Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 27 januari 2015 tot 28 januari 2015

Ramsey Nasr, Peter Verhelst, Maik Lippert, Ismail Kadare, Wies Moens, José Martí

De Nederlandse dichter, schrijver en acteur Ramsey Nasr werd geboren in Rotterdam op 28 januari 1974. Zie ook alle tags voor Ramsey Nasr op dit blog.

 

Credo

geef mij het hoofd van de onnozel volhardende pletterloper
hij die hart op zwart cipres op rood dood op anijs laat rijmen
zijn uitpuilend gemoed weer bij elkaar raapt voorover bukkend
 
en maar struikeltochten organiseren door op platgetreden paden
bananenrijm voor zich uit te werpen hij is onverstoorbaar
half en kreupel blijft hij het zijn toverkeien zeggen kijk maar
 
een slechte mop verteld door een dichter zoals hij tekeergaat
soms springt hij op grijpt zonder reden mis naar omhoog
soms ook niet soms niet en ik heb hem altijd ruim verkozen
 
wel duizend-en-één-voudig boven hollands koning schraalhans
met de dichtgeschroefd moderne stem aan zijn stekelige tafel
rolstoel en handrem heus ik zal mijzelf wel redden breken schaden
 
ook aan orakels in de orde van de chocoladeschijter heb ik hekel
bruine nijl gieten ze uit in eigen zekerheid de onwrikbare waan
een echte vaticaanse doos likeurbonbons te hebben banketgekakt
 
ik geloof
 
in fulpen bloembladen het kapotte karmijn van de
avondschimmering in de pronkgedwongen achterwaartse
vlucht van de quetzal
zijn lange smaragdgroene staart onhandig stralend omwille van
haar
in bespottelijke praalzucht bewijst hij diensten van leven op dood
en ik geloof in baarlijke liefde er staat wat er staat alsof het niets is
 
vergeleken bij liberiaanse rebellen is ook groepsverkrachting
poëzie
aan schuim hecht ik in volle ijdelheid draag ik mijn nacht als
een buidel

 

 

Voor Gerrit

Ze zeiden dat je milder was geworden.
Hij is versoepeld de laatste tijd
verdomd, en schopt niet meer als vroeger.

Ik ken je weinig langer dan vandaag
kwam voor je vijandschap te laat
maar lieve Gerrit, nu je dan voorgoed

bedaard in je gedichten woont
de resten uitgezaaid tussen planken
nu je zonder stem, zonder koperen stem

nu je navelloos, nergens je stem –
kom dan dichter, met je tedere afstand
grijp je vast en vertak, geef ons hier

voor de laatste ondergrondse keer
je donkere kus van de poëzie.
Als ik ooit in dit leven wortelschiet

zal het door jou zijn. Alleen op papier
vinden de vogels reservenesten
bouwen de mensen zichzelf een land.

Ik wilde vandaag een reservedood bouwen
mijn dikke, dunne, zieke Komrij
om enkel de dood in op te vouwen.

 

 1714568-78507b773d5aadcce319f79afc802ccf.jpg
Ramsey Nasr (Rotterdam, 28 januari 1974)

 

 

De Vlaamse dichter, romancier en theatermaker Peter Verhelst werd geboren op 28 januari 1962 in Brugge. Zie ook alle tags voor Peter Verhelst op dit blog.

 

Honing en ik

Je heb Honing en ik
niet in omhelzing betrapt.
 
Je kwade lepel roerde ons voortijdig uit elkaar.
 
Stijf stond mijn haar als in een droom,
een cipres geknipt volgens een ontwarbaar patroon
(door een derde oog in de structuur van de wereld
aangebracht,): een knipperhoofd dat aandacht wilde;
je had een bekertje benzine en een lucifer.
 
Mijn haar bleek
door woede bezocht.
 
De vrouw had je op de grond uitgesmeerd.
 
Haar lach bliksemde als een zieke zenuw.
 
Zo werd mij verteld
dat zij amorf op de vloer lag, een homp besluiteloosheid
die mij groette door bijvoorbeeld te ademen. Of niet te ademen.
 
Ik groette terug door mijn tong in haar richting op te houden.
 
(Mondje open.
Zoetje.
Mondje dicht.)

 

 

Tegen het vergeten

Niet hoe je was, hoe je op je ellenbogen achterover leunend, zo bleek was je,
hoe we keken – niet vergeten,
niet het zich zuchtend openvouwen – nooit vergeten,
niet hoe het had kunnen zijn, hoe we hadden willen zijn.

Wat van ons verloren is gegaan.
Wie van ons verloren ging.
Laten we ons elkaar zo herinneren
voor de herinneringen dingen met ons doen:

een dunne lijn rood, gloeiend in de avondlucht,
hoe we, op onze ellenbogen achterover leunend, naar elkaar keken,
een fonkeling in het wachten, een nauwelijks hoorbare zucht.

Wit
oplossend als suiker
in het vallende duister.

De echo van je zucht.

De echo van de echo van je zucht.

 

 1714568-02a927e43a2a4d30dfbc062d87095fb1.jpg
Peter Verhelst (Brugge, 28 januari 1962)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Maik Lippert werd geboren op 28 januari 1966 in Erfurt. Zie ook alle tags voor Maik Lippert op dit blog.

 

jeden morgen grüßt mich eine leere
 
pilsatorflasche
auf der briefkastenreihe
im treppenhaus
der löwe auf dem etikett
erscheint
makelos unzerkratzt
liebesbotschaft
oder achtlos überlassener pfand
ich kann's nicht ergründen
muss in die u-bahn
zum knochenmann
mit wechselnden namen
und wenn ich heimkehre
ist immer schon die leere
flasche weg

 

 

nachtfrost

nachtfrost
und die fliegen am fenster
erhängen sich
müde matrosen
an der takelage
pünktlich zum blätterfall
wer gab den befehl
zum herbsttod
gardinen abhängen
und waschen
so landen sie doch nicht
im meer
nur in der lauge
und kreiseln
verwunschene kompaßnadeln
in chitinpanzern

 

 1714568-2bee2f9f161cd11b3eebb183cecd23df.jpg
Maik Lippert (Erfurt, 28 januari 1966)

 

 

De Nederlandse schrijver, historicus en jurist Thierry Baudet werd geboren in Heemstede op 28 januari 1983. Zie ook alle tags voor Thierry Baudet op dit blog.

Uit:Voorwaardelijke liefde

“Ik was nog niet zo lang afgestudeerd en net begonnen met werken aan de Universiteit Utrecht. Ik schreef er een proefschrift en daarnaast gaf ik college. Tijdens de lange zomermiddagen dat jaar zat ik aan het open raam van mijn appartement in Amsterdam droge stukken te lezen over evolutiepsychologie en de oorsprong van onze moraal, toen ik via Facebook een bericht ontving van een oude studievriendin. Tessa. Ik was haar en haar tweelingzus Madelon regelmatig tegengekomen in het studentenleven en bij het uitgaan. Ze schreef dat ze was afgestudeerd en na haar stage was begonnen bij een advocatenkantoor aan de Zuidas. Het was leuk werk, maar ondertussen was ze samen met haar zus ook een eigen onderneming begonnen – een avontuurlijk project, iets nieuws. Tessa wilde met me afspreken om te kijken of ze me bij hun bedrijfje konden betrekken. Het was echt iets voor mij, dacht ze. Een bijzondere kans. Mochten zij en Madelon het even rustig toelichten, met een drankje op een terras, ergens komende week?
Een paar dagen later liep ik aan het eind van de middag het volle terras van het Replay Café op. Een aantal tafels met zakenpakken, een paar families met jonge kinderen, wat studenten met vet haar en flesjes bier. Achterin zag ik Madelon zitten – ze was alleen. Haar handen hield ze in haar schoot en verscholen tussen haar gekruiste benen hield ze haar telefoon. Toen ze me zag stond ze op van haar tafeltje. Drie kussen, een korte aanraking. Haar groengrijze ogen lachten naar me terwijl ze na de begroeting weer afstand nam. Een roze hemdje spande om haar borsten; daaronder een donkerblauwe trainingsbroek met gympen. Je kon zien dat ze van de Universiteitsbibliotheek kwam. De houding, de kleding: het lijkt zo nonchalant en studieus. Maar laat je maar niets wijsmaken. Vrouwen gaan nooit achteloos naar de ub; studeren is flirten, en juist het huiselijke, het intieme van trainingsbroek en hemdje trekt de aandacht.
We gingen zitten en Madelon schudde haar lange, donkerblonde haar los. ‘Tessa sms’t dat ze iets later is.’

 

 1714568-9ea136273122584000e1dcb05ff94df8.jpeg
Thierry Baudet (Heemstede, 28 januari 1983)

 

 

De Albanese dichter en schrijver Ismail Kadare werd geboren in Gjirokastër op 28 januari 1936. Zie ook alle tags voor Ismail Kadare op dit blog.

 

The old cinema

Old cinema,
Abandoned cinema
Where no films, not even reruns, have been shown for a long time,
Where the audiences no longer make a clatter with their seats,
Where peanuts are no longer sold
At intermission.

The stained screen,
The broken speakers,
The empty seats like lines unwritten.
Pensive and full of nostalgia
I stare from the doorway
At this poem of seats, long and abandoned.

Childhood cinema,
Tumbledown cinema,
I've seen so many countries,
I've seen so many auditoriums,
But none of them have I entered with such joy
As you,
Shabby old cinema,
Wonderful and precious to me!

Nowhere have I felt better,
Not in luxurious halls of shining velvet,
With a couple of blondes at my side.
To you I come
In the company of a gypsy or two.

Coins, coins,
Money collected with difficulty,
Jingling merrily at the ticket-booth,
The posters by the mosque
And by the Bazaar Cafe
Drawn by Qani the doorman himself.

One poster said:
'Soviet film',
Another for the same film said:
'Czech film',
But no one really cared,
We forgave you everything,
Dear old
Cinema.

On that bit of screen
We saw a bit of the whole world,
For the first time.
On six square metres
The world had no limits,
The world was splendid
Even though the screen was patched up.

We too were patched up,
Patched up was the Republic,
Time, elbows, States were patched up,
But the glossiest of screens
Had never seen
A sparkle like the one
In our eyes.

Old cinema,
Abandoned cinema,
Seats where childhood days
Sat in rows.
Childhood days,
Always chattering,
Like a row of birds
On a telephone wire.

Old cinema,
Abandoned cinema,
Heavy, long and sunken seats.
As old as I get,
Wherever I go,
Like a porter I'll carry them
With me, those seats.

 

 1714568-30ab9cf27d4cb032876c978143b1b70c.jpg
Ismail Kadare (Gjirokastër, 28 januari 1936)


 

De Vlaamse dichter en schrijver Wies Moens werd geboren in Sint-Gillis-bij-Dendermonde op 28 januari 1898. Zie ook alle tags voor Wies Moens op dit blog.

Uit: Celbrieven

“Eens heb ik met drie woorden - lamp, olie en aartsengel - een lied gezongen dat Boodschap konden zou. Zo de herder, die uit drie tonen op zijn schalmei lokt de ziel der dingen en aller dingen één-zijn. Mijn woorden waren volle levenskelken, zij maakten mij en anderen rijk genoeg. Wie draagt nu de Boodschap daarbuiten en zingt zijn volle levenslied? O, het leven, het leven, de God-verwerkelikende Daad! Gods aanschijn naar voor te beitelen uit de harde dag! ‘Laat mij mijn ziel dragen in het gedrang’ - aldus begon het gebed dat werd geboren op Kersavend in een gevangeniscel.
Eens was een avond zo, daarbuiten, mistig en koud. Ik slenterde door de stad. Bedelaars raakten mij in het gedrang, spraken mij aan met stotterende stem. In mijn ogen (ik droeg mijn ogen zo licht en klaar!) zochten vrouwen begeerte naar zonde. Het licht boven de stad was als één grote, rode mond. In ‘Merry Grill’ dansten meisjes met roze vlees - bloesem van de appelaar - waaruit kinderen nooit worden geboren. Gelukkig de wandelaar die Liefde droeg op dit uur, gesloten in het warme schrijn van zijn hart: God schreed in hem, langs de lanen waar in 't slijk de dorre blaan vergaarden!”

 

 1714568-06ecc9a040f7c333602b9f0712fa0611.jpg
Wies Moens (28 januari 1898 – 5 februari 1982)
Cover

 

 

De Cubaanse dichter en schrijver José Martí werd geboren op 28 januari 1853 in Havanna. Zie ook alle tags voor José Martí op dit blog.

 

I Who Live Though I Have Died (Verse XXVI)I who live though I have died,

Claim a great discovery,
For last night I verified
Love is the best remedy.

When weighed by the cross, a man
Resolves to die for the right;
He does all the good he can,
And returns bathed in the light.

 

 1714568-cf7bffb33092447f0ad6b5cded956cd2.jpg
José Martí (28 januari 1853 – 19 mei 1895)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e januari ook mijn blog van 28 januari 2012 deel 2  en ook mijn blog van 28 januari 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:52 Reageer op dit bericht

Leopold von Sacher-Masoch, Ethan Mordden, Benjamin von Stuckrad-Barre, Lewis Carroll, Rudolf Geel, Neel Doff

De Duitse schrijver Leopold Ritter von Sacher-Masoch werd geboren op 27 januari 1836 in Lemberg. Zie ook alle tags voor Leopold von Sacher-Masoch op dit blog.

Uit: Venus In Furs (Vertaald door Fernanda Savage)

“Why not?" she said, "and take note of what I am about to say to you. Never feel secure with the woman you love, for there are more dangers in woman's nature than you imagine. Women are neither as good as their admirers and defenders maintain, nor as bad as their enemies make them out to be. Woman's character is characterlessness. The best woman will momentarily go down into the mire, and the worst unexpectedly rises to deeds of greatness and goodness and puts to shame those that despise her. No woman is so good or so bad, but that at any moment she is capable of the most diabolical as well as of the most divine, of the filthiest as well as of the purest, thoughts, emotions, and actions. In spite of all the advances of civilization, woman has remained as she came out of the hand of nature. She has the nature of a savage, who is faithful or faithless, magnanimous or cruel, according to the impulse that dominates at the moment. Throughout history it has always been a serious deep culture which has produced moral character. Man even when he is selfish or evil always follows principles, woman never follows anything but impulses. Don't ever forget that, and never feel secure with the woman you love.
(…)

“Love knows no virtue, no profit; it loves and forgives and suffers everything, because it must. It is not our judgment that leads us; it is neither the advantages nor the faults which we discover, that make us abandon ourselves, or that repel us.
It is a sweet, soft, enigmatic power that drives us on. We cease to think, to feel, to will; we let ourselves be carried away by it, and ask not whither?”

 

 1714036-75ce112ef6616dca756e485b3ced2b3e.jpg
Leopold von Sacher-Masoch (27 januari 1836 – 9 maart 1895)
Vanessa Wasche (Vanda) and Michael Brusasco (Thomas) in een opvoering in Cleveland, 2013

 

 

De Amerikaanse schrijver Ethan Mordden werd geboren op 27 januari 1947 in Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Ethan Mordden op dit blog

Uit: Coming Up Roses

“Broadway had some problems, widely assumed to be minor. The overexpansion of New York theatre realty in the boom years of the 1920s saw the second half of the overloaded 1927-28 season in real distress, with too many productions for an audience that had reached its maximum and could not expand further. A year later, the Stock Market Crash cut this audience back and tightened the flow of capital for new productions; simultaneously the development of the talking film lured away customers even more than the silent film had. The "road" shrank, from a gleeful network of anything and everything to a solemn touring of Broadway hits.
In all, this was regarded as regrettable but unavoidable. After all, what was lost was supposed to be a glut of lowly genre productions--the murder mysteries, domestic comedies, cheesy revues, and melodramas that no one really cared about, anyway. Oh--there was television, too. But in 1950 this was a laughable novelty, with its tiny black-and-white screen, its spotty scheduling on a mere four networks, its kiddie shows and Amos 'n' Andy and Milton Berle.
So the American theatre was on a roll, fielding some fifty-one productions in Broadway's 1949-50 season. (This is to ignore evenings of dance and Gilbert and Sullivan that occupied legitimate theatres that year.) Fifteen of these fifty-one shows were musicals, and perhaps a good place to start would be with Big Broadway, in a star vehicle produced by Leland Hayward for Ethel Merman with an Irving Berlin score, a Howard Lindsay-Russel Crouse book, direction by George Abbott, and choreography by Jerome Robbins: Call Me Madam (1950).
In fact, this is an ideal jumping-off place, for Call Me Madam is prototypal, a conventional piece in every respect. Technically an "original" (that is, not based on a prior source), it is little more than a three-hour novelty act--Merman as our ambassador to a tiny European country. Her character, Sally Adams, was modeled on Perle Mesta, a Washington, D.C., partygiver whose service to the Democrats was rewarded with just such a post, in Luxembourg. But the real fun in Call Me Madam lay in watching our anything-but-tactful Merman taking on the diplomatic set."

 

 1714036-0eb62c179db44a7089b86d8d407cc462.jpg
Ethan Mordden (Pennsylvania, 27 januari 1947)

 

 

De Duitse schrijver Benjamin von Stuckrad-Barre werd op 27 januari 1975 in Bremen geboren. Zie ook alle tags voor Benjamin von Stuckrad-Barre op dit blog.

Uit: Wa!

„Der Himmel reißt auf – es wird, es wird, es wird!“, feuert Ben Wettervogel draußen, vor dem ZDF-Frühstücksfernsehcafé Unter den Linden den Tag an; den Tag, die Sonne, die Stadt, die Menschen, das Land. Links und rechts von ihm braust der Hauptstadtverkehr, der Meteorologe steht auf dem sich mittig des Boulevards erstreckenden Trottoir und freut sich über diesen viel zu warmen Herbst, dann gibt er „zurück zu Patrizia“, die im Café nun zwei Kaffeetassen verlost; zur halben und zur vollen Stunde gibt es Nachrichten.
Ein paar Hundert Meter weiter, am Brandenburger Tor, steigt Klaus Wowereit aus einem dunklen Dienstschlitten, knöpft sein Jackett zu und sagt „So!, na, dann woll’n wa mal.“ Was will er denn? Er will einen Staatsbesucher empfangen, den Präsidenten des Staates Benin. Aber der Gast ist noch nicht da. „Wie spät ha’m wa’t denn?“ will Wowereit wissen, stolz, dass er selbst pünktlich ist. Kurz vor neun ham wa’t. Sofort ist man dabei, sofort ist man „wa“ – wa, das heißt hier wir, und es heißt in Berlin auch, am Ende eines Satzes, ansteigend intoniert: Hab’ ich recht oder hab’ ich recht?
Klaus Wowereit, das muss man zwischendurch immer mal wieder festhalten, ist homosexuell und regiert die deutsche Hauptstadt gemeinsam mit den verpeilten Kommunisten der PDS. Nur mal so, als Hinter-, nein, Vordergrund. Falls Sie uns gerade im bergischen oder badischen oder sogar bayerischen Land lesen.
Knallblauer Himmel, es ist geworden, es ist geworden, es ist geworden. Die Herbstsonne güldet auf die Hauptstadtpracht, „schön, wa?“, stellt Klaus Wowereit fest, und sogleich ha’m wa dieses Jefühl, dass sich in seiner Nähe stets einstellt: Überschuldung hin oder her, so schlecht ist Berlin nicht. Läuft doch allet. Und weil bzw. damit es läuft, rennt er, der Regierende Bürgermeister, durch die Stadt. Klaus Wowereit, denkt man, ist eher Psychologe als Politiker, und das sogenannte Hauptstadtparkett ist seine Couch. Gruppentherapie: Da kommt eine Touristengruppe, Wowereit dreht auf. Die Sicherheitsbeamtenaugen flackern lagecheckend, dieser Mann ist unbewachbar. Man muss aber ohnedies eher die Bürger vor ihm beschützen, er schüttelt jede Hand, sucht jedes erdenkliche Geplauder. Die Touristen haben einen Kreis um ihn herum gebildet und fragen sich, was sie ihn jetzt fragen sollen."

 

 1714036-82b7ffd1f42b545d796e55f48a5a7bcb.jpg
Benjamin von Stuckrad-Barre (Bremen, 27 januari 1975)
Ex burgemeester van Berlijn Klaus Wowereit (rechts)

 

 

De Engelse dichter en schrijver Lewis Carroll werd op 27 januari 1832 in Daresbury geboren. Zie ook alle tags voor Lewis Caroll op dit blog.

Uit: Alice in Wonderland

“Oh dear, what nonsense I'm talking!'
Just then her head struck against the roof of the hall: in fact she was now more than nine feet high, and she at once took up the little golden key and hurried off to the garden door.
Poor Alice! It was as much as she could do, lying down on one side, to look through into the garden with one eye; but to get through was more hopeless than ever: she sat down and began to cry again.
'You ought to be ashamed of yourself,' said Alice, 'a great girl like you,' (she might well say this), 'to go on crying in this way! Stop this moment, I tell you!' But she went on all the same, shedding gallons of tears, until there was a large pool all round her, about four inches deep and reaching half down the hall.
After a time she heard a little pattering of feet in the distance, and she hastily dried her eyes to see what was coming. It was the White Rabbit returning, splendidly dressed, with a pair of white kid gloves in one hand and a large fan in the other: he came trotting along in a great hurry, muttering to himself as he came, 'Oh! the Duchess, the Duchess! Oh! won't she be savage if I've kept her waiting!' Alice felt so desperate that she was ready to ask help of any one; so, when the Rabbit came near her, she began, in a low, timid voice, 'If you please, sir—' The Rabbit started violently, dropped the white kid gloves and the fan, and skurried away into the darkness as hard as he could go.
Alice took up the fan and gloves, and, as the hall was very hot, she kept fanning herself all the time she went on talking: 'Dear, dear! How queer everything is to-day! And yesterday things went on just as usual. I wonder if I've been changed in the night? Let me think: was I the same when I got up this morning? I almost think I can remember feeling a little different. But if I'm not the same, the next question is, Who in the world am I? Ah, that's the great puzzle!' And she began thinking over all the children she knew that were of the same age as herself, to see if she could have been changed for any of them.”

 

 1714036-99b49bca12086af19c6905f66d75b738.jpg
Lewis Carroll (27 januari 1832 – 14 januari 1898)
Illustratie door Jessie Willcox Smith, 1923

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Rudolf Geel werd geboren in Amsterdam op 27 januari 1941. Zie ook alle tags voor Rudolf Geel op dit blog.

 

Op reis

De omstreken van Dublin
jij reisde door dit droeve land
en ook ik
het was een guur dagje
soms een beetje zon op de weg
De buschauffeur met zijn gebogen tong -
hoeveel keer eerder wist hij in de verte
Stefan Daedalus' Martello-tower aan te wijzen
het rotspad naar Shaws woning
de overblijfsels van een klooster
(middeleeuws en winters)
Glendaloch: het samenstromen van
de wateren
In de diepte, afgegleden van
de stille heuvels
die gods adem vasthielden
en daarna waren vergeten
‘Binnen deze kruisen
was de mens vrij en onschendbaar’
onthulde de voerman, en hij leidde
ons naar het kruis der wensen
Maar hij keek
of de wensen tegenwoordig
niet uitkwamen; men trof hem
hier al jaren en hij moest er nog
jaren blijven komen
En of hij zich vrij voelde
en onschendbaar -
Al rijdende reciteerde hij
‘het samenvallen van de wateren’

 

 1714036-c853e8a8251087f9dc9db12ed87e441e.jpg
Rudolf Geel (Amsterdam, 27 januari 1941)

 

 

De Franstalige, maar oorspronkelijk Nederlandse schrijfster Neel Doff werd geboren in Buggenum op 27 januari 1858. Zie ook alle tags voor Neel Doff op dit blog.

Uit: Keetje Tippel

“Wij woonden in een kelder aan de Utrechtsedwarsstraat. Het was nacht. Hein en ik lagen met twee van de andere kinderen op onze strozak op de grond. Wij waren op onze buik gaan liggen, ons gezicht in het kussen gedrukt.
‘Ik zie cirkels,’ zei Hein, ‘ze gaan heen en weer, eerst worden ze groot en dan weer kleiner; ze zijn geel, groen en paars; het lijkt wel of er een lamp achter brandt, zo licht zijn ze...’
‘De mijne zijn rood, blauw en oranje,’ zei ik. ‘Ze worden almaar groter, zo groot als de kamer, en ze draaien heel vlug in de rondte... o, nu veranderen ze, er zijn er nu heel veel, klein en in allerhand kleuren, en dan zijn er nog een heleboel piepkleine lichtjes die met ze meedraaien. Mooi is dat, joh, mooi...! en wat zie jij nu?’
Hein antwoordde niet meer, hij was in slaap gevallen.
Ik hield mijn gezicht nog even in het kussen, maar ik kreeg het kriebelig door de warmte van de lichamen en het bed, en door de vlooien. Ik ging overeind zitten. Het was donker in ons hol; allen door het venstertje van de kachel en het deksel ervan dat iets omhoogstond, kwam wat licht naar buiten. De grote schoenen van vader, die midden op tafel stonden, leken in het donker heel verschrikkelijk. Mijn broertjes en zusjes waren allemaal in slaap; Hein had ons hondje in zijn armen en de kat had zich tegen Dirk aangenesteld. De deuren van de bedstee waar mijn ouders met de baby in sliepen stonden open; het schijnsel van de kachel gleed over het gezicht van moeder dat in de lichte rand van haar nachtmuts zo mager was, zó mager... ik werd er bang van, maar het luide geronk van vader stelde me weer gerust.
Ik ging liggen. Maar rust kon ik niet vinden, ik woelde en huiverde en het leek wel of de strozak nat werd.
‘Moeder! moeder!’
‘Ja, wat is er?’
‘Ik geloof dat Dirk geplast heeft, het bed is kletsnat, 't brandt aan mijn vel.’
‘Wat kan ík daaraan doen? Ga slapen en laat me met rust.’

 

 1714036-76efa62f9500fc38711e9d294b1af99d.jpg
Neel Doff (27 januari 1858 – 14 juli 1942)
Scene uit de film “Keetje Tippel” met Monique van de Ven en Rutger Hauer, 1975

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e januari ook mijn blog van 27 januari 2013 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:25 Reageer op dit bericht

Samuel Foote

De Engelse acteur en toneelschrijver Samuel Foote werd geboren 27 januari 1720 in Truro, Cornwall.
Foote stamde uit een rijke familie, zijn moeder was Eleanor Goodere. Na het voltooien van zijn opleiding in Worcester schreef Foote zich in aan het Worcester College, om rechten te studeren. Deze studie brak hij na een paar semesters af en hij trok naar Londen. Gedurende deze tijd kreeg hij een erfenis van zijn oom Sir John Foote Dinely Goodere, nadat deze werd vermoord door een familielid. Zodra Foote na een paar jaarde erfenis helemaal had verbrast, sloot hij zich aan bij een Londense groep toneelspelers. Op de leeftijd van 23 jaar debuteerde Foote in 1744 als acteur in William Shakespeare's Othello, maar hij was niet helemaal succesvol. In de loop der jaren kwam het succes toch nog, wat betekende dat Foote zelfstandig kon worden. In 1747 richtte hij met zijn eigen ensemble de Royal Haymarket Theatre op en voerde daar vooral zijn eigen toneelstukken op. Vooral in zijn komedies op waren zijn rollen Foote op het lijf geschreven en de satire kwam nooit te kort. Bekende persoonlijkheden zette hij in zijn stukken vakkundig op hun plaats. Zo klaagde hij echter ook sociale misstanden aan. Na een gecompliceerde beenbreuk in zijn 45e jaar kon Foote niet meer optreden als acteur. Maar hij bleef zijn theater leiden, regisseerde en hij schreef vooral nieuwe stukken. Een totaal van 22 stuks zijn er overgeleverd, vooral komedies en kluchten, die voornamelijk worden gekenmerkt door humor en temperament. Een klein schandaal deed zich voor in 1760, toen Foote met “The minor” de kerk in het algemeen en de Methodisten in het bijzonder aanviel en in 1772, toen hij met “The Nabob” de uitbuiting van India door de Oost-Indische Compagnie aan de kaak stelde..Samuel Foote leidde zijn theater tot kort voor zijn dood op 21 oktober 1777.

Uit: The Nabob

“Servant Mrs. Crocus, from Brompton, your honour.
Mite Has she brought me a bouquet?
Servant Your honour?
Mite Any nosegays, you blockhead?
Servant She has a boy with a basket.
Mite Shew her in! [Enter Mrs. Crocus.] Well, Mrs. Crocus; let us see what you have brought me. Your last bouquet was as big as a broom, with a tulip strutting up like a magistrate’s mace; and, besides, made me look like a devil.
Crocus I hope your honour could find no fault with the flowers? It is true, the polyanthuses were a little pinched by the easterly winds; but for pip, colour, and eye, I defy the whole parish of Fulham to match ‘em.
Mite Perhaps not; but it is not the flowers, but the mixture, I blame. Why, here now, Mrs. Crocus, one should think you were out of your senses, to cram in this clump of jonquils!
Crocus I thought your honour was fond of their smell.
Mite Damn their smell! It is their colour I talk of. You know my complexion has been tinged by the East, and you bring me here a blaze of yellow, that gives me the jaundice. Look! Do you see here, what a fine figure I cut? You might as well have tied me to a bundle of sunflowers!
Crocus I beg pardon, your honour!
Mite Pardon! There is no forgiving faults of this kind. Just so you served Harry Hectic; you stuck into his bosom a parcel of hyacinths, though the poor fellow’s f ace is as pale as a primrose.
Crocus I did not know—
Mite And there, at the opera, the poor creature sat in his side-box, looking like one of the figures in the glass-cases in Westminster-Abbey; dead and drest!
Crocus If gentlemen would but give directions, I would make it my study to suit ‘ em.
Mite But that your cursed climate won’t let you. Have you any pinks or carnations in bloom?"

 

 1767287-c5f36798225656b3eb8eaffe008a7847.jpg
Samuel Foote (27 januari 1720 - 21 oktober 1777)
Portret door Jean-François Gilles Colson, 1769

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten