Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 17 april 2015 tot 18 april 2015

Bas Belleman, Wam de Moor, Clara Eggink, Kathy Acker, Joy Davidman, Richard Harding Davis

De Nederlandse dichter Bas Belleman werd in Alkmaar geboren “op een heldere ochtend in april” (Rottend Staal) van het jaar 1978. Zie ook alle tags voor Bas Belleman op dit blog.

Uit: Sneeuwwitje (Fragment)

11

Ze is welkom,
stiefmoeder, koningin.
In het vuur hangen koperen schoenen met hoge hakken:
om te eren of te wreken, ze weet het niet zeker.
Ze ziet de andere gasten grijnzen,
zelfs haar eigen koning,
en tot overmaat van belediging grijnst hij iets milder.
Nu vergaat haar trotse schoonheid.
Hard gevochten, toch verloren.
Ze doet de roodgloeiende schoenen aan haar voeten
en ze danst, danst, danst
met alles wat ze heeft,
met gloeiende schoenen blijft ze dansen
alsof ze sneeuw wil vertrappen.
Haar zwartgeblakerde voeten verraden haar,
weigeren hun hitte te verdragen,
weigeren haar te dragen,
moeilijker en moeilijker danst de koningin
met alle waardigheid die ze kan verbeelden.
Haar voeten branden,
haar kokende bloed
stroomt uit de schoenen over de vloer.
Nog nooit was ze zo akelig mooi.

 

 

Uit: Twee Koningskinderen (Fragment)

De koningskinderen vluchtten verder
zigzag door het bos
op weg naar het koninkrijk van de prins.
De koning galoppeerde woedend achter hen aan,
vastbesloten hen in te halen.
Opnieuw wist de prinses raad.
     ‘Ik verander jou in een kerk
     en mijzelf in de galm.’
Een grote koele ruimte strekte zich uit in de prins.
Hij kreeg er benen bij, en nog meer benen,
ze stonden in een rij en versteenden
tot zuilengalerij. Zijn armen
strekten zich uit en vervormden tot muren
en zijn schedel werd de koepel waar de hemel
tegenaan was geschilderd
en op zijn gezicht verschenen de uren.
Zijn orgel speelde en de prinses
begon te schemeren, verloor in hem haar lichaam,
loste op en was de galm.
De koning stapte over de drempel van de kerk,
knielde bij het altaar
en kwam met lege handen bij de koningin terug.
     ‘Je had de galm moeten vangen,’
zei ze, onthutst dat hij,
heerser van hun koninkrijk,
zijn dochter niet had herkend.

 

 1752619-6ddcc11b16706ac4e9c1c043fe2bff00.jpg
Bas Belleman (Alkmaar, april 1978)

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter, neerlandicus en literatuurcriticus Willem Anton Marie (Wam) de Moor werd geboren in Zevenaar op 18 april 1936. Wam de Moor overleed op 12 januari jomgstleden. Zie ook alle tags voor Wam de Moor op dit blog.

Uit: Over J. Van Oudshoorn

“Waar in Frankrijk de symbolisten, waar bij ons de meeste Tachtigers, met Van Deyssel als belangrijkste exponent, juist in hun dagelijkse handel en wandel het burgerlijke geheel vermeden - zij waren kunstenaar en verfoeiden de burgerlijke moraal -, bepaalde Van Oudshoorn zich in wezen tot die moraal, haar soms verfoeiend, soms koesterend. (...) Van de symbolisten wordt gezegd: ‘Zij leven voor de kunst; over kunst en vooral ook over kunstenaars wordt op elk uur van de dag en van de nacht gesproken.’ Feijlbrief, die Van Oudshoorn was, roept daarentegen het beeld op van de man alleen, die op het koude terras van Café Grossenwahn schuilgaat onder hoed en overjas en schuchter tuurt naar het bohémien artiestenvolk achter de ramen van de verwarmde kroeg.
Dat beeld vind ik bestendigd in de wijze waarop Van Oudshoorn zich aan het begin van de jaren twintig bejegend wist door enkele van de notoire kunstenaars onder het letterenvolk: Boutens, Van Deyssel, Kloos.
In augustus 1919 had hij P.C. Boutens leren kennen. ‘Hij was zeer tegemoetkomend’, schreef hij aan een gemeenschappelijke kennis, ‘en ik verheug mij hem te hebben leeren kennen’. Boutens wees Van Oudshoorn op zijn rechten als auteur en op de mogelijkheid om lid te worden van de Vereniging voor Letterkundigen. Zoals de hiervoor beschreven conflicten met Brusse hebben laten zien, had dit contact het kersverse lid strijdbaarder gemaakt.
Feijlbrief kon op zijn beurt Boutens een plezier doen. Door het contact met Clifford Kocq van Breugel was hij eraan gewend geraakt om van tijd tot tijd via Buitenlandse Zaken in Den Haag zendingen buitenlandse boeken te verzorgen. En blijkens enige brieven van Boutens gaat hij dat ook voor deze doen. Soms kan dat niet probleemloos, er moeten uitvoerrechten betaald worden. Maar Boutens bedenkt: ‘De boeken zouden misschien dadelijk kunnen worden verzonden. U zoudt in de deelen van Keller mijn naam en in de overige boeken den naam van A. van Herzeele kunnen schrijven, als bewijs dat het particulier eigendom is. Men zegt mij, dat de boeken dan niets zouden kosten aan toeslag.’ Of anders: ‘Het is mogelijk doenlijk om met voorweten van v. Breugel nu en dan in zijn pakket een enkel ding te stoppen.’
Wilde hij Feijlbrief vleien of meende hij werkelijk wat hij schreef: ‘Het is mijn stille hoop dat U als practisch man een uitweg zult weten te vinden, die voor een onpractisch brein als het mijne niet te bedenken valt.”

 

 1752619-3926e31fc7acba2d56cd74cc17f7289b.gif
Wam de Moor (18 april 1936 – 12 januari 2015)

 

 

De Nederlands dichteres en schrijfster Clara Eggink werd geboren in Utrecht op 18 april 1906. Zie ook alle tags voor Clara Eggink op dit blog.

 

Het verdronken kind

Op dezen stormdag is een kind verdronken
Wien d'oever van het meer bekoorde.
Het water had zoozeer geblonken
Hij greep en viel en niemand die het hoorde.
De stille aftocht van zijn kleine leven
Heeft, als de wind, geen spoor gezet.
Slechts heeft een zilvren ring gedreven
Waar zijn blond hoofdje werd gebed.
Maar later zal één die hem moest behooren
Verlaten langs het water gaan,
Nadenkend, in zichzelf verloren.
Een ring zal op den spiegel staan.

 

 1752619-29a9a10082a9b64d0779aad03818be26.jpg
Clara Eggink (18 april 1906 - 3 maart 1991)
Utrecht, Oude Gracht rond 1900 

 

 

De Amerikaanse schrijfster, essayiste en feministe Kathy Acker werd op 18 april 1947 in New York geboren als Karen Alexander. Zie ook alle tags voor Kathy Acker op dit blog.

Uit: Great Expectations

“This cluster, travelling through a series of other clusters that, like mirrors, kept defining or explained the first cluster more clearly, for there is nowhere to go there is no lineality of time time is an almost recurring conical, led to the final reversed (not consciously known by me) image: during Christmas the whole world is rejecting a male and a female kid who are the genetic existing scum. To the right of this card is the Star. To the left is the card of craftsmanship which due to hard work succeeds.
Terence told me that despite my present good chance and my basic stability and contentedness with myself (the fat purring human cat), or alongside these images, I have the image or obsession of being cast out and scum. This powerful image depends on the image of the Empress or the image I have of my mother. When I was very young, even before I was born, my mother hated me because my father left her (because she got pregnant?) and because my mother wanted to remain her mother’s child rather than be my mother. My image of my mother is the source of my creativity—I prefer the word consciousness. My image of my hateful mother is blocking consciousness. To obtain a different picture of my mother, I have to forgive my mother for rejecting me and committing suicide (the picture of love, found in one of the clusters, is forgiveness transforming need (the savage red untamed lion) into desire (the two lovers hold the cup of fantasy with the caduceus of health).
Due to this hatred, the cards continued, I separate women myself into virgin meditation (The Hierophant) or the scantiest lust, rather than believing I can be fertile.”

 

 1752619-61af1764fc16958501bdbe517ed2650f.jpg
Kathy Acker (18 april 1947 – 30 november 1997)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Joy Davidman werd geboren op 18 april 1915 in New York. Zie ook alle tags voor Joy Davidman op dit blog.

 

Letter to a Comrade (Fragment)

Only remember,
wanderer, under the murdered and slender trees
white bodies given over to slaughter, remember
only the fireweed, comrade, the glory in burnt places,
the sharply colored torchbearers, the new warriors,
the green and flowery resurrection, the fireweed
marching over burnt hills down to the sea's edge. Remember
resurrection riot among the roots of the birches, resurrection
out of the white and black bones of burnt trees, resurrection.
Remember
with what a brave necessity the fireweed
answers birdcry down the desolate beaches
speaks to the aimless wind the heart's red syllable,
blooms on our bones. Let the fireweed answer,
comrade, and so we may lie quiet in our graves.

 

 1752619-4ac2df26034c2abddf1adf27998b8c3f.jpg
Joy Davidman (18 april 1915 – 13 juli 1960)

 

 

De Amerikaanse journalist en schrijver Richard Harding Davis werd geboren op 18 april 1864 in Philadelphia. Zie ook alle tags voor Richard Harding Davis op dit blog.

Uit: Captain Macklin: His Memoirs

“My education and my daily environment each pointed to that career, and even if I had shown a remarkable aptitude for any other calling, which I did not, I doubt if I would have pursued it. I am confident that had my education been directed in an entirely different channel, I should have followed my destiny, and come out a soldier in the end. For by inheritance as well as by instinct I was foreordained to follow the fortunes of war, to delight in the clash of arms and the smoke of battle; and I expect that when I do hear the clash of arms and smell the smoke of battle, the last of the Macklins will prove himself worthy of his ancestors.
I call myself the last of the Macklins for the reason that last year, on my twenty-second birthday, I determined I should never marry. Women I respect and admire, several of them, especially two of the young ladies at Miss Butler's Academy I have deeply loved, but a soldier cannot devote himself both to a woman and to his country. As one of our young professors said, "The flag is a jealous mistress."
The one who, in my earliest childhood, arranged that I should follow the profession of arms, was my mother's father, and my only surviving grandparent. He was no less a personage than Major-General John M. Hamilton. I am not a writer; my sword, I fear and hope, will always be easier in my hand than my pen, but I wish for a brief moment I could hold it with such skill, that I might tell of my grandfather properly and gratefully, and describe him as the gentle and brave man he was. I know he was gentle, for though I never had a woman to care for me as a mother cares for a son, I never missed that care; and I know how brave he was, for that is part of the history of my country. During many years he was my only parent or friend or companion; he taught me my lessons by day and my prayers by night, and, when I passed through all the absurd ailments to which a child is heir, he sat beside my cot and lulled me to sleep, or told me stories of the war. There was a childlike and simple quality in his own nature, which made me reach out to him and confide in him as I would have done to one of my own age. Later, I scoffed at this virtue in him as something old-fashioned and credulous. That was when I had reached the age when I was older, I hope, than I shall ever be again. There is no such certainty of knowledge on all subjects as one holds at eighteen and at eighty, and at eighteen I found his care and solicitude irritating and irksome. With the intolerance of youth, I could not see the love that was back of his anxiety, and which should have softened it for me with a halo and made me considerate and grateful."

 

 1752619-803ccaf3137300ab9ad445a11b1539d6.jpg
Richard Harding Davis (18 april 1864—11 april 1916)
 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e april ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:18 Reageer op dit bericht

Henry Kendall, Thomas Middleton, Leif Panduro ,Udo Werner Steinberg, Katharina Schwanbeck

De Australische dichter Henry Kendall werd geboren op 18 april 1839 in Milton. Zie ook alle tags voor Henry Kendall op dit blog.

 

The Austral Months

June

Not like that month when, in imperial space,
The high, strong sun stares at the white world’s face;
Not like that haughty daughter of the year
Who moves, a splendour, in a splendid sphere;
But rather like a nymph of afternoon,
With cool, soft sunshine, comes Australian June.
She is the calm, sweet lady, from whose lips
No breath of living passion ever slips;
The wind that on her virgin forehead blows
Was born too late to speak of last year’s rose;
She never saw a blossom, but her eyes
Of tender beauty see blue, gracious skies;
She loves the mosses, and her feet have been
In woodlands where the leaves are always green;
Her days pass on with sea-songs, and her nights
Shine, full of stars, on lands of frosty lights.

 

 

July

High travelling winds, filled with the strong storm’s soul,
Are here, with dark, strange sayings from the Pole;
Now is the time when every great cave rings
With sharp, clear echoes caught from mountain springs;
This is the season when all torrents run
Beneath no bright, glad beauty of the sun.
Here, where the trace of last year’s green is lost,
Are haughty gales, and lordships of the frost.
Far down, by fields forlorn and forelands bleak,
Are wings that fly not, birds that never speak;
But in the deep hearts of the glens, unseen,
Stand grave, mute forests of eternal green;
And here the lady, born in wind and rain,
Comes oft to moan and clap her palms with pain.
This is our wild-faced July, in whose breast
Is never faultless light or perfect rest.

 

 1752615-ceda7ec869a4e6d476711bc446639458.gif
Henry Kendall (18 april 1839 – 1 augustus 1882)



 

De Engelse dichter en schrijver Thomas Middleton werd in Londen geboren en daar gedoopt op 18 april 1580. Zie ook alle tags voor Thomas Middleton op dit blog.

Uit: The Changeling

« Beatrice. Why 'tis impossible thou canst be so wicked,
Or shelter such a cunning cruelty,
To make his death the murderer of my honor.
Thy language is so bold and vitious,
I cannot see which way I can forgive it with any modesty.
Deflores. Push, you forget your selfe, a woman dipt in blood, and talk of modesty.
Beatrice. O misery of sin! would I had been bound Perpetually unto my living hate
In that Piracquo, then to hear these words.
Think but upon the distance that Creation
Set 'twixt thy blood and mine, and keep thee there.
Deflores. Look but into your conscience, read me there,
'Tis a true Book, you'l find me there your equall:
Push, flye not to your birth, but settle you
In what the act has made you, y'are no more now,
You must forget your parentage to me,
Y'are the deeds creature, by that name
You lost your first condition, and I challenge you,
As peace and innocency has turn'd you out,
And made you one with me.
Beatrice. With thee, foul villain?
Deflores. Yes, my fair murdress; Do you urge me? «

 

 1752615-30c76886469b8bffee1eeb57c2499c67.jpg
Thomas Middleton (18 april 1580 – 4 juli 1627)
Cover 

 

 

De Deense schrijver Leif Thormod Panduro werd geboren op 18 april 1923 in Frederiksberg. Zie ook alle tags voor Leif Panduro op dit blog.

Uit: Le chant du merle derrière les barreaux (Vertaald door Sophie Grimal en Frédéric Gervais)

" Comme un idiot, j'avais pris ma cravate dans ta tirette du distributeur et je ne pouvais plus la dégager. J'étais si fatigué que je m'étais endormi comme ça, suspendu par la cravate. Et si l'agent n'était pas passé par là... " L'agent, justement, était passé. Et c'est ce qui, de fil en aiguille, fit échouer David en clinique psychiatrique. C'est d'ailleurs là que nous le retrouvons, commentant les événements et résistant à sa façon, celle de l'adolescent révolté. De sa chambre, il analyse sa situation, mais aussi celle de chacune des personnes, membres de sa famille, amis, personnel médical, malades, qui l'entourent ou qui lui rendent visite. Des personnages picaresques traversent un récit éclaté dans sa construction, comme schizophrénique. Chaque situation est prétexte à une peinture au vitriol de son entourage. Cela nous vaudra une série de scènes contées avec une verve destructrice. Une démolition en règle, furieusement réjouissante, une farce cruelle où pointe une ironie tendre et désespérée. »

 

 1752615-9811af9d4805348ba743ab159af16565.jpg
Leif Panduro (18 april 1923 – 16 januari 1977)

 


 

De Duitse schrijver Udo Werner Steinberg werd geboren op 18 april 1913 in Neurode. Zie ook alle tags voor Udo Werner Steinberg op dit blog.

Uit: Ohne Pauken und Trompeten (Beschrijving)

„Dieser Roman schließt den Deutschland-Zyklus Werner Steinbergs ab. Es sind die Jahre 1950/51, denen der Autor literarische Gestalt verleiht. Andreas Münch geht durch die kalte, ungemütliche Stadt zu seinem dünnen, lieben Mädchen'. Er will sie zu sich holen, damit das Leben für ihn endlich warm und gut wird. Aber auf ihn wartet nicht mehr das schutzsuchende Mädchen, von dem er träumte. Jutta ist eine selbständige Frau geworden. Andreas ist vom Leben enttäuscht, findet ein Heim bei einer anderen Frau und lebt mit ihr zusammen. Wie wird Andreas jetzt dem Leben entgegentreten Wird er die Schale der Passivität, des Trübsinns durchstoßen Wird er seine Enttäuschungen und Irrtümer überwinden, zu Jutta zurückkehren, um endlich seinen Lebenstraum Wirklichkeit werden zu lassen Werner Steinberg, der die Jutta Münch durch drei Romane geführt hat, findet in diesem Band eine endgültige Lösung für ihre Ehe mit Andreas Münch.“

 

 1752615-d9b00ded58804060040e2b952e9a27a5.jpg
Udo Werner Steinberg (18 april 1913 – 25 april 1992)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Duitse schrijfster Katharina Schwanbeck werd geboren in 1979 in Rostock. Zie ook alle tags voor Katharina Schwanbeck op dit blog.

Uit: Jargo

“Jargo war der erste. Es hat nicht sonderlich weh getan. Das Laken hebe ich auf, hat er danach gesagt. Er hat es hoch gehalten und damit rumgewedelt, als wäre es eine Fahne. Dann hat er mich geküsst und gesagt: Du musst es für dich behalten. Was denkst du denn?, hab ich gefragt und Empörung in meine Stimme gelegt. Ich habe mir sein T-Shirt angezogen und seine Unterhose. Jargo hat gesagt: Ich muss noch mal los. Ich habe hinter dem Fenster gestanden und auf das Geräusch seiner Vespa gehört, bis er hinter der nächsten Straßenecke verschwunden war. Ich habe mich ins Bett gelegt und einen Film angesehen, »Jules et Jim« mit Jeanne Moreau. Wie sie die Brücke entlangläuft, das ist das Schönste. Jargo hat den Film oft an dieser Stelle angehalten, er hat zurückgespult und auf Zeitlupe gedrückt, er hat gesagt: du wirst auch mal so aussehen; eine Woche später habe ich mir die Haare abgeschnitten und einen gestreiften Pulli gekauft. Meine Mutter fand das nicht toll und hat gesagt, die schönen Haare. Jargo stand in der Ecke und hat mir zugezwinkert. Wir sind fertig und er sagt: Komm wir gehen zum See. Ich habe keine Lust und sage: Ich habe keine Lust. Es wird voll sein, es sind große Ferien. Und Jargo sieht mich an, seine Augen ein wenig dunkler und sagt: Ach komm! Und wie immer, wenn Jargo etwas vorschlägt, lasse ich mich überreden und gehe mit.“

 1752615-1095618c8d2f8067b1cec14c57681955.jpg
Katharina Schwanbeck (Rostock, 1979)

Geschreven door Romenu om 14:08 Reageer op dit bericht

Antoon Coolen, Ida Boy-Ed, Nick Hornby, Vincent Corjanus, Thornton Wilder, Karen Blixen, David Wagner

De Nederlandse schrijver Antoon Coolen werd geboren in Wijlre in Zuid-Limburg op 17 april 1897. Zie ook alle tags voor Antoon Coolen op dit blog.

Uit: Dorp aan de rivier

“Waarom moest hij zo gewaarschuwd worden. Daar was geen grotere stroper dan Cis. Hij stroopte in zijn enigheid, hij nam de hazen onder schot. Hij luchtte ook de polder af met de lichtbak en had er bedrevenheid in, om tegelijk te luchten en te schieten. De oppasser Beysens, die loert op hem. Dat is er een, die is van verderop langs de Maas hier gekomen. Hij heeft felle jukbeenderen, daar staan zijn diepliggende loerogen zo stekend boven als smalle spleetjes, waar ge de kleur niet van kunt zien. Daar is natuurlijk maar één ding van belang in het leven: stropers vangen. Stropers vangen, hoe dan ook, de oppasser Beysens zet zelf de strikken, legt er een dode haas in, sleept een stroper er naartoe en zegt: ‘Nu heb ik u op heterdaad betrapt.’ Dit is Cis de Dove gebeurd, omdat Cis in al zijn slimheid zo onnozel is en te goed van vertrouwen. Op een keer slenterde Cis met zijn hondje langs zo'n strik, die Beysens gezet had, Cis zijn hondje waarschuwde dat de oppasser in de buurt op de loer lag. Cis lachte hartelijk om te spotten met zulke streken. Maar Beysens kwam voor de dag getreden, Cis stond nog te lachen, maar hij kreeg een proces aan zijn broek gesmeerd. Cis was er in Den Bosch voor voorgekomen. Maar aan het kantongerecht geloven ze maar één ding, dat stropers altijd liegen en dat oppassers altijd waarheid spreken. Cis werd veroordeeld.
Een avond, dat Cis met zijn geweer in de polder lag, kreeg hij een schot langs zijn oren, hij wist dat dit schot van Beysens kwam. Dit was in zekere zin een mededeling van Beysens.
Cis was ook al eens een geweer kwijtgeraakt, daarom werd hij uitgerekend. Hij had zo'n lang smal kist gemaakt en die met zink gevoerd en bedaan, daar paste zijn geweer in. Die kist kon hij met het geweer erin naar de geheimzinnige bodem van de Maas laten zinken. Dan konden de brasem, de bliek en de voorn eens nieuwsgierig aan die kist komen snuffelen, de vissen waren stom zoals Cis doof was. Ze gingen geen geheim verraden. Niemand verraadde een geheim van Cis, de mensen kwamen hem liever waarschuwen als er ergens iets dreigde. Cis, dat mocht nou misschien een barbaar zijn in zijn bombazijnen broek, in zijn schipperstrui, met zijn petje en zijn ongeknipt haar, mijn God, wat een voorname ogen had hij in zijn gezicht en hoe waren zijn mond en zijn kin krachtig en mannelijk getekend. Neen, Cis was op zijn manier bemind bij de mensen, ze bewonderden hem als stroper, die niet gauw gevat werd. En Cis kon op zijn waakzaam hondje aan voor de geluiden, die hij van wege zijn doofheid niet hoorde.”

 

 1752217-f31d7366434a5b48e2356ddbc90aeeb0.jpg
Antoon Coolen (17 april 1897 – 9 november 1961)

 

 

De Duitse schrijfster Ida Boy-Ed werd geboren op 17 april 1852 in Bergedorf (Hamburg). Zie ook alle tags voor Ida Boy-Ed op dit blog.

Uit: Thomas Mann: Königliche Hoheit

„Der Sprachkünstler, der durch das ganze Werk sich auf einer überragenden und ganz individuell umrissenen Höhe zeigt, findet dort die glücklichsten Worte, wo er die darstellerische Verpflichtungen des Thronfolgers Klaus Heinrich schildert, die ihm früh von seinem kränklichen Bruder, dem Großherzog, übertragen wurden, der seinerseits Popularität für »Schweinerei« hält und der seine ganze Regententätigkeit in einem niederdrückenden Vergleich zusammenfaßt. Es lebt in der Hauptstadt der Grimmburger ein Mann, Fimmelgottlieb genannt, der nicht bei Trost ist. Der trägt seinen Hut auf der Spitze des Spazierstocks und eine Rose im Knopfloch, er ist stets auf dem Bahnhof, wenn ein Zug abfährt, und winkt mit der Hand, wobei er sich einbildet, der Zug führe infolge seines Winkens. (Wir älteren Lübecker kennen wohl alle die Figur, die hierbei dem Dichter vor Augen stand, das Erstaunliche ist nur, daß Thomas Mann ein kleiner Knabe war, als er sie hat beobachten können.) Und der Großherzog Albrecht sagt, wenn ein Regierungsakt von ihm verlangt wird: Nun gehe ich auf den Bahnhof und winke. Die Bitterkeit dieses Vergleichs ist nicht zu überbieten. – Es fährt also der junge, liebenswürdige, geistig ganz im Primitiven und Schablonenmäßigen steckengebliebene Klaus Heinrich in Stadt und Land umher. Eröffnet Ausstellungen, gibt bei Schützenfesten den ersten Schuß ab, weiht öffentliche Gebäude ein. Und sein, durch ein paar eingelernte Redensarten verhülltes Nichtwissen ist immer in einen, sich von selbst aufdrängenden Gegensatz zu der tätigen Gruppe der gerade in Frage kommenden Berufsmenschen gebracht, wodurch die völlige Überflüssigkeit seines Tuns zwar deutlich, aber das darin enthaltene Gemütsmoment doch hervorhebend, dargetan wird.“

 

 1752217-ac885de687ed1a650d3e649033419a2a.jpg
Ida Boy-Ed (17 april 1852 – 13 mei 1928)
Boy-Eds woning naast het Burgtor in Lübeck

 

 

De Engelse schrijver Nick Hornby werd geboren op 17 april 1957 in Redhill. Zie ook alle tags voor Nick Hornby op dit blog.

Uit: About a Boy

“Will ordered a beer, and his mum ordered a glass of white wine. Nobody said anything again. Marcus didn’t have a girlfriend, nor had he ever come close to having one, unless you counted Holly Garrett, which he didn’t. But he knew this: if a girl and a boy met, and they didn’t have a boyfriend or a girlfriend, and they both looked all right, and they didn’t mind each other, then they might as well go out together. What was the point in not? Will didn’t have a girlfriend, unless you counted Suzie, which he didn’t, and his mum didn’t have a boyfriend, so…It would be good for all of them. The more he thought about it, the more obvious it seemed.
It wasn’t that he needed someone to replace his dad. He’d talked about that with his mum ages ago. They’d been watching a programme on TV about the family, and some silly fat Tory woman said that everyone should have a mother and a father, and his mum got angry and later depressed. Then, before the hospital thing, he’d thought the Tory woman was stupid, and he’d told his mum as much, but at the time he hadn’t worked out that two was a dangerous number. Now he had worked that out, he wasn’t sure it made much difference to what he thought about the fat Tory woman’s idea; he didn’t care whether the family he wanted were all men, or all women, or all children. He simply wanted people.
‘Don’t just sit there,’ he said suddenly.
Will and his mother looked at him.
‘You heard me. Don’t just sit there. Talk to each other.’
‘I’m sure we will in a moment,’ said his mother.
‘Lunch will be over before you two’ve thought of anything to say,’ Marcus grumbled.
‘What do you want us to talk about?’ Will asked.
‘ Anything. Politics. Films. Murders. I don’t care.’
‘I’m not sure that’s how conversation happens,’ said his mother. »

 

 1752217-a8186adbb16c7a2c2390707b8fb47f8c.jpg
Nick Hornby (Redhill, 17 april 1957)
Hugh Grant en Nicholas Hoult in de film ‘About a boy” uit 2002

 

 

De Nederlandse dichter Vincent Daniel Corjanus werd geboren op 17 april 1995 in Zwolle. Zie ook alle tags voor Vincent Corjanus op dit blog.

 

Gevallen dag

Nu de dag van de trap gevallen is,
en de gebeden verleden zijn
Er zwaait een engel vanuit de hemel 
De dag is kapot gevallen in stukken,
daar onderaan de trap

Pijlen in een brandende roos
Het sterfbed van het geluk
De bijna dood ervaring

 

 1752217-db18f9be17a4386e0d6d8bc76f4a93f6.jpg
Vincent Corjanus (Zwolle, 17 april 1995)

 

 

De Amerikaanse schrijver Thornton Niven Wilder werd geboren op 17 april 1897 in Madison, Wisconsin. Zie ook alle tags voor Thornton Wilder op dit blog

Uit: The Bridge of San Luis Rey

“It seemed to Brother Juniper that it was high time for theology to take its place among the exact sciences and he had long intended putting it there. What he had lacked hitherto was a laboratory. Oh, there had never been any lack of specimens; any number of his charges had met calamity, -- spiders had stung them; their lungs had been touched; their houses had burned down and things had happened to their children from which one averts the mind. But these occasions of human woe had never been quite fit for scientific examination. They had lacked what our good savants were later to call proper control. The accident had been dependent upon human error, for example, or had contained elements of probability. But this collapse of the bridge of San Luis Rey was a sheer Act of God. It afforded a perfect laboratory. Here at last one could surprise His intentions in a pure state.
You and I can see that coming from anyone but Brother Juniper this plan would be the flower of a perfect skepticism. It resembled the effort of those presumptuous souls who wanted to walk on the pavements of Heaven and built the Tower of Babel to get there. But to our Franciscan there was no element of doubt in the experiment. He knew the answer. He merely wanted to prove it, historically, mathematically, to his converts, -- poor obstinate converts, so slow to believe that their pains were inserted into their lives for their own good. People were always asking for good sound proofs; doubt springs eternal in the human breast, even in countries where the Inquisition can read your very thoughts in your eyes.”

 

 1752217-b952a09468a6461d6db11e6657c01746.jpg
Thornton Wilder (17 april 1897 – 7 december 1975)
In 1920

 

 

De Deense schrijfster Karen Blixen (eig. barones von Blixen-Finecke) werd geboren op 17 april 1885 te Rungsted. Zie ook alle tags voor Karen Blixen op dit blog.

Uit: Out of Africa

“When now the next morning the man looked out of his little round window, -- thus the take was finished, as dramatically as possible,-- what did he see?--
A stork! stork-6.gif (9145 bytes)
I am glad that I have been told this story and I shall remember it in the hour of need. The man in the story was cruelly deceived, and had obstacles put in his way. He must have thought: "What ups and downs! What a run of bad luck!" He must have wondered what was the idea of all his trials, he could not know that it was a stork. But through them all he kept his purpose in view, nothing made him turn round and go home, he finished his course, he kept his faith. That man had his reward. In the morning he saw the stork. He must have laughed out loud then.
The tight place, the dark pit in which I am now lying, of what bird is it the talon? When the design of my life is complete, shall I, shall other people see a stork?
Infandum, Regina, jubes renovare dolarem. Troy in flames, seven years of exile, thirteen good ships lost. What is to come out of it? "Unsurpassed elegance, majestic stateliness, and sweet tenderness."

 

 1752217-7131d30aef6e3170a0b820f5578ce326.jpg
Karen Blixen (17 april 1885 – 7 september 1962)
Hier met haar broer Thomas in Kenia in 1920

 

 

De Duitse schrijver David Wagner werd geboren op 17 april 1971 in Andernach. Zie ook alle tags voor David Wagner op dit blog.

Uit: Drüben und drüben (Samen met Jochen Schmidt)

„Ich stand auf dem Bett und hüpfte auf und ab. Mein Zimmer leuchtete gelb, die Wände waren frisch gestrichen, am Wandstück neben mir hingen meine Messer. Ich hüpfte auf der grünen Frotté-Tagesdecke, die Liegefläche federte, unter der Matratze war kein Lattenrost, sondern ein aus Draht geknüpftes Gewebe: ein Trampolin aus federnden Metallringen. Das Bett ächzte, es war weich.
Lag ich in ihm, fühlte ich mich sicher, denn unter meiner Matratze spannte sich Kettenhemdstoff, den kein Pfeil durchdringen konnte. Kettenhemden kannte ich aus den Ritterburgen am Rhein - schwere, aus winzigen Metallringen gefertigte Schutzkleidung, die Schwerthieben standhielt. Von unter dem Bett hätte mich niemand erdol-chen können.
Die Messer an der Wand hingen an Nägeln, die ich selbst eingeschlagen hatte, die meisten krumm. Unser Haus war nicht gemauert, sondern aus Beton gegossen und anschließend ausgehärtet. So stellte ich es mir vor, und so sah ich es auf den Baustellen im Neubaugebiet: Verschalungsbretter wurden zu Formen gezimmert und Hohlräume mit Flüssig-beton gefüllt. Auf den nackten Wänden, so war es auch in manchen Räumen unseres Hauses, blieb später die grobe Maserung der Verschalungsbretter zurück, eine Zeitlang dachte ich, Beton sei eine Art versteinertes Holz. Waren da nicht sogar Astlöcher zu sehen? Und, zweite Frage, wohnten wir in einem Bunker?
Ich schaute mich um. Links von mir lagen Bücher auf dem Boden, die ich aus der Stadtbücherei ausgeliehen hatte, auch eigene waren dabei, Lustige Taschenbücher etwa, Donald Duck las ich jeden Tag. Vielleicht lagen da auch Die Insel der Abenteuer von Enid Blyton oder Die drei Fragezei-chen und der tanzende Teufel, das nicht Alfred Hitchcock geschrieben hatte, wie ich von meiner ältesten Schwester wusste, obwohl sein Name und ein stilisiertes Schwarz-Weiß-Porträt von ihm auf den Umschlag gedruckt waren.
Das Fußende meines Bettes zeigte Richtung Schreibtisch, über ihm hingen Regale mit weiteren Büchern. Eigentlich hatte ich zwei Schreibtischplatten, das Zimmer war groß oder kam mir groß vor, lag voll von allen möglichen Din-gen, die im Kinderzimmer eines Grundschülers herumliegen können: Stifte, Pinsel, Blöcke, Papiere, Schulbücher, Zettel, Munition für Spielzeugpistolen, Steine, Murmeln, eine kaputte Erbsenpistole, eine Zwille, Dartpfeile, andere Malutensilien, Süßigkeitenpapiere, eine aufgebrochene Sparbüchse, Taschenmesser, eine Uhr, noch eine Uhr, Bilder, eine Blockflöte, ein Springseil und so fort.“

 

 1752217-52bd75ef36d94f0a1f81af5be0ffc346.jpg
David Wagner (Andernach, 17 april 1971)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e april ook mijn blog van 17 april 2012 deel 2 en ook mijn blog van 17 april 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:33 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten