Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 3 mei 2015 tot 4 mei 2015

Gedicht (C. O. Jellema)

 

Bij 4 mei

 

 1759779-759daae157a11b1953300e0bd309c57b.jpg
Monument De Vaandeldrager, Nijmegen

 

 

Gedicht

So schaute Thales die Einheit des Seienden:
und wie er sich nitteilen wollte
redete er vom Wasser.
Nietsche

In stilte schrijf ik jou, gedicht, in stilte,
een stoel draagt mij, op tafel rust mijn arm,
en als ik opkijk zie ik over buxushagen
in ’t open veld de trage schapen grazen
onder gelaten wolken van dit kustgebied –
in stilte schrijf ik jou, in deze stilte.

Is dit jouw recht, zo met jezelf alleen
uit woorden te bestaan die niets bederven,
aan de benoemden niets ontnemen wat hen schaadt,
je toe te voegen aan de dingen die er waren
zo vanzelfsprekend van eenzelvigheid,
is dat jouw recht, en voor jou zelf alleen?

Maar in mijn hoofd, gedicht, gaan dingen om
waar jij geen weet van hebt en die niet rijmen:
dat wie jou leest een moordenaar kan zijn
om een stuk land, een vreemde taal, een god;
dat wie jou schrijft ten dode haten kan –
maar jij, gedicht, keert alle dingen om

tot spiegeling in ’t woordelijke water
waarin zij één zijn zoals Thales zag,
mens uit Milete die een denken schiep
uit schouwen, dacht in beeldspraak: hielp dat spreken
een wereld te ontwrichten van vooroordeel
en misverstand? – Het zijn, gedicht, jouw naasten

die weigeren verwantschap te verdragen,
die dagelijks nog moeten sterven om
hun stukje land, hun taal, hun eigen god.
En jij verzwijgt hen in jouw woorden wolk en water? –
Ik heb van jou gedroomd: jij schiep de weiden grazig
en leidde ons aan wateren der rust.

 

 1759779-ed1aac374584a23b4679e445f8514ac6.jpg
C. O. Jellema (9 september 1936 – 19 maart 2003)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 4e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:39 Reageer op dit bericht

Christiaan Weijts, Amos Oz, Monika van Paemel, Graham Swift, David Guterson, Jan Mulder, Werner Fritsch, Jacques Lanzmann

De Nederlandse schrijver Christiaan Weijts werd geboren in Leiden op 4 mei 1976. Zie ook alle tags voor Christiaan Weijts op dit blog.

Uit:De linkshandigen

“Simon Sinkelberg vindt zijn schoen terug op de zondag dat hij ontslag neemt bij de krant. Het is de rechterhelft van een veel te duur paar, Italiaans kalfsleer, dat hij ooit voor het huwelijk van zijn zus kocht, samen met – voor het eerst in zijn leven – twee cederhouten spanners. Een jaar geleden was de schoen ineens verdwenen. Op het rekje onder de kapstok stond het linker exemplaar in z’n eentje te glimmen, elke dag opnieuw, steeds vileiner.
Simon zocht overal. Dagelijks kamde hij een andere kamer of kast uit, maar hij vond niets, en de weesschoen begon hem uit te lachen: lapzwans, klungel, onnozelaar... Iets langer dan een maand verdroeg hij dit. Toen trok hij het ding aan de veters omhoog, sleurde het mee naar zijn atelier, stak een stanleymes in de gave, volmaakte huid, die hij aan repen sneed en in de vuilnisbak mikte.
Dat luchtte op. Uiteindelijk vergat hij het voorval, totdat hij nu, op weg naar een afspraak met zijn hoofdredacteur, in de hal een draadje opmerkt dat uit het luik naar de watermeter krult. Het is amper vijf centimeter lang. Hij hurkt neer. Het is het uiteinde van een veter. Als hij het luik opent ligt daar, glanzend alsof hij net uit de doos komt, de rechterschoen.
Hij begrijpt het niet meteen. Hij moet ooit de meterstand hebben opgenomen, waarna het luik open is blijven staan en de schoen vanaf het rekje het gat in is getuimeld. Hij moet op een dag in het voorbijgaan het open luik geregistreerd hebben en dit gedachteloos hebben gesloten.
Hij tilt zijn vondst op en laat die rusten op zijn handpalmen. Zo blijft hij een poosje onbeweeglijk in de hal staan.”

 

 1759777-fa895e14e6b3740eb77a1c877f885c8a.jpg
Christiaan Weijts (Leiden, 4 mei 1976)

 

 

De Israëlische schrijver Amos Oz, (eig. Amos Klausner) werd geboren in Jeruzalem op 4 mei 1939. Zie ook alle tags voor Amos Oz op dit blog.

Uit: Onder vrienden (Vertaald door Hilde Pach)

“Ochtends vroeg, nog voor de zonsopgang, begint door het open raam het gekoer van de duiven tussen de struiken. De duiven maken een zacht, gelijkmatig, lang aanhoudend geluid waar ze kalm van wordt. Een zacht briesje waait door de toppen van de pijnbomen en onder aan de heuvel kraait een haan. Ver weg blaft een hond en een andere hond geeft hem antwoord. Die geluiden wekken Osnat uit haar slaap nog voordat de wekker gaat, en ze staat op, zet de wekker uit, wast zich en trekt haar werkkleren aan. Om halfzes vertrekt ze naar haar werk in de wasserij van de kibboets. Op weg daarheen komt ze langs de woning van Boaz en Ariëlla, die afgesloten en donker lijkt. Ze zegt bij zichzelf dat ze allebei nog slapen en die gedachte wekt geen jaloezie bij haar en ook geen pijn, maar een vage verbazing: alsof alles wat er gebeurd is, niet haar is overkomen maar vreemde mensen, en niet pas twee maanden maar jaren geleden. In de wasserij doet ze het elektrische licht aan, omdat het daglicht nog te bleek is. Dan buigt ze zich over de stapels die wachten om gewassen te worden en begint wit van gekleurd te scheiden en katoen van synthetisch. Er komen zure lichaamsgeuren van het vuile wasgoed, die zich vermengen met de geur van het waspoeder. Osnat werkt hier alleen, maar ze heeft een radiotoestel dat ze vanaf de ochtend heeft aanstaan om de eenzaamheid te verdrijven, ook al dempt het gezoem van de wasmachines zowel de woorden als de muziek. Ze is om halfacht klaar met de eerste ronde, haalt de machines leeg en laadt ze opnieuw, en gaat dan ontbijten in de eetzaal. Ze loopt altijd langzaam, alsof ze niet zeker weet waar ze heen wil of alsof het haar niet uitmaakt. Bij ons wordt Osnat als een heel rustig meisje beschouwd.”

 

 1759777-8a6b7e2f9f24642953992fae1b44f3b4.jpg
Amos Oz (Jeruzalem, 4 mei 1939)

 

 

De Engelse schrijver Graham Swift werd geboren op 4 mei 1949 in Londen. Zie ook alle tags voor Graham Swift op dit blog.

Uit: Waterland

“We believe we are going forward, towards the oasis of utopia. But how do we know--only some imaginary figure looking down from the sky (let's call him God) can know--that we are not moving in a great circle?”
(…)

“Children, only animals live entirely in the Here and Now. Only nature knows neither memory nor history. But man - let me offer you a definition - is the storytelling animal. Wherever he goes he wants to leave behind not a chaotic wake, not an empty space, but the comforting marker-buoys and trail-signs of stories. He has to go on telling stories. He has to keep on making them up. As long as there's a story, it's all right. Even in his last moments, it's said, in the split second of a fatal fall - or when he's about to drown - he sees, passing rapidly before him, the story of his whole life.”
(…)

“There’s this thing called progress. But it doesn’t progress. It doesn’t go anywhere. Because as progress progresses the world can slip away. It’s progress if you can stop the world slipping away. My humble model for progress I the reclamation of land. Which is repeatedly, never-ending retrieving what it lost. A dogged and vigilant business. A dull yet valuable business. A hard, inglorious business. But you shouldn’t go mistaking the reclamation of land for the building of empires.”

 

 1759777-64280e2999a8bb007f3277c05ee6ff3f.jpg
Graham Swift (Londen, 4 mei 1949)

 

 

De Vlaamse schrijfster Monika van Paemel werd geboren op 4 mei 1945 in Poesele in Oost-Vlaanderen. Zie ook alle tags Monika van Paemel op dit blog.

Uit:De vermaledijde vaders

“De slaapkamer der ouders betreed ik niet tenzij verdoken. Vlug sluit ik de deur achter mijn rug en sta stil te luisteren. Een oor in de kamer en een oor daarbuiten. Het grote bed met de doorstikte bordeauxrode sprei, tegen het raam aan het koperen bed met de roze gordijntjes. Er zijn nogal wat spiegels, wat me verveelt omdat ik mezelf betrap. De bedsprei is glad en koel, het bordeauxrood als gestold bloed. Onder het hoofdkussen van mijn vader ligt zijn pyjama die ik met welbehagen besnuffel. De karpetjes schuiven over de geboende houten vloer. Alsof ik ga steppen plaats ik een voet erop, en gebruik de andere voet om me op de vloer af te zetten. Maar het karpetje rimpelt en ik kom niet vooruit.
Ik laat mijn vingers over de gestileerde rozen van het koperen bed glijden. Op het hoofdkussentje ligt een fopspeen. Het laken is afgezet met broderie. De lichtblauwe deken strak ingestopt. In een opwelling begin ik het bed leeg te halen. Dekens en lakens zwier ik op de grond, het kussen gooi ik er achteraan, het rubberen plaszeiltje gaat dezelfde weg. De verbetenheid is nog groter omdat het geluidloos moet gebeuren. Na verwoede pogingen om ook de matras uit het bed te tillen moet ik het opgeven. Ze ligt te diep en weegt te zwaar. Kwaad zit ik tussen het beddegoed. Maar met de tranen vloeit de woede weg en laat me uitgeput achter. Zorgvuldig maak ik het bed weer op. Mijn armen zijn te kort om over de hoge zijkanten behoorlijk werk te leveren, dus klim ik in het bed en maak op mijn knieën het karwei af. Ik ben bijna klaar als de deur openzwaait; ‘Is hier iemand?’ vraagt mijn moeder. Ik houd me muisstil. Ze blijft nog even staan en gaat dan weg. Tussen de kieren van de roze gordijntjes lig ik heel lang naar de gesloten deur te kijken. Met bonkend hart, jawel.”

1759777-9e0be4c719602acdb0154b3a72c1104c.jpg
Monika van Paemel (Poesele, 4 mei 1945)

 

 

De Amerikaanse schrijver David Guterson werd geboren op 4 mei 1956 in Seattle. Zie ook alle tags voor David Guterson op dit blog.

Uit: East of the Mountains

“Ben remembered that in Italy, he and Rachel had slipped down between rows of apple trees on the plain of the Po, deep into the cool and dark of orchards, and there they had kissed with the sadness of newlyweds who know that their kisses are too poignantly tender and that their good fortune is subject, like all things, to the crush of time, which remorselessly obliterates what is most desired and pervades all that is beautiful. ”
(…)

“The river of his youth had been diverted and poured out broadly across the land to seep through dirt to the roots of crops instead of running in its bed. The river was no longer a river, and the desert was no longer a desert. Nothing was as it had been.
He knew what had happened to the sagelands. He himself had helped burn them. Then men like his father had seized the river without a trace of evil in their hearts, sure of themselves but ignorant, and children of their time entirely, with no other bearings to rely on. Irrigators and fruit-tree growers, they believed the river to be theirs. His own life spanned that time and this, and so he believed in the old fast river as much as he believed in apple orchards, and yet he saw that the two were at odds, the river defeated that apples might grow as far as Royal Slope. It made no more sense to love the river and at the same time kill it growing apples than it made sense to love small birds on the wing and shoot them over pointing dogs. But he'd come into the world in another time, a time immune to these contradictions and in the end he couldn't shake old ways any more than he could shake his name.”

 

 1759777-177fd260dc690c8a8ff604f24bc5b0c2.jpg
David Guterson (Seattle, 4 mei 1956)

 

 

De Nederlandse columnist, schrijver, ex-voetballer, en televisiepersoonlijkheid Jan Mulder werd geboren in Bellingwolde op 4 mei 1945. Zie ook alle tags voor Jan Mulder op dit blog.

Uit: Aanstelleritis (Column)

“Immers, echter, vrijwel: wat moet ik ermee? Willem Frederik Hermans zei het al. Maar ze zijn onuitroeibaar, immers en echter zijn voor eeuwig onder ons.
Er zijn ook woorden van voorbijgaande aard. Opeens steken ze de kop op, de goegemeente hoort ze en denkt ‘dat is iets voor mij, daar klink ik interessanter door’ en dan is er geen houden meer aan: heel Nederland (vooral de jongens en meisjes van de radio en de televisie) is verslaafd.
Niet lang geleden was bijvoorbeeld ‘zeg maar’ populair. ‘Gisteren moest ik zeg maar op werkbezoek bij mijn moeder in het verpleegtehuis.’ Op het hoogtepunt van de aanstellerij hoorde je wel eens: ‘Gisteren zeg maar moest ik zeg maar op werkbezoek bij mijn moeder in het verpleegtehuis van zeg maar de stad, want zo noem ik mijn dorp graag, laten we maar zeggen.’ De plaag raast met iets verminderde kracht nog steeds door het land. Maar er is concurrentie gekomen, ‘zeg maar’ moet oppassen dat ze de toppositie niet kwijtraakt.”

 

 1759777-566caab3edb3ff11ef33b5de39c93320.jpg
Jan Mulder (Bellingwolde, 4 mei 1945)
 

 

 

De Duitse schrijver Werner Fritsch werd op 4 mei 1960 in Waldsassen geboren. Zie ook alle tags voor Werner Fritsch op dit blog.

Uit: Die Alchemie der Utopie

„Diese Vorlesungen sind nur Skizzen dessen, was mir durch den Kopf geht in Gestalt des Flusses meiner Worte, also des Jetzts des Schreibens und des Flusses meiner Taten: der Fluß dessen, was ich gemacht habe, gerade mache, und dessen, was ich machen will ... Einerseits ein Weg zurück zu meinen Wurzeln, andererseits ist der Weg, der zurückführt zur Wurzel des Wortes Radikalität, der Weg, der in die Zukunft weist: zur Krone des Baums der Erkenntnis.
So wie vor Ihren Augen der Fluß des wilden Denkens, vom Ufer der Wondreb her, von der Quelle – über das Wasserrauschen dieser Laute jetzt ins Meer Ihres Interesses am Ufer des Mains mündet ...
So kommen Ihnen, die Sie, indem Sie in diesen Fluß schauen, diesen Fluß schauen, unbeschriebene Blätter der Jetzt-Beschwörungen, beschriebene Blätter meines Wegs jenseits der Autobahnen der Ästhetik entgegen.
Es treiben vor Ihrem geistigen Auge in Zweige gespaltene Äste, in denen auch, quasi als Prothese, sie hinterher wegzuwerfen, durchaus im Geist des Dualismus und des Gegen-Kanons Überlegungen zur Literatur der Gegenwart stecken, entgegen. Es treiben Eisklumpen eines Klimas vorbei, das wahrlich des Wandels bedarf. Ich versuche, wo es irgend geht, sanftmütig zu bleiben, aber wenn selbst der sanftmütige Christus angesichts eines Tempels
voller Händler zur Geißel griff ... Und es könnte, nicht nur im Sinn Spinozas und Goethes und aller Pantheisten und Propheten des Panta Rhei, diese unsere Welt durchaus ein Tempel sein – und doch ist dieser Tempel derzeit nur noch voller Händler .“

 

 1759777-091fd06cd44a94ec725f94b8f5200b12.jpg
Werner Fritsch (Waldsassen 4, mei 1960)
 

 

De Franse schrijver, journalist en tekstschrijver Jacques Lanzmann werd geboren op 4 mei 1927 in Bois-Colombes. Zie ook alle tags voor Jacques Lanzmann op dit blog.

Uit: Le têtard

« Enfant perturbé par la rencontre soudaine du monde animal et par la perte tout aussi soudaine de mon identité, je me suis souvent cogné la tête contre les parois de ce labyrinthe incompréhensible qu'est l'existence. Alors j'ai fait comme le petit Poucet, j'ai jeté autour de moi de quoi m'y retrouver et ce quelque chose que les oiseaux n'ont pas picoré ça n'était ni des miettes de pain ni du coton mais un bouquet de fantasmes sexuels, fleurs du mal et du rêve, pistils de mystère, pétale d'émotion, bus et cent fois bus jusqu'au calice.
Aujourd'hui j'ai quarante-neuf ans. Je reviens en compagnie de ma troisième femme, d'un voyage en Sybérie. Il y avait beaucoup de glace sur les fleuves et de neige sur les vitres du train. Séparé depuis trois semaines de mes enfants, j'ai eu peur de leur peur. Je me suis dit qu'ils se croyaient peut-etre abandonnés, alors, je me suis mis a vouloir leur téléphoner de Novossibirsk, d'Irkoutsk, d'Oulan-Oude, de Khabarovsk.
La liaison avec Paris étant impossible, j'ai pris la décision de leur écrire ce livre qui est la vérité de ma jeunesse. J'espère qu'ils ne le prendront pas mal.”

 

 1759777-df5f44a1b5907f07eb8b607406391ac7.jpg
Jacques Lanzmann (4 mei 1927 – 21 juni 2006)
 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e mei ook mijn blog van 4 mei 2014 deel 2.

Geschreven door Romenu om 11:34 Reageer op dit bericht

Cola Debrot

De Antilliaanse schrijver, dichter, arts, diplomaat, jurist, minister, filosoof en balletcriticus Cola Debrot werd geboren te Kralendijk (Bonaire) op 4 mei 1902. Hij groeide op in Curaçao en in Caracas. Zijn vader had een plantage op Bonaire. Via zijn grootmoeder van moederszijde die van origine uit Venezuela kwam, bezat hij ook de Venezolaanse nationaliteit. Thuis sprak hij Spaans en Papiaments; Nederlands leerde hij op de lagere school. Debrot volgde het gymnasium in Nijmegen en woonde er als kostganger in de Sint Annastraat 85, bij de weduwe van de zoon van de theoloog Johannes Jacobus van Oosterzee. Aan haar moeder, "Groszmutter" Maria Christiane Vorländer-Walter, heeft Debrot zijn kennis van de Duitse literatuur te danken. Vervolgens studeerde hij vanaf 1921 rechten in Utrecht, waar hij bevriend raakte met onder andere Martinus Nijhoff, Jan Engelman en Pyke Koch. In 1928 vertrok Debrot naar Parijs, waar hij drie jaar woonde en werkte als ghostwriter. Hij ontmoette daar de Amerikaanse zangeres Estelle Reed, met wie hij trouwde. In 1931 keerde hij terug naar Nederland en volgde een studie medicijnen. Tijdens WO II had hij een dokterspraktijk in Amsterdam. In het voorjaar van 1945 kreeg Debrot regelmatig bezoek van W.F. Hermans. Debrot nam hem mee naar patiënten en stelde hem voor als "dokter Klondike"; Hermans verwerkte dit later in zijn novelle Dokter Klondyke. Na de oorlog ging Debrot als arts op Curaçao werken, en tevens raakte hij betrokken bij de politiek. In 1952 kwam hij als gevolmachtigd minister van de Nederlandse Antillen naar Den Haag. Hij speelde een belangrijke rol op de ronde-tafelconferenties die leidden tot de nieuwe verhouding tussen Nederland, Suriname en de Antillen. Van 1962 tot 1970 was hij gouverneur van de Nederlandse Antillen. Na deze periode keerde Debrot terug naar Nederland. De laatste jaren van zijn leven bracht hij door in het Rosa Spierhuis in Laren. Hij leed onder zware depressies en werd een periode opgenomen in een psychiatrische inrichting. Ook hierna bleef hij onder medicatie.

 

De muze
voor D.A.M. Binnendijk

Vóór het nieuw rythme vloeit, bereidt U voor
op de benauwenis der eenzaamheden.
Slechts wie de donkre uren heeft doorleden
vindt bij zijn Muze eindelijk gehoor.
 
Een oude wereld gaat in 't hart teloor
en haar verschijning, jarenlang beleden,
wordt, schoon gekoesterd, tegelijk gemeden,
voordat het licht der nieuwe dageraad gloor'.
 
Laat na naar roes of naar gevoel te dingen,
der Muze vleugelslag wordt men gewaar
in ijzige windvlaag van zielshuiveringen
 
als oude melodieën wonderbaar
zich mengen met het onvergeetlijk zingen
der bronzen stemmen van het Nieuwe Jaar.

 

 

Dachau
voor Ed. Hoornik

Als mensen met de mensenrechten spotten,
hoort men van de wanhopigen eerst het gillen,
maar weldra volgt de eeuwigheid der stilte,
die uitgaat van een veld bezaaid met botten.
 
En die hier verder aan een water rotten,
eens glansden hemelen in hun pupillen
en ook het voorjaar, dat de boom deed botten,
kon nooit het heimwee van hun harten stillen.
 
Op deze wijs, in 't grauwe dal der zuchten,
zijn onze vrienden met een snik vergaan,
terwijl wij 't enkel hoorden van geruchten
 
tegengesproken, nauwelijks verstaan,
uit kampen, ook na eeuwen niet te luchten
van 't misdrijf aan onschuldigen begaan.

 

 

La Biondina
 
Sluimer maar zacht, blonde slavin, omsluierd
met blauwe voiles om je borst en billen.
Het is zo heerlijk sluim'ren en niets willen,
zo droomziek domm'lend, zo van lust doorhuiverd.
 
Waartoe de moeite, waartoe kracht verspillen
waar zij, die krachtloos zijn, vergeefs bedingen?
Wat zijn verhandelbare stervelingen
anders dan speelbal voor eens anders grillen?
 
Zie hoe de tranen naar haar ogen wellen
en van 't verzwegen sentiment vertellen.
 
Zie hoe zij zich de wulpse les laat lezen
ondanks de weerstand van haar knie en pezen.
 
Zie hoe tenslotte toch haar wimpers trillen
in de ontstelde trance der Sibyllen.

 

 1811941-d2b6e226a6accb0779308942ae9bf13a.jpg
 Cola Debrot (4 mei 1902 – 3 december 1981)
Portret doorCarel Willink, 1936

 

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

In Memoriam Ruth Rendell

 

In Memoriam Ruth Rendell

De Britse schrijfster Ruth Rendell is zaterdagmorgen op 85- jarige leeftijd overleden. Dat heeft haar uitgever laten weten. Ruth Rendell werd geboren als Ruth Grasemann in Londen op 17 februari 1930. Zie ook alle tags voor Ruth Rendell op dit blog.

Uit: Some Lie and Some Die

"And thou,"' he said, '"what needest with thy tribe's black tents who hast the red pavilion of my heart?" There's going to be a lot of that going on, Mike, so you'd best get used to it. Letts'll have to put a couple of men on that quarry if we don't want gate-crashers.'
'I don't know,' said Burden. 'You couldn't get a motorbike in that way.' He added viciously: 'Personally, I couldn't care less who gets in free to Silk's bloody festival as long as they don't make trouble.'
On the Sundays side the chalk slope fell away unwalled; on the other it was rather feebly protected by broken chestnut paling and barbed wire. Beyond the paling, beyond a narrow strip of grass, the gardens of three houses in The Pathway were visible. Each had a tall new fence with its own gate. Wexford looked down into the quarry. It was about twenty feet deep, its sides overgrown with brambles and honeysuckle and wild roses. The roses were in full bloom, thousands of flat shell-pink blossoms showing against the dark shrubby growth and the golden blaze of gorse.
Here and there rose the slim silver trunks of birches. In the quarry depths was a little natural lawn of turf scattered with harebells. One of the flowers seemed to spiral up into the air, and then Wexford saw it was not a flower at all but a butterfly, a Chalkhill Blue, harebell-coloured, azure-winged.
'Pity they had to build those houses. It rather spoils things, doesn't it?'
Burden nodded. 'These days,' he said, 'I sometimes think you have to go about with your eyes half-closed or a permanent crick in your neck.'
'It'll still be lovely at night, though, espcially if there's a moon. I'm looking forward to hearing Betti Ho. She sings those anti-pollution ballads, and if there's anything we do agree on, Mike, it's stopping pollution. You'll like Miss Ho. I must admit I want to hear this Vedast bloke do his stuff, too.'
'I get enough of him at home,' said Burden gloomily. 'John has his sickly love stuff churning out night and day.'

 

 1759449-38423c32c363d413c57d0b666d38eb6a.jpg
Ruth Rendell (17 februari 1930 – 2 mei 2015) 

Geschreven door Romenu om 18:07 Reageer op dit bericht

Am vierten Sonntage nach Ostern (Annette von Droste-Hülshoff)

 

Am vierten Sonntage nach Ostern

 

1759352-689e90549d86970e52f00375916abb8c.jpg
Diego Velázquez, Johannes op Patmos, 1619–1620

 

 

Am vierten Sonntage nach Ostern
"Ich gehe zu Dem, der mich gesandt hat."

Nicht eine Gnadenflamme hehr
Vor deinem Volke soll ich gehn;
Nein, ein versteinert Leben schwer
Wie Sodoms Säule muß ich stehn
Und um mich her
Die Irren träumend schwanken sehn.

Und ob auch Öde mich umgibt,
Ob mich erstickt der Nebel fast,
Mir Wirbelsand die Augen trübt,
Doch weiß ich, daß mein Sinn dich faßt,
Daß er dich liebt,
Und daß du mich gesendet hast.

Den Lebenshauch halt ich von dir,
Unsterblich hast du mich gemacht;
Nicht Glut, nicht Dürre schadet mir.
Ich weiß, ich bin in deiner Wacht,
Und muß ich hier
Auch stehn wie ein Prophet der Nacht.

Ich hebe meine Stimme laut
Ein Wüstenherold für die Not:
"Wacht auf, ihr Träumer, aufgeschaut!
Am Himmel steigt das Morgenrot.
Nur aufgeschaut!
Nur nicht zurück, dort steht der Tod!

Nur aufgeschaut, nur nicht zurück!
Laßt Menschenweisheit hinter euch!
Sie ist der Tod; ihr schnödes Glück
Ist übertünchtem Grabe gleich.
O hebt den Blick!
Der Himmel ist so mild und reich."

Könnt ich mein Auge heben nur,
Mein steinern Auge zu dem Blau:
Wie sög' ich aus der Himmelsflur
So liebekrank den milden Tau!
Doch hat Natur
Und Schuld verschlossen mir die Brau.

Ob nimmer sich die Rinde hebt?
Ach einmal, einmal muß es sein!
Wenn Sodoms Säule sich belebt,
Dann bricht auch meine Stunde ein,
Wenn es durchbebt
Den armen blutberaubten Stein.

Dann soll ich wissen, was ich bin,
Warum so todesstarr und matt;
Dann weiß ich, was den klaren Sinn
Getrieben zu der öden Statt;
Dann knie ich hin
Vor dem, der mich gesendet hat.

 

 

 1759352-203d9bd403fa6580488d59d565ce8863.jpg
Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)
Kruisigingsgroep op de Meersburg waar von Droste-Hülshoff op het eind van haar leven woonde.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 3e mei ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:49 Reageer op dit bericht

Jehuda Amichai, Erik Lindner, Ben Elton, Johan de Boose, Jens Wonneberger, Klaus Modick, Paul Bogaert

De Duits-Israëlische dichter en schrijver Jehuda Amichai werd op 3 mei 1924 geboren in Würzburg. Zie ook alle tags voor Jehuda Amichai op dit blog.

 

Kruidenthee

Zij schonk hem kruidenthee in
om hem te kalmeren. Ze zei: “je verlangens
zijn driften, in de loop van duizenden jaren getemd,
weet je, net als wolven en honden.
Vannacht zal het zijn als duizenden jaren geleden.”

Ze leidde hem bij zijn hese pik
naar een witte slaapkamer, om genade te vinden
in de ogen van God en in de ogen van de mensen.

“Het zal je verbazen, zei ze, wat kan worden
tot vleugels. Het zal je verbazen: zelfs
zware heupen, zelfs herinneringen.”

Ze trok haar lange jurk uit,
de buitenste ziel van haar lichaam.
De binnenste hield ze aan.

 

Vertaald door Tamir Herzberg

 

 

Von Dreien oder Vieren im Zimmer

Von Dreien oder Vieren im Zimmer
steht immer einer am Fenster.
Muß das Unrecht sehen zwischen Dornen
und die Brände am Hügel.
Und wie Menschen, die tags unversehrt ausgingen,
abends zurückgebracht werden wie Restgeld nach Haus.

Von Dreien oder Vieren im Zimmer
steht immer einer am Fenster.
Über den Gedanken sein dunkles Haar.
Hinter ihm die Worte.
Vor ihm wandernde Stimmen ohne Gepäck,
Herzen ohne Wegzehrung, Prophezeiungen ohne Wasser
und große Steine, die zurückgebracht wurden
und verschlossen wie Briefe, die keine
Adresse haben, keiner empfängt sie.

 

Vertaald door Lydia und Paulus Böhmer

 

 

An Arab Shepherd Is Searching For His Goat On Mount Zion

An Arab shepherd is searching for his goat on Mount Zion
And on the opposite hill I am searching for my little boy.
An Arab shepherd and a Jewish father
Both in their temporary failure.
Our two voices met above
The Sultan's Pool in the valley between us.
Neither of us wants the boy or the goat
To get caught in the wheels
Of the "Had Gadya" machine.

Afterward we found them among the bushes,
And our voices came back inside us
Laughing and crying.

Searching for a goat or for a child has always been
The beginning of a new religion in these mountains.

 

Vertaald door Chana Bloch

 

 1759338-c0701258ac4d7ad7cd1691758170d33c.jpg
Jehuda Amichai (3 mei 1924 – 22 september 2000)

 

 

De Nederlandse dichter Erik Lindner werd geboren op 3 mei 1968 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Erik Lindner op dit blog.

 

Rede

Trek niet in twijfel dat rede,
dat rede, dat rede, dat rede.
Een vlieg loopt van de rand
naar het midden van het tafelblad
en weer terug, volgt enkele centimeters
van de zijde, steekt de leegheid
van het vaalwit weer in, probeert opnieuw
wat ik niet weet en vliegt dan op.

 

 

Het raam maakt een kier

Het raam maakt een kier
en de tafel tot hier
breekt
op slag

en de tafel is niet bij het raam
maar hier naast me gaan staan
aan de voet van de tafel
valt het kleed van de tafel

in het licht van het raam
buigt het blad een armlengte
knikt in de elleboog een reep
in de lade, kruimels paperclips

het stuk karton dat de tafel recht
en het raam openhoudt

een schuivend vierkant over de tafel
beent in een stuk op de grond.

 

 1759338-9898f84387b4c34eef4931d69a086107.jpg
Erik Lindner (Den Haag, 3 mei 1968)

 

 

De Belgische dichter en schrijver Johan de Boose werd geboren in Gent op 3 mei 1962. Zie ook alle tags voor Johan de Boose op dit blog.

 

Breeduit in de speeltuin ligt de tijd

Breeduit in de speeltuin ligt de tijd
onzichtbaar als een wolk waaruit
het angelus van kinderstemmen klinkt.

Handen slaan op onbestaande ballen,
monden happen in doorzichtig vlees.
De tijd, geduldig, laat zich sarren

als wolk van een hond
in wiens grijs een oude wijze
wrede godheid woont.

Hij likt het bloed van knieeën en kiezels.
Tussen de tanden kraakt zijn zand.

Ik neem het meisje bij de hand
en leer haar schommelen
boven zijn afgrond.

 

 

De molen van Zingem

De molenaar staat op zijn burcht
van azijnhout en krabbelaars en varkensvet.
Hij maalt en plet de gerst.
Hij telt de bestoven kinderen,
verwekt op de steenzolder.

Het land rondom staat stil,
al sinds de eeuw van pest en inquisitie.
Stenen zingen, het trapbint kraakt.
De molen weegt zijn boezem.

Zijn gezel is de wind in de fluitgaten,
geïmporteerd uit La Mancha.
Fluit de wind, dan wordt de molen verkruid.
Plakt de molen, dan blazen alle kinderen.
Hij vecht met de tijd, seizoen na seizoen,
bestaan na bestaan, dood na dood.

In het dorp ziet men het zwaaien van het zeil,
gespannen op de blote benen van de wiek. 

Mulder en molen hebben één ziel.
Als de wind krimpt, vrijen alle zwaluwen.

 

 1759338-c660ead629f07c4e97b72d580c568e97.jpg
Johan de Boose (Gent, 3 mei 1962)

 

 

De Britse schrijver en komiek Ben Elton werd geboren in Londen op 3 mei 1959. Zie ook alle tags voor Ben Elton op dit blog.

Uit: Chart Throb

“Some months earlier, one of the asses whom Shaiana intended to rock had been quivering with violent fury as its owner, Calvin Simms, came to the shocking realization that he, the ultimate manipulator, the man who with a single glance knew a person better than they knew themselves, had been had. Calvin always believed that he could read anybody. Anybody, it now turned out, except the woman he had married.
'A divorce?' he stuttered.
'Yays, Calvin,' his beautiful American bride of just two weeks drawled in her sexy, sultry Southern accent. 'Ah want a dee-vorce.'
They were standing in the hallway of the vast detached mansion in Belgravia that Calvin had assumed would be his and Dakota's marital home. Numerous items of matching luggage surrounded them. The two drivers who had helped them into the house had only just closed the front door behind them. He had carried her over that threshold not two minutes before. His passport was still in his pocket, he still had sunscreen on his neck, he was still wearing shorts and sandals, which made him feel particularly ridiculous in the light of the shocking revelation that the honeymoon was most definitely over.
'We've only been married a fortnight!' he protested.
'Way-ll, believe me, darlin', it felt lahk a ye-ah,' Dakota purred.
'Why bother with the fucking honeymoon then? Why not dump me outside the church?'
'Gotta consummate, pussycat. Cain't have you claimin' Ah withheld ma fay-vers an' gettin' a judge to declare our nerptuals null an' void.'

 

 1759338-5a91277d5c8755463d157a9d5bae0163.jpg
Ben Elton (Londen, 3 mei 1959)

 

 

De Duitse schrijver Jens Wonneberger werd in Großröhrsdorf geboren op 3 mei 1960. Zie ook alle tags voor Jens Wonneberger op dit blog.

Uit:Goetheallee

“Ehrlich gesagt meide ich die Goetheallee auch zu anderen Tageszeiten. Der Grund ist die Buchhandlung Wohlgemuth, oder mehr noch mein Gefühl, gerade in der Nähe der Buchhandlung müssten mir die Passanten meinen Ärger darüber ansehen, dass dieser Laden meine Bücher nicht führt. Die Auslagen einer Buchhandlung ohne meine Bücher haben etwas Deprimierendes, aber hier, nur wenige Straßenecken von meiner Wohnung entfernt, ist das eine Provokation. Nur nachts, wenn ich aus Karls Kneipe komme und nicht mehr ganz nüchtern bin, bleibe ich manchmal vor dem erleuchteten Schaufenster stehen und spotte über die Bestseller, die glänzend wie polierte Grabsteine zwischen Trockenblumen und bizarren Totholzarrangements hinter der Scheibe stehen. Manchmal glimmen vor dem Schaufenster Räucherstäbchen in einer mit rotem Sand gefüllten Messingschale, und man kann die Buchhandlung an diesen Tagen schon aus einiger Entfernung riechen. Vor der Buchhandlung gilt ein Stück der Goetheallee als verkehrsberuhigte Zone, was ich gern auf Frau Wohlgemuths massigen Leib beziehe, den sie immer in weite, rote Kleider hüllt wie Rubens’ Diana bei der Heimkehr von der Jagd, züchtiger zwar, aber immerhin ärmellos, die schwammig-bleichen Oberarme freigebend, das tiefe Dekolleté von einer weißen Perlenkette gerahmt und wallend wie ihr hennarotes Haar. Ich sollte ihr vielleicht die Schnelle-Nummer übermitteln, von einem Herrn Wohlgemuth jedenfalls weiß ich nichts, schon gar nichts von einem kleinen malenden Epigonen des großen Niederländers. Die Kunstgeschichte wird also auf Frau Wohlgemuths gewichtigen Leib verzichten müssen, dafür sah ich sie einmal im Original auf einem Fahrrad, auf dessen schwerem Rahmen in zartem Schriftschwung das Wort Gazelle stand.“

 

 1759338-8ba4c24655808427d49a528434c2b22e.jpg
Jens Wonneberger (Großröhrsdorf, 3 mei 1960)

 

 

De Duitse schrijver Klaus Modick werd geboren in Oldenburg op 3 mei 1951. Zie ook alle tags voor Klaus Modick op dit blog.

Uit: Konzert ohne Dichter

„Getuschel. Traumreste. Klatschende Flügelschläge. Wer spricht? Graue Zugvögel kreisen um einen dunklen Turm, kreischen heisere Lockrufe, Lieder in unverständlichen Sprachen.
Über Moor und Heide und den Spiegeln von Fluss und Kanälen zeichnen die Flugbahnen unregelmäßige, organische Muster. Oder sickert das Geflüster aus der unaufhaltsamen Flut der Morgendämmerung, die zweifelnd, ob ihre Zeit schon gekommen ist, ins Zimmer kriecht?
Er steht auf, zieht den nachtblauen Morgenrock an, halb japanischer Kimono, halb mittelalterliches Adelsgewand. Die Stickerei, ein im Dornendickicht schnäbelndes Nachtigallenpaar, hat er selbst entworfen, wie er alles, was ihn hier umgibt, selbst entworfen hat, vom großen Bett aus poliertem Birkenholz über die Lampen, Kerzenleuchter und Tapeten bis zur mattweiß gestrichenen Kommode. Im ganzen Haus gibt es vom Dachfirst bis zum Weinkeller keinen Raum und kaum einen Gegenstand, den er nicht bearbeitet oder geformt hätte, und die Dinge, die er nicht selbst gestaltet hat, sind so platziert und arrangiert, dass sie sich seinen Vorstellungen und Ideen, Phantasien und Wünschen fügen.
Er öffnet die Flügeltür zum Balkon und blickt über den noch dunklen Boden des Blumengartens zum Birkenhain, dem das Haus seinen Namen verdankt – Barkenhoff. Auch die Bäume hat er vor Jahren selbst gesetzt, Stämmchen für Stämmchen, damit man das Haus von der Landstraße aus durchs Raster einer feinen Schraffur sieht, als zeichne die Natur sich ihr eigenes Bild. Aber im Zwielicht ist das frische Grün der Blätter noch vom grauen Mehltau der Nacht überzogen, und die hellen Stämme treten zu schwarzem Gitterwerk zusammen. Sperrt es die Welt aus? Oder sperrt es ihn ein in sein eigenes Werk, in Haus und Hof mit Frau und Kindern und Pferden und Hund und den vielen Gästen, die kommen und gehen?“

 

 1759338-533acc071ada039889b4fb1ba39e6b07.jpg
Klaus Modick (Oldenburg, 3 mei 1951)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Paul Bogaert werd geboren in Brussel op 3 mei 1968. Zie ook alle tags voor Paul Bogaert op dit blog.

 

Onzekerheden

12
Al wie opgewekt is, mag naar zaal Paardenbloem.
Dat geldt ook voor iedereen die sterk en spontaan is.
Ook sociale of stoere personen gaan met Geoffrey mee.

De anderen blijven hier om de grondverf
om te roeren en daarna een dunne laag aan te brengen.
Daar heeft iemand een vraag, graag in de loopmicrofoon.

Wat met de zelfverzekerde mensen?
Nog even jullie aandacht. Ook zelfverzekerde mensen mogen
Geoffrey of Sylvia volgen naar Paardenbloem.

 

 

De hemel is met muizenhuid bespannen

De hemel is met muizenhuid bespannen
en insecten zitten met lood gevuld
op straat als het geluid
van brekend glas verbaast. Men ziet
een hand die fles na fles de hand is
van een prototypische bedelares!
Ze ademt in en uit en dan vallen
er woorden (het, is, roestig)
naast de glasbak uit haar mond.
Muizenhuid. Lood.

 

 1759338-9a7053dc437ebaa1d5a1755471572d36.jpg
Paul Bogaert (Brussel, 3 mei 1968)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:40 Reageer op dit bericht

Juan Gelman, Tatjana Tolstaja, Agnès Desarthe, Pierre Emmanuel, August von Kotzebue, Dodie Smith, Nélida Piñon, Soma Morgenstern

De Argentijnse dichter Juan Gelman werd geboren op 3 mei 1930 in Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Juan Gelman op dit blog.

 

SAINT THERESA

and with many birds and their songs in the /
highest part of the mind or head / and rumblings
in it like the sea / or laments /
or winds or movements / suns

that clash / go out / then burn again / or powers
like thousands of animals that track        
up the suburbs of the soul / suffering
terrible ordeals i mean / even so

the soul goes on whole in its quiet state /
or desire / or clear light untouched
by sorrow / scorn / misery /
suffering or ruin / so

what is this peace without vengeance / or memory
of a future heaven / or tenderness
coming down from your hands / spring water
where birds in the highest part of the mind

rally to drink / sing sweetly / or are silent
like light issuing from you / wing
flying softly above war and fatigue
like the flight of passion itself?

 

 

ALONE

you're alone / my country / without
the comrades you lock up and destroy / you hear
them slowly being emptied of the love
they have left / they loosen their grip   

on their turn to die / dream they're being dreamed / quieted /
they'll never see other faces growing /
leaning out / continued / in this sun /
some day in the sun of justice

 

Vertaald door Hardie St. Martin

 

 1759332-f7147635bf0d310fbf99228c82bbbbe3.jpg
Juan Gelman (3 mei 1930 – 14 januari 2014)

 

 

De Russische schrijfster Tatjana Tolstaja werd geboren op 3 mei 1951 in Leningrad. Zie ook alle tags voor Tatjana Tolstaja op dit blog.

Uit: The Tragedy Of Tolstoy

“Then comes my turn. I pack myself into the basket with difficulty, with feet folded under. I feel awkward, suffocated, and a little scared. The basket sways softly and evenly; because it is being tilted a little, I believe that we are going downstairs. I am trying with all my might to guess the direction. The basket swings upward, there is a jolt, my head knocks against its side, and father's voice says loudly, "Well, now, guess where you are."
"In the maid's room!" I shout.
"No, you haven't guessed,"
I crawl out, stand up, and look around. What is this? For a moment it seems to me that I am in a strange place. It is half dark, there is a window and it is grated. "Papa's study!" I shout at the top of my lungs, opening the curtains which they had drawn on purpose. Nikiforych lifts me up and lets me down to the floor. "Well, little ones, that will do for today," father says. We do not pester him for more, as we would nurse or mother, but run back to our room overjoyed.
When father leaves his study a little early for dinner, he likes to play with us. He carries us in his arms, makes us turn somersaults, and bears us on his shoulders.
Presently the whole family is assembled in the dining-room; only mother is missing. the soup and the soup pastry are getting cold, but no one sits down; we wait for the lady of the house. then we hear mother's voice and the rustling of her silk skirts. "One, two, three, quick -- all under the table!" father commands. In the twinkling of an eye, sisters, brothers, guests, the English governess, all are under the table. We sit there and silently choke with laughter so that it hurts in the pit of the stomach. "But where is everybody?" mother inquires, looking wonderingly around the empty room with her shortsighted eyes. "I cannot tell,“

 

 1759332-a926629362d3c4c2c260b20618577784.jpg
Tatjana Tolstaja (Leningrad, 3 mei 1951)

 

 

De Franse dichteres en schrijfster Agnès Desarthe werd geboren op 3 mei 1966 in Parijs. Zie ook alle tags voor Agnès Desarthe op dit blog.

Uit: Dans la nuit brune

“— À tes amours, lance Jérôme en levant son verre.
— À l’amour en général, corrige Paula. Soyons généreux. Élevons le débat. C’est quoi, d’ailleurs, l’amour.
C’est Marina et Armand. C’est Armand et Marina, pense Jérôme, mais il ne le dit pas.
— C’est quand on pense à l’autre en souriant. Quand on a tellement envie de prononcer son nom qu’on est prêt à raconter n’importe quoi pour le dire, pour l’entendre, déclare-t-il.
— Quand je t’ai vu la première fois, fait Paula, dont la diction comme à être légèrement altérée par la boisson, j’ai trouvé que tu ressemblais à Clint Eastwood. Quand je parlais de toi à mes amis, je disais Clint.
— C’est parce que tu étais amoureuse de Clint Eastwood, alors, remarque Jérôme. Sinon, tu aurais dit Jérôme.”
(…)

« Il se surprend, une fois encore, à envier le silence des animaux, leur fatalisme. Manger, être mangé, donner la vie, la perdre. Les bêtes filent, suivant une trajectoire parfaite, jamais elles n'hésitent, jamais elles ne renoncent, jamais elles ne changent d'avis. Elles ignorent les carrefours, propulsées comme des flèches par l'arbalète divine, avec pour seule mission d'accomplir une courbe parfaite, de la naissance à la mort, de fuser depuis le néant vers le néant, avec grâce et légèreté. Les destins humains, en comparaison, lui semblent si tortueux, si maladroits, lourds, corrompus."

 

 1759332-4c393d5047f6ce97d81f3f99af0c4600.jpg
Agnès Desarthe (Parijs, 3 mei 1966)

 

 

De Franse dichter en schrijver Pierre Emmanuel (eig. Noël Mathieu) werd geboren op 3 mei 1916 in Gan (Pyrénées-Atlantiques). Zie ook alle tags voor Pierre Emmanuel op dit blog.

 

À Gérard Manley Hopkins

Console, ô
Mort, mon cœur sans ombre et seul, soleil profond, frappant d'aplomb la chair.
Ah ! la chère

Ombre morte, victime enfin de cette faim, ce fol ennui qui tue la
Nuit et tourne et luit et roule là !
Le gouffre et la roue rayonnante, le sang silencieux qui s'ouvre, et,
Ciel ! j'entends le sourd écho des coups qui sapent l'âme...

Oh tremble, tremble corps creusé par le sang et qui ruses, sentant sans cesse t'ébranler le bélier...
Ce bruit lourd par l'oubli engourdi, mais qui reprend, prolonge la peur, devient panique et dur, atteint l'azur, faisant crouler le jour dans le sang, et le sang

dans l'absence...
Et les tours, les tombes et les temples tombes es monts rasés, le monde las, contemple o
Mort ! la cendre d'or de l'étendue, l'encens

 

 1759332-9789289aacc64c981cef361b5db10eaf.jpg
Pierre Emmanuel (3 mei 1916 – 24 september 1984)

 

 

De Duitse dichter en toneelschrijver August Friedrich Ferdinand von Kotzebue werd in Weimar geboren op 3 mei 1761. Zie ook alle tags voor August von Kotzebue op dit blog.

Uit:Die Indianer in England

“SIR JOHN. Auweh!
LIDDY. Schon wieder Schmerzen?
SIR JOHN. Nicht anders als ob ein Pulk Baschkiren in jedem Fußzeh wirtschaftete.
LIDDY. Armer Vater!
SIR JOHN. Gute Liddy!
LIDDY. Wer doch helfen könnte!
SIR JOHN. Auch dieser Wunsch ist Arznei. Du bist ja das einzige Geschöpf hier im Hause, das meinen kranken Körper pflegt, und meine kranke Seele mit einem guten Wunsche erquickt.
LIDDY. Nicht doch! –
SIR JOHN. Ja doch! ja doch! Sieh, ich gebe dir das Zeugnis vor Gott, du bist der einzige Trost meines kränklichen Alters.
LIDDY. Sie vergessen, daß Sie Söhne haben.
SIR JOHN. Söhne? Nun ja. Ich Tor murrte mit der Vorsicht, als mir vor achtzehn Jahren eine Tochter geboren wurde. Söhne wollt' ich haben, Söhne! rasche flinke Bursche! die, dacht' ich, sind leichter versorgt, helfen sich besser durch die Welt – ja, ja, sich helfen sie durch, und lassen den armen kranken Vater im Stiche. Da ist der Samuel.
LIDDY. Seine vielen Geschäfte –
SIR JOHN. Pfui! Dankbarkeit gegen Vater und Mutter soll sein das erste Geschäft eines Kindes. Samuel ist ein Schleicher; und der Robert –
LIDDY mit vieler Teilnahme. Nun der Robert, lieber Vater?“

 

 1759332-f06d5d85bc2a06a33d878ce737992801.jpg
August von Kotzebue (3 mei 1761 - 23 maart 1819)
De moord op Kotzebue (afbeelding uit 1819)

 

 

De Engelse schrijfster Dodie Smith werd geboren op 3 mei 1896 in Whitefield. Zie ook alle tags voor Dodie Smith op dit blog.

Uit: The Hundred and One Dalmatians

‘It’d be quite easy,’ said Cruella. ‘I’ve drowned dozens of my cat’s kittens. She always chooses some wretched alley-cat for their father so they’re never worth keeping.
‘Surely you leave her one kitten?’ said Mrs Dearly.
‘If I’d done that, I’d be overrun with cats,’ said Cruella.
‘Are you sure those horrid little white rats are pure Dalmatian puppies?’
‘Quite sure,’ snapped Mrs Dearly. ‘Now please go away, you’re upsetting Missus.’
And indeed Missus was upset. Even with the Dearlys there to protect her and her puppies, she was a little afraid of this tall woman with black-and-white hair who stared so hard. And that poor cat who had lost all her kittens! Never, Never, would Missus forget that! (And one day she was to be glad she remembered it.)
‘How long will it be before the puppies are old enough to leave their mother?’ asked Cruella. ‘In case I want to buy some.’
‘Seven or eight weeks,’ said Mr Dearly. ‘But there won’t be any for sale.’ Then he shut the cupboard door in Cruella’s face and Nanny Butler firmly showed her out of the house."

 

 1759332-c3afa5a23b83a919a8edda3cbf6ec5e8.jpg
Dodie Smith (3 mei 1896 – 24 november 1990)
Scene uit de Disney-film uit 1961 

 

 

De Braziliaanse schrijfster Nélida Piñon werd geboren op 3 mei 1937 in Rio de Janeiro als dochter van Spaanse immigranten. Zie ook alle tags voor Nélida Piñon op dit blog.

Uit: I Love My Husband (Vertaald door Elzbieta Szoka)

“I love my husband. From morning to night. I make him coflee first thing in the morning. He always sleeps poorly and lets out an exhausted sigh as he begins to shave. I knock three times on the bathroom door. before the coffee gets cold. He growls angrily at me while I let out an anxious yell. I don't want him to confuse my elTort with the cold liquid that he will gulp down the same way he consumes me twice a week, especially on Saturdays.
I then adjust his tie, him protesting because I only take care of the smallest part of his life. I laugh to calm him down. so that he can go out and face life in the outside world. And always bring deliciously fresh bread to our home.
He says that I am too demanding. 1 stay at home washing the dishes and going to the store. And complaining about life. Meanwhile he builds his world of little bricks. and although some of his walls fall down in the end. his friends congratulate him for such solid and visible creation.
They also acknowledge me for taking care of a man who dreams big and makes the country fair and prosperous in his peculiar and grandiose way. And that's why I'm just a shadow of a man that everyone says I love. I let sunshine into the house, gilding the objects that we worked so hard to buy. I do this even though he doesn't show me any gratitude for these shining objects. On the contrary. sure of my love for him. he proclaims that all i do is to spend the money that he sweats so hard for. I ask him to understand my nostalgia for a land that. in the old days. was cultivated by women. But he just frowns as if I were offering a theory that will shame our family and the binding rules of our home.”

 

 1759332-1354527cb880da179924fd03d92ab598.jpg
Nélida Piñon (Rio de Janeiro, 3 mei 1937)

 

 

De Duitse schrijver Soma Morgenstern (eig. Salomo) werd geboren op 3 mei 1890 in Budzanów in Oostgalicië. Zie ook alle tags voor Soma Morgenstern op dit blog.

Uit: Der Tod ist ein Flop

„Er sah eine Reihe strohgedeckter Bauernhütten hinterm Teich, und überm Wasser ein Stück Himmel, der noch grau war, grau, tief und still. Die große Stille, die ihm in den ersten Tagen in den Ohren klang, hörte Alfred nicht mehr, er sah sie nur noch staunend mit den Augen. Hier ist ein anderer Himmel; nicht sehr hoch, nicht sehr fern: unter diesem Himmel könnte noch die Eintracht aller Dinge gedeihen."
(…)

"Ich wollte Ihren Freund Csanda von seiner Arbeit an dem Buch, das er das 'Totenbuch' genannt hat, abbringen." - "Glauben Sie, daß er sich so was gefallen läßt?" - "Darüber wird Ihnen Ihr Freund Csanda Auskunft geben." - "Hat Ihnen der Titel Totenbuch nicht gefallen?" "Es hat mir nicht behagt, daß er sich mit dem Tod einläßt." - "Warum? Es ist kein so unwichtiges Thema, scheint mir." - "Unwichtig ist es sicher nicht. Aber es ist kein Thema für Csanda. Das Motiv, das ihn zu diesem Buch getrieben hat, war mir verdächtig. Er hat sich jahrelang Vorwürfe gemacht, daß er eine wichtige Episode in seinem Leben nicht verleugnet hat. Mit diesem Buch wollte er es abbüßen. So kommt kein gutes Werk zustande. Abgesehen davon: der Tod ist ein gefährliches Thema. [...] Der Tod ist ein Flop."

 

 1759332-fa745eade55cdbba6dba5cc1c18a6e65.jpg
Soma Morgenstern (3 mei 1890 – 17 april 1976)

Geschreven door Romenu om 13:15 Reageer op dit bericht

Marc Dugain

De Franse schrijver en filmmaker Marc Dugain werd geboren op 3 mei 1957 in Senegal, waar zijn vader werkzaam was. Hij keerde terug naar Frankrijk toen hij 8 jaar was en bracht zijn jeugd door bij zijn grootvader (Eugene Fournier) in het chateau waar de soldaten met een verminkt gezicht tijdens WO I opgevangen werden. Dit zou de bron van zijn eerste roman zijn: “La Chambre des officiers” uit 1998. Hij studeerde af aan het Grenoble Instituut voor Politieke Studies en behaalde een diploma registeraccountant. Hij werkte in de financiële wereld en richtte een bedrijf op, gespecialiseerd in de financiering van de transportwereld. Hij werd een succesvol ondernemer in de luchtvaart en stond aan het hoofd van Proteus Airlines en Flandre AIR2. Op zijn vijfendertigste begon hij een literaire carrière door het vertellen van het lot van zijn grootvader van moederszijde. “La Chambre des officiers” werd verfilmd door François Dupeyron in 2001 met Eric Caravaca, André Dussollier en Sabine Azéma in de hoofdrollen. In 2000 verscheen “Campagne anglaise” over de eenzaamheid en de zoektocht naar liefde van een Engelse zakenman. In 2002 “Heureux comme Dieu en France”, een verhaal over het verzet, in 2005 “La Malédiction d'Edgar”, over het leven van John Edgar Hoover, in 2007 “Une exécution ordinaire sous Staline” over de ramp met de onderzeebootKoersk. In 2008 volgde “En bas, les nuages”, een verzameling van korte verhalen.

Uit: La Chambre des officiers

« La guerre de 14, je ne lʼai pas connue. Je veux dire, la tranchée boueuse, lʼhumidité qui transperce les os, les gros rats noirs en pelage dʼhiver qui se faufilent entre des détritus informes, les odeurs mélangées de tabac gris et dʼexcréments mal enterrés, avec, pour couvrir le tout, un ciel métallique uniforme qui se déverse à intervalles réguliers comme si Dieu nʼen finissait plus de sʼacharner sur le simple soldat.
Cʼest cette guerre-là que je nʼai pas connue.
Jʼai quitté mon village de Dordogne le jour de la mobilisation. Mon grand-père a
couvert ma fuite de la maison de famille dans le silence du petit matin, pour éviter dʼinutiles effusions. Jʼai chargé mon paquetage dans la carriole du vieil André. A la cadence du balancement de la croupe de sa jument brune, nous avons pris la direction de Lalinde. Ce nʼest que dans la descente de la gare quʼil sʼest décidé à me dire : “Ne pars pas trop longtemps mon garçon, ça va être une sacrée année pour les cèpes.”
A Lalinde, une dizaine de petits moustachus endimanchés dans leur vareuse se laissaient étreindre par des mères rougeaudes, en larmes. Comme je regardais le vieil André sʼéloigner, un gros joufflu aux yeux comme des billes sʼest approché timidement de moi.
Cʼétait Chabrol, un gars de Clermont-de-Beauregard que je nʼavais pas revu depuis la communale. Il était là, seul, sans famille, sans adieux. Il redoutait de prendre le train pour la première fois, sʼinquiétait des changements. Pour se rassurer, il tirait à petites gorgées sur une gourde accrochée à sa ceinture. Cʼétait un mélange dʼeau- de-vie de prune et de monbazillac. Il en avait trois litres dans son sac, trois litres pour trois semaines de guerre, puisquʼon lui avait dit quʼon leur mettrait la pâtée en trois semaines, aux Allemands. Ce gros communiant qui sentait un drôle de vin de messe sʼinstalla à côté de moi pour ne plus me quitter des yeux. »

 

 1885087-6b22d26d1751a5d1316707ea5c5d3b23.jpg
Marc Dugain (Senegal, 3 mei 1957)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten