Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 31 december 2014 tot 1 januari 2015

Een nieuwe dag (Alexis de Roode)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een gelukkig Nieuwjaar!

 

 1702076-fe3228c254ed2923cde45f9a0017abce.jpg
Winterlandschap door Salomon van Ruysdael, jaren 1650

 

 

Een nieuwe dag

Kyrie eleison
Kyrie eleison
deze treurigheid gaat nooit meer weg.

Het is nieuwjaarsdag
en de wereld is wit, wit,
maar met sneeuw heeft het niks te maken,
het is meer een verbleken
nu de seizoenen ongescheiden zijn geworden.

Het is nieuwjaarsdag
en de plannen zijn goed,
maar de wereld is slecht,
we zijn trouwens allemaal klootzakken
(zo mijn vader sprak in vervlogen dagen)

We wagen het erop, jazeker.
Er gaan hier vele dagen om
waarin niets doordringt van de droefheid
die niet beperkt tot mensen is.
Ik wil gaan zoals het oude liedje ging:
naar een hoogmis en geboren worden
in een orgelpijp.
En dan maar stijgen als een dolle.

Maar ik mag niet zomaar weg.
Er loopt een vrouw door mijn huis
op zeer dunne vogelbenen,
een baltsende vogel die op leven wacht,
niet voor mij,
slechts voor het Ware en het Goede,
daarvoor strekt ze zich
en neigt.

Het Goede en het Ware.
Kyrie eleison.

Deze treurigheid gaat nooit meer weg,
nooit meer.

 

 

 1702076-20bd53a7f33e514b238bef84042dd7b7.jpg
Alexis de Roode (Hulst, 8 oktober 1970)
De Willibrordus-basiliek in Hulst.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 1e januari ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:31 Reageer op dit bericht

Adonis, Jonas T. Bengtsson, Chantal van Gastel, Juan Gabriel Vásquez, Paul Hamilton Hayne

De Syrische schrijver Adonis (pseudoniem van Ali Ahmad Sa'id) werd geboren op 1 januari 1930 in Qassabin in het noorden van Syrië.

 

Celebrating Childhood

Even the wind wants
to become a cart
pulled by butterflies.
 
I remember madness
leaning for the first time
on the mind’s pillow.
I was talking to my body then
and my body was an idea
I wrote in red.
 
Red is the sun’s most beautiful throne
and all the other colors
worship on red rugs.
 
Night is another candle.
In every branch, an arm,
a message carried in space
echoed by the body of the wind.
 
The sun insists on dressing itself in fog
when it meets me:
Am I being scolded by the light?
 
Oh, my past days—
they used to walk in their sleep
and I used to lean on them.
 
Love and dreams are two parentheses.
Between them I place my body
and discover the world.
 
Many times
I saw the air fly with two grass feet
and the road dance with feet made of air.
 
My wishes are flowers
staining my days.
 
I was wounded early,
and early I learned
that wounds made me.
 
I still follow the child
who still walks inside me.
 
Now he stands at a staircase made of light
searching for a corner to rest in
and to read the face of night again.
 
If the moon were a house,
my feet would refuse to touch its doorstep.
 
They are taken by dust
carrying me to the air of seasons.
 
I walk,
one hand in the air,
the other caressing tresses
that I imagine.
 
A star is also
a pebble in the field of space.
 
He alone
who is joined to the horizon
can build new roads.
 
A moon, an old man,
his seat is night
and light is his walking stick.
 
What shall I say to the body I abandoned
in the rubble of the house
in which I was born?
No one can narrate my childhood
except those stars that flicker above it
and that leave footprints
on the evening’s path.
 
My childhood is still
being born in the palms of a light
whose name I do not know
and who names me.
 
Out of that river he made a mirror
and asked it about his sorrow.
He made rain out of his grief
and imitated the clouds.
 
Your childhood is a village.
You will never cross its boundaries
no matter how far you go.
 
His days are lakes,
his memories floating bodies.
 
You who are descending
from the mountains of the past,
how can you climb them again,
and why?
 
Time is a door
I cannot open.
My magic is worn,
my chants asleep.
 
I was born in a village,
small and secretive like a womb.
I never left it.
I love the ocean not the shores.

 

Vertaald door Khaled Mattawa

 

 1702065-cafa1865e3ba1e57594484813fe35402.jpg
Adonis (Qassabin, 1 januari 1930)

 

 

De Deense schrijver Jonas T. Bengtsson werd geboren op 1 januari 1976 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Jonas T. Bengtsson op dit blog.

Uit: Aminas Briefe (Vertaald door Günther Frauenlob)

„Ich steige vom Bett und gehe zu der Reihe Briefe, die unmittelbar vor dem Fenster liegt. Sie stammen aus dem ersten Sommer, in dem wir uns geschrieben haben. Ich hebe einen vom Boden auf und beginne irgendwo.
Ich hoffe, es geht Dir gut – na ja, gut, so toll läuft es gerade nicht, aber Du kapierst schon, wie ich das meine. Sie haben Dich doch wohl nicht wieder in diese Zwangsjacke gesteckt? Ich weiß, dass das nicht lustig ist, dass ich keine Ahnung habe, wie man sich darin fühlt, aber trotzdem musste ich laut lachen, als ich Deinen Brief las. Meine Schwester steckte ihren Kopf ins Zimmer und fragte, was los sei, weil ich so lachte. Ich finde es unglaublich, wie Du darüber schreiben kannst. Ich musste ihr von den Briefen erzählen. Am Anfang habe ich noch gesagt, meine Freundin Sofie hätte mir geschrieben, aber das hat sie mir nicht abgekauft. Sie hat mich richtig ausgefragt. Heh, du, wer soll denn Sofie sein? Ich kenne keine Sofie. Und warum ruft diese Sofie nie an, warum bringst du sie nicht mal mit nach Hause? Diese Sofie hat doch wohl keinen cük (das ist das türkische Wort für etwas, das Männer haben) ... Dann musste ich ihr von Dir erzählen, beziehungsweise von unseren Briefen. Weißt Du, was sie gesagt hat? Du bist keine Dänin, vergiss das nicht, du bist keine Dänin, und dann hat sie die Augenbrauen hochgezogen und sah genauso aus wie unsere Mutter. Aber sie ist in Ordnung, sie wird niemandem etwas sagen. Außerdem glaube ich, dass sie ein bisschen neidisch ist. Sie würde auch gern jemandem schreiben. Ansonsten war es in letzter Zeit nicht gerade lustig. Ich hatte ja gehofft, Dir diesen Brief hier aus einem Liegestuhl am Schwarzen Meer schreiben zu können. Aber mein Vater hat noch immer keine Arbeit gefunden, und so mussten wir den Urlaub ausfallen lassen. Er ist ziemlich verbittert, und ich verstehe ihn gut, er hat fast zehn Jahre in diesem Lager für Computerteile gearbeitet, und dann verlegen die es einfach nach Schweden.

 

 1702065-63e3e8db763090d86f70e16ce8daea9e.jpg
Jonas T. Bengtsson (Kopenhagen, 1 januari 1976)

 

 

De Nederlandse schrijfster Chantal van Gastel werd geboren op 1 januari 1980 in Breda. Zie ook alle tags voor Chantal van Gastel op dit blog.

Uit:Ik wist het

“Het voelt alsof ik weer een klein meisje ben als ik door de vervuilde ramen van het winkelpand naar binnen kijk. De oude toonbank staat nog achteraan in de hoek. Spinnenwebben hinderen het zicht, maar in mijn gedachten zie ik de winkel voor me zoals die vroeger was. Eén grote explosie van kleur door de rijen emmers met bloemen, de houten balken aan het plafond, het mozaïek in de tegelvloer (zou dat er nog zijn?) en de statige oude kassa met een lade die rinkelde als die openging.
Maar ik ben niet klein meer. Ik ben een geslaagde zakenvrouw, althans daar heb ik de bank door een goed bedrijfsplan van kunnen overtuigen, en nu wacht ik op de makelaar met wie ik dit pand ga bezichtigen. Een vrouw met een bril en opgestoken haar, gekleed in een grijs krijtstreeppakje met een kleurige blouse onder haar jasje, komt op haar hoge hakken over de hobbelige kinderkopjes van het stadsplein aanstormen.
‘Sorry dat ik te laat ben, ik miste de tram en besloot toen maar de bedrijfsauto te nemen, maar het verkeer was een nachtmerrie...’
Met een lange zucht ademt ze uit. ‘Hoe dan ook, het spijt me. Ik hoop dat je niet te lang hebt hoeven wachten.’ Ik wil antwoorden dat ik dat niet erg vind, maar ze is op dreef en wacht niet op mijn antwoord.”

 

 1702065-d916837b1335af0286b42fa3ddc6cb12.jpg
Chantal van Gastel (Breda, 1 januari 1980)

 

 

De Colombiaanse schrijver Juan Gabriel Vásquez werd geboren in Bogotá op 1 januari 1973. Zie ook alle tags voor Juan Gabriel Vásquez op dit blog.

Uit: The Sound of Things Falling (Vertaald door Anne McLean)

“While in the press and on the TV screens the authorities listed the diseases that could be spread by an artiodactyl — and they used that word: artiodactyl, new to me — and in the rich neighborhoods of Bogota people wore T‑shirts saying Save the Hippos, in my apartment, on long drizzly nights, or walking down the street toward the city center, I began to think stubbornly about the day Ricardo Laverde died, and even to force myself to remember the precise details. I was surprised by how little effort it took me to summon up the words I had spoken or heard, things I'd seen, pain I'd suffered and now overcome; I was also surprised by the alacrity and dedication we devote to the damaging exercise of remembering, which after all brings nothing good and serves only to hinder our normal functioning, like those bags of sand athletes tie around their calves for training. Bit by bit I began to notice, not without some astonishment, that the death of that hippopotamus put an end to an episode of my life that had begun quite a while ago, more or less like someone coming back home to close a door carelessly left open.
And that's how this story got under way. I don't know what good it does us to remember, what benefits or possible penalties it brings, or how what we've lived through can change when we remember it, but remembering Ricardo Laverde well has become an urgent matter for me. I read somewhere that a man should tell the story of his life at the age of forty, and this deadline is fast approaching: as I write these lines, only a few short weeks remain before this ominous birthday arrives. The story of his life. No, I won't tell my life story, just a few days of it that happened a long time ago, and I'll do so fully aware that this story, as they warn in fairy tales, has happened before and will happen again.”

 

 1702065-cdcc2a7c3e6edf920adf2db2e5e96198.jpg
Juan Gabriel Vásquez (Bogotá, 1 januari 1973)

 

 

De Amerikaanse dichter Paul Hamilton Hayne werd geboren in Charleston, South Carolina, op 1 januari 1830. Zie ook alle tags voor Paul Hamilton Hayne op dit blog.

 

At Last

In youth, when blood was warm and fancy high,
I mocked at death. How many a quaint conceit
I wove about his veiled head and feet,
Vaunting aloud, Why need we dread to die?
But now, enthralled by deep solemnity,
Death's pale phantasmal shade I darkly greet:
Ghostlike it haunts the hearth, it haunts the street,
Or drearier makes drear midnight's mystery.
Ah, soul-perplexing vision! oft I deem
That antique myth is true which pictured death
A masked and hideous form all shrank to see;
But at the last slow ebb of mortal breath,
Death, his mask melting like a nightmare dream,
Smiled,—heaven's high-priest of Immortality!

 

 

The winter winds may wildly rave

The winter winds may wildly rave,
How wildly o'er thy place of rest!
But, love! thou hast a holier grave
Deep in a faithful human breast.
There, the embalmer, Memory, bends,
Watching, with softly-breathed sighs,
The mystic light her genius lends
To fadeless cheeks and tender eyes.
There in a fathomless calm, serene,
Thy beauty keeps its saintly trace,
The radiance of an angel mien,
The rapture of a heavenly grace.
And there, O gentlest love! remain
(No stormy passion round thee raves),
Till, soul to soul, we meet again.
Beyond this ghostly realm of graves.

 

 1702065-08ac8ea506d973699597c550c9bf207c.jpg
Paul Hamilton Hayne (1 januari 1830 – 6 juli 1886)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e januari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:27 Reageer op dit bericht

J.D. Salinger, E. M. Forster, Douglas Kennedy, Rascha Peper, Carry van Bruggen

De Amerikaanse schrijver Jerome David Salinger werd in New York geboren op 1 januari 1919. Zie ook alle tags voor J. D. Salinger op dit blog.

Uit:The Catcher in the Rye

““They went mad. They were exactly the same morons that laugh like hyenas in the movies at stuff that isn't funny. I swear to God, if I were a piano player or an actor or something and all those dopes thought I was terrific, I'd hate it. I wouldn't even want them to clap for me. People always clap for the wrong things. If I were a piano player, I'd play it in the goddam closet. Anyway, when he was finished, and everybody was clapping their heads off, old Ernie turned around on his stool and gave this very phony, humble bow. Like as if he was a helluva humble guy, besides being a terrific piano player. It was very phony--I mean him being such a big snob and all. In a funny way, though, I felt sort of sorry for him when he was finished. I don't even think he knows any more when he's playing right or not. It isn't all his fault. I partly blame all those dopes that clap their heads off--they'd foul up anybody, if you gave them a chance. Anyway, it made me feel depressed and lousy again, and I damn near got my coat back and went back to the hotel, but it was too early and I didn't feel much like being all alone.
They finally got me this stinking table, right up against a wall and behind a goddam post, where you couldn't see anything. It was one of those tiny little tables that if the people at the next table don't get up to let you by--and they never do, the bastards--you practically have to climb into your chair. I ordered a Scotch and soda, which is my favorite drink, next to frozen Daiquiris. If you were only around six years old, you could get liquor at Ernie's, the place was so dark and all, and besides, nobody cared how old you were.
You could even be a dope fiend and nobody'd care.
I was surrounded by jerks. I'm not kidding. At this other tiny table, right to my left, practically on top of me, there was this funny-looking guy and this funny-looking girl.
They were around my age, or maybe just a little older. It was funny. You could see they were being careful as hell not to drink up the minimum too fast. I listened to their conversation for a while, because I didn't have anything else to do. He was telling her about some pro football game he'd seen that afternoon. He gave her every single goddam play in the whole game--I'm not kidding. He was the most boring guy I ever listened to.”

 

 1702062-f051aedc36a03a04d352b32d0ff7acb0.jpeg
J.D. Salinger (1 januari 1919 – 27 januari 2010)

 

 

De Engelse romanschrijver en essayist Edward Morgan Forster werd geboren op 1 januari 1879 in Londen. Zie ook alle tags voor Edward Morgan Forster op dit blog.

Uit: Where Angels Fear to Tread

"Good-bye, dear every one. What a whirl!" She caught sight of her little daughter Irma, and felt that a touch of maternal solemnity was required. "Good-bye, darling. Mind you're always good, and do what Granny tells you."She referred not to her own mother, but to her mother-in-law, Mrs. Herriton, who hated the title of Granny.Irma lifted a serious face to be kissed, and said cautiously, "I'll do my best.""She is sure to be good," said Mrs. Herriton, who was standing pensively a little out of the hubbub. But Lilia was already calling to Miss Abbott, a tall, grave, rather nice-looking young lady who was conducting her adieus in a more decorous manner on the platform."Caroline, my Caroline! Jump in, or your chaperon will go off without you."And Philip, whom the idea of Italy always intoxicated, had started again, telling her of the supreme moments of her coming journey—the Campanile of Airolo, which would burst on her when she emerged from the St. Gothard tunnel, presaging the future; the view of the Ticino and Lago Maggiore as the train climbed the slopes of Monte Cenere; the view of Lugano, the view of Como—Italy gathering thick around her now—the arrival at her first resting-place, when, after long driving through dark and dirty streets, she should at last behold, amid the roar of trams and the glare of arc lamps, the buttresses of the cathedral of Milan."Handkerchiefs and collars," screamed Harriet, "in my inlaid box! I've lent you my inlaid box.""Good old Harry!" She kissed every one again, and there was a moment's silence. They all smiled steadily, excepting Philip, who was choking in the fog, and old Mrs. Theobald, who had begun to cry. Miss Abbott got into the carriage. The guard himself shut the door, and told Lilia that she would be all right. Then the train moved, and they all moved with it a couple of steps, and waved their handkerchiefs, and uttered cheerful little cries. At that moment Mr. Kingcroft reappeared, carrying a footwarmer by both ends, as if it was a tea-tray. He was sorry that he was too late, and called out in a quivering voice, "Good-bye, Mrs. Charles. May you enjoy yourself, and may God bless you."Lilia smiled and nodded, and then the absurd position of the footwarmer overcame her, and she began to laugh again."Oh, I am so sorry," she cried back, "but you do look so funny. Oh, you all look so funny waving! Oh, pray!" And laughing helplessly, she was carried out into the fog."High spirits to begin so long a journey," said Mrs. Theobald, dabbing her eyes.Mr. Kingcroft solemnly moved his head in token of agreement. "I wish," said he, "that Mrs. Charles had gotten the footwarmer.”

 

 1702062-f8336f1b8218c168a64a7cc618cd5e5c.jpg
Edward Morgan Forster (1 januari 1879 - 7 juni 1970)>
Portret door Dora Carrington, 1924-1925


 

 

De Amerikaanse schrijver Douglas Kennedy werd geboren op 1 januari 1955 in New York. Zie ook alle tags voor Douglas Kennedy op dit blog.

Uit: State Of The Union

„He was also one shy guy. He never dominated a conversation, never imposed himself on a situation. But he was a great listener—always far more interested in what you had to say. I liked this. And I found his gentle reticence to be curiously attractive. He was serious—and unlike everyone else I met at college back then, he knew exactly where he was going. On our second date he told me over a beer or two that he really didn’t want to get into some big ambitious field like neurosurgery. And there was no way that he was going to “pull a major cop-out” and choose a big-bucks specialty like dermatology. No, he had his sights set on family medicine.
“I want to be a small country doctor, nothing more,” he said. First-year med students worked thirteen-hour days, and Dan studied nonstop. The contrast between us couldn’t have been more marked. I was an English major, thinking about teaching school when I graduated. But it was the early seventies, and unless you were going through the grind of med or law school, the last thing anyone had on their mind was “the future.”
Dan was twenty-four when I met him, but the five-year age gap wasn’t huge. From the outset, I liked the fact that he seemed far more focused and adult than any of the guys I had been seeing before him. Not that I knew that much about men. There had been a high school boyfriend named Jared—who was bookish and kind of arty and totally adored me, until he got into the University of Chicago, and it was clear that neither of us wanted to sustain a long-distance thing. Then, during my first semester at college, I had my one short flirtation with freakdom when I started seeing Charlie. Like Jared, he was very sweet, very well read, a good talker, and “creative” (which, for Charlie, meant writing a lot of what was, even to my impressionable eighteen-year-old eyes, really turgid poetry). He was heavily into dope—one of those guys who was usually smoking a joint with their breakfast coffee.”

 

 1702062-ea1344412a7f4779f6e29939e2c9ac05.jpg
Douglas Kennedy (New York, 1 januari 1955)

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Rascha Peper (pseudoniem van Jenneke Strijland) werd geboren op 1 januari 1949 in Driebergen. Zie ook alle tags voor Rascha Peper op dit blog.

Uit: Handel in veren

“Pas toen Rijk demonstratief een papiertje openmaakte en de uitgeklede karamel in zijn mond stak, kregen ze het door en barstte er een opgewonden, smakkend gegiechel los.
Het ontging Henk niet dat zowel de vrouwen en kinderen als de mannen die snel kwamen aanlopen, onderzoekender, wantrouwiger zo je wilde, naar hém dan naar Rijk keken, zoals overal waar ze kwamen. Rijks blonde, sproetige gezicht – de vrouw van de zendeling had hem gisteren een Papoea in negatief genoemd – had blijkbaar iets universeel vertrouwenwekkends en ontwapenends, en de lach zat rond zijn mond gebakken, terwijl Henk zelf altijd moeite had met lachen. Als hij zich forceerde om het te doen, voelde hij zich bête en huichelachtig, een sociale onhandigheid die hem van jongs af nu eenmaal aankleefde.
De Ambonees praatte nog even met een paar mannen en nam toen afscheid. Ze gingen op de weldadig droge grasdeken in de hut zitten, sloegen met veel plichtplegingen de aangeboden sirihnootjes af en namen met evenveel egards een kalebas vol water en een sagokoek aan. Van onder de vloer klonk het geknor en gewroet van varkens; door de kieren steeg een mest- en pislucht op die zich met neergeslagen rook vermengde, alsof je boven een in brand gevlogen stal zat. Het wachten was op de jager die hen verder de berg op zou brengen. Rijk trok een Hollandse boerenzakdoek tevoorschijn en veegde zijn gezicht af.
‘Ik snap echt niet dat u die baard niet afscheert, doctor Bronkhorst,’ zei hij. ‘Ik moet er niet aan denken om bij deze hitte ook nog eens met een baal wol aan mijn kin te lopen.’
In dit soort impertinenties excelleerde zijn assistent, maar Henk wilde er geen aanstoot aan nemen, hoogstens voelde hij zich even betrapt bij het krabben in zijn jeukende baard en trof hem de overeenkomst met wat zijn vrouw voor zijn vertrek gezegd had pijnlijk.”

 

 1702062-62f3d976e6258df36b9d55b3e8c7d1f0.jpg
Rascha Peper (1 januari 1949- 16 maart 2013)

 

 

De Nederlandse schrijfster Carry van Bruggen (eig. Caroline Lea de Haan) werd geboren in Smilde op 1 januari 1881. Zie ook alle tags voor Carry van Bruggen op dit blog.

Uit:De vier jaargetijden

“Moeder ... Moeder ...’
Heesch, als van angst, steeg plotseling haar stem in de kamerstilte op en Moeder komt met oogen groot van schrik om de keukendeur gekeken, met oogen die vreezen voor dieven of voor brand. Maar er zijn geen dieven, er is geen brand, de kamer is vol van vlekkelooze, smettelooze stilte. Midden in die stilte hangt de lamp en maakt de stilte tot licht rondom zich, en tot schemering verder op, en het licht vergadert zich naar onder op de witte tafel, waar de borden staan te wachten -, in het halflicht tusschen tafel en wanden, in den schemer tegen de wanden wachten stoelen en canapé, wachten kachel en kast, in een diepe, tevreden rust. Nergens een verontrustend gerucht, nergens het verborgen stommelen van dieven, nergens het felle knetteren van brand ... en Moeders oogen bedaren al. Maar waarom heeft ze Moeder geroepen?
‘Vader komt eraan, in de verte, met de jongens. Ik hoorde het toen ik voor was. Maar ze zijn niet alleen. Ze brengen iemand mee uit Sjoel.’ Nu is Moeder meteen de keuken al uit en de kamer in en de kamer door bij de kast; grijpt borden, vork, lepel, mes, en op het glanzende witte kleed wordt wreedaardig de rust verstoord, de borden, die zoo vredig en geduldig stonden te wachten, naar links en rechts opzij geduwd, het eetgereirammelend verlegd. Gauw keert de kalmte weer, als alles van plaats veranderd is, als in de witte plek, naast Vaders bord gebleven, bord en vork, lepel en mes voor den naderende Vreemde zijn klaar gezet. Dat staat daar nu, als wisten ze van te voren dat hij zou komen, als werd hij dagen lang verwacht. Dat is zoo hartelijk, en het moet, de Tora schrijft het voor! Strijk nu even, onder het zoutvat door, dien valschen plooi uit naar den kant, maar doe het voorzichtig, dat je geen zout stort, en raak vooral de lamp niet aan, want het is Sabbath!
Moeder was net met ‘antsinden’ klaar en ze hadden nog maar even geleden het ‘Legoo Daudie’ tezamen gezongen, toen doken uit de verte de stappen op!"

 

 1702062-4c831b49de63e137bdd373fb023e1aef.jpg
Carry van Bruggen (1 januari 1881 - 16 november 1932)
 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e januari ook mijn blog van 1 januari 2014 deel 2 en eveneens deel 3 en ook deel 4.

Geschreven door Romenu om 12:18 Reageer op dit bericht

Ernest van der Kwast

De Nederlandse schrijver Ernest van der Kwast werd geboren in Bombay, India, op 1 januari 1981. Van der Kwast debuteerde in 2005 met de roman “Soms zijn dingen mooier als er mensen klappen”. Van der Kwast was ook verantwoordelijk voor de verhalenbundel “Man zoekt vrouw om hem gelukkig te maken” (2003), die hij onder het pseudoniem Yusef el Halal publiceerde met een groep collega-schrijvers (waaronder Steven Verhelst, Ronald Giphart, Ingmar Heytze en Jacob van Duijn). Zijn tweede volledige roman ("Stand-in", 2007) verscheen eveneens onder een pseudoniem, Sieger Sloot - een bestaande acteur. Deze roman is opzettelijk geschreven in de stijl van Arnon Grunberg in de hoop hiermee de indruk te wekken dat het om een nieuw pseudoniem van deze auteur ging. De hoofdpersoon is handelaar in modeartikelen voor grote maten. De doorbraak naar het grote publiek kreeg hij in 2010 met zijn roman “Mama Tandoori”. Van der Kwast was enige tijd hoofdredacteur van het literaire tijdschrift Passionate en organiseert de literaire evenementen Nur Literatur en Gooi een tomaat naar een schrijver en een roos naar de zangeres. Daarnaast presenteert hij elke maand De Unie Late Night in Rotterdam. Hij woont en werkt beurtelings in Nederland en Italië. In het najaar van 2010 was Van der Kwast met de roman Mama Tandoori genomineerd voor de NS publieksprijs. Van der Kwast schreef van februari 2011 tot en met juni 2012 satirische columns voor de website van NRC Handelsblad waarin hij zogenaamd een kopje espresso dronk met personen uit het nieuws, zoals leider Moammar Gaddafi, politicus Geert Wilders en koningin Beatrix. In mei 2012 verscheen zijn vijfde boek “Giovanna’s navel”, bestaande uit een novelle en vier korte verhalen.

Uit:Giovanna's navel

“Het was zijn laatste lente. De warmste die de mensen zich konden herinneren. Heinrich Kienzl vond ook geen mooiere lente in zijn geheugen. Meer dan zeventig jaar kon hij teruggaan. Witte bloesem en een wandeling met zijn ouders. Hij vloog als een engel tussen hen in. Klein en licht en vrolijk.
Nu was het begin april en dertig graden. Er schoten zwaluwen door de lucht. Heinrich Kienzl was de warmte ontvlucht en had de kabelbaan naar Jenesien genomen. Het bergstation lag op duizend meter hoogte. Tijdens de vaart had hij naar de weilanden onder hem gekeken. Het grastapijt dat al overal groen was, paardenbloemen die in grote vlekken uitwaaierden. Later zouden de andere kleuren komen. Paars van klaver, blauw van gentiaan, wit van duizendblad. Heinrich Kienzl had veertig jaar lang over de weiden van Jenesien gezweefd. Hij was conducteur van de kabelbaan geweest. Het was rustig werk. Hij moest de kaartjes controleren en bediende de knoppen in de cabine. Het overgrote deel van de tijd keek hij naar buiten. Hij zag de kastanjes groeien, het land dat door de boeren werd bewerkt. Reeën die 's ochtends vroeg terug het bos in vluchtten, de laatste vlinders van het jaar.
De werknemers van Seilbahn Jenesien kenden hem niet. Ze waren jong, begin dertig. De conducteur die zijn kaartje had gecontroleerd las een stripboek op een kruk. De kruk was er vroeger niet geweest. Verder was er niets veranderd in de cabine. Dezelfde knoppen, dezelfde zwarte telefoon die in verbinding stond met het bergstation. Ook het maximaal aantal passagiers was onveranderd. Twintig plus één. De conducteur.
Heinrich Kienzl was als twintigjarige jongen begonnen bij de kabelbaan en had als langzame man afscheid genomen. Tussen zijn eerste en zijn laatste werkdag hing een leven in de lucht. Geen groot avontuur, niet de droom van jongens die de wolken willen aanraken. Slechts enkele meters boven de grond, net iets hoger dan hij ooit tussen zijn ouders in had gevlogen. Negen minuten deed de kabelbaan erover om van het dalstation in Bozen naar het bergstation in Jenesien te zweven. Het hoogteverschil bedroeg 741 meter, de kabel was bijna tweeënhalve kilometer lang en hing aan zeven staalbetonnen pijlers. Het was iets wat hij in zijn laatste jaar als conducteur had gedaan: uitrekenen hoeveel tijd van zijn leven hij had gezweefd. Maar Heinrich Kienzl viel elke nacht midden in een vermenigvuldiging in slaap. Niemand had meer uren in de kabelbaan doorgebracht, niemand had meer gezien.”

 

 1712130-8e50311a24744d4c7337976eccc811f7.jpg
Ernest van der Kwast (Bombay, 1 januari 1981)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Ghosts Of The Old Year (James Weldon Johnson)

 

Alle bezoekers en mede-bloggers een prettige jaarwisseling en een gelukkig Nieuwjaar!

 

 1701715-9c5f034e9ba5fdf7cd1679dbc75a2307.jpg
Delft door Hendrik Gerrit ten Cate, 1818

 

 

Ghosts Of The Old Year

The snow has ceased its fluttering flight,
The wind sunk to a whisper light,
An ominous stillness fills the night,
A pause — a hush.
At last, a sound that breaks the spell,
Loud, clanging mouthings of a bell,
That through the silence peal and swell,
And roll, and rush.

What does this brazen tongue declare,
That falling on the midnight air
Brings to my heart a sense of care
Akin to fright?
'Tis telling that the year is dead,
The New Year come, the Old Year fled,
Another leaf before me spread
On which to write.

It tells the deeds that were not done,
It tells of races never run,
Of victories that were not won,
Barriers unleaped.
It tells of many a squandered day,
Of slighted gems and treasured clay,
Of precious stores not laid away,
Of fields unreaped.

And so the years go swiftly by,
Each, coming, brings ambitions high,
And each, departing, leaves a sigh
Linked to the past.
Large resolutions, little deeds;
Thus, filled with aims unreached, life speeds
Until the blotted record reads,
'Failure!' at last.

 

 1701715-79ca52ec8b447efcd80b04bb3600c9c1.jpg
James Weldon Johnson (17 juni 1871 – 26 juni 1938)
Jacksonville, Kersttijd downtown. James Weldon Johnson werd geboren in Jacksonville.

 

Zie voor de schrijvers van de 31e december ook mijn vorige drie blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:52 Reageer op dit bericht

Anne Vegter, Arjen Duinker, Bastian Böttcher, Jacob Israël de Haan, Kingbotho, August van Cauwelaert, Paula Dehmel

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anne Vegter werd geboren in Delfzijl op 31 december 1958. Zie ook alle tags voor Anne Vegter op dit blog.

 

MH 17

Twintig keer naar het journaal gekeken en het is nog steeds waar: zomaar in het web gevlogen van de oorlog van anderen.

Bestaat er in het Russisch ook een woord voor schuld,
woord voor genade, noem het woord dat macht niet duldt:

voor zulke pijn heb je niet eens een woord.

Twintig keer naar het journaal gekeken en het is nog steeds moord. Je zoekt de weefsels van dit abrupt verhaal. Je vindt

het woord, who cares of het bestaat of niet. Wereldverdriet.

 

 

GEBED VOOR IEDEREEN

Nog trekt het zich terug als in twee vuisten, reculer pour mieux sauter.
Nog lift het vrolijk mee als op het stuur van een weesfiets, zwenkt uit.
Nog loopt het mee in de optocht van iedereen, het spreekt verdwenen taal.
Nog verstopt het zich in geluidsfragmenten, applaus en partituren.
Nog nestelt het gebed zich in het Nederlands en biedt royaal onthaal.
BENG! KLEDDERRRRR! KLENG!
Een opstelling van stokken en tomaten, stenen uit de straat, de verf.
Tongen die spugen op gebed: ,,Niet buigen broddah! Strek je op!''
Wereldvreemden die maar wat floepen: ,,Wie de staat kent, kent zichzelf.''
Nieuwe talen zingen, roepen: ,,Niks kebed, suster, komt niet koed.''
Daar de mening, hier de uitspraak. Het Laatste Oordeel is bankroet,
roept uit nood en overvloed. Het kruipt door puin en bloeit op stank.
Hecht zich aan honger en verruilt een koninkrijk voor voedselbank,
kijkt, verwart, merkt op. Niet schadevrij, er heerst het schrale tij.
Het lacht en lijdt maar in gelijke mate, dat is de vrijheid van de poëzie.
Bemint een land uit een verlangen naar dat land: gebed laat liefde vrij.
LEVE
majesteit boven dit krachtenveld. Zo’n spiedend oog over de dijk.
Het soort alwetendheid ten dienste van het Crisisrijk. Verheft
in majesteit saamhorigheid tot kunst. Zo dus. O lieve koningin
die levenslang het hele land voorbij zag gaan, nu mag het zomaar,
lekker zomaar in de rij gaan staan.

 

 1701712-fd867d151fb27fc5b13e5bbab832ee1c.jpg
Anne Vegter (Delfzijl, 31 december 1958)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Arjen Duinker werd geboren in Delft op 31 december 1956. Zie ook alle tags voor Arjen Duinker op dit blog.

 

XXIV

Aan de ene kant staat het ding.
Aan de andere kant staat het mysterie.
Meer van het ding en het mysterie weet ik niet.

Hoe in naam van wat dan ook,
Hoe kan ik er meer van weten?
En dit weten is een klein weten, voeg ik er aan toe,
Een klein idee hoogstens, klein
In zijn gevolgen
Voor de tijd.

Als aan de ene kant staat het ding
En aan de andere kant het mysterie,
Is de wereld duidelijk.

De straat is de straat waar ik vrienden tegenkom,
De bomen bloeien zoals zij moeten bloeien, met bloesems,
De wind waait wanneer zij wil,
En het gebrek aan meer weten
Dat aan de ene kant staat het ding
En aan de andere kan het mysterie
Is mij een onuitputtelijke bron van vreugde.

 

 

De noodzakelijkheid van een vogelboek

Vogels horen de dingen die over hen worden gezegd.
Ze vliegen heen en weer en vangen transparante woorden.

Vogels houden van woorden die ze niet kunnen verstaan.
Over zulke woorden spreken ze met andere vogels.

De veren van vogels zijn gemaakt van die gesprekken.
Vogels houden van de dingen die over hen worden gezegd.

Ze willen niet weten wat transparante woorden betekenen.
Over hun veren weigeren ze een gesprek te voeren.

Ze houden van transparante dingen die ze niet kunnen zien.
Vogels vliegen heen en weer en vangen zichzelf.

 

 1701712-4811bba4a6b84d09071a4d5a20a94c02.jpg
Arjen Duinker (Delft, 31 december 1956)

 

 

De Duitse dichter schrijver Bastian Böttcher werd op 31 december 1974 in Bremen geboren. Zie ook alle tags voor Bastian Bötcher op dit blog.

 

Die Macht der Sprache

Und lerne ich eine Sprache neu kennen,
dann lehrt mich die Sprache, mich neu zu kennen.
 
Das macht die Sprache – die Macht der Sprache.

Und glaube ich, ich beherrsche meine Sprache,
beherrscht womöglich meine Sprache mich.

Das macht die Sprache – die Macht der Sprache.

Und denke ich, ich spiele mit meiner Sprache,
dann spielt noch viel mehr meine Sprache mit mir.

Das macht die Sprache – die Macht der Sprache.

Und erweitert der Mensch seine sprachlichen Möglichkeiten,
dann erweitert die Sprache die menschlichen Möglichkeiten.

Das macht die Sprache – die Macht der Sprache.

Und wenn ich meine Sprache verkommen lasse,
dann lässt am Ende meine Sprache mich verkommen.

Das macht die Sprache auch – die Macht der Sprache.

Und liebe ich meine Sprache,
dann liebt ganz sicherlich die Sprache mich.

Das macht die Sprache – die Macht der Sprache.

Und wenn ich denke, ich spreche jetzt hier – in diesem Text – über die Sprache,
dann spricht die Sprache eigentlich viel mehr noch über mich.

Das macht die Sprache – ich kenn die doch!

 

 1701712-88abe70320244c36b54c86bb73e67087.jpg
Bastian Böttcher (Bremen, 31 december 1974)

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter, publicist, rechtsgeleerde Jacob Israël de Haan werd geboren in Smilde op 31 december 1881. Zie ook alle tags voor Jacob Israël de Haan op dit blog.

 

O, rust van Tonbridge na 't rusteloos Londen

Aan vier Engelsche makkers,
(Mickel, Clement, Sidney en Paul.)

O, rust van Tonbridge na 't rusteloos Londen;
Hier welt het water helder, 't veld staat blauw
Van vlas, de hoge hop rankt langs zijn touw,
De wilde wingerd houdt elk huis omwonden.

En elke dag zet in één zaalge brand
De hemel en uwe hemelsblauwe ogen.
Wij dwaalden, nu verdiept, dan opgetogen,
Ik zag naar u, de hemel, 't akkerland.

En 't was uw vraag: 'Gij waart een blij bewoner
Van rijke steden en van weidse streken
Is mijn dorp schoon? Mijn land? Waar vindt men schoner?'

En 't antwoord: 'Maat: ik heb mijn weg gewend
Van land naar land, niets heeft mij meer geleken
Dan uw dorp Tonbridge en uw heuvlend Kent.'

 

Eetwagen

Hij dronk de wijn. Ik zag de zonnestralen
Eén eeuwig ogenblik verspelen in zijn glas.
Hij zal nooit weten (God weet waar wij dwalen!)
Dat ik de dichter van zijn wijnkelk was.

 

 

Aan de lateren

Wat ik geschreven heb, dat blijft geschreven.
Wat ik misdreven heb, dat is gedaan.
Ik sterf getroost. Maar zij, die later leven,
Zullen mijn lied, mijn leed en mijn hartstocht verstaan.

 

 1701712-87e31924dcb7cd11d3034cbed66e6618.jpg
Jacob Israël de Haan (31 december 1881 - 30 juni 1924)

 

 

De Surinaamse dichter, percussionist, beeldend kunstenaar, Surinamist, toneelschrijver, regisseur, acteur en maatschappelijk werker Noeki André Mosis (Kingbotho) werd geboren in het District Marowijne op 31 december 1954. Zie ook alle tags voor Kingbotho op dit blog.

 

Zinloos geweld

Wij lezen verder
nogmaals verder
in rapporten en kranten
over zinloosgeweld

Sla eens een bladzijde terug
nogmaals een bladzijde terug
tot het onbeschreven blad
schrijf op wat nog niet geschreven is

verbaal geweld wordt niet bestraft
provocerend gedrag wordt getolereerd
een kind dat zegt, “als ik je hier weer tegenkom,
vermoord ik je”

wordt niet serieus genomen
wanneer een kleur een misdaad begaat,
wordt die kleur gehaat door de kleur van het slachtoffer
ongeacht wordt die kleur als zwart beschilderd

er wordt over een kam geschoren
zinloosgeweld,
een monster, geboren uit verbaalgeweld
en provocerend gedrag

schrijf jij maar verder op
wat niet geschreven is
op het onbeschreven blad

milieu criminaliteit
etnisch onverantwoord besluit
economisch machtsmisbruik van staatsbedrijven en multinationals

 

 1701712-76e3c6da9225ada9895f1047216822ae.jpg
Kingbotho (District Marowijne, 31 december 1954)

 

 

De Vlaamse dichter, advocaat en rechter August van Cauwelaert werd geboren in Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek op 31 december 1885. Zie ook alle tags voor August van Cauwelaert op dit blog.

 

Maar toen de dag....

Maar toen de dag vervloeid was en vergaan,
Zweeg plots de daver van 't kanon;
Daar viel een weifle klaarte van de maan,
Die hoog haar lichte vaart begon.
 
Het vijvervlak lag ongeroerd van wind
En uit de lage scheemring stak
De doode hoeve 't grimmige gebint'
Omhoog van haar verminkte dak.
 
De mannen leunden tegen de' aarden wal
En luisterden, in loome wacht,
En loerden toen bij wijle een korte knal
De rust verbrak van de' ijlen nacht.
 
Daar riep ontsteld, in 't riet van moer'ge sloot
Een reiger die zijn droom begon
En uit den hellen dom' des hemels schoot
Een ster achter den horizon.
 
Er dreef een geur van vlieren door den tuin
En in de schaduw, koel van dauw,
Viel dons van bloesem uit een roze kruin
Van meidoorn die niet sterven wou.
 
Toen rees opeens uit de verschanste gracht,
Hoog over dood, zorg en verdriet,
Lijk een fontein die ruischt in lentenacht,
De schoone weemoed van een lied.

 

 1701712-dd39f6490cf4d3bc6204bd5fabe2704e.jpg
August van Cauwelaert (31 december 1885 - 4 juli 1945)
Als officier in Cannes

 

De Duitse dichteres en schrijfster Paula Dehmel werd geboren op 31 december 1862 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Paula Dehmel op dit blog.

 

Lied vom Monde

Wind, Wind, sause,
der Mond ist nicht zu Hause;
er ist wohl hinter den Berg gegangen,
will vielleicht eine Sternschnuppe fangen,
Wind, Wind, sause.

Stern, Stern, scheine,
der Mond, der ist noch kleine;
Stern, Stern, scheine,
er hat die Sichel in der Hand,
er mäht das Gras am Himmelsrand,
Stern, Stern, scheine.

Singe, Vogel, singe,
der Mond ist guter Dinge;
er steckt den halben Taler raus,
das sieht blank und lustig aus,
singe, Vogel, singe.

Und hell wird's, immer heller;
der Mond, der hat 'nen Teller
mit allerfeinstem Silbersand,
den streut er über Meer und Land,
und hell wird's, immer heller.

 

 1701714-5f58fe115b5d2a31bc830b865e5e1464.jpg
Paula Dehmel (31 december 1862 - 9 juli 1918)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e december ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:32 Reageer op dit bericht

Nicolas Born, Dieter Noll, Dal Stivens, Connie Willis, Giovanni Pascoli, Marie d'Agoult

De Duitse dichter en schrijver Nicolas Born werd geboren op 31 december 1937 in Duisburg. Zie ook alle tags voor Nicolas Born op dit blog.

 

Ein Mittag im Dorf macht noch kein Gedicht

hier haben wir es aber schon
es ist aus dem Fenster gesehen und auch
        von innen
ein braunes altes Sofa kommt vor
        das war schon die Stelle mit dem Sofa
es wird nie richtig anwachsen
wie auch die Schwarzwaldtanne nicht anwächst.
        Der Ort ist übel
was machen wir damit wenn wir in den Städten
        das NEUE LEBEN anfangen
wenn wir die Städte platzen und auffliegen lassen
        zugunsten einer Liebesgeschichte?
Jetzt muß ich aufpassen daß ich nicht anwachse
eine graue Dachrinne geht um das Haus so wie du
um mich herumgehst als wäre ich angewachsen:
        »Soll ich die Gardinen heute waschen
oder morgen oder geht es noch?«
        »Laß doch Mutter ich fahre ja morgen wieder.«
Sie sieht erstaunt auf: »Morgen schon wieder?«
Ich streife sie mit einem melancholischen Blick
dann die Teppichstange im Garten auf der jetzt drei
        kleinere Vögel angewachsen sind.
In diesem Augenblick schaltet sich im Keller
        die Heizung an.
»Es wird gleich wieder wärmer« sagt sie
und dabei geht eine große Wärme von ihr aus.

 

 1701709-a74743d3e899b4b6a874c640f3c6bc56.jpg
Nicolas Born (31 december 1937 – 7 december 1979)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Dieter Noll werd geboren op 31 december 1927 in Riesa. Zie ook alle tags voor Dieter Noll op dit blog. 

Uit: Die Abenteuer des Werner Holt
 
„Berichten möchte ich aber weniger von unserer Schulzeit als zunächst von unserem Dienst als Luftwaffenhelfer, der für den Jahrgang 1928 (Dieter ist bereits am 31. Dezember 1927 geboren, daher sein zweiter Vorname "Sylvester") am 5. Januar 1944 in einer zunächst ortsfesten Batterie der Heimatflak begann. Die Einheiten der Luftverteidigung gegen angloamerikanische Bombenangriffe waren ringförmig um unsere Großstadt stationiert. In den sechs Wochen Grundausbildung wurden wir von den Wachtmeistern und Unteroffizieren sowie Obergefreiten mächtig "geschliffen". Wir robbten durch jeden Dreck im Batteriegelände, rasten im "Sprung auf, marsch, bis zum Horizont", landeten beim Befehl "Hinlegen" wiederum im Matsch und wurden trotz größten Bemühens um korrekte Ausführung aller Befehle stets, wie es im Landserjargon hieß, "angeschissen".
Der größte Leidtragende während dieser Ausbildungsperiode aber war Dieter. Nicht eigentlich, weil er ein "unmilitärisches Fressen" gewesen wäre, wie man damals sagte. Noll konnte sowohl dem Unterricht an der und über die 8,8cm-Kanone (genannt "Russenspritze", weil Beutegut) sehr gut folgen, und auch in der Flugzeugerkennung sowie in Flakschießlehre war er hervorragend, weil mit schneller Auffassungsgabe und wacher Intelligenz ausgestattet. Unser Batteriechef, ein Hauptmann der Reserve, der im bürgerlichen Beruf eine höhere Angestelltenfunktion in einem Betrieb ausfüllte, zugleich ein fanatischer NS-Anhänger, der die schwarze Uniform der "zivilen" SS im Schrank hängen hatte, hegte jedoch eine offensichtlich unüberwindliche Abneigung gegen Dieter. Noll war, um in der Klassifizierung der "Nürnberger (Rasse-)Gesetze" zu sprechen, ein "Mischling zweiten Grades" oder "Vierteljude". Damit war er wohl eine singuläre Erscheinung: Es dürfte seinesgleichen kaum nochmals im Luftwaffenhelferkorps gegeben haben. Für den Batteriechef war diese Tatsache wohl der Auslöser, um Dieter nach Kräften nicht nur von den Unterführern schikanieren zu lassen, sondern um auch selbst sein Mütchen an ihm zu kühlen.“

 

 1701709-800b0a1ce020431a3a43282a7647dab1.jpg
Dieter Noll (31 december 1927 – 6 februari 2008)
Scene uit de film„Die Abenteuer des Werner Holt“ uit 2002

 

 

De Australische schrijver Dal Stivens werd geboren op 31 december 1911 in Blayney, New South Wales. Zie ook alle tags voor Dal Stivens op dit blog.

Uit: The Batting Wizard From The City

“We were sitting round glumly with our faces so long that our chins were resting on our navels, when a likely-looking young man came up and said a little hesitantly to the skipper:
"They tell me you are a man short for the match?"
The skipper didn't answer immediately. He was looking at the ground and digging a hole in the dust with the toe of his boot.
"I hear you are a man short?" the willowy young man asked again.
The skipper made his hole a little deeper before looking up to say: "No one is fooling you, brother."
The skipper looked down again at his boots and went on making the hole deeper.
"I'll play if you wish," said the willowy young man.
"Can you you bat?" said the skipper, not looking up. He had dug a big hole now and seemed very interested in it.
"A little," said the young fellow.
"Can you bowl?" The skipper was smoothing out the sides the hole.
"Not much," said the young chap. "
"Field?"
"A little," said the young bloke.
"A little is not very much," said the skipper. "Bat a little is not very much when the Demon is bowling."

 

 1701709-af78978b29a9b07187ee1efcd577ba02.jpg
Dal Stivens (31 december 1911 - 16 juni 1997)

 

 

De Amerikaanse (sciencefiction) schrijfster Connie Willis werd geboren in Denver (Colorado) op 31 december 1945. Zie ook alle tags voor Connie Willis op dit blog.

Uit: Blackout 

“Why was everyone acting like a truant officer?
“You haven’t been sent down, have you?”
“No.” Not if they don’t catch me. “School holiday.”
“If you’re here to talk me into letting you go to the Crusades, the answer is no.”
“The Crusades?” Colin said. “That was years ago—”
“Does Mr. Dunworthy know you’re here?” Badri asked.
“Actually, I’m looking for him. The porter at Balliol told me he might be here.”
“He was,” the tech said. “You only just missed him.”
“Do you know where he was going?”
“No. You might try Wardrobe.”
“Wardrobe?” First Research and now Wardrobe. Mr. Dunworthy was obviously going somewhere. “Where is he going? St. Paul’s?”
“Yes,” the tech said. “He’s researching—”
“Linna, I need those coordinates,” Badri said, glaring at her. The tech nodded and went over to the other side of the lab.
“He’s going to St. Paul’s to rescue the treasures, isn’t he?” Colin asked Badri.
“Mr. Dunworthy’s secretary should know where he is,” Badri said and walked back to the console. “Why don’t you go over to Balliol and ask him?”
“I did. He wouldn’t tell me anything.”

 

 1701709-4f4c9766561d8e08cff2066022f9171c.jpg
Connie Willis (Denver, 31 december 1945)

 

 

De Italiaanse dichter Giovanni Pascoli werd geboren op 31 december 1855 in San Mauro di Romagna. Zie ook alle tags voor Giovanni Pascoli op dit blog.

 

Night-Blooming Jasmine

And the night-blooming flowers open,
open in the same hour I remember those I love.
In the middle of the viburnums
the twilight butterflies have appeared.

After a while all noise will quiet.
There, only a house is whispering.
Nests sleep under wings,
like eyes under eyelashes.

Open goblets exhale
the perfume of strawberries.
A light shines there in the room,
grass sprouts over the graves.

A late bee buzzes at the hive
finding all the cells taken.
The Hen runs through the sky’s blue
yard to the chirping of stars.

The whole night exhales
a scent that disappears in the wind.
A light ascends the stairs;
it shines on the second floor: goes out.

And then dawn: the petals close
a little crumpled. Something soft
and secret is brooding in an urn,
some new happiness I can’t understand yet.

 

Vertaald door Geoffrey Brock

 

 1701709-56638467680637cde9fdb43789b11696.jpg
Giovanni Pascoli (31 december 1855 – 6 april 1912)

 

 

De Franse schrijfster gravin Marie de Flavigny d'Agoult werd in 1805 geboren in Frankfurt Am Main. Zie ook alle tags voor Marie d'Agoult op dit blog.

 

Uit: Dante et Goethe

« ÉLIE.
Votre imagination confond mes faibles esprits. Vous franchissez d’un bond l’espace et les siècles...
Le génie n’est jamais loin. Il est présent partout, comme Dieu. Combien de fois ne l’ai-je pas éprouvé ! Qu’un spectacle inaccoutumé de la nature ou quelque événement soudain ébranle et trouble ma pensée, aussitôt, par je ne sais quelle évocation secrète, qui se fait en moi comme à mon insu, il me semble voir à mes côtés deux figures immortelles, deux génies lumineux, dont la seule présence fait rentrer en moi la paix, et en qui je vois toute chose se réfléchir, s’ordonner, s’éclairer, comme en un miroir magique.
ÉLIE.
Per speculun in enigmate. N’est-ce pas ainsi que parlait saint Paul ? Il y a longtemps, Diotime, que je vous soupçonnais d’être tant soit peu visionnaire !... Et ces deux génies sont Dante ?...
Dante et Gœthe.
ÉLIE.
Dante et Gœthe !... étrange association de noms !
Pourquoi étrange ?”

 

 1701709-23f954d37794cca66d76e4c910504630.jpg
Marie d'Agoult (31 december 1805 – 5 maart 1876)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e december ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:18 Reageer op dit bericht

Irina Korschunow, Nicholas Sparks, Gottfried August Bürger, Alexander Smith, Horacio Quiroga, Stephan Krawczyk

De Duitse schrijfster Irina Korschunow werd geboren op 31 december 1925 in Stendal in Sachsen-Anhalt. Zie ook alle tags voor Irina Korschunow op dit blog. 

Uit: Glück hat seinen Preis

»War das mein Leben?« fragte sie, als ob ich eine Antwort wissen müßte. Für wen? Für sie? Für mich? Ich werde sie finden. Ich habe die Bilder im gelben Karton, die Geschichten dazu. Und auch die Stadt, in die ich fahren kann auf meiner Spurensuche. Die Abrißkolonnen sind darüber hinweggegangen und später der Krieg, aber ein paar Straßenläufe gibt es noch, ein paar Häuser, ein paar Gräber, ein paar Menschen: Kiel, dänisch-beschaulich bis 1866, dann unter preußischer Herrschaft zur Großstadt explodiert, Stadt der Marine, der Schiffe, der Werften, Hafenstadt, Kaiserstadt, in die mein Großvater Peersen am 5. März 1887 kam, um sein Glück zu machen.
»Er kam vom Dorf«, sagte meine Mutter, wenn sie von seinen Anfängen erzählte. »Seine Eltern hatten einen kleinen Hof in der Probstei. Aber er träumte vom Häuserbauen, dein Großvater Peersen, und ist Maurer geworden und eines Tages nach Ellerbeck gegangen und mit einem Fischer rüber nach Kiel gefahren.«
Ich stelle mir meinen Großvater Peersen vor, nicht den Mann mit dem grauen Kinnbart und den runden Schultern, wie meine Mutter sie von ihm geerbt hat und ich vielleicht auch, sondern jung, breit, einsneunzig groß, mit hellen Haaren und hellen Augen, die er zusammenkniff, weil dort, von wo er herkam, immer ein Wind wehte.
»Lat mi mit röver«, sagte er zu dem Fischer im breiten Platt seines Dorfes hinter der Förde. Er war als Geselle auf Wanderschaft gewesen, danach zwei Jahre bei einem Meister in Flensburg. Er hatte sein Erbe verkauft, sechs Hektar Ackerland, Koppeln, das reetgedeckte Haus mit den Kastanien, die es vor dem Wind schützen sollten, ein paar Stück Vieh, und die Schwestern ausgezahlt. In seiner Tasche steckte der Meisterbrief. Maurermeister Johann Peersen.“

 

 1701705-53eef49750744275fd2e59aae298124b.jpg
Irina Korschunow (31 december 1925 – 31 december 2013)

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Nicholas Sparks werd geboren in Omaha, Nebraska op 31 december 1965. Zie ook alle tags voor Nicolas Sparks op dit blog.

Uit: Dear John

“Our physical features were completely different, too. While he had sandy hair, hazel eyes, and freckles, I had brown hair and eyes, and my olive skin would darken to a deep tan by May. Our differences struck some of our neighbors as odd, which made sense, I suppose, considering that he'd raised me by himself. As I grew older, I sometimes heard them whispering about the fact that my mom had run off when I was less than a year old. Though I later suspected my mom had met someone else, my dad never confirmed this. All he'd say was that she'd realized she made a mistake in getting married so young, and that she wasn't ready to be a mother. He neither heaped scorn on her nor praised her, but he made sure that I included her in my prayers, no matter where she was or what she'd done. "You remind me of her," he'd say sometimes. To this day, I've never spoken a single word to her, nor do I have any desire to do so.
I think my dad was happy. I phrase it like this because he seldom showed much emotion. Hugs and kisses were a rarity for me growing up, and when they did happen, they often struck me as lifeless, something he did because he felt he was supposed to, not because he wanted to. I know he loved me by the way he devoted himself to my care, but he was forty-three when he had me, and part of me thinks my dad would have been better suited to being a monk than a parent. He was the quietest man I've ever known. He asked few questions about what was going on in my life, and while he rarely grew angry, he rarely joked, either. He lived for routine.”
He cooked me scrambled eggs, toast, and bacon every single morning and listened as I talked about school over a dinner he'd prepared as well. He scheduled visits to the dentist two months in advance, paid his bills on Saturday morning, did the laundry on Sunday afternoon, and left the house every morning at exactly 7:35 a.m. He was socially awkward and spent long hours alone every day, dropping packages and bunches of mail into the mailboxes along his route. He didn't date, nor did he spend weekend nights playing poker with his buddies; the telephone could stay silent for weeks.”

 

 1701705-76170d180c5e7cc28e94e7a48674e19b.jpg
Nicholas Sparks (Omaha, 31 december 1965)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Gottfried August Bürger werd geboren op 31`december 1747 in Molmerswende. Zie ook alle tags voor Gottfried August Bürger op dit blog.

 

TrauerstilleO wie öde, sonder Freudenschall,
Schweigen nun Paläste mir, wie Hütten,
Flur und Hain, so munter einst durchschritten,
Und der Wonnesitz am Wasserfall!

Todeshauch verwehte deinen Hall,
Melodie der Liebesred’ und Bitten,
Welche mir in Ohr und Seele glitten
Wie der Flötenton der Nachtigall.

Leere Hoffnung! nach der Abendröthe
Meines Lebens einst im Ulmenhain
Süß in Schlaf durch dich gelullt zu sein!

Aber nun, o milde Liebesflöte,
Wecke mich beim letzten Morgenschein
Lieblich statt der schmetternden Trompete.

 

 

Lied

Mein frommes Mädchen ängstigt sich,
Wann ich zu viel verlange.
Die Angst der Armen macht, daß ich
Von Herzen mit erbange.

Schwebt unversucht alsdann vor mir
Der Wollust süßer Angel;
So härmt sie sich noch ärger schier,
Und wähnet Liebesmangel.

So, hier und dort gebracht in Drang,
Ersticken unsre Freuden.
O Liebe, löse diesen Zwang
An einem von uns beiden!

Gib, daß sie mich an Herz und Sinn
Zum Heiligen bekehre,
Wo nicht, daß sie als Sünderin
Des Sünders Wunsch erhöre!

 

 1701708-8a00dcfeae09fcbd2914d315a3491603.jpg
Gottfried August Bürger (31 december 1747 – 8 juni 1794)
Portret door von Johann Heinrich Tischbein dem Jüngeren, 1771

 

 

De Schotse dichter Alexander Smith werd geboren op 31 december 1830 in Kilmarnock. Zie ook alle tags voor Alexander Smith op dit blog.

 

Glasgow (Fragment)

I dwelt within a gloomy court,
Wherein did never sunbeam sport;
Yet there my heart was stirred -
My very blood did dance and thrill,
When on my narrow window-sill
Spring lighted like a bird.
Poor flowers! I watched them pine for weeks,
With leaves as pale as human cheeks.

Afar, one summer, I was borne;
Through golden vapors of the morn
I heard the hills of sheep:
I trod with a wild ecstasy
The bright fringe of the living sea:
And on a ruined keep
I sat, and watched an endless plain
Blacken beneath the gloom of rain.

Oh, fair the lightly-sprinkled waste,
O'er which a laughing shower has raced!
Oh, fair the April shoots!
Oh, fair the woods on summer days,
While a blue hyacinthine haze
Is dreaming round the roots!
In thee, O city! I discern
Another beaity, sad and strern.

 

 1701705-0991e5c6fb50fc4a93b4cefbbf14cee2.jpg
Alexander Smith (31 december 1830 - 5 januari 1867)

 

 

De Uruguayaanse schrijver Horacio Quiroga werd geboren op 31 december 1878 in Salto. Zie ook alle tags voor Horacio Quiroga op dit blog.

The Son (Vertaald door F. Wufferz)

“The image of his own son has not escaped historment. He has seen him stumbling, covered in blood, when the booy struck the workshop forge witha pistol bullet while smoothing over the clasp of his hunting belt.Horrible things. But now, with the ardent and vital summer day, whose love his son seems tohave inherited. The father feels happy, tranquil, and sure of the future.In that moment, not far away, a shot rings out.The Saint-Etienne, thinks the father when he recognizes the blast. Two fewer doves in theforest.Without paying any more attention to the insignificant event, the father once again becomesabsorbed in his work.The sun, already quite high, continues rising. Wherever the eye falls – on rocks, earth, trees – the air, rarified as if in an oven, throbs with heat. A deep hum fills the entire being and pervades thesurroundings as far as the eye can see, and joins all tropica life at that hour.The father puts an ear to his wrist: noon. And he raises his eyes toward the scrubland.His son should be on his way back already. With the trust they place in each other – the silver-templed father and the thirteen-year-old boy – they no longer deceive themselves. When his sonanswers, “Yes, Dad, I'll do what you say.” He said he would return before twelve, and the father smiledwhen he saw him leave.”

 

 1701705-38a42e6e3e079fa3abdbea0720a914c1.jpg
Horacio Quiroga (31 december 1878 – 19 februari 1939)
Portret in het Casa Museo Horacio Quiroga in San Ignacio

 

 

De Duitse schrijver en musicus Stephan Krawczyk werd geboren op 31 december 1955 in Weida in Thüringen. Zie ook alle tags voor Stephan Krawczyk op dit blog.

Ich brauche keine Frau zum Disputieren,
ich stehe selbst im grellen Geisterlicht
und lass mich gern ins Offene entführen.
Das will die Disputantin aber nicht.

 
                 *

Du denkst, es läuft heut alles fein,
da stellt das Gestern dir ein Bein.
Du strauchelst kurz und lachst darüber,
doch morgen kommt das Gestern wieder.
 

                  *

Zum Steinewerfer sagt der Stein:
"Muss das denn jetzt auch noch sein?
Der Flug ist schön, ja, auch der Fall,
doch dann erdröhnt das ganze All.
Ach, wie mir vor dem Aufprall graut!
Der ist nicht nur entsetzlich laut,
vom letzten Aufprall schmerzt noch sehr
(und der ist tausend Jahre her)
mein rechter großer Steinezeh.
Der tut sogar im Liegen weh!"

 

 1701705-c3022528ae3f3b00b7705f48bcdfbe24.jpg
Stephan Krawczyk (Weida, 31 december 1955)

Geschreven door Romenu om 12:08 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten