Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 3 december 2015 tot 4 december 2015

Rainer Maria Rilke, Geert Mak, Nikoloz Baratashvili, Emil Aarestrup, Nikolay Nekrasov, Samuel Butler

De Duitse dichter Rainer Maria Rilke werd als René Karel Wilhelm Johann Josef Maria Rilke op 4 december 1875 in Praag geboren. Zie ook alle tags voor Rainer Maria Rilke op dit blog.

 

Um die vielen Madonnen sind

Um die vielen Madonnen sind
viele ewige Engelknaben,
die Verheißung und Heimat haben
in dem Garten, wo Gott beginnt.
Und sie ragen alle nach Rang,
und sie tragen die goldenen Geigen,
und die Schönsten dürfen nie schweigen:
ihre Seelen sind aus Gesang.
Immer wieder müssen sie
klingen alle die dunklen Chorale,
die sie klangen vieltausend Male:
Gott stieg nieder aus Seinem Strahle
und du warst die schönste Schale
Seiner Sehnsucht, Madonna Marie.

Aber oft in der Dämmerung
wird die Mutter müder und müder,-
und dann flüstern die Engelbrüder,
und sie jubeln sie wieder jung.
Und sie winken mit den weißen
Flügeln festlich im Hallenhofe,
und sie heben aus den heißen
Herzen höher die eine Strophe:
Alle, die in Schönheit gehn,
werden in Schönheit auferstehn.

 

 

Gott im Mittelalter

Und sie hatten Ihn in sich erspart
und sie wollten, daß er sei und richte,
und sie hängten schließlich wie Gewichte
(zu verhindern seine Himmelfahrt)

an ihn ihrer großen Kathedralen
Last und Masse. Und er sollte nur
über seine grenzenlosen Zahlen
zeigend kreisen und wie eine Uhr

Zeichen geben ihrem Tun und Tagwerk.
Aber plötzlich kam er ganz in Gang,
und die Leute der entsetzten Stadt

ließen ihn, vor seiner Stimme bang,
weitergehn mit ausgehängtem Schlagwerk
und entflohn vor seinem Zifferblatt.

 

 

Uit: Die Sonette an Orpheus, Erster Teil 

Das VI. Sonett

Ist er ein Hiesiger? Nein, aus beiden
Reichen erwuchs seine weite Natur.
Kundiger böge die Zweige der Weiden,
wer die Wurzeln der Weiden erfuhr.

Geht ihr zu Bette, so laßt auf dem Tische
Brot nicht und Milch nicht; die Toten ziehts -.
Aber er, der Beschwörende, mische
unter der Milde des Augenlids

ihre Erscheinung in alles Geschaute;
und der Zauber von Erdrauch und Raute
sei ihm so wahr wie der klarste Bezug.

Nichts kann das gültige Bild ihm verschlimmern;
sei es aus Gräbern, sei es aus Zimmern,
rühme er Fingerring, Spange und Krug.

 

 1847252-6693d953fbde61e9e03cbfdc5632f1c7.jpg
Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)
Portret door Knut Odde, 1897

 

 

De Nederlandse schrijver Geert Mak werd geboren op 4 december 1946 in Vlaardingen. Zie ook alle tags voor Geert Mak op dit blog..

Uit: In Europa

“Het rondreizen door Europa, al die maanden, had een uitwerking als het afpellen van oude verflagen. Meer dan ooit besefte ik hoe, generatie na generatie, tussen Oost- en West-Europeanen een korst van afstand en vervreemding was gegroeid.
Hebben wij, Europeanen, een gemeenschappelijke geschiedenis? Natuurlijk, en iedereen kan het rijtje opnoemen: Romeinse Rijk, Renaissance, Reformatie, Verlichting, 1914, 1945, 1989. Maar hoe uiteenlopend zijn de individuele historische ervaringen van de Europeanen, alles wat gebeiteld is in onze herinnering: die oudere Poolse chauffeur die ik sprak, die in zijn leven viermaal een nieuwe taal had moeten leren; het Duitse echtpaar, gebombardeerd en daarna eindeloos voortgejaagd door Oost-Europa; de Baskische familie, die tijdens een kerstavond moordende ruzie kreeg over de Spaanse Burgeroorlog, en daarna weer levenslang zweeg; de Franse dorpsmonumentjes uit 1919, vol namen; de vredige voldaanheid van de Nederlanders, de Denen en de Zweden, die meestal in de luwte bleven. Zet Russen, Duitsers, Britten, Tsjechen en Spanjaarden maar eens aan één tafel en laat ze hun familiegeschiedenissen vertellen. Het zijn werelden op zich. En toch allemaal Europa.
De geschiedenis van de twintigste eeuw was dan ook geen toneelstuk dat zich voor hun ogen voltrok, het was een groter of kleiner deel van hun - en ons - eigen leven. Ik zal nooit vergeten wat een bejaarde verzetsman zei tijdens een debat over de aarzelende houding van zijn partij in de jaren dertig: 'Vergeet niet, wij tastten ook rond met een kaarsje in de duisternis, het nationaal-socialisme was voor ons een volstrekt nieuw, ongekend verschijnsel. We moesten het doen met een paar krantenartikelen en een enkele brochure, en dat was het.'
De geschiedenis is geen glad verhaal, al wekt iedere geschiedschrijving de schijn dat alles keurig verloopt van A, via B, naar C. Zo'n orde, die achteraf is geschapen, heeft in werkelijkheid nooit bestaan. Wie zich midden in historische ontwikkelingen bevindt, moet altijd weer zoekend zijn weg vinden. Allemaal zijn we, ieder op zijn tijd, hoofdpersonen in onze eigen geschiedenis, met alle verwarring die daarbij hoort.”

 

1847252-7862657fa7d38210e60c8fc29736d582.jpg
Geert Mak (Vlaardingen, 4 december 1946)

 

 

De Georgische schrijver en dichter Nikoloz Baratashvili werd geboren op 4 december 1817 in Tbilisi. Zie ook alle tags voor Nikoloz Baratashvili op dit blog.

 

Meditations By The River Mtkvari

In sadness wrapped, I strolled along where the waters hum and fret;
I longed to rest in solitude and all my cares forget.
And there beside the flowing stream, in utter weariness,
I sank upon the soft green grass and wept in bitterness.

Borne on the sigh that silence heaves the Mtkvari's murmur rose,
And in its lucid beds the azure skies found sweet repose;
And here beyond the strife of life, beyond all sordid noise,
The mountains brooded over the land in calm unvarying poise.

I listened to the river's hum, I saw the heavens bend
And kiss the mounts that with my soul and sorrow seemed to blend.
What means your purl, O Mtkvari old, forebodes it joy or woe?
You are witness true of bygone days, yet hum in speechless flow.
But why this life of maddening strife, if all its visions fair
Are bubbles light, illusions bright, that burst and fade forever?
Our life is but a passing dream in a fleeting hectic world.
A never-filling boundless chaos, wherein our hopes are hurled.
The mortal heart, though sate and full is a slave of surging fires,
That blast the soul and steep the heart in avariced desires.
Even sovereigns great whose wealth and power is the wonder of the day
Feel greed and envy stir their breasts for realms that others sway.
They crave and strive for more and more, and their impassioned lust
Is for that earth wherein they're doomed to mingle with its dust.
Or does the king who for his noble deeds knows only praise
Know peace amid the storms or cares that darken all his days?
The welfare of his native land and heirs brings him delight;
His aim in life's to keep the honor of his country bright.
If death holds glory in its power and the world to void is whirled,
Then on whose lips will lie the sin and glory of the world?

If mortals of this world we are and bear the form of man,
Our duty is to serve our land and walk the ways of man.
Unworthy is the one who's but a mass of worthless clay,
Who dares to shun all mortal cares, yet in this world does stay!

 

 1847252-c8274e1a0bfc67a7507f2857a66c1dbd.jpg
Nikoloz Baratashvili (4 december 1817 – 21 oktober 1844)
Portret door Irakli Toidze, z.j.

 

 

De Deense dichter Emil Aarestrup werd geboren op 4 december 1800 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Emil Aarestrup op dit blog en ook mijn blog van 4 december 2010

 

An eine Freundin

Auf Deinen Lippen liegt ein Zauber,
Ein Abgrund ist in Deinem Blick,
Es wohnt im Klange Deiner Stimme
Des Traumes himmlische Musik.

Auf Deiner Stime liegt ein Licht,
Ein dunkler Glanz in deinem Haar,
Es strömt der Duft von zarten Blumen
Um Dich herum, wo Du auch bist.

Ein Schatz der ew'gen Weisheit ist
Im Grübchen Deiner Wange zart,
Ein Brunnen, eine Quell‘ der Labsal
fiir alle Herzen in Dir harrt.

In Deinem Innern hebt ein Leben,
ein schwärmerisches Frühlingsweh,
das ich nie vergessen werde,
das ich verehre und versteh'.

 

 1847252-06f2eb17d21a5206f0db4a228785dfbe.jpg
Emil Aarestrup (4 december 1800 – 21 juli 1856)
 

 

 

De Russische dichter Nikolay Nekrasov werd geboren op 4 december 1821 in Nemirovo. Zie ook alle tags voor Nikolay Nekrasov op dit blogen ook mijn blog van 4 december 2009 en

 

The Love Letter

Letter of love so strangely thrilling
With all your countless wonder yet,
Though Time our heart's hot fires have mastered,
Bringing a pang of pained regret!
The while your blest receiver holds you,
His banished passions still rebel,
No longer reason sacrifices
His sentiment,--so then farewell!
Destroyed be this love-token treasured!
For if 'tis read when time has flown,
Deep in the buried soul 'twill waken
The torment vanished days have known.
At first but a light scorn arousing
For silly childishness,--at last
With fiery yearning overwhelming,
And jealousy for all the past.

O Thou, from whom a myriad letters
Speak with the breath of love to me,
Though my gaze rest on thee austerely,
Yet, yet,--I cannot part with thee!
Time has revealed with bitter clearness
How little thou with truth wert blessed,
How like a child my own behaviour--
Yet, dear to me I still must save
This flower scentless, without colour,
From off my manhood's early grave!

 

 1847252-48000aa72efbc636cb5f7ec7a269aa04.jpg
Nikolay Nekrasov (4 december 1821 – 8 januari 1878)
Portret door Ivan Kramskoy, 1877

 

 

De Engelse schrijver, componist, filoloog en schilder Samuel Butler werd geboren op 4 december 1835 in Langar, Nottinghamshire. Zie ook alle tags voor Samuel Butler op dit blog.

Uit: The Way of All Flesh

“Young people have a marvelous faculty of either dying or adapting themselves to circumstances. Even if they are unhappy - very unhappy - it is astonishing how easily they can be prevented from finding it out, or at any rate from attributing it to any other cause than their own sinfulness.
To parents who wish to lead a quiet life I would say: Tell your children that they are naughty - much naughtier than most children. Point to the young people of some acquaintances as models of perfection and impress your own children with a deep sense of their own inferiority. You carry so many more guns than they do that they cannot fight you.
This is called moral influence, and it will enable you to bounce them as much as you please. They think you know and they will not have yet caught you lying often enough to suspect that you are not the unworldly and scrupulously truthful person which you represent yourself to be; nor yet will they know how great a coward you are, nor how soon you will run away if they fight you with persistency and judgment. You keep the dice and throw them both for your children and yourself. Load them then, for you can easily manage to stop your children from examining them. Tell them how singularly indulgent you are; insist on the incalculable benefit you conferred upon them, firstly in bringing them into the world at all, but more particularly in bringing them into it as your own children rather than anyone else's... You hold all the trump cards, or if you do not you can filch them; if you play them with anything like judgment you will find yourselves heads of happy, united, God-fearing families... True, your children will probably find out all about it some day, but not until too late to be of much service to them or inconvenience to yourself.”

 

 1847252-d2fca829557f36180649c377f9b73350.jpg
Samuel Butler (4 december 1835 – 18 juni 1902)
Zelfportret, 1866

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e december ook mijn blog van 4 december 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:16 Reageer op dit bericht

Feridun Zaimoglu

De Duitse schrijver en beeldend kunstenaar van Turkse afkomst Feridun Zaimoglu werd geboren op 4 december 1964 in Bolu. Zaimoglu kwam in 1965 met zijn ouders naar Duitsland. Hij woonde tot 1985 in Berlijn en München, en begon aan een studie geneeskunde en een studie kunsten in Kiel, waar hij nog steeds woont. Tegenwoordig werkt hij als schrijver en journalist. Zijn essays en literaire kritieken zijn verschenen in toonaangevende Duitse kranten als Die Zeit, Die Welt, SPEX en de Tagesspiegel. Van 1999 tot 2000 was hij werkzaam in Mannheim bij het Nationale theater. In 2003 werd hij “Insel Schreiber” op het eiland Sylt, en in 2004 was hij visiting fellow aan de Freie Universität Berlin. In zijn eerste boek "Kanak Sprak" 1995, probeert hij de authentieke, taal en subversieve kracht van het slang, gesproken door jonge Turkse mannen in Duitsland literair weer te geven. Daarbij verzet hij zich tegen een romantisch multiculturalisme. In 1997 werd Kanak Sprak“ voor het theater bewerkt, waarbij ook monologen uit Zaimoglu’s derde roman “Kopffstoff” werden gebruikt. Zijn tweede roman “Abschaum – Die wahre Geschichte von Ertan Ongun” werd in 2000 verfilmd door Lars Becker als “Kanak Attack”. Daarna verschenen misschien wel de meest bekende romans “Leyla” en “Liebesbrand”. Voor het verhaal “Häute” ontving hij de juryprijs bij de Ingeborg Bachmann Wettbewerb in 2003. In 2006 ontving hij als "een van de meest recente Duitse schrijvers van onze tijd", de kunstprijs van de deelstaat Sleeswijk-Holstein. In 2007 volgde in München de Carl Amery literatuurprijs. Vervolgens schenen nog de romans „Hinterland“ (2009), „Ruß“ (2011), „Der Mietmaler: eine Liebesgeschichte“ (2013) en „Isabel“ (2014). Theaterbewerkingen en draaiboeken schrijft Zaimoglu meestal met zijn co-auteur Günter Senkel. Naast zijn werk als schrijver werkt Zaimoglu als beeldend kunstenaar en curator. Onder de titel “Kanak Attack. Die dritte Türkenbelagerung” realiseerde hij in 2005 in de Kunsthalle in Wenen een vlaggeninstallatie.

Uit: Leyla

“Wir häkeln, nähen und stricken, wir legen die fertigen Handarbeiten in die Mitgifttruhe, manchmal hebe ich den Truhendeckel und atme den Duft der Seifen tief ein. Ich bin vergeben und verlobt, ich darf das Haus aber nicht verlassen.
Beschwere dich nicht, sagt meine Mutter, dein Mann wird dich bald ausführen. Setz’ dich hin und mehre deine Mitgift. Du bist nunmehr unser Eigentum auf Zeit. Und ich setze mich und nähe, häkele und stricke, manchmal entfährt mir ein Seufzer, dann weiß ich nicht, wieso ich so traurig bin.
Der Vater spricht nicht mehr mit mir, ich darf auf sein Geheiß hin das Wohnzimmer nicht betreten. Er klingelt zweimal an der Haustür, das ist das verabredete Zeichen, ich husche dann hoch zum Damentrakt und verstecke mich. Er will mich nicht sehen. Melek Hanim hat versucht, ihn davon abzubringen, die Großtante hat ihm gesagt, sie könne es nicht dulden, daß ein fremder Mann sich bei ihr verhalte wie ein Hausherr. Doch alles vergeblich. Er hat meiner Mutter bei Verstößen gegen sein Hausgesetz Schläge und Püffe versetzt. Wie ich erfuhr, spielte er sogar mit dem Gedanken, mich zu töten. Er schrie, seine Ehre sei verletzt worden, die jüngste Hündin habe die Familienehre in den Schmutz gezogen. Also füge ich mich. Häkeln, nähen, stricken. Er kann uns nicht freigeben. Meine Mutter verschließt sich unseren Fragen, ob sie ihn verlasse, ob die Verwandten sie mitnehmen. Einmal Heimat, immer Heimat, sagt sie nur, meine schöne Mutter. Sie hat große Schmerzen am Rücken, doch sie putzt und kocht, sie näht, häkelt und strickt.
Ihre bemehlten Hände, Hände, die Laken glätten und manchmal den Vogelflug am Morgenhimmel nachzeichnen, immer dann, wenn ich sie bitte, mein Lieblingsspiel aus der Kindheit vorzuführen. Ich sehe ihre flappenden Hände, die Schatten an der Zimmerwand, sie läßt die Handflügel auf- und absteigen, und dabei gibt sie Summlaute von sich, weil sie nicht pfeifen kann. Sie verlangt einen Gegengefallen, und ich schlage das Magazin auf, suche die Rubrik ›Die mondäne Frau‹ und lese ihr die Briefe vor, die die Stadtdamen an ›die sehr geehrte Frau Seelenverwandte‹ schreiben. Ich bin sehr angetan von Ihren Ratschlägen, heißt es da beispielsweise, aber ich fürchte, ich kann die Handcreme nach Ihrem Rezept nicht benutzen. Es liegt nicht an meinem bösen Willen.“

 

 1889971-2adcb96970c72e45f94d5a1b9b7f2478.JPG
Feridun Zaimoglu (Bolu, 4 december 1964)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Hendrik Conscience, Joseph Conrad, Herman Heijermans, Grace Andreacchi, Ugo Riccarelli, France Pre¨eren, F. Sionil José

De Vlaamse schrijver Henri (Hendrik) Conscience werd geboren in Antwerpen op 3 december 1812. Zie ook alle tags voor Hendrik Conscience op dit blog.

Uit: De Leeuw Van Vlaanderen Of De Slag Der Gulden Sporen

"Wee degene die mij raakt!" riep hij met kracht. "De raven van Vlaanderen zullen mij niet eten; zij vreten liever Frans vlees!"
"Val aan, lafaards!" riep De Chatillon tegen zijn knapen. "Val aan dan! Zie die bloodaards!--Zijt gij bang van een mes? Mocht ik mijn handen aan die Laat vuil maken; maar ik ben edel. Grauw tegen grauw, het is uw taak. Loopt hem dan over 't lijf."
Enige der omstaande ridders poogden De Chatillon te bedaren, doch de meesten stemden in deze daad en hadden de Vlaming gaarne aan een strop gezien. Ongetwijfeld zouden de knapen, door hun meesters opgehitst, de jongeling overvallen en verwonnen hebben; maar nu naderde de ridder die enige stappen van daar in diepe gepeinzen had gewandeld. Zijn kleding en uitrusting ging die der andere ridders ver in pracht te boven; het schild dat op zijn borst gewrocht was, droeg drie gulden leliën op een blauw veld, onder een graaflijke kroon. Dit beduidde dat hij van koningsbloede was.
"Hou op!" riep hij met streng gelaat tegen de knapen, en zich tot De Chatillon kerende sprak hij: "Mijnheer!... Gij schijnt te vergeten, dat ik Vlaanderen van mijn broeder en koning Philippe te leen heb. Die Vlaming is mijn vazal.--Gij hebt geen recht op zijn leven, mits hij mij alleen toebehoort."
"Zal ik mij dan door een boer bespotten laten?" vroeg De Chatillon met spijt. "Waarlijk Graaf, ik versta niet waarom gij altijd het geringe volk tegen de Edelen voorstaat. Zal die Vlaming zich beroemen dat hij een Franse ridder ongestraft gehoond heeft? En zegt gij het, Mijne heren, heeft hij de dood niet verdiend?"
"Mijnheer De Valois," antwoordde De St.-Pol, "verleen mijn broeder de kleine vertroosting, die Vlaming te zien hangen. Wat geeft het leven van die koppige Laat aan uw prinselijke Hoogheid?"
"Hoort, Mijne heren!" riep Charles de Valois met toorn. "Mij is uw losse taal ten hoogste onaangenaam. Het leven van een onderdaan is mij van groot gewicht, en ik begeer dat men de jongeling ongehinderd late. Te paard, Mijne heren! Te veel tijds is dit verspild."

 

 1846934-a1648268269a1b3a4040903e2dea5723.jpg
Hendrik Conscience (3 december 1812 – 10 september 1883)
De Slag der Gulden Sporen door Nicaise de Keyser, 1836

 

 

De Brits-Poolse schrijver Joseph Conrad werd geboren op 3 december 1857 in Berdichev, Rusland in een gezin met Poolse ouders. Zie ook alle tags voor Joseph Conrad op dit blog.

Uit: Lord Jim

“He shivered a little, and I beheld him rise slowly as if a steady hand from above had been pulling him out of the chair by his hair. Up, slowly- to his full height, and when his knees had locked stiff the hand let him go, and he swayed a little on his feet. There was a suggestion of awful stillness in his face, in his movements, in his very voice when he said ‘They shouted’- and involuntarily I pricked up my ears for the ghost of that shout that would be heard directly through the false effect of silence. ‘There were eight hundred people in that ship,’ he said, impaling me to the back of my seat with an awful blank stare. ‘Eight hundred living people, and they were yelling after the one dead man to come down and be saved. “Jump, George! Jump! Oh, jump!” I stood by with my hand on the davit. I was very quiet. It had come over pitch dark. You could see neither sky nor sea. I heard the boat alongside go bump, bump, and not another sound down there for a while, but the ship under me was full of talking noises. Suddenly the skipper howled, “Mein Gott! The squall! The squall! Shove off!” With the first hiss of rain, and the first gust of wind, they screamed, “Jump, George! We’ll catch you! Jump!” The ship began a slow plunge; the rain swept over her like a broken sea; my cap flew off my head; my breath was driven back into my throat. I heard as if I had been on the top of a tower another wild screech, “Geo-o-o-orge! Oh, jump!” She was going down, down, head first under me….
“He raised his hand deliberately to his face, and made picking motions with his fingers as though he had been bothered with cobwebs, and afterwards he looked into the open palm for quite half a second before he blurted out-
“‘I had jumped…’ He checked himself, averted his gaze…. ‘It seems,’ he added."

 

 1846934-a569e55035feaf320785a93ec414ab7c.jpg
Joseph Conrad (3 december 1857 – 3 augustus 1924)
Scene uir de film met Peter O'Toole als Lord Jim, 1965

 

 

De Nederlandse schrijver Herman Heijermans werd geboren op 3 december 1864 in Rotterdam. Zie ook alle tags voor Herman Heijermans op dit blog.

Uit: Diamantstad

“Joodje, dat hem zag staan met het valies in de hand, riep van de stoep van Casino, wenkend met schoenborstel. Ja, hij had nog wel tijd. Blinde tante Reggie wachtte 'm eerst tegen middag - hij voelde zich vuil-stoffig van de lange reis in den trein. Zijn valies zette hij neer en joodje plots vlug van bewegen, gemeenzaam van toon daar hij jóod voor zich had, stroopte de broekspijp, schuierde snel. Eleazar keek neer op den rug, bol-gebogen, rug vervormd naar de graat nooit recht van standing geweest. Grauwe, witte haren, stug als borstel-gepluim, vlerkten onder de pet, die had een los-tarnde klep. Op de stoep van morsige steenen, lei joodje als in knieling voor hem, verachtlijk van knechtschheid, spuug sputrend op borstel - joodje gebogen, grauw-klittig van haar, slavig van lichaam, voeten uitpuilend den flardenbroek.
‘....Wàrrem, mehèir....’
Het was bijna een schaamte dat hij den ander zoo lièt, wreed-gedienstig gebukt, eersten jood dien hij sprak. Maar 't bedenken was zòtheid, prikkel van overgevoelen nu hij weer stond in de huiving der ouwe vormen, in 't bruine, doffe getint der jodenkwartieren. En hij dacht er niet verder over, want zijn innigste aandacht dreef naar de Casino-ramen, twee, drie, vier vensters, met groepjes bezige joden. Achter dichtst-bijzijnd was stilte van kijken, hokking van lijven, buiging van koppen, oogen in lijning naar stukje papier dat op tafel lag, randen verwipt. Er waren er zes. Voorste, Pool van uitzien, hoofd groot en bleek met roodharen baardslieren, hield loep in de langvingrige hand, die dicht bij het stukje papier rustte. Zijn oogen kleinden in kippige kijking, wat de roode wenkbrauwen stoppelde saâm. Op het ros-kroezig haar, schuin gezakt, ovaalde een zwarte fantasiehoed, vreemd bij het bleekroode hoofd, ongewoon hoed te dragen. Bruin-zijden das, hoog-in-wrong om den hals, rimpelde aan langs het dunnende kroes van den nek. Het gelaat was melk-flets en vleezig, toch met hardere puiling van jukken."

 1846934-18bb815e6c00fc035168bf004c9d711c.jpg
Herman Heijermans (3 december 1864 – 22 november 1924)
Delftsevaart, Rotterdam, rond 1890

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Grace Andreacchi werd geboren op 3 december 1954 in New York. Zie ook alle tags voor Grace Andreacchi op dit blog.

 

The Lady And The Tyger - I

I know a fine Lady
Who swallowed a Tyger
It roared and it ripped
and it rumbled inside her.
 
She swallowed  a Tyger
I don't know why
If she swallows another
I guess she'll die.
 

*
 

The Lady And The Tyger - II

The Lady and the Tyger
Went a-walking in the wood.
Said the Lady to the Tyger -
You'd better be good!
 
The Tyger gave the Lady
A delicate smile of love,
The Lady gave the Tyger
A little white glove.
 
He put it in his pocket,
He never said a word.
(I had the whole story
from a little white bird.)
 
The Lady gave the Tyger
A little white rose,
The Tyger gave the Lady
A bite upon the nose.
 
The Tyger ate the Lady
with a runcible spoon.
(I had the whole story
from the Man in the Moon.)

 

 1846934-562eedeebf3b604f4daa4ca168461387.jpg
Grace Andreacchi (New York, 3 december 1954) 

 

 

De Italiaanse schrijver Ugo Riccarelli werd geboren op 3 december 1954 in Turijn. Zie ook alle tags voor Ugo Riccarelli op dit blog en ook mijn blog van 3 december 2010..

Uit: Der vollkommene Schmerz (Vertaald door Karin Krieger)

„Irgendwann wurden ihm die Tage zwischen Arbeit und Studium, ergänzt nur durch die Spaziergänge, mit denen er die sonntäglichen Pausen füllte, zu einsam und lang, und er gestand sich ein, daß er sie gern mit dem Zubrot von Worten versüßt hätte, die für ihn und nur für ihn bestimmt waren. Anders als seine zwei Mitbewohner war er weder ein großer Kneipengänger noch einer, der auf der Piazza das Tanzbein schwang. Zudem verbot ihm seine Stellung als Lehrer, durch die Gegend zu ziehen und jemanden in ein Gespräch zu verwickeln, das mehr war als ein höflicher Wortwechsel im Vorübergehen. Eine Möglichkeit bot sich allerdings. Da war die Witwe Bartoli, zum Greifen nahe, jederzeit freundlich und an ihm interessiert. Diskrete Fragen, kleine tägliche Aufmerksamkeiten, denen er zunächst mit Anstand ausgewichen war, die ihn jedoch behutsam umschmeichelt und mit der Zeit sogar aufgeheitert hatten.
Wenn er morgens aufwachte, eilte er schnurstracks zum Frühstück hinunter, um in den Genuß der Herzlichkeit zu kommen, die die Witwe für ihn bereithielt, und um zumindest eine Viertelstunde lang die glückliche, frühlingshafte Stimmung auszukosten, die von ihren Bewegungen und ihren Worten ausging, während sie die Tischgäste bediente. Nicht der Rede wert zu sein schien ein eigens für ihn zubereitetes Biskuit, ein leichtes Klopfen auf seine Schulter, um irgendein Stäubchen zu entfernen, ein Rockrascheln gegen den Stuhl, und doch fühlte sich der Maestro, gestärkt von jeder noch so kleinen Geste, danach mutig genug, um zur Arbeit zu gehen und sich der Welt zu stellen."

 

 1846934-d7aee7b7bb7657c6e1694b68bcbaee3b.jpg
Ugo Riccarelli (Turijn, 3 december 1954)
Turijn in de adventstijd

 

 

De Sloveense dichter en schrijver France Prešeren werd geboren op 3 december 1800 in Vrba. Zie ook alle tags voor France Prešeren op dit blog en ook mijn blog van 3 december 2010.

 

O, Vrba

O, Vrba, happy village, my old home -
My father's cottage stands there to this day.
The lure of learning beckoned me away.
Its serpent wiles enticing me to roam,

Else had I never known that heart's joy,
Sweet promise, could become a poisoned draught,
Not known myself of self-belief bereft,
Tossed in internal tempests like a toy.

A dowry riches never could surpass,
A faithful heart, a hand that's made for work,
Would have come with a chosen country lass

Serenely onward would have sailed my bark,
My house from fire, my corn from hailstorm loss
Safeguarded by my neighbour near, Sain Mark.

 

Vertaald door  Alasdair Mackinno

 

 

Baptism on the Savica (Fragment)

Valjhun, the son of Kajtimar, extended
The Christian faith by long and bloody fight
ing;
Avreli, Droh, no more with him contended;

They've come to grief, their lives and others' plighting,
And Carniolan, Carantanian valleys
Are surely filled with lakes of blood affrighting.

No brave commander still his army tallies,
They've fallen all in mould'ring valediction;
Excepting Crtomir, whose band yet rallies.

The youngest, he defends the old conviction,
His fathers' faith in ´iva, gods and spirits,
Beyond the clouds their lofty jurisdiction.

With each one who this false belief inherits
To Bistric' vale as fugitive he's straying,
To Bohinj's refuge and its towering turrets,

A ruin high upon the mountain graying,
The last redoubt in Crtomir's possession,
Today the Heathens' Fort for our surveying.

 

 1846934-0f708215618565ed62a6d1bf396b2668.jpg
France Prešeren (3 december 1800 – 8 februari 1849)
Standbeeld in Kranj

 

 

De Filipijnse schrijver F. Sionil José werd geboren op 3 december 1924 in Rosales, Pangasinan. Zie ook alle tags voor F. Sionil José op dit blog en ook mijn blog van 3 december 2010.

Uit: Dusk

““But God, I don’t doubt You. I can see You in the morning, in the dew on the grass. Should I worship You in silence, without the obeisance and obedience to Your ministers? Should I stop singing and, within me, let my deeds speak of my belief and gratitude in Your greatness?
The men who taught us of Your presence, who opened the doors of Your temple that I may see the light – they are white like You. Are You then the god of white people, and if we who are brown worship You, do we receive Your blessings as white men do?
I pray that You be not white, that You be without color and that You be in all men because goodness cannot be encased only in white.
I should worship then not a white god but someone brown like me. Pride tells me only one thing – that we are more than equal with those who rule us. Pride tells me that this land is mine, that they should leave me to my destiny, and if they will not leave, pride tells me that I should push them away and should they refuse this, I should vanquish them, kill them. I have known long ago that their blood is the same as mine. No stranger can come battering down my door and say he brings me light. This I have within me.”

(…)

“Don Jacinto did not reply; perhaps he understood that there was no measure for love of country except in sacrifice, and why ask the poor for more sacrifices? It was the comfortable, the rich like himself--although Istak did not put it this way--who should express it with their wealth. The poor had only their lives to give.”

 

 1846934-c84c9afee33f90dac3d5c7efc719a156.jpg
F. Sionil José (Rosales, 3 december 1924)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e september ook mijn blog van 3 december 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:26 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten