Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 30 juli 2015 tot 31 juli 2015

Dolce far niente, Henry Lawson, Cees Nooteboom, Wouter Godijn, Grand Corps Malade

 

Dolce far niente

 

 1797067-2e59b21365de867ff8387297f4554772.jpg
Gleaming Waters door Henry Scott Tuke, 1910

 

 

The Days When We Went Swimming

The breezes waved the silver grass,
Waist-high along the siding,
And to the creek we ne'er could pass
Three boys on bare-back riding;
Beneath the sheoaks in the bend
The waterhole was brimming -
Do you remember yet, old friend,
The times we 'went in swimming'?

The days we 'played the wag' from school -
Joys shared - and paid for singly -
The air was hot, the water cool -
And naked boys are kingly!
With mud for soap the sun to dry -
A well planned lie to stay us,
And dust well rubbed on neck and face
Lest cleanliness betray us.

And you'll remember farmer Kutz -
Though scarcely for his bounty -
He leased a forty-acre block,
And thought he owned the county;
A farmer of the old world school,
That grew men hard and grim in,
He drew his water from the pool
That we preferred to swim in.

And do you mind when down the creek
His angry way he wended,
A green-hide cartwhip in his hand
For our young backs intended?
Three naked boys upon the sand -
Half buried and half sunning -
Three startled boys without their clothes
Across the paddocks running.

 

 1797067-41b446fd85015a705d4ba2945eea4c75.jpg
Henry Lawson (17 juni 1867 – 2 september 1922)
Als 14-jarige in 1881

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Cees Nooteboom werd geboren in Den Haag op 31 juli 1933. Zie ook alle tags voor Cees Nooteboom op dit blog.

 

Middernacht

De jonge man aan zijn tafel
is een oude man, gewikkeld in een krant.
Het is middernacht, de diepvriesmaan
vermoedt de weg waarheen

maar wil nog niet. Een geest
beheert het boek waarin het lot
gelegerd is, de schrijver
is afwezig, 'komt zo terug',

pas op de winkel! Uit het verleden
sluipt een zin, gecamoufleerd,
de laarzen op de straat
zoeken hun weg in broze jaren.

Geweld is zachtzinnig, de jonge man
kijkt naar de oude man
tot die zijn krant tot vleugels vouwt
en wegvliegt zonder groeten.

ook ergens anders
zingt het zachtjes

Alsof een duif
het opgeeft.

 

 

De eentonige klok

Een blanke man met blauwe voeten
ligt in de heldere kamer eenzaam op zijn bed
zoals de maan, door geen wolken gehinderd,
haar weg slijt zonder vertedering.

De man let niet op de maan.
Hij heeft de symbolen van zon en maan,
goud, zilver, as verbrand in zijn lichaam.
angstig teruggekeerd uit een wildernis
spint hij een nieuw metaal uit de helderheid van zijn denken.

Is hij compleet zonder angst?
Is hij levend zonder de wraak van de tegenspraak,
zonder sterven?

De eentonige klok van de zee.

De eentonige klok van de zee.

Zijn gedachten worden hard,
en duidelijk.

De man met de blauwe voeten ligt in de ruimte van zijn kamer.
En lijkt voor het eerst op zichzelf.

 

 

Niets

Het leven
je zou het je moeten kunnen
herinneren
als een buitenlandse reis
en er met vrienden of vriendinnen
over na moeten praten
en zeggen
Het was toch wel aardig,
het leven,
en flarden zien van vrouwen, geheimen
en landschappen

en dan tevreden achteroverleunen
maar doden kunnen niet achteroverleunen.

En ook verder kunnen ze niets.

 

 1797067-238681b5964cc21026aff636e0a823fa.jpg
Cees Nooteboom (Den Haag, 31 juli 1933)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Wouter Godijn werd geboren in Amsterdam op 31 juli 1955. Zie ook alle tags voor Wouter Godijn op dit blog.

 

Boven het teiltje

Het kind laat het hoofd hangen
boven het teiltje en voelt
hoe haar ontbijt zich als een vliegtuig klaarmaakt om op te stijgen
en weer omlaagzakt,
voelt zich een ballon geladen met onheil
en hagelslag. De vader

stelt vast dat haar gewaarwordingen de zijne worden,
dat ze veranderen in wanhoop
die zo af en toe overgaat in opwinding
wanneer hij zich de borsten van zijn vrouw herinnert:
als twee roomblanke ruimteschepen vliegen ze statig door zijn bewustzijn.

Is de wanhoop van deze ervaring de overweldigendste?
en zal hij deze vermoeiende eigenschap
van de manier waarop hij het bestaan ervaart
mee moeten zeulen tot hij zijn einde is binnengestruikeld?

Er komt geen antwoord maar de vragen vervagen,
in de tuin zuigt het konijn aan de zuigfles,
voor de gebeurtenissen in de trein een paar kilometer verderop

kan geen plaats worden gemaakt in dit gedicht
en de sneeuw valt teder en onverschillig.

 

 1797067-e58f2c5bc452a02c4f5aaf1db2008767.jpg
Wouter Godijn (Amsterdam, 31 juli 1955)

 

 

De Franse Poetry Slam kunstenaar Grand Corps Malade (eig. Fabien Marsaud) werd geboren op 31 juli 1977 in Le Blanc-Mesnil, Seine-Saint-Denis. Zie ook alle tags voor Grand Corps Malade op dit blog.

 

Nos absents

C'est pas vraiment des fantômes, mais leur absence est tellement forte
Qu'elle crée en nous une présence qui nous rend faible ou nous supporte
C'est ceux qu'on a aimés qui créent un vide presque tangible
Car l'amour qu'on leur donnait est orphelin et cherche une cible

Pour certains on le savait, on s'était préparé au pire
Mais d'autres ont disparu d'un seul coup, sans prévenir
On leur a pas dit au revoir, ils sont partis sans notre accord
Car la mort a ses raisons que notre raison ignore

Alors on s'est regroupé d'un réconfort utopiste
À plusieurs on est plus fort mais on n'est pas moins triste
C'est seul qu'on fait son deuil, car on est seul quand on ressent
On apprivoise la douleur et la présence de nos absents

Nos absents sont toujours là, à l'esprit, dans nos souvenirs
Sur ce film de vacances, sur ces photos pleines de sourires
Nos absents nous entourent et resteront à nos côtés
Ils reprennent vie dans nos rêves, comme si de rien n'était

On se rassure face à la souffrance qui nous serre le cou
En se disant que là où ils sont, ils ont sûrement moins mal que nous
Alors on marche, on rit, on chante, mais leur ombre demeure
Dans un coin de nos cerveaux, dans un coin de notre bonheur

Nous, on a des projets, on dessine nos lendemains
On décide du chemin, on regarde l'avenir entre nos mains
Et au cœur de l'action, dans nos victoires ou nos enfers
On imagine de temps en temps que nos absents nous voient faire

Chaque vie est un miracle, mais le final est énervant
Je me suis bien renseigné, on n'en sortira pas vivant
Il faut apprendre à l'accepter pour essayer de vieillir heureux
Mais chaque année nos absents sont un petit peu plus nombreux

Chaque nouvelle disparition transforme nos cœurs en dentelle
Mais le temps passe et les douleurs vives deviennent pastel
Ce temps qui, pour une fois, est un véritable allié
Chaque heure passée est une pommade, il en faudra des milliers

Moi, les morts, les disparus, je n'en parle pas beaucoup
Alors j'écris sur eux, je titille mes sujets tabous
Ce grand mystère qui nous attend, notre ultime point commun à tous
Qui fait qu'on court après la vie, sachant que la mort est à nos trousses

C'est pas vraiment des fantômes, mais leur absence est tellement forte
Qu'elle crée en nous une présence qui nous rend faible ou nous supporte
C'est ceux qu'on a aimés qui créent un vide presque infini
Qu'inspirent des textes premier degré

Faut dire que la mort manque d'ironie

 

 1797067-42f0dc91ef2367a6f4e9fda1f2ac96ba.jpg
Grand Corps Malade (Le Blanc-Mesnil, 31 juli 1977)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e juli ook mijn blog van 31 juli 2013 en ook  mijn blog van 31 juli 2012 en ook mijn blog van 31 juli 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 20:12 Reageer op dit bericht

Dolce far niente, Israël Querido, Patrick Modiano, Emily Brontë, Cherie Priest, Martijn Simons

 

Dolce far niente

 

 1796615-d46a9b8c5018d23c17db88b11b3847ab.JPG
Brouwersgracht, Jordaan, tegenwoordig

 

Uit: De Jordaan: Amsterdamsch epos

“- Ze bescholden en teisterden elkaar en konden toch noóit zonder elkaar. Het jonge volk had de meest zorgelooze pret. Schuine pet, roode of geruite stropdas en spuuglok, ontmoetten blooten kop, fluweelen jak en baaien rok, en niet één zou hebben willen ruilen voor meheertjes met branieboorden of medammetjes met platheupen. Ze bevochtigden hun woeste of zinlijk-tartende gesprekken met zuursap van augurken, of bezogen ijswafels, en in geen stad ter wereld knauwden de kerels en jongens hun wijven en meisjes zóó wreed en beulig als in den Jordaan, in opzichtige luidruchtigheid en schaamteloos kabaal. Zelfs het liefde-gestoei der jongens was één lomp-neerploffend, zinnelijk-hardhandig gebof op borsten en dijen, hoofden en armen der meiden. En over al het geminnekoos en het wreed gebeuk werd nágebabbeld. - Ook Neeltjes nerinkje was beruchte verzamelplaats voor buurpraat en voor overden-hekel-halerij. -
- Juyst!.... schoot met opgewonden stem een garnalen-pelster uit, nauw merkende dat Neel haar een pond rijst in de handen had geduwd.... d'r mèn hep 'n tèk fèn 't lireum,.... Kris Hàrdebol is 'r 'n draugie bei.... sau'n nèthèls....
Er gloeide weer kwaadsprekende hittigheid in haar zinnen. Haar dikke, doorsproetelde huid verplooide bij de neerzinkende mondhoeken viezige trekjes; trekjes van weerzin en wantrouwelijkheid.
- Nou maàde.... ik set de spèt.... as maàn keirel komp en hèi fint me nie, kraàg ik de duufel op 'n printje.... aju!
Een wit-jak sprong haastig den winkel uit. Allen hadden wat ze wilden, maar plakken deden ze toch.”

 

 1796615-3231999fa26b0015cd742c9ca24f16b1.jpg
Israël Querido (1 oktober 1872 - 5 augustus 1932)
Brouwersgracht, vroeger

 

 

De Franse schrijver Patrick Modiano werd geboren in Boulogne-Billancourt op 30 juli 1945. Zie ook alle tags voor Patrick Mondiano op dit blog.

Uit: Der Horizont

„Seit einiger Zeit dachte Bosmans an gewisse Episoden seiner Jugend, folgenlose, jäh abgebrochene Episoden, namenlose Gesichter, flüchtige Begegnungen. Das alles gehörte zu einer fernen Vergangenheit, doch weil diese kurzen Sequenzen nicht verbunden waren mit dem Rest seines Lebens, blieben sie in der Schwebe, in einer ewigen Gegenwart. Er würde nicht aufhören, sich Fragen zu stellen, und er würde nie eine Antwort erhalten. Diese Bruchstücke würden für ihn immer rätselhaft sein. Er hatte angefangen, eine Liste anzulegen, und trotz allem versucht, Bezugspunkte wiederzufinden: ein Datum, einen genauen Ort, einen Namen, dessen Schreibweise er nicht mehr wusste. Er hatte sich ein Notizbuch aus schwarzem Moleskin gekauft, das er in der Innentasche seines Jacketts trug, was ihm erlaubte, zu jeder beliebigen Tageszeit Aufzeichnungen zu machen, jedesmal, wenn ihm eine seiner lückenhaften Erinnerungen durch den Kopf ging. Er hatte den Eindruck, sich in einem Geduldspiel zu üben. Doch während er den Lauf der Zeit zurückverfolgte, spürte er zuweilen ein Bedauern: Warum hatte er diesen Weg eingeschlagen und nicht einen anderen? Warum hatte er zugelassen, dass sich dieses Gesicht oder jene Silhouette, die eine lustige Pelzkappe trug und ein Hündchen an der Leine führte, im Unbekannten verlor? Schwindel erfasste ihn bei dem Gedanken an das, was hätte sein können und nicht gewesen war.
     Diese Erinnerungsfetzen bezogen sich auf die Jahre, in denen das Leben voller Kreuzungspunkte ist und so viele Alleen sich vor einem auftun, dass man die Qual der Wahl hat. Die Wörter, mit denen er sein Notizbuch füllte, gemahnten an den Artikel über "dunkle Materie", den er an eine Zeitschrift für Astronomie geschickt hatte.“

 

 1796615-9e9e9b3dc2e29a8c56f7f0ecfe05c683.jpg
Patrick Modiano (Boulogne-Billancourt, 30 juli 1945)

 

 

 

De Engelse dichteres en schrijfster Emily Brontë werd geboren in Thornton in Yorkshire op 30 juli 1818. Zie ook alle tags voor Emily Brontë op dit blog.

 

I Am The Only Being Whose Doom

I am the only being whose doom
No tongue would ask no eye would mourn
I never caused a thought of gloom
A smile of joy since I was born

In secret pleasure - secret tears
This changeful life has slipped away
As friendless after eighteen years
As lone as on my natal day

There have been times I cannot hide
There have been times when this was drear
When my sad soul forgot its pride
And longed for one to love me here

But those were in the early glow
Of feelings since subdued by care
And they have died so long ago
I hardly now believe they were

First melted off the hope of youth
Then Fancy's rainbow fast withdrew
And then experience told me truth
In mortal bosoms never grew

'Twas grief enough to think mankind
All hollow servile insincere -
But worse to trust to my own mind
And find the same corruption there.

 

 1796615-5d350f79692871652a7e965a616074b0.jpg
Emily Brontë (30 juli 1818 - 19 december 1848)
Beeld van Charlotte, Emily and Ann Brontë in Haworth, West Yorkshire

 

 

De Amerikaanse schrijfster Cherie Priest werd geboren in Tampa op 30 juli 1975. Zie ook alle tags voor Cherie Priest op dit blog.

Uit: Dreadnought

“One Down in the laundry room with the bloody- wet floors and the ceiling- high stacks of sheets, wraps, and blankets, Vinita Lynch was elbows- deep in a vat full of dirty pillowcases because she'd promised— she'd sworn on her mother's life— that she'd find a certain windup pocket watch belonging to Private Hugh Morton before the device was plunged into a tub of simmering soapy water and surely destroyed for good. Why the private had stashed it in a pillowcase wasn't much of a mystery: even in an upstanding place like the Robertson Hospital, small and shiny valuables went missing from personal stashes with unsettling regularity. And him forgetting about it was no great leap either: the shot he took in the forehead had been a lucky one because he'd survived it, but it left him addled at times— and this morning at breakfast had been one of those times. At the first bell announcing morning food, against the strict orders of Captain Sally he'd sat up and bolted into the mess hall, which existed only in that bullet- buffeted brain of his. In the time it took for him to be captured and redirected to his cot, where the meal would come to him, thank you very kindly, if only he'd be patient enough to receive it, the junior nursing staff had come through and stripped the bedding of all and sundry. None of them had noticed the watch, but it would've been easy to miss. So Nurse Lynch was down in the blistering hot hospital basement, dutifully fishing through laundry soiled by injured and greasy heads, running noses, and rheumy eyes in hopes that Private Hugh Morton would either be re united with the absent treasure, or would be separated from it long enough to forget all about it. Upstairs, someone cried out, "Mercy!"

 

 1796615-9bf0cf94a4fe52ae65268e856e7a0d93.jpg
Cherie Priest (Tampa, 30 juli 1975)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse schrijver Martijn Simons werd geboren in 1985 en groeide op in Woerden. Zie ook alle tags voor Martijn Simons op dit blog.

Uit: Zomerslaap

“Mijn broertje droeg een pak, zwart, waarvan het jasje getailleerd was en de broek smalle pijpen had. Hij had een roze overhemd aan en zag er ouder uit dan zestien, met dat gemillimeterde haar en die bruine kop van weken achter elkaar op het grasveld van het zwembad liggen. Je zou vast niet zeggen dat ik een jaar ouder was.
Hoe hij daar stond, met zijn handen in zijn zakken, te kijken naar de bediening. Alle drie waren ze even blond, de dochters van de gastvrouw, en ze droegen een schort met een geborduurde molen erop. De gastvrouw was ook blond, maar geverfd, dat zag ik toen ze zich bukte en je haar kruin kon zien. Ik zuchtte.
‘Aardig tegen iedereen doen, hè?’ Mijn moeder liep langs zonder me aan te kijken. Ze was bruin geworden, haar ogen en haar en huid leken haast dezelfde kleur te hebben, maar dan niet zoals bij die ordinaire vrouwen die je zo vaak op het strand zag. Het was meer alsof ze altijd al zo was geweest.
Aan de bar stond mijn vader met de gastvrouw te praten, hij zag er netjes uit, maar zijn schouders hingen. Toen ik vanochtend de huiskamer in liep, was mijn moeder bezig zijn schoenen te poetsen. Mijn vader had zijn voet op een houten krukje gezet en mijn moeder wreef met een oude doek een dot schoensmeer op het leer, ze haalde met snelle bewegingen een borstel over de punt van de schoen. Ik hoorde ze praten over mijn grootmoeder, mijn vader was eerder op de ochtend nog in het ziekenhuis geweest. ‘Ik zou het liefst het hele feest afblazen als dat nog zou kunnen,’ zei hij, en legde een hand op haar schouder. Ik zag dat die hand daar even bleef liggen. Toen trok mijn moeder haar schouder weg en zei: ‘Andere voet.’ Mijn vader zette zijn andere voet hard op het krukje, mijn moeder keek hem even aan en trok een wenkbrauw op. Ineens schopte hij het doosje met schoensmeer weg, het schoof over het parket en knalde tegen een plint. ‘Ik doe het zelf wel,’ zei hij.”

 

 1796615-070ca3777db4fe6c7782e3827d3854e4.jpg
Martijn Simons (Woerden, 1985)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e juli ook mijn blog van 30 juli 2013 en ook mijn blog van 30 juli 2012 en eveneens mijn blog van 30 juli 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:54 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten