Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 10 december 2014 tot 11 december 2014

Andrea De Carlo, Naguib Mahfouz, J.C. van Schagen, Paul Rigolle, Ludwig Laher, Janko Ferk

De Italiaanse schrijver Andrea De Carlo werd geboren in Milaan op 11 december 1952. Zie ook alle tags voor Andrea De Carlo op dit blog.

Uit: Sie und Er (Vertaald door Maja Pflug)

„Die Autobahn verpestet seine Gedanken nur noch mehr. Das ständige Beschleunigen und Bremsen und Spurwechseln, die rasche Verlagerung der Aufmerksamkeit nach vorn und seitlich und nach hinten im Rückspiegel, die Vorwegnahme idiotischen oder off en kriminellen Verhaltens seitens der anderen Autofahrer – alles zerrt an seinen Nerven.
Das Verdeck seines grünen, vierzehn Jahre alten Jaguars xjs Cabrio knattert im Gegenwind, als würde es gleich aufgehen, abreißen und ihn ungeschützt dem anhaltenden Regen aussetzen. Es ist ein Jaguar aus der schlechtesten Periode, mit einer kantigen Linienführung, die nichts zu tun hat mit den schönen fl ießenden Formen der sechziger Jahre und auch nichts mit dem rationaleren und lineareren Design der jüngeren Modelle. Wahrscheinlich hat er ihn deshalb gekauft : weil er ihm irgendwie verkehrt vorkam. Jetzt fährt er allerdings zu schnell für das nicht sonderlich stabile Chassis, das Gaspedal zu drei Viertel durchgedrückt, die Tachonadel zittert unentschieden zwischen 140 und 150, die Reifen verlieren gelegentlich die Bodenhaft ung wegen der riesigen Pfützen und des schlechten Zustands der Aufhängung.
Ab und zu nimmt er einen Schluck Wodka aus der Flasche auf dem Beifahrersitz: Er schraubt den Verschluss mit einer Hand auf und wieder zu und wirft sie zurück auf ihren Platz. Ständig drückt er auf die Repeat-Taste des cd-Players, um noch einmal I Cover The Waterfront von
John Lee Hooker in einer Studioaufnahme zusammen mit Van Morrison abzuspielen, aber auch auf höchster Lautstärke kommt die Musik kaum an gegen das Trommeln des Regens und das Schlagen des Verdecks und das Dröhnen des Motors und das Rollen der Reifen und das vielfältige Zischen und Sausen der Zugluft , die durch alle Ritzen des alten Jaguars dringt.“

 

 1692233-85c6334149409abdb714cf61a4d652bf.jpg
Andrea De Carlo (Milaan, 11 december 1952)

 

 

De Egyptische schrijver Naguib Mahfouz werd geboren op 11 december 1911 in Caïro. Zie ook alle tags voor Naguib Mahfouz op dit blog.

Uit: Rhadopis of Nubia

“One group of spectators stood together, chatting earnestly among themselves, indications of affluence and nobility showing upon their faces. One of them raised his eyebrows in wonder and contemplation, and said, "How many pharaohs have looked down upon this multitude and beheld this great day? Then they all passed away as if they had never existed, and yet in their day, how those pharaohs filled the eyes and hearts of their people."
"Yes," said another. "They have gone, just as we all will go, and there they will rule a world more glorious than this one. Look at the position I hold. How many will hold it in future generations, and relive the hopes and joys that flutter in our breasts at this moment? I wonder if they will talk about us as we are talking about them?"
"Surely there must be more to us than a simple mention by future generations? If only there was no death."
"Could this valley ever be wide enough to accommodate all those generations that have passed away? Death is as natural as life. What is the value of eternity as long as we eat our fill after going hungry, grow old after being young, and know despair after joy?"
"How do you think they live in the world of Osiris?"
"Wait, and you will know soon enough."
Another one said, "This is the first time the gods have granted me the pleasure of seeing Pharaoh."
"I have seen him before," his friend remarked, "on the day of the great coronation, some months ago in this very spot."

 

 1692233-f235b1ad536cdbe892e7db11b8dcc2d7.jpg
Naguib Mahfouz (11 december 1911 – 30 augustus 2006)

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter en graficus Johan Christiaan Jacob (Chris) van Schagen werd geboren in Vlissingen op 11 december 1891. Zie ook alle tags voor J.C. van Schagen op dit blog.

 

Werkelijkheid

Ik doe zaken.
Ik heb een heel grote schrijftafel
En mijn gezicht staat moeilijk.
Ik praat in een telefoon
En ik heb een mijnheer,
Die juffrouwtjes kan laten werken
En nog meer mijnheren.
De juffrouwtjes ruiken zo lekker,
Ze ruiken allemaal verschillend.
De mijnheren zijn in grote jassen.
Ik bloos er wel van.
Het lijken wel Engelsen,
En ik begrijp niet, waarom ze doen wat ik vraag.

Er waren veel zaken vandaag.
Het waren allemaal gedachten van mensen,
Er waren veel dikke, die duwden en waren onwillig.
Ik begreep niet, waarom ze zo koppig waren.
Er waren magere, met valse haakjes,
En er zat veel in de knoop.
Het was precies het kistje met oudroest en touwtjes
van mijn grootvader.
Ik was een vreemdeling.

Toen ben ik maar gaan wandelen in de bosjes.
Het was een arme dag, de straat was nat.
De zwarte boompjes hadden honger,
Die trokken hun magere vingertjes krom.
De wind zei verdrietige verhaaltjes.
Het novemberlicht was saai en schraal achter vervelende wolken.
Maar in mijn hart bonsde de opstand
En ik zei: lieve God, ik wil een straatsteen zijn.

 

 1692233-2233d9170adce9c0f5851727379c0abe.jpg
 J.C. van Schagen (11 december 1891 - 17 april 1985)

 

 

De Vlaanse dichter Paul Rigolle werd geboren in Roeselaere op 11 december 1953. Zie ook mijn blog van 11 december 2010.

 

Noveen

Een deur, een raam is het. Wat opengaat.
Het is wat een bres in het lichaam
van de ruimte slaat. Wat afglijdt en wat

zich vult, is het. Wat je ziet als je kijkt.

Wat je hoort als je zegt, hoor, het is de wind
die het huis als in een noot gevangen houdt.

Het is wat je voelt als je daalt en draalt

en plotseling jezelf terugvindt terwijl je
middenin het woord winter te kijken staat.

 

 

Gezelle

Een hoofd dat groter is, heeft de tijd hem
met de hand, in zijn kleed van taal genaaid.
De eeuw die knelt. Met totem en taboe,
met turbo en tactiek, de eeuw heeft hem
leeggeroofd. Pitten op de tong, handen
in het kroos. Misboek, nageldeuntjes,
taal haakt en hinkelt zich een weg.

Een stem die totaal en teugel tomeloos
een wereld die enkel op papier bestaat,
weer tot leven zingt, wie zal zeggen
dat ze niet bestaat.

Lavendel moet je kneuzen om zijn geur.
Er zijn huizen, het gebeurt.

 

 1692233-fde50f27a321f5b61b9874a1e0fca2d8.jpg
Paul Rigolle (Roeselare, 11 december 1953)

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en vertaler Ludwig Laher werd geboren op 11 december 1955 in Linz. Zie ook alle tags voor Ludwig Laher op dit blog en ook mijn blog van 11 december 2010.

Uit: Bitter

„Naturlich ist er es. Naturlich ist er es nicht. Fest steht jedenfalls, dass beide zur selben Zeit am selben Ort geboren wurden und am selben Ort starben. Dazwischen liegen die Leben, ein erzahltes, ein gelebtes.
Sie haben verschiedene Nachnamen, das wohl. Der eine einen langeren, in dem der des anderen enthalten ist. Auch kein Zufall. Verkurzt wie ein erzahltes Leben, noch dazu ein so schillerndes, ist der Name Fritz Bitter.
Schon die Romanfigur fuhrt, als die Stadte und Millionen von Menschen in Trummern liegen, als wieder andere das Sagen haben, exemplarisch vor, wie man erfolgreich falsche Fahrten legt und Nebelgranaten wirft, wie man kaltschneuzig, vor allem aber halbwegs plausibel umdeutet, was wirklich geschah, wie man sich unangenehme Fragen geschickt vom Leib halt, treuherzig tragische Missverstandnisse geltend macht und aus scheinbar einsichtigen Formalgrunden keinesfalls dabeigewesen sein, gar Schuld auf sich geladen haben kann.
Zur Not, da kennt der durchtriebene Jurist Dr. Friedrich Bitter keine falsche Scham, zur Not lasst er die vielbeschworene Ehre eben Ehre sein, dementiert er sich bis zur Lacherlichkeit selbst, um den Kopf irgendwie aus der Schlinge zu ziehen, sobald es eng wird.
Seine Lebensauffassung, charakterisiert ihn der Personalbericht des Sicherheitsdienstes des Reichsfuhrers- SS, sei naturlich und praktisch. Dem ist wenig hinzuzufugen. Der andere, der echte Fritz durfte da noch wesentlich begabter gewesen sein, das zu vermuten ist kein groses Wagnis.“

 

 1692233-7bd83918b62ba24140e5a613c58e740c.jpg
Ludwig Laher (Linz, 11 december 1955)
Linz 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en rechter Janko Ferk werd geboren op 11 december 1958 in Sankt Kanzian am Klopeiner See, Kärnten. Zie ook alle tags voor Janko Ferk op dit blog en ook mijn blog van 11 december 2010.

 

Wir stecken im Stau I

ich stecke
im stau
und ärgere mich
über den vollidioten
der hinter mir
hupt
der tag im büro
war beschissen
zuhause dann
zeit im bild
Eugen Freund
liest
seine katastrophen
etwas weniger teilnahmslos
vom blatt
als andere
der club of rome
sagt das ende der welt
in dreißig jahren
voraus
Christa Kummers wetter
ist auch wieder
mies
später lese ich
im spiegel
über modezicken
blender mit erschlichenen doktortiteln
und Helmut Schmidt
erklärt die welt
so gut
wie kein zweiter
wenn nicht schnell
etwas passiert
wird der club of rome
noch recht behalten

 1692233-2e175c414115529595688dacbbfa87ad.jpg
Janko Ferk (Sankt Kanzian, 11 december 1958)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e december ook mijn blog van 11 december 2012 en ook mijn blog van 11 december 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 11:58 Reageer op dit bericht

Emily Dickinson, Karl Heinrich Waggerl, Jorge Semprún, Nelly Sachs, Gertrud Kolmar

De Amerikaanse dichteres Emily Dickinson werd geboren op 10 december 1830 in Amherst, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Emily Dickinson op dit blog.

 

The sun kept setting, setting still

The sun kept setting, setting still; 
No hue of afternoon 
Upon the village I perceived,— 
From house to house ’t was noon. 
 
The dusk kept dropping, dropping still;        
No dew upon the grass, 
But only on my forehead stopped, 
And wandered in my face. 
 
My feet kept drowsing, drowsing still, 
My fingers were awake;        
Yet why so little sound myself 
Unto my seeming make? 
 
How well I knew the light before! 
I could not see it now. 
’T is dying, I am doing; but        
I ’m not afraid to know.

 

 

Sleep is supposed to be

Seep is supposed to be, 
By souls of sanity, 
The shutting of the eye. 
 
Sleep is the station grand 
Down which on either hand        
The hosts of witness stand! 
 
Morn is supposed to be, 
By people of degree, 
The breaking of the day. 
 
Morning has not occurred!        
That shall aurora be 
East of eternity; 
 
One with the banner gay, 
One in the red array,— 
That is the break of day.

 

 

Ik had ernaar verlangd

Ik had ernaar verlangd altijd
En toen het zover was
Had van wat werd tentoongespreid
De wijn wel wat aparts

Op tafels had ik het zien staan
Verlangend en verloren
Daarbinnen waar de weelde was
Die mij niet toebehoorde

In plaats van brood in overvloed
Waar kruim niets weg van heeft
Had de natuur mij steeds gevoed
Met wat er overbleef

Het deed me zeer, die rijkdom daar
Het was me alles vreemd
Een bosbes voelt zich zo op straat
Niet op zijn plaats, ontheemd

En ook bleek het verlangen weg
Verlangen was alleen
Bedoeld voor wie nog buiten was
En binnen dan verdween

 

Vertaald door Ans Bouter

 

 1691946-61120eb841708903a14cb62f523875f6.jpg
Emily Dickinson (10 december 1830 – 15 mei 1886)
Standbeeld in Spartanburg, South Carolina

 

 

De Oostenrijkse schrijver Karl Heinrich Waggerl werd geboren op 10 december 1897 in Bad Gastein. Zie ook alle tags voor Karl Heinrich Waggerl op dit blog.

Im Advent

 Für mich begann in der Kindheit der Advent damit, daß mich die Mutter eines Morgens weit früher als sonst aus dem Bett holte. Der Mesner läutete immer schon die Viertelglocke, wenn ich endlich halb im Traum zur Kirche stolperte. Nirgends ein Licht in der bitterkalten Finsternis, und oft mußte ich mich mit Händen und Füßen durch den tiefen Schnee wühlen, es war ja noch kein Mensch vor mir unterwegs gewesen.
In der Sakristei kniete der Mesner vor dem Ofen und blies in die Glut, damit wenigstens das Weihwasser im Kessel auftaute. Aber mir blieb ja keine Zeit, die Finger zu wärmen, der Pfarrer wartete schon, daß ich in meine Albe schlöffe und ihm mit der Schelle voranginge.
Bitterkalt war es auch in der Kirche. Die Kerzenflammen am Altar standen reglos wie gefroren, und nur wenn sich die Tür öffnete und Wind und Schnee hereinfuhren, zuckten die Lichter erschreckt zusammen. Die Kirchleute drückten das Tor eilig wieder zu, sie rumpelten schwerfällig in die Bänke, und dann klebten sie ihre Adventskerze vor sich auf das Pult und falteten die Hände um das wärmende Licht. Indessen schleppte ich das Meßbuch hin und her und läutete zur passenden Zeit, und wenn ich einmal länger zu knien hatte, schlief ich wohl wieder ein. Dann räusperte der Pfarrer vernehmlich, um mich aufzuwecken. Ihn allein focht kein Ungemach an. "Rorate coeli", betete er laut und inbrünstig, "tauet Himmel, den Gerechten". Und dann war alles wieder herzbewegend schön und feierlich, der dämmrige Glanz im Kirchenschiff, der weiße Atemdampf vor den Mündern der Leute, wenn sie dem Pfarrer antworteten, und er selbst, unbeirrbar in der Würde des guten Hirten.
Nachher standen wir zu dritt hinterm Ofen in der Sakristei. Der Mesner schüttelte die eiserne Pfanne und hob den Deckel ab und speiste uns mit gebratenen Kastanien. Ich hüpfte von einem Fuß auf den andern, und auch der Pfarrer rollte die heißen Kugeln eine Weile im Mund hin und her. Es war vielleicht keine Sünde, wenn ich nebenbei flink vorausrechnete, wie lange es wohl noch dauerte, bis er mir zur Weihnacht meinen Lohn in die Hand drücken würde, einen ganzen Gulden."

 

 1691946-b4e848cb69d954e2eff051c338ff2bba.jpg
Karl Heinrich Waggerl (10 december 1897 – 4 november 1973)

 

 

De Spaanse schrijver en politicus Jorge Semprún Maura werd geboren in Madrid op 10 december 1923. Zie ook alle tags voor Jorge Semprún op dit blogen ook mijn blog van 10 december 2010.

Uit: Unsre allezu kurzen Sommer (Vertaald door Evan Moldenhauer)

„Ich mochte den Gedanken nicht, in die Rolle des Überlebenden, des glaubwürdigen, achtenswerten und Mitgefühl verdienenden Zeugen verbannt zu sein. Angst packte mich bei dem Gedanken, diese Rolle mit der Würde, der Zurückhaltung und dem tiefen Ernst eines vorzeigbaren - menschlich und politisch korrekten - Davongekommenen spielen zu müssen.
(…)

Es ist schon immer ein historisches Desaster gewesen, das Leben als höchsten Wert anzusehen. Die reale Welt wäre unaufhörlich in die Sklaverei, die gesellschaftliche Entfremdung oder den selbstzufriedenen Konformismus zurückgefallen, wenn die Menschen das Leben stets als höchsten Wert betrachtet hätten. ...
Das Leben ist nur in abgeleiteter, stellvertretender Weise heilig: wenn es die Freiheit, die Autonomie, die Würde des Menschen garantiert, Werte, die höher sind als der des nackten Lebens an und für sich. Werte, die es transzendieren.”

 

 1691946-bda73fdd5babe01f0dec7cd9553a06bd.jpg
Jorge Semprún (10 december 1923 - 7 juni 2011)
In 1969

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Nelly Sachs werd op 10 december 1891 in Berlijn geboren. Zie ook alle tags voor Nelly Sachs op dit blog.

 

Chor der verlassenen Dinge

Krug im Schutt
War ich der Krug, daraus der Abend floss wie Wein
Und manchmal ein gefangner Mond zum Rosenstock ?
Die Sterbenacht der Greisin fing ich ein
Als schon ihr Atem keuchte wie die Geiß am Pflock.
O Krüge, Krüge ! in ein Abschiedsmaß gezwängt
Ist was wir halten; rinnende Natur.
Wir sind wie Herzen, draus es weiter drängt
Und stille steht wie Zeit in einer Uhr

Ein halbverbranntes Licht
O Schattenspiegel mein ! Ich sah in dir, ich sah -
Die Hand aus Grabesstaub, die sich an einem Stern verging
Die Zeit in ihrer Sterbewiege schrie - ich sah
Israels Mund in Qual, gebogen wie ein Ring.

Ein Schuh
Verlornes Menschenmaß; ich bin die Einsamkeit
Die ihr Geschwister sucht auf dieser Welt -
O Israel, von deiner Füße Leid
Bin ich ein Echo, das zum Himmel gellt.

Chor
Wir aber sind, seitdem wir Erde waren
Getrieben schon von euch durch soviel Tod -
Bist du ein Band, gepflückt von Totenhaaren
Geh ein zum Wunder, werde Brot.
Hier ist ein Buch, darin die Welten kreisen
Und das Geheimnis flüstert hinter einem Spalt -
Wirf es ins Feuer, Licht wird nicht verwaisen
Und Asche schläft sich neu zur Sterngestalt.
Und tragen wir der Menschenhände Siegel
Und ihre Augen-Blicke eingesenkt wie Raub
So lest uns wie verkehrte Schrift im Spiegel
Erst totes Ding und dann den Menschenstaub.

 

 1691946-15ec184fe44bf004cd6c95b441a09ca4.jpg
Nelly Sachs (10 december 1891 – 12 mei 1970)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Gertrud Kolmar (pseudoniem van Gertrud Käthe Chodziesner) werd op 10 december 1894 in Berlijn geboren. Zie ook alle tags voor Gertrud Kolmar op dit blog.

 

Der Brief

Ein Fetzen Weh, vom Wind daher gefegt,
Das war er nun.
Ich hab ihn still ins heil’ge Buch

gelegt,
Zu ruhn - zu ruhn- - - - - -

Und die vergilbten Blätter schlossen ihn
So linde ein,
Die Totenhülle, weißer denn Jasmin,
Der braune Schrein.

So fern der Unrast, die da draußen tost,
Hat er geruht.
Und war der Klage voll und gab mir Trost -
Er war so gut - - - - -

 

 

Noch eins

Ich wollte schön sein, wie ein frommer Drang
Nach Schönheit ist, – so ohne Lüge schön.
Ich wollte schön sein, wie der Preisgesang
Der Schönheit ist, - ein sternenhoch Getön!

Ich wollte solcher mächtigen Schönheit Gabe,
Die wie ein Glück vor tausend Sinnen blinkt!
Ich will die kleine Schönheit: die ich habe,
Die eines Herzens Güte ins sich trinkt.

 

 1691946-a071e592291221cba4adbcbb7b0713e4.jpg
Gertrud Kolmar (10 december 1894 – (?) maart 1943)
Berlijn, Nikolaiviertel in de adventstijd

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e december ook mijn blog van 10 december 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:23 Reageer op dit bericht

In Memoriam Ralph Giordano

 

In Memoriam Ralph Giordano

De Duitse schrijver en journalist Ralph Giordano is in de nacht van dinsdag op woensdag op 91-jarige leeftijd overleden. Ralph Giordano werd op 20 maart 1923 in Hamburg geboren. Zie ook alle tags voor Ralph Giordano op dit blog.

Uit: Morris -- Die Geschichte einer Freundschaft

„Er wußte, daß diese Novembertage den ersten vernichtenden Schlag gegen die jüdische Existenz in Deutschland bedeuteten. Er sagte mir das, als ich ihn an dem Unglückstag nach Hause, zur Grindelallee, begleitete. Mit merkwürdiger Stimme meinte er zu mir: "Dabei bleibt es nicht, dabei bleibt es so sicher nicht, wie ich jetzt neben dir gehe. Es war eine Probe, wie weit sie es treiben können, mehr nicht ..." Er hatte da so etwas Furchtbares geäußert, etwas, das alles Unausdenkbare in sich schloß, daß ich mich wie in einem Gefängnis fühlte, aus dem es kein Entrinnen mehr gab, dessen dicke Mauern der menschlichen Kraft und dem menschlichen Willen Hohn spotteten, obwohl ich selbst von diesem aufkommenden Riesenschatten nicht bedroht war. Ich sah zu Morris hoch. Trotzdem ich erst fünfzehn Jahre alt war, wuchs in mir plötzlich ein großes Gefühl, ein Erkennen für die jahrtausendealte Tragik jenes schwer leidenden Volkes, als dessen Repräsentant mir nun Morris erschien. "Kann ich helfen?" fragte ich ihn, um mich in der nächsten Sekunde der Lächerlichkeit meiner Worte zu schämen. "Uns kann niemand mehr helfen, wenn uns nicht schnell geholfen wird", erwiderte Morris sinnend. "Einzelne in Deutschland können vielleicht einzelnen Juden helfen. Aber die Masse der Juden ist verloren, wenn nicht sehr bald Gegenmaßnahmen getroffen werden."
Später erkannte ich, wie wahr er gesprochen hatte. Damals jedoch wußte ich nicht recht, was er meinte. Krieg? Meine Vorstellungen von Krieg waren nebelhaft und verschwommen, bargen bei meiner Unwissenheit keine Schrecken in sich. Während wir weitergingen, dachte ich über jedes Wort nach. Halb verschleiert, gleichsam umschrieben mit lautlosen Worten, kündigte mir Morris etwas Entsetzliches an: nänilich die Vernichtung, die physische Vernichtung von Menschen, weil sie einer bestimmten Rasse angehörten" Wenn ich mich heute in jene Stunde zurückversetze, dann fällt mir ein, daß ich dies schon damals nicht bezweifelte, nachdem ich selbst die Masse gesehen hatte, die des Mordes und der Plünderung Zeuge gewesen war, ohne Widerstand zu leisten.“

 

 1691841-f47897850e803ba0162c9868fe67867d.JPG
Ralph Giordano (20 maart 1923 - 10 december 2014)

Geschreven door Romenu om 13:57 Reageer op dit bericht

Reinhard Kaiser Mühlecker

De Oostenrijkse schrijver Reinhard Kaiser Mühlecker werd geboren op 10 december 1982 in Kirchdorf an der Krems. Kaiser Mühlecker groeide op in Eberstalzell (Opper-Oostenrijk) in het district Hallwang. Van 2003-2007 studeerde hij o.a. landbouw, geschiedenis en Internationale ontwikkeling in Wenen. In 2008 verscheen zijn eerste roman “Der lange Gang über die Stationen”. Nog vóór de publicatie ontving hij de literaire prijs van de Jürgen Ponto Stiftung en een beurs van het lHerrenhaus Edenkoben.

Uit: Der lange Gang über die Stationen

“Ganz am Anfang standen einzelne lange, mit Eis überzogene Grashalme aus einer harten Schneedecke hervor, und kein Wind konnte sie bewegen. Drinnen, im Haus, lag der Tabakbeutel, daneben zwei in Rechteckform zurechtgeschnittene Papierchen auf dem schweren Küchentisch. Dazwischen die gestopfte Pfeife mit dem langen, sich zweimal biegenden Hals. Das Aroma des Tabaks breitete sich in der Küche aus. Die Türen waren geschlossen und die Luft im Raum aufgewärmt.
Meine Frau kam auf mich, der ich dort am Tisch nach hinten gelehnt, das Kreuz hohl und die Beine ganz durchgestreckt, saß, zu. Sie hatte den Lappen mit der übergroßen hellen Schlaufe zum Aufhängen in der Hand und ließ es sich nicht nehmen, nach dem ausgiebigen Frühstück gleich den Tisch zu wischen. Im Milchtopf war nur noch eine dicke Rahmschicht ganz unten am Topfboden,
in der sich eine Fliege auf eine Art rührte, als hätte sie da in dem Augenblick eine mühsame Arbeit zu verrichten. Eine der Katzen strich mit aufrechtem Schwanz eng um meine Beine, sodass es den Stoff der Hose gegen die Haut drückte; dabei miaute sie, oder sie schrie, das Maul weit aufgerissen und das Körnige der Zunge deutlich sichtbar. Ich betrachtete das in die Tischplatte Geschnitzte, bis mein Blick unscharf wurde; es steckten mir noch die Müdigkeit und der Schlaf in den Knochen.
Meine Frau hatte den Lappen in Spülwasser getaucht und ihn ausgewrungen. Ihre Hände hatten sich ein Stück mitgedreht dabei, die Haut über den Pulsschlagadern hatte schmale Falten geworfen, und die Knöchel waren blutleer, weiß hervorgetreten. Das Wasser, das grau geworden dann aus dem Lappen gedrückt worden war; das Geräusch dieses Wassers auf dem Metall des Abwaschbeckens.
Ich saß dort am Tisch, hielt den Pfeifenkopf in der hohlen Hand, zuerst in der rechten, dann in der linken; die Hosenträger spannten sich über meine Brust, über die Rippenbögen. Saß dort – und tat nichts anderes, als der jetzt Arbeitenden zuzusehen. Sie wippte beim Abwischen vor und zurück, ganz nah an mir. Ihr harter Beckenknochen stieß zweimal seitlich gegen die Lehne meines Stuhls; stieß weich, und doch ging der Stoß weiter und drang durch die Lehne in mich. Ich sah ihr zu, aber dennoch sah ich sie auf eine Weise auch nicht, ich sah nur eine Silhouette, die sich bewegte. Ich sah diejenige tanzen, die nicht tanzte.“

 

 1967019-2d45723bcf76784bbfbdf4ed7a86b42d.jpg
Reinhard Kaiser Mühlecker (Kirchdorf an der Krems, 10 december 1982)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Cornelia Funke

De Duitse schrijfster en illustratrice Cornelia Funke werd geboren in Dorsten op 10 december 1958..Zij studeerde onderwijskunde aan de Universiteit van Hamburg en daarna gaf ze een tijdlang les. Dankzij het diploma dat Funke voor illustreren had, werd ze ook gevraagd om boeken te illustreren. Zo kreeg ze het idee om zelf boeken te schrijven. Funke kreeg zowel voor “De dievenbende van Scipio” als voor “Hart van Inkt” een Zilveren Griffel. Beide boeken werden verfilmd (als The Thief Lord en Inkheart). “Web van Inkt” en “Nacht van Inkt” zijn deel twee en drie van de Inkheart-trilogie. Haar internationale doorbraak kwam in 2002 toen haar al in 2000 in Duitsland verschenen boek “De dievenbende van Scipio” in de VS gepubliceerd werd en daar vele maanden op de Amerikaanse bestsellerlijsten stond. De ontdekking van dit boek voor de Engels-sprekende wereld leidt Funke op "Clara" terug, een tweetalig opgegroeid meisje dat zich bij de uitgever van Harry Potter, Barry Cunningham, erover beklaagd dat ze haar favoriete boek.niet kon delen met haar schoolvrienden in Engeland De neef van Funke schreef vervolgens een ruwe vertaling in het Engels, op basis waarvan het contract met de Engelse uitgever werd gesloten. Inmiddels is dit boek vertaald in 23 talen.

Uit: Herr der Diebe

“Goldene Höhle« hatte Bo die Basilika getauft, als Prosper mit ihm zum ersten Mal hineingegangen war. Aber die goldenen Mosaiken von Engeln, Königen und Heiligen, die Wände und Decken schmückten, leuchteten nur zu bestimmten Stunden, wenn das Sonnenlicht hoch oben durch die Kirchenfenster fiel. Jetzt war alles dunkel. Und die Bilder, zusammengefügt aus Tausenden von glitzernden Glassteinen, verschluckte das Dämmerlicht, das die riesigen Gewölbe füllte. Helligkeit und Wärme waren draußen auf dem Platz geblieben, als gäbe es sie nicht mehr.
Zögernd gingen die drei Jungen den breiten Mittelgang entlang, ihre Schritte hallten auf dem steinernen Boden. Über ihren Köpfen wölbten sich die goldenen Kuppeln, deren Pracht die Dunkelheit verhüllte. Zwischen den hohen marmornen Säulen, die sie trugen, fühlten sich die Jungen so käferklein, dass sie unwillkürlich näher zusammenrückten. Das Dämmerlicht um sie her war getränkt mit Stille, mit flüsternden, wispernden, andächtig raunenden Stimmen und dem Schaben von Schuhsohlen auf kaltem Stein.
»Wo sind denn die Beichtstühle?«, flüsterte Mosca und blickte sich unbehaglich um. »Ich bin noch nicht oft hier drin gewesen. Ich mag keine Kirchen. Sie sind mir unheimlich.«
»Ich weiß, wo s
ie sind«, sagte Scipio und schob sich die Maske wieder übers Gesicht. Selbstsicher, wie einer der Führer, die den Reisegruppen die Wunder der Basilika zeigten, schritt er den anderen beiden voran. Die Beichtstühle standen etwas abseits, im Seitenschiff der großen Kirche. Der erste auf der linken Seite unterschied sich in nichts von den übrigen, ein Kasten aus dunklem Holz, verhängt mit dunkelroten Vorhängen, mit einer Tür in der Mitte, durch die der Priester in den engen Verschlag schlüpfen konnte. Dort nahm er dann Platz auf einer schmalen Bank und legte sein Ohr an ein kleines Fenster, durch das ihm jeder, der wollte, seine Sünden zuflüstern konnte, um sie sich so von der Seele zu schaffen.“

 

 1823108-f917e7663ece17cfd2ff0ab31d27e172.jpg
Cornelia Funke (Dorsten, 10 december 1958)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten