Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 19 december 2014 tot 20 december 2014

Hans van Willigenburg, Sky Gilbert, Friederike Mayröcker, Sandra Cisneros

De Nederlandse dichter, schrijver en journalist Hans van Willigenburg werd geboren in Utrecht op 20 december 1963. Zie ook alle tags voor Hans van Willigenburg op dit blog.

 

Kantoorklimaat

Het weg boksen van vragen
is mijn voornaamste bezigheid.

Men kan mij uitgeput aantreffen
luid lachend tijdens een bedrijfslunch.

Soms ben ik duizelend door al dat boksen
en laat mijn dekking zakken.

Dat is het moment waarop een rotvraag
mij recht in mijn smoel treft en ik wankel tussen de bureaus.

Al snel zeggen de intimi
dat ik weer rechtop moet gaan lopen.

Ik geef ze gelijk,
maar zie op tegen een nieuwe ronde boksen.

Als ik eenmaal op bed lig praten de intimi op mij in
terwijl ik innerlijke tranen van geluk pleng omdat ik voel

hoe mijn armspieren vergeten een vuist te ballen.

 

 

Gedicht met ernstig politieke afloop

Zeg me niet afscheid te moeten nemen van klinkende volzinnen.
In mij drommen stampende legers samen om ze te schrijven.
Zij willen van de punt erachter een galmend kanonschot maken.
Van de weg ernaartoe een glorieuze veldslag.
En het zal je niet verbazen: ikzelf wil dat ook.
Dat er slachtoffers gaan vallen, zwakkeren zullen creperen?
Klopt!
Waar volzinnen geschreven worden, vloeit nou eenmaal bloed.
Het bloed, je raadt het al, dat zo onmisbaar is om ze te schrijven.
En dat gierend gaat kolken als je een geslaagde volzin leest.
O, lees! Blijf ze lezen!
O, schrijf! Blijf ze schrijven!
Hoe ver weg is een regering die volzinnen verbiedt?

 

 1696813-82d896469a6053a474ae5fbd95979ced.jpg
Hans van Willigenburg (Utrecht, 20 december 1963)

 

 

 

De Canadese dichter, schrijver en acteur Sky Gilbert werd geboren op 20 december 1952 Norwich, Connecticut. Zie ook alle tags voor Sky Gilbert op dit blog.

Uit:Why Gay Films Suck (Another Blog That Nobody Reads)

« I just watched the fabulous French film Yves St. Laurent starring the brilliant Pierre Niney as the tragic designer. It was so gorgeous and sad and true. Why then, does it get 46% on the Rotten Tomatoes enjoyment metre? Why are all the reviewers calling it ‘empty’ and ‘overdressed’ and ‘about nothing? I’ll tell you. Because it’s gay. Very gay. And not in a nice way either.
If you want a NICE gay movie there are a lot of them out there. People are making new ones all the time. For instance, there’s a really nice gay movie opening soon with Alfred Molina and John Lithgow, erroneously titled Love is Strange. Critics are raving about it, and I’m sure it will be a big hit.
It sounds perfectly horrid. It’s about a portly old pair of very unsexual looking gay men who have been together for thirty-nine years and are forced to live apart. Why? Because one of the older men (Alfred Molina) is fired from his job as a Catholic school teacher (“Aww……!”) cuz he’s gay. Gee whiz, I can feel the tears welling up already. And John Lithgow, who is forced to live in a house with his young possibly gay nephew, teaches the young man some unique (unsexual of course!) lessons about life. The crux of the film is  that these two messily bearded, lovable old piles of dough can’t stand to be apart for more than five minutes after thirty-nine years. (To repeat: “Aw……!”)
The title is of course a misnomer. It should be called ‘Love is The Same for Everybody and It’s Unbelievably Banal.’ Or perhaps ‘Love is a Cloyingly Sentimental Figment of Hollywood’s Imagination.’
Jalil Lespert’s Yves St. Laurent is, on the other hand, the story of two gay men (Yves St. Laurent and Pierre Berge), who were also lovers for four decades but whose lives don’t have the antiseptic, homespun, family-centred cheeriness that will undoubtedly warm the hearts of the masses in the upcoming Love is Strange.”

 

 1696813-700990222d2dc124a71bcf6f6b1df04c.jpg
Sky Gilbert (Norwich, 20 december 1952)
Cover

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Friederike Mayröcker werd op 20 december 1924 in Wenen geboren. Zie ook alle tags voor Friederike Mayröcker op dit blog.

Uit: ich sitze nur GRAUSAM da

„ich rühre mich nicht von der Stelle ich sitze nur grausam da, sage ich zu Ely, der Anfang scheint nicht traurig genug, Petrarca, der Titel des nächsten Buches vielleicht »études«, unfaszbar die Plumage, es gibt diese Nachtfalter welche die Tränen der Menschen trinken, sage ich zu Ely, Beweinung / Bewaldung der Seele, sage ich, die Zacken der Berge die Zacken der Tulpen – der Arzt telefoniert er habe sich den schmerzenden Finger selber aufgeschnitten (wie borderline Patienten sich selber aufschneiden).
Es war 1 Sturmläuten in der Nacht dasz ich Angst bekam, sage ich zu Ely, ich wurde von Angst geschüttelt, sage ich, mein Herz zitterte, ich schlich zur Wohnungstür und lugte durch den Spion oder Judas, ob ich jemanden sehen könne der auf dem Korridor sich meiner Tür näherte, ehe der Judaserloschen war, usw., am Morgen entlasse ich den Speichel auf den Fuszboden, sage ich, wo die Gladiolen sprieszen, die Spucke läszt sie sprieszen 1 ganzer Wald von Gladiolen, orangefarbene lilafarbene blaue, viele Wochen standen die verwelkten Blumen auf dem Abtritt, Gladiolen Fliederstämmchen Palmblätter, verblutende Pfingstrosen, Plagiate, was mich manisch machte, »von der Gnade gestreift«, so Jean Genet, die Akelei wird auch Handschuh Unserer Lieben Frau genannt, nämlich Mignon ich bin jetzt verwirrt, was die Vorgangsweise des Schreibens angeht, sage ich zu Ely, ich bin 1 wenig somnambul, mir schwebt etwas vor, wenngleich der Intellekt ich meine nicht unbeteiligt, erdachte Briefe an Rumi oder E.S., beim Briefeschreiben im Bett habe ich über den Blattrand hinausgeschrieben auf der Daunendecke weitergeschrieben so dasz mein Bett mit schwarzen Filzstiftspuren ......“

 

 1696813-273c917242cc4aa4ed0bf57b6f480a39.jpg
Friederike Mayröcker (Wenen, 20 december 1924) 

 

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Sandra Cisneros werd geboren op 20 december 1954 in Chicago. Zie ook alle tags voor Sandra Cisneros op dit blog.

 

Loose Woman

They say I’m a beast.
And feast on it. When all along
I thought that’s what a woman was.

They say I’m a bitch.
Or witch. I’ve claimed
the same and never winced.

They say I’m a macha, hell on wheels,
viva-la-vulva, fire and brimstone,
man-hating, devastating,
boogey-woman lesbian.
Not necessarily,
but I like the compliment.

The mob arrives with stones and sticks
to maim and lame and do me in.
All the same, when I open my mouth,
they wobble like gin.

Diamonds and pearls
tumble from my tongue.
Or toads and serpents.
Depending on the mood I’m in.

I like the itch I provoke.
The rustle of rumor
like crinoline.

I am the woman of myth and bullshit.
(True. I authored some of it.)
I built my little house of ill repute.
Brick by brick. Labored,
loved and masoned it.

I live like so.
Heart as sail, ballast, rudder, bow.
Rowdy. Indulgent to excess.
My sin and success–
I think of me to gluttony.

By all accounts I am
a danger to society.
I’m Pancha Villa.
I break laws,
upset the natural order,
anguish the Pope and make fathers cry.
I am beyond the jaw of law.
I’m la desperada, most-wanted public enemy.
My happy picture grinning from the wall.

I strike terror among the men.
I can’t be bothered what they think.
¡Que se vayan a la ching chang chong!
For this, the cross, the calvary.
In other words, I’m anarchy.

I’m an aim-well,
shoot-sharp,
sharp-tongued,
sharp-thinking,
fast-speaking,
foot-loose,
loose-tongued,
let-loose,
woman-on-the-loose
loose woman.
Beware, honey.

I’m Bitch. Beast. Macha.
¡Wáchale!
Ping! Ping! Ping!
I break things.

 

 

 1696813-e230b1808b127171929e6bd45124f9fd.jpg
Sandra Cisneros (Chicago, 20 december 1954)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e december ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:12 Reageer op dit bericht

Alain de Botton, Ramon Stoppelenburg, Aziz Nesin, Hortense Calisher, Jürg Laederach, Peter May

De Zwitserse schrijver en filosoof Alain de Botton werd geboren in Zürich op 20 december 1969. Zie ook alle tags voor Alain de Botton op dit blog.

Uit: Het nieuws (Vertaald door Harry Pallemans)

“1.
Er zit geen handleiding bij, want het zou de gewoonste, gemakkelijkste, natuurlijkste, meest alledaagse activiteit ter wereld moeten zijn, zoals ademen of met je ogen knipperen.
Na een tussentijd, meestal niet langer dan een nacht (en vaak veel korter; in een erg rusteloze stemming halen we misschien tien minuten of een kwartier), onderbreken we wat we doen om te kijken of er nieuws is. We zetten ons leven in de wacht om de volgende dosis essentiele informatie te ontvangen over alle belangrijke prestaties, rampen, misdaden, epidemieen en romantische verwikkelingen die de mensheid waar ook op aarde ten deel zijn gevallen sinds de vorige keer dat we even keken.
Wat hier volgt is een poging om deze vertrouwde, wereldwijde gewoonte een stuk vreemder en aanzienlijk riskanter te laten lijken dan momenteel het geval is.

2.
Het nieuws stelt zich ten doel ons voor te schotelen wat als de ongebruikelijkste en belangrijkste gebeurtenissen op de planeet worden gezien: een sneeuwbui in de tropen; een liefdesbaby van de president; een Siamese tweeling. Maar het mag dan fanatiek op het afwijkende jagen, het enige waar het de blik vooral behendig niet op richt, is zichzelf en de overheersende positie die het in ons leven heeft verworven. ‘Helft mensheid dagelijks in ban van nieuws’ is een kop die we niet gauw geplaatst zullen zien door organisaties die verder juist zo gespitst zijn op het bijzondere en opmerkelijke, het corrupte en het schokkende.”

 

 1696808-5c8edea4186e878a405850c781bd36a3.jpg
Alain de Botton (Zürich, 20 december 1969)

 

 

De Nederlandse schrijver Ramon Stoppelenburg werd geboren in Leiden op 20 december 1976. Zie ook alle tags voor Ramon Stoppelenburg op dit blog.

Uit Let me stay for a day

“ext, I entered a classroom with pieces of cardboard and carpet on the walls. Obviously, this was the living room. In the middle there was a small wood stove. A number of windows had cracks in them, which were taped over with sticky tape to keep the draught out. There was no running water anymore, since the plumber had refused to return after his first visit. Douglas’ water was supplied by a creek behind the building and his fresh drinking water came from the single house across the road. Electricity was generated by a diesel generator outside.
While my host made coffee, I wondered why anyone would want to live as isolated as this with no modern facilities.
‘I’m a gold panner,’ Douglas said, exposing an uneven set of yellow teeth in his mouth. ‘Very few people know, but there’s lots of gold hidden in the soil of Scotland and Wales.’
He told me how every day he takes his dogs down to several streams nearby. In the middle of small river he digs into the ground with his hand. Everything he digs up, he studies for traces of gold dust in a pan.
‘And even if I find a tiny amount, I know I’m in the right place,’ he said. ‘That way I know there must be grains of real gold upstream, which could lead me to nuggets.’
Douglas sipped his coffee. ‘But that hasn’t happened yet.’
He wore a chain around his neck made of his favorite grains of gold. ‘These aren’t worth much,’ he said, ‘but if the gold’s pure enough, I take it to the city, where I know a man who can keep my findings a secret and he pays me well.’ The latter he said in a whisper.”

 

 1696808-19fde439d52c14b61f808e95e5554f60.jpg
Ramon Stoppelenburg (Leiden, 20 december 1976)
Cover 

 

 

De Turkse dichter en schrijver Aziz Nesin werd geboren op 20 december 1915 in Istanbul. Zie ook alle tags voor Aziz Nesin op dit blog.

 

In Vain

You are not here
It's raining in vain,
We won't be able to soak together...
This river is in vain,
Its struggle and flutter...
We won't be able to sit by it and watch together...
The roads go on and on
They get tired in vain
We won't be able to walk together...
Yearning and separation are in vain
We are far from each other
We won't be able to cry together...
I love you in vain
I live in vain
We won't be able to share life together

 

 

Remaining Silent

There is no word unsaid under this sun..
That is why I say at nights that I love..
There is no word unsaid either at night or during the day..
And I say what has already been said in new forms..
There is no form in the world not tried...
And I remain silent, hiding my love inside...
You hear how my silence screams, don't you...
There are many declaring their love with silence, my love...
But there is no one who loves like I remain silent...

 

Vertaald door Fatih Akgül

 

 

 1696808-f2d0624b46f30f71c027e8be7df54948.jpg
Aziz Nesin (20 december 1915 – 6 juli 1995)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Hortense Calisher werd geboren in New York op 20 december 1911. Zie ook alle tags voor Hortense Calisher op dit blog.

Uit: False Entry

“Her connection with the Goodmans was a simple one. At sixteen, having shown some talent, my mother was apprenticed to a French dressmaking establishment in Lyons, with a final year in the main branch in Paris. They met there, the young Rachel Pereira, shopping for her trousseau with the old Mrs. Goodman, her generous and eccentric mother-in-law-to-be, and my mother (the midinette's stiff bow at her nape, but the rest of her stolid and stubby in the midst of the other apprentices with their long noses, thin, subtle French lips, and coquettish feet), who had been pushed forward to serve les Anglaises. When they returned to England, she went with them, no doubt relinquished with relief by the maîtresse as too lacking in presence and guile, and until the wedding, six months away, she served as seamstress and maid to the softly winning, primavera bride. Later, when she set up her own business, the Goodmans were her mainstay, for the plain fact of it was that my mother was not a success. She had been too long exposed to gentility to be able to summon the imitative, glacéed arrogance required by the Bond Street salons, and at the same time her sense of style, corrupted by the French, was too vivid and strange for the suburban wives who would otherwise have been her natural trade. But with the Goodmans, with their slipper-easy affections, their Phoenician love of the purple, she was at home.
From my mother's account of the day of my birth, blended with my childhood knowledge of that house, I know that day almost as if I had been present not only as a newborn wisp, but as if, under the waxed skin and sealed eyelids of my prematurely naked face, there were already working that blotting-paper power of recall which was to be the matrix of my mental life.”

 

 1696808-0d7f817d4a18857494aab60f5fc58bb9.jpg
Hortense Calisher (20 december 1911 – 15 januari 2009)

 

 

De Zwitserse schrijver Jürg Laederach werd geboren op 20 december 1945 in Basel. Zie ook alle tags voor Jürg Laederach op dit blog.

Uit: Wir nehmen Lift

“Das Stück spielt in dem zwischen drei Stockwerken frei beweglichen mittelgrossen Glaslift aussen an der Hausmauer des siebzehnstöckigen grellgrauen Hauses mit dem Grasquadrat auf dem Flachdach.
(Der Glaslift führt zwischen den acht Stockwerken hin und her. Das Wohnungszimmer, dessen Türe, an der Aussenwand, in den Lift führt, ist jedesmal ein anderes, Wohnzimmer, Schlafzimmer, Bude, Abstellraum, Badezimmer, Vorraum mit Eingangstüre. ‘NOANOA’ ist, wer einsteigt. Vor dem Einsteigen hat der neue Passagier das Gespräch in den Hauptzügen bereits mitgekriegt. Insgesamt steigen neun Leute in den Lift ein. Während der Reise steigen sieben wieder aus)
(Vierter Stock, älterer Herr, ältere Dame)

NOANOA: Da hätten wir unser Haus.
NOANOA: Entsetzlich. Wahre die Fassade, aber wo ist hier Fassade für den Akt des Wahrens?
NOANOA: Es ist keine Freude mehr wie früher. Kann aber auch nach Einriss von Kellergeschoss und Gefässen eindringen.
NOANOA: Mit dem Hausbau fangen die Kataklysmen an, was sage ich, die Kormorane, Katamarane, die katatonischen Katastrophen.
NOANOA: So schlimm war es noch nie. Die Saat des Staats nimmt teil.
NOANOA: Ich sehe euch mit Besorgnis und mich mit hoher Besorgnis, wie ich euch sehe.
NOANOA: Das ist vielleicht das Grauenvollste daran. Kellergeschoss knack, Erdgeschoss nack. Man muss sich nach dem Becken strecken.“

 

 1696808-3d4f197240e07ce7721f5c7db1df841b.jpg
Jürg Laederach (Basel, 20 december 1945)
Basel in kersttijd

 

 

De Schotse schrijver Peter May werd geboren op 20 december 1951 in Glasgow. Zie ook alle tags voor Peter May op dit blog.

Uit:The Blackhouse

“They are just kids. Sixteen years old. Emboldened by alcohol, and hastened by the approaching Sabbath, they embrace the dark in search of love, and find only death. Unusually, there is just a light wind. And for once it is warm, like breath on the skin, caressing and seductive. A slight haze in the August sky hides the stars, but a three-quarter moon casts its pale, bloodless light across the compacted sand left by the outgoing tide. The sea breathes gently upon the shore, phosphorescent foam bursting silver bubbles over gold. The young couple hurries down the tarmac from the village above, blood pulsing in their heads like the beat of the waves.
Off to their left, the rise and fall of the water in the tiny harbour breaks the moonlight on its surface, and they hear the creaking of small boats straining at ropes, the soft clunk of wood on wood as they jostle for space, nudging each other playfully in the darkness.
Uilleam holds her hand in his, sensing her reluctance. He has tasted the sweetness of the alcohol on her breath and felt the urgency in her kiss, and knows that tonight she will finally succumb. But there is so little time. The Sabbath is close. Too close. Just half an hour, revealed in a stolen glance at his watch before leaving the streetlights behind.
Ceit is breathing rapidly now. Afraid, not of the sex, but of the father she knows will be sitting by the fire, watching the embers of the peat fade toward midnight, timed with a practised perfection to die before the coming day of rest. She can almost feel his impatience slow-burning to anger as the clock ticks toward tomorrow and she has not yet returned. How is it possible that things can have changed so little on this God-fearing island?
Thoughts crowd her mind, fighting for space with the desire which has lodged there, and the alcohol which has blunted her youthful resistance to it. Their Saturday night at the Social Club had seemed, just a few short hours ago, to stretch ahead to eternity. But time never passes so quickly as when it is in short supply. And now it is all but gone.”

 

 1696808-1a35ed685771b9c7b13be956aae3217c.JPG
Peter May (Glasgow, 20 december 1951)



Zie voor nog meer schrijvers van de 20e december ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:05 Reageer op dit bericht

Ferdinand Avenarius, Gernot Wolfgruber, Vaino Linna, John Fletcher, Mendele Mojcher Sforim

De Duitse dichter en activist Ferdinand Avenarius werd geboren in Berlijn op 20 december 1856. Zie ook alle tags voor Ferdinand Avenarius op dit blog.

 

Als noch des Sommers blaue Himmel lachten

Als noch des Sommers blaue Himmel lachten,
Die Rosendüfte durch die Fluren drangen,
In jedem Hauche Blütenknospen sprangen
Und hundert Blicke tausend Wunder brachten,

Als Lieder dann im Herzen froh erwachten
Und mit den Vögeln um die Wette sangen, -
Durchzog sie doch so manches leise Bangen,
Wenn an den Herbst sie, an den Winter dachten.

Heut ging ich einsam auf beschneiten Wegen,
Da sah mir, schelmisch unterm Busch verborgen,
Ein Gänseblümchen aus dem Schnee entgegen,

Und ich empfand – und ohne Zukunftssorgen –
Andächtig wie ein einem Heiligtume
Zum ersten Mal die Schönheit einer Blume.

 

 

Seht ihr sie dort auf den verschneiten Dächern

Seht ihr sie dort auf den verschneiten Dächern,
Die biedern Krähen in den ernsten Fräcken,
Wie sie entrüstet diesen kleinen Gecken,
Den Spatzen drohen, diesen täglich frechern?

Nicht jeder Zeit demütigt Stolz den Schwächern,
Nicht immer glückt’s, durch Großmut Scham zu wecken,
Besonders aber, gibt es was zu schmecken,
So leidet der Gerechte von den Schächern!

Wohl gab Natur zu höchsten Sangesehren
Den Würdgen dort die schönsten Liederkehlen,
Doch frei von Ruhmsucht waren ihre Seelen –

Nun brauchen sie den Sängermund, den hehren,
Wie heut geziemt dem weltgewandten Weisen,
Den Neid zu strafen und das Fleisch zu speisen.

 

 1696799-0280024fbca39a0f2b2e108077f70ed4.jpg
Ferdinand Avenarius (20 december 1856 – 22 september 1923)

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Gernot Wolfgruber werd geboren op 20 december 1944 in Gmünd. Zie ook alle tags voor Gernot Wolfgruber op dit blog.

Uit: Mit weit weggestreckter Hand

„Und nun, zwei Tage später, am Sonntagabend, auf die vorsorglich leise und hoffentlich genug rücksichtsvoll gestellte Frage, wie es ihm denn gehe, hatte Ismael gleich gesagt: Kannst du mich zurück ins Krankenhaus bringen?
Adensam lobte sich dafür, daß er sich sofort und ohne Wenn und Aber auf den Weg machte, obwohl er vorgehabt hatte, nach dem Telefonat sein kleines, armseliges Fest zu beginnen. Und er wunderte sich, wie fordernd Ismaels Stimme geklungen hatte. Überhaupt verstand er nicht, daß Ismael gerade von ihm verlangte, ins Krankenhaus gebracht zu werden, wo doch ein Großteil seiner Freunde, die er meistens Arschlöcher nannte, Taxilenker waren. Warum hatte er sich keinen von denen bestellt? Er selber war doch ein viel ärgeres Arschloch: wenn er allein daran dachte, wie oft ein einziges Wort von ihm genügt hatte, um Ismael zu sich zu befehlen, oft mitten in der Nacht, wann auch immer, wenn ihm nach Gesellschaft gewesen war. Und gleichzeitig ärgerte er sich darüber, daß er sich schäbig vorkam. Es war ein zu ungleiches Verhältnis zwischen ihnen: Er fühlte sich kein bißchen als Ismaels Diener, wie der das von sich ihm gegenüber behauptete, was ihm auch sehr entgegen war, genauso wie die häufigen Versicherungen Ismaels, daß er ihn liebe, die ihm nichts als unangemessen, aufdringlich und zuweilen auch sehr berechnend vorkamen. Möglich, daß er Ismael Unrecht tat, wahrscheinlich sogar: so ungenau, wie er normalerweise über ihn dachte, konnte er ihm nur Unrecht tun; aber all das war ihm nichts als peinlich.“

 

 1696799-8d3db3ba3a36186ccdb9ec3be2aa9b4b.jpg
Gernot Wolfgruber (Gmünd, 20 december 1944)

 

 

 

De Finse schrijver Väinö Linna werd geboren op 20 december 1920 in Urjala, bij Tampere. Zie ook alle tags voor Väinö Linna op dit blog.

Uit: Under The North Star

“War is an organized violence,  and the soldier’s first duty is to prepare himself for it. Humanity has nothing to do with it. Who pities others also pities himself and is therefore unfit for his task. Think of having to order a battalion to attack. You know in advance that a given percentage absolutely must be dead at the end of the attack. If then, you go through the whole human process in your imagination, from the men’s fear and suffering to the grief of their families, you will feel such mental anguish that you will be unable to think and act clearly. You spoke of your fatherland just now. And rightly so, for patriotism in an officer’s highest, his only motive. But a soldier’s patriotism lies above all in his effectiveness. That is the first requirement.”

 

 1696799-2c595945910b518b9825cc764a6046db.jpg
Väinö Linna (20 dezember 1920 - 21 april 1992)

 

 

 

De Engelse dichter en schrijver John Fletcher werd geboren in Rye (Sussex) en gedoopt op 20 december 1579. Zie ook alle tags voor John Fletcher op dit blog.

 

Melancholy

Hence, all you vain delights,
As short as are the nights
Wherein you spend your folly!
There 's naught in this life sweet,
If men were wise to see't,
But only melancholy--
O sweetest melancholy!
Welcome, folded arms and fixed eyes,
A sight that piercing mortifies,
A look that 's fasten'd to the ground,
A tongue chain'd up without a sound!

Fountain-heads and pathless groves,
Places which pale passion loves!
Moonlight walks, when all the fowls
Are warmly housed, save bats and owls!
A midnight bell, a parting groan--
These are the sounds we feed upon:
Then stretch our bones in a still gloomy valley,
Nothing 's so dainty sweet as lovely melancholy.

 

 1696799-cdcaddf8e3896e47e9fb08eb1aa00e29.jpg
John Fletcher (20 december 1579 - 29 augustus 1625)

 

 

 

De Wit-Russische, jiddische, schrijver Mendele Mojcher Sforim werd geboren op 20 december 1835 in Kpyl bij Minsk. Zie ook alle tags voor Mendele Mojcher Sforim op dit blog.

Uit: Fischke der Krumme

„Wenn der Jude seine Litanei aufsagt, sich ausspricht, bis er fast zerspringt, und die Sliches herunterleiert, so glaubt er genug getan zu haben und ist, wie ein Kind, das seine Schläge bekommen und sich ordentlich ausgeweint hat, wieder zufrieden. Ich sitze bequem auf dem Bock, streiche mir mein Bärtchen und bin wieder ruhiger, wie wenn ich sagen wollte: »Ich habe das Meinige getan, habe meiner Pflicht genügt, nun hängt alles von Dir allein ab, lieber Gott! Zeige also, himmlischer Vater, daß Du der Gott der Barmherzigkeit bist!« – »Lauf doch, bitte, lauf!« sage ich zu meinem Gaul im Guten und bitte ihn im Herzen um Verzeihung für den Zunamen »Aas«, den ich ihm vorhin angehängt habe. Der unglückliche Gaul knickt die Vorderbeine ein, beugt den Kopf tief zur Erde und seufzt, wie wenn er sagen wollte: »Mein Herr und Gebieter! Wie ist es nun mit dem Essen?« – »Klug ist das Tier wie der lichte Tag!« sage ich und gebe ihm ein Zeichen, daß er aufstehen darf. Nicht umsonst heißt es in den Kines: »Zion, dein ganzes Vieh und Geflügel ist klug!« Aber nicht das will ich sagen. Dieser Ausspruch brachte meine Gedanken wieder auf das Volk Israel, auf seine Klugheit, sein Benehmen, seine feinen Vertreter und seine elende Lage. Der Kopf ist mir ganz wirr. Ich sehe vor mir die Otter – den Nebukadnezar mit seiner Bande, einen schrecklichen Krieg, eine Schlägerei; die Kerle stürzen Mauern um und brechen Türen und Fenster ein. Juden, zum Teil mit Warenbündeln und altem Hausrat beladen, schreien und rennen... Auch ich ergreife einen Stecken und stürme vorwärts... und da liege ich schon meiner ganzen Länge nach auf der Erde.“

 

 1696799-4232b9ac633fe19ef8df4cf7a8579c25.jpg
Mendele Mojcher Sforim (20 december 1835 - 8 december 1917)

Geschreven door Romenu om 13:52 Reageer op dit bericht

J. van Oudshoorn

De Nederlandse schrijver J. van Oudshoorn (pseudoniem van Jan Koos Feylbrief) werd geboren in Den Haag op 20 december 1876. Zijn vader was ambtenaar aan het Algemeen Rijksarchief. Van Oudshoorn volgde de HBS en studeerde aan de Indische Instelling te Delft. Op 1 oktober 1899 werd hij tweede klerk bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, en in februari 1905 werd hij benoemd tot tweede kanselier van de ambassade te Berlijn, waar hij in 1911 directeur-kanselier werd. Hij trouwde op 16 april 1914 met de Berlijnse mannequin Marie Elise Gertrud Teichner. Het huwelijk bleef kinderloos. Van Oudshoorn bemoeide zich weinig met het literaire leven van zijn tijd. Hij correspondeerde alleen met P.C. Boutens, Lodewijk van Deyssel en Frans Coenen, die bij verschillende uitgevers een lans voor Van Oudshoorns proza brak. Zijn enige contact met cultuur was de Berlijnse sociëteit Nederland en Oranje, die hij elke donderdagavond bezocht. Hij las weinig, maar zat 's avonds te schrijven aan een zich gestadig uitbreidend oeuvre van romans en novellen, die een verre echo lijken van het naturalisme van Marcellus Emants en de Tachtigers, maar waarin ook invloeden van de filosofie van Hegel herkenbaar zijn. Per 1 januari 1933 werd hem in verband met overheidsbezuinigingen eervol ontslag verleend, waarbij hem tot zijn 65ste wachtgeld werd toegekend. Van Oudshoorn keerde terug naar Den Haag. In WO II verrichtte hij werkzaamheden voor het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten. Na de bevrijding werd zijn functioneren tijdens de oorlog onderzocht, maar hem werd geen straf opgelegd. De romans en verhalen van Van Oudshoorn zijn doortrokken van een pathologische omgevingsangst, soms uitmondend in verdwijning of moord, wat als zelfmoord moet worden geïnterpreteerd, zoals in zijn debuut “Willem Mertens' levensspiegel” (1914) of in het in 1965 postuum verschenen “Bezwaarlijk verblijf”. Dezelfde sombere levensvisie ligt aan “Louteringen”(1916) ten grondslag, In 1925 verscheen “Tobias en de dood” (1925). In 1950 werd Van Oudshoorn ernstig ziek. Wellicht om die reden vierde men zijn 75ste verjaardag een jaar te vroeg. Een half jaar later overleed hij op 74-jarige leeftijd te Den Haag. De nalatenschap kwam uiteindelijk terecht bij de letterkundige W.A.M. de Moor. Deze verzorgde enkele uitgaven, onder meer van de nagelaten novelle Bezwaarlijk verblijf, en publiceerde in 1982 een tweedelige biografie.

Uit: Willem Mertens’ levensspiegel

“Helene had op zijn briefje niet geantwoord, zich niet in de stad vertoond en was ook ’s nachts niet meer aan zijn venster gekomen. De eerste dagen had hij afleiding gezocht en zich vrij sterk gevoeld. Ook was het weer hem gunstig geweest, zodat hij voor de kroegen buiten had kunnen zitten. Eenmaal was hij zelfs, hetgeen sinds jaren niet meer voorgekomen, naar de komedie geweest en had na afloop toevallig een paar kennissen ontmoet, met wie hij de daaropvolgende avond nog had doorgebracht. Toen kwamen zwarte eenzaamheid en sprakeloze verveling. Want de moed ontbrak hem om na zijn avondwandeling in de stilte van zijn verlaten kamer terug te keren. Hij vreesde, zonder toezicht overgelaten aan zijn hopeloos gemijmer, zich zelf te zeer en wist ook niet hoe hij de lege uren zou beleven, want lezen of brieven schrijven deed hij sinds lang niet meer. Zo zwierf hij van de ene in de andere kroeg, stompzinnig drinkend, terwijl zij hem geen ogenblik meer uit de gedachten kwam. Hij voerde in verbeelding telkens weer hetzelfde twistgesprek, waarna hij, met de vuist op tafel, ten slotte telkens zegevierde. Dan viel de tergend lege stilte te hatelijker in het vernederend bewustzijn,
dat hij in werkeloze verlatenheid de dupe werd van deze scheiding, terwijl zij in de ongedurige lichtzinnigheid van het kroegje volop gelegenheid had hem te vergeten. Hij haatte haar in het onloochenbaar besef van haar afhankelijk te zijn geworden en misgunde haar, als brutaal egoïst, de vermeende rust van eindelijk van zijn hinderlijke jaloezie en ruwe scheldwoorden bevrijd te zijn. Zo stapte hij dan een avond ten einde raad en na zich moed te hebben ingedronken, als van ouds het kroegje binnen, geenszins van plan zich weer in liefde te verzoenen, maar enkel om te trachten of hij haar wellicht opnieuw onder zijn invloed zou kunnen krijgen om zich dan over haar standvastigheid te wreken.”

 

 1752609-ab446bd649d99bbe45a549659b9d3e9c.jpg
J. van Oudshoorn (20 december 1876 – 31 juli 1951)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Paolo Giordano, Jean Genet, Michelangelo Signorile, Tristan Egolf, Jens Fink-Jensen, Hanny Michaelis, Italo Svevo

De Italiaanse schrijver Paolo Giordano werd geboren in Turijn op 19 december 1982. Zie ook alle tags voor Paolo Giordano op dit blog.

Uit:The Solitude of Prime Numbers (Vertaald door Shaun Whiteside)

“Alice Della Rocca hated ski school. She hated getting up at seven-thirty, even during Christmas vacation. She hated her father staring at her over breakfast, his leg dancing nervously under the table as if to say hurry up, get a move on. She hated the woolen tights that made her thighs itch, the mittens that kept her from moving her fingers, the helmet that squashed her cheeks, and the big, too tight boots that made her walk like a gorilla.
"Are you going to drink that milk or not?" her father insisted again.
Alice gulped down three inches of boiling milk, burning her tongue, throat, and stomach.
"Good, today you can show us what you're really made of."
What's that? Alice wondered.
He shoved her out the door, mummified in a green ski suit dotted with badges and the fluorescent logos of the sponsors. It was 14 degrees and a gray fog enveloped everything. Alice felt the milk swirling around in her stomach as she sank into the snow. Her skis were over her shoulder, because you had to carry your skis yourself until you got good enough for someone to carry them for you.
"Keep the tips facing forward or you'll kill someone," her father said.
At the end of the season the Ski Club gave you a pin with little stars on it. A star a year, from when you were four years old and just tall enough to slip the little disk of the ski lift between your legs until you were nine and you managed to grab the disk all by yourself. Three silver stars and then another three in gold: a pin a year, a way of saying you'd gotten a little better, a little closer to the races that terrified Alice. She was already worried about them even though she had only three stars.
They were to meet at the ski lift at eight-thirty sharp, right when it opened. The other kids were already there, standing like little soldiers in a loose circle, bundled up in their uniforms, numb with sleep and cold.”

 

 1696408-e7f99eab9aac2d63c2082573459bccbb.jpg
Paolo Giordano (Turijn, 19 december 1982)

 

 

De Franse dichter en schrijver Jean Genet werd geboren op 19 december 1910 in Parijs. Zie ook alle tags voor Jean Genet op mijn blog

Uit: Querelle de Brest

"Sa féminité quelquefois s'exhalait de lui par un geste trop délicat par exemple dans cette grâce précise à défaire l'ameçon de sa ligne de la chevelure d'un saule. Mais sa puissance écrasait Querelle par le craquement de ses souliers sur le sol. Le poids de son corps les faisait bruire selon un rythme lourd et large cependant qu'on ne pouvait, à cause du bruit même, et de ce rythme, supposer qu'il n'écrasait sous chaque pied tout un ciel nocturne et des étoiles."

 

 1696408-d4ab076cedfee94bcf7a7738f4a7993c.jpg
Scene uit de film Querelle van R. W. Fassbinder, 1982

 

"Vaguement il était reconnaissant à Norbert de le protéger en le couvrant. Une légère tendresse lui venait pour son bourreau. Il tourna un peu la tête, espérant pourtant, malgré son anxiété, que Norbert l'embrasserait sur la bouche, mais il ne put réussir à voir le visage du patron, qui, n'éprouvant aucune tendresse à son égard, n'imaginait même pas qu'un homme en embrassât un autre. Silencieusement, la bouche entr'ouverte, Norbert besognait comme à une œuvre importante et grave. Il serrait Querelle avec la même passion apparente qu'une femelle d'animal tient le cadavre de son petit, – attitude par quoi nous comprenons ce qu'est l'amour : conscience de la séparation d'un seul, conscience d'être divisé, et que votre vous-même vous contemple. Les deux hommes n'entendaient que leurs deux souffles."

 

 1696408-622d66bb4c2750481bc246529c01de3c.jpg
Jean Genet (19 december 1910 – 15 april 1986)
Portret door Leonor Fini, 1950

 

 

De Amerikaanse schrijver en radiopresentator Michelangelo Signorile werd geboren op 19 december 1960 in Jersey Brooklyn, New York. Zie ook alle tags voor Michelangelo Signorile op dit blog.

Uit: Outing Yourself

« I admitted those feelings to myself for a very long time. But still, in those days that didn't matter. If you wanted to do well, you got married. Besides, I wasn't able to deal with the feelings anyway. They were too frightening, too eerie and weird, you know?
Then, after years of just barely acknowledging to myself that I had a longing to be intimate with a woman, I finally did experience it with a very close friend who was also married.
But to actually identify myself as a lesbian? Oh God. No, it was years and years before I could actually do that.
"From the moment one begins to suspect that one might be 'different' from others the seed of doubt is sown, sending out corrosive roots to obstruct and inhibit the process by which self-esteem naturally grows," declares author and journalist Mark Thompson, who has written much about the coming-out process and the dynamics of gay life. Thompson stresses the notion of "coming out inside," coming out to oneself. "There's a valuable part of ourselves that was stolen at an early part of our lives," he says, "and we need to get it back. The doubt is sown deep inside of us because society still carries the message that being gay is bad. We internalize all of that."

 

 1696408-a5fd7c5c09be8ac1d2d4f35e3bbb1109.jpg
Michelangelo Signorile (New York, 19 december 1960)

 

 

De Amerikaanse schrijver en musicus Tristan Egolf werd geboren op 19 december 1971 in San Lorenzo del Escorial in Spanje. Zie ook alle tags voor Tristan Egolf op dit blog..

Uit: Lord of the Barnyard

“In effect, this meant that encased in the hillside lay a scrap heap of Kentucky rifles, dead Indians, corroded whisky stills, sod houses, busted cooking utensils and grindstones, all of which were deemed `archaeologically significant' in contemporary legal terms. As standard governmental policy dictated, the discovery of any such find mandated that the respective bureau in the capital be notified at once, and that all operations be temporarily seized. A crew of archaeologists would then be sent in to pick apart the 1.5 mile reservoir with a fine-toothed comb. Which was all good and well for everyone concerned, except the coal-truck operators on unemployment. Castor's original crew had unknowingly inherited a buried pig sty left behind by its forebears.
If a white burial ground was unearthed, the church was called in to exhume the graves. That took two weeks. If an Indian burial ground was unearthed, the bureau of archaeology was deployed. That took up to two months. During that time the company's enormous million dollar coal trucks, each being the size of the average American home, were left unattended, lined up in a row like sick dinosaurs at a watering hole. Their operators filled the taverns, commiserating openly and drinking themselves blind. Before long, they'd become an active public menace. Their behavior was frowned on all through the community. They themselves were miserable and bored. Knockdown brawls resulted. The whole crew was thrown in the county jail overnight on more than one occasion. And no sooner would operations finally get underway again than someone would churn up a section of an old stone wall during a munitions blast, landing everyone back in the bread line for another few weeks. Back to the taverns, back to the public charge. It became a serious problem. Castor's operations started to falter. The company's future was in jeopardy. Some of the operators walked off the job, and, contrary to the way it had been mapped out, they were no longer so easily replaceable.“

 

 1696408-a517d140a507de2cf2977a0d37125ef7.jpg
Tristan Egolf (19 december 1971 – 7 mei 2005)

 

 

De Deense schrijver, dichter, fotograaf en componist Jens Fink-Jensen werd geboren op 19 december 1956 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Jens Fink-Jensen op dit blog..

 

In meiner Burg

Jetzt bin ich in meiner Burg
Dieser heimliche Platz in den Bergen
Den nur du meine Geliebte kennst

Mit dem Stein mit dem Loch
Wo ein ganzes Meer
Durchgespült ist
Und den eine Prinzessin
am Finger gehabt hat
Bevor sie zu einem
Der tausenden Frösche wurde
In einer Fontäne
Mit singendem Wasser

Wenn ich ihn geschrieben habe
Diesen sehnsuchtsvollen Brief
Will ich das Meer trinken
Den Frosch heiraten
Und durch das Loch flutschen
In dem verzauberten Stein
Um zu dir nach Hause zu komme.

 

 

Dementi der Stille

Ein Berg wirft sich
Gen Himmel
Und hat sich
Mit allen Tönen gefüllt

Eine Fahne weht
Im Wind
Als einziges Dementi
der Stille.

 

Vertaald door Christian A. Christiansen

 

 1696408-03e14815ce237b0c8f9583e52f83eb85.jpg
Jens Fink-Jensen (Kopenhagen, 19 december 1956)
Kopenhagen in de kersttijd

 

 

De Nederlandse dichteres Hanny Michaelis werd geboren in Amsterdam op 19 december 1922. Zie ook alle tags voor Hanny Michaelis op dit blog.

 

Tegen half september werd het

Tegen half september werd het
na een legendarisch lange zomer
opnieuw snikheet. In een stenen kamertje
waar ze aan een zuurstof-apparaat geklonken lag
daalde toepasselijk de schemering.
Terwijl zeven verdiepingen lager
voor de deur van het ziekenhuis
een jongen en een meisje hoorbaar
afspraken de volgende dag te gaan zeilen,
kwam haar adem steeds langzamer, steeds zwakker.
Bewusteloosheid had haar altijd zorgelijk
en ietwat stuurs gezicht ontspannen
alsof ze eindelijk verzoend was met haar lot.

Vier dagen later liepen we in herfstig zonlicht
onder blinkende wolken door de eerste
gevallen bladeren, haar afscheidsmuziek
(variaties van Mozart) nog in onze oren,
niet droefgeestig, bijna opgewekt.

Jaren erna begon ik plotseling te snikken
toen ik een witkatoenen zak terugvond
waarop ze met drie contrasterende kleuren lint
het overbodige woord 'was' had geborduurd.

 

 1696408-5bec5b6f5e894d3df0672d7f4f6b9829.jpg
Hanny Michaelis (19 december 1922 - 11 juni 2007)
Amsterdam in kersttijd

 

 

De Italiaanse schrijver Italo Svevo (pseudoniem van Aron Hector Schmitz) werd geboren op 19 december 1861 in Triëst. Zie ook alle tags voor Italo Svevo op mijn blog

Uit: Bekentenissen van Svevo (Vertaald door Jenny Tuin) 

“Het is moeilijk na te gaan wat de eerste kiemen waren van een gevoel dat later zo heftig werd, maar ik ben er zeker van dat bij mij de zogenaamde coup de foudre voor Ada ontbrak. Daarvoor in de plaats kwam echter de onmiddellijke overtuiging dat dit de vrouw was die ik nodig had en die mij door heilige monogamie moest leiden tot een staat van geestelijke en lichamelijke gezondheid. Als ik eraan terugdenk verbaast het me dat die coup de foudre achterwege bleef en door deze overtuiging werd vervangen. Het is algemeen bekend dat wij mannen in onze echtgenote niet de eigenschappen zoeken die we in een minnares zo aanbiddelijk en tegelijk verachtelijk vinden. Schijnbaar had ik dus niet direct oog voor al Ada’s gratie en schoonheid, maar was ik verrukt over andere kwaliteiten die ik in haar meende te ontdekken, zoals ernst en ook wilskracht, kortom dezelfde eigenschappen — zij het wat minder geprononceerd — die ik in haar vader bewonderde.”

 1696408-74fd0604f6ecc151cbd5c2f91a374659.jpg
Italo Svevo (19 december 1861 – 13 september 1928)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e december ook mijn blog van 19 december 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:22 Reageer op dit bericht

Alexander Gumz

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Alexander Gumz werd geboren op 19 december 1974 in Berlijn. Gumz studeerde Duitse literatuur en filosofie. Hij is redacteur bij Texttonlabel KOOK en organisator voor het poëziefestival berlin. Hij is ook mede-oprichter van het festival LAN Drie dagen jonge literatuur en muziek in Berlijn en van HAM.LIT. Lange Nacht van de jonge Duitse literatuur en muziek in Hamburg. Gumz werkte onder andere bij seminars en workshops van de Literatur Werkstatt Berlin en aan de Vrije Universiteit Berlijn. Gumz ' eigen gedichten werden gepubliceerd in diverse tijdschriften en bloemlezingen. Geselecteerde gedichten werden vertaald in het Engels, Pools, Perzisch, en Slowaaks. Zelf heeft hij dichten vertaald uit het Pools en het Engels en gepubliceerd in Duitsland. Zijn eerste dichtbundel “ausrücken mit modellen”werd in 2011 gepubliceerd. Zie ook alle tags voor Alexander Gumz op dit blog.

 

Zu Atem Kommen

sagst du in diesen aufkochenden monat hinein
die kinder im hof einfach schreien lassen

die geräte abstellen kahl für jeden blick jedes
überfüllte u-bahnabteil das am morgen unsern schlaf

durchzuckt eine weile bodenlos sagst du dann aber
vier wochen sind auch nur was wir weitermachen nennen

wenn uns jemand die hand auf die schulter legt
in der überbevölkerten gegend stehen bleibt

vor deinem zimmer zwischen ungebetenen gästen
in meinem kopf mit immer entfernteren sätzen

ein frisch erfundener akzent am ohr zwei töne
die in dir wie strom alle paar sekunden wechseln

 

 1700736-167505e1f7938ffafe86ea7cf724c0a6.jpg
Alexander Gumz (Berlijn, 19 december 1974)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten