Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 20 november 2015 tot 21 november 2015

Wouter Steyaert, Isaac Bashevis Singer, Margriet de Moor, Gerard Koolschijn, Marilyn French, Freya North, Carl-Henning Wijkmark

De Vlaamse dichter Wouter Steyaert werd geboren in Gent op 21 november 1982. Zie ook alle tags voor Wouter Steyaert op dit blog.

 

Mijn diepste gevoelens

Ik bid. Ik richt mij tot de Schepper. Ik vraag Hem
om een meisje. Ik vraag Hem om ontmaagd te
worden. Misschien hoort Hij mij.

Ik ben niet tevreden. Ik ben alles kwijt. Mijn meisje
en moeke. Zij hebben mij verlaten. En vake ook.

Ik woon alleen. Ik heb geen geld. Ik heb niets.

 

 

Het wenende meisje

Jammer toch, een wenend meisje,
en nog zo jong. Meent ze dat wel,
zo’n groot verdriet? Want tussen haar tranen
kan ik niet goed zien.

Zie ze staan, zo beteuterd,
en waarom? Heeft haar vriendje
haar daar zo afgezet? Of heeft ze soms
een hele zware kwaal? 

Ik weet niet wat er scheelt
met dit bleke meisje. Ze zegt
helemaal niets, en vanwaar
zou ik haar beter moeten kennen dan hier? 

Het is hard om nu mijn ogen
te moeten sluiten voor haar verdriet,
maar helpen kan ik toch niet,
ze weent altijd even fel.

 

 1841522-f6bb2ade4bc71ce73361c74ee7b82e20.jpg
Wouter Steyaert (Gent, 21 november 1982)

 

 

De Amerikaans-Poolse schrijver Isaac Bashevis Singer werd geboren op 21 november 1904 als Isaac Hertz Singer in Radzymin, Polen. Zie ook alle tags voor Isaac Bashevis Singer op dit blog.

Uit: Fool's Paradise

“When he awoke, it was morning but it could just as well have been night. The shutters were closed, and the candles were burning. As soon as the servants saw that Atzel was awake, they brought in exactly the same meal as the day before.
Atzel asked, "Don't you have any milk, coffee, fresh rolls and butter?"
"No, my lord. In paradise one always eats the same food," the servant replied.
"Is it already day, or is it still night?" Atzel asked.
"In paradise there is neither day nor night."
Atzel again ate the fish, meat, fruit, and drank the wine, but his appetite was not as good as it had been. When he had finished, he asked, "What time is it?"
"In paradise time does not exist," the servant answered.
"What shall I do now?" Atzel questioned.
"In paradise, my lord, one doesn't do anything."
"Where are the other saints?" Atzel inquired.
"In paradise each family has a place of its own."
"Can't one go visiting?"
"In paradise the dwellings are too far from each other for visiting. It would take thousands of years to go from one to the other."

 

 1841522-9905f0703930270e1a51bf64e9c8400a.jpg
Isaac Bashevis Singer (21 november 1904 – 24 juli 1991)
Cover

 

 

De Nederlandse schrijfster Margriet de Moor werd als Margaretha Maria Antonetta Neefjes op 21 november 1941 in Noordwijk geboren. Zie ook alle tags voor Margriet de Moor op dit blog.

Uit:De schilder en het meisje

“De schilder had afgewacht en geluisterd naar het zware geadem om hem heen. Soms heeft woede een tijdje nodig om warm te lopen. Een mens wordt kwaad, maar weet niet altijd meteen waarom. ‘Zo doe je dat niet,’ hoorde hij prevelen. De houthandelaar. Met zijn hoge muren, bogen en trap had het interieur van het doek veel weg van interieur hier in het stadhuis, maar dan grotachtiger, gevaarlijker. Door het brutale steile perspectief keek je als het ware vanuit een kuil in de aarde omhoog naar dat stelletje mannen dat duidelijk iets aan het beramen was, jij bent dood, zij daar leven. ‘Nee, zo doe je dat niet.’ De scheepsmagnaat. Ze waren blijven kijken- het doek straalde ernst, vrijheid, drank en bloed uit, dat zijn dingen die trekken- en daarna hadden de vier regenten nog maar eens beter gekeken: het straalde, op deze seculiere plek in de calvinistische Republiek, een ongepast soort heiligheid uit. De getrokken zwaarden, de gezichten, het tafelgerei, de discipel die alsof zijn leven ervan afhangt een kelk zit te adoreren- een overigens meesterlijk geschilderd glas, dat zagen ze best, in het soorten tonen die er op palet slijk-en snotachtig uit mogen zien, maar zich op een doek uiterst licht en hoog gedragen. De schilder wachtte af alsof hij er niet bij hoorde. Wat wilden ze? Hij kon geen gezichten lezen, niet in het wild, niet zonder de lucht van hars en lijnolie, een stukje houtskool voldeed ook. Dus wat wilden ze? Een paar aanpassingen, niet te gek, konden natuurlijk altijd. Toen schraapte de houthandelaar zijn keel, blik nog steeds gericht op de kolossale barbaar, de hoofdman die volgens de opdracht de allereerste Nederlandse verzetsstrijder had moeten uitbeelden, samenzwerend in een nachtelijk bos tegen de Romeinen. De stem klonk zacht, maar verontwaardigd alsof de man met moeite zijn ‘godverdomme’ had ingeslikt. ‘Lijkt wel een of andere heidense versie van Jezus aan het Laatste Avondmaal.”

 

 1841522-b28e7ff6a4e9250a15f3933184e2a3a7.jpg
Margriet de Moor (Noordwijk, 21 november 1941)

 

 

De Nederlandse schrijver en vertaler Gerard Koolschijn werd op 21 november 1945 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor Gerard Koolschijn op dit blog.

Uit: Geen sterveling weet

“Vier kooien had ik vóór me, elk met duizend man, toen ik door het donker de anderhalve kilometer naar het ijs rende, groepjes toeschouwers ontwijkend die terugkeerden van de start. Op de noodbrug over het Van Harinxmakanaal, bij de staart van het voorgaande duizendtal, werd ik tot een ganzenmars gedwongen. Boven op de fabrieken, in het weiland, op de bruggen stonden mensen rond die kleine witte ijsplek in de nacht, die door tractoren en tv-lampen verlicht werd. Schaatsen aan, het duister in, toegeschreeuwd vanaf de eerste brug. Tussen de schimmen zocht ik mijn weg, vooruitschietend, want hoe lang zouden ze ons laten rijden met de invallende dooi? ‘Die loopt te hard van stapel,’ zei iemand. Naast me doken vier of vijf even snelle schimmen op. We wisselden kop, passeerden links en rechts en vonden elkaar terug. Het ijs was nat en gleed goed. Uit de nacht doemden schepen op, boerderijen. Een brug, de omslotenheid van bebouwing, nog een brug en weer de nacht.
Sneek. Stempelen! Het water spatte bij het remmen op. Het eerste klunen. Waar de wedstrijd op het ijs was gebleven sjokten wij in een brede, lange rij over de houten planken, van dichtbij aangestaard door zwijgende mensen die de wekker vroeg hadden gezet, maar even wezenloos toekeken als bij een bloemencorso. Het ijs weer op, meteen al IJlst. Na anderhalf uur gloorde op het Slotermeer de dag. In de nevel werd een lange, ver uiteengeslagen kolonne donkere gestalten zichtbaar.
We waren met vijf of zes, rijders klampten aan en losten weer. Midden op het meer waarschuwden kleumende mannen voor kistwerken, op elkaar geschoven ijsranden bedekt met tapijt, waarvoor we scherp moesten afremmen.”

 

 1841522-33469467d5b8f8a31140851644d5b065.jpg
Gerard Koolschijn (Den Haag, 21 november 1945)
 

 

 

De Amerikaanse schrijfster en literatuurwetenschapster Marilyn French werd geboren op 21 november 1929 in New York. Zie ook alle tags voor Marilyn French op dit blog.

Uit: The Women's Room

“The breakdown of the neighborhoods also meant the end of what was essentially an extended family....With the breakdown of the extended family, too much pressure was put on the single family. Mom had no one to stay with Granny, who couldn't be depended on to set the house on fire while Mom was off grocery shopping. The people in the neighborhood weren't there to keep an idle eye out for the fourteen-year-old kid who was the local idiot, and treated with affection as well as tormented....So we came up with the idea of putting everybody in separate places. We lock them up in prisons, mental hospitals, geriatric housing projects, old-age homes, nursery schools, cheap suburbs that keep women and the kids of f the streets, expensive suburbs where everybody has their own yard and a front lawn that is tended by a gardener so all the front lawns look alike and nobody uses them anyway....the faster we lock them up, the higher up goes the crime rate, the suicide rate, the rate of mental breakdown. The way it's going, there'll be more of them than us pretty soon. Then you'll have to start asking questions about the percentage of the population that's not locked up, those that claim that the other fifty-five per cent is crazy, criminal, or senile.
WE have to find some other way....So I started imagining....Suppose we built houses in a circle, or a square, or whatever, connected houses of varying sizes, but beautiful, simple. And outside, behind the houses, all the space usually given over to front and back lawns, would be common too. And there could be vegetable gardens, and fields and woods for the kids to play in. There's be problems about somebody picking the tomatoes somebody else planted, or the roses, or the kids trampling through the pea patch, but the fifty groups or individuals who lived in the houses would have complete charge and complete responsibility for what went on in their little enclave. At the other side of the houses, facing the, would be a little community center. It would have a community laundry -- why does everybody have to own a washing machine?-- and some playrooms and a little cafe and a communal kitchen."

 

 1841522-419601e8f8c5c11ae924a176dca36733.jpg
Marilyn French (New York, 21 november 1929 – 2 mei 2009)
 

 

 

De Britse schrijfster Freya North werd geboren op 21 november 1967 in Londen. Zie ook alle tags voor Freya North op dit blog en ook mijn blog van 21 november 2010.

Uit:Chances

“I hope it's that she simply doesn't figure large enough in his life to be worth mentioning, Vita thought.
And then she thought, if that was the case. It was therefore rather pathetic that Suzie loomed larger for her than for Tim, that Suzie was in some ways a more real presence in her life than in his. What she thought it boiled down to was that she really didn't want the woman he left her for to be the true, profound love of his life.
I auditioned for that role. I put so much effort into it, I loved it. I'm not ready to let it go to someone else.
But you keep forgetting he didn't leave you, Vita - you left him.
And then she thought, is this a slewed version of Aesop's dog in the manger? I don't want him - but I don't want him wanting anyone else?
And then she thought, For God's sake, shut up! This is doing me no good at all. All this thinking and wondering that I do isn't going to change him or the past. What a waste of quarter of an hour - sifting through all that emotional JUNK. She knew there was nothing of value in it- she'd been through it with a fine toothcomb over and again.”

 

 1841522-876d39bbc816fa302b2e6e1d60951461.jpeg
Freya North (Londen, 21 november 1967)

 

 

De Zweedse schrijver Carl-Henning Wijkmark werd geboren op 21 november 1934 in Stockholm. Zie ook alle tags voor Carl-Henning Wijkmark op dit blog.

Uit: Nahende Nacht (Vertaald door Paul Berf)

„Sozial betrachtet hatte sein Leben früh Schiffbruch erlitten, mehr als drei Jahrzehnte hatte er auf Stockholms Straßen und in Obdachlosenheimen gelebt, ein Aussteiger und zeitweiliger Penner, gezeichnet, aber nicht gebrochen von Drogen, Suff, kalten Nächten und gewiss auch Unterernährung. Möglicherweise war dies zwar nicht der Auslöser für seine Krankheit gewesen, aber es hatte sie mit Sicherheit verschlimmert. Natürlich hätte er nicht so leben müssen, zumindest nicht in diesem extremen Maße. Er hatte auf Grund von Umständen, die er einige Male, wenn auch nur beiläufig, erwähnte, eine Wahl getroffen. Schräg gegenüber, am Fenster - das zu einem Park mit einzelnen Bäumen hinausging - lag Börje, ein Mann zwischen vierzig und fünfzig, Postangestellter, unklar, in welcher Funktion; vermutlich aus Rücksicht auf Harry unterhielten wir uns nie über unser Berufsleben. Tabu war zudem, woran wir litten und wie sehr, genau wie Diagnose, Prognose, Medikamente und so weiter - das alles behielt man für sich oder erörterte es in leisen Gesprächen mit Ärzten und Krankenschwestern. Jeder einzelne lag in seiner eigenen Pein und sandte den anderen stumme Leidenswellen. Ab und zu, wenn bei einem von uns Furcht und Not allzu offensichtlich wurden, geschah es jedoch, dass man mit einem Blick, einer Geste oder ein paar Worten des Mitgefühls aus sich herausging. Nie länger als für einen kurzen Moment, und Börje beteiligte sich nie an einem solchen Austausch, bedauerte weder sich noch andere. Umso mehr brachte er seine große Passion zum Ausdruck, die aus Tippen, Toto, Wetten, Zocken und Glücksspielen aller Art bestand. Als ich Neuankömmling im Zimmer war (in dem Harry und er schon eine Weile gelegen hatten), war einer seiner ersten Vorschläge eine Wette darum gewesen, wer von uns die anderen überleben würde.“

 

 1841522-fbff072e7f1892a67f2569d216d869a9.jpg
Carl-Henning Wijkmark (Stockholm, 21 november 1934)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e november ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:50 Reageer op dit bericht

Voltaire, Kerstin Preiwuß, Veza Canetti, Ada Cambridge, Arthur Quiller-Couch, Wilhelm Waiblinger, Franz Hessel

De Franse schrijver Voltaire, (pseudoniem van François-Marie Arouet)werd werd op 21 november 1694 geboren in Parijs. Zie ook alle tags voor Voltaire op dit blog.

Uit: Candide ou l'Optimiste

"Il s'adressa ensuite à un homme qui venait de parler tout seul une heure de suite sur la charité dans une grande assemblée. Cet orateur, le regardant de travers, lui dit : « Que venez-vous faire ici ? y êtes-vous pour la bonne cause ? – Il n'y a point d'effet sans cause, répondit modestement Candide ; tout est enchaîné nécessairement, et arrangé pour le mieux. Il a fallu que je fusse chassé d'auprès mademoiselle Cunégonde, que j'aie passé par les baguettes, et il faut que je demande mon pain, jusqu'à ce que je puisse en gagner ; tout cela ne pouvait être autrement –Mon ami, lui dit l'orateur croyez-vous que le pape soit l'Antéchrist ? – je ne l'avais pas encore entendu dire, répondit Candide ; mais, qu'il le soit ou qu'il ne le soit pas, je manque de pain.- Tu ne mérites pas d'en manger, dit l'autre ; va coquin ;va, misérable, ne m'approche de ta vie. » La femme de l'orateur ayant mis la tête à la fenêtre, et avisant un homme qui doutait que le pape fût antéchrist, lui répandit sur le chef un plein… O ciel ! à quel excès se porte le zèle de la religion dans les dames !
Un homme qui n'avait point été baptisé, un bon anabaptiste nommé Jacques, vit la manière cruelle et ignominieuse dont on traitait ainsi un de ses frères, un être à deux pieds sans plumes, qui avait une âme ; il l'emmena chez lui, le nettoya, lui donna du pain et de la bière, lui fit présent de deux florins, et voulut même lui apprendre à travailler dans ses manufactures aux étoffés de Perse qu'on fabrique en Hollande, Candide, se prosternant presque devant lui, s'écriait : « Maître Pangloss me l'avait bien dit que tout est au mieux dans ce monde, car je suis infiniment plus touché de votre extrême générosité que de la dureté de ce monsieur à manteau noir, et de madame son épouse. »
Le lendemain, en se promenant, il rencontra un gueux tout couvert de pustules, les yeux morts, le bout du nez rongé, la bouche de travers, les dents noires, et parlant de la gorge, tourmenté d'une toux violente, et crachant une dent à chaque effort".

 

 1841517-8ec29da2d2d2a0c960f4bb746dead737.jpg
Voltaire (21 november 1694 – 30 mei 1778)
Beeld van Jean Antoine Houdon in de bibliotheek van de Comédie-Française, Parijs

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Kerstin Preiwuß werd geboren op 21 november 1980 in Lübz en groeide op in Plau am See en Rostock. Zie ook alle tags voor Kerstin Preiwuß op dit blog en ook mijn blog van 21 november 2010

Uit:Restwärme

“Der Flug war ohne Zwischenfälle verlaufen. Sie hatte Lufthansa gebucht, obwohl die teurer waren, weil noch nie eine Maschine der Lufthansa abgestürzt war. Neben ihr saß ein Elternpaar mit Baby, und kein Flugzeug, in dem ein Baby mitflog, würde abstürzen, so etwas passierte einfach nicht. Das Kleine wurde abwechselnd von Vater und Mutter auf den Arm genommen, je nachdem, zu wem es sich drehte. Dabei brabbelte es vor sich hin. Es hatte die ganze Startphase über geschrien, bis seine wenigen Haare nass am Kopf klebten, sich durchgebogen und immer wieder zurückgeworfen, sodass seine Eltern es kaum halten konnten. Die Ohren, sagte seine Mutter entschuldigend zu ihr, es tut ihm in den Ohren weh.
Sie konnte das Baby verstehen, denn obwohl es während des Flugs keine Turbulenzen gegeben hatte, war sie nassgeschwitzt. Der Schweiß war ihr ausgebrochen, nachdem die Flugbegleiterin zwei junge Männer in der Reihe hinter ihr gebeten hatte, sich leiser zu unterhalten, sie würden die anderen Passagiere stören. Die beiden warteten, bis die Frau weitergegangen war, dann fuhren sie lautstark mit ihrer Unterhaltung über Filme fort, in denen Flugzeuge abstürzten. Sie drehte sich um und starrte die Männer an, aber es änderte nichts, die beiden animierten sich gegenseitig mit Begeisterungslauten zu immer neuen Details. Lautlos wünschte sie ihnen Impotenz wegen zu hoher Strahlenbelastung und drehte sich wieder zurück. Mit der Wut kam der Schweiß, er nässte bereits unter ihren Achseln, es juckte, als würden kleine Nadeln von innen durch die Haut stoßen. Um sich vom Kratzen abzuhalten, presste sie die Hände gegen die Oberschenkel.“

 

 1841517-6c5aee240b15a19d9e7b9ad251abf944.jpg
Kerstin Preiwuß (Lübz, 21 november 1980)

 

 

De Oostenrijkse schrijfster en vertaalster Veza Canetti werd als Venetiana Taubner-Calderon geboren op 21 november 1897 in Wenen. Zie ook alle tags voor Veza Canetti op dit blog en ook mijn blog van 21 november 2010

Uit: Briefe an Georges

„Ich hätt mich erinnern sollen, dass er das auch gern macht, erst grosse Szenen und hoch zu Ross, dann möcht er für sein Leben gern dass sein curriculum erscheint und macht es doch. Jetzt wird er in Paris wegen dem Frauenzimmer diesen reizenden Glock nicht sehen wollen, der ihm so hilft und die Vorträge verschafft und noch mehr verschaffen wird, um den ihn angesehene Engländer hier beneiden. Aber ich meins ernst, Kind, wenn er versagt, geh ich nach Wien. Ich schwör Dir, Du weisst wie abgöttisch gern ich ihn hab, ich bin froh, er ist weg, ich atme auf, ich werde ich selbst, ich war ein Bündel Angst, Sorge, Hilflosigkeit, wie er, es steckt an nach 20 Jahren Frondienst.
Ich hab keinen Menschen zu dem ich sprechen kann, denn natürlich geb ich ihn nie preis, zu keiner Seele, und so ist er der Engel und ich der Teufel, was mir wurscht ist, aber meine Seele ist bereits teuflisch geworden. Dieser Steiner sass jede Woche hier zwei Tage, mit ihm, er verabscheut ihn im Grund, aus Mitleid sitzt er mit ihm von 12 morgens bis elf Uhr nachts, nichts wird getan, der Steiner geht mit guten Gedanken weg die er sich notiert, Canetti mit einem Zusammenbruch, den nächsten Tag sieht er ihn wieder weil er ihm »leid« tut. Ich kann nicht mehr, glaub es mir, ich war bestimmt kein Glück für ihn, er war aber auch keins für mich und ich wär nie so heruntergekommen, wenn ich ihm nicht hätt jedes Mal in A. mit Selbstmord drohen müssen, damit er wenigstens etwas von seinem Werk diktiert (erstens damit ich seh dass es da ist, zweitens weil er alles mit einer nur von ihm leserlichen Stenographie schreibt, so dass kein Sekretär das je entziffern könnte). Bitte zerreiss sofort diesen Brief und verzeih mir, Du hast uns immer gerettet, rett ihn jetzt und sieh Dir auch diese Dulcinea an.“

 

 1841517-fc8d473d843ecdb9e0823ea72715d79e.jpg
Veza Canetti (21 november 1897 – mei 1963)

 

 

De Australische dichteres en schrijfster Ada Cambridge werd geboren op 21 november 1844 in St Germans, Norfolk. Zie ook alle tags voor Ada Cambridge op dit blog.

 

What Of The Night?

To you, who look below,
Where little candles glow --
Who listen in a narrow street,
Confused with noise of passing feet --

To you 'tis wild and dark;
No light, no guide, no ark,
For travellers lost on moor and lea,
And ship-wrecked mariners at sea.

But they who stand apart,
With hushed but wakeful heart --
They hear the lulling of the gale,
And see the dawn-rise faint and pale.

A dawn whereto they grope
In trembling faith and hope,
If haply, brightening, it may cast
A gleam on path and goal at last.

 

 

A Street Riot

Poor, hapless souls! at whom we stand aghast,
As at invading armies sweeping by —
As strange to haggard face and desperate cry —
Did we not know the worm must turn at last?
Poor, hungry men, with hungry children cast
Upon the wintry streets to thieve or die —
Suffering your wants and woes so silently -
Patient so long — is all your patience past?

Are there no ears to hear this warning call?
Are there no eyes to see this portent dread?
Must brute force rise and social order fall,
Ere these starved millions can be clothed and fed?
Justice be judge. Let future history say
Which are the greatest criminals to- day.

 

 1841517-f519b90ecac34e9357b33eea9b3f2731.jpg
Ada Cambridge (21 november 1844 - 19 juli 1926)

 

 

De Engelse schrijver en crticus Sir Arthur Thomas Quiller-Couch werd geboren op 21 november 1863 in Bodmin, Cornwall. Zie ook mijn blog van 21 november 2008 en ook mijn blog van 21 november 2009 en ook mijn blog van 21 november 2010.

Uit: On the Art of Writing

« To begin with, let me plead that you have been told of one or two things which Style is not; which have little or nothing to do with Style, though sometimes vulgarly mistaken for it.
Style, for example, is not--can never be--extraneous Ornament. You remember, may be, the Persian lover whom I quoted to you out of Newman: how to convey his passion he sought a professional letter-writer and purchased a vocabulary charged with ornament, wherewith to attract the fair one as with a basket of jewels.
Well, in this extraneous, professional, purchased ornamentation, you have something which Style is not: and if you here require a practical rule of me, I will present you with this: "Whenever you feel an impulse to perpetrate a piece of exceptionally fine writing, obey it--wholeheartedly--and delete it before sending your manuscript to press. Murder your darlings."
But let me plead further that you have not been left altogether without clue to the secret of what Style is. That you must master the secret for yourselves lay implicit in our bargain, and you were never promised that a writer’s training would be easy. Yet a clue was certainly put in your hands when, having insisted that Literature is a living art, I added that therefore it must be personal and of its essence personal. . . .”

 

 1841517-3654dbf6cb8015145e9d105c1906d1f6.jpg
Arthur Quiller-Couch (21 november 1863 – 12 mei 1944)
Portret door Henry Lamb, 1938

 

 

De Duitse dichter en schrijver Wilhelm Friedrich Waiblinger werd geboren op 21 november 1804 in Heilbronn. Zie ook alle tags voor Wilhelm Waiblinger op dit blog en ook mijn blog van 21 november 2008 en ook mijn blog van 21 november 2009.

 

Lied der Liebe in die Heimath

Ach warum in dieser Ferne,
süßes Herz, so weit von dir?
Alle Sonnen, alle Sterne,
öffnen ihre Augen mir,
nur die schönsten blauen Strahlen,
nur das reinste tiefste Licht,
drin sich Erd' und Himmel malen,
nur dein treues Auge nicht.

Ja, ich seh' in wilden Lauben,
über Bergen, über Seen,
Kind voll Unschuld und voll Glauben,
dich in frommer Stille gehn.

Um die bleichen feuchten Wangen
spielt die frische Abendluft,
und es steigt dein zart Verlangen
himmelwärts wie Blumenduft.

Thrän' an Thräne seh' ich rinnen
tief aus deines Auges Nacht,
und mit glühend heißen Sinnen
hängst du an der Sterne Pracht -
o mein Kind, in jenen Räumen
suchst du den Geliebten schon,
und so früh den schönen Träumen
spräche das Verhängniß Hohn?

Nein, dem liebenden Gemüthe
sind sie schmerzlich sanfter Trost!
Nach dem Winter kommt die Blüthe,
die ein neuer West umkost.
Bei den heimathlichen Auen,
bei der Burgruine Bild,
da, wo Aug' und Blumen thauen,
Mädchen, sei dein Weh gestillt.

Was du weinend mir gegeben,
all' dein himmlisch Heiligthum,
war ein Kuß fürs Erdenleben,
war es für Elysium.
Mein ist dein verschämtes Zagen,
mein die jungfräuliche Scheu,
konntest du so muthig wagen,

 

 1841517-51ef9cea965e142fad4e4a2085c13563.jpg
Wilhelm Waiblinger (21 november 1804 – 17 januari 1830)
Zelfportret

 

 

De Duitse schrijver en vertaler Franz Hessel werd geboren op 21 november 1880 in Stettin. Zie ook alle tags voor Franz Hessel op dit blog.

Uit: Spazieren in Berlin

"Nördlich vom Stadtpark liegt das rühmlich bekannte 'Bayrische Viertel'. Wieviel davon man zu Berlin, zu Schöneberg oder zu Wilmersdorf rechnen soll, weiß ich nicht. Es ist nicht so rechtwinkelig und geradlinig angelegt wie Berlin W. Und statt uns darüber zu freuen, fluchen wir Undankbaren, daß wir uns in all diesem Heilbronn, Regensburg, Landshut und Aschaffenburg immer wieder verirren. Uns kann man's nie recht machen. Auch die allerlei Brunnen- und Baumanlagen nehmen wir, ohne sie recht zu beachten, hin. In einigen Winkeln stoßen wir auf Versuche, altdeutsche Stadt nachzumachen, die rührend scheitern. Man muß nicht allzu streng mit dem Bayrischen Viertel sein. Als es gebaut wurde, gab es noch nicht unser gleich- und alleinseligmachendes Laufband."

 

 1841517-064fff681842c56efe888c36fa9c785d.jpg
Franz Hessel (21 november 1880 – 6 januari 1941)

Geschreven door Romenu om 11:49 Reageer op dit bericht

Viktoria Tokareva, Don DeLillo, Sheema Kalbasi, Nadine Gordimer, Thomas Chatterton, Zinaida Hippius, Selma Lagerlöf

De Russische schrijfster en scenariste Viktoria Tokareva werd geboren op 20 november 1937 in Leningrad (Sint Petersburg). Zie ook alle tags voor Viktoria Tokareva op dit blog.

Uit:Alle meine Feinde und andere Erzählungen (Vertaald door Angelika Schneider)

„Ich sagte zu ihr: »Heirate den bloß nicht.«
»Er hat mich auch gar nicht gefragt«, beruhigte mich Lisa.
Das hieß, das Kind würde bei mir aufwachsen. Und Lisa wäre frei wie der Wind.
Aber ich fand eine Kinderfrau. Sie hieß Anna Fjodorowna Strelzowa. Anna Fjodorowna, Rufname: Anka.
Sie erledigte alles schnell und zuverlässig, war einfach wie geschaffen für diese Dinge. Ich bin Künstlerin. Und nur das. Hausarbeit deprimiert mich, ja sie bringt mich um.
Das, wofür ich einen ganzen Tag brauchen würde, erledigte Anka in vierzig Minuten. Wenn sie nur erschien, wurde es sonniger ringsum. Mit leichten, schnellen Bewegungen legte sie die Dinge an ihren Platz zurück. Sie schaffte Sauberkeit und Ordnung, schon allein durch ihre Anwesenheit Und erst ihre Krautwickel – das waren echte Kunstwerke.
Es tat einem geradezu leid, sie aufzuessen. Klein, sorgfältig zubereitet, schön anzusehen, mit einer besonderen Soße übergossen. Meine Krautwickel wurden immer groß wie ein Handteller. Ich drehte schon durch bei dieser Vielzahl von Vorbereitungen: erst das Hackfleisch anbraten, die Kohlblätter blanchieren, Reis kochen, Zwiebeln andünsten …
Wie viel lieber würde ich in dieser Zeit eine flirrende Birke malen, mit geflecktem Stamm …
Aber das Kochen war nur die eine Hälfte. Die Hauptsache war die Enkelin. Anka liebte meine Enkelin mit überirdischer Hingabe, und diese erwiderte ihre Liebe. Mein ganzes Haus war vom Boden bis zum Dach angefüllt mit idealer, gegenseitiger Liebe. Nur Anka konnte die Kleine füttern, beschäftigen, trösten, heilen und ihr etwas beibringen.
Eines Tages wurde meine Enkelin krank. Das Fieber wollte einfach nicht sinken. Das ging so eine ganze Woche lang. Das Mädchen lag apathisch da und lutschte am Daumen. Da versank Anka in eine Depression, ja sie wollte nicht mehr leben. Aber dann, von einem Tag auf den anderen, fiel das Fieber, und Anka fasste frischen Mut, ihre Augen funkelten wieder wie zwei grüne Edelsteine. Das Leben kehrte ins Haus zurück.“

 

 1841275-dd514b2ffd0664b68e4c02f54fba18cf.jpeg
Viktoria Tokareva (Leningrad, 20 november 1937)

 

 

De Amerikaanse schrijver Don DeLillo werd op 20 november 1936 geboren in New York City als zoon van Italiaanse immigranten. Zie ook alle tags voor Don DeLillo op dit blog en ook mijn blog van 20 november 2010.

Uit: Falling Man

“It was not a street anymore but a world, a time and space of falling ash and near night. He was walking north through rubble and mud and there were people running past holding towels to their faces or jackets over their heads. They had handkerchiefs pressed to their mouths. They had shoes in their hands, a woman with a shoe in each hand, running past him. They ran and fell, some of them, confused and ungainly, with debris coming down around them, and there were people taking shelter under cars.
The roar was still in the air, the buckling rumble of the fall. This was the world now. Smoke and ash came rolling down streets and turning corners, busting around corners, seismic tides of smoke, with office paper flashing past, standard sheets with cutting edge, skimming, whipping past, otherworldly things in the morning pall.
He wore a suit and carried a briefcase. There was glass in his hair and face, marbled bolls of blood and light. He walked past a Breakfast Special sign and they went running by, city cops and security guards running, hands pressed down on gun butts to keep the weapons steady.
Things inside were distant and still, where he was supposed to be. It happened everywhere around him, a car half buried in debris, windows smashed and noises coming out, radio voices scratching at the wreckage. He saw people shedding water as they ran, clothes and bodies drenched from sprinkler systems. There were shoes discarded in the street, handbags and laptops, a man seated on the sidewalk coughing up blood. Paper cups went bouncing oddly by.”

 

 1841275-a4a5afb499f0600c40535857631e8fca.jpg
Don DeLillo (New York City, 20 november 1936)

 

 

De Iraanse dichteres, vertaalster en mensenrechten-advocate Sheema Kalbasi werd geboren op 20 november 1972 in Teheran. Zie ook alle tags voor Sheema Kalbasi op dit blog.

 

Immortal

I envy you Spring
with your wild flowers and flourishing smiles
with your elegance and your almond-tree of thoughtlessness
that does not know of the bitterness and pain of my loss.

I look out of the window
I look out of the window
and I wish for some Muguet de Mai
to arrive at my door
and to hear my mother’s voice
calling me at the entrance: Beloved daughter
here I am, arrived with the Spring and healing balms.

If this happen,
I promise to embrace
the message of the spring and the Iris
and I will plant a Wild Rose-tree
for the entrance to the house of my heart
so that every one knows of my sensitivity
to the unfading remembrance of her love.

There are times that I am questioned
for my not-crying eyes
so for those who do not know of
my grieving heart, I write
to voice the bitterness and pain of my loss
in the language of every-lost mother-child,
so when the childishness of this heart
is sometimes toxic to the hearts of those
who do not know me and the Marigolds of my love,
even they will bring me
bouquets of Sea-lavenders and love.

 

 1841275-e9d9f2cb247ca476ef29e4840e3b87fe.jpg
Sheema Kalbasi (Teheran, 20 november 1972)

 

 

De Zuidafrikaanse schrijfster Nadine Gordimer werd geboren op 20 november 1923 in Springs. Zie ook alle tags voor Nadine Gordimer op dit blog.

Uit: Een tijd als nooit tevoren (Vertaald door Eugène Dabekaussen en Tilly Maters)

“Ambitie. ’t Was toen geen tijd om na te denken over wat je werkelijk zou willen doen met je leven. Het innerlijke kompas zwaaide de naald resoluut terug naar de ene pool – alleen als er een eind was gekomen aan de vervorming van het menselijk leven in het algemeen, konden persoonlijke prestaties iets betekenen, de Mount Everest beklimmen of rijk worden, allemaal een vlucht uit de werkelijkheid, een ongepast teken dat je tegen verandering was.
Nu was er geen reden voor hem om door te gaan met onderzoek naar grotere duurzaamheid van verven voor nieuwe soorten bouwwerken en decoratieve doeleinden, van daken tot jukeboxen, slaapkamers tot cabriolets. Hij had, dacht hij, misschien wel terug kunnen gaan naar een universiteit om zijn kennis van andere, niet tot het uiterlijk beperkte takken van schei- en natuurkunde te verdiepen. Maar er was een kind aan wie hij en zij een thuis moesten bieden. Hij deed zijn werk trouwens goed, maar zonder veel interesse, want het was niet zo spannend als toen hij (letterlijk) de schijn ophield voor de blanke industrie en tegelijkertijd explosieven maakte om het regime op te blazen. Het bedrijf had een aantal filialen over het hele land en hij had hier, in de hoofdvestiging waar hij was begonnen, promotie gemaakt. Zolang hij geen beslissing nam, en maar bleef overwegen, om de reageerbuischemie op te geven en over te stappen naar de andere soort chemie, die tussen mensen, niet voor de overheid, zonder winstoogmerk, werkte hij parttime op vrijwillige basis in een commissie voor landclaims van gemeenschappen die onder het vroegere regime waren onteigend. Zij deed een schriftelijke studie economie en recht en daarnaast vrijwilligerswerk als secretaris van een actiegroep van vrouwen tegen vrouwen- en kindermishandeling. Hun kleine Sindiswa ging naar de crèche en de weinige tijd die overbleef brachten ze met haar door.”

 

 1841275-6b751b279651ebc26ad43ebbc434118d.jpg
Nadine Gordimer (20 november 1923 – 13 juli 2014)

 

 

De Engelse dichter en schrijver Thomas Chatterton werd geboren op 20 november 1752 in Bristol als zoon van een koster. Zie ook alle tags voor Thomas Chatterton op dit blog.

 

February (Fragment)

Come, February, lend thy darkest sky.
There teach the winter'd muse with clouds to soar;
Come, February, lift the number high;
Let the sharp strain like wind thro' alleys roar.

Ye channels, wand'ring thro' the spacious street,
In hollow murmurs roll the dirt along,
With inundations wet the sabled feet,
Whilst gouts responsive, join th'elegiac song.

Ye damsels fair, whose silver voices shrill,
Sound thro' meand'ring folds of Echo's horn;
Let the sweet cry of liberty be still,
No more let smoking cakes awake the morn.

O, Winter! Put away the snowy pride;
O, Spring! Neglect the cowslip and the bell;
O, Summer! Throw thy pears and plums aside;
O, Autumn! Bid the grape with poison swell.

The pension'd muse of Johnson is no more!
Drown'd in a butt of wine his genius lies;
Earth! Ocean! Heav'n! The wond'rous loss deplore,
The dregs of nature with her glory dies.

What iron Stoic can suppress the tear;
What sour reviewer read with vacant eye!
What bard but decks his literary bier!
Alas! I cannot sing-- I howl-- I cry--

 

 1841275-98657767b3814e8cd8110f0decd10867.jpg
Thomas Chatterton (20 november 1752 - 5 augustus 1770)
Chatterton in zijn mansarde door John Joseph Barker, 1860

 

 

De Russische dichteres en schrijfster Zinaida Nikolaevna Hippius werd als kind van uit Duitse familie geboren op 20 november in Beljov bij Tula. Zie ook alle tags voor Zinaida Hippius en Zinaida Gippius op dit blog.

 

The Awful

It’s awful not to live but only sleep…
To see all's being ever multiplied,
To have in past so wildly many sins,
That it’s a shame to look up at the sky.

When can I pray for mercy for my sins? 
I’m on the last of circles’ strong incline.  
But most dread and shameful is the thing,
That no one loves now any one.

 

 

The Spiders

My world is like a chamber, narrow, –
It’s very low, very small.
In four its corners sit four fellows –
Four spiders, diligent in all.

They are all fat, adroit, and dirty, 
And always spin and spin the web…
And it is awful – their portly,
Monotonous and even step.

With four their webs, when they were ready,
They spun the immense one, at last. 
I watch their fat backs’ movement, steady,
In darkness of the stinking dust.     

My eyes – under the webbing’s level:
It’s gray, and soft, and sticky, yet.
And they are glad with gladness, evil, --
Four spiders, fat.

 

Vertaald door Yevgeny Bonver

 

 1841275-ef7305c8f3199bbc48d6362203ef9168.jpg
Zinaida Hippius (20 november 1869 - 9 september 1945)

 

 

De Zweedse schrijfster Selma Lagerlöf werd geboren op 20 november 1858 in Östra Emterwik in Zweden. Zie ook alle tags voor Selma Lagerlöf op dit blog.

Uit: Niels Holgersson's wonderbare reis (Vertaald door Margaretha Meijboom)

“Terwijl hij zoo zat te wachten, tot de dief zich vertoonen zou, begon hij er zich over te verwonderen, wat dat toch voor een schaduw was, die over den rand van de kist viel. Hij keek en keek, en kon zijn oogen bijna niet gelooven. Maar wat in 't begin maar een schaduw was, werd al duidelijker, en hij merkte al gauw, dat het iets werkelijks was. 't Was niet meer of minder dan een kabouter, die als een ruiter te paard op den rand van de kist zat.
De jongen had wel over kabouters hooren spreken, maar hij had nooit gedacht, dat zij zóó klein konden zijn. Hij, die daar op den rand van de kist zat, was niet grooter dan een handbreed. Hij had een oud, rimpelig gezicht, zonder baard, en droeg een zwarten rok, korte broek en een zwarten hoed met breeden rand. Hij was heel netjes en keurig met witte kant om hals en mouwen, gespen op de schoenen, en kousebanden met rozetten dichtgeknoopt. Hij had uit de kist een geborduurd mutsje genomen. en zat zóó aandachtig naar het ouderwetsche werk te kijken, dat hij niet gemerkt had, dat de jongen wakker geworden was.
De jongen was heel verbaasd, toen hij den kabouter zag, maar zoo erg bang werd hij niet. 't Was onmogelijk om bang voor iemand te worden, die zoo klein was. En omdat de kabouter daar zoo in gedachten verdiept zat, dat hij niets zag of hoorde, dacht de jongen, dat het grappig zou zijn hem een poets te spelen: hem in de kist te duwen en den deksel dicht te klappen, of zoo iets.
Maar de jongen was toch niet zoo moedig, dat hij den kabouter durfde aan te raken met zijn handen; hij keek in de kamer rond naar iets, waar hij hem een stootje meê geven kon. Hij liet zijn oogen van de klaptafel naar de kachel gaan, en van de kachel naar de klaptafel. Hij keek naar de pannen en de koffiekan, die op een plank naast de kachel stonden, naar den wateremmer bij de deur, en naar lepels, en messen, en vorken, en schalen, en borden, die door de halfopen kastdeur te zien waren. Hij keek op naar Vaders geweer, dat aan den wand naast de portretten van de Deensche koningsfamilie hing, en naar de geraniums en fuchsia's, die in 't venster bloeiden. Eindelijk viel zijn oog op een oud kapellennet, dat aan het kozijn hing.”

 

 1841275-8e73c785eed5a632faed42b22ac6bd9a.jpg
Selma Lagerlöf (20 november 1858 – 16 maart 1940)
Scene uit de animatiefilm “Nils Holgersson” uit 1980

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e november ook mijn blog van 20 november 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:25 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten