Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 13 februari 2015 tot 14 februari 2015

Je zoenen zijn zoeter (Judith Herzberg), Ischa Meijer, Alexander Kluge, Hanna Bervoets, Piet Paaltjens, Robert Shea, Frank Harris

 

Bij Valentijnsdag

 

 1722643-2511502447842283315c0a5dfb0af94e.jpg
Sint Valentijn door Lucas Cranach de Oudere, ca. 1553

 

 

Je zoenen zijn zoeter

Je zoenen zijn zoeter dan
zoeter dan honing en ik vind je
mooier en liever, liever
en aardiger nog dan de koning.
We gaan samen liggen
een eind hier vandaan
we maken van takken
van takken en blaadjes
een vloer en een dak,
dat was onze woning,
of ik was het tuintje
en jij was de tent
daar gingen wij wonen
en blijven en horen
o rep je mijn liefje
ik heb je zo graag
nu of nooit samen slapen
want we zijn er
alleen maar vandaag.

 

 1722643-faba20b804f3f2c72a95cfd3743419e4.jpg
Judith Herzberg (Amsterdam, 4 november 1934)

 

 

 

De Nederlandse journalist, schrijver, dichter, filmacteur en televisiepresentator Ischa Meijer werd geboren in Amsterdam op 14 februari 1943. Zie ook alle tags voor Ischa Meijer op dit blog.

 

Victorieplein

Soms loop ik 's nachts naar het Victorieplein,
Als kind heb ik daar namelijk gewoond.
Aan vaders hand zijn zoon te zijn,
Op moeders schoot te zijn beloond.

Om niet. Om niet is het, dat ik hier ga,
De vrieskou in mijn jas laat dringen,
Alsof de tijd zich ooit zou laten dwingen,
Terwijl ik roerloos in de deurpost sta

Om thuis te komen. En zo simpel is de gang
Om tot dit moeilijk inzicht te geraken:
Dat ik geen kind meer ben; dat ik verlang

Naar iemand die nooit kon bestaan:
Een jongetje dat alles goed zou maken -
De tijd die stilstond en hem liet begaan.

 

 1722643-5b3d40a74dfd1f02beda8da2c08cf53e.jpg
Ischa Meijer (14 februari 1943 – 14 februari 1995)

 

 

De Duitse schrijver en regisseur Alexander Kluge werd op 14 februari 1932 geboren in Halberstadt. Zie ook alle tags voor Alexander Kluge op dit blog.

Uit: Ein Liebesversuch

“Als das billigste Mittel, in den Lagern Massensterilisationen durchzuführen, erschien 1943 Röntgenbestrahlung. Zweifelhaft war, ob die so erzielte Unfruchtbarkeit nachhaltig war. Wir führten einen männlichen und einen weiblichen Gefangenen zu einem Versuch zusammen. Der dafür vorgesehene Raum war größer als die meisten anderen Zellen, er wurde mit Teppichen der Lagerleitung ausgelegt. Die Hoffnung, daß die Gefangenen in ihrer hochzeitlich ausgestalteten Zelle dem Versuch Genüge leisteten, erfüllte sich nicht.
Wußten sie von der erfolgten Sterilisation?
Das war nicht anzunehmen. Die beiden Gefangenen setzten sich in verschiedene Ecken des dielengedeckten und teppichbelegten Raumes. Es war durch das Bullauge, das der Beobachtung von außen diente, nicht zu erkennen, ob sie seit der Zusammenführung miteinander gesprochen hatten. Sie führten jedenfalls keine Gespräche. Diese Passivität war deshalb besonders unangenehm, weil hochgestellte Gäste sich zur Beobachtung des Versuchs angesagt hatten; um den Fortgang des Experiments zu beschleunigen, befahl der Standortarzt und Leiter des Versuchs, den beiden Gefangenen die Kleider fortzunehmen.
Schämten sich die Versuchspersonen?
Man kann nicht sagen, daß die Versuchspersonen sich schämten. Sie blieben im wesentlichen auch ohne ihre Kleidung in den bis dahin eingenommenen Positionen, sie schienen zu schlafen. Wir wollen sie ein bißchen aufwecken, sagte der Leiter des Versuchs. Es wurden Schallplatten herbeigeholt. Durch das Bullauge war zu sehen, daß beide Gefangenen auf die Musik zunächst reagierten. Wenig später verfielen sie aber wieder in ihren apathischen Zustand. Für den Versuch war es wichtig, daß die Versuchspersonen endlich mit dem Versuch begannen, da nur so mit Sicherheit festgestellt werden konnte, ob die unauffällig erzeugte Unfruchtbarkeit bei den behandelten Personen auch über längere Zeitabschnitte hin wirksam blieb.“

 

 1722643-5dccb17b43c0f4a2b7a44c4d4e145bf9.jpg
Alexander Kluge (Halberstadt, 14 februari 1932)

 

 

De Nederlandse schrijfster journaliste en columniste Hanna Marleen Bervoets werd geboren in Amsterdam op 14 februari 1984.Zie ook alle tags voor Hanna Bervoets op dit blog.

Uit:Of hoe waarom

“Ken je dat filmpje van die baby en die slagroomtaart?
Nee?
Het gaat zo:
Een baby zit in een kinderstoel en lacht naar de camera. Voor hem staat een taart met een kaars. De baby prikt met z’n middelvinger in de slagroomlaag: z’n romper vat vlam.
De camera schokt maar het beeld blijft scherp en het kind wappert met z’n vlammende arm.
Linksboven in beeld verschijnt nu een man,  hij heeft een plastic beker bruine vloeistof in z’n hand. Ice Tea, misschien is het cola. De man leegt de beker over de arm van de baby. Het vuur dooft, de baby kraait, graait in de taart, kijkt opnieuw in de camera.
En smeert twee handen slagroom in z’n ogen.
Hier gaat het beeld op zwart.
Tenminste, in de versie die nu op internet staat. Die duurt precies één minuut, het oorspronkelijke filmpje is langer: slagroom loopt zeven seconden lang over de slapen van de baby omlaag. Maar hij huilt niet, hij kijkt alleen maar.
Recht in de camera.
In 1985 was het filmpje voor het eerst op de Nederlandse televisie, tijdens Jouw Leukste Thuisvideo. Het was volgens de jury het beste fragment uit de hele aflevering, dus de moeder die het instuurde kreeg een Betacam cadeau. Een paar jaar later verscheen het filmpje in een Amerikaanse show. Er stonden nu stemmetjes onder. Hi deedledeedee, hoor je de baby in een mannenstem denken:
‘Hi deedledeedee it’s my birthday so  you bet I’m gonna eat this cake!’
‘Watch out Junior,’ roept een vrouw buiten beeld als de baby z’n vinger in het deeg steekt. En na het legen van de beker zegt de baby: ‘Oh no, I think I’m wet mommy.’

 

 1722643-807fa296c7f2f793d9010db106975ab6.jpg
Hanna Bervoets (Amsterdam, 14 februari 1984)

 

 

De Nederlandse dichter en predikant Piet Paaltjens werd geboren in Leeuwarden op 14 februari 1835. Zie ook alle tags voor Piet Paaltjes op dit blog.

 

Dat heertje...

Dat heertje met zijn witte das
Was eertijds een minnezanger;
Doch sinds het die witte das aanheeft,
Minnedicht hij niet langer.

Nu preekt het en doet huisbezoek,
En voor de variatie,
Houdt het 's winters, driemaal in de week,
Lidmatencatechisatie.

Ik bezweer U, mijn allerliefste vriendin!
De draak hier niet mee te steken;
Er zit wezenlijk zo iets aandoenlijks in,
Dat een hart er wel van mocht breken.

 

 

Toen Knaap mij de laatste maal knipte

Toen KNAAP mij de laatste maal knipte,
Was hij aangedaan onder zijn werk.
'Wat wordt u al grijs!' sprak hij somber,
'Ik vrees, u studeert te sterk.'

En JONGMANS, toen hij mij gistren
De maat voor een pantalon nam,
Keek van mijn magerheid zó op,
Dat ik dacht, dat hem iets overkwam.

Vater MULLER* ontzei me zijn tafel.
Ze verliep anders helemaal.
Mijn holle kaak deed de lui denken,
Het eten was bij hem zo schraal.

En mijn oppasser heeft zelfs de ploert al
Een goed woord voor een draagplaats verzocht,
Als soms mijnheers begraafnis
Te Leiden plaats hebben mocht.

Maar wie er ook zien en bewenen,
Dat ik zo jong moet vergaan,
Niet hare grijsblauwe oogjes,
En die hebben 't mij juist gedaan.

 

 1722643-b66e97056e2d1cb176246ca797770d11.gif
Piet Paaltjens (14 februari 1835 – 19 januari 1894)
Rond 1867 

 

 

De Amerikaanse schrijver Robert Shea werd geboren op 14 februari 1933 in New York. Zie ook alle tags voor Robert Shea op dit blog.

Uit: The Illuminatus! Trilogy (samen met Robert A. Wilson)

“Five hours away, I told you-five hours due west, to be precise, so at the same instant that Howard turns a somersault in Atlantis, Sasparilla Godzilla, a tourist from simcoe, Ontario (she had the misfortune to be born a human
being) turns a neat nosedive right here and lands unconscious on the ground. This is the outdoor extension of the Museum of Anthropology in Chapultepec Park, Mexico, D.F., and the other tourists are rather upset about the poor lady's collapse. She later said it was the heat. Much less sophisticated in important matters than Nkrumah Fubar, she didn't care to tell anybody, or even to remind herself, what had really knocked her over. Back in Simcoe, the folks always said Harry Godzilla got a sensible woman when he married Sasparilla, and it is sensible in Canada (or the United States) to hide certain truths. No, at this point I had better not call them truths. Let it stand that she either saw, or imagined she saw, a certain sinister kind of tight grin, or grimace, cross the face of the gigantic statue of Tlaloc, the rain god. Nobody from S'mcoe had ever seen anything like that before; indeed do many things come to pass.
And, if you think the poor lady was an unusual case, you should examine the records of psychiatrists, both institutional and private, for the rest of the month. Reports of unusual anxieties and religious manias among schizophrenics in mental hospitals skyrocketed; and ordinary men and women walked in off the street to complain about eyes watching them, hooded beings passing through locked rooms, crowned figures giving unintelligible commands, voices that claimed to be God or the Devil, a real witch's brew for sure. But the sane verdict was to attribute all this to the aftermath of the Fernando Poo tragedy.”

 

 1722643-68b07a9afa67cd67e4e23abe96ee1362.jpg
Robert Shea (14 februari 1933 – 10 maart 1994)
Cover 

 

De Iers-Engelse schrijver, publicist, uitgever en redacteur Frank Harris werd geboren op 14 februari 1856 in Galway, Ierland Zie ook alle tags voor Frank Harris op dit blog

Uit: Oscar Wilde, His Life and Confessions

“We thought him a fair scholar but nothing extraordinary. However, he startled everyone the last year at school in the classical medal examination, by walking easily away from us all in the viva voce of the Greek play (‘The Agamemnon’).”
I may now try and accentuate a trait or two of these photographs, so to speak, and then realise the whole portrait by adding an account given to me by Oscar himself. The joy in humorous romancing and the sweetness of temper recorded by Sir Edward Sullivan were marked traits in Oscar’s character all through his life. His care in dressing too, and his delight in stately editions; his love of literature “with a special leaning to poetry” were all qualities which distinguished him to the end.
“Until the last year of my school life at Portora,” he said to me once, “I had nothing like the reputation of my brother Willie. I read too many English novels, too much poetry, dreamed away too much time to master the school tasks.
“Knowledge came to me through pleasure, as it always comes, I imagine. . . .
“I was nearly sixteen when the wonder and beauty of the old Greek life began to dawn upon me. Suddenly I seemed to see the white figures throwing purple shadows on the sun-baked palæstra; ‘bands of nude youths and maidens’— you remember Gautier’s words —‘moving across a background of deep blue as on the frieze of the Parthenon.’ I began to read Greek eagerly for love of it all, and the more I read the more I was enthralled:

Oh what golden hours were for us
As we sat together there,
While the white vests of the chorus
Seemed to wave up a light air;
While the cothurns trod majestic
Down the deep iambic lines
And the rolling anapæstics
Curled like vapour over shrines.”

 

 1722643-f82a83a872f8071d15e6cb68474caa69.jpg
Frank Harris (14 februari 1856 – 27 augustus 1931)
Galway
 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e februari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:32 Reageer op dit bericht

Frederick Philip Grove, Julia de Burgos, Vsevolod Garsjin, Edmond About, Johann Martin Usteri, Pierre-Claude de La Chaussée, Leone Battista Alberti

De Canadees-Duitse schrijver en vertaler Frederick Philip Grove werd geboren als Felix Paul Greve op 14 februari 1879 in Radomno, Westpruisen. Zie ook alle tags voor Frederick Philip Grove op dit blog.

Uit: Settlers of the Marsh

“At this point the road leapt the Muddy River and passed through its sheltering fringe of bush to strike out over a sheer waste of heath-like country covered with low, creeping brush. The wind which had been soughing through the tree tops had free sweep here; and an exceedingly fine dust of dry, powdery ice-crystals began to fly — you could hardly call it snow so far.
It did not occur to Niels to utter or even harbour apprehensions. His powerful companion knew the road; where he went, Niels could go.
They swung on, for the most part in silence.
The road became a mere trail; but for a while longer it was plainly visible in the waning light of the west; in the smooth ruts a film of white was beginning to gather.
The wind came in fits and starts, out of the hollow north-west; and with the engulfing dark an ever thickening granular shower of snow blew from the low-hanging clouds. As the trail became less and less visible, the very ground underfoot seemed to slide to the south-east.
By that time they had made about half the distance they intended to make. To turn back would have given them only the advantage of going with, instead of against, the gathering gale. Both were eager to get to work again: Nelson had undertaken to dig wells for two of the older settlers in the bush country; and he intended to clear a piece of his own land during the winter and to sell the wood which he had accumulated the year before.
They came to a fork in the trail and struck north-east. Soon after the turn Nelson stopped.
“Remember the last house?” he asked.
“Yes,” said Niels, speaking Swedish.”

 

 1722637-1e12460379ebfeb3f423a24e636f8b98.jpg
Frederick Philip Grove (14 februari 1879 – 19 augustus 1948)

 

 

De Puerto Ricaanse dichteres en schrijfster Julia de Burgos (eig. Julia Constanze Burgos García) werd geboren op 14 februari 1914 in Carolina. Zie ook alle tags voor Julia de Burgos op dit blog.

Poem Detained in a Daybreak

No one.
I went alone.
No one.
Painting the daybreaks with my only color of solitude.

Repeating myself in all the desperations.
Silencing within me the scream of looking for you.
Adding ideals to myself in each broken truth.
Wounding the blossoms with my sorrow of lifting you.

Oh, disappeared one!
How I grafted my should in the blue to find you!

And thus, crazy, gazing upwards,
boiling my eyes in the reddest light to attain you
how I followed the fleeing of my most avid emotion
through the hospitable twilight golds!

Until one morning…
one night…
one evening…
I was left like a curled-up dove,
and I found my eyes through your blood.

Daybreaks of Gods
marvelously awoke my valleys.
Take offs!
Riverbeds!
Swallows! Stars!
Hard and agile dawns!

Everything in you:
Savage sun!

And I?
—A simple truth to love you…

 

 1722637-888512ede7129c744b93614ac11ca7ec.jpg
Julia de Burgos (14 februari 1914 – 6 juli 1953)

 

 

De Russische schrijver Vsevolod Garsjin werd geboren op 14 februari 1855 in Prijatnaja Dolina. Zie ook alle tags voor Vsevolod Garsjin op dit blog.

Uit: The Signal

“He returned from the campaign with limbs unbroken but crippled with rheumatism. He had experienced no little sorrow since then. He arrived home to find that his father, an old man, and his little four-year-old son had died. Semyon remained alone with his wife. They could not do
much. It was difficult to plough with rheumatic arms and legs. They could no longer stay in their village, so they started off to seek their fortune in new places.
They stayed for a short time on the line, in Kherson and Donshchina, but nowhere found luck. Then the wife went out to service, and Semyon continued to travel about. Once he happened to ride on an engine, and at one of the stations the face of the station-master seemed familiar to him. Semyon looked at the
station-master and the station-master looked at Semyon, and they recognised each other. He had been an officer in Semyon’s regiment.
“You are Ivanov?” he said.
“Yes, your Excellency.”
“How do you come to be here?”
Semyon told him all.
“Where are you off to?”
“I cannot tell you, sir.”
“Idiot! What do you mean by ‘cannot tell you?'”
“I mean what I say, your Excellency. There is nowhere for me to go to.
I must hunt for work, sir.”
The station-master looked at him, thought a bit, and said: “See here,
friend, stay here a while at the station. You are married, I think.
Where is your wife?”

 

 1722637-7fe960fcccd7e4b70c8e24493f5d8e3e.jpg
Vsevolod Garsjin (14 februari 1855 – 31 maart 1888)
Portret door Malyshev Mikhail Georgievich, 1878

 

 

De Franse schrijver Edmond François Valentin About werd geboren op 14 februari 1828 in Dieuze, Lorrainne. Zie ook alle tags voor Edmond About op dit blog.

Uit: Rome contemporaine

« Je viens de recompter les marches qui m’élèvent au-dessus de la place d’Espagne, où les étrangers se donnent rendez-vous. Elles sont au nombre de trois cent vingt-sept ; pas une de plus, pas une de moins. Mettez-en cent trente-cinq pour arriver au niveau de l’Académie de France ; ajoutez-en soixante-dix-sept jusqu’au sol du jardin, car le jardin est au premier étage, comme chez la reine Sémiramis. Enfin, dussiez-vous tirer la langue, vous monterez encore cent quinze degrés avant d’entrer dans la chambre turque, qui est la mienne.
Vous ne sauriez vous tromper de porte : nous sommes au plus haut de l’escalier tournant, au sommet de la tourelle de droite : les seuls locataires qui me dominent de temps en temps sont les corneilles perchées sur le toit. Un croissant de fer, tracé au-dessus de ma serrure, vous annonce que vous entrez en Turquie, et que cette porte est arrière-petite-cousine de la Sublime.
Un H et un V dessinés sur la clef vous apprennent que l’ouvrier l’a faite pour M. Horace Vernet.
Car mon auberge a, elle aussi, abrité des hôtes illustres. C’est l’ancienne villa des Médicis. Galilée y fut détenu, si la tradition dit vrai. La prison du grand astronome est une chambre fort belle et merveilleusement située. Je souhaite un pareil cachot à tous les martyrs de la vérité.
C’est en 1803 que l’Académie de France, fondée par la munificence de Louis XIV, s’est transportée loin du tumulte des rues, à la villa Médicis. Depuis ce déménagement, presque tous les grands artistes de notre pays ont habité ce palais et rêvé sous ces beaux arbres. David, Pradier, Delaroche, M. Ingres et M. Vernet ont écrit leurs noms sur les murs."

 

 1722637-2bd71ed431ece9646038b6785746fa04.jpg
Edmond About (14 februari 1828 – 16 januari 1885)
Portret door Félix-Henri Giacomotti, 1853

 

 

De Franse toneelschrijver Pierre-Claude Nivelle de La Chaussée werd geboren op 14 februari 1692 in Parijs. Zie ook alle tags voor Pierre-Claude de La Chaussée op dit blog.

Uit:L’École des Mères

“DOLIGNI fils.
Mon père, en vérité, j'ai peine à vous comprendre.
DOLIGNI père.
Pourquoi ?
DOLIGNI fils.
Madame Argant tient sa fille en Couvent; Et son dessein n'est pas de se donner un gendre.
DOLIGNI père.
Projets de femme. Autant en emporte le vent.
Son mari m'a promis de t'accorder sa fille;
Il va la ramener au sein de sa famille:
Tiens ton cœur & ta main tout prêts à se donner.
DOLIGNI fils.
Cet ordre rigoureux a de quoi m'étonner. Permettez que je vous remontre…
DOLIGNI père.
Doligni, laissons-là les débats importuns.
Tu vas me débiter les mêmes lieux communs
Qu'autrefois nous avons, en pareille rencontre,
Chacun, de père en fils, employés comme toi.
Va, j'ai passé par-là ; tu feras comme moi."

 

 1722637-2d8841606418a38eb6b78a5641d762e9.jpg
Pierre-Claude de La Chaussée (14 februari 1692 – 14 mei 1754)
Borstbeeld door Jean-Jacques Caffieri, Louvre, Parijs

 

De Italiaanse dichter, schilder, taalkundige, filosoof, cryptograaf, musicus en architect Leone Battista Alberti werd geboren in Genua op 14 februari 1404. Zie ook alle tags voorLeone Battista Alberti op dit blog.

Uit: De Re Aedificatoria

“Als we het getal twee als wortel nemen zal het oppervlak vier zijn dat verhoogd met het gelijke van de wortel een kubus van acht oplevert. Uit deze kubus kunnen we regels voor onze proporties halen, want hier zien we in de eerste plaats de zijde van de kubus, die de wortel van de kubus genoemd wordt, waarvan het oppervlak in getal vier zal zijn en de volledige kubus acht. Vervolgens kunnen we de lijn van een hoek van de kubus naar de overstaande hoek beschouwen. Hij verdeelt het oppervlak van het vierkant in twee gelijke delen en wordt diagonaal genoemd. Het is niet bekend hoe deze in een getal moet worden uitgedrukt. Het verschijnt als de wortel van een oppervlak dat acht is aan elke zijde.
De verschillende regels die we hier hebben beschreven voor het vaststellen van de verhoudingen zijn de natuurlijke en zuivere relaties van getallen en hoeveelheden en de algemene methode voor de praktijk is dat de kortste lijn genomen wordt voor de breedte van het oppervlak en de langste voor de lengte en de middelste lijn voor de hoogte. Hoewel ze soms ten behoeve van het bouwwerk onderling verwisseld worden.
”

 

 1722637-9c2cc1dbf7a95a45dec8aa862f643858.jpg
Leone Battista Alberti (14 februari 1404 — 25 april 1472)
Portret in de Galleria degli Uffizi, Florence

 

De Zwitserse schrijver en dichter Johann Martin Usteri werd geboren op 14 februari 1763 in Zürich. Zie ook alle tags voor Johann Martin Usteri op dit blog.

 

Gesellschaftslied

Freut euch des Lebens,
Weil noch das Lämpchen glüht,
Pflücket die Rose,
Eh sie verblüht.

Man schafft so gern sich Sorg und Müh,
Sucht Dornen auf und findet sie;
Und läßt das Veilchen unbemerkt,
Das uns am Wege blüht.

Freut euch des Lebens,
Weil noch das Lämpchen glüht,
Pflücket die Rose,
Eh sie verblüht.

Und wenn der Pfad sich furchtbar engt
Und Mißgeschick uns plagt und drängt,
So reicht die Freundschaft schwesterlich
Dem Redlichen die Hand.

Freut euch des Lebens,
Weil noch das Lämpchen glüht,
Pflücket die Rose,
Eh sie verblüht.

Sie trocknet ihm die Tränen ab
Und streut ihm Blumen bis ins Grab;
Sie wandelt Nacht in Dämmerung
Und Dämmerung in Licht.

Freut euch des Lebens,
Weil noch das Lämpchen glüht,
Pflücket die Rose,
Eh sie verblüht.

 1722637-1ff0fc7ee433ec8e4c7e7419e57a2500.jpg
Johann Martin Usteri (14 februari 1763 – 29 juli 1827)

Geschreven door Romenu om 14:21 Reageer op dit bericht

Ab Visser

De Nederlandse schrijver en criticus Albert (Ab) Visser werd geboren in Groningen op 14 februari 1913. Visser kwam uit een eenvoudig Gronings gezin en ging naar de ambachtsschool, maar volgde daarna een opleiding voor onderwijzer. Gegrepen door de literatuur probeerde hij reeds vroeg van de pen te leven. Hij debuteerde in 1936 met de dichtbundel “Facetten”, in 1937 gevolgd door de bundel “Dubbelster”. Beide in eigen beheer. In 1937 verscheen ook zijn eerste bundel verhalen onder de titel Meubelmaken III. In 1938 verscheen “De mensch wikt..”. zijn eerste roman en een bloemlezing uit de moderne Franse poëzie: 25 jonge Franse dichters. In 1939 richtte hij met Ferdinand Langen de Groningse kunstkring "Het Drieluik" op, die literaire voorleesavonden organiseerde, en waartoe ook Max Dendermonde, Eddy Evenhuis, A. Marja en Koos Schuur behoorden. Visser de auteur van een enorme letterkundige productie. Behalve bijdragen aan tijdschriften en kranten staan ruim zeventig titels op zijn naam: romans, verhalen, poëzie, essays, jeugdboeken en detectives. Als zijn beste werk wordt vaak zijn vijfdelige (semi-)autobiografische Jo Rutgers-cyclus beschouwd, waarvan het eerste deel, “De buurt” (1953), dat jeugdherinneringen bevat en het tweede deel, “De vlag halfstok” (1955), over zijn Groningse tijd gaan. “God in Frankrijk” (1958) speelt in Cagnes en “De hel met negen deuren” (1962) in Amsterdam. In 1959 verscheen “De valstrik” dat in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen werd geschreven.

Uit: De buurt

“Het zevende leerjaar was voor mij een begrip dat het midden hield tussen de lagere school en het Leven met een hoofdletter; het gaf je een eigenaardig, zwevend gevoel alsof je op een springplank in de ruimte stond. Je probeerde eens met je voetzolen de betrouwbaarheid van de plank, voelde je los van de grond achter je en was benauwd voor de ruimte die je in moest duiken. Niet alle klasgenoten die zes jaar met mij meegegaan waren, gingen met mij over; sommigen waren al in de leer gegaan voor een vak. Voor hen was de toekomst bepaald, voor mij nog niet. Ik wist niet wat ik wilde en was alleen maar bevreesd voor welke ingrijpende veranderingen dan ook. Het zevende leerjaar gaf mij respijt en dat was alles wat ik nodig had.
‘Je zit nu wel in de zevende,’ zei mijn vader, ‘maar je moet toch langzamerhand gaan denken aan de toekomst, aan wat je wilt worden. Je weet dat je mag doorleren. Meneer Donia heeft gezegd dat je vlug van begrip bent en een goed stel hersens hebt.’
‘Ik geloof niet dat ik wil doorleren,’ antwoordde ik. ‘Dom van je, Jo,’ zei mijn vader, ‘geen van de anderen heeft de kans gehad, maar ik zal je niet dwingen. Ik wil je alleen maar zeggen dat je er later spijt van zult krijgen.’
De anderen waren mijn broers en zusters, zes in getal, en ik was de jongste en dom, omdat ik niet verder wilde leren. Ik had een goed stel hersens, zei meneer Donia, het kleine grijze schoolhoofd (of was hij kaal, ik weet het niet meer), met zijn dooraderd, blozend gezicht van deftig-ouderwets heertje; maar hij wist niet dat ik, wat rekenen betrof, volkomen afhankelijk was geweest van Joris de Vries, die zes jaar lang naast mij had gezeten, soms vooraan in de klas, soms achteraan, soms bij de ramen en soms bij de muur met de historische platen, en van wie ik altijd had afgekeken, op zo’n geraffineerde manier dat geen van de onderwijzers of onderwijzeressen het ooit had gemerkt. Misschien had ik willen doorleren als Joris meegegaan was, van klas naar klas, van school naar school, maar hij zou mij dan bij het huiswerk ook terzijde hebben moeten staan en later in het leven als ik achttien jaar zou zijn geworden.”

 

 1819285-a22af8b74396ed36cf486dfa719cd8d6.jpg
Ab Visser (14 februari 1913 – 9 mei 1982)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

M. Vasalis, Jan Arend, Georges Simenon, Nynke van Hichtum, Friedrich Christian Delius, Urs Faes

De Nederlandse dichteres en psychiater M. Vasalis werd geboren in Den Haag op 13 februari 1909. Zie ook alle tags voor M. Vasalis op dit blog.

 

De winter en mijn lief zijn heen

De winter en mijn lief zijn heen.
Er zit een merel op het dak,
zijn keel beweegt, zijn snavel beeft
alsof hij in zichzelve sprak.

Hij luistert: uit een verre boom
klinkt als het ketsen van twee stenen
een vonkenregen van verlangen
zo luid, zo helder en zo bang.

De merel stort zich met een kreet
vol wildheid in de voorjaarsvlagen.
Ik kan het bijna niet verdragen:
mijn voorjaar en mijn lief zijn heen.

 

 

Als je een landschap was waar ik doorheen kon lopen

Als je een landschap was waar ik doorheen kon lopen,
stil staan en kijken met mijn ogen open
en languit op de harde grond gaan liggen,
er mijn gezicht op drukken en niets zeggen.
Maar 't meeste lijk je op de grote lucht erboven,
waar ruimte is voor buien licht en donkre wolken
en op de vrije wind daartussen,
die in mijn haren woelt en mijn gezicht met kussen
bedekt, zonder te vragen, zonder te beloven.

 

 

Afterthought

Maar toch, ik weet niet of het veel verschilt
met vroeger - of alleen verschoven wordt:
die liefdesbrieven, liefdesverzen gingen meestal over
het lief, dat nog geen minnares geworden was.
Maar hoeveel vrouwen bleven ooit beminden èn de kameraad
en medeplichtige in goed en kwaad.
Hoevelen?
Het zal wel niet veel schelen.

 

 1722281-0da4668cb37bc3b236a885f11630c33a.jpg
M. Vasalis (13 februari 1909 - 6 oktober 1998)

 

 

De Nederlandse schrijver en dichter Jan Arends werd geboren op 13 februari 1925 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Jan Arends op dit blog.

 

Ik ben niet bang

Ik
ben niet bang
voor wat er
zal gebeuren.

Er zullen
witte dieren
door het veld
gaan lopen
en dat
zal alles zijn.

 

 

Ik wil alleen maar weten

Ik
wil alleen
maar weten
wie
ik ben.

Een
andere reden
om te schrijven
heb
ik niet.

Maar
wie ik ben
gaat niemand
wat aan.

 

 1722281-7c5e8567bdcc55f666842141fee6d243.jpg
Jan Arends (13 februari 1925 – 21 januari 1974)

 

 

De Belgische (Franstalig) schrijver Georges Simenon werd geboren in Luik op 13 februari 1903. Zie ook alle tags voor Georges Simenon op dit blog.

Uit: De blauwe kamer (Vertaald door Rokus Hofstede)

‘Heb ik je pijn gedaan?’
‘Nee.’
‘Ben je boos op me?’
‘Nee.’
Het was waar. Op dat moment was alles waar, want hij beleefde de scène in het rauwe hier en nu, zonder zich iets af te vragen, zonder te proberen iets te begrijpen, zonder te vermoeden dat er ooit iets te begrijpen zou zijn. Niet alleen was alles waar, alles was ook echt: hij, de kamer, Andrée die languit bleef liggen op het overhoopgehaalde bed, naakt, haar benen wijd, met de donkere vlek van het geslacht waaruit een sliertje sperma liep.
Was hij gelukkig? Had iemand het hem gevraagd, dan zou hij zonder aarzelen ja hebben gezegd.
Het kwam niet bij hem op het Andrée kwalijk te nemen dat ze hem in zijn lip had gebeten. Dat hoorde erbij, net als de rest, en staand voor de wastafelspiegel, ook hij naakt, depte hij zijn lip met een in koud water gedrenkte handdoek.
‘Gaat je vrouw vragen stellen?’
‘Ik denk het niet.’
 

 1722281-6b3041bc8f2456af003360a6c1bf7f73.jpg
Georges Simenon (13 februari 1903 - 4 september 1989)
In 1931

 

 

De Nederlandse schrijfster Nynke van Hichtum (pseudoniem van Sjoukje Troelstra-Bokma de Boer) werd geboren in Nes op 13 februari 1860. Zie ook alle tags voor Nynke van Hichtum op dit blog.

Uit: Een Kaffersche heldin, of Oehoehoe en Oezinto

“Oezinto’s vader, Mafoeta, was vroeger zelf een rijk opperhoofd geweest, maar in een oorlog tegen de Matabelen had hij bijna al zijn vee verloren, zoodat hij nu met zijn familie bescherming moest zoeken bij een ander machtig opperhoofd.
Met zijn twee vrouwen, zijn zes dochters en de vier koeien, die hem nog waren overgebleven, zocht hij een toevlucht bij zijn ouden vriend Matakitakit en deze was blij, zoo'n dapperen strijder als onderhoorige te krijgen. En dan daarbij nog de twee gezonde, krachtige vrouwen en de zes meisjes, die allen meê konden helpen op het veld!
Maar Mafoeta bleef toch nog altijd de hoop koesteren, zelf nog eens weêr tot zijn ouden rang te kunnen opklimmen. Hij had al zijn hoop gevestigd op zijn flinke, krachtige dochters, die hij stellig alle zes tegen hoogen prijs zou kunnen verkoopen, als ze volwassen waren. De oudste trouwde dan ook na een paar jaar met den zoon van een naburig opperhoofd, die haar van den gelukkigen vader kocht voor acht koeien. Het volgende jaar trouwde de tweede dochter, toen de derde en eindelijk de vierde, en met elk huwelijk vermeerderde de rijkdom van Mafoeta. Hij bouwde zich nu ook een eigen kleine kraal, maar bleef toch nog altijd een onderhoorige van Matakitakit.
‘Als nu mijn andere twee dochters ook goed verkocht worden’, dacht hij, ‘dan zal ik mijn kraal vergrooten en zelf weêr een klein opperhoofd worden!’

 

 1722281-4bb7fb2e10a8ab51e87055fc10a6e4f8.jpg
Nynke van Hichtum (13 februari 1860 - 9 januari 1939)
Beeld door Hans Jouta in Nes, 1997

 

 

De Duitse schrijver Friedrich Christian Delius werd geboren in Rome op 13 februari 1943. Zie ook alle tags voor Friedrich Christian Delius op dit blog.

Uit: Die Frau, für die ich den Computer erfand

„Und das Schlimmste, nein, das Komischste ist eigentlich, dass ich meine eigenen Reden nicht mehr hören kann oder nicht mehr hören will. Ich kann nichts Neues mehr sagen, in dem Rahmen nicht, wo alles so künstlich und feierlich und weihevoll ist, bei einem Festakt kann ich nichts Neues mehr sagen, obwohl ich noch einiges zu sagen habe oder zu sagen hätte, was ich noch nie gesagt habe ... Nein, aber darum hab ich Ihrer Drängelei nachgegeben, deshalb hab ich Sie erhört, sozusagen, Ihre Anfrage wegen eines ausführlichen Interviews, eines langen Gesprächs. Erhört, das klingt anzüglich, oder? ... Sei's drum, redigieren Sie das weg, meinetwegen. Streichen Sie, was Sie wollen ... Hauptsache, Sie kapieren, dass ich endlich mal, wie soll ich sagen, anders reden will. Keine Frackrede, keine Krawattenrede, sondern eher im Arbeitskittel, verstehen Sie? Ich will wenigstens den Versuch machen ... Nein! Bloß nicht schreiben! Nie wieder! Einmal Memoiren, das ist Strafarbeit genug. Was das an Kraft kostet, sag ich Ihnen, nie wieder. Da nimmt man Rücksicht, da lässt man so viel weg, da mogelt man sich durch, da stellt man sich, ob man will oder nicht, aufs Podest, wo man vielleicht objektiv hingehrt, aber das ist einem trotzdem peinlich, und dann untertreibt man wieder, was auch falsch ist, es ist eine höllische Arbeit. Nein, ich traue den Autobiografien nicht, nicht mal meiner eigenen. Da nehm ich mir doch lieber vor, eine ganze Nacht vor einem Recorder zu sitzen, sieben, acht, zehn, zwölf Stunden reden und sich ausfragen lassen. Was ist das schon gegen wochenlanges, monatelanges, jahrelanges Schreiben und Verwerfen und Verbessern und Verschlechtern, nie wieder freiwillig so eine Tortur. Einen ganzen Abend und eine ganze Nacht, das ist doch menschlich, finden Sie nicht?“

 

 1722281-dd4451819104495df13685ef4c479571.jpg
Friedrich Christian Delius (Rome, 13 februari 1943)

 

 

De Zwitserse schrijver Urs Faes werd geboren op 13 februari 1947 in Aarau. Zie ook alle tags voor Urs Faes op dit blog.

Uit: Liebesarchiv

„Es war wenige Tage nach Allerheiligen, ein typischer Novembernebeltag, feucht und grau; wenigstens hatten die wochenlangen Regenfälle, die zu Erdrutschen und Schlammströmen geführt hatten, aufgehört.
Allerheiligen hatte mich veranlaßt, auf dem Weg zur Lesung einen Abstecher ins Dorf meiner Kindheit zu machen und das Grab meines Vaters zu besuchen.
Das fernab gelegene Tal im schweizerischen Mittelland zwischen Jura und Alpen ist bis heute ländlich geblieben, kleine Dörfer, Weiler, einsame Gehöfte. In diesem Tal, das an Föhntagen den Blick freigibt auf die Schneeberge und dessen Flüsse bei Regen das Hochwasser in Aare und Rhein nordwärts tragen, hatte mein Vater sein ganzes Leben verbracht, hier war er auch gestorben, in diesem Dorf unterhalb der Moräne: Thalheim. Er war vor zehn Jahren als hartnäckiger Protestant ausgerechnet am katholischen Totensonntag beigesetzt worden und hatte das zweifellos als weitere Demütigung empfunden. Auch dieses Jahr war das Grab wieder reichlich mit Blumen geschmückt, Mutter, meine Geschwister, Tanten und Onkel trugen noch immer, Jahr für Jahr, ihre Gebinde ans Grab.
Und jedes Jahr lag dieser Blumenstrauß da, auf dessen Schleife in altertümlicher Wendung eine »Verehrerin« dem Toten »ewige Ruhe und stilles Eingedenken entbot. Schon bei der Beerdigung war diese Schleife aufgefallen. Mutters tränenaufgelöstes Gesicht verwandelte sich für Sekunden, wurde starr und hart; ihre Stimme kehrte sich aus dem Schluchzen in ein Stammeln und mundete mit ärgerlichem Unterton in die Frage, von wem denn dieser Strauß sei.“

 

 1722281-dcca78e0f320c2c48127c527097fe9fd.jpg
Urs Faes (Aarau,13 februari 1947)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e februari ook mijn blog van 13 februari 2012 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 19:05 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten