Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 14 januari 2015 tot 15 januari 2015

Hélène Swarth, Antoine Wauters, Etty Hillesum

 

Dolce far niente

 

 1708541-629161fcd6b691890e1d260947f7b47c.jpg
In Peril door John Atkinson Grimshaw, 1879

 

 

Winterdag

De wolken dreven wondersnel,
De bomen bogen naar elkaar.
O mannenliefde! o wolkenspel!
Luid sloeg mijn hart, van weemoed zwaar.

Fel blies de kille winterwind
De loverloze lanen door.
'k Had willen wenen als een kind,
't Was of die wind mijn hart bevroor.

Toog ooit zo bleek, zo stil een paar,
De wegen langs met droever zin?
Wij gingen zwijgend naast elkaar,
Een troosteloze toekomst in.

 

 

 1708541-ed20ee140b79b1f0f465689617fa8b83.jpg
Hélène Swarth (25 oktober 1859 - 20 juni 1941)
Gravure door Auguste Tilly, 1889

 

 

De Belgische dichter en schrijver Antoine Wauters werd op 15 januari 1981 geboren in Luik. Zie ook alle tags voor Antoine Wauters op dit blog.

Uit: Nos mères

« Au vrai, nos mères n'ont plus la force de manger, ni de prendre soin des fleurs, ni de sourire ni de se faire belle, alors qu'il suffirait d'un rien pourtant et aucun doute là-dessus.
N'ayant plus que septembre en tête, elles nous auscultent sur la table de la cuisine, car nous serions couverts de poux.
Quelques mots.
Quelques baisers.
On voudrait tant que nos mères nous parlent.
Quelques minuscules mots.
Quelques tout minces baisers.
On voudrait tant parler à nos mères, les rassurer, les consoler, juste.
Mais quand nous nous mettons en tête de communiquer avec ces femmes, elles enferment nos langues dans des bouches pétrifiées qui ne savent plus, à force, comment les joindre. »

 

 1708541-4a581af6e2a1714a31185f88a83c9f3b.jpg
Antoine Wauters (Luik, 15 januari 1981)

 

 

De Nederlandse schrijfster Etty Hillesum werd geboren in Middelburg op 15 januari 1914. Zie ook alle tags voor Etty Hillesum op dit blog.

Uit: Het verstoorde leven - Dagboek van Etty Hillesum.

“12 juli 1942
Ik zal je helpen, God, dat Je het niet in mij begeeft, maar ik kan van tevoren nergens voor instaan.
Maar dit ene wordt me steeds duidelijker: dat Jij ons niet kunt helpen, maar dat wij Jou moeten helpen, en door dat laatste helpen wij onszelf.
Dit is het enige wat wij in deze tijd kunnen redden en ook het enige waar het op aankomt: een stukje van Jou in onszelf, God.
En misschien kunnen wij eraan meewerken Jou op te graven in de geteisterde harten van anderen…
en haast met iedere hartslag wordt het mij duidelijk: dat we de woning in ons, waar Jij huist, tot het laatste toe moeten verdedigen..
Er zijn mensen, het is heus waar, die nog op het laatste ogenblik stofzuigers in veiligheid brengen en zilveren vorken en lepels, in plaats van jou, mijn God. En er zijn mensen, die hun lichamen in veiligheid willen brengen, die alleen nog maar behuizingen zijn voor duizend angsten en verbitteringen.
En ze zeggen: mij zullen ze niet in hun klauwen krijgen. en ze vergeten, dat men in niemands klauwen is, als men in jouw armen is.”

 

 1708541-250586793241cc2378dda616333188fa.jpg
Etty Hillesum (15 januari 1914 – 30 november 1943)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e januari ook mijn blog van 15 januari 2014 en ook mijn blog van 15 januari 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:25 Reageer op dit bericht

Maud Vanhauwaert

De Vlaamse dichteres en schrijfster Maud Vanhauwaert werd op 15 januari 1984 geboren in Veurne. Ze heeft een tweelingzus genaamd Julie. Aan de lokale muziekacademie volgde Vanhauwaert de cursussen dictie en voordracht. Vanhauwaert studeerde Woordkunst en Taal- en Letterkunde, en volgde daarna de master Meertalige Professionele Communicatie. Ze behaalde een master-diploma Taal en Letterkunde aan de Universiteit van Antwerpen en een master-diploma Drama aan het Conservatorium van Antwerpen. Zij kreeg als dichteres voor het eerst bekendheid binnen het Poetry Slam circuit. Vanhauwaert won de Noorderzlam te Groningen en de Poetry Slam op het Antwerpse literatuurfestival Zuiderzinnen. In 2010 won zij de text-on-stage wedstrijd Frappant TXT. In 2014 debuteerde Vanhauwaert met haar one-woman-theatershow 'Die Dramatische Pose (werktitel)'. n 2011 debuteerde zij als dichters met de poëziebundel 'Ik ben mogelijk'. Voor deze bundel ontving zij de Vrouw Debuut Prijs. In 2012 deed Vanhauwaert nogmaals mee aan de Belgische kampioenschappen Poetry Slam. Dit keer won ze. Ze behaalde de finales van het Wereldkampioen Poetry Slam. Ook stond ze als finaliste op het Leids Cabaret Festival (2014).

 

Jonge mensen die zwijgen
slappe ballen onder een stijve
lage slingers bij een verjaardagsfeest
waar zijn de moeders
die vragen hoe het is geweest

in deze stad waarin ze met moeite de maand neertelt
het aangeraden gebak, zonnebrillen metallisch groen
van keverschilden, vraagt ze: ik ben alleen

en hoewel de lucht zalmroze
we vrijelijk kunnen spreken dus van luchtroze zalm
zeg ik domweg ja, de stad is steeds

en dan de putjes in haar lach
alsof in elke wang een nietje zat

 

 

Het was zomer en we wisten niet wat doen
de stenen herinnerden zich
de regen van de dag
de bliksem flitste ons.

Iemand riep iets in de verte
en nog iemand deed hetzelfde.
Vergeten wordt nooit voltooid,
heeft ze gezegd.

Toen haalde ze zichzelf uit de kleren
een flauwgevallen hoopje met haar geur erin.
Ik wilde een laken over haar heen
haar ontwapend zien durfde ik niet aan.

Bang dat ze zou afvallen, blad na blad,
ze houdt van mij/ ze houdt van mij
om vormeloos te liggen als ze uit mij stapt
vroeg ik niet of ik eens om haar mocht.

Maar wanneer ook zij eindelijk
vergeten was wat zeggen
en we in twee hoge komma’s lagen
wachtend op een zin
met dieprood gefrons, zomergraan
tempelhoven
nam ze in mij de bocht
en haalde ik haar langzaam aan.

 

 1837579-33dd015c30ccd7f5e28701ba7ef8ab09.jpg
Maud Vanhauwaert (Veurne, 15 januari 1984)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Philip Snijder

Onafhankelijk van geboortedata:

De Nederlandse schrijver Philip Snijder werd geboren in Amsterdam in 1956. Hij groeide op in een oude volksbuurt. Snijder studeerde Italiaans en werkte onder andere bij een schoonmaakbedrijf, boekhandel, jeugdhotel, universiteit, café en culturele instelling. Hij publiceerde een paar verhalen over zijn jeugd in het literaire tijdschrift De Tweede Ronde. Deze deels op waargebeurde feiten gebaseerde verhalen heeft hij verwerkt in zijn debuut “Zondagsgeld”, dat genomineerd werd voor de Academica Debutantenprijs en inmiddels elf keer is herdrukt. In 2011 verscheen de roman “Retour Palermo”, in 2012 gevolgd door “Het geschenk”.

Uit: Het geschenk

“Dit was de tweede keer dat ik meeging naar de Valeriuskliniek, en nu alleen met mijn moeder. Mijn vader, om wie het allemaal te doen was, zat thuis voor het raam waar hij zich, voortgestuwd door de op volle toeren draaiende motor van zijn sombere boosheid, wijdde aan de enige activiteit waarmee hij nu zijn dagen vulde: het in zo hoog mogelijk tempo draaien en oproken van zware sjekkies. Hij wist niets van deze missie van mijn moeder en mij.
Ook toen hij enige maanden geleden in de Valerius moest verschijnen voor een van zijn onderzoeken, had ik een keer, net zo vervuld van weerzin en gêne als nu, aan een plastic lus in de tram gehangen. Toen maakten we de tocht vanaf het Centraal Station met z’n drieën. En ook al waren er vrije zitplaatsen genoeg, en wees mijn moeder me die even nadrukkelijk als onnodig aan, ik bleef staan. Tijdens het rijden was ik, veinzend mijn evenwicht te verliezen bij het afremmen of optrekken, steeds van de ene lus naar de andere verschoven, om zo de afstand tussen mijn zittende ouders en mij onopgemerkt te vergroten. Terwijl ik uit het raam bleef kijken lukte het me zo ver van ze vandaan te komen dat ze me niet meer konden aanspreken. Met mijn rug naar ze toe had ik het zo tot in Oud-Zuid volgehouden.
Deze middag in de lente was het veel drukker in de tram, en zou mijn moeder het feit dat ik niet tegenover haar ging zitten maar bleef staan, zeker interpreteren als een bewijs van de hoffelijkheid van haar puberzoon, die met zijn jonge lijf geen van de schaarse zitplaatsen wenste in te nemen. Dat zouden ook die mensen eens moeten opmerken die altijd met gefronste blik keken naar zijn wild uitgegroeide lokken en zijn eigenhandig gebleekte en van rafels voorziene spijkerkleding, wist ik dat mijn moeder dacht. Over haar getoupeerde kapsel heen keek ik naar de voorbijschuivende gevels. Ik slaagde er uiteindelijk in haar buiten mijn gezichtsveld te krijgen, al bleef ze door de sterke geur van haarlak, lippenstift en poeder die van haar hoofd opsteeg, hardnekkig onder me aanwezig.
‘... even rustig praten met de dokter...’ En: ‘... beter nog niet tegen uw man zeggen...’ Zo luidde de samenvatting van het telefoongesprek met de assistente van de neuroloog, mij door mijn moeder een dag eerder fluisterend voorgelegd.

 

 1711494-588a8b1a92e2a5e18361dcd7ea8e09e8.jpg
Philip Snijder (Amsterdam, 1956)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

J. Bernlef, Edward St Aubyn, Yukio Mishima, Anchee Min, Martin Auer. Isaäc da Costa

De Nederlandse schrijver en dichter J. Bernlef werd geboren op 14 januari 1937 in Sint Pancras. Zie ook alle tags voor J. Bernlef op dit blog.

 

De rups trekt zichzelf in twijfel

De rups trekt zichzelf in twijfel
steigert op de twijg, lijkt blind rond
te tasten in de richting van de vlinder die hij wil
stort dan neer
recht voor de bek van de merel.
Hap!
Weg vlinder.

 

 

Liefde

Op een vluchtheuvel
kust een jongen een meisje
met paardentanden
bolle ogen achter een bril
zoeken de zijne fletse blauwe
in een gezicht vol pukkels

In zijn aktentas
dat weet ik zeker
zitten nog de broodkruimels van vorige week
en haar bloemetjesjurk
ruikt naar thuis en een keeshond van porselein
waarvan een poot is gebroken

en toch staat de stad
plotseling stil
straks in het warenhuis
een pakje shampoo vallen
zal deze vrouw zich wegen en
die man zijn voeten vegen

op een mat
waarop welkom staat geschreven

maar nu
staat de stad
stil

als blauwe ogen
fletse blauwe trouwen

 

 

Oom Karel: een familiefilmpje

Vanmiddag een familiefilmpje gezien. Oom Karel
niets vermoedend in een bootje bij Loosdrecht.
Drie weken later was hij dood, niet meer vatbaar voor
celluloid.

Hoe goed zou het zijn een filmpje van zijn sterven te bezitten
als operateur zijn laatste adem af te draaien
vertraagd het stollen van zijn blik, het vallen van die hand
langs ijzeren bedkant nog eens en nog eens te vertonen.

Of op topsnelheid, zodat het doodgaan van oom Karel
iets vrolijks krijgt, een uitgelaten dans op een krakend bed,
de omhelzing van een onzichtbare vrouw

die teruggedraaid hem wakker kust; de ogen
worden weer blik, kijken in de lens, de hand wijst.
Oom Karel leeft, oom Karel is dood.

 

 

 1708072-ab7aa90254e95dbea3be74d1cea21f5a.jpg
J. Bernlef (14 januari 1937 - 29 oktober 2012)

 

 

De Britse schrijver en journalist Edward St Aubyn werd geboren op 14 januari 1960 in Cornwall. Zie ook alle tags voor Edward St Aubyn op dit blog.

Uit: Eindelijk (Vertaald door Nicolette Hoekmeijer)

“‘Je tante zal zo ook wel komen, neem ik aan. Een maar al te vertrouwd gezicht te midden van de aubergines. Ik heb haar vorige week nog gezien, in New York, en het verheugt me te kunnen zeggen dat ik haar als eerste van het tragische nieuws over je moeder op de hoogte heb gebracht. Ze barstte in tranen uit en bestelde een croque-monsieur om haar tweede portie dieetpillen mee naar binnen te werken. Ik had met haar te doen en heb ervoor gezorgd dat de Blands haar te eten vroegen. Ken je Freddie Bland? De kleinste miljardair ter wereld.
Zijn ouders waren haast echte dwergen, zoals generaal Tom Thumb en zijn vrouw. Ze kwamen altijd met een hoop tamtam de kamer binnen en verdwenen vervolgens onder een consoletafeltje. Baby Bland is ineens op de serieuze toer, wat je wel vaker ziet bij mensen in hun seniele nadagen. Van alle ridicule onderwerpen die een mens maar kan verzinnen om een boek over te schrijven, heeft zij het kubisme gekozen.
Volgens mij gaat het er vooral om dat ze een ideale echtgenote wil zijn. Ze weet hoe druk Freddie zich altijd maakte over haar verjaardag, maar dankzij haar nieuwe hobby hoeft hij alleen nog maar naar Sotheby’s te gaan en een stuitend lelijk schilderij te laten inpakken van een vrouw met een gezicht als een stuk watermeloen, van die rasoplichter Picasso, en hij weet dat ze in de zevende hemel zal zijn. Weet je wat Baby laatst tegen me zei? Tijdens het ontbijt, nota bene, toen ik me nauwelijks kon verweren.’ Nicholas zette een gemaakt stemmetje op.
“Die meesterlijke vogels in het latere werk van Braque zijn slechts een excuus voor de hemel.”
“Maar wel een uitmuntend excuus,” zei ik, en ik verslikte me bijna in mijn eerste slok koffie, “veel sterker dan een grasmaaier of een paar klompen. Het laat zien dat hij zijn onderwerp volkomen beheerste.”

 

 1708072-bf5e5ee4f3705469661fa05bb99dcb85.jpg
Edward St Aubyn (Cornwall, 14 januari 1960)

 

 

De Japanse schrijver Yukio Mishima werd geboren op 14 januari 1925 in Tokyo. Zie ook ook alle tags voor Yukio Mishima op dit blog.

Uit: Sun and Steel (Vertaald door John Bester)

"Of late, I have come to sense within myself an accumulation of all kinds of things that cannot find adequate expression via an objective artistic form such as the novel. A lyric poet of twenty might manage it, but I am twenty no longer, and have never been a poet at any rate. I have groped around, therefore, for some other form more suited to such personal utterances and have come up with a kind of hybrid between confession and criticism, a subtly equivocal mode that one might call “confidential criticism.”
I see it as a twilight genre between the night of confession and the daylight of criticism. The “I” with which I shall occupy myself will not be the “I” that relates back strictly to myself, but something else, some residue, that remains after all the other words I have uttered have flowed back into me, something that neither relates back nor flows back.
As I pondered the nature of that “I,” I was driven to the conclusion that the “I” in question corresponded precisely with the physical space that I occupied. What I was seeking, in short, was a language of the body.
If my self was my dwelling, then my body resembled an orchard that surrounded it. I could either cultivate that orchard to its capacity or leave it for the weeds to run riot in. I was free to choose, but the freedom was not as obvious as it might seem. Many people, indeed, go so far as to refer to the orchards of their dwellings as “destiny.”
One day, it occurred to me to set about cultivating my orchard for all I was worth. For my purpose, I used sun and steel. Unceasing sunlight and implements fashioned of steel became the chief elements in my husbandry. Little by little, the orchard began to bear fruit, and thoughts of the body came to occupy a large part of my consciousness.”

 

 1708072-dae693a58889f812adb8dcc01bd8d7ea.jpg
Yukio Mishima (14 januari 1925 - 25 november 1970)
Cover 

 

De Chinese schrijfster Anchee Min werd geboren in Shanghai op 14 januari 1957. Zie ook alle tags voor Anchee Min op dit blog.

Uit: Empress Orchid

“Each time the footmen paused for a break the flies covered the lid like a blanket. Mother asked my sister Rong, my brother Kuei Hsiang and me to keep the flies away. But we were too exhausted to lift our arms. We had been traveling north along the Grand Canal on foot because we had no money to hire a boat. My feet were covered with blisters. The landscape on both sides of the path was bleak. The water in the canal was low and dirt- brown. Beyond it were barren hills, which extended mile after mile. There were fewer inns to be seen. The ones that we did come upon were infested with lice.
“You’d better pay us,” the head footman said to Mother when he heard her complaint that her wallet was near empty, “or you will have to carry the coffin yourselves, madam.” Mother began to sob again and said that her husband didn’t deserve this. She gained no sympathy. The next dawn the footmen abandoned the coffin.
Mother sat down on a rock by the road. She had a ring of sores sprouting around her mouth. Rong and Kuei Hsiang discussed burying our father where he was. I didn’t have the heart to leave him in a place without a tree in sight. Although I was not my father’s favorite at first —he was disappointed that I, his firstborn, was not a son—he did his best in raising me. It was he who insisted that I learn to read. I had no formal schooling, but I developed enough of a vocabulary to figure out the stories of the Ming and Ch’ing classics.
At the age of five I thought that being born in the Year of the Sheep was bad luck.
I told my father that my friends in the village said that my birth sign was an inauspicious one. It meant that I would be slaughtered.
Father disagreed. “The sheep is a most adorable creature,” he said. “It is a symbol of modesty, harmony and devotion.” He explained that my birth sign was in fact strong. “You have a double ten in the numbers. You were born on the tenth day of the tenth moon, which fell on the twenty-ninth of November 1835. You can’t be luckier!” Also having doubts regarding my being a sheep, Mother brought in a local astrologer to consult.”

 

 1708072-4e4e2c473d7cf28a539751b9c9e39f9c.jpg
Anchee Min (Shanghai, 14 januari 1957)

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver, musicus en cabaretier Martin Auer werd geboren op 14 januari 1951 in Wenen. Zie ook alle tags voor Martin Auer op dit blog.

Uit: Stadt der Fremden

"So, Dichter, jetzt schulden Sie mit aber was!" sagt sie, als wir das Polizeigebäude verlassen, "ich habe Ihnen eine Nacht im Gefängnis erspart!"
"Nein, Sie schulden mir etwas. Sie haben mich um eine wesentliche Erfahrung gebracht. Eine Nacht im Polizeigefängnis wäre auszuhalten gewesen. Und für mein Buch über meine Erfahrungen in Kenia hätte eine Schilderung der Gefängniszustände aus eigener Anschauung sicher auflagensteigernd gewirkt."
"Sie wollen ein Buch schreiben?"
"Schön langsam drängt es sich auf, meinen Sie nicht?"
Sie nickt. "Und was schulde ich Ihnen, Ihrer Meinung nach, Dichter?"
"Dass Sie sich von mir zum Abendessen einladen lassen. Ich habe schrecklichen Hunger. Und was schulde ich Ihnen, Ihrer Meinung nach?"
"Eine Einladung zum Abendessen. Ich habe schrecklichen Hunger."
"Und wo kriegen wir um diese Zeit etwas?"
"Im YMCA jedenfalls nicht. Dort ist um zehn Schluss. Es bleibt uns nur das Florida Casino oder eins von den großen Hotels."
"Nicht ins Florida. Dort ist die Musik zu laut."
"Also gehen wir ins Norfolk."
Wir gehen durch den ziemlich verlassenen Uni-Campus, Njoki hängt sich bei mir ein. Wäre das Campus-Gelände doch unendlich groß.

 

 1708072-424f74f1c35dfc06d85531085993e0ab.jpg
Martin Auer (Wenen, 14 januari 1951)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Isaäc da Costa werd geboren in Amsterdam op 14 januari 1798. Zie ook alle tags voor Isaäc da Costa op dit blog.

 

De traan

De traan, die opbruist naar onze ogen,
In liefde en vriendschap, vreugde en smart,
Die is de ware tolk van 't hart!
Wie door een mond ooit werd bedrogen,
Die een geveinsde glimlach plooit,
Een traan!..... een traan misleidde nooit!

De traan, naar boven opgedreven
Bij 't heimlijk slaken van een zucht,
Geeft de geperste boezem lucht!
Men ziet hem als een nevel zweven:
Maar door die nevel speelt de gloed
Van 't weder ademend gemoed!

De traan van 't smeltend mededogen,
Dat in des naasten lijden lijdt,
En hem eens broeders zorgen wijdt,
Verkondigt in de glinstrende ogen
De Godlijke afkomst onzer ziel,
Hoe diep zij van zich zelf verviel!

De traan des zeemans, die gevaren,
Noch 't naderende doodsuur vreest,
Is 't afscheidsteken van de geest
Aan vrouw en kind, wanneer de baren
Van d' opgeruide Oceaan
Het dobbrend schip verzwelgen gaan!

Waar Roemzucht, wederzijds ontstoken,
D' onmenselijke kampstrijd mengt,
Ook daar wordt vaak een traan geplengd!
En 't recht der mensheid is gewroken,
Wanneer hij 's winnaars oog ontvloeit,
En 't vijandlijke lijk besproeit!

Of, als wij 't dierbaar oord begeven,
Dat onze eerste kinderlach,
Dat onze eerste bloeitijd zag,
Om dieper in te treên in 't leven;
Dan staren wij 't weemoedig aan,
En 't droef Vaarwel spreekt door een traan!

Maar gij, vooral, gevoel van liefde!
Uw alveroverende tocht
Wekt stromen van dit balsemvocht!
Voor wie uw gloênde pijl doorgriefde
Zijn tranen wellust van het hart,
In liefdes vreugd, in liefdes smart!

Ook wie de geestdrift heeft bevangen,
Die 't moedig hart, waarin zij blaakt,
Tot aller harten meester maakt,
Die verft een gloeiend rood de wangen,
Die wemelt in het oog een traan,
Die meer dan woorden doet verstaan.

Wie eerbied ooit de ziel vervulde
In 't brandend tijdperk van de jeugd,
Voor mannenmoed, voor mannendeugd;
De traan is 's harten eêlste hulde,
En die de nagedachtenis
Van grote namen waardig is!

Zo wekken Cesars lauwerkronen,
Zo Alexanders fiere moed,
Zo Maurits grootheid, waard zijn bloed,
Diep uit het hart der heldenzonen
Een traan op, die voor 't oog verraadt
Van welk een zucht de boezem slaat!

Het marmer is een koude hulde!
Mijn vrienden! welle een enkle drop
Uit uw gevoel'ge harten op,
(Is slechts de geest die mij vervulde
Zo liefelijk een hulde waard)
Wanneer 'k zal rusten onder de aard!

 

 1708072-6c20981eca507b09a0c4e80bf9df6530.jpg
Isaäc da Costa (14 januari 1798 – 28 april 1860)
Portret door Adrianus Johannes Ehnle, 1855

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e januari ook mijn blog van 14 januari 2011 deel 2 en eveneens deel 3

Geschreven door Romenu om 19:54 Reageer op dit bericht

Chris De Stoop

De Vlaamse schrijver en journalist Chris De Stoop werd geboren op 14 januari 1958 in Sint-Gillis-Waas. In zijn eerste boek, “Ze zijn zo lief meneer” (1992), beschreef hij als eerste over de internationale vrouwenhandel van binnenuit, wat grote beroering veroorzaakte in België en onder meer leidde tot de oprichting van een parlementaire onderzoekscommissie. Hij mocht hierover ook spreken in de begrafenisdienst van koning Boudewijn in 1993. In 2004 ontving De Stoop voor “Zij kwamen uit het Oosten”, het vervolg op zijn eerste boek, de Gouden Uil Publieksprijs. Hij was ook in 2008 genomineerd voor de AKO Literatuurprijs met “Het complot van België” De Stoop is opgegroeid in de polderstreek in het noorden van het Waasland en vestigde zich in 1999 in Doel. Zijn ervaringen bij de ontreddering en teloorgang van de dorpsgemeenschap in dit door havenuitbreidingen bedreigde polderdorp verwerkte hij in zijn boek “De Bres” (2000).

Uit: Verdoemenis

“Wanneer hij omstreeks half vijf plotseling wakker schrikt, heeft hij een melig, duizelig gevoel in zijn hoofd. Hij strijkt door zijn haar, dat door het zweet vast aan zijn schedel klit, en zegt, Zo voelt een drieduizend jaar oude mummie zich, als hij zijn omzwachtelde kop tegen het deksel van zijn sarcofaag stoot. Laffe nachtjager, vieze sluipdoder, bromt hij daarna, terwijl hij met zijn rechterhand naar een in de duisternis onzichtbare, al enige tijd boven zijn hoofd heen en weer snorrende mug slaat. En dan theatraal tegen zichzelf, André, laat de Heilige Geest binnen, en om de mug te verdrijven ontsteekt hij het licht. Een vergeelde farao, die, door ongedierte getergd, de slaap niet vatten kan, declameert de man in bed met luide stem, zodat zijn vrouw, die al even onrustig slaapt als hijzelf, zich knorrend omdraait. Hij klaagt steen en been tegen zijn moeder omdat allebei zijn armen elke zomer weer door muggenbeten weekrood, ontstoken en opgezwollen zijn. Jouw bloed is veel te zoet, antwoordt ze op wijze toon, jouw bloed is veel te zoet, jongen, kijk naar je broer, hij slaapt in dezelfde kamer, zelfs in hetzelfde bed, maar toch heeft hij nooit last van muggen, dat komt doordat muggen zoet bloed zoeken, en het jouwe is blijkbaar zoeter dan het zijne. Om hoe laat ben ik gisterenavond gaan slapen? vraagt hij zich af, terwijl hij, op zijn rug liggend, naar de diverse leeggewreven muggelijven op het plafond staart, ik heb Lydia toch geen klappen gegeven?, heb ik die kleine spastische Tamara wel netjes in bed gelegd?, en hoeveel heb ik in godsnaam weer gedronken? Je wil toch niet beweren dat ik te veel gedronken heb? lalt zijn dronken vader verontwaardigd, en dan stoot hij zijn kameraad aan, die drie jaar later voor aanranding en diefstal zal gearresteerd worden, en hij zegt, Kijk naar André, hij is mijn oudste, hij zal het zeker ver schoppen, en zijn straalbezopen kameraad, die vijf jaar later in zijn cel zijn linker pols zal oversnijden, omdat na een werkongeval in de drukkerij van de gevangenis zijn rechterarm moet geamputeerd worden, grijpt de jongen bij de schouder vast en hij zegt, André, lieve jongen, het ga je goed in je leven, en hij zoent hem met weke sponsachtige lippen op zijn voorhoofd, en daarna begint hij te hoesten en te rochelen tot hij bijna stikt in zijn eigen slijm.”

 

 1823319-20ef07a81213dc2e703bd01f07a5ace5.jpg
Chris De Stoop (Sint-Gillis-Waas, 14 januari 1958)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten