Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 2 mei 2015 tot 3 mei 2015

In Memoriam Ruth Rendell

 

In Memoriam Ruth Rendell

De Britse schrijfster Ruth Rendell is zaterdagmorgen op 85- jarige leeftijd overleden. Dat heeft haar uitgever laten weten. Ruth Rendell werd geboren als Ruth Grasemann in Londen op 17 februari 1930. Zie ook alle tags voor Ruth Rendell op dit blog.

Uit: Some Lie and Some Die

"And thou,"' he said, '"what needest with thy tribe's black tents who hast the red pavilion of my heart?" There's going to be a lot of that going on, Mike, so you'd best get used to it. Letts'll have to put a couple of men on that quarry if we don't want gate-crashers.'
'I don't know,' said Burden. 'You couldn't get a motorbike in that way.' He added viciously: 'Personally, I couldn't care less who gets in free to Silk's bloody festival as long as they don't make trouble.'
On the Sundays side the chalk slope fell away unwalled; on the other it was rather feebly protected by broken chestnut paling and barbed wire. Beyond the paling, beyond a narrow strip of grass, the gardens of three houses in The Pathway were visible. Each had a tall new fence with its own gate. Wexford looked down into the quarry. It was about twenty feet deep, its sides overgrown with brambles and honeysuckle and wild roses. The roses were in full bloom, thousands of flat shell-pink blossoms showing against the dark shrubby growth and the golden blaze of gorse.
Here and there rose the slim silver trunks of birches. In the quarry depths was a little natural lawn of turf scattered with harebells. One of the flowers seemed to spiral up into the air, and then Wexford saw it was not a flower at all but a butterfly, a Chalkhill Blue, harebell-coloured, azure-winged.
'Pity they had to build those houses. It rather spoils things, doesn't it?'
Burden nodded. 'These days,' he said, 'I sometimes think you have to go about with your eyes half-closed or a permanent crick in your neck.'
'It'll still be lovely at night, though, espcially if there's a moon. I'm looking forward to hearing Betti Ho. She sings those anti-pollution ballads, and if there's anything we do agree on, Mike, it's stopping pollution. You'll like Miss Ho. I must admit I want to hear this Vedast bloke do his stuff, too.'
'I get enough of him at home,' said Burden gloomily. 'John has his sickly love stuff churning out night and day.'

 

 1759449-38423c32c363d413c57d0b666d38eb6a.jpg
Ruth Rendell (17 februari 1930 – 2 mei 2015) 

Geschreven door Romenu om 18:07 Reageer op dit bericht

Am vierten Sonntage nach Ostern (Annette von Droste-Hülshoff)

 

Am vierten Sonntage nach Ostern

 

1759352-689e90549d86970e52f00375916abb8c.jpg
Diego Velázquez, Johannes op Patmos, 1619–1620

 

 

Am vierten Sonntage nach Ostern
"Ich gehe zu Dem, der mich gesandt hat."

Nicht eine Gnadenflamme hehr
Vor deinem Volke soll ich gehn;
Nein, ein versteinert Leben schwer
Wie Sodoms Säule muß ich stehn
Und um mich her
Die Irren träumend schwanken sehn.

Und ob auch Öde mich umgibt,
Ob mich erstickt der Nebel fast,
Mir Wirbelsand die Augen trübt,
Doch weiß ich, daß mein Sinn dich faßt,
Daß er dich liebt,
Und daß du mich gesendet hast.

Den Lebenshauch halt ich von dir,
Unsterblich hast du mich gemacht;
Nicht Glut, nicht Dürre schadet mir.
Ich weiß, ich bin in deiner Wacht,
Und muß ich hier
Auch stehn wie ein Prophet der Nacht.

Ich hebe meine Stimme laut
Ein Wüstenherold für die Not:
"Wacht auf, ihr Träumer, aufgeschaut!
Am Himmel steigt das Morgenrot.
Nur aufgeschaut!
Nur nicht zurück, dort steht der Tod!

Nur aufgeschaut, nur nicht zurück!
Laßt Menschenweisheit hinter euch!
Sie ist der Tod; ihr schnödes Glück
Ist übertünchtem Grabe gleich.
O hebt den Blick!
Der Himmel ist so mild und reich."

Könnt ich mein Auge heben nur,
Mein steinern Auge zu dem Blau:
Wie sög' ich aus der Himmelsflur
So liebekrank den milden Tau!
Doch hat Natur
Und Schuld verschlossen mir die Brau.

Ob nimmer sich die Rinde hebt?
Ach einmal, einmal muß es sein!
Wenn Sodoms Säule sich belebt,
Dann bricht auch meine Stunde ein,
Wenn es durchbebt
Den armen blutberaubten Stein.

Dann soll ich wissen, was ich bin,
Warum so todesstarr und matt;
Dann weiß ich, was den klaren Sinn
Getrieben zu der öden Statt;
Dann knie ich hin
Vor dem, der mich gesendet hat.

 

 

 1759352-203d9bd403fa6580488d59d565ce8863.jpg
Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)
Kruisigingsgroep op de Meersburg waar von Droste-Hülshoff op het eind van haar leven woonde.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 3e mei ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:49 Reageer op dit bericht

Jehuda Amichai, Erik Lindner, Ben Elton, Johan de Boose, Jens Wonneberger, Klaus Modick, Paul Bogaert

De Duits-Israëlische dichter en schrijver Jehuda Amichai werd op 3 mei 1924 geboren in Würzburg. Zie ook alle tags voor Jehuda Amichai op dit blog.

 

Kruidenthee

Zij schonk hem kruidenthee in
om hem te kalmeren. Ze zei: “je verlangens
zijn driften, in de loop van duizenden jaren getemd,
weet je, net als wolven en honden.
Vannacht zal het zijn als duizenden jaren geleden.”

Ze leidde hem bij zijn hese pik
naar een witte slaapkamer, om genade te vinden
in de ogen van God en in de ogen van de mensen.

“Het zal je verbazen, zei ze, wat kan worden
tot vleugels. Het zal je verbazen: zelfs
zware heupen, zelfs herinneringen.”

Ze trok haar lange jurk uit,
de buitenste ziel van haar lichaam.
De binnenste hield ze aan.

 

Vertaald door Tamir Herzberg

 

 

Von Dreien oder Vieren im Zimmer

Von Dreien oder Vieren im Zimmer
steht immer einer am Fenster.
Muß das Unrecht sehen zwischen Dornen
und die Brände am Hügel.
Und wie Menschen, die tags unversehrt ausgingen,
abends zurückgebracht werden wie Restgeld nach Haus.

Von Dreien oder Vieren im Zimmer
steht immer einer am Fenster.
Über den Gedanken sein dunkles Haar.
Hinter ihm die Worte.
Vor ihm wandernde Stimmen ohne Gepäck,
Herzen ohne Wegzehrung, Prophezeiungen ohne Wasser
und große Steine, die zurückgebracht wurden
und verschlossen wie Briefe, die keine
Adresse haben, keiner empfängt sie.

 

Vertaald door Lydia und Paulus Böhmer

 

 

An Arab Shepherd Is Searching For His Goat On Mount Zion

An Arab shepherd is searching for his goat on Mount Zion
And on the opposite hill I am searching for my little boy.
An Arab shepherd and a Jewish father
Both in their temporary failure.
Our two voices met above
The Sultan's Pool in the valley between us.
Neither of us wants the boy or the goat
To get caught in the wheels
Of the "Had Gadya" machine.

Afterward we found them among the bushes,
And our voices came back inside us
Laughing and crying.

Searching for a goat or for a child has always been
The beginning of a new religion in these mountains.

 

Vertaald door Chana Bloch

 

 1759338-c0701258ac4d7ad7cd1691758170d33c.jpg
Jehuda Amichai (3 mei 1924 – 22 september 2000)

 

 

De Nederlandse dichter Erik Lindner werd geboren op 3 mei 1968 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Erik Lindner op dit blog.

 

Rede

Trek niet in twijfel dat rede,
dat rede, dat rede, dat rede.
Een vlieg loopt van de rand
naar het midden van het tafelblad
en weer terug, volgt enkele centimeters
van de zijde, steekt de leegheid
van het vaalwit weer in, probeert opnieuw
wat ik niet weet en vliegt dan op.

 

 

Het raam maakt een kier

Het raam maakt een kier
en de tafel tot hier
breekt
op slag

en de tafel is niet bij het raam
maar hier naast me gaan staan
aan de voet van de tafel
valt het kleed van de tafel

in het licht van het raam
buigt het blad een armlengte
knikt in de elleboog een reep
in de lade, kruimels paperclips

het stuk karton dat de tafel recht
en het raam openhoudt

een schuivend vierkant over de tafel
beent in een stuk op de grond.

 

 1759338-9898f84387b4c34eef4931d69a086107.jpg
Erik Lindner (Den Haag, 3 mei 1968)

 

 

De Belgische dichter en schrijver Johan de Boose werd geboren in Gent op 3 mei 1962. Zie ook alle tags voor Johan de Boose op dit blog.

 

Breeduit in de speeltuin ligt de tijd

Breeduit in de speeltuin ligt de tijd
onzichtbaar als een wolk waaruit
het angelus van kinderstemmen klinkt.

Handen slaan op onbestaande ballen,
monden happen in doorzichtig vlees.
De tijd, geduldig, laat zich sarren

als wolk van een hond
in wiens grijs een oude wijze
wrede godheid woont.

Hij likt het bloed van knieeën en kiezels.
Tussen de tanden kraakt zijn zand.

Ik neem het meisje bij de hand
en leer haar schommelen
boven zijn afgrond.

 

 

De molen van Zingem

De molenaar staat op zijn burcht
van azijnhout en krabbelaars en varkensvet.
Hij maalt en plet de gerst.
Hij telt de bestoven kinderen,
verwekt op de steenzolder.

Het land rondom staat stil,
al sinds de eeuw van pest en inquisitie.
Stenen zingen, het trapbint kraakt.
De molen weegt zijn boezem.

Zijn gezel is de wind in de fluitgaten,
geïmporteerd uit La Mancha.
Fluit de wind, dan wordt de molen verkruid.
Plakt de molen, dan blazen alle kinderen.
Hij vecht met de tijd, seizoen na seizoen,
bestaan na bestaan, dood na dood.

In het dorp ziet men het zwaaien van het zeil,
gespannen op de blote benen van de wiek. 

Mulder en molen hebben één ziel.
Als de wind krimpt, vrijen alle zwaluwen.

 

 1759338-c660ead629f07c4e97b72d580c568e97.jpg
Johan de Boose (Gent, 3 mei 1962)

 

 

De Britse schrijver en komiek Ben Elton werd geboren in Londen op 3 mei 1959. Zie ook alle tags voor Ben Elton op dit blog.

Uit: Chart Throb

“Some months earlier, one of the asses whom Shaiana intended to rock had been quivering with violent fury as its owner, Calvin Simms, came to the shocking realization that he, the ultimate manipulator, the man who with a single glance knew a person better than they knew themselves, had been had. Calvin always believed that he could read anybody. Anybody, it now turned out, except the woman he had married.
'A divorce?' he stuttered.
'Yays, Calvin,' his beautiful American bride of just two weeks drawled in her sexy, sultry Southern accent. 'Ah want a dee-vorce.'
They were standing in the hallway of the vast detached mansion in Belgravia that Calvin had assumed would be his and Dakota's marital home. Numerous items of matching luggage surrounded them. The two drivers who had helped them into the house had only just closed the front door behind them. He had carried her over that threshold not two minutes before. His passport was still in his pocket, he still had sunscreen on his neck, he was still wearing shorts and sandals, which made him feel particularly ridiculous in the light of the shocking revelation that the honeymoon was most definitely over.
'We've only been married a fortnight!' he protested.
'Way-ll, believe me, darlin', it felt lahk a ye-ah,' Dakota purred.
'Why bother with the fucking honeymoon then? Why not dump me outside the church?'
'Gotta consummate, pussycat. Cain't have you claimin' Ah withheld ma fay-vers an' gettin' a judge to declare our nerptuals null an' void.'

 

 1759338-5a91277d5c8755463d157a9d5bae0163.jpg
Ben Elton (Londen, 3 mei 1959)

 

 

De Duitse schrijver Jens Wonneberger werd in Großröhrsdorf geboren op 3 mei 1960. Zie ook alle tags voor Jens Wonneberger op dit blog.

Uit:Goetheallee

“Ehrlich gesagt meide ich die Goetheallee auch zu anderen Tageszeiten. Der Grund ist die Buchhandlung Wohlgemuth, oder mehr noch mein Gefühl, gerade in der Nähe der Buchhandlung müssten mir die Passanten meinen Ärger darüber ansehen, dass dieser Laden meine Bücher nicht führt. Die Auslagen einer Buchhandlung ohne meine Bücher haben etwas Deprimierendes, aber hier, nur wenige Straßenecken von meiner Wohnung entfernt, ist das eine Provokation. Nur nachts, wenn ich aus Karls Kneipe komme und nicht mehr ganz nüchtern bin, bleibe ich manchmal vor dem erleuchteten Schaufenster stehen und spotte über die Bestseller, die glänzend wie polierte Grabsteine zwischen Trockenblumen und bizarren Totholzarrangements hinter der Scheibe stehen. Manchmal glimmen vor dem Schaufenster Räucherstäbchen in einer mit rotem Sand gefüllten Messingschale, und man kann die Buchhandlung an diesen Tagen schon aus einiger Entfernung riechen. Vor der Buchhandlung gilt ein Stück der Goetheallee als verkehrsberuhigte Zone, was ich gern auf Frau Wohlgemuths massigen Leib beziehe, den sie immer in weite, rote Kleider hüllt wie Rubens’ Diana bei der Heimkehr von der Jagd, züchtiger zwar, aber immerhin ärmellos, die schwammig-bleichen Oberarme freigebend, das tiefe Dekolleté von einer weißen Perlenkette gerahmt und wallend wie ihr hennarotes Haar. Ich sollte ihr vielleicht die Schnelle-Nummer übermitteln, von einem Herrn Wohlgemuth jedenfalls weiß ich nichts, schon gar nichts von einem kleinen malenden Epigonen des großen Niederländers. Die Kunstgeschichte wird also auf Frau Wohlgemuths gewichtigen Leib verzichten müssen, dafür sah ich sie einmal im Original auf einem Fahrrad, auf dessen schwerem Rahmen in zartem Schriftschwung das Wort Gazelle stand.“

 

 1759338-8ba4c24655808427d49a528434c2b22e.jpg
Jens Wonneberger (Großröhrsdorf, 3 mei 1960)

 

 

De Duitse schrijver Klaus Modick werd geboren in Oldenburg op 3 mei 1951. Zie ook alle tags voor Klaus Modick op dit blog.

Uit: Konzert ohne Dichter

„Getuschel. Traumreste. Klatschende Flügelschläge. Wer spricht? Graue Zugvögel kreisen um einen dunklen Turm, kreischen heisere Lockrufe, Lieder in unverständlichen Sprachen.
Über Moor und Heide und den Spiegeln von Fluss und Kanälen zeichnen die Flugbahnen unregelmäßige, organische Muster. Oder sickert das Geflüster aus der unaufhaltsamen Flut der Morgendämmerung, die zweifelnd, ob ihre Zeit schon gekommen ist, ins Zimmer kriecht?
Er steht auf, zieht den nachtblauen Morgenrock an, halb japanischer Kimono, halb mittelalterliches Adelsgewand. Die Stickerei, ein im Dornendickicht schnäbelndes Nachtigallenpaar, hat er selbst entworfen, wie er alles, was ihn hier umgibt, selbst entworfen hat, vom großen Bett aus poliertem Birkenholz über die Lampen, Kerzenleuchter und Tapeten bis zur mattweiß gestrichenen Kommode. Im ganzen Haus gibt es vom Dachfirst bis zum Weinkeller keinen Raum und kaum einen Gegenstand, den er nicht bearbeitet oder geformt hätte, und die Dinge, die er nicht selbst gestaltet hat, sind so platziert und arrangiert, dass sie sich seinen Vorstellungen und Ideen, Phantasien und Wünschen fügen.
Er öffnet die Flügeltür zum Balkon und blickt über den noch dunklen Boden des Blumengartens zum Birkenhain, dem das Haus seinen Namen verdankt – Barkenhoff. Auch die Bäume hat er vor Jahren selbst gesetzt, Stämmchen für Stämmchen, damit man das Haus von der Landstraße aus durchs Raster einer feinen Schraffur sieht, als zeichne die Natur sich ihr eigenes Bild. Aber im Zwielicht ist das frische Grün der Blätter noch vom grauen Mehltau der Nacht überzogen, und die hellen Stämme treten zu schwarzem Gitterwerk zusammen. Sperrt es die Welt aus? Oder sperrt es ihn ein in sein eigenes Werk, in Haus und Hof mit Frau und Kindern und Pferden und Hund und den vielen Gästen, die kommen und gehen?“

 

 1759338-533acc071ada039889b4fb1ba39e6b07.jpg
Klaus Modick (Oldenburg, 3 mei 1951)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Paul Bogaert werd geboren in Brussel op 3 mei 1968. Zie ook alle tags voor Paul Bogaert op dit blog.

 

Onzekerheden

12
Al wie opgewekt is, mag naar zaal Paardenbloem.
Dat geldt ook voor iedereen die sterk en spontaan is.
Ook sociale of stoere personen gaan met Geoffrey mee.

De anderen blijven hier om de grondverf
om te roeren en daarna een dunne laag aan te brengen.
Daar heeft iemand een vraag, graag in de loopmicrofoon.

Wat met de zelfverzekerde mensen?
Nog even jullie aandacht. Ook zelfverzekerde mensen mogen
Geoffrey of Sylvia volgen naar Paardenbloem.

 

 

De hemel is met muizenhuid bespannen

De hemel is met muizenhuid bespannen
en insecten zitten met lood gevuld
op straat als het geluid
van brekend glas verbaast. Men ziet
een hand die fles na fles de hand is
van een prototypische bedelares!
Ze ademt in en uit en dan vallen
er woorden (het, is, roestig)
naast de glasbak uit haar mond.
Muizenhuid. Lood.

 

 1759338-9a7053dc437ebaa1d5a1755471572d36.jpg
Paul Bogaert (Brussel, 3 mei 1968)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:40 Reageer op dit bericht

Juan Gelman, Tatjana Tolstaja, Agnès Desarthe, Pierre Emmanuel, August von Kotzebue, Dodie Smith, Nélida Piñon, Soma Morgenstern

De Argentijnse dichter Juan Gelman werd geboren op 3 mei 1930 in Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Juan Gelman op dit blog.

 

SAINT THERESA

and with many birds and their songs in the /
highest part of the mind or head / and rumblings
in it like the sea / or laments /
or winds or movements / suns

that clash / go out / then burn again / or powers
like thousands of animals that track        
up the suburbs of the soul / suffering
terrible ordeals i mean / even so

the soul goes on whole in its quiet state /
or desire / or clear light untouched
by sorrow / scorn / misery /
suffering or ruin / so

what is this peace without vengeance / or memory
of a future heaven / or tenderness
coming down from your hands / spring water
where birds in the highest part of the mind

rally to drink / sing sweetly / or are silent
like light issuing from you / wing
flying softly above war and fatigue
like the flight of passion itself?

 

 

ALONE

you're alone / my country / without
the comrades you lock up and destroy / you hear
them slowly being emptied of the love
they have left / they loosen their grip   

on their turn to die / dream they're being dreamed / quieted /
they'll never see other faces growing /
leaning out / continued / in this sun /
some day in the sun of justice

 

Vertaald door Hardie St. Martin

 

 1759332-f7147635bf0d310fbf99228c82bbbbe3.jpg
Juan Gelman (3 mei 1930 – 14 januari 2014)

 

 

De Russische schrijfster Tatjana Tolstaja werd geboren op 3 mei 1951 in Leningrad. Zie ook alle tags voor Tatjana Tolstaja op dit blog.

Uit: The Tragedy Of Tolstoy

“Then comes my turn. I pack myself into the basket with difficulty, with feet folded under. I feel awkward, suffocated, and a little scared. The basket sways softly and evenly; because it is being tilted a little, I believe that we are going downstairs. I am trying with all my might to guess the direction. The basket swings upward, there is a jolt, my head knocks against its side, and father's voice says loudly, "Well, now, guess where you are."
"In the maid's room!" I shout.
"No, you haven't guessed,"
I crawl out, stand up, and look around. What is this? For a moment it seems to me that I am in a strange place. It is half dark, there is a window and it is grated. "Papa's study!" I shout at the top of my lungs, opening the curtains which they had drawn on purpose. Nikiforych lifts me up and lets me down to the floor. "Well, little ones, that will do for today," father says. We do not pester him for more, as we would nurse or mother, but run back to our room overjoyed.
When father leaves his study a little early for dinner, he likes to play with us. He carries us in his arms, makes us turn somersaults, and bears us on his shoulders.
Presently the whole family is assembled in the dining-room; only mother is missing. the soup and the soup pastry are getting cold, but no one sits down; we wait for the lady of the house. then we hear mother's voice and the rustling of her silk skirts. "One, two, three, quick -- all under the table!" father commands. In the twinkling of an eye, sisters, brothers, guests, the English governess, all are under the table. We sit there and silently choke with laughter so that it hurts in the pit of the stomach. "But where is everybody?" mother inquires, looking wonderingly around the empty room with her shortsighted eyes. "I cannot tell,“

 

 1759332-a926629362d3c4c2c260b20618577784.jpg
Tatjana Tolstaja (Leningrad, 3 mei 1951)

 

 

De Franse dichteres en schrijfster Agnès Desarthe werd geboren op 3 mei 1966 in Parijs. Zie ook alle tags voor Agnès Desarthe op dit blog.

Uit: Dans la nuit brune

“— À tes amours, lance Jérôme en levant son verre.
— À l’amour en général, corrige Paula. Soyons généreux. Élevons le débat. C’est quoi, d’ailleurs, l’amour.
C’est Marina et Armand. C’est Armand et Marina, pense Jérôme, mais il ne le dit pas.
— C’est quand on pense à l’autre en souriant. Quand on a tellement envie de prononcer son nom qu’on est prêt à raconter n’importe quoi pour le dire, pour l’entendre, déclare-t-il.
— Quand je t’ai vu la première fois, fait Paula, dont la diction comme à être légèrement altérée par la boisson, j’ai trouvé que tu ressemblais à Clint Eastwood. Quand je parlais de toi à mes amis, je disais Clint.
— C’est parce que tu étais amoureuse de Clint Eastwood, alors, remarque Jérôme. Sinon, tu aurais dit Jérôme.”
(…)

« Il se surprend, une fois encore, à envier le silence des animaux, leur fatalisme. Manger, être mangé, donner la vie, la perdre. Les bêtes filent, suivant une trajectoire parfaite, jamais elles n'hésitent, jamais elles ne renoncent, jamais elles ne changent d'avis. Elles ignorent les carrefours, propulsées comme des flèches par l'arbalète divine, avec pour seule mission d'accomplir une courbe parfaite, de la naissance à la mort, de fuser depuis le néant vers le néant, avec grâce et légèreté. Les destins humains, en comparaison, lui semblent si tortueux, si maladroits, lourds, corrompus."

 

 1759332-4c393d5047f6ce97d81f3f99af0c4600.jpg
Agnès Desarthe (Parijs, 3 mei 1966)

 

 

De Franse dichter en schrijver Pierre Emmanuel (eig. Noël Mathieu) werd geboren op 3 mei 1916 in Gan (Pyrénées-Atlantiques). Zie ook alle tags voor Pierre Emmanuel op dit blog.

 

À Gérard Manley Hopkins

Console, ô
Mort, mon cœur sans ombre et seul, soleil profond, frappant d'aplomb la chair.
Ah ! la chère

Ombre morte, victime enfin de cette faim, ce fol ennui qui tue la
Nuit et tourne et luit et roule là !
Le gouffre et la roue rayonnante, le sang silencieux qui s'ouvre, et,
Ciel ! j'entends le sourd écho des coups qui sapent l'âme...

Oh tremble, tremble corps creusé par le sang et qui ruses, sentant sans cesse t'ébranler le bélier...
Ce bruit lourd par l'oubli engourdi, mais qui reprend, prolonge la peur, devient panique et dur, atteint l'azur, faisant crouler le jour dans le sang, et le sang

dans l'absence...
Et les tours, les tombes et les temples tombes es monts rasés, le monde las, contemple o
Mort ! la cendre d'or de l'étendue, l'encens

 

 1759332-9789289aacc64c981cef361b5db10eaf.jpg
Pierre Emmanuel (3 mei 1916 – 24 september 1984)

 

 

De Duitse dichter en toneelschrijver August Friedrich Ferdinand von Kotzebue werd in Weimar geboren op 3 mei 1761. Zie ook alle tags voor August von Kotzebue op dit blog.

Uit:Die Indianer in England

“SIR JOHN. Auweh!
LIDDY. Schon wieder Schmerzen?
SIR JOHN. Nicht anders als ob ein Pulk Baschkiren in jedem Fußzeh wirtschaftete.
LIDDY. Armer Vater!
SIR JOHN. Gute Liddy!
LIDDY. Wer doch helfen könnte!
SIR JOHN. Auch dieser Wunsch ist Arznei. Du bist ja das einzige Geschöpf hier im Hause, das meinen kranken Körper pflegt, und meine kranke Seele mit einem guten Wunsche erquickt.
LIDDY. Nicht doch! –
SIR JOHN. Ja doch! ja doch! Sieh, ich gebe dir das Zeugnis vor Gott, du bist der einzige Trost meines kränklichen Alters.
LIDDY. Sie vergessen, daß Sie Söhne haben.
SIR JOHN. Söhne? Nun ja. Ich Tor murrte mit der Vorsicht, als mir vor achtzehn Jahren eine Tochter geboren wurde. Söhne wollt' ich haben, Söhne! rasche flinke Bursche! die, dacht' ich, sind leichter versorgt, helfen sich besser durch die Welt – ja, ja, sich helfen sie durch, und lassen den armen kranken Vater im Stiche. Da ist der Samuel.
LIDDY. Seine vielen Geschäfte –
SIR JOHN. Pfui! Dankbarkeit gegen Vater und Mutter soll sein das erste Geschäft eines Kindes. Samuel ist ein Schleicher; und der Robert –
LIDDY mit vieler Teilnahme. Nun der Robert, lieber Vater?“

 

 1759332-f06d5d85bc2a06a33d878ce737992801.jpg
August von Kotzebue (3 mei 1761 - 23 maart 1819)
De moord op Kotzebue (afbeelding uit 1819)

 

 

De Engelse schrijfster Dodie Smith werd geboren op 3 mei 1896 in Whitefield. Zie ook alle tags voor Dodie Smith op dit blog.

Uit: The Hundred and One Dalmatians

‘It’d be quite easy,’ said Cruella. ‘I’ve drowned dozens of my cat’s kittens. She always chooses some wretched alley-cat for their father so they’re never worth keeping.
‘Surely you leave her one kitten?’ said Mrs Dearly.
‘If I’d done that, I’d be overrun with cats,’ said Cruella.
‘Are you sure those horrid little white rats are pure Dalmatian puppies?’
‘Quite sure,’ snapped Mrs Dearly. ‘Now please go away, you’re upsetting Missus.’
And indeed Missus was upset. Even with the Dearlys there to protect her and her puppies, she was a little afraid of this tall woman with black-and-white hair who stared so hard. And that poor cat who had lost all her kittens! Never, Never, would Missus forget that! (And one day she was to be glad she remembered it.)
‘How long will it be before the puppies are old enough to leave their mother?’ asked Cruella. ‘In case I want to buy some.’
‘Seven or eight weeks,’ said Mr Dearly. ‘But there won’t be any for sale.’ Then he shut the cupboard door in Cruella’s face and Nanny Butler firmly showed her out of the house."

 

 1759332-c3afa5a23b83a919a8edda3cbf6ec5e8.jpg
Dodie Smith (3 mei 1896 – 24 november 1990)
Scene uit de Disney-film uit 1961 

 

 

De Braziliaanse schrijfster Nélida Piñon werd geboren op 3 mei 1937 in Rio de Janeiro als dochter van Spaanse immigranten. Zie ook alle tags voor Nélida Piñon op dit blog.

Uit: I Love My Husband (Vertaald door Elzbieta Szoka)

“I love my husband. From morning to night. I make him coflee first thing in the morning. He always sleeps poorly and lets out an exhausted sigh as he begins to shave. I knock three times on the bathroom door. before the coffee gets cold. He growls angrily at me while I let out an anxious yell. I don't want him to confuse my elTort with the cold liquid that he will gulp down the same way he consumes me twice a week, especially on Saturdays.
I then adjust his tie, him protesting because I only take care of the smallest part of his life. I laugh to calm him down. so that he can go out and face life in the outside world. And always bring deliciously fresh bread to our home.
He says that I am too demanding. 1 stay at home washing the dishes and going to the store. And complaining about life. Meanwhile he builds his world of little bricks. and although some of his walls fall down in the end. his friends congratulate him for such solid and visible creation.
They also acknowledge me for taking care of a man who dreams big and makes the country fair and prosperous in his peculiar and grandiose way. And that's why I'm just a shadow of a man that everyone says I love. I let sunshine into the house, gilding the objects that we worked so hard to buy. I do this even though he doesn't show me any gratitude for these shining objects. On the contrary. sure of my love for him. he proclaims that all i do is to spend the money that he sweats so hard for. I ask him to understand my nostalgia for a land that. in the old days. was cultivated by women. But he just frowns as if I were offering a theory that will shame our family and the binding rules of our home.”

 

 1759332-1354527cb880da179924fd03d92ab598.jpg
Nélida Piñon (Rio de Janeiro, 3 mei 1937)

 

 

De Duitse schrijver Soma Morgenstern (eig. Salomo) werd geboren op 3 mei 1890 in Budzanów in Oostgalicië. Zie ook alle tags voor Soma Morgenstern op dit blog.

Uit: Der Tod ist ein Flop

„Er sah eine Reihe strohgedeckter Bauernhütten hinterm Teich, und überm Wasser ein Stück Himmel, der noch grau war, grau, tief und still. Die große Stille, die ihm in den ersten Tagen in den Ohren klang, hörte Alfred nicht mehr, er sah sie nur noch staunend mit den Augen. Hier ist ein anderer Himmel; nicht sehr hoch, nicht sehr fern: unter diesem Himmel könnte noch die Eintracht aller Dinge gedeihen."
(…)

"Ich wollte Ihren Freund Csanda von seiner Arbeit an dem Buch, das er das 'Totenbuch' genannt hat, abbringen." - "Glauben Sie, daß er sich so was gefallen läßt?" - "Darüber wird Ihnen Ihr Freund Csanda Auskunft geben." - "Hat Ihnen der Titel Totenbuch nicht gefallen?" "Es hat mir nicht behagt, daß er sich mit dem Tod einläßt." - "Warum? Es ist kein so unwichtiges Thema, scheint mir." - "Unwichtig ist es sicher nicht. Aber es ist kein Thema für Csanda. Das Motiv, das ihn zu diesem Buch getrieben hat, war mir verdächtig. Er hat sich jahrelang Vorwürfe gemacht, daß er eine wichtige Episode in seinem Leben nicht verleugnet hat. Mit diesem Buch wollte er es abbüßen. So kommt kein gutes Werk zustande. Abgesehen davon: der Tod ist ein gefährliches Thema. [...] Der Tod ist ein Flop."

 

 1759332-fa745eade55cdbba6dba5cc1c18a6e65.jpg
Soma Morgenstern (3 mei 1890 – 17 april 1976)

Geschreven door Romenu om 13:15 Reageer op dit bericht

Marc Dugain

De Franse schrijver en filmmaker Marc Dugain werd geboren op 3 mei 1957 in Senegal, waar zijn vader werkzaam was. Hij keerde terug naar Frankrijk toen hij 8 jaar was en bracht zijn jeugd door bij zijn grootvader (Eugene Fournier) in het chateau waar de soldaten met een verminkt gezicht tijdens WO I opgevangen werden. Dit zou de bron van zijn eerste roman zijn: “La Chambre des officiers” uit 1998. Hij studeerde af aan het Grenoble Instituut voor Politieke Studies en behaalde een diploma registeraccountant. Hij werkte in de financiële wereld en richtte een bedrijf op, gespecialiseerd in de financiering van de transportwereld. Hij werd een succesvol ondernemer in de luchtvaart en stond aan het hoofd van Proteus Airlines en Flandre AIR2. Op zijn vijfendertigste begon hij een literaire carrière door het vertellen van het lot van zijn grootvader van moederszijde. “La Chambre des officiers” werd verfilmd door François Dupeyron in 2001 met Eric Caravaca, André Dussollier en Sabine Azéma in de hoofdrollen. In 2000 verscheen “Campagne anglaise” over de eenzaamheid en de zoektocht naar liefde van een Engelse zakenman. In 2002 “Heureux comme Dieu en France”, een verhaal over het verzet, in 2005 “La Malédiction d'Edgar”, over het leven van John Edgar Hoover, in 2007 “Une exécution ordinaire sous Staline” over de ramp met de onderzeebootKoersk. In 2008 volgde “En bas, les nuages”, een verzameling van korte verhalen.

Uit: La Chambre des officiers

« La guerre de 14, je ne lʼai pas connue. Je veux dire, la tranchée boueuse, lʼhumidité qui transperce les os, les gros rats noirs en pelage dʼhiver qui se faufilent entre des détritus informes, les odeurs mélangées de tabac gris et dʼexcréments mal enterrés, avec, pour couvrir le tout, un ciel métallique uniforme qui se déverse à intervalles réguliers comme si Dieu nʼen finissait plus de sʼacharner sur le simple soldat.
Cʼest cette guerre-là que je nʼai pas connue.
Jʼai quitté mon village de Dordogne le jour de la mobilisation. Mon grand-père a
couvert ma fuite de la maison de famille dans le silence du petit matin, pour éviter dʼinutiles effusions. Jʼai chargé mon paquetage dans la carriole du vieil André. A la cadence du balancement de la croupe de sa jument brune, nous avons pris la direction de Lalinde. Ce nʼest que dans la descente de la gare quʼil sʼest décidé à me dire : “Ne pars pas trop longtemps mon garçon, ça va être une sacrée année pour les cèpes.”
A Lalinde, une dizaine de petits moustachus endimanchés dans leur vareuse se laissaient étreindre par des mères rougeaudes, en larmes. Comme je regardais le vieil André sʼéloigner, un gros joufflu aux yeux comme des billes sʼest approché timidement de moi.
Cʼétait Chabrol, un gars de Clermont-de-Beauregard que je nʼavais pas revu depuis la communale. Il était là, seul, sans famille, sans adieux. Il redoutait de prendre le train pour la première fois, sʼinquiétait des changements. Pour se rassurer, il tirait à petites gorgées sur une gourde accrochée à sa ceinture. Cʼétait un mélange dʼeau- de-vie de prune et de monbazillac. Il en avait trois litres dans son sac, trois litres pour trois semaines de guerre, puisquʼon lui avait dit quʼon leur mettrait la pâtée en trois semaines, aux Allemands. Ce gros communiant qui sentait un drôle de vin de messe sʼinstalla à côté de moi pour ne plus me quitter des yeux. »

 

 1885087-6b22d26d1751a5d1316707ea5c5d3b23.jpg
Marc Dugain (Senegal, 3 mei 1957)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Esther Freud, Jef Last, Gottfried Benn, Rob Waumans, Tilman Rammstedt, James Holmes, Wytske Versteeg

De Engelse schrijfster Esther Freud werd geboren in Londen op 2 mei 1963. Zie ook alle tags voor Esther Freud op dit blog.

Uit: Summer at Gaglow

“Of the three girls it was only Bina who was allowed to stay up for the night-time celebrations. Places had been laid for a hundred people at a long gallery of tables that spiralled round the dining room. Bina came up to the nursery where both Nanny and the governess, Fraulein Schulze, burst into praise over her dress and the way in which her hair had been arranged. Eva stared furiously into her green baize box and cursed that she was years too young. 'It's even worse luck for me,' Martha said, and it cheered Eva up a little to see that she was right.
Their mother came up to wish them both goodnight. `You have been more than perfect today.' She smiled, glittering in the doorway of their double room, while Martha and Eva sat at twin dressing tables and stared sulkily back at her through the glass. `Sleep well.' She blew them each a kiss and left them to rejoin the party.
`Did you see the earrings she had on?' Martha gasped, and Eva agreed that they were hideous. Great red rubies that dragged down the lobes of her ears. `And such skinny arms.' She winced, continuing to give her hair the one hundred obligatory strokes insisted upon by Nanny.
`Well, at least we have Bina to report back.' Eva brushed vigorously. `Not to mention,' she lowered her voice, `our own dear Schu.'
`Now, now, children.' It was Nanny standing behind them with their nightdresses, freshly pressed and aired. `I'm sure Fraulein Schulze will be too busy enjoying herself to have time for such nonsense.'
`Oh, Omi, Omi Lise,' they both protested. They caught each other's eye and grinned. This was exactly what their governess had time for and what, above anything, she enjoyed. It was her wicked bedtime stories that had won them over at the very start, and the way she poked fun at strangers, livening up the walks they took even on the most dreary days, and filling her charges, each one, with a small, warm well of spite.
Eva lay in bed, listening to the distant strains of the music and running over in her mind the various eligible girls invited by her mother. Who. would Emanuel be dancing with, she wondered, and she smiled at the off-hand way in which he had accepted their attentions.
`Martha?' she whispered. `Martha, are you asleep?'

 

 1758870-9f4063546d169b510d314642b6393e85.jpg
Esther Freud (Londen, 2 mei 1963)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Josephus Carel Franciscus (Jef) Last werd geboren in Den Haag op 2 mei 1898. Zie ook alle tags voor Jef Last op dit blog.

 

Aan een gevallen makker

Een witte roos bloeide op het vale veld,
roos van de dood te midden der gewonden
een jong gezicht had in zijn laatste nood
de vage schaduw van een lach gevonden.

"Ik heb het koud" klaagden zijn blauwe lippen
zijn weke hand zocht tastend naar een maat
ik zag zijn leven met zijn bloed ontglippen
en steeds maar liever scheen mij zijn gelaat.

"Een dode meer op onze lijst van helden"
mijn god hoe walgt het woord mij in de mond
een kind veeleer dat brute domheid velde
één adem minder uit een zoete mond.

Een lied brak af na d'eerste teedre strofe
een dapper hart hield plotseling op met slaan
een makker minder op de donkre wegen
die door de modder onze voeten gaan,

maar deze morgen zet een jonge vogel
zich op een tak en zingt en zingt en zingt
het schijnt mij of in 't zoete vogelfluiten
de stem van mijn gevallen makker klinkt.

 

 

Als eens de dood komt

Als eens de dood komt, laat het zijn
in 't midden van de overgave,
de laatste beker rode wijn,
het laatste brood, het laatst refrein
waarmee een vriend een vriend kan laven -
En laat de dood het éinde zijn.
Als eens de dood komt, laat het zijn
uit lege beurs de laatste gave,
van 't volle hart de laatste pijn,
de liefste kus, het zoetst festijn
ontbloot van goed, ontdaan van have -
En laat de dood het éinde zijn.

 

 1758870-e94b32abd88c528d7ea70dafeba9d21f.jpg
Jef Last (2 mei 1898 – 15 februari 1972)
Hier als acteur in de film Branding van Joris Ivens, 1929

 

 

De Duitse dichter en schrijver Gottfried Benn werd geboren in Mansfeld op 2 mei 1886. Zie ook alle tags voor Gottfried Benn op dit blog.

 

Die Schale

Kommst du zum letzten Male,
wir waren doch so allein
und rannen in eine Schale
mit Bildern und Träumen ein.
Es war doch eben noch heute
und unser Meer war die Nacht,
wir waren einander die Beute,
die weiße Fracht.

Wir streiften uns wie zwei Rassen,
zwei Völker von Anbeginn:
die Stämme, die dunklen, die blassen
gaben sich hin.

Kommst du zum letzten Male,
es war doch alles nur Spiel
oder sahst du, wie in die Schale
Tränen und Schatten fiel -

Sahst du, sahst du ihr Neigen
in Strömen dieses Weins
und dann ihr Fallen und Schweigen:
die Verwandlung des Seins -?

 

 

Reisen

Meinen Sie Zürich zum Beispiel
sei eine tiefere Stadt,
wo man Wunder und Weihen
immer als Inhalt hat?

Meinen Sie, aus Habana,
weiß und hibiskusrot,
bräche ein ewiges Manna
für Ihre Wüstennot?

Bahnhofstraßen und Rueen,
Boulevards, Lidos, Laan –
selbst auf den Fifth Avenueen
fällt Sie die Leere an –

ach, vergeblich das Fahren!
Spät erst erfahren Sie sich:
bleiben und stille bewahren
das sich umgrenzende Ich.

 

 1758870-1dd933fbb0339ef17916355822fba2a0.jpg
Gottfried Benn (2 mei 1886 - 7 juli 1956)
In 1932 

 

 

De Nederlandse schrijver Rob Waumans werd geboren in Alkmaar op 2 mei 1977. Zie ook alle tags voor Rob Waumans op dit blog.

 

Gesprek (Blog)

Ik stond buiten een sigaret te roken, op de stoep voor een café in Noord. Het was koud, mijn jas hing nog binnen over mijn kruk, naast Nyk de Vries, die niet rookt maar wel graag een biertje drinkt en de volgende dag overigens kerst ging vieren met familie in Friesland omdat ‘dat nou eenmaal beter uitkwam’.
We hadden allebei voorgedragen tijdens de literaire pubcrawl en we waren hier geëindigd. We dronken bier uit klassieke bierglazen die je in de jaren tachtig overal zag. Glazen waar je net zo goed cola in kunt schenken, zonder dat iemand je gek aankijkt.
Eerder die avond droeg een schrijfster een heel mooi verhaal voor over een voormalig galgenveld hier in Noord, waar nu de Shell-toren staat, werkelijk een mooi verhaal, waar ik op zondag nog regelmatig over nadacht. Haar voordracht werd een aantal keer onderbroken door een vrouw die ze niet helemaal op een rijtje had. Vlak na de voordracht begon die vrouw te dansen als een hippie, langs de tafeltjes waar mensen haar met grote, bange ogen aankeken.
En nu stond die vreemde vrouw ineens naast me, terwijl ik lekker op mijn gemak een sigaretje stond te roken.
Ze keek me aan, haalde een pakje shag uit haar jaszak en zei:
‘Ik ga zo de stad in. Ga je mee of heb je het lef niet?
‘Waar ga je heen,’ vroeg ik.
‘Daar kan ik niets over zeggen,’ zei de vrouw, en toen: ‘Val je op negers?’

 

 1758870-d8d566c2ae32f8dfcde35f2ebc943a91.jpeg
Rob Waumans (Alkmaar, 2 mei 1977)

 

 

De Duitse schrijver Tilman Rammstedt werd geboren op 2 mei 1975 in Bielefeld. Zie ook alle tags voor Tilman Rammstedt op dit blog.

Uit: Die Abenteuer meines ehemaligen Bankberaters

„Sehr geehrter Herr Willis,
vielleicht erscheint Ihnen die Frage, ob es Ihnen gut geht, zu willkürlich, zu allgemein oder zu persönlich. Es ist nur so, dass ich zuletzt viel Zeit in Wartezimmern verbracht habe (abnehmende Sehstärke, Rückenbeschwerden, Knirscherschiene), und dort las ich in einer Zeitschrift, dass es Ihnen zurzeit alles andere als gut gehe (Liebe, Körper, Beruf ). Nun weiß ich nicht, wie aktuell diese Zeitschrift war und inwieweit solchen Zeitschriften überhaupt zu trauen ist, daher auch mein Nachfragen in den vergangenen Tagen. Aber falls es stimmt, dass Sie gerade etwas unglücklich sind, tut mir das ausgesprochen leid. Kann ich vielleicht irgendetwas für Sie tun? Ganz gleich, was es ist,
scheuen Sie sich bitte nicht, mir sofort zu schreiben.

Mit freundlichen Grüßen,
Tilman Rammstedt

PS:
Wenn Ihnen nichts einfällt, was ich für Sie tun kann, schreiben Sie mir bitte trotzdem. Vielen Dank

Auf  dem Schreibtisch meines ehemaligen Bankberaters stand ein kleiner Keramikelefant mit erhobenem Rüssel. »Ein Erinnerungsstück«, erklärte er mir, als er sah, dass ich das Tier betrachtete. »Woran?«, fragte ich, und mein ehemaliger Bankberater zögerte nur kurz.
»An einen Elefanten«, sagte er.“

 

 1758870-727d8a45f882a1228aea71b140347a78.jpg
Tilman Rammstedt (Bielefeld, 2 mei 1975)

 

 

De Amerikaanse dichter en vertaler James Stratton Holmes werd geboren in Collins, Iowa, op 2 mei 1924. Zie ook alle tags voor James Holmes op dit blog.

Uit: A Long Night In Leatherland (Verschenen onder het pseudoniem Jacob Lowland)

“Oh yeah, Jake”, continues Jaceques, “a little while ago someone was here, someone you would certainly like. A blond one. In his early twenties. Dashingly beautiful and slavishly polite.”
Kurt, I think. “German, surely.”
“Yep, he spoke English, but I think he is German. He’s just left.”
He will probably be next door. So will I.
The Argos. Things ain’t what they used to be in the leatherscene, nor are they here. Nevertheless, still, if there’s a place in Amsterdam which embodies the leather tradition, it must be the Argos. Further along in the Warmoesstraat, and then in the Heintje Hoeksteeg, one of the little alleys on the right, there the Amsterdam leatherscene was actually born. The Argos, these days, the only real grandson of the old one is considerably more spacious in size and admission policy, but there isn’t much left of the almost conspiracy-like atmosphere of the little bar of the old days: that strange smell in the air of comradeship, qualified by secrecy and swank. Still, ever so present, is the air of filthiness and decay. Here you can throw your fags, spit, piss, cum on the floor, if you’re pig enough for it. The limits are your only limits and the ones of the boy you are handling. It’s good to be back here.
I buy a beer from Bosch, salute a few friends and acquaintances, take a peek downstairs – still very silent, but the FF-room is already occupied – and walk upstairs again. Then I go and sit where I usually hang out: on the motorbike in front of the fireplace. Jerry, just back from four weeks in Australia, gives an elaborate account of how much better the leatherscene in Sidney is these days than six years ago, when I was there for a while.”

 

 1758870-99e5b5ab7464ab000303cb1f1055c78c.jpg
James Holmes (2 mei 1924 - 6 november 1986)
De Argos in Amsterdam 

 

 

De Nederlandse schrijfster Wytske Versteeg werd geboren op 2 mei 1983. Zie ook alle tags voor Wytske Versteeg op dit blog.

Uit: Boy

‘Het leven gaat verder,’ zei ik cynisch, en nu was het de vrouw die hem onderbrak, mij sterkte wenste en zei dat ik altijd mocht bellen.
Ik bracht hen naar de voordeur. Pas nadat ik die rustig en beheerst had gesloten zakte ik op de vloer ineen, zat met opgetrokken knieën en mijn armen om mezelf heen geklemd tegen de deur, alsof ik het kwaad nu nog buiten kon houden.
De doden komen altijd weer naar boven en misschien is het daarom dat we grafstenen voor hen maken, van glanzend maar zwaar marmer, deuren die nooit meer open hoeven. Die rituelen zijn er niet voor niets, hoe we de doden opmaken om hen nog op hun oude zelf te laten lijken, ze blosjes op de wangen geven en hun mooiste kleren aan. Dat we kaarten schrijven, met de hand, en dat we die aan iedereen versturen om het bericht te brengen van de dood. We vragen iedereen die van ons houdt om naast ons te staan wanneer de kist de aarde in zakt of uit het zicht verdwijnt, bij ons te zijn wanneer we afscheid nemen. Hoe ver weg en hoe oud de dode ook is, we zien altijd onszelf en hoe we hier al bijna weg zijn en daarom lachen we te hard, daarom bestellen we van tevoren cake en koffie, want zolang we eten leven we. Maar als een kind sterft wil er niemand eten, sluipen de begrafenisgasten na de plechtigheid zo snel mogelijk weg, durft niemand te zeggen hoe mooi hij erbij ligt.
Niet dat dat het geval was. Boy werd begraven in een gesloten kist, hij was te lang vermist geweest."

 

 1758870-7bde7614749f03490c000c9dfb8a55fa.jpg
Wytske Versteeg (Amsterdam (?), 2 mei 1983)
Cover 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e mei ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:44 Reageer op dit bericht

Jurgis Baltrusaitis, Novalis, Georges-Arthur Goldschmidt, Angela Krauß, Gisela Elsner

De Litouwse schrijver en vertaler Jurgis Baltrušaitis werd geboren op 2 mei 1873 in Paantvardys. Zie ook alle tags voor Jurgis Baltrušaitis op dit blog.

 

The Surf

The day's wild ocean sings and thunders,
And beats against the fatal shore,
This breaker with dumb sorrow sunders,
And these like laughing victors roar,
Their sheen – one joy of vernal wonders,
Their sheen – vast winter's shining hoar.

In wrath triumphant forward swinging,
The lifted billow calls and fails,
A joyous giant shouting, singing,
Its voice the voice of sounding gales,
Its glory in the sunlight flinging,
Whose noonday glow it holds and hails.

Across the sea, now lightly foaming,
Another rears, that stirs the deep,
And floods the shore with the silence gloaming;
Morose and slow it seems to creep
Like one who drops, worn out with roaming,
From his bent back a fatal heap.

Each moment new, with changing power,
The surf is thundering alone.
Now idle, now it seems to lower,
Hymning a sylence all unknown,
Like a dark heart asleep, – for hour
On hour in restless monotone.

 

 1758864-76b0e804e4219ca505dc4e82f8d2e1f0.jpg
Jurgis Baltrušaitis (2 mei 1873 – 3 januari 1944)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Novalis werd geboren in Oberwiederstedt op 2 mei 1772. Zie ook alle tags voor Novalis op dit blog.

Uit: Hymnen an die Nacht
3

Einst da ich bittre Tränen vergoß, da in Schmerz aufgelöst meine Hoffnung zerrann, und ich einsam stand am dürren Hügel, der in engen, dunkeln Raum die Gestalt meines Lebens barg – einsam, wie noch kein Einsamer war, von unsäglicher Angst getrieben – kraftlos, nur ein Gedanken des Elends noch. – Wie ich da nach Hülfe umherschaute, vorwärts nicht konnte und rückwärts nicht, und am fliehenden, verlöschten Leben mit unendlicher Sehnsucht hing: – da kam aus blauen Fernen – von den Höhen meiner alten Seligkeit ein Dämmerungsschauer – und mit einem Male riß das Band der Geburt – des Lichtes Fessel. Hin floh die irdische Herrlichkeit und meine Trauer mit ihr – zusammen floß die Wehmut in eine neue, unergründliche Welt – du Nachtbegeisterung, Schlummer des Himmels kamst über mich – die Gegend hob sich sacht empor; über der Gegend schwebte mein entbundner, neugeborner Geist. Zur Staubwolke wurde der Hügel – durch die Wolke sah ich die verklärten Züge der Geliebten. In ihren Augen ruhte die Ewigkeit – ich faßte ihre Hände, und die Tränen wurden ein funkelndes, unzerreißliches Band. Jahrtausende zogen abwärts in die Ferne, wie Ungewitter. An ihrem Halse weint ich dem neuen Leben entzückende Tränen. – Es war der erste, einzige Traum – und erst seitdem fühl ich ewigen, unwandelbaren Glauben an den Himmel der Nacht und sein Licht, die Geliebte.

 

 1758864-a9915f71c8da7621e5d7bed92be02566.jpg
Novalis (2 mei 1772 - 25 maart 1801)
Borstbeeld in Weißenfels

 

 

De Frans-Duitse schrijver, essayist en vertaler Georges-Arthur Goldschmidt werd geboren op 2 mei 1928 in Reinbek bij Hamburg. Zie ook alle tags voor Georges-Arthur Goldschmidt op dit blog.

Uit: Die Faust im Mund

„Bis 1943 hatte ich in ständiger Aufregung gelebt, von einer Züchtigung zur nächsten, kopflos vor Schimpf und Schande, daher war mir gar nicht bewußt geworden, daß ich kleiner deutscher Flüchtling längst Französisch sprach, als ob ich das seit jeher getan hätte, als ob es meine zweite Muttersprache wäre.
An jenem Oktobertag 1943 kam alles auf einmal, auch der zweifache Zugang zum Schreiben. Statt mich wie gewöhnlich zum zweihundertmaligen Abschreiben des Satzes „Ich darf im Unterricht nicht schwätzen“ oder „Ich werde Schläge bekommen, weil ich faul bin“ zu verdonnern, hatte man sich diesmal in den Kopf gesetzt, mich die „Abenteuer eines Zerstreuten“ aus den Charakteren von La Bruyère abschreiben zu lassen. Noch nie hatte ich so Französisch geschrieben. Es war, als ob ich über dem Text schwebte, nie zuvor war mir die absonderliche Anordnung all dieser Buchstaben aufgefallen, die die Seiten schmückten, aber beim Vorlesen meist nicht zu hören waren; das verlieh dem ganzen ein elegant pittoreskes Flattern, das mich staunen machte. So wurde die Sprache, die ich abschrieb, zu einer überraschenden, wunderbaren Zuflucht in der alltäglichen Not.“

 

 1758864-0fbe17004c125a6392c0891ac7a1920e.jpg
Georges-Arthur Goldschmidt (Reinbek, 2 mei 1928)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Angela Krauß werd geboren op 2 mei 1950 in Chemnitz. Zie ook alle tags voor Angela Krauß op dit blog.

Uit: Ich muß mein Herz üben

 

Gras unter dem Rücken und oben nichts
als zartblauer Überfluß,
Nahrung zum Aufatmen,
zum Himmelsschüsseln leeren,
Vorrat für bacchantische Tag- und Nachtmähler
lebenslang, zum Schwelgen und Schlürfen
für Nüstern und Lungenzungen
und das vor Mut strotzende Herz.
Gesorgt wär für alle und
eine unendliche Geschichte.

Das Ganze ein flatterndes Meer,
kleine Mädchen und Seeleute,
Bergmänner, Frauen, die Städte bauen,
Briefboten, Countertenöre.
Jeder Daherlaufende ein Leben,
das ich auf später verschiebe.
Und noch immer kein einziger Feind,
der sich gezeigt hat.

 

 1758864-f62215e1fcc41befbd28822094fa74d1.jpg
Angela Krauß (Chemnitz, 2 mei 1950)

 

 

De Duitse schrijfster Gisela Elsner werd geboren op 2 mei 1937 in Nürnberg. Zie ook alle tags voor Gisela Elsner op dit blog.

Uit: Heilig Blut

„Unwillkürlich musste er an die Behauptung seines Vaters denken, der ihm gegenüber geäußert hatte, dass die eindrucksvolle Seelenruhe, die Lüßl oft genug in kritischen Augenblicken zur Schau trage, nicht etwa auf seine Selbstbeherrschung, sondern auf ein Sedativ zurückzuführen sei. Er stellte fest, dass sich auch Hächler und Glaub­recht, die mittlerweile ihre Frühstückseier verzehrt hatten, über Lüßls an Stumpfheit grenzende Gleichmütigkeit Gedanken zu machen schienen. Während sich der letztere erst Kaffee und Milch einschenkte und daraufhin mit der Betulichkeit eines Pedanten ein Brot mit Butter bestrich, ließen sie ihn nicht aus den Augen.
Sie haben sich wohl wieder einmal gedopt, erkundigte sich Hächler schließlich.
Das kann Ihnen doch egal sein, erwiderte Lüßl, indem er sein Frühstücksei köpfte.
Es ist mir aber nicht egal, dass ich meinen Urlaub mit einem Menschen verbringen muss, der sich mit Medikamenten voll stopft, die ansonsten nur hysterischen Weibern in den Wechseljahren verordnet werden, rief Hächler, und er sah Lüßl voller Verachtung an.
Aber der war dank des Sedativs, das er offensichtlich eingenommen hatte, dermaßen dickfellig geworden, dass er nur die Achseln zuckte.
Warum reisen Sie denn nicht ab, wenn Ihnen meine Anwesenheit so lästig ist, fragte er.
Falls Sie etwa glauben sollten, Sie könnten mich hier herausekeln, irren Sie sich gehörig, entgegnete Hächler mit einem zornigen Auflachen, ehe er sich zurücklehnte und schweigend aus dem Küchenfenster starrte, gegen dessen Scheiben der böige Westwind seit einer Weile große Schneeflocken trieb.“

 

 1758864-3a36a89345874a67713d397c0a1e8808.jpg
Gisela Elsner (2 mei 1937 – 13 mei 1992)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e mei ook mijn vorige blog van vandaag,

Geschreven door Romenu om 12:32 Reageer op dit bericht

Franz Innerhofer, Jamal Abro, Clyde Fitch, John Galt, Jerome K. Jerome, Udo Steinke, Klaus Konjetzky

De Oostenrijkse schrijver Franz Innerhofer werd geboren op 2 mei 1944 in Krimml. Zie ook alle tags voor Franz Innenhofer op dit blog.

Uit: Schöne Tage

„Wieder in der Küche, fragte die Stiefmutter, warum er kein weißes Hemd angezogen habe. Dann ging alles sehr schnell. Der Weiße Sonntag nicht bewußt. Schulbeichte nicht nachgeholt. Schrecken. Aufspringen des Vaters. Resignation. Holl in die etwas höher liegende Speisekammer gestoßen. Hose herunter. Mit Riemen zugeschlagen. Wie immer mußte Holl um die Züchtigung bitten, nach der Züchtigung sich bedanken. Eine Übernahme vom Großvater. Die ersten Riemenhiebe schmerzten am meisten, dann sah Holl nur noch gelangweilt zum vergitterten Fenster hinauf. Das Keuchen des Vaters widerte ihn an. Die Hose mußte er halten, weil die Knöpfe ausgerissen waren. Dann warf ihn der Vater über die Stufen auf den Küchenboden hinunter, wo er hart aufschlug. Aufschreien der Stiefmutter. Stumme Gesichter der Mägde. Schmerz. Holl schämte sich. Dann befahl ihm der Vater daheim zu bleiben.”
(…)

Er wollte nicht auch noch die letzte Schande auf sich nehmen. über Arbeit klagen, war die größte Schande. Er wollte nur noch sterben, einschlafen und nicht mehr aufwachen, aber er wurde immer wieder geweckt, brutal aus dem Schlaf gerissen, und dachte sofort an die Schlucht, die Hose feucht-kalt, die Fußlappen feucht, die Stiefel feucht, die Milchkannen kalt, der Melkeimer kalt. Er torkelte hinter dem Melker durch den dreckigen Stall und dachte: Morgen geht da ein anderer.“

 

 1758861-3a65ab71d7554d7e7be45e46e5cdfe7f.jpg
Franz Innerhofer (2 mei 1944 – 19 januari 2002)
Scene uit de film “Schöne Tage“ uit 2006

 

 

De Sindi schrijver Jamal Abro werd geboren op 2 mei 1924 in in Sangi, een klein dorpje in Mehar Dholka. Zie en ook alle tags voor Jamal Abro op dit blog.

Uit: Pirani

“The dogs would not stop barking and they kept it up till they had followed the strangers back to the outskirts of the hamlet. the dogs then wagged their tails as if they had done their duty. Outside the hamlet, after considerable high-haggling the bargain was struck for sixty rupees!
The Brohis were now getting ready to return to the hungry hills. They pulled down the shacks and loaded the bullocks. The children kept chattering about the hills and the babble trees on the hills. Lalu's village was on the way. Pirani's mother walked abreast, almost touching her daughter, while the father offered his finger for Pirani to hold. Are we returning home? asked Pirani. The father nodded. He could feel a corrosive void turning and twisting within him. The mother felt as if something heavy were hammering within her breast, trying to get out.
Lalu's People were waiting. As they drew nearer, Pirani's mother twitched convulsively and clasped her daughter. Lifting her high, she pressed Pirani to her bosom. The mother and daughter were panting, their hearts pounding fast, their eyes panic-stricken.
Others stood around them. The father with his trembling hands lurched forward and tore away his daughter with a look of finality. The mother broke down, her heart crushed, her very vitals cut into pieces. She screamed, Pirani, oh, my little Pirani! The girl shrieked back... The birds flew away in panic.“

 

 1758861-40bcd6501191a9ecce581dbfc07adff7.jpg
Jamal Abro (2 mei 1924 – 30 juni 2004)

 

 

De Amerikaanse (toneel) schrijver Clyde Fitch werd geboren op 2 mei in 1865 in Elmira, New York. Zie ook alle tags voor Clyde Fitch op dit blog.

Uit: The Stubbornness Of Geraldine

“GERALDINE. Glad!?! Glad!! Surely an Englishman knows what love of one's country means ! how it's born in one, and nothing ever gets it out !
Let me tell you something ! The day I sailed, a pale, small, timid girl, this same uncle gave me, to wave from the boat, a little stars and stripes; Uncle Ray DID love his country as well as a few other things ! Perhaps you'll think it silly of me, but from that day to this I've never let go that little flag. I've travelled all over Europe, but never went to sleep one night without it under my pillow at first, and afterward in a little sort of amulet about my neck [Taking hold of a chain she wears.], when it threatened to become rags! Glad to go back to America ? It's what I've been dreaming of, longing for, waiting for on tiptoe since the very hour I left fourteen years ago! Glad/!! I don't pretend to explain; I can only tell you that even to speak of going back fills me with an emotion
I don't understand. I feel it here ! [Her hand over her bosom.] And here! [At her throat.] It's why it's home, you know, that's all !
TILBURY. I know what you mean. I felt it in South Africa.
GERALDINE. [With quick interest and sympathy.] Were you in many battles there?
TILBURY. No, but I was in all the hospitals !
GERALDINE. [She laughs.] Let's walk. [To
FRAULEIN.] We're going to walk up and down a little, just here in front of you.“

 

 1758861-41c4f8a510e82bbe52249ff1521196c6.jpg
Clyde Fitch (2 mei in 1865 – 4 september 1909)
Portret door William Merritt Chase, rond 1900

 

 

De Schotse schrijver John Galt werd geboren in Irvine op 2 mei 1779. Zie ook alle tags voor John Galt op dit blog.

Uit: The Life of Lord Byron

“Sir Nicholas died in 1540, leaving an only son, Sir John Byron, whom Henry VIII. made Steward of Manchester and Rochdale, and Lieutenant of the Forest of Sherwood.  It was to him that, on the dissolution of the monasteries, the church and priory of Newstead, in the county of Nottingham, together with the manor and rectory of Papelwick, were granted.  The abbey from that period became the family seat, and continued so until it was sold by the poet.
Sir John Byron left Newstead and his other possessions to John Byron, whom Collins and other writers have called his fourth, but who was in fact his illegitimate son.  He was knighted by Queen Elizabeth in 1579, and his eldest son, Sir Nicholas, served with distinction in the wars of the Netherlands.  When the great rebellion broke out against Charles I., he was one of the earliest who armed in his defence.  After the battle of Edgehill, where he courageously distinguished himself, he was made Governor of Chester, and gallantly defended that city against the Parliamentary army.  Sir John Byron, the brother and heir of Sir Nicholas, was, at the coronation of James I., made a Knight of the Bath.  By his marriage with Anne, the eldest daughter of Sir Richard Molyneux, he had eleven sons and a daughter.  The eldest served under his uncle in the Netherlands; and in the year 1641 was appointed by King Charles I., Governor of the Tower of London.  In this situation he became obnoxious to the refractory spirits in the Parliament, and was in consequence ordered by the Commons to answer at the bar of their House certain charges which the sectaries alleged against him.  But he refused to leave his post without the king’s command; and upon’ this the Commons applied to the Lords to join them in a petition to the king to remove him.  The Peers rejected the proposition.
On the 24th October, 1643, Sir John Byron was created Lord Byron of Rochdale, in the county of Lancaster, with remainder of the title to his brothers, and their male issue, respectively.  He was also made Field-Marshal-General of all his Majesty’s forces in Worcestershire, Cheshire, Shropshire and North Wales: nor were these trusts and honours unwon, for the Byrons, during the Civil War, were eminently distinguished.  At the battle of Newbury, seven of the brothers were in the field, and all actively engaged.”

 

 1758861-82f88335d6a16f50698f7375ec66c4e0.jpg
John Galt (2 mei 1779 - 11 april 1839)
Standbeeld in Ontario

 

 

De Engelse schrijver Jerome Klapka Jerome werd geboren op 2 mei 1859 in Walsall, in het toenmalige graafschap Staffordshire. Zie ook alle tags voor Jerome K. Jerome op dit blog.

Uit: Tea-table Talk

"They are very pretty, some of them," said the Woman of the World; “not the sort of letters I should have written myself."
"I should like to see a love-letter of yours," interrupted the Minor Poet.
"It is very kind of you to say so," replied the Woman of the World.
"It never occurred to me that you would care for one."
"It is what I have always maintained," retorted the Minor Poet; "you have never really understood me."
"I believe a volume of assorted love-letters would sell well," said the Girton Girl; "written by the same hand, if you like, but to different correspondents at different periods. To the same person one is bound, more or less, to repeat oneself."
"Or from different lovers to the same correspondent," suggested the Philosopher. "It would be interesting to observe the response of various temperaments exposed to an unvaried influence. It would throw light on the vexed question whether the qualities that adorn our beloved are her own, or ours lent to her for the occasion.
Would the same woman be addressed as 'My Queen!' by one correspondent, and as 'Dear Popsy Wopsy!' by another, or would she to all her lovers be herself?"
"You might try it," I suggested to the Woman of the World, selecting, of course, only the more interesting."

 

 1758861-e34484117be0344ddf5b534f1e6e82c5.jpg
Jerome K. Jerome (2 mei 1859 – 14 juni 1927)

 

 

De Duitse schrijver en dichter Klaus Konjetzky werd geboren op 2 mei 1943 in Wenen. Zie ook alle tags voor Klaus Konjetzky op dit blog.

 

Aufzuhebende Widersprüche

Folg ich, wozu ich neige,
dem Kuckucksruf,
schwinden die Fernsehantennen...

Folg ich den Bürgersteigen,
laufe ich Geiselnehmern in die Hand,
geht mir ein Polizistenhund ans Bein,
pinkeln mich Wasserwerfer an,
bevor ich mich einer Festnahme
widersetzen muß.

 

 1758861-37f3707ddc0c309ef74bdddebea5c541.jpg
Klaus Konjetzky (Wenen, 2 mei 1943)

 

 

De Duitse schrijver Udo Steinke werd geboren op 2 mei 1942 in Łódź. Zie ook alle tags voor Udo Steinke op dit blog.

Uit: Die Buggenraths

„Zwischen den angewelkten Grashalmen perlten Herbsttröpfchen vorwitzig zur Erde hinab und wurden sofort aufgesaugt von dem ausgetrockneten Friedhofsgrund; der Morgentau war zu schwach für eine Aufweichung des ziegelharten Bodens, und an eine Arbeitserleichterung war somit nicht zu denken. Doch das Grab musste in zwei Stunden offen sein, denn zwölf Uhr mittags wollte der Herr Pfarrer eine Hand voller Erde zurückwerfen in das Loch des Vergessens, und anschliessend sollte er den Segen für eine Familiengründung sprechen“

 

 1758861-229270c53a58649ac080ef6fdbc4cd59.jpg
Udo Steinke (2 mei 1942 – 12 oktober 1999)

Geschreven door Romenu om 12:22 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten