Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 15 december 2014 tot 16 december 2014

Adriaan van Dis, Jane Austen, Adriaan van der Veen, Noël Coward, Tip Marugg

De Nederlandse schrijver en televisiemaker Adriaan van Dis werd op 16 december 1946 geboren in het Noord-Hollandse Bergen aan Zee. Zie ook alle tags voor Adriaan van Dis op dit blog.

Uit: Stadsliefde

“Straks haal ik haar op: de vrouw met wie ik het liefst door Parijs wandel. Dan gaan we al die dingen doen die we altijd doen: eerst het glas champagne thuis, de toastjes zalm, en dan lopen naar ons ‘meneertje’, een Vietnamees in de Marais waar we al twintig jaar komen. Alleen de eerste dag. Heen over een andere brug dan terug – beide routes liggen bezaaid met herinneringen. We kennen de eigenaar, zijn wel en wee en familie. We krijgen geen menukaart; we eten altijd hetzelfde. Straks zullen we onze kleren thuis voor een open raam moeten luchten, omdat de hele tent naar frituur stinkt. Hindert niet. Terug lopen we altijd door de rue de Bièvre, een kromme steeg waar Mitterrand vroeger woonde. We zien lampen branden in het appartement waar ik als student op andermans poezen paste. We denken aan doden, aan scheidingen. Hebben we geen woorden voor nodig. Hooguit een miauwtje.
De volgende morgen haal ik een tradition bij de bakker en eten we ons gekookte eitje – ik vier minuten, zij vijf. De Pariscope ligt klaar. We strepen de films aan, de tentoonstellingen, ook al weten we dat het er niet van zal komen. We hebben er tien jaar over gedaan Musée d’Orsay daadwerkelijk binnen te gaan. De buitenkant was al zo mooi. O, de duizend gebouwen die ons nog wachten. Wij wandelen door ons eigen museum. Inspecteren de pleintjes en geheime tuinen. Kijken of de duiven nog uit de geheime kom tussen twee wortels van de ginkgoboom drinken. Zij laat haar jurk opwaaien bij het metrorooster op Carrefour de la Croix-Rouge, ik aai er de hoef van het paard van César. We delen de geuren. De gezichten van voorbijgangers. Kleine sensaties. Parijs als tableau vivant. Alles is van ons. We hebben de stad gemerkt met onzichtbare sporen. Ons wandelen is een ritueel van de herhaling. Niet dat we ons geen onbekende buurten gunnen, o nee, we verkennen en lijven in, maar na het nieuwe keren we toch telkens weer naar onze oude sporen terug, als een meanderende rivier die zijn bedding zoekt.”

 

 1694671-9f3c22f1efcd5f5835bf7480adced368.jpg
Adriaan van Dis (Bergen aan Zee, 16 december 1946)

 

 

De Engelse schrijfster Jane Austen werd geboren op 16 december 1775 in Steventon, Hampshire. Zie ook alle tags voor Jane Austen op dit blog.

Uit: Mansfield Park

“By the end of eleven years, however—a mere blink of an instant to a drying mummy, but quite a different matter to a robust living female; but oh, mustn’t get ahead of ourselves—Mrs. Price could no longer afford to cherish pride or resentment, or to lose one connexion that might possibly assist her. A large and still increasing family, an husband disabled for active service (except for his mouth, decidedly still deployed on multiple vessels in the East Indies), but not the less equal to company and good liquor, and a very small income—all made her eager to regain the friends she had so carelessly sacrificed.
Thus, she addressed Lady Bertram in a letter of contrition and despondence, a superfluity of children, a fair mention of Egyptology, and a want of almost everything else. This could not but dispose them all to a reconciliation. Mrs. Price was preparing for her ninth lying-in; and after bewailing the circumstance, and imploring their countenance as sponsors to the expected child, she could not conceal how important they might be to the future maintenance of the eight already in being.
Her eldest was a boy of ten years old, a fine spirited fellow, who longed to be out in the world, sailing the seas or perchance digging up Egypt (the latter being a strong hint to Lady Bertram to put her in favor of the boy) or seeking treasure in the New World; but what could she do? Was there any chance of his being hereafter useful to Sir Thomas in the concerns of his West Indian property? No situation would be beneath him; or what did Sir Thomas think of Woolwich?
The letter was not unproductive. It re-established peace and kindness. Sir Thomas sent friendly advice and professions, sanguine Lady Bertram dispatched money and baby-linen and Egyptian grave-robbed trifles, and Mrs. Norris wrote the letters.
And within a twelvemonth a more important advantage to Mrs. Price resulted from it."

 

 1694671-72b3e382595a93fbe874c8ffaf6487af.jpg
Jane Austen (16 december 1775 – 18 juli 1817)
Billie Piper (Fanny Price), Joseph Beattie (Henry Crawford) en Blake Ritson (Edmund Bertram) in de tv-bewerking uit 2007

 

 

De Nederlandse schrijver Adriaan van der Veen werd geboren op 16 december 1916 in Schiedam. Zie ook alle tags voor Adriaan van der Veen op dit blog.

Uit: Het wilde feest

“Misschien was het ook de behoefte om een reactie te verbergen, zoals wanneer vlak achter me een vaas of bord in stukken viel. In dit geval was het een subtiel protest tegen de te naakte schrik met gillen en hard hollen, van de bevolking aan boord. Die eerste tijd zat ik vaak in de bar, iets nieuws voor me met de leren krukjes en de witgejaste man achter de tapkast. Ik luisterde er naar de gesprekken van het groepje Amerikanen, meestal zakenmensen uit Berlijn of Oost Europa, norse halfgoden, door iedereen gevreesd en bewonderd. Zij spraken over de Duitsers en het terugkeren naar Amerika, wat hun geen van allen aan scheen te staan. En na enkele uren met veel drank over het thema van het vertrek, zei een van hen met zijn onverschillig zwaar Amerikaans: ‘You get annoyed with yourself’ en ik stelde mij voor hoe ik in een gewichtig decadente toekomst overal met mijzelf verveeld zou raken, om dan te proberen dat gevoel van étappe tot étappe weg te drinken. Later waagden zich ook af en toe enkele van de emigranten in de bar, losheid en zelfverzekerdheid simulerend; zij praatten er druk en keken zijdelings naar de Amerikanen, die er gemelijk op hun krukjes zaten te drinken en te zwijgen. Zij schenen nooit te merken dat er buiten hun eigen groep nog iemand anders aan boord was. Een van hen maakte hierop een uitzondering. Hij was nog jong, maar al met grijsblond sluik haar, een verweerd, doorgroefd gezicht en lichte harde ogen, waarmee hij, altijd alleen langs het dek wandelende, strak voor zich uit blikte. Mij groette hij af en toe. Een paar keer liepen wij samen op en hij bleef mijn held, ook toen ik hem, na mijn contacten met de emigranten, had verloren. Hoe ik hem ook bewonderde om zijn afzijdigheid, zijn splendid isolation, en daarin opgenomen had willen worden, ik was te nieuwsgierig en te gevoelig voor alle toenadering om de wenken dat ik ontvangen kon worden in het woelige bootleven lang te kunnen weerstaan.”

 

 1694671-29ab08a0f1e77451fb266b3bbd32a906.jpg
Adriaan van der Veen (16 december 1916 – 7 maart 2003)
Alfred Kossmann en Adriaan van der Veen, 1967

 

 

De Engelse schrijver en songwriter Noël Coward werd geboren op 16 december 1899 in Teddington, Londen. Zie ook alle tags voor Noël Coward op dit blog.

Uit:I'll Leave It To You

“A plan of the stage of the New Theatre, London, set for the play is given at the end of the book.

SCENE.--The Hall of Mulberry Manor. All the furniture looks very comfortable. Through the window can be seen a glimpse of a snowy garden; there it a log fire. The light is a little dim, being late afternoon. Seated on the table swinging her legs is JOYCE, she is attired in a fur coat and goloshes, very little else can be seen, except a pink healthy looking young face._ SYLVIA _is seated on the Chesterfield R. She is twenty-one and exceedingly pretty. It is about five days before Christmas.
JOYCE (brightly). My feet are simply soaking.
SYLVIA (sewing). Why on earth don't you go and change them? You'll catch cold.
    (BOBBIE enters R. He is a slim, bright-looking youth of twenty.)
JOYCE. I don't mind if I do. (Laughs.) Colds are fun.
BOBBIE. She loves having a fuss made of her, beef tea--chicken—jelly with whipped cream--and fires in her bedroom, little Sybarite.
JOYCE. So do you.
BOBBIE (comes C.). No, I don't; whenever my various ailments confine me to my bed, I chafe--positively chafe at the terrible inactivity. I want to be up and about, shooting, riding, cricket, football, judo, the usual run of manly sports.
SYLVIA. Knowing you for what you are--lazy, luxurious ----
BOBBIE (pained). Please, please, please, not in front of the child. (JOYCE kicks). It's demoralizing for her to hear her idolized brother held up to ridicule."

 

 1694671-ab25687994dc0df362624301e5e2aedb.JPG
Noël Coward (16 december 1899 - 26 maart 1973)
Scene uit een opvoering in het  Pentameters Theatre, Londen, 2009

 

 

De Antilliaanse dichter en schrijver Tip Marugg werd geboren op 16 december 1923 in Willemstad, Curaçao. Zie ook alle tags voor Tip Marugg op dit blog.

Uit: De morgen loeit weer aan

“Eerst ziet men hoe het zwart van de nacht bijna onmerkbaar wordt vervangen door een blauw waas, in het begin diep van kleur doch vlug overgaand in een licht blauwachtig schijnsel, dat als een halfdoorzichtige sluier over het landschap wordt getrokken. Laag aan de oostelijke hemel beginnen grijswitte en rose kleuren zacht aan te glimmen, om echter gauw verjaagd te worden door de eerste zonnestralen die aarzelend de contouren van de dingen omlijnen en vervolgens het gehele landschap met wit licht omlijnen en tot leven roepen.”
(…)

“Terwijl ik in mijn enigheid halfdronken op de stoep van mijn woning zit te mijmeren, is de nacht mijn zwarte vrouw. In de omhelzing van haar sterke, kanelen armen voel ik mij heersziek en beschut tegelijk. (…) Ik druk mijn rug tegen haar enorme borsten en wanneer de warmte van haar vlees wordt overgedragen op mijn huid ben ik in staat alle littekenende herinneringen met één hand uit te wissen,”
(…)

"Wanneer men niet meer jong is, heeft alles wat pril en smetteloos is te maken met de dood. Daarin schuilt het gevaar van mijn eenzaam spel. [...] Ik ontdek dat ik de kijker achterstevoren voor mijn ogen houd en dat ik alle dingen en alle mensen ver van mij heb weggedreven. Ik ben moederziel alleen. [...] Bijna elk schip dat ik de haven uit zag varen verwekte in mij een vreemde, nare sensatie, alsof ik iets verloren had gegeven. Wanneer ik het vaartuig steeds kleiner zag worden voelde ik mij ontzettend eenzaam en achtergelaten."

 

 1694671-935153e71861bd10ed00d286d9aa5fbc.jpg
Tip Marugg (16 december 1923 - 22 april 2006)
Cover
 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e december ook mijn blog van 16 december 2012 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:09 Reageer op dit bericht

P.C. Hooft-prijs 2015 voor Anneke Brassinga

De Nederlandse dichteres, schrijfster en vertaalster Anneke Brassinga ontvangt de P.C. Hooft-prijs 2015. Dat heeft het bestuur van de Stichting P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde bekendgemaakt. De oeuvreprijs wordt jaarlijks afwisselend toegekend voor proza, essays en poëzie. Aan de prijs is een bedrag verbonden van 60.000 euro. Anneke Brassinga werd geboren in Schaarsbergen op 20 augustus 1948.Zie ook alle tags voor Anneke Brassinga op dit blog.

 

De rivier en het knuffeldier

De rivier houdt van je.
De rivier houdt eindeloos veel van je.
De rivier zal alles van je slikken,

een en al blinde liefe zal ze zijn.
De rivier houdt van jou zoveel
als van ieder ander. In haar armen

mag je liggen, schoon zal zi
je likken tot het bot.
Van wie ze houdt, het laat haar koud.

Maar wat je altijd meedroeg al die tijd,
het knuffeldier zo zacht zo dwingend
met zijn domme trouwe knoopjes

die oog hebben voor niets dan voor jou,
het hopeloos met hart en ziel verslingerd
wollig wezen dat van jou is, bij geen ander

ooit nog die versleten warmte vindt -
hem moet je achterlaten en verraden
als je de lonkende rivier ingaat.

 

 

Jongste dag

aarde is het plafond, vol bleke tastende
ranken. We waren ten slotte onder het gras
beland, om van hartstocht te verteren.

Hoor, hoe in den hogen grote koren blij opeens kwelen!
Stop met ijle vingers me de oren toe: wie
kan er boodschap hebben aan ons, die heimelijk

en traag in humus opgaan, zinnen strelend
van de diepste stof? Wij zullen opstaan
als gesteente, als een zee, een zwerfhond

of een wilde ui. Of als een zon
die bloedig alle zijnsgordijnen scheurend
ondergaat daarboven.

 

 

Jardin des Plantes

Grootheden van zeer klein kaliber: flits
van de kantjil als de wind zo gejaagd.
De zwarte panter gaapt zijn kort bestek
van messen bloot, alsof natuurlijke dood
niet allang was bedacht.

Ik sta als Orpheus voor de nacht,
een schim, kantjil in een panterpupil.

 

 

 1694486-8d29f085673a860024570da11859d9e1.jpg
Anneke Brassinga (Schaarsbergen, 20 augustus 1948)

Geschreven door Romenu om 11:47 Reageer op dit bericht

Ingo Schulze, Klaus Rifbjerg, Jan Greshoff, Simone van der Vlugt, Edna O’Brien, Hans Carossa

De Duitse schrijver Ingo Schulze werd geboren in Dresden op 15 december 1962. Zie ook alle tags voor Ingo Schulze op dit blog.

Uit: Simple storys

„Der Zug hielt in jedem Nest. Außer Schnee, beleuchteten Straßen, Autos und Bahnhöfen sah ich nicht viel. Wir saßen zwischen Männern, die zur Arbeit fuhren. Als Ernst eine Apfelsine schälte, dachte ich zum ersten Mal wirklich an Italien.
Auf dem Münchner Bahnhof werden Ernst und er sich erkannt haben. Ich bekam davon nichts mit. Woher sollte ich wissen, wie er aussieht? Nicht mal seinen richtigen Namen hätte ich angeben können.
Ab Venedig erinnere ich mich an ihn. Ein mittelgroßer Mann mit hastigen Bewegungen und einem schlechtsitzenden Glasauge ohne Lidschlag. Er schleppte so einen Wälzer mit sich herum, einen Finger zwischen den Seiten, um immer, wenn Gabriela, unsere italienische Reiseleiterin, etwas erklärte, seinen Senf dazugeben zu können. Ein richtiger Besserwisser eben. Andauernd strich er sein schwarzgraues Haar zurück, das ihm im nächsten Augenblick wieder über Stirn und Augenbrauen fiel.
Den Dogenpalast und die Säule mit dem Löwen kannte ich aus dem Fernsehen. Die Venezianerinnen – selbst die in meinem Alter – trugen kurze Röcke und schöne, altertümliche Käppchen. Wir waren viel zu dick angezogen.
Um unabhängig zu sein, nahmen wir tagsüber in der Provianttasche ein paar Konserven, Brot und Äpfel mit. Abends aßen wir auf dem Zimmer. Ernst und ich sprachen nicht viel, aber immerhin mehr als in den letzten Monaten. »Una gondola, per favore«, rief er mal morgens beim Waschen. Überhaupt machte Ernst den Eindruck, als ob ihm Italien gefiel.
Einmal griff er sogar nach meiner Hand und hielt sie fest.“

 

 1694197-b4fa49eda5b52fd34f807df2d6b13f8a.jpg
Ingo Schulze (Dresden, 15 december 1962

 

 

De Deense dichter en schrijver Klaus Rifbjerg werd geboren op 15 december 1931 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Klaus Rifbjerg op dit blog.

 

Finale

Nun singen die Vögel in sich gekehrt
die letzten langen Lautgirlanden
werden aufgerollt und aus dem Weg geräumt
alles kann warten

Die Schüchternheit breitet sich aus
die Amsel zeigt sich nur
gegen Abend und hüpft auf der Jagd
nach einem verlorenen Korn beinah seitwärts

die Bachstelze ist seit langem fort
und die kleinen Sänger nicken einander
entschuldigend zu und entschwinden
ohne einen Laut zwischen den Rugosarosen.

Die Energie der Schwalbe ist nur Schein
sie fliegt mit offenem Schnabel weiter
ohne auch nur das Geringste zu fangen

auf halbe Ration ist man gesetzt
die Bescheidenheit triumphiert
die Tonlosigkeit konkurriert
mit Kalorienarmut

der Wetterhahn kräht nicht mehr
er bringt nur ein trockenes Knirschen hervor
wenn er sich dreht
beim ersten besten Wind.

 

Vertaald door Peter Urban-Halle

 

 1694197-32cf7abedd7cc0d4862bb6305e3d6209.jpg
Klaus Rifbjerg (Kopenhagen, 15 december 1931)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jan Greshoff werd geboren op 15 december 1888 in Nieuw Helvoet. Zie ook alle tags voor Jan Greshoff op dit blog.

 

Winterdienst

Ach, alles wat ik heb bemind
Is weggeblazen door de wind:
De bloemen en het helder groen,
Mijn klein plezier, dit stadsplantsoen;
En dan de zon, de zon vooral!
Ik tref het niet, míjn eenig part
Van de aardsche goedren is de gart.
Ik voel mij eenzaam en misdeeld,
Mijn huid is, als het loof, vergeeld.
Wie weet wat er nog volgen zal?
Wanneer men jong is gaat het wel,
Dan is de winter vol met spel;
Maar ik ben meer dan halverwegen,
Dus heb ik er bezwaren tegen....
Ik ruik, tot mijn verdriet, de stal.
Memento mori gilt de wind
Die alles wat ik heb bemind
Wreed heeft verstoord en weggevaagd.
Het is een arme bloed die klaagt,
Ik vloek eens hartig en doe mal.

 

 

Meiregen

Zoo half verborgen en geheel vergeten
Bestaan wij als het onaanzienlijkst kruid,
Onvindbaar onder de gebogen breedten
Waar 't land voorzichtig aan den hemel sluit.
De drift om te gedijen en te stijgen,
Om, sterker dan de wezenlooze tijd,
Ons eigen deel van de eeuwigheid te krijgen
Is heel den zin van onze aanwezigheid:
Een kort verlangen en een traag vergaan
Waarmee wij de aarde warm en vruchtbaar maken
Voor 't nieuw gewas dat op ons veld zal staan
Trillend van lust om aan het licht te raken.
Wij zijn de kern van duizend verre vormen
Niets gaat verloren en niets is gering....
O ziel, in deze lauwe lentestormen
Kent gij een lied, houd goeden moed en zing:
Meiregen maak dat ik grooter word,
Grooter word;
Groot worden wensch ik zoozeer!

 

 

 1694197-b631ae6fd8a45fd99235555690d1c6bb.jpg
Jan Greshoff (15 december 1888 – 19 maart 1971)

 

 

De Nederlandse schrijfster Simone van der Vlugt werd geboren in Hoorn op 15 december 1966. Zie ook alle tags voor Simone van der Vlugt op dit blog.

Uit: De guillotine

“Het is september en warm. Sandrine zit in de schaduw van een kastanjeboom in de tuin en waait zich koelte toe met haar waaier. Uit de hete, stinkende stad dringt een onheilspellend geruis tot haar door. De hele zomer heeft de oorlogsdreiging boven Parijs gehangen, maar nu wordt de stad zelf bedreigd en bereikt de spanning het kookpunt.
Ook Sandrine is bang. Twee weken geleden zijn de Pruisen onder leiding van de hertog van Brunswijk Frankrijk binnengevallen. Deze week hebben ze Verdun ingenomen en nu trekken ze op naar Parijs om een einde aan de Revolutie te maken.
Sandrine durft zich niet meer op straat te vertonen. De haat ten opzichte van de adel neemt de laatste weken weer sterk toe. De mensen geloven dat de hertog van Brunswijk spionnen heeft onder de edelen die nog in Parijs wonen, en dat ze van plan zijn de koning uit de Tuilerieën te bevrijden en hem weer op zijn troon te zetten.
Die avond zit de familie De Billancourt zwijgend aan het diner. Buiten liggen de straten er stil en verlaten bij. Het is juist die stilte die Sandrine niet bevalt. Ze prikt wat rond op haar bord en spitst haar oren bij ieder geluid. Heel in de verte wordt de stilte verstoord door tromgeroffel.
‘Wat is dat?’ Michelle kijkt op.
Sandrine onderschept de verontruste blik die haar ouders wisselen. In de verte klinken schelle kreten.
‘Ik ga eens kijken.’ Haar vader gooit zijn servet op tafel en loopt de eetkamer uit. Hij blijft lang weg.
Buiten wordt er weer geschreeuwd,
steeds luider en steeds dichterbij.
De barones schuift haar stoel naar achteren en verlaat haastig de eetkamer. Michelle volgt haar.
Op dat moment beginnen er stormklokken te luiden.”

 

 1694197-d5e99c590f05a1874c03d9e789ff6953.jpg
Simone van der Vlugt (Hoorn,15 december 1966)
Cover 

 

 

De Ierse schrijfster Edna O’Brien werd geboren op 15 december 1930 in Tuamgraney (County Clare). Zie ook alle tags voor Edna O’Brien op dit blog.

Uit: Een meisje van buiten (Vertaald door Molly van Gelder)

“In Londen voelde ik me weer vrij en gedreven om te schrijven. In november 1958 verhuisden we erheen. Ik had nu twee kinderen, Carlo en Sasha, die net als de geliefde schapendoezen van hun grootmoeder eindeloos met elkaar vochten, maar altijd één blok vormden tegen de onbegrijpelijke grotemensenwereld.
Nadat ik de kinderen naar school had gebracht, snelde ik naar huis en ging aan de brede, diepe vensterbank in hun slaapkamer zitten schrijven in speciaal uit Ierland meegebrachte blocnootjes van het merk Aisling, wat ‘droom’ of ‘visioen’ betekent. Op een keer kroop er een insect, een mug, uit het middenbandje en ik schoot in paniek overeind, zo sterk deed het me denken aan Drewsboro en omgeving. Overspoeld door herinneringen, en iets wat nog indringender was dan herinneringen, vergat ik dat ik in een halfvrijstaand huis in Londen was, met een achtertuintje dat uitkeek op een ander achtertuintje en identieke rijtjeshuizen met rode pannendaken. Een sombere buitenwijk.
De woorden tuimelden naar buiten, zoals de haver bij het dorsen door de korf omlaag tuimelt, de harde korrels in zakken worden opgevangen en het rondvliegende kaf in de ogen van de mannen komt, die moeten schreeuwen om boven het lawaai van de machine uit te komen.
In de eerste maand in Londen zat ik bij een universitaire lezing van Arthur Mizener over Hemingway. Toen hij de eerste alinea voorlas uit A Farewell to Arms, soldaten die over een weg lopen en met hun laarzen het stof doen opwervelen, en bladeren die al vroeg zijn gevallen, doorzag ik in een flits hoe Hemingway het kaf van het koren scheidde.”

 

 1694197-9714b6eee83c6d9b0ac1d5d115fe2fce.jpg
Edna O’Brien (Tuamgraney, 15 december 1930)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Hans Carossa werd geboren op 15 december 1878 in Bad Tölz. Zie ook alle tags voor Hans Carossa op dit blog.

 

Geist und Schmetterling am Ufer (Fragment)

Ich bin ein Geist, für kurze Frist gebannt
An dieses Flusses klüftereichen Strand,
Wo Schilfrohr bräunlich blüht, wo die Libellen
Wie heisse blaue Nadeln mich durchschnellen
Und manchmal mit unwirksamer Gewalt
Ein menschlich Lied mich Schauenden umhallt.

Urseele, die nicht endet, nicht beginnt,
Selbst formlos, nur in Formen lebt und sinnt,
Sie hat mich in die Luft hervorgerufen;
Sie weiss für mich noch viele, viele Stufen,
Und jede macht mich lauterer und neuer.
Am Ende werd ich wohl als reines Feuer
Der alten Flamme wieder zugezündet,
Mein Glück erfüllt, mein heiliger Lauf gegründet.

O Stundengang! o Segen irdischer Haft!
Wie fühl ich meine lichtgeborene Kraft
So gross und leidlos über Fisch und Welle!
Was aber bricht an jener Uferstelle
Den gelben Ton der grauen Weidenrinde?-
Zwei Flügel sinds, goldblau mit Purpurbinde,
Die manchmal sich gedankenstill bewegen,
Als ob die Freudenwoge drüber ging

Ich kenne dies; es ist ein Schmetterling,
Ein Wesen mit verwandt, vom Strahl begnadet,
Das trunken lebt und keinem andern schadet.
O wie's den Äther saugt! Mit starkem Duft
Wie reife Beeren würzt es rings die Luft -

 

 1694197-e25d73e57957c553bb1efe36111a536a.jpg
Hans Carossa (15 december 1878 - 13 september 1956)
Monument in Seestetten

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e december ook mijn blog van 15 december 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 20:22 Reageer op dit bericht

In Memoriam Cees van der Pluijm

 

In Memoriam Cees van der Pluijm

 

Geheel onverwachts is gisteren op 60-jarige leeftijd de Nederlandse dichter Cees van der Pluijm overleden. Cees van der Pluijm werd geboren op 12 januari 1954 te Radio Kootwijk (Gld.). Zie ook alle tags voor Cees van der Pluijm op dit blog.

 

Een felle blauwe lucht omspant de aarde
Het tintelt in je vingers en je oren
Je adem blijft in kleine wolkjes achter
De winters van mijn jeugd... ze zijn verloren

Een mand cadeautjes van een hoogbejaarde
Het zelfde kind werd altijd weer geboren
En Vader Tijd was lang nog niet zo'n slachter
De winters van mijn jeugd... ze zijn verloren

Voor stadsen heeft de winter weinig waarde
Geen grillig hardbevroren karresporen
Geen sneeuw maar vieze smurrie, kleffer, zachter
De winters van mijn jeugd... ze zijn verloren

Toen ik mij onder stedelingen schaarde
Ontdekte ik als heimweevolle smachter
De winters van mijn jeugd. Ze zijn verloren.

 

 

GEBOUW A

I

Vanuit de zaal weerklonk een zwaar geruis
Een hees geloei deed al je botten trillen
Het was er stervenswarm, ondanks de kou
Van marmer, bakeliet, beton en staal

En bovenin, daar hield je vader huis
Hij was God zelf; de nukken en de grillen
Van alle zenders kende hij voor jou
Hij hoorde hun geklaag en sprak hun taal

De wereldkaart gaf onweerlegbaar aan:
Hier is het centrum, einde en begin
Hier, waar de masten naar de hemel gaan

In dit gebouw; een tempel waar de zin
Van het bestaan in loeien, ruisen, fluiten
Je hoorbaar werd totdat je oren tuitten



II

Je droeg een korte broek en bracht hem brood
Je was de zoon van God, je was geboren
Pal naast de slagboom en de watertoren;
De wereld om je heen was hoog en groot

Als je geluk had, mocht je mee naar boven
De omgang bij de koepel op, het waaide
Daar altijd door; je zag je huis en zwaaide
Naar al wat klein leek nu; je wou geloven

Dat alles hier van jou was, nooit meer kon
Dit paradijs ontglippen aan je macht

Vanuit die grijze tempel van beton
Aanschouwde je de hei, het bos, de wolken

Dit was jouw rijk, je had het zelf bedacht
En kon er al je dromen mee bevolken.

 

 

 1694020-673d8c114f6cdff452ecc72943174a73.jpg
Cees van der Pluijm (12 januari 1954 – 14 december 2014)

Geschreven door Romenu om 20:04 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten