Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 21 oktober 2015 tot 22 oktober 2015

Arjen Lubach, Lévi Weemoedt, Doris Lessing, Alfred Douglas, A. L. Kennedy, Charles Leconte de Lisle

De Nederlandse schrijver, cabaretier en televisiepresentator Arjen Henrik Lubach werd geboren in Lutjegast op 22 oktober 1979. Zie ook mijn blog van 22 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Arjen Lubach op dit blog.

Uit: Bastaardsuiker

“Het was een woensdag en het was eindelijk warmer geworden. De dorpen in het noorden van het land waren aan het smelten.
Anna ging naar binnen en ik volgde haar. ik nam plaats in een wachtruimte en zij ging naar binnen. Mijn gedachten dwaalden af naar momenten voor het schandaal, voor Anna groot was. Hoe alles had geklopt. Het had niet veel gescheeld of alles had voor altijd geklopt. Zomers waren langer, winters strenger, mensen vriendelijker. Bedrijven waren nog geen onoplosbare kluwen van structuren, onderbazen, raden van besturen, maar gewoon gebouwen met een parkeerplek en een kamer voor de directeur.
Daarna verschenen herinneringen van na het schandaal, toen niet alles meer klopte, maar er nog genoeg was om voor te leven. De kleine Anna, de staatsbezoeken, de denktank, nieuwe uitvindingen. Tot ze uiteindelijk in de stad ging wonen en ik haar uit mijn vingers heb laten glippen.
Na vijf minuten kwam Anna naar buiten. Ze huilde.
We zijn te laat, zei ze. Ik ben een week te laat. Het mag niet meer.
(...)

Gisteren ben ik opnieuw bij hem op bezoek gegaan. Elin was er niet. Een grote ventilator hield zijn kamer koel. Hij zag er beter uit dan een paar weken geleden. Zijn matras stond omhoog
gedraaid, waardoor hij rechtop kon zitten in zijn bed.
We bleven veel stil. Soms zeiden we minutenlang niets en luisterde ik naar de apparaten die naast zijn bed stonden.
‘Ben je met iets nieuws bezig?’ vroeg hij met enige moeite.
‘Er circuleren ideeën door mijn hoofd,’ zei ik.
Een aantal keer begon ik aan een vraag. Iets over vroeger, alsof ik nog meer wilde weten dan ik al wist. Aanvullingen op het manuscript of op herinneringen waarvan de helft was versleten in de jaren. Ik vertelde hem over Emma, over mijn boeken en over Gabor. Daarna vertelde ik overjonas.”

 

 1829589-f0e13eb7882159e1b89e25c683f51911.jpg
Arjen Lubach (Lutjegast, 22 oktober 1979)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Lévi Weemoedt werd geboren in Geldrop op 22 oktober 1948. Zie ook mijn blog van 22 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Lévi Weemoedt op dit blog.

 

Talens & Zn

Ik was al vroeg artiest: ik won een wedstrijd kleuren;
héél jong verzon ‘k een rake limerick.
Bewierookt werd mijn vers in aangename geuren
en meen’ge fraaie beker inde ik.

Zo rees mijn ster: door tantes en vriendinnen
voor ieder woord op zoetigheid onthaald,
wordt thans mijn tong wel vorstelijk betaald:
men leest mijn lied in goud-op-snee of linnen.

Toch was ik altoos triest: al bij ’t applaudisseren
word ik bevangen door een plotseling verdriet

en moet de juich’nde zaal héél snel de rug toe keren,
terwijl ik huiverend snik: ‘ik hoor hier niet!’

 

 

Weemoedts internationale

't Liefst trok ik helpend door de hele maatschappij:
gaf 't jonge leven voor het welzijn in fabrieken,
verlichtte hier wat leed en maakte dáár wat vrij.
Bracht zo een kwinkslag aan de ongeneeslijk zieken.

Ik sloeg mijn tenten op vóór Wilton-Feyenoord,
Vermaakte 't werkvolk met wat leuke imitaties
en gekke stemmetjes of schalkse declamaties.
En stond met druivensuiker 's avonds aan de poort.

Maar wáár ik kom slaan hele klassen op de vlucht:
een werf stroomt leeg, een drukke helling wordt verlaten.

Dan keer ik bitter weer, langs onverlichte straten
en slinger troosteloos mijn feestneus door de lucht.

 

 1829589-9ec92c2083f1021e23b2ecb82a44299a.jpg
Lévi Weemoedt (Geldrop, 22 oktober 1948)

 

 

De Britse schrijster Doris Lessing werd geboren in Kermanshah, Perzië op 22 oktober 1919. Zie ook mijn blog van 22 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Doris Lessing op dit blog.

Uit: The Golden Notebook

“Anna held her own private views. Now she smiled, admitting that she had been very slow.
‘When we’re so different in every way,’ said Molly, ‘it’s odd. I suppose because we both live the same kind of life — not getting married and so on. That’s all they see.’
‘Free women,’ said Anna, wryly. She added, with an anger new to Molly, so that she earned another quick scrutinizing glance from her friend: ‘They still define us in terms of relationships with men, even the best of them.’
‘Well, we do, don’t we?’ said Molly, rather tart. ‘Well, it’s awfully hard not to,’ she amended, hastily, because of the look of surprise Anna now gave her. There was a short pause, during which the women did not look at each other but reflected that a year apart was a long time, even for an old friendship.
Molly said at last, sighing: ‘Free. Do you know, when I was away, I was thinking about us, and I’ve decided that we’re a completely new type of woman. We must be, surely?’
‘There’s nothing new under the sun,’ said Anna, in an attempt at a German accent. Molly, irritated — she spoke half a dozen languages well — said: ‘There’s nothing new under the sun,’ in a perfect reproduction of a shrewd old woman’s voice, German accented.
Anna grimaced, acknowledging failure. She could not learn languages, and was too self-conscious ever to become somebody else: for a moment Molly had even looked like Mother Sugar, otherwise Mrs Marks, to whom both had gone for psycho-analysis. The reservations both had felt about the solemn and painful ritual were expressed by the pet name, ‘Mother Sugar’; which, as time passed, became a name for much more than a person, and indicated a whole way of looking at life — traditional, rooted, conservative, in spite of its scandalous familiarity with everything amoral. In spite of — that was how Anna and Molly, discussing the ritual, had felt it; recently Anna had been feeling more and more it was because of; and this was one of the things she was looking forward to discussing with her friend.”

 

 1829589-f139d1871e74d131aebd7620e69c7f25.jpg
Doris Lessing (22 oktober 1919 - 17 november 2013)

 

 

De Engelse dichter en schrijver Alfred Douglas werd geboren in Ham Hill in Worcestershire op 22 oktober 1870. Zie ook mijn blog van 22 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Alfred Douglas op dit blog.

 

Le Balcon

Mere des souvenirs, mattresses des mattresses
Mother of Memories! O mistress-queen !
Oh ! all my joy and all my duty thou !
The beauty of caresses that have been,
The evenings and the hearth remember now,
Mother of Memories! O mistress-queen !

The evenings burning with the glowing fire,
And on the balcony, the rose-stained nights!
How sweet, how kind you were, my soul's desire.
We said things wonderful as chrysolites,
When evening burned beside the glowing fire.

How fair the Sun is in the evening !
How strong the soul, how high the heaven's high tower !
O first and last of every worshipped thing,
Your odorous heart's-blood filled me like a flower.
How fair the sun is in the evening !

The night grew deep between us like a pall,
And in the dark I guessed your shining eyes,
And drank your breath, O sweet, O honey-gall!
Your little feet slept on me sister-wise.
The night grew deep between us like a pall;

I can call back the days desirable,
And live all bliss again between your knees,
For where else can I find that magic spell
Save in your heart and in your Mysteries ?
I can call back the days desirable.

These vows, these scents, these kisses infinite,
Will they like young suns climbing up the skies
Rise up from some unfathomable pit,
Washed in the sea from all impurities ?
O vows, O scents, O kisses infinite !

 

 1829589-670741f313de9665e2dea250ad596bec.jpg
Alfred Douglas (22 oktober 1870 – 20 maart 1945)

 

 

De Schotse schrijfster Alison Louise Kennedy werd geboren op 22 oktober 1965 in Dundee. Zie ook alle tags voor A. L. Kennedy op dit blog en ook mijn blog van 22 oktober 2010

Uit: Day

“Moustache or no moustache, that wouldn't change.
The trouble was, you had too much to do: breathing, sleeping, waking, eating: you couldn't avoid them, were built to need them, and so they just went on and on. Where were the other possibilities, the changes you might want to make—like walking off beneath the ocean—not being a fish, he bloody hated fish, but being a man tucked away in the ocean, why couldn't he try that? Why couldn't he try out whatever he thought?
And thinking itself, that wasn't helpful and yet you had to do it all the time. It was there when you dreamed, when you spoke, when you carried out your very many other compulsory tasks. If you couldn't keep control and stay wary, you might think anything, which was exactly the one freedom you'd avoid. You could dodge certain thoughts, corkscrew off and get yourself out of their way, but they'd still hunt you.
You have to watch.
This morning he could feel them, inside and out, bad thoughts getting clever with him, sly. They lapped like dirtied water behind his face and outside him they thickened the breeze until the surface touching him, pressing his lips, was far more quick and complex than only air. Today it had the smell of blue, warm Air-Force blue: the stink of drizzle rising up from wool and everywhere the smell of living blue: polish and hair oil and that sodding awful pinky-orange soap and Woodbines and Sweet Caporal and those other cheap ones, the ones they gave away after ops: Thames cigarettes, to flatten out the nerves.
"Hello, looks like London Fog again."
Pluckrose had started them calling it London Fog: the Thames smoke haze in the briefing room—him first and then everybody. One of the things they had between them as a crew: "London Fog again."
But he wouldn't remember Pluckrose, wasn't going to ask him in.
Chop it. All right?
And this time I mean it. All right?”

 

 1829589-4fa0d7f604521d1d8525fc8417f65c35.jpg
A. L. Kennedy (Dundee, 22 oktober 1965)

 

 

De Franse dichter en schrijver Charles Marie René Leconte de Lisle werd geboren op 22 oktober 1818 op het eiland Réunion. Zie voor ook alle tags voorCharles Leconte de Lisle op dit blog en ook mijn blog van 22 oktober 2010

 

Mittag

Mittag, König aller Sommer, ausgebreitet überm Land,
fällst in Silbertüchern du vom hohen blauen Firmament.
Ringsum Stille. Atemlos die Luft, sie lodert, brennt; 
wie betäubt die Erde unter seinem Glutgewand. 

Endlos weit das Land, die Felder gänzlich ohne Schatten,
versiegt der Quell, wo Herden einstmals Tränken hatten;
der ferne Forst mit dunkel düstrem Saum
ruht reglos schwer im weiten, tiefen Raum.

Allein der reife Weizen wogt, ein Meer in Gold,
das ferne liegt, jedwedem Schlaf abhold;
ein stiller Sohn, der heil'gem Grund entsprießt,
furchtlos zur Neige er der Sonne Trank genießt.

Zuweilen, Seufzern gleich aus dorren Seelen
regt sich im Innersten der schweren Ähren,
die murmeln, raunen, ein erhab'nes Wogen,
ersterbend an des Horizontes staub'gem Bogen.

Im Grase ruhen weiße Rinder, nicht weitab.
Der Geifer tröpfelt zäh an ihren Wammen ab.
Schläfrig, den Blick nach innen gewendet,
träumen den Traum sie, der niemals endet.

Mensch, so du freudig, ernüchtert, vergällt
des Mittags durchstreifst das gleißende Feld,
dann flieh! Es ist leer und die Sonne verzehrt dich
nichts mehr am Leben, nichts traurig, nichts fröhlich.

Doch wenn du vom Lachen und Weinen verprellt,
gekränkt vom Vergessen der hektischen Welt,
allem Verzeihens ,Verwünschens leid,
willst kosten von höchster Sinnlichkeit,

dann komm! Dass die Sonn' dir Erhab'nes sende;
in grausamer Glut geh auf ohne Ende;
kehr heim in die nichtigen Städte gemach
gehärtet im göttlichen Nichts siebenfach.

 

Vertaald door Bertram Kottmann

 

 1829589-c18ff9deef172384f5ad972786cf3b34.jpg
Charles Leconte de Lisle (22 oktober 1818 – 18 juli 1894) 
Portret door Jean-Francois Millet, circa 1840/1841

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e oktober ook mijn blog van 22 oktober 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:25 Reageer op dit bericht

Jonas Lüscher

De Zwitsers-Duitse schrijver en essayist Jonas Lüscher werd geboren op 22 oktober 1976 in Zürich. Jonas Lüscher groeide op in Bern, waar hij van 1994 tot 1998 het protestantse Lehrerseminar Muristalden bezocht (opleiding tot leraar basisonderwijs). Na een aantal jaren als dramaturg en materiaalontwikkelaar in de Münchener filmindustrie studeerde hij aan de Hogeschool voor Filosofie in München. Daarnaast werkte Lüscher als freelance redacteur. Hij studeerde in 2009 af met de graad van magister. Hierna volgden twee jaar als onderzoeker bij het Instituut TTN (Technology-Theologie-Natuurwetenschappen) aan de Ludwig-Maximilians-Universität, terwijl hij tegelijkertijd werkte als docent ethiek aan aan de Staatliche Wirtschaftsschule München / Pasing. In 2011 stapte Lüscher over naar de ETH Zürich. Hij schreef daar met Michael Hampe aan een proefschrift over het belang van verhalen voor de beschrijving van maatschappelijke complexiteit in de context van Richard Rorty's neo-pragmatisme. In 2012/2013 was hij, met een beurs ​​van het Schweizerische Nationalfonds, negen maanden als gastonderzoeker aan de faculteit Vergelijkende Literatuurwetenschap verbonden aan de Stanford University. Aan het einde van 2014 verliet Lüscher de ETH zonder zijn proefschrift af te ronden. Zijn eerste novelle “Frühling der Barbaren”werd in 2013 zowel genomineerd voor de Deutsche Buchpreis als ook voor de Schweizer Buchpreis.

Uit:Frühling der Barbaren

“Nein», sagte Preising, „du stellst die falschen Fragen», und um seinem Einwand Nachdruck zu verleihen, blieb er mitten auf dem Kiesweg stehen. Eine Angewohnheit, die ich nicht ausstehen konnte, denn dergestalt glichen unsere Spaziergänge den kurzatmigen Wanderungen alter, übergewichtiger Bassets. Und dennoch spazierte ich täglich mit Preising, denn an diesem Ort war er mir, trotz seiner zahlreichen ärgerlichen Eigenheiten, noch immer der liebste Gefährte. «Nein», wiederholte er und setzte sich endlich wieder in Bewegung, «du stellst die falschen Fragen.»
Dafür, dass Preising so viel redete, nahm er die Bedeutung seiner Worte erstaunlich ernst, und er wusste immer genau, was er gefragt werden wollte, damit der Strom seiner Worte seinen vorgedachten Weg gehen konnte. Mir, der ich hier gewissermaßen ein Gefangener war, blieb nicht viel anderes übrig, als ihm auf diesen Pfaden zu folgen.
«Pass auf», sagte er, «ich werde es dir beweisen, und zu diesem Behufe werde ich dir eine Geschichte erzählen.» Das war auch so eine von seinen Angewohnheiten, Worte zu verwenden, von denen er sicher sein konnte, dass er der Einzige war, der sie noch im Repertoire hatte. Allerdings war das eine Marotte, die, so fürchte ich, im Lauf der letzten Wochen auf mich abgefärbt hatte. Manchmal gab es guten Grund, daran zu zweifeln, dass wir uns guttaten, Preising und ich.
«Eine Geschichte», versprach er mir, «aus der sich etwas lernen lässt. Eine Geschichte voller unglaublicher Wendungen, abenteuerlicher Gefahren und exotischer Versuchungen.»
Wer jetzt eine schlüpfrige Geschichte erwartet, kann falscher gar nicht liegen. Preising sprach nie über sein Geschlechtsleben. Das brauchte ich nicht zu fürchten, dazu kannte ich ihn gut genug. Ob er überhaupt eines hatte, darüber konnte ich nur Vermutungen anstellen. Es war schwer, sich das vorzustellen. Aber das konnte täuschen. Schließlich wundere ich mich vor dem Spiegel stehend manchmal selbst, dass einer wie ich, in dem so wenig Leben steckt, ein solches zustande gebracht hatte.“

 

 1967016-b14d8188bbb1dd96e9e595909df7b3e3.JPG
Jonas Lüscher (Zürich, 22 oktober 1976)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Timur Vermes

Onafhankelijk van geboortedata

De Duitse schrijver en journalist Timur Vermes werd geboren in 1967 in Neurenberg. Vermes is de zoon van een in 1956 uit Hongarije gevluchte vader en een Duitse moeder. Na zijn eindexamen gymnasium studeerde hij geschiedenis en politieke wetenschappen aan de Friedrich-Alexander-Universität in Erlangen. Tot 2001 werkte hij als journalist voor boulevardbladen als Abendzeitung (München) en Express (Keulen). Daarna werkte hij voor verschillende tijdschriften. Sinds 2009 schreef Vermes vier boeken als ghostwriter, onder andere “Was vom Tode übrig bleibt” van Peter Anders. In 2012 debuteerde hij met een eigen boek, genaamd “Er ist wieder da” (Nederlandse vertaling: “Daar is hij weer”). Het gaat om een satirische roman waarin Adolf Hitler in 2011 in een met benzine doordrenkt uniform ontwaakt op een grasveld in Berlijn en via een snel opgebouwde televisieloopbaan opnieuw aanhangers vindt. Na zijn voorstelling op de Frankfurter Buchmesse veroverde het boek de eerste plaats op de bestsellerlijst van Der Spiegel. Ook het luisterboek, ingesproken door de Duitse Christoph Maria Herbst, prijkte bovenaan. De vertaalrechten werden aan 41 landen verkocht en er werden tot augustus 2015 al meer dan 2 miljoen exemplaren van het boek verkocht.

Uit: Er ist wieder da

„Das Volk hat mich wohl am meisten überrascht. Nun habe ich ja wirklich das Menschenmögliche getan, um auf diesem vom Feinde entweihten Boden die Grundlagen für eine Fortexistenz zu zerstören. Brücken, Kraftwerke, Straßen, Bahnhöfe, ich habe die Zerstörung all dessen befohlen. Und inzwischen habe ich es auch nachgelesen, wann, das war im März, und ich denke, ich habe mich in dieser Beziehung ganz klar ausgedrückt. Alle Versorgungseinrichtungen sollten vernichtet werden, Wasserwerke, Telefonanlagen, Produktionsmittel, Fabriken, Werkstätten, Bauernhöfe, jegliche Sachwerte, alles, und damit meinte ich auch: alles! Da muss man sorgfältig vorgehen, da darf bei so einem Befehl kein Zweifel bestehen bleiben, das kennt man ja, dass dann vor Ort der einfache Soldat, dem verständlicherweise in seinem Frontabschnitt der Überblick, die Kenntnis der strategischen, taktischen Zusammenhänge fehlt, dass der dann kommt und sagt: »Ja, muss ich denn wirklich auch diesen, diesen, sagen wir einmal Kiosk hier anzünden? Kann der nicht dem Feind in die Hände fallen? Ist das denn so schlimm, wenn dem Feind der Kiosk in die Hände fällt?« Das ist natürlich schlimm! Der Feind liest ja auch eine Zeitung! Er treibt Handel damit, er wird den Kiosk gegen uns wenden, alles, was er vorfindet! Man muss alle, und ich unterstreiche es nochmals, alle Sachwerte zerstören, nicht nur Häuser, auch Türen. Und Türklinken. Und dann auch die Schrauben, und nicht nur die großen. Die Schrauben muss man herausdrehen und sie dann unbarmherzig verbiegen. Und die Tür muss man zermahlen, zu Sägemehl. Und dann verbrennen. Denn der Feind wird sonst unnachsichtig selber durch diese Tür ein und aus gehen, wie es ihm gerade beliebt. Aber mit einer kaputten Klinke und lauter verbogenen Schrauben und einem Haufen Asche, da wünsche ich dem Herrn Churchill viel Vergnügen! Jedenfalls sind diese Erfordernisse die brutale Konsequenz des Krieges, das ist mir immer klar gewesen, insofern konnte mein Befehl auch gar nicht anders gelautet haben, auch wenn der Hintergrund meines Befehles ein anderer war.“

 

 1876651-07292e042fba54863ab3471b84e8c4f7.jpg
Timur Vermes (Neurenberg, 1967)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Martin Bril, Doeschka Meijsing, Daan Doesborgh, Alphonse de Lamartine, Samuel T. Coleridge, Patrick Kavanagh

De Nederlandse dichter, columnist en schrijver Martin Bril werd geboren in Utrecht op 21 oktober 1959. Zie ook mijn blog van 21 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Martin Bril op dit blog.

Uit: Jongensjaren (Schoonmaak)

“De aardappels gaan de grond in. De bermen kleuren geel van het koolzaad. In de weilanden dartelen de lammeren. De iepen staan op het punt hun zaad te laten vallen. De terrassen staan buiten, de kampeerders trekken er met hun caravans op uit. In de tuin zit een eenzame koolmees te zingen en op haar balkonnetje stroopt de achterbuurvrouw haar broekspijpen omhoog om de zon haar bleke kuiten te laten bruinen. Tijd voor de voorjaarsschoonmaak.
Ik weet het nog.
Mijn moeder trok er een week voor uit. Kwam je op een dag thuis uit school, stonden alle meubelen in de tuin en hing de waslijn vol tafelkleden, deurmatten en winterjassen, die daarna de kast in gingen om te wachten tot het weer koud genoeg was om ze te dragen. Handschoenen, sjaals, wanten, mutsen, dikke truien, alfes verdween. Dagen werd er gestofzuigd, gedweild, gepoetst en geboend. Dekens werden opgeborgen, de kachel ging niet meer aan. Dagenlang aten we macaroni, elleboogjes van Honig, lekker makkelijk. Aan het einde van de week was het gezin klaar voor een nieuwe tijd.
Een mooi ritueel.
De voorjaarsschoonmaak markeert de overgang van donker naar licht, van korte dagen naar lange avonden (we speelden ineens veel meer buiten, en steeds langer), van binnen naar buiten, van bedompt en stoffig (zodra het zonlicht in de woonkamer het stof op de salontafel deed dansen, begon mijn moeder naar de grote schoonmaak te verlangen) naar fris en luchtig, van gevangen naar vrij. Het hoogtepunt: de ramen lappen. Daarna was het resultaat van al die nijvere arbeid in volle glorie zichtbaar.
Ik kan me niet herinneren dat wij kinderen, of mijn vader, meehielpen bij de grote schoonmaak. Het was een operatie van mijn moeder. Zij bepaalde ook het moment waarop een en ander van start ging. Soms belde ze erover met haar zussen, ook allemaalvrouwen die aanzienlijke gezinnen bestierden; of die al begonnen waren. Andere keren liet ze zich inspireren door buurvrouwen of vriendinnen. Maar altijd kwam de schoonmaak als een verrassing, voor ons. Kwam je thuis, had moeder ineens van die enge, rubberen handschoenen aan, een theedoek om heur haar geknoopt, en stond het hele aanrecht vol borden, potten, pannen, kopjes, schotels, kruiden, pakken suiker, meel, blikken bruine bonen, flessen en dozen. Dan was ze de keukenkastjes aan het schoonmaken.“

 

 1829196-91e0b8290fd641229f1cb7175486381a.jpg
Martin Bril (Utrecht, 21 oktober 1959 - 22 april 2009)

 

 

De Nederlandse schrijfster Doeschka Meijsing werd geboren in Eindhoven op 21 oktober 1947. Zie ook mijn blog van 21 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Doeschka Meijsing op dit blog.

Uit:Beer en Jager

“Er was eens een Beer die veel sliep, maar toch alles zag. Hij zag hoe de mensen hun schoenen vast strikten en hij zag hoe de mieren met suikerklontjes rondsjouwden en dat de wolken nooit langer dan dertig seconden dezelfde samenstelling hadden.
Op een mooie dag in de maand januari sloeg hij zijn ogen op en met die langzame blik van hem, zag hij dat een nieuw jaar was begonnen en dat het tijd voor hem werd eens uit stappen te gaan. Hij boende zijn vel net zolang tot het een beetje begon te knisperen en te glanzen. Hij poetste de slaap uit zijn ogen en toen liep hij door de duinen over het verende mos naar de boshut, waar veel andere dieren waren. Er was daar een tapkast die precies groot genoeg was voor Beer om op te leunen. Dus nam hij de leunhouding aan en bestelde een glas honingwijn.
Dat smaakte. Hij vond dat een goed jaar was begonnen. 'Cheerio,' zei hij tegen de hazenfamilie die een luid gesprek aan het voeren was - en ze keken even op en hieven hun glas, maar hun discussie werd er niet echt voor onderbroken - toen Jager binnenkwam.
Beer zag wel hoe hij eruit zag, Jager. Hij droeg groene kousen met rode kwastjes om zijn kuiten en zijn hoed stond scheef op zijn hoofd, in de rand er van was een fazantenveer gestoken. Beer sloot even zijn ogen, sliep bijna weer in, maar herinnerde zich juist op tijd dat er een nieuw jaar was begonnen. Hij trok zijn oogleden weer op, loensde een beetje naar Jager en zei: 'Hallo, Jager!'
'Ja,' zei Jager en hij blies eens in de loop van het geweer dat hij tegen de tapkast neerzette, 'ik was juist naar je op zoek.' Hij bestelde een glas thee met rum en zei: 'Je hebt lang genoeg geslapen, maar ze zeiden dat ik je hier kon vinden. Hoe was je slaap? '

 

 1829196-3629f64713be2222b681564efa5172ed.jpg
Doeschka Meijsing (21 oktober 1947 – 30 januari 2012)

 

 

De Nederlandse dichter Daan Doesborgh werd geboren op 21 oktober 1988 in Steyl. Zie ook alle tags voor Daan Doesborgh op dit blog.

 

ik droomde
dat ik met mijn moeder
naar de onderwereld moest
om gedoopt te worden in de Styx

moeder zei: "van groot belang is
dat je tot de laatste haar
onder water gaat, je weet toch
hoe het anders mis kan gaan?"

en ik zei "tuurlijk ma"
en zwom en zwom
maar maakte (o mijn
droevig lot) een kapitale fout

"Mam, houd jij mijn pen dan even vast?"

 

 

Tevreden sonnet

auto's sjokken traag als
diplodocussen voorbij
het asfalt onder mij
golft met mijn denken mee

ik ben getroond ben ik
een zetel die bewegen kan
ik ben een fietser en een man
en schik me in mijn stad

ik hoef nog nergens heen
ergens zingt iemand niet mee
en een grote en trillende vrede

daalt, terwijl de zon door
de Molsteeg en traag
over tafel schuift, neer op de straat

 

 1829196-41609cdb34100034a17d9a7caabe88ce.jpg
Daan Doesborgh (Steyl, 21 oktober 1988)

 

 

De Franse dichter en schrijver Alphonse de Lamartine werd geboren op 21 oktober 1790 in Mâcon. Zie ook mijn blog van 21 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Alphonse de Lamartine op dit blog.

 

Erinnerung

Die Tage fliehn; ich acht' es kaum,
Denn keiner läßt mir ein Erinnern;
Nur du wohnst ewig mir im Innern,
Du meiner Liebe letzter Traum!

Die Jahre, die vorüberwallen,
Wie häufen sie sich hinter mir!
So sieht um sich der Blätter Zier
Die Eiche welk zur Erde fallen.

Schnee hat sich auf mein Haupt gelegt;
Mein Blut ist träg und kalt geworden,
Wie Wellen, die der Sturm aus Norden,
Der eisige, in Fesseln schlägt.

Doch ewig jungen Reiz entfaltet
Sehnsuchtverklärt dein Bild in mir,
Wie meine Seele hüt' ich's hier
Im Busen schön und unveraltet.

Nein, meinem Blick entschwandst du nicht,
Da du vom Erdenleid genesen;
Ich seh' dich, ganz wie du gewesen,
Hinwandeln in dem ew'gen Licht;

Das Haupt von Anmuth noch umwoben,
Ganz wie an jenem letzten Tag,
Da deiner Seele Flügelschlag
Dich mit dem Frühroth trug nach oben.

So schön, so rein, so schmerzgeweiht
Seh' ich dich durch die Himmel schweben;
Dein Auge, drin erlosch das Leben,
Nun stralt es von Unsterblichkeit.

Wohl geht zu Rast der Sonne Schimmer
Und birgt sich, bis der Tag erwacht;
Doch meine Lieb' hat keine Nacht,
Ob meiner Seele stralst du immer.

Dich hör' ich, schau' ich überall,
Im Wolkenzug, im Dunst der Wildniß,
Es zittert auf der Flut dein Bildniß,
Im Winde deiner Stimme Schall.

Und wenn im Dämmerflor, im düstern,
Der schwüle Tag entschlief zur Ruh,
Ist mir, im Lufthauch nahest du,
Mir dein Geheimniß zuzuflüstern.

Ich meine Nachts, wenn dichtgedrängt
Die Himmelsleuchten ziehn im Blauen,
In jedem Sterne dich zu schauen,
An dem mein Aug' am liebsten hängt.

Im Dufte, den vom Rosenstrauche
Der West an mir vorübertrug,
Empfind' ich deinen Athemzug,
Der mich erquickt mit sanftem Hauche.

Und deine Hand ist's wunderbar,
Die mir vom Auge nimmt die Thränen,
Wenn ich geflohn mit meinem Sehnen
Zum Trost verheißenden Altar.

Du wachst an meinem Bett im Schatten
Und deckst mich mit den Flügeln zu;
Die leichten Träume sendest du,
Die mir ein dämmernd Glück gestatten.

Und löst im Schlaf einst deine Hand
Die Fessel, drin ich mich noch quäle,
Dann sinkt, o Zwilling meiner Seele,
Mit ihr die letzte Scheidewand.

Zwei Seufzer, himmelan getragen,
Zwei Stralen eines Morgenscheins
Sind unsre beiden Seelen Eins -
Und du, mein Herz, du kannst noch zagen? 

 

Vertaald door Heinrich Leuthold

 

 1829196-6f544bc7b14a03c828a9eca02b51761e.jpg
Alphonse de Lamartine (21 oktober 1790 – 28 februari 1869) 
Portret door  François Gérard, 1831

 

 

De Engels dichter en criticus Samuel Taylor Coleridge werd geboren op 21 oktober 1772 in Ottery St. Mary, Devonshire. Zie ook mijn blog van 21 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Samuel T. Coleridge op dit blog.

 

The Rime of the Ancient Mariner (Fragment)

With sloping masts and dipping prow,
As who pursued with yell and blow
Still treads the shadow of his foe,
And forward bends his head,
The ship drove fast, loud roared the blast,
The southward aye we fled.

And now there came both mist and snow,
And it grew wondrous cold :
And ice, mast-high, came floating by,
As green as emerald.

The land of ice, and of fearful sounds where no living thing was to be
seen.

And through the drifts the snowy clifts
Did send a dismal sheen :
Nor shapes of men nor beasts we ken--
The ice was all between.

The ice was here, the ice was there,
The ice was all around :
It cracked and growled, and roared and howled,
Like noises in a swound !

Till a great sea-bird, called the Albatross, came through the snow-fog, and
was received with great joy and hospitality.

At length did cross an Albatross,
Thorough the fog it came ;
As if it had been a Christian soul,
We hailed it in God's name.

It ate the food it ne'er had eat,
And round and round it flew.
The ice did split with a thunder-fit ;
The helmsman steered us through !

 

 1829196-6d01223990e54cf98408ae885a93dbe2.jpg
Samuel T. Coleridge (21 oktober 1772 – 25 juli 1834)
Standbeeld in Croyden. Coleridge in het midden, links Peggy Ashcroft

 

 

De Ierse dichter Patrick Kavanagh werd geboren op 21 oktober 1904 in County Monaghan. Zie ook mijn blog van 21 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Patrick Kavanagh op dit blog.

 

On Raglan Road

On Raglan Road on an autumn day I met her first and knew
That her dark hair would weave a snare that I might one day rue;
I saw the danger, yet I walked along the enchanted way,
And I said, let grief be a fallen leaf at the dawning of the day.

On Grafton Street in November we tripped lightly along the ledge
Of the deep ravine where can be seen the worth of passion's pledge,
The Queen of Hearts still making tarts and I not making hay -
O I loved too much and by such and such is happiness thrown away.

I gave her gifts of the mind I gave her the secret sign that's known
To the artists who have known the true gods of sound and stone
And word and tint. I did not stint for I gave her poems to say.
With her own name there and her own dark hair like clouds over fields of May

On a quiet street where old ghosts meet I see her walking now
Away from me so hurriedly my reason must allow
That I had wooed not as I should a creature made of clay -
When the angel woos the clay he'd lose his wings at the dawn of day.

 

 1829196-b7f960734c8813fc92ee37e817d66540.jpg
Patrick Kavanagh (21 oktober 1904 – 30 november 1967)
Portret door Edward McGuire, 1961

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e oktober ook mijn blog van 21 oktober 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:18 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten