Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 8 april 2015 tot 9 april 2015

Charles Baudelaire, Karel Jonckheere, Joolz Denby, Albert von Schirnding, Johannes Bobrowski, Bernard-Marie Koltès

De Franse dichter Charles Baudelaire werd geboren in Parijs op 9 april 1821. Zie ook alle tags voor Charles Baudelaire op dit blog

 

De albatros

Soms tracht de scheepsbemanning, uit verveling,
een albatros te grijpen als zo'n dier,
het schip omzwenkend, neerstrijkt op de railing
en dan tot prooi wordt van hun bot plezier.
 
Want heeft de vogel eens zich laten vangen
en moet hij zich bewegen over 't dek,
dan ziet men machteloos zijn vlerken hangen
en loopt hij, letterlijk gezegd, voor gek.
 
Zijn vlucht is vorst'lijk, maar zijn dronken stappen
verwekken bij het scheepsvolk hoongelach:
ze doen hem na, ze maken flauwe grappen,
ze brullen zich een breuk om zijn gedrag.
 
Zo is de dichter ook: hij kan ontzweven
aan wat er rond hem wriemelt en krioelt,
maar zie hoe hij, geprest om mee te leven,
juist door die vleugels zich belemmerd voelt!

 

Vertaald door A. Marja

 

 

Spleen

Wanneer de hemel laag en zwaar drukt als een deksel
Op de kreunende geest, ten prooi aan lange verveling,
En hij vanaf de horizon die de hele cirkel omhelst
Over ons een dag giet die nog triester is dan de nachten ;

Wanneer de aarde veranderd is in een vochtig cachot,
Waar de Hoop, als een vleermuis,
Wegvliegt met zijn verlegen vleugel fladderend tegen muren,      
En zijn hoofd stotend tegen verrotte plafonds ;

Wanneer de regen zijn immense sluiers uitspreidt,
Tralies van een immense gevangenis imiterend
En een zwijgend volk van infame spinnen
Zijn netten spant in het diepst van onze hersenen,

Springen ineens klokken op in razernij
En lanceren een afschuwelijk gehuil naar de hemel,
Net als zwervende geesten zonder vaderland
Die halsstarrig beginnen te kermen.

- En lange lijkwagens, zonder tamboer noch muziek,
Passeren langzaam in mijn ziel ; de Hoop,
Overwonnen, huilt, en de vreselijke despotische Angst,
Plant zijn zwarte vlag op mijn voorovergebogen schedel.


Vertaald door Vivienne Stringa

 

 

De dood der geliefden

Ons wachten bedden vol van lichte geuren.
Er liggen divans, diep als graven, klaar.
De lucht is mooier boven hoven, waar
zich vreemde bloemen in ontluiken kleuren.

We zullen lang ons laatste uur betreuren.
Als fakkels branden onze harten zwaar.
Ze schijnen, dubbel in het spiegelpaar
van onze geest, naar eigen vlam te speuren.

Een avond valt tot rose-blauwe mystiek.
We vloeien samen in een licht, uniek
als grote tranen die van afscheid beven.

En later zal men ons een engel sturen
die, trouw en vrolijk, voor ons nieuw laat leven,
beroete spiegels en gedoofde vuren.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 1748934-65f697572c73cab77bfa3a7206c78e7c.jpg
Charles Baudelaire (9 april 1821 – 31 augustus 1867)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Karel Jonckheere werd geboren in Oostende op 9 april 1906. Zie ook alle tags voor Karel Jonckheere op dit blog.

 

Avondbrief naar mijn moeder

Zeg mij nu, moeder, waarom alle dagen
die God verleent ik naar mijn vrienden ga,
en waarom niets mij naar uw dorp komt jagen,
ofschoon ik steeds naar u te hunkren sta?
 
Gij woont terug in 't huisje langs de Leie,
waar ik als kind de zoetste uren sleet,
bij geur van bukshout en geronk van bijen,
en waar uw broer tabak en wisschen sneed.
 
Mijn vrienden sieren hier mijn geest met spreuken
en 'k leer van hen wat schoon en manlijk heet,
maar als ik eenzaam ben zie ik een keuken,
een kleine, grijze vrouw, die 'k moeder weet.
 
Terwijl de ketel ruischt, gaat gij zacht spreken
en denkt aan mij, gerust en klaar verblijd.
Weet mij sereen, niets kan ons eenzijn breken,
want tusschen ons is alles reeds gezeid.

 

 

Hangmat

De diepste weelde is niet dood-te-zijn,
of 't volle leven sidderend te bestreelen,
maar, moe genoeg van doorgedragen zinnepijn,
een tragen verren glimlach met den dood te deelen.
 
Dan ruischen alle vreugden door ons vloeiend bloed,
van de eerste naakte vrouwenborst, die zwol in jonge handen,
de lauwe rust, een nanoen, onder zonnehoed,
tot het grootste heimwee, 's avonds, naar de verre landen.
 
Wij weten 't al: voorbije of naaste oneindigheid,
en drijven op een vrede van klare vizioenen,
er is niets uit, geen aanvang ook van nieuwen tijd,
wij zijn juist mensch genoeg om 't ijle reeds te zoene

 

 1748934-4a0a41ff68ae49e0c6a8c16a124a6fde.jpg
Karel Jonckheere (9 april 1906 - 13 december 1993)

 

 

De Engelse dichteres, schrijfster en “spoken-word artist” Joolz Denby werd geboren op 9 april 1955 in Colchester. Zie ook alle tags voor Joolz Denby op dit blog.

 

Born Dead

We come into the world trailing clouds of glory,
red as daybreak and covered in the muck of ages;
lungs inflating, eyes streaming, creation dreams harrowed
from us by the cut cord and the Babel rush of voices;
we live, we breathe, we find our mother's breast.

But I came silently, dead as dirt, dead as a mummy,
swathed in bandages of slime and embalmed in jaundice,
the pandemonium and scurrying mess of panic
attending me as the doctor braced and heaved,
forceps round my unliving head, tugging, tugging.

Born dead, I was born dead, I wasn't born, I was disinterred,
eyes sealed shut, tracery of spindly ribcage unmoving,
I was refused entry, disbarred from joining this mortal coil
so I lay in my mother's flesh, the ghost long given up,
the doctor pulled and the rickety bed collapsed; bang.

That was my arrival - in a crash of rending metal and the
nurse's scream, the virus-yellow neonate grasped by
brutal instruments, the pointy-headed kid, the corpse
unwilling to do as I was told until they flushed my
flattened veins with two transfusions of my father's blood.

Then I screamed: Oh, horrorshow, oh, fury, oh, grief;
yanked from heaven unto the place beneath
not even my blood, thick with whiskey, was my own;
I entered with velocity and the undead's disregard
for the pitiful machinations of the dumb living.

Born dead, yes, I was born dead, the Memento Mori,
the skull tips her top hat and drags on the black cigarette,
the one-eyed norn cries, 'viva la vida!' Sugar bones and
candy guts, death's dance-partner the reluctant maiden,
I am the bang-up undisputed uncanny Queen of the Underworld.

Born dead - what a bonus; born dead - every breath I
pull a gift, every word written a thanksgiving, every line
drawn a silent carbon prayer, every tattoo inked a bloody
valentine, every kiss a quickening, every tear a salty joy;
born dead, I shouldn't be here, born dead,
I shouldn't, shouldn't be here.

But I am.

 

 1748934-0f7628b885e66724352fb8f0864110a1.jpg
Joolz Denby (Colchester, 9 april 1955)

 

 

De Duitse dichter, schrijver, essayist en criticus Albert von Schirnding werd geboren op 9 april 1935 in Regensburg. Zie ookZie ook alle tags voor Albert von Schirnding op dit blog.

Uit: Jugend, gestern

„Auf überwachsenen Pfaden nähere ich mich dem Sommer des Jahres 1947. Ich weiß, noch manch anderer Sommer des vergangenen Jahrhunderts erhebt Anspruch auf den säkularen Namen.
Aber er gebührt, da bin ich mir sicher, nur einem einzigen: jenem. Den ganzen August hindurch fiel kein Regentropfen.
Ohne Unterlaß, unangefochten von Wolken und Wind, brannte die Sonne und hinterließ, wenn sie spät abends ihre Fahrt von den Hesperiden zu den Aithiopern durch den halbausgetrockneten Ozean antrat, einen so großen Überschuß an Hitze, daß die Luft in den Nächten um keinen Grad abkühlte. Auf den Wiesen wuchsen die braunen Flächen, die Erde der im Wachstum behinderten Weizen- und Roggenfelder zeigte tiefe Risse, der Wald, in dem kein Vogel mehr sang, stand in rostigem Rot,
Borken- und Kartoffelkäfer wüteten ungestört. Das Tag für Tag von Tante Adele triumphierend prophezeite Strafgericht, das in Gestalt eines apokalyptischen Gewitters über uns hereinbrechen werde, herausgefordert von uns Kindern, weil wir die Hitze begrüßten, den Regen, der uns ins Haus gebannt hätte, im Abendgebet zu erflehen uns weigerten, blieb aus. Helios hatte Zeus mattgesetzt, schlaff hing der in seinem Thron auf dem Olymp und fand nicht mehr die Kraft, seine Blitze zu schledern. Wenn der Lateinlehrer Dr.Stichling, der mitten im Schuljahr gestorben war, diesen August noch erlebt hätte, würde er seinen Glauben an die griechischen Götter, mit denen er uns quälte, über Bord geworfen haben. Der Lebenskahn drohte auf Grund zu laufen; er mußte um alles Überflüssige, die Götter voran, erleichtert werden.“

 

 1748934-bfe04c6f0ba6f1a3673c60352155cc92.JPG
Albert von Schirnding (Regensburg, 9 april 1935)

 

 

De Duitse schrijver, dichter en essayist Johannes Bobrowski werd geboren op 9 april 1917 in Tilsit. Zie ook alle tags voor Johannes Bobrowski op dit blog.

 

Anruf

Hoch überm See die schweigende Nowgorod.
Noch sinne ich das wohl, und es zieht das Herz
sich mir zusammen, - und doch ist ein
Frieden bereitet in der Zerstörung.

Den aber nennen! In das zerstörte Haus
gehn nur im Traum Gedanken noch ein vom Einst -
wie Möwen überm müden Flusse,
und auch ihr Schreien zerbricht im Winde.

Noch stehen Türme, die ihrer Kuppeln Last,
zerbrochnen Kronen gleich, aus der Trümmer Leid
aufheben, doch es fügt der Himmel
nur das zertretene Bild zusammen.

 

 

Dorfmusik

Letztes Boot darin ich fahr
keinen Hut mehr auf dem Haar
in vier Eichenbrettern weiß
mit der Handvoll Rautenreis
meine Freunde gehn umher
einer bläst auf der Trompete
einer bläst auf der Posaune
Boot werd mir nicht überschwer
hör die andern reden laut:
dieser hat auf Sand gebaut

Ruft vom Brunnenbaum die Krähe
von dem ästelosen: wehe
von dem kahlen ohne Rinde:
nehmt ihm ab das Angebinde
nehmt ihm fort den Rautenast
doch es schallet die Trompete
doch es schallet die Posaune
keiner hat mich angefaßt
alle sagen: aus der Zeit
Fährt er und er hat's nicht weit

Also weiß ichs und ich fahr
keinen Hut mehr auf dem Haar
Mondenlicht um Brau und Bart
abgelebt zuendgenarrt
lausch auch einmal in die Höhe
denn es tönet die Trompete
denn es tönet die Posaune
und von weitem ruft die Krähe
ich bin wo ich bin: im Sand
mit der Raute in der Hand.

 

 1748934-33a75a8d9be53e6653cafd9501864ee3.jpg
Johannes Bobrowski (9 april 1917 – 2 september 1965)

 

 

De Franse toneelschrijver Bernard-Marie Koltès werd geboren in Metz op 9 april 1948. Zie ook alle tags voor Bernard-Marie Koltès op dit blog.

Uit: Dans la solitude des champs de coton

« Mais plus un vendeur est correct, plus l’acheteur est pervers ; tout vendeur cherche à satisfaire un désir qu’il ne connaît pas encore, tandis que l’acheteur soumet toujours son désir à la satisfaction première de pouvoir refuser ce qu’on lui propose ; ainsi son désir inavoué est exalté par le refus, et il oublie son désir dans le plaisir qu’il a d’humilier le vendeur.
(…)

 

 1748934-ceaedd0303e0ddbf73c0d49844f2c76b.jpg
Scene uit een opvoering in Avignon, 2009

 

Si un chien rencontre un chat – par hasard, ou tout simplement par probabilité, parce qu'il y a tant de chiens et de chats sur un même territoire qu'ils ne peuvent pas, à la fin, ne pas se croiser ; si deux hommes, deux espèces contraires, sans histoire commune, sans langage familier, se trouvent par fatalité face à face – non pas dans la foule ni en pleine lumière, car la foule et la lumière dissimulent les visages et les natures, mais sur un terrain neutre et désert, plat, silencieux, où l'on se voit de loin, où l'on s'entend marcher, un lieu qui interdit l'indifférence, ou le détour, ou la fuite ; lorsqu'ils s'arrêtent l'un en face de l'autre, il n'existe rien d'autre entre eux que de l'hostilité – qui n'est pas un sentiment, mais un acte, un acte d'ennemis, un acte de guerre sans motif. »

 

 1748934-1acb4ef947b204fde2a4d1452cc378aa.jpg
Bernard-Marie Koltès (9 april 1948 – 15 april 1989)

 



Zie voor nog meer schrijvers van de 9e april ook mijn blog van 9 april 2012 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:44 Reageer op dit bericht

Jelle Brandt Corstius

De Nederlandfse schrijver correspondent en programmamaker Jelle Brandt Corstius werd geboren in Bloemendaal op 9 april 1978 als zoon van schrijver Hugo Brandt Corstius. Jelle Brandt Corstius volgde van 1990 tot 1996 het VWO aan het Amsterdams Lyceum en ging daarna voor een jaar naar het Elizabethtown College in Pennsylvania. Van 1997 tot 2003 studeerde hij geschiedenis en journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. In Groningen was hij lid van A.S.V. Dizkartes. Brandt Corstius was van 2002 tot 2005 redacteur voor Barend & Van Dorp. Hij woonde van 2005 tot 2010 in Moskou, waar hij correspondent was voor Trouw, De Standaard en mensenrechtenmagazine “Wordt Vervolgd”. In 2009 maakte Brandt Corstius voor de VPRO de televisieserie Van Moskou tot Magadan, waarin hij in Rusland op zoek ging naar thema's die het leven van de gewone Rus vandaag de dag domineren. In 2010 vervolgde hij zijn reportages in de serie “Van Moskou tot Moermansk”. Nadat hij in 2012 en 2013 de reportageserie “Van Bihar tot Bangalore” over India had gemaakt, trok hij in 2014 met een UAZ-busje door de Kaukasus voor de serie De bergen achter Sotsji. In 2015 volgde, naar aanleiding van de Krimcrisis, de serie Grensland over Rusland en zijn buren. Brandt Corstius presenteerde in 2010 en 2011 het programma Zomergasten. In 2008 publiceerde hij “Rusland voor gevorderden”, in 2010 “Van Moskou tot Medan”. Andere boeken zijn o.a. “Van Bakoe tot Batoemi - Een gids voor de Kaukasus” (2014) en “Arctisch dagboek” (2014).

Uit: Arctisch Dagboek

“Later op de dag, na mijn tweede lezing – opnieuw een moeizame sessie – was er een borrel, georganiseerd door de Nederlandse groep. Mijn aanwezigheid was niet verplicht, maar werd van mij als hoerdier eigenlijk wel verwacht. Hoe dan ook, er was gratis alcohol, en daar was ik wel aan toe. Ik zorgde dat ik vijf minuten voor aanvang bij de borrel aanwezig was. Een geamuseerde Filippijn gaf mij twee glazen wijn, die ik in één keer opdronk. Ik was klaar voor de strijd.
De man met de vermiste muts kwam naar mij toe. Hij zei: ‘Ik heb goed nieuws en slecht nieuws. Het goede nieuws: mijn muts is terecht. Ik apprecieer dat je geholpen hebt met zoeken, werkelijk waar. Het slechte nieuws, als ik helemaal eerlijk ben...’ Hier liet de man een veelbetekenende stilte vallen. Zijn ogen priemden in mijn hoofd zoals alleen mannen die jarenlang keiharde besluiten hebben moeten nemen in boardrooms dat kunnen. ‘Als ik helemaal eerlijk ben,’ herhaalde de man om het dramatisch effect te vergroten, ‘uw eerste lezing was niet goed. Het verhaal was te anekdotisch, niet
verdiepend genoeg. En de foto’s die u erbij liet zien: dat kan beter. Echt waar. Ik heb nog wel wat tips.’ Ik beloofde de tips door te geven aan de fotograaf, die kort daarvoor een Zilveren Camera had gewonnen voor zijn nomadenproject, zoals ik er subtiel bij vermeldde. Maar deze mutsenman was niet van de subtiliteiten, of hij had nog nooit van de Zilveren Camera gehoord.

‘Moet je horen,’ vervolgde de man, terwijl hij een grote, zware hand op mijn schouder legde, ‘ik heb een vrindje die foto’s maakt. Het is een hobbyist, maar het zijn verdomd goede foto’s. Als je nou je reis opnieuw maakt, maar dan met mijn vrindje, die fatsoenlijke foto’s kan maken. Maakt je verhaal echt een stuk beter, dat kwam nu ook niet helemaal uit de verf. Kan hij je ook mee helpen.’
Terwijl de man zijn hand op mijn schouder hield, en verder vertelde over zijn vrindje, zette ik mijn oren uit. Dit is een handige eigenschap als je veel reist; soms is het beter om iemand helemaal leeg te laten lopen, dan hardhandig het gesprek van koers te laten veranderen. Soms kan je moeilijk weg uit een situatie, bijvoorbeeld als een zeer zelfverzekerde man zijn dikke worstenarm op je schouder legt.”

 

 1900032-c4e1795f737e059b36b690bff9a2b56f.jpg
Jelle Brandt Corstius (Bloemendaal, 9 april 1978)



Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Herinnering aan Gerard Reve, Hanz Mirck, Christoph Hein, Judith Koelemeijer, Nnedi Okorafor, Barbara Kingsolver, John Fante

 

Herinnering aan Gerard Reve

Vandaag is het precies 9 jaar geleden dat de Nederlandse dichter en schrijver Gerard Reve overleed. Zie ook alle tags voor Gerard Reve op dit blog en eveneens mijn blog van 14 december 2006. en mijn blog van 9 april 2006.

 

15 augustus 1970

Eens zal ik gaan
tot waar de Ongeschonden Roos voor eeuwig bloeit,
en schouwen in Haar hart, tot waar de zee van bloed
zwart wordt van diepte: Mysterie, van Zichzelf gedragen,
dat uit Zichzelf geboren wordt.

 

 1748495-b6cb6c6669770238cc74f92951eab605.jpg
Gerard Reve (14 december 1923 - 8 april 2006)
Portret door Anneke van Brussel, 2010

 

 

 

De Nederlandse dichter Hanz Mirck werd geboren op 8 april 1970 te Zutphen. Zie ook alle tags voor Hanz Mirck op dit blog.

 

April in Paris

Op een dag schrijf je jezelf een brief
namens een gemeente
Een brief om verder te komen
je legt hem op de hoek van je bureau:

weg met het oude, ruimte voor het nieuwe
Geen donker gewelf met gebrandschilderd glas
maar ruimte waar het licht kan spelen
Later kijk je uit over het Raadhuisplein

Nu schrijven een man en een vrouw elkaar
een brief over vooruitgang (ze leggen hem op de bar)
veeg op de koude wind, vergunning voor gastvrijheid

Hoe breder het terras, des te warmer het wordt,
des te eerder de ober ons Parijs kan brengen
op één hand in de zon

 

 

Stille getuige

Die dag trok ik mijn pak aan. Mijn beste. Het enige
Niet langer kon ik zwijgen. Ik nam de beste woorden
Mijn enige. Mijn wapens een monddood pistool met
knaldemper en de meervoudsvorm van elk werkwoord

De portier was net zo nerveus als ik, precies op tijd
tussen de reclames in zou ik het nieuws zelf lezen, na
renteloze leningen, vervuilende schoonmaakmiddelen,
de verzekeringen die de regisseur me deed –

Iedereen kan me nu zien wachten, niemand weet
wat ik heb gezien, de dode decors, hoe murw de wereld
er van mijn kant uitzag. Ik hield me aan mijn dunne
stropdas overeind. Mijn beste. De enige

Toen draaiden ze mijn armen op mijn rug
Mijn toespraak verkreukeld in de kranten, ongehoord
op de grond. Banger voor mijn valse wapen
dan voor mijn waarheid. Mijn enige. De beste

 

 1748495-bc29680d91d732114371cdad254afddc.jpg
Hanz Mirck (Zutphen, 8 april 1970)
 

 

 

De Duitse schrijver, essayist en vertaler Christoph Hein werd geboren op 8 april 1944 in Heinzendorf in Silezié. Zie ook alle tags voor Christian Hein op dit blog.

Uit: Das Wildpferd unterm Kachelofen

„Er pflückte sich rechts und links die schönsten und schwärzesten Brombeeren ab, steckte sie allerdings nicht in das Kochgeschirr, sondern aß sie gleich. Er hatte immer Hunger. Er konnte sich nicht erinnern, jemals richtig satt gewesen zu sein. Das jedenfalls war seine Ansicht darüber. Tatsächlich würde er auch nach der ausgiebigsten Mahlzeit nie eine angebotene Schokoladenwaffel oder gar einen Karamellpudding ausschlagen. Nur dass es ihm keiner anbot. So naschte er an den Büschen und versuchte, nicht immerzu an seinen knurrenden Magen zu denken. Und ab und zu, wenn er zu weit zurückgeblieben war, galoppierte er auf allen vieren den Freunden hinterher. Dabei warf er wehmütige Blicke auf die vielen Brombeeren, an denen er vorbeieilen musste. Jakob Borg stampfte mit kurzen, energischen Schritten immer weiter, wobei er laut vor sich hin redete. Er war an diesem Nachmittag sehr wütend. "Fünfmal Ärger an einem Tag, das ist zu viel. Erst haben mich die Großen an die Wand geschubst. Und dann hat mich der Hausmeister angeschnauzt, als ob ich daran schuld wäre. Und dann hat mich die Lehrerin und die ganze Klasse ausgelacht, weil ich mich nicht traute, über so einen dummen, dummen Balken zu laufen. Und in der Pause hat mich ein Mädchen ,Brillenschlange' genannt. Und zu Hause hat Papa gleich gesagt, ich soll bloß ruhig sein und ihn nur nicht stören. Fünfmal Ärger an einem einzigen Tag, stell dir das einmal vor, Falscher Prinz!" Er drehte sich um und funkelte den Falschen Prinzen so wütend an, dass dieser vor Schreck kein Wort herausbrachte. "Sei froh", schimpfte Jakob, "dass du nicht in diese dämliche Schule gehen musst!" Der Falsche Prinz beeilte sich, zustimmend zu nicken. In Wahrheit wäre er sehr gern in die Schule gegangen. Er träumte oft, für eine Woche oder auch nur für einen Tag die Schule zu besuchen. Er dachte an Katinka, die zu Hause geblieben war. Katinka hatte ihm gesagt: "Die Schule, mein Lieber, ist das Schönste auf der Welt. Am liebsten würde ich mein ganzes Leben lang in die Schule gehen."

 

 1748495-c6b122dfb2fcd2e6b8f34704ec186909.gif
Christoph Hein (Heinzendorf, 8 april 1944)

 

 

De Nederlandse schrijfster en journaliste Judith Koelemeijer werd geboren in Zaandam op 8 april 1967. Zie ook alle tags voor Judith Koelemeijer op dit blog.

Uit: Hemelvaart

“Ik weet niet of ik ooit zal begrijpen wat er die nacht is gebeurd. Hoe het zo onherroepelijk mis kon gaan. Eén ding weet ik wel. Mijn leven was anders verlopen als Annette er nog was geweest. Het is allemaal lang geleden, al meer dan vijfentwintig jaar. Ik durf niet te zeggen dat mijn herinneringen betrouwbaar zijn. We maken ons eigen verhaal van het verleden; een versie die aanvaardbaar lijkt, met een duidelijk begin, midden en einde. Alsof het zo moest zijn en niet anders. We willen liever niet weten hoeveel er wordt bepaald door stom toeval of het lot. Ze was mijn vriendin, Annette, Nu ik weer veel aan haar denk. Verbaast het me hoe ze nog leeft in mijn gedachten. Soms lijkt het of ik haar kan aanraken. Haar magere schouders, haar smalle, warme rug. Kunnen handen herinneringen bewaren? Ik geloof dat we elkaar veel omhelsden. Toen ik nog jong was, kon ook mijn vriendschap met een meisje de intensiteit hebben van een verliefdheid. Annette had groene ogen die licht leken te geven, als van een kat in het donker. Met die ogen verleidde ze, sleurde ze mee, ook tijdens onze laatste nacht op Paros. Lang heb ik gedacht dat ik haar goed kende. Als je onzeker bent en naar bevestiging zoekt, denk je al snel dat de ander net zo is als jij. Pas de laatste tijd besef ik hoe weinig ik van haar weet. De vriendschap was voorbij voordat zij werkelijk was begonnen. We hebben gedanst, gezopen, flink gezopen, geflirt en gelachen samen.
Maar er was nog zoveel niet gezegd. Annette zal altijd twintig blijven. Elk jaar voert me verder weg van wie zij was, van wie wij toen waren. Toch keer ik telkens bij haar terug. Er is die nacht iets kapotgegaan wat ik nooit heb kunnen helen, al zou ik nog steeds niet kunnen zeggen wat er precies verloren ging, In al die tijd zijn er geen antwoorden gekomen, alleen maar meer vragen.”

 

 1748495-235469d696c90e21bf3ed2bbb0750dc0.jpg
Judith Koelemeijer (Zaandam, 8 april 1967)
Cover

 

 

De Afrikaanse-Amerikaanse schrijfster Nnedi Okorafor werd geboren op 8 april 1974 in Cincinnati, Ohio. Zie ook alle tags voor Nnedi Okorafor op dit blog.

Uit: Zahrah the Windseeker

“Thankfully, when I was born, my parents were open-minded, well educated, and familiar with some of the older stories about dada people. These stories said that the dada-born were destined to be wise beings, not necessarily rebels. As a result, my parents didn"t cut my hair, and they weren"t scaredby it either. Instead they let it grow and, as I got older, made sure I understood that being dada was not a curse. In fact, it was a blessing, because it was a part of me, they said. Of course I didn"t feel this way when I was old enough to go to school and my classmates called me names. Now I"m fourteen and my dada hair has grown way down my back. Also, thevines inside are thicker and dark green. Sometimes all this hair is heavy, but
I"m used to it. My mother says it forces me to hold my head up higher.
A large part of the culture in the northern Ooni Kingdom where I live is to look "civilized." That"s northern slang for stylish. There"s no way the typical northerner would go outside without wearing his or her most civilized clothes and looking clean and nice. Not even for a second.
We all carry mirrors in our pockets, and we take them out every so often to inspect our reflection and make sure we look good. On top of that, our clothes click with tiny style mirrors embedded into the collars and hems.
They"re really lovely. I have a dress with style mirrors sewn all over it.
Sometimes when I"m alone I like to put it on and dance in the sunlight. The reflections from the little mirrors look like white insects dancing along with me.”

 

 1748495-bb2a0a08dbfeadb2b41455a4f1953c2a.jpg
Nnedi Okorafor (Cincinnati, 8 april 1974)
 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Barbara Kingsolver werd geboren op 8 april 1955 in Annapolis, Maryland. Zie ook alle tags voor Barbara Kingsolver op dit blog.

Uit:The Poisonwood Bible

“In the year of our Lord 1960 a monkey barreled through space in an American rocket; a Kennedy boy took the chair out from under a fatherly general named Ike; and the whole world turned on an axis called the Congo. The monkey sailed right overhead, and on a more earthly plane men in locked rooms bargained for the Congo’s treasure. But I was there. Right on the head of that pin.
I had washed up there on the riptide of my husband’s confidence and the undertow of my children’s needs. That’s my excuse, yet none of them really needed me all that much. My firstborn and my baby both tried to shed me like a husk from the start, and the twins came with a fine interior sight with which they could simply look past me at everything more interesting. And my husband, why, hell hath no fury like a Baptist preacher. I married a man who could never love me, probably. It would have trespassed on his devotion to all mankind. I remained his wife because it was one thing I was able to do each day. My daughters would say: You see, Mother, you had no life of your own.
They have no idea. One has only a life of one’s own.
I’ve seen things they’ll never know about. I saw a family of weaver birds work together for months on a nest that became such a monstrous lump of sticks and progeny and nonsense that finally it brought their whole tree thundering down. I didn’t speak of it to my husband or children, not ever. So you see. I have my own story, and increasingly in my old age it weighs on me. Now that every turn in the weather whistles an ache through my bones, I stir in bed and the memories rise out of me like a buzz of flies from a carcass. I crave to be rid of them, but find myself being careful, too, choosing which ones to let out into the light. I want you to find me innocent. As much as I’ve craved your lost, small body, I want you now to stop stroking my inner arms at night with your fingertips. Stop whispering. I’ll live or die on the strength of your judgment, but first let me say who I am. Let me claim that Africa and I kept company for a while and then parted ways, as if we were both party to relations with a failed outcome. Or say I was afflicted with Africa like a bout of a rare disease, from which I have not managed a full recovery. Maybe I’ll even confess the truth, that I rode in with the horsemen and beheld the apocalypse, but still I’ll insist I was only a captive witness.”

 1748495-e66568847fd4f34b84fd49221b929408.jpg
Barbara Kingsolver (Annapolis, 8 april 1955)
 

 

 

De Amerikaanse schrijver John Fante werd geboren in Colorado op 8 april 1909. Zie ook alle tags voor John Fante op dit blog.

Uit: The Road to Los Angeles

« I checked his figures carefully three times. The ten was indeed missing. We examined the floor, kicking sawdust around. Then we looked through the cash drawer again, finally taking it out and looking inside the shaft. We couldn't find it. I told him maybe he had given it to somebody by mistake. He was certain he hadn't. He ran his fingers in and out the pockets of his shirt. They were like frankfurters. He patted his pockets. "Gimme a cigarette."
I pulled a pack from my back pocket, and with it came the ten dollar bill. I had wadded it inside the cigarette pack, but it had worked itself loose. It fell on the floor between us. Tony crushed his pencil until it splintered. His face purpled, his cheeks puffed in and out. He drew back his neck and spat in my face.
"You dirty rat! Get out!"
"Okay," I said. "Suit yourself about that."
I got my Nietzsche book from under the counter and started for the door, Nietzsche! What did he know about Friedrich Nietzsche? He wadded the ten dollar bill and threw it at me. "Your wages for three days, you thief!" I shrugged. Nietzsche in a place like this!
"I'm leaving," I said. "Don't get excited." "Get out of here!" He was a good fifty feet away.
"Listen," I said. "I'm tickled to be leaving. I'm sick of your drooling, elephantine hypocrisy. I've been wanting to abandon this preposterous job for a week. So go straight to hell, you Dago fraud!"
I stopped running when I reached the library. It was a branch of the Los Angeles Public Library. Miss Hopkins was on duty. Her blonde hair was long and combed tightly. I always thought of putting my face in it for the scent. I wanted to feel it in my fists. But she was so beautiful I could hardly talk to her. She smiled. I was out of breath and I glanced at the clock. "I didn't think I'd make it," I said.”

 

 1748495-f5e81cce6707f1b307d9397d00da94c7.jpg
John Fante (8 april 1909 – 8 mei 1983)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e april ook mijn blog van 8 april 2012 en ook mijn blog van 8 april 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:39 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten