
bij mijn geploeter, mijn huis en mijn hier:
 
en ik zag ze zo graag een keer genieten
van al wat ze met tranen achterlieten.

 

Water

Ik ben zo graag bij mijn liefste. Zij kan
spelen als water, als een bergbeek die
naar mijn open handen klatert en dan
onvoorstelbaar veel meer wordt dan ik zie.

Zij is overal met haar watermond
en waterhanden; is overal waar;
zij slijpt de stenen van ons verdriet rond,
ja zij maakt ze zelfs mooi en van elkaar.

Ik had nooit geweten dat water brandt
of dat het als feestelijk vuur in mij
kan zuchten van lust, zo gretig en vrij.

Maar hoe, haar verblindende spel voorbij,
de beek uitstroomt, kan ik niet zeggen, want
dat weet niemand onder de zon, niemand

 

 1669413-41b3bbccdb74d8bd0d9f5ca4b491aa31.jpg
Michel van der Plas (23 oktober 1927 -21 juli 2013)
In 1952

 

 

De Albanees-Amerikaanse schrijfster en actrice Masiela Lusha werd geboren op 23 oktober 1985 in Tirana. Zie ook mijn blog van 23 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Masiela Lusha op dit blog.

 

Fruits of Tribute

When mores bind this flesh and spirit
Into one man of mortal pride and truth,
When two drops of tranquil waters
Fill his sight's hollows with tranquil views.

When his lips spread wide and part,
Let this follow as white delight for me,
And when his fingers erect against my skin,
let me catch it for flying modesty.

When his vowels draw steady and right,
Please let these words be right...
Be right, and right with famed morals.
And let him speak, so I can hear

These trophy words of 'love'
And 'dear, ' And when he breathes,
Let me watch his clean puff of air
Raise the values of his speech.

When I meet his curtained eyes,
Allow me to find light, beneath
And underneath, or even through,
Just a slender gleam of this would do.

And when his mouth shapes into 'you'
and 'me' and 'us'... please let me note
For however brief, the sudden weight of Love
Unadorned, please unadorned, with powered silver lies.

And all his charm of touch and smiles be buried
In my hair, my eyes, my skin, beneath my spirit's shifting sea
And let all the bidden fruits of this man's tributes,
Please be truly plucked from the garden of me.

 

 1669413-a00b0770d6234eea1fe8f64810b285b7.jpg
Masiela Lusha (Tirana, 23 oktober 1985)

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Augusten Xon Burroughs werd geboren op 23 oktober 1965 in Pittsburgh, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 23 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Augusten Burroughs op dit blog.

Uit: Running with Scissor

"Okay, I see what's the matter," my mother says. She turns to me and smiles. "Augusten, hand me that box, would you?"
Her long, frosted beige nail points to the box of Kotex maxi pads on the floor next to the toilet bowl. I grab the box and hand it to her.
She takes two pads from the box and sets it on the floor at her feet. I notice that the box is reflected in the side of her shoe, like a small TV. Carefully, she peels the paper strip off the back of one of the pads and slides it through the neck of her dress, placing it on top of her left shoulder. She smoothes the silk over the pad and puts another one on the right side. She stands back.
"What do you think of that!" she says. She is delighted with herself. It's as if she has drawn a picture and placed it on her own internal refrigerator door.
"Neat," I say.
"You have a very creative mother," she says. "Instant shoulder pads."
The blow-dryer continues to tick like a clock, counting down the seconds. Hot things do that. Sometimes when my father or mother comes home, I will go down and stand near the hood of the car to listen to it tick, moving my face in close to feel the heat.
"Are you coming upstairs with me?" she says. She takes her cigarette from the clamshell ashtray on the back of the toilet. My mother loves frozen baked stuffed clams, and she saves the shells to use as ashtrays, stashing them around the house.
I am fixated on the dryer. The vent holes on the side have hairs stuck in them, small hairs and white lint. What is lint? How does it find hair dryers and navels? "I'm coming."
"Turn off the light," she says as she walks away, creating a small whoosh that smells sweet and chemical. It makes me sad because it's the smell she makes when she's leaving.
"Okay," I say. The orange light from the dehumidifier that sits next to the wicker laundry hamper is looking at me, and I look back at it. Normally it would terrify me, but because my mother is here, it is okay. Except she is walking fast, has already walked halfway across the family room floor, is almost at the fireplace, will be turning around the corner and heading up the stairs and then I will be alone in the dark bathroom with the dehumidifier eye, so I run. I run after her, certain that something is following me, chasing me, just about to catch me. I run past my mother, running up the stairs, using my legs and my hands, charging ahead on all fours. I make it to the top and look down at her.”

 

 1669413-23253b7ee3bddbf723e5feeeea2a6831.jpg
Augusten Burroughs (Pittsburgh, 23 oktober 1965)

 

 

De Engelse dichter, toneel- en prozaschrijver Robert Seymour Bridges werd geboren in Walmer, Kent, op 23 oktober 1844. Zie ook mijn blog van 23 oktober 2009 en ook mijn blog van 23 oktober 2010

 

In autumn moonlight, when the white air wan

In autumn moonlight, when the white air wan
Is fragrant in the wake of summer hence,
'Tis sweet to sit entranced, and muse thereon
In melancholy and godlike indolence:
When the proud spirit, lull'd by mortal prime
To fond pretence of immortality,
Vieweth all moments from the birth of time,
All things whate'er have been or yet shall be.
And like the garden, where the year is spent,
The ruin of old life is full of yearning,
Mingling poetic rapture of lament
With flowers and sunshine of spring's sure returning;
Only in visions of the white air wan
By godlike fancy seized and dwelt upon.

 


While yet we wait for spring, and from the dry

While yet we wait for spring, and from the dry
And blackening east that so embitters March,
Well-housed must watch grey fields and meadows parch,
And driven dust and withering snowflake fly;
Already in glimpses of the tarnish'd sky
The sun is warm and beckons to the larch,
And where the covert hazels interarch
Their tassell'd twigs, fair beds of primrose lie.
Beneath the crisp and wintry carpet hid
A million buds but stay their blossoming;
And trustful birds have built their nests amid
The shuddering boughs, and only wait to sing
Till one soft shower from the south shall bid,
And hither tempt the pilgrim steps of spring.

 

 1669413-645dcf22b4dfb89228733481361dd4f7.jpg
Robert Bridges (23 oktober 1844 - 21 april 1930)
Portret door  W. Strang, National Portrait Gallery, London

 

 

De Oostenrijkse schrijver Adalbert Stifter werd geboren in Oberplan op 23 oktober 1805. Zie ook mijn blog van 23 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Adalbert Stifter dit blog.

Uit: Der Nachsommer

„Mein Vater war ein Kaufmann. Er bewohnte einen Teil des ersten Stockwerkes eines mäßig großen Hauses in der Stadt, in welchem er zur Miete war. In demselben Hause hatte er auch das Verkaufsgewölbe, die Schreibstube nebst den Warenbehältern und anderen Dingen, die er zu dem Betriebe seines Geschäftes bedurfte. In dem ersten Stockwerke wohnte außer uns nur noch eine Familie, die aus zwei alten Leuten bestand, einem Manne und seiner Frau, welche alle Jahre ein oder zwei Male bei uns speisten, und zu denen wir und die zu uns kamen, wenn ein Fest oder ein Tag einfiel, an dem man sich Besuche zu machen oder Glück zu wünschen pflegte. Mein Vater hatte zwei Kinder, mich, den erstgeborenen Sohn, und eine Tochter, welche zwei Jahre jünger war als ich. Wir hatten in der Wohnung jedes ein Zimmerchen, in welchem wir uns unseren Geschäften, die uns schon in der Kindheit regelmäßig aufgelegt wurden, widmen mußten, und in welchem wir schliefen. Die Mutter sah da nach und erlaubte uns zuweilen, daß wir in ihrem Wohnzimmer sein und uns mit Spielen ergötzen durften.
Der Vater war die meiste Zeit in dem Verkaufsgewölbe und in der Schreibstube. Um zwölf Uhr kam er herauf, und es wurde in dem Speisezimmer gespeiset. Die Diener des Vaters speisten an unserem Tische mit Vater und Mutter, die zwei Mägde und der Magazinsknecht hatten in dem Gesindezimmer einen Tisch für sich. Wir Kinder bekamen einfache Speisen, der Vater und die Mutter hatten zuweilen einen Braten und jedesmal ein Glas guten Weines. Die Handelsdiener bekamen auch von dem Braten und ein Glas desselben Weines. Anfangs hatte der Vater nur einen Buchführer und zwei Diener, später hatte er viere.
In der Wohnung war ein Zimmer, welches ziemlich groß war. In demselben standen breite, flache Kästen von feinem Glanze und eingelegter Arbeit. Sie hatten vorne Glastafeln, hinter den Glastafeln grünen Seidenstoff, und waren mit Büchern angefüllt.“

 

 1669413-fa3c784ee8bd049eea243b40c9734294.JPG
Adalbert Stifter (23 oktober 1805 - 28 januari 1868)
Monument in het Türkenschanzpark in Wenen

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en journalist Nick Tosches werd geboren in 1949 in Newark, New Jersey. Zie ook alle tags voor Nick Tosches op dit blog en ook mijn blog van 23 oktober 2009 en ook mijn blog van 23 oktober 2010

Uit: Me And The Devil 

“The past is a very bad place. It is not good to go there. Not alone. Not like this. “Take a deep breath.” They’re always telling me to take a deep breath. But that deep breath does not come.
Somewhere along the line, something went wrong.
These words were supposed to have led to more words, to the beginning of what I cannot bring myself to tell.
Now, having got up, poured myself a drink, lit a cigarette, and stood awhile at the window—seeing night and rain, feeling nothing—I look at those words and realize that I’ve just written my autobiography, the story of my life. From beginning to end, that’s it. Somewhere along the line, something went wrong. There’s really nothing more to it than that.
But that’s the easy way out, the easy way out of saying what I cannot bring myself to say. Yes, a lot went wrong. There were a lot of wrong turns. But this one. This one.
Let me drink.
The label on this bottle has a lot of words on it. Some of them are invisible: lies, truth, destiny, darkness, loss, shame, guilt, the sound and fury of the idiot’s every delusion, sickness unto death of body and of soul. And courage for the coward. I have read and retched them all, these hidden things upon that label. They define what is in the bottle, and what is within me.
Courage for the coward. Yes, let me drink, so that I can say what I cannot. Even if in the end I let the flames consume it, and can then return quietly to my lies. This thought goes well with that coward’s courage that I seek.
But can there be any returning? Any returning to anything? Now? From here, from this final somewhere? This final somewhere of endless wrong somethings and endless wrong turns?
Enough. Just drink.
There, yes, that’s better, that’s it. Just drink and the words will come.“


 1669413-d36e34ff0c32ee1209f17ebb890d968f.jpg
Nick Tosches (Newark, 1949)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e oktober ook mijn blog van 24 oktober 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:28 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten