Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 30 januari 2016 tot 31 januari 2016

Anton Korteweg, Alfred Kossmann, Anna Blaman, Henk van Straten, Jozef Eijckmans, Marcus Roloff, Norman Mailer, Stefan Beuse

De Nederlands dichter en neerlandicus Anton Korteweg werd geboren in Zevenbergen op 31 januari 1944. Zie ook alle tags voor Anton Korteweg op dit blog.

 

Weggaan

Als een auto die lang in de regen gestaan heeft
optrekt en wegrijdt, blijft waar hij stond achter
een plek die zich van de rest van de straat
onderscheidt, even nog, tot hij ook nat is
en niet afzonderlijk meer bestaat.

Dat is wat blijft als je weggaat.

 

 

Leerling

Iedere ochtend gaat hij trouw naar school,
door weer en wind, van kilometers ver
- moe heeft z'n brood gesmeerd, hem uitgezwaaid -.
Hij zet z'n fiets weg, en haast zich gedwee
naar het lokaal. Gaat zitten. Dan 't gebed:

Dat ze vandaag maar weer kracht-van-omhoog
ontvangen mogen en hun werk met ijver
volbrengen. Amen. Dan begint de les.

Zo gaat dat alle dagen door. Hij leert
en leert en leert en doet goed zijn best.
En later zal hij veel verdienen en vanuit
de hoogte neerzien op het ouderlijke nest.

 

 

Een goed huwelijk

Een goed huwelijk is meer dan alleen
stil en ongedwongen alles voor elkander doen, zodat
je op den duur elkanders beê voorkomt. Nee.

Af en toe moet je ook eens communiceren
over de dingen waar het werkelijk op aan komt in
dit bestaan: brood voor het hart, van mens tot mens

Spreken. Vraagt bijvoorbeeld de liefste naar de zin
van dit haar leven, antwoord dan:
'Dat is een goeie vraag, m'n lief' - en zwijg.

 

 1871348-bfa5091b28cdec3cd3c1dfba5fee92e3.jpg
Anton Korteweg (Zevenbergen, 31 januari 1944)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Alfred Kossmann werd geboren op 31 januari 1922 in Leiden. Zie ook alle tags voor Alfred Kossmann op dit blog.

 

Romance

Grootvader Dood, de oude wellusteling,
de steeds kakelende kaalkop, vertelde onder de linde,
op zondagavonden als de fanfare
geweldig toeterend de zomer vierde
aan zijn al haast gestorven kameraden,
dat hij, verborgen achter luidruchtig bloeiende struiken,
't spel van de meisjes had bespied
die op hun handen over de weide liepen,
schaterend, bloot,
en dan ineens met ingetogen ogen
verbaasd rechtop stonden en de rok glad streken langs hun
benen.

De moeders vreesden hem op vrijdagavond
als zij met handen week van zeep hun kind
streelden in 't bad. Het lieve lijfje werd
in 't water zo gedwee.
Maar als het rillend in de keuken stond
droogden zij het met ruwe streken af,
dachten bestraffend: Hoer, je giechelde
toen je op je handen liep wetend hoe naakt je was
en achter de struiken, plotseling maar verwacht,
de glinsterende ogen zag van Grootvader Dood.

's Nachts echter droeg vaak een oude, kreupele boerin
een slapend meisje naar een huis aan de rand van het dorp,
klopte vluchtig, ging naar binnen, zei tot de bewoner
die wakker werd in zijn muf bed: 'Grootvader Dood,
zegen haar.'
Hij, kaal, mager, groot, een man zonder blik of jaren,
sloeg een kruis over haar schoot,
sprak als de zomer, als een trompet, sprak:
'Zij zal baren.'

 

 1871348-5bc34aeae8024eadfba9d101beb3ce3f.jpg
Alfred Kossmann (31 januari 1922 - 27 juni 1998)
Leiden

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anna Blaman werd geboren op 31 januari 1905 te Rotterdam. Zie ook alle tags voor Anna Blaman op dit blog.

Uit: Eenzaam avontuur

“Dit is wat jij. Alide‚ ook weet. Ik was zestien jaar toen ik het blauwe paleis voor ’t eerst zag. Ik maakte met wat vrienden een reis naar deFranse Vogezen Op een avond ging ik alleen de berg af naar het dorp in het dal om een paar brieven te posten. Toen ik terugkeerde nam ik avontuurlijk een andere weg en verdwaalde. Halverwege de berg op kon ik niet verder. doordat de weg afzwenkte van de richting die ik zeker gaan moest. Ik besloot dwars door het struikgewas te gaan in de richting die ik de goede dacht en merkte toen dat ik toch bergafwaarts ging en kwam ten slotte in een dal terecht dat ik nog niet kende. Het was ondertussen donker geworden en ik keek uit naar een verlicht huis om desnoods onderdak te vragen. Toen ontdekte ik het blauwe paleis. Er waren blauwstenen terrassen rondom en Griekse zuilen. Grote booglampen staken uit de gevels en de terrassen lagen in een merkwaardig blauw licht. Er waren vele vensters waarvoor echter zorgvuldig gordijnen dichtgetrokken waren; toch merkte je datalle kamers verlicht moesten zijn Er begon zacht een radio te spelen; het was walsmuziek, week en slepend. Plotseling verschenen op het terras een man en een vrouw. De man was in avondkostuum en de vrouw droeg een wit gewaad. Ze keerden zich naar elkaar toe zodat ik hun profielen zag. Ik vond ze beiden buitengewoon mooi. Ze begonnen een hartstochtelijk gesprek in een vreemde taal. Het was een stroom diepe tedere bekentenissen vanweerszijden- De vrouw hield het hoofd wat achterover en sprak met donkere smekende bezwerende stem. De man keek haar diep aan en onderbrakhaar hees en smeekte en bezwoer op zijn beurt. Het was een korte hartstochtelijke beurtzang en daarachter zong de radio z’n slepende wals.”
 

 1871348-ef1a2d250fd783f9c0ab121adc41f6f1.jpg
Anna Blaman (31 januari 1905 - 13 juli 1960)
Portret door Paul Citroen, 1950

 

 

De Nederlandse schrijver, journalist en columnist Henk van Straten werd geboren in Rotterdam op 31 januari 1980. Zie ook alle tags voor Henk van Straten op dit blog.

Uit: Smet

"Nonsens! U bent al net zo naïef als de rest. Luister een vriend van me heeft een Jeep Cherokee, zo'n grote, dikke, vette zwarte. Hij is er gek op, heeft zelfs een bordje aan de buitenmuur van z'n huis geschroefd met daarop Jeep Parking Only. En dan kom ik bij hem op bezoek en zie ik naast de tv die documentaire van Al Gore liggen, over de gevaren van het broeikaseffect. Die film ligt daar gewoon omdat het een populaire film is, omdat hij zo mooi ligt op je Ikea-salontafel. Luister, het is vanwege dat soort morele hocus pocus dat we er allemaal aan gaan. Niemand lijkt in de gaten te hebben dat de dag echt gaat komen. De dag dat het allemaal voorbij is. Dan kun je nog zo'n ster zijn in cognitieve dissonantie, maar het einde komt ook voor jou. Nogmaals, is het het niet broeikaseffect, dan is het wel iets anders. We zijn erg grondig wat dat betreft; we schijten niet op slechts één plekje in onze eigen huiskamer. We kakken gelijktijdig op de bank, achter de tv, op het dressoir en lekker diep in de kast. De stank is overal. Bij alles wat we doen zouden we gebukt moeten gaan onder schaamte en schuldgevoel. Maar we hebben geen moraal, geen geweten en zelfbewustzijn. We kopen een stukje zalm met een logootje dat moet duiden op verantwoordelijke vangst, en we flikkeren dat vervolgens in een plastic wegwerptasje om daarna tevreden thuis de thermostaat lekker hoog te zetten voor een een avondje middelmatige televisie. We zijn net als die man in dat boek, hoe heet hij, die ontwaakt als een dikke, vette kakkerlak. En niemand die ons te hulp zal schieten. Het is nu een kwestie van wachten. Wachten op het einde."

 

 1871348-456c295e1a6af0fcd8ef6c50f462987b.jpg
Henk van Straten (Rotterdam, 31 januari 1980)

 

 

De Nederlandse dichter Josephus Egidius Eijckmans werd geboren in Gorinchem op 31 januari 1907. Zie ook alle tags voor Jozef Eijckmans op dit blog.

 

het wit is
wat het is:

men kan er over lopen zonder
pijn te doen

zo komt dan het wit onmenselijk
tegen het woord aan te staan verglijdend

stilaan zonder moeite
zonder onderzoek

het is de verdwijning van het nooit
geziene voor de verschijning al

het is de cirkelgang
van het niets

 

 

Winter

ook dood schrijft niet meer
koude zon
of
licht aan de hemel (laatste
krachten) waarmee
zij schreven
want ook dood wil niets meer kwijt
van tijd of waan:
mens
zandweg
stad in de regen
blindeman
zo het nu rondtast
kilte grondwater tochtvlam
blindeman
om het even

 

 1871348-ddc6d34abcc25b1672885edf9c9c2d14.jpg
Jozef Eijckmans (31 januari 1907 – 12 november 1996)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Marcus Roloff werd geboren op 31 januari 1973 in Neubrandenburg. Zie ook alle tags voor Marcus Roloff op dit blog.

 

wiepersdorfer gespräche

hier also sind park & zeit
zu ende. sag ich zu zeus, dem verwitterten, dem schein

ich ein museums-, keller-, daseinsvertreter
zu sein, jedenfalls der mit dem grundbuch. ich glaube
er nimmt mich nicht ernst. meint, hier stehe alles
unter antennenlicht still. außerdem sei nichts und

das sei der tod in gestalt des raumes. dieses
ahistorische areal, die baumgruppenhaufen
mit eternita. alles nur drei-, zwei-,
einbildung wie der, von ihm, mir zugewiesene platz

gleich neben der da, der allseits bemoosten ––

 


südfriedhof

wir werden hier sein noch 2090, beschwerden
schreiben über das penetrante rauschen der grablicht-

maschinen (einflugschneise), im getöse gleich neben sankt
wendel hängen gießkannen an haken, den meinen

(den toten) scheint der blick auf den sonnenhügel
(seniorensilo plus minus wellness; schlafkaserne) an der

mailänder straße angemessen, sie bin ich (ich bin
sie): möller und sinkewitz, kretschmar und hoffmann

und im herzen die zukunft (porträts von partei-
arbeitern; aus nichtraucherhaushalt, minimal berieben, nur

leichte alters- und lagerspuren, dietzverlag '63) meinen weg-
weisungen nach, nah meinen händen warm wie ein pferd

 

 1871348-9294817af7215f546d8df0d79113d926.jpg
Marcus Roloff (Neubrandenburg, 31 januari 1973)

 

 

De Amerikaanse schrijver Norman Mailer werd op 31 januari 1923 in Long_Branch, New Jersey geboren. Zie ook alle tags voor Norman Mailer op dit blog

Uit: The Naked And the Dead

„Gallagher grunted scornfully. "What the hell! With your kind of luck you don't have to figure your money. All you need is an arm to pick it up with."
Wilson giggled. "That's right, boy, but it's gonna have to be a mighty powerful arm." He laughed again with an easy, almost childish glee and began to deal. He was a big man about thirty years old with a fine mane of golden-brown hair, and a healthy ruddy face whose large features were formed cleanly. Incongruously, he wore a pair of round silver-rimmed glasses which gave him at first glance a studious or, at least, a methodical appearance. As he dealt his fingers seemed to relish the teasing contact of the cards. He was daydreaming about liquor, feeling rather sad because with all the money he had now, he couldn't even buy a pint. "You know," he laughed easily, "with all the goddam drinkin' Ah've done, Ah still can't remember the taste of it unless Ah got the bottle right with me." He reflected for a moment, holding an undealt card in his hand, and then chuckled. "It's just like lovin'. When a man's got it jus' as nice and steady as he wants it, well, then he never can remember what it's like without it. And when he ain't got it, they ain't nothin' harder than for him to keep in mind what a pussy feels like. They was a gal Ah had once on the end of town, wife of a friend of mine, and she had one of the meanest rolls a man could want. With all the gals Ah've had, Ah'll never forget that little old piece." He shook his head in tribute, wiped the back of his hand against his high sculptured forehead, brought it up over his golden pompadour, and chuckled mirthfully. "Man," he said softly, "it was like dipping it in a barrel of honey." He dealt two cards face down to each man, and then turned over the next round.
For once Wilson's hand was poor, and after staying a round because he was the heavy winner, he dropped out. When the campaign was over, he told himself, he was going to drum up some way of making liquor. There was a mess sergeant over in Charley Company who must have made two thousand of them pounds the way he sold a quart for five pounds. All a man needed was sugar and yeast and some of them cans of peaches or apricots. In anticipation he felt a warm mellow glow in his chest. Why, you could even make it with less. Cousin Ed, he remembered, had used molasses and raisins, and his stuff had been passing decent.
”

 

 1871348-77574f8dcec02cdcd174815094e7e8f6.jpg
Norman Mailer (31 januari 1923 – 10 november 2007)
 

 

 

De Duitse schrijver Stefan Beuse werd geboren op 31 januari 1967 in Münster. Zie ook alle tags voor Stefan Beuse op dit blog.

Uit: Alles was du siehst

»Tut mir Leid, dass ich spät bin.« Ich schüttelte die Hand des Professors, die warm war und fest: »Mein Gepäck ist nicht mitgekommen; ich musste pausenlos Formulare ausfüllen und mir anhören, dass es vermutlich Tage dauert, bis es gebracht wird.«
Der Professor starrte auf etwas hinter meinem Rücken. Vielleicht hatte er mich nicht richtig verstanden. Oder er war durch was immer er sah so abgelenkt, dass er mich gar nicht mehr wahrnahm.
»Na ja«, sagte ich, »Rasierzeug kann ich zur Not nachkaufen, und an der Universität gibt es bestimmt einen Computer, den ich so lange benutzen darf ...« Der Professor stand noch immer wie versteinert. Ich drehte mich um, sah aber nichts Besonderes. Vielleicht hatte ich einfach zu leise gesprochen. Eine Nacht und einen Tag hatte ich mich nur durch Gesten verständigt; nein, kein Kopfhörer für mich, ja, ich nehme noch einen Kaffee, natürlich können Sie abräumen, ich rühre das Essen auch später nicht an, und eine Decke wäre gut. Ich hatte mich wohl gefühlt in der Welt jenseits der Worte und fand es anstrengend, sie wieder verlassen zu müssen.
»Kommen Sie.« Auf einmal drehte er sich um und machte eine Geste, die momentlang ausgesehen hatte, als wollte er mich auffordern, seine Hand zu nehmen. »Kommen Sie, wir sollten längst da sein.«
Er vergrub die Hände in den Hosentaschen und ging voraus, die Schultern hochgezogen, den Kopf leicht nach vorn geneigt: Professor Lawrence Ludwig Nunn kam mir vor wie aus Elementen zusammengesetzt, die zu keiner Einheit finden wollten, seine taumelnde Art zu gehen wie eine logische Konsequenz mangelhafter Verschraubung. Er trug eine grob gegerbte braune Lederjacke, und am Ende seiner stelzendünnen, von etwas zu kurzen Anzughosen umschlotterten Beine Halbschuhe, die nicht nur zu kalt für die Jahreszeit waren, sondern mindestens zwei Nummern zu groß, was den holzpuppenartigen Charakter seines Gangs noch verstärkte. Spätestens jetzt, dachte ich, wäre es an der Zeit, ihn auf meinen Auftrag anzusprechen. Bisher wusste ich nur, dass es um die angebliche Zwillingsschwester dieses Verrückten ging, Aaron Singer, ein Schriftsteller, der sich vor wenigen Wochen den Kopf weggeschossen hatte. Doch der Professor stolperte so schnell voran, dass ich kaum Schritt halten konnte. Ich folgte ihm zum Ausgang, dem Schneesturm entgegen, der mir schon während des Fluges die Sicht auf das Appalachenplateau und die Finger Lakes genommen hatte, jene seltsame Formation von Seen in der Mitte des Staates New York, die auf der Karte aussahen wie Kratzspuren einer Pranke, die verzweifelt nach Halt gesucht und sich dabei tief ins Sedimentgestein gegraben hatte, in ein von Trogtälern durchzogenes ehemaliges Gletschergebiet.“

 

1871348-e3cd58225a31a76bfabec09f488f9318.jpg
Stefan Beuse (Münster, 31 januari 1967)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e januari ook mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:15 Reageer op dit bericht

Marie Luise Kaschnitz, Benoîte Groult, Kenzaburo Oe, Kurt Marti, John 'O Hara, Zane Gray, Anthony Winkler Prins, Maria Elisa Belpaire, Jean de Crèvecoeur

De Duitse dichteres en schrijfster Marie Luise Kaschnitz werd geboren op 31 januari 1901 in Karlsruhe. Zie ook alle tags voor Marie Luise Kaschnitz op dit blog.

 

Nicht gesagt

Was von der Sonne zu sagen gewesen wäre
Und vom Blitz nicht das einzige Richtige
Geschweige denn von der Liebe.
Versuche. Gesuche. Mißlungen
Ungenaue Beschreibung

Weggelassen das Morgenrot
Nicht gesprochen vom Sämann
Und nur am Rande vermerkt
Den Hahnenfuß und das Veilchen.

Euch nicht den Rücken gestärkt
Mit ewiger Seligkeit
Den Verfall nicht geleugnet
Und nicht die Verzweiflung

Den Teufel nicht an die Wand
Weil ich nicht an ihn glaube
Gott nicht gelobt
Aber wer bin ich daß

 

 

Bräutigam Froschkönig

Wie häßlich ist
Dein Bräutigam
Jungfrau Leben

Eine Rüsselmaske sein Antlitz
Eine Patronentasche sein Gürtel
Ein Flammenwerfer
Seine Hand

Dein Bräutigam Froschkönig
Fährt mit Dir
(Ein Rad fleigt hierhin, eins dorthin)
Über die Häuser der Toten

Zwischen zwei
Weltuntergängen
Preßt er sich
In Deinen Schoß

Im Dunkeln nur
Ertastest Du
Sein feuchtes Haar

Im Morgengrauen
Nur im
Morgengrauen
Nur im

Erblickst Du seine
Traurigen
Schönen
Augen.

 

 1871338-36f3463ffc5bb568a76583bc37b5d706.jpg
Marie Luise Kaschnitz (31 januari 1901 – 10 oktober 1974)

 

 

De Franse schrijfster Benoîte Groult werd geboren op 31 januari 1920 in Parijs. Zie ook alle tags voor Benoîte Groult op dit blog.

Uit: Les Vaisseaux du Coeur

“J’étais convaincue en commençant cette décennie là qu’elle serait la plus définitive et la plus riche de mon existence. En la finissant, je m’aperçu avec émerveillement que je pouvais encore repartir de zéro et avec stupeur que sur mes « dix plus belles années », j’en avais passé cinq à être malheureuse. C’était beaucoup trop et je m’en suis longtemps voulu d’avoir ainsi stagné dans la déréliction. Mais il faut bien faire l’expérience du malheur un jour ou l’autre et sans doute est-ce à 25 ans qu’on peut l’affronter sans dégâts irréparables. Je suis, hélas, une personne à la fois dénuée d’amour-propre et douée d’une grande tolérance au malheur : j’ai donc mis des années avant de trouver mon état conjugal insupportable et, ce qui est plus grave, nocif… Le jour où je me rendis compte que je n’avais pas regardé d’autre homme en cinq ans que celui précisément qui me faisait souffrir, état d’esprit dont l’extrême banalité ne semble pas décourager les victimes, féminines en particulier, la délivrance fut fulgurante et la convalescence délectable… Le jour ou mon malheur emprunta la forme précise d’une metteuse en scène qui l’accompagnait depuis des années dans ses déplacements professionnels, la lumière se fit et mon soulagement fut si vif que cette épouse humble et crédule que j’avais été me devint en peu de jours une étrangère… Nous avons divorcé sans trop de casse, aux torts réciproques, « l’enfant étant confié à sa mère en raison de son jeune age », formule lénifiante qui ménage l’amour propre des pères, dont la plupart à cette époque auraient considéré comme une catastrophe de se retrouver « libres » avec un enfant sur les bras.”

 

 1871338-92dd7fe80452ced7069d9ed6f57d25cc.jpg
Benoîte Groult (Parijs, 31 januari 1920)
 

 

De Japanse schrijver Kenzaburo Oe werd op 31 januari 1935 geboren in het dorp Oso op het eiland Shikoku. Zie ook alle tags voor Kenzaburo Oe op dit blog.

Uit: Prize Stock (Vertaald door John Nathan)

"Hey! Have you heard?" he shouted, slamming me on the shoulder.
"Have you?"
"Heard?" I said vaguely.
"That plane yesterday crashed in the hills last night. And they're looking for the enemy soldiers that were in it, the adults have all gone hunting in the hills with their guns!"
"Will they shoot the enemy soldiers?" my brother asked shrilly.
"They won't shoot, they don't have much ammunition," Harelip explained obligingly, "They aim to catch them!"
"What do you think happened to the plane?" I said.
"It got stuck in the fir trees and came apart," Harelip said quickly, his eyes flashing. "The mailman saw it, you know those trees."
I did, fir blossoms like grass tassles would be in bloom in those woods now. And at the end of summer, fir cones shaped like wild bird eggs would replace the tassles, and we would collect them to use as weapons. At dusk then and at dawn, with a sudden rude clatter, the dark brown bullets would be fired into the walls of the storehouse. . . .
"Do you know the woods I mean?"
"Sure I do. Want to go?"

 

 1871338-704e8cecb3045c6a43f58d95f8427b31.jpg
Kenzaburo Oe (Oso, 31 januari 1935)

 

 

De Zwitserse dichter en schrijver Kurt Marti werd geboren op 31 januari 1921 in Bern. Zie ook alle tags voor Kurt Marti op dit blog.

 

Jezus
 
1
met een schaar vrienden (vriendinnen ook)
door de dorpen en steden van galilea trekkend
genas hij zieken en vertelde hij verhalen
over de hartstocht van de god der eeuwen voor de wereld

2
voorrechten van de betere standen betekekenden niets voor hem
dagelijks ging hij om met dagloners en tollenaars
als ergens gebrek aan voedsel of drank was
deelde hij vissen uit en brood en wijn aan velen

3
geweld van machthebbers verachtte hij
geweldlozen heeft hij de aarde beloofd
zijn thema: gods toekomst op aarde
het einde van de macht van mensen over mensen

4
in een patriarchale wereld bleef hij de zoon
en een verdediger van onmondige vrouwen en kinderen
wilden galileeërs hem zelf tot koning verheffen? hij echter
ging op naar jeruzalem: recht in de val van zijn tegenstanders

 

Vertaald door Piet Thomas

 

 1871338-f1700db460f0d248ba43b9f394995da2.jpg
Kurt Marti (Bern, 31 januari 1921)

 

 

De Amerikaanse schrijver John 'O Hara werd geboren op 31 januari 1905 in Pottsville, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor John 'O Hara op dit blog

Uit:Appointment in Samarra

“The “coal and iron” police in the anthracite region have been so unimportant since the unionization of the mines that they seldom are mentioned. A candidate for governor of Pennsylvania cannot be elected without the support of the U.M.W.A., and the Pennsylvania State Police never are called “black Cossacks” in the anthracite region. A candidate for any political office in the anthracite counties would not think of having anything printed without getting the typesetters’ union label on his cards and billboards. The union is responsible for the Pennsylvania mining laws, which are the best in the world (although not yet the best there could be), and labor conditions, so far as labor strife was concerned, were all right in 1930, and had been all right since the disastrous strike of 1925. At that time the union called a strike which lasted 110 days, the longest strike in anthracite history. There was no violence beyond the small squabble, and there was no starvation among the miners. But anthracite markets disappeared. Domestic sales were hurt permanently; the oil burner was installed in thousands of homes. Anthracite is practically smokeless, and was satisfactory to its home owners, but they could not get anthracite during the strike, and when the oil burner was installed there was no point going back to coal. And so, as a result of the 1925 strike, the anthracite industry went back to work without nearly the demand for the product that there had been when the strike was called 110 days before. There had been another long strike in 1922, and the two strikes taught consumers that the industry was not dependable. The feeling was that any time the union felt like it, it would call a strike, shutting off the supply of anthracite.”

 

 1871338-1666608cca78ca3fcd8838941c8e45f2.jpeg
John 'O Hara (31 januari 1905 - 11 april 1970)
Cover

 

 

De Amerikaanse schrijver Zane Grey werd geboren op 31 januari 1872 in Zanesville, Ohio. Zie ook alle tags voor Zane Grey op dit blog.

Uit: The Call of the Canyon

“What subtle strange message had come to her out of the West? Carley Burch laid the letter in her lap and gazed dreamily through the window.
It was a day typical of early April in New York, rather cold and gray, with steely sunlight. Spring breathed in the air, but the women passing along Fifty-seventh Street wore furs and wraps. She heard the distant clatter of an L train and then the hum of a motor car. A hurdy-gurdy jarred into the interval of quiet.
"Glenn has been gone over a year," she mused, "three months over a year-- and of all his strange letters this seems the strangest yet."
She lived again, for the thousandth time, the last moments she had spent with him. It had been on New-Year's Eve, 1918. They had called upon friends who were staying at the McAlpin, in a suite on the twenty-first floor overlooking Broadway. And when the last quarter hour of that eventful and tragic year began slowly to pass with the low swell of whistles and bells, Carley's friends had discreetly left her alone with her lover, at the open window, to watch and hear the old year out, the new year in. Glenn Kilbourne had returned from France early that fall, shell-shocked and gassed, and otherwise incapacitated for service in the army--a wreck of his former sterling self and in many unaccountable ways a stranger to her. Cold, silent, haunted by something, he had made her miserable with his aloofness. But as the bells began to ring out the year that had been his ruin Glenn had drawn her close, tenderly, passionately, and yet strangely, too.
"Carley, look and listen!" he had whispered.
Under them stretched the great long white flare of Broadway, with its snow-covered length glittering under a myriad of electric lights. Sixth Avenue swerved away to the right, a less brilliant lane of blanched snow. The L trains crept along like huge fire-eyed serpents. The hum of the ceaseless moving line of motor cars drifted upward faintly, almost drowned in the rising clamor of the street. Broadway's gay and thoughtless crowds surged to and fro, from that height merely a thick stream of black figures, like contending columns of ants on the march. And everywhere the monstrous electric signs flared up vivid in white and red and green; and dimmed and paled, only to flash up again.”

 

 1871345-2f07f29d6b3ee43943bc84e43bd60c42.jpg
Zane Grey (31 januari 1872 – 23 oktober 1939)
 

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter en dominee Anthony Winkler Prins werd geboren te Voorst op 31 januari 1817. Zie ook alle tags voor Anthony Winkler Prins op dit blog.

 

Onweder

De lucht is zwart, en sluit een enge kring
Van wolken om het aardrijk heen,
En pakt zich zwijgend meer en meer op één.
Geen enkel koeltje geeft verademing;
De noordewind, die afwaait van de zee,
Voert in zijn vlucht zelfs hitte en stiklucht mee.

Natuur is stil; - het lied der voglen zwijgt,
Slechts ’t rundvee loeit, versmachtend en verhit,
En ’t vurig ros, ontslagen van ’t gebit*,
Ligt nu op ’t gras aêmechtig* neer en hijgt.
De zee ruist dof, als zag de woeste vloed
Met schrik het eind der spanning te gemoet.

De nacht is daar, doch zie! een dubble nacht
Ontrolt zijn sluier plechtig over de aard:
Geheimvol dreigt het somber wolkgevaart,
Met bliksemschicht en donderbui bevracht.
De ganse lucht, de zee, het aardrijk, is
Een groot toneel van sombre duisternis.

Daar schiet op eens de felle bliksemschicht
De donkre wand der wolkenwoning door,
En land en zee vertoont zich in die gloor
Aan ’t oog, dat zich verheft bij ’t flikkrend licht:
Daar rolt op eens de doffe donder rond,
En de echo galmt in ’t dreunen van de grond.

 

 1871338-a05a6ee59e86ee1fa3f0df14fe87cc75.jpg
Anthony Winkler Prins (31 januari 1817 – 4 januari 1908)
 

 

 

De Vlaamse dichteres en schrijfster Maria Elisa Belpaire werd geboren te Antwerpen op 31 januari 1853. Zie ook alle tags voor Maria Elisa Belpaire op dit blog.

 

Twee liedekens in den zelfden trant

I.
Ik zat te bidden in de kerk -
Daar schoot een straal door de oude ramen
En lag, een tintlend kleurenwerk,
Op 't koude marmer; en te zamen
Smolt purper, hemelsblauw en rood:
De matte vloer juweelen bood.
 
‘Ach!’ dacht in 't binnenste mijn ziel,
‘Gij zijt dit marmer dof en koud
Waarop de rijke weerglans viel
Van levend purper, schittrend goud.
Gij zijt die nederige steen;
Maar 's Heeren licht speelt om u heen.
 
O liefdeglans! O gratiegloed!
Herschep mijn leven koud en duister;
Werp op het marmer van 't gemoed
Uw duizendkleurig licht en luister.
Daal neder, zonne, van omhoog;
Verblijd met kleurenglans het oog!

 

 1871338-bfde17748aa1f4e03996a18076d9d26c.jpg
Maria Elisa Belpaire (31 januari 1853 – 9 juni 1948)
Portret door  Kamiel Van de Velde, z.j.

 

 

De Amerikaanse schrijver (van Franse afkomst) Michel-Guillaume Jean de Crèvecoeur werd geboren op 31 januari 1735 in Caen. Zie ook alle tags voor Jean de Crèvecœur op dit blog.

Uit: Letters from an American Farmer

“Our minister took the letter from my wife, and read it to himself; he made us observe the two last phrases, and we weighed the contents to the best of our abilities. The conclusion we all drew, made me resolve at last to write.
You say you want nothing of me but what lies within the reach of my experience and knowl-edge; this I understand very well; the difficulty is, how to collect, digest, and arrange what I know? Next you assert, that writing letters is nothing more than talking on paper; which, I must confess, appeared to me quite a new thought. — ^Well then, observed our minister, neighbour James, as you can talk well, I am sure you must write tolerably well also; imagine, then, that Mr. F. B. is still here, and simply write down what you would say to him.
Suppose the questions he will put to you in his future letters to be asked by him viva voce, as we used to call it at the college; then let your answers be conceived and expressed exactly in
the same language as if he was present. This is all that he requires from you, and I am sure the task is not difficult. He is your friend : who would be ashamed to write to such a person?
Although he is a man of learning and taste, yet I am sure he will read your letters with pleasure : if they be not elegant, they will smell of the woods, and be a little wild ; I know your turn, they will contain some matters which he never knew before. Some people are so fond of novelty, that they will overlook many errors of language for the sake of information.
We are all apt to love and admire exotics, tho* they may be often inferior to what we possess; and that is the reason I imagine why so many persons are continually going to visit Italy. —
That country is the daily resort of modem travellers.”

 

 1871338-5d4866d53f7eebd1a5aaf541f837876e.jpg
Jean de Crèvecœur ( 31 januari 1735 – 2 november 1813)
Caen, de kerken Saint-Étienne-le-Vieux en op de achtergrond Notre-Dame-de-la-Gloriette.

Geschreven door Romenu om 14:10 Reageer op dit bericht

Hasso Krull

De Estse dichter Hasso Krull werd geboren op 31 januari 1964 in Tallinn. Na de middelbare school studeerde hij Estse taal en literatuur aan de Pedagogische Universiteit in Rallinn. In 1998 verdedigde hij zijn proefschrift over het vertalen van Jacques Lacan's psychoanalytische theorie.Vanaf 1990 doceerde hij met kleine onderbrekingen literaire theorie aan het Estse Instituut voor Geesteswetenschappen. Krull schreef talloze boeken, waaronder Meeter ja Demeeter (Meter en Demeter, 2004); Talv (Winter, 2006) en Neli korda neli (Vier keer vier, 2009). Hij publiceerde ook essays in kranten en tijdschriften, waarvan er een aantal werd gebundeld in Millimallikas (Medusa, 2000) en Paljusus ja ainulisus (Pluraliteit en singulariteit, 2009). Bovendien vertaalde Krull werk van Jacques Derrida, Paul Valéry, Allen Ginsburg en andere bekende schrijvers en filosofen. Hij ontving onder meer de Literatuurprijs van de Baltische Assemblee, twee essayprijzen en twee poëzieprijzen van het Cultuurinstituut van Estland, een Juhan Liiv Poëzieprijs, een Ivar Ivask Werkbeurs en een docentenprijs van de Universiteit van Tallinn. Zijn werk is vertaald in talloze talen, waaronder in het Fins, Zweeds, Engels, Duits, Spaans en Russisch.

 

Kijk hem

Kijk hem. Waarom is die man verdrietig?
Is er iets gebeurd? Ik weet het niet. Misschien wel.
Misschien inderdaad. Misschien is er inderdaad iets gebeurd.
Maar misschien ook niet. Misschien is hij helemaal niet verdrietig.
 
Misschien was het gisteren. Maar misschien niet.
Misschien wel. Misschien een paar dagen eerder.
Misschien nooit. Misschien toch een keer.
Er werd stevig gedronken. Misschien meer dan goed was.
 
Misschien minder. Er had misschien meer gedronken moeten worden.
Er was toch een meer? Waarom heb je het meer niet leeggedronken?
Maar misschien was er geen meer. Maar meer een rivier.
Misschien zelfs de zee. Misschien was er helemaal geen water.
 
Misschien was er een meisje. Misschien een ander meisje.
Is er iets gebeurd? Ik weet het niet. Misschien wel.
Maar misschien niet. Er werd vreselijk gedronken.
Maar misschien ook niet. Misschien was er helemaal geen water.

 

 

De nacht zit vol gaten

De nacht zit vol gaten. Ze glinsteren,
fonkelen, twinkelen, ramen in de nacht
en ramen aan de hemel, ramen van het bestaan
en ramen zonder bestaansreden.
 
We staan op een trap en roken.
Sigaretteneindjes zijn bewegende ramen,
bewegende gaten, vuur zonder vlammen
en wij moeten hier zijn op een trap.
 
Lampen in het trappenhuis. Ruiten in de nacht.
Beelden, waarin je naakt op het strand ligt
als een glimmende hagedis in oplichtend zand:
elke zandkorrel is een schitterend raam.
 
Elk raam is een gat. Elk gat is een raam,
dat geboren wil worden, laat het er maar uitkruipen,
uit het menselijk raam, uit het raam van het bestaan
onder de ramen van maan en zon.

 

Vertaald door Iris Réthy en Jan Sleumer

 

 1885566-16b2db165a84027d63ccbb75b1f117d9.jpg
Hasso Krull (Tallinn, 31 januari 1964)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Bernard Dewulf, Tijs Goldschmidt, Anne-Gine Goemans, Shirley Hazzard, Adelbert von Chamisso, Les Barker, Karl Gerok

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Bernard Dewulf werd op 30 januari 1960 in Brussel geboren. Zie ook alle tags voor Bernard Dewulf op dit blog.

Uit: Kleine dagen

“Het werd de ochtend van een dag. Buiten sloegen de geluiden aan het zweven in ons late hoofd. lets in de kamer hield onze adem in en kwam toen ademend de kamer in, de ochtend van zijn leven. Het keek naar alles wat het nog niet zag.
Het schreeuwde om alles wat het nog niet wist maar wel al miste. Het lag in onze handen en het was hij.
Hij is van vlees en bloed, dat is soms schrìkwekkend. Hij doet al dingen die wij nog niet kunnen, Door ons heen zien, geregeld wenen, zijn been in drieën vouwen. Hij is een wonder en dat wij hetn hebben gemaakt verwondert ons nog het meest Wij wilden geen wonder maken, wij weten wel beter.
Een kind volstond. Nu staren we naar elkaar en zie, ons wonder zìt ons aan te kijken alsof, in zijn kamergrote bestaan, wij het wonder zijn.
Hij zit nog niet. Nog niet helemaal. Nog even zit hij liever in zichzelf, dat is eenvoudiger dan op die Stoel. Maar op die stoel kan hij dingen die niet kunnen uit hemzelf. Daarom zìt hij in zichzelf op de stoel. Met zijn armpjes, die hij gisteren aan zichzelf gevonden heeft, komt hij twintig centimeter verder in zijn uitdijend kanelheelal. En als zijn rubberen rugje wat meezit raakt hij twee keer verder. Wat daarbuiten ligt, het melkwegstelsel van de zuigfles, huilt hij naar zich toe.Of kijkt hij zijn geheugen in, voor later.
Hij kijkt hoe alles komt kijken. Hij begint verdwijningen te zien. En te onthouden, zodat hij onze terugkomst vanachter een deur uitbundig viert. Dan doet hij aan choreografie, ook al kan hij nog niet staan. Zijn handjes gaan dan dansen, schijnbaar in het wilde weg, maar in feite met een voor ons, reusachtigen, onnavolgbaar geïmproviseerde elegantie. Soms beseft hij pas na de opvoering dat het zijn eigen vingers waren die zo raar deden.”

 

 1870911-6959eb86d9c14ac6f63b3f14c0cac69a.jpg
Bernard Dewulf (Brussel, 30 januari 1960

 

 

De Nederlandse schrijver Tijs Goldschmidt werd geboren op 30 januari 1953 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Tijs Goldschmidt op dit blog.

Uit:Vis in bad

“Darwins benadering was uitzonderlijk in een eeuw waarin er nog altijd meer hoogleraarsposten bestonden om de Heilige Geest te doorgronden dan voor de natuurwetenschappen. Zelf kijken, inductief komen tot een hypothese en die, met huis-tuin-en-keukenmiddelen, zo goed mogelijk proberen te toetsen: dat deed Darwin keer op keer. Adrian Desmond en James Moore vertellen in hun rijke Darwinbiografie dat hij stukje bij beetje vorderend, zonder dat er een specifiek eurekamoment valt aan te wijzen, zijn evolutiegedachte ontwikkelde. Soorten waren niet voor eeuwig en onveranderlijk geschapen door de Almachtige, maar evolueerden uit moedersoorten en stierven net zo terloops weer uit als ze waren ontstaan.
De fossielen van reuzenluiaards, reuzengordeldieren en knaagdieren met de afmetingen van een nijlpaard die hij tijdens de tocht met de Beagle in Zuid-Amerika opgroef getuigden daarvan.
Descent with modification noemde hij het proces waarvoor wij nu het woord evolutie gebruiken, ook valt in dat verband de term transmutation regelmatig.
Na jaren van reizen, observeren, piekeren en experimenteren, na het voeren van diepgaande gesprekken met kwekers en uitgebreide correspondenties met naturalists over de hele wereld was hij overtuigd geraakt van het alles bepalende belang van evolutie door natuurlijke selectie. Het ging om een blind proces, de transmutatie van soorten was doelloos. Genesis bleef een indrukwekkende mythe, maar moest voortaan vooral niet meer letterlijk worden genomen.
Voor een Almachtige Schepper was bij het ontstaan van nieuwe biologische soorten geen enkele rol meer weggelegd.”

 

 1870911-0fbe17004c125a6392c0891ac7a1920e.jpg
Tijs Goldschmidt (Amsterdam, 30 januari 1953)

 

 

De Nederlandse schrijfster Anne-Gine Goemans werd geboren in Heemstede op 30 januari 1971. Zie ook alle tags voor Anne-Gine Goemans op dit blog.

Uit: Honolulu King

“Hoe heet de man die de gevangeniskat opat? Dat is de vraag en het maakt niet uitwie van de drie vrienden de vraag stelt ofhoe ze op het onderwerp komen. Het draait om de achternaam en niets anders doet ertoe op deze Ienteochtend in toko Hardy.
‘Hij heet Brouwer,’ zegt George. ‘Sure as hell. Samen met zijn makkers vrat hij de kat op, uit noodzaak. Gedreven door honger en wanhoop.’ Onderuitgezakt op de bank kijkt hij zijn twee vrienden aan met zijn typische George-blik. Met zijn eenentachtigjaar en slechte ogen maakt George nog steeds net zo’n zelfverzekerde indruk alsruim een halve eeuw geleden toen ze met de Honolulu Kings vollezalen trokken. Vijflndischejongens met snaarinstrumenten op het podium. al leek George meer op een Afrikaan dan op een indo. In het bijzonder op Nelson Mandela.
‘Volgens mij heette die man niet zo,’ zegt Cok hoestend boven een bak met kipfilet. Hij zit aan tafel en rijgt de blokjes aan satéstokjes.
‘Ik zie hem zo voor me. Een schriel ventje met onwaarschijnlijk grote voeten… Verbeek! Verbeek uit Batavia at de gevangeniskat op! Dat was zijn redding. Dejappen wilden datde gevangenen hun drol inleverden vanwege mijnworm. Maar er viel niets te kakken. omdat ze niets te vreten kregen. Zonder eten geen kak.‘
Tevreden neemt Cok een trekje van zijn kruidensigaret en krult zijn lippen naar buiten waardoor sigarettenrook tussen de spleetjes in zijn kunstgebit ontsnapt. "l’oen heeft Verbeek zijn drol, de resten van die gevangeniskat, onder zijn slapies verdeeld. Want als je niks inleverde. kreegje klappen van de jap."
’

 

 1870911-5c33e9a7e703846c7dfbed1ab9548edc.jpg
Anne-Gine Goemans (Heemstede, 30 januari 1971)

 

 

De Australische schrijfster Shirley Hazzard werd geboren op 30 januari 1931 in Sydney. Zie ook alle tags voor Shrley Hazzard op dit blog.

Uit: The Great Fire

“If the man had stood up and walked from the picture, the strong torso would have been seen to dwindle into the stockiness of shortish legs. The son's greater height, not immoderate, came through his mother; his dark eyes also.
All this time, Leith's body had been gathering speed. Putting the book aside, he interested himself in the world at the window: wet town giving way to fields, fields soggily surrendering to landscape. The whole truncated from time to time by an abrupt tunnel or the lash of an incoming train. Body went on ahead; thought hung back. The body could give a good account of itself -- so many cities, villages, countries; so many encounters, such privation and exertion should, in anyone's eyes, constitute achievement. Leith's father had himself flourished the trick of mobility, fretting himself into receptivity and fresh impression. The son was inclined to recall the platform farewells.
He had the shabby little compartment to himself. It was locked, and he had been given a key. It was clean, and the window had been washed. Other sections of the train were crammed with famished, thread bare Japanese. But the victors travelled at their ease, inviolable in their alien uniforms. Ahead and behind, the vanquished overflowed hard benches and soiled corridors: men, women, infants, in the miasma of endurance. In the steam of humanity and the stench from an appalling latrine. Deploring, Aldred Leith was nevertheless grateful for solitude, and spread his belongings on the opposite seat. Having looked awhile at Asia from his window, he brought out a different, heavier book from his canvas bag.”

 

 1870911-33fd1c4e14892e198f5752cdb638904f.jpg
Shirley Hazzard (Sydney, 30 januari 1931)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Adelbert von Chamisso werd op het slot Boncourt in de Champagne geboren op 30 januari 1781. Zie ook alle tags voor Adelbert von Chamisso op dit blog.

Uit:Peter Schlemihls wundersame Geschichte

„Wir hatten den Rosenhain erreicht. Die schöne Fanny, wie es schien, die Herrin des Tages, wollte aus Eigensinn einen blühenden Zweig selbst brechen, sie verletzte sich an einem Dorn, und wie von den dunkeln Rosen, floß Purpur auf ihre zarte Hand. Dieses Ereignis brachte die ganze Gesellschaft in Bewegung. Es wurde Englisch Pflaster gesucht. Ein stiller, dünner, hagrer, länglichter, ältlicher Mann, der neben mitging, und den ich noch nicht bemerkt hatte, steckte sogleich die Hand in die knapp anliegende Schoßtasche seines altfränkischen, grautaffentnen Rockes, brachte eine kleine Brieftasche daraus hervor, öffnete sie, und reichte der Dame mit devoter Verbeugung das Verlangte. Sie empfing es ohne Aufmerksamkeit für den Geber und ohne Dank, die Wunde ward verbunden, und man ging weiter den Hügel hinan, von dessen Rücken man die weite Aussicht über das grüne Labyrinth des Parkes nach dem unermeßlichen Ozean genießen wollte.
Der Anblick war wirklich groß und herrlich. Ein lichter Punkt erschien am Horizont zwischen der dunklen Flut und der Bläue des Himmels. »Ein Fernrohr her!« rief John, und noch bevor das auf den Ruf erscheinende Dienervolk in Bewegung kam, hatte der graue Mann, bescheiden sich verneigend, die Hand schon in die Rocktasche gesteckt, daraus einen schönen Dollond hervorgezogen, und es dem Herrn John eingehändigt. Dieser, es sogleich an das Aug bringend, benachrichtigte die Gesellschaft, es sei das Schiff, das gestern ausgelaufen, und das widrige Winde im Angesicht des Hafens zurücke hielten. Das Fernrohr ging von Hand zu Hand, und nicht wieder in die des Eigentümers; ich aber sah verwundert den Mann an, und wußte nicht, wie die große Maschine aus der winzigen Tasche herausgekommen war; es schien aber niemandem aufgefallen zu sein, und man bekümmerte sich nicht mehr um den grauen Mann, als um mich selber.
Erfrischungen wurden gereicht, das seltenste Obst aller Zonen in den kostbarsten Gefäßen. Herr John machte die Honneurs mit leichtem Anstand und richtete da zum zweiten Mal ein Wort an mich: »Essen Sie nur; das haben Sie auf der See nicht gehabt.« Ich verbeugte mich, aber er sah es nicht, er sprach schon mit jemand anderem.“

 1870911-7331dd0529816d3f1297c855aec8c245.jpg
Adelbert von Chamisso (30 januari 1781 - 21 augustus 1838)
Cover Audio-CD

 

 

De Engelse dichter Les Barker werd op 30 januari 1947 geboren in Manchester. Zie ook alle tags voor Les Barker op dit blog.

 

The Missing Persons File                  

Love walked in unannounced - just came to call -
Left her coat and left her hat out in the hall,
She poured a glass of wine and found a chair
As if she'd never spent a day or night elsewhere;
Out of sight and out of mind for quite a while;
Then she walks out from the missing persons file.

And she whispered in my ear, so sweet and low,
In a language I can never hope to know;
She kissed me, and she took me by the hand
To a world that I will never understand
Where she showed with her improper sense of style
What this person had been missing for a while.

Just like so long ago, she's back again;
My hormones doing handstands in my brain,
I dream of all I thought I didn't need;
To all that I have learned I pay no heed.
There's reality back there; I'm in denial
Since Love came back from the missing persons file

Love walked in unannounced from who knows where,
Turned my life back upside down, then left me there.
I've a feeling that we've been this way before
And like last time, I won't do this any more.
Independence; that's the best way by a mile;
Love? I'll lose her in the missing persons file.

 

 1870911-48e168f62b2710c136b6229cdeab56b2.jpg
Les Barker (Manchester, 30 januari 1947)

 

 

De Duitse dichter en theoloog en Karl Friedrich von Gerok werd geboren op 30 januari 1815 in Vaihingen an der Enz. Zie ook alle tags voor Karl Gerok op dit blog.

 

Jakobs Traum - I.

Sein Kissen ein Stein und der Himmel sein Zelt,
So schlummert er ein auf dem offenen Feld.

Sein Fuß ist bestaubt vom beschwerlichen Gang,
So müde sein Haupt und sein Herze so bang.

Doch schlummert er kaum und er lächelt entzückt,
Dieweil er im Traum ein Geheimnis erblickt:

Es öffnet der Himmel die goldene Thür,
Draus schwebt ein Gewimmel von Engeln herfür.

Sie schweben hernieder, sie schweben empor,
Sie singen ihm Lieder des Himmels ins Ohr.

Sie neigen mit Lächeln sich über ihn leis,
Mit Palmen zu fächeln die Stirne voll Schweift.

Und oben im Glanze steht strahlend von Licht
Jehovah im Kranze der Engel und spricht:

"Ich schaue hernieder, ich halte die Wacht,
Bis das; ich dich wieder nach Hause gebracht."

"Ich werde dich lenken mit schützender Hand,
Zum Erbe dir schenken dies liebliche Land."

Der Traum ist zerflossen, verronnen die Nacht,
Der Himmel geschlossen, der Schläfer erwacht.

Da färbt sich der Morgen von rosiger Glut,
Vorbei sind die Sorgen und frisch ist sein Mut.

"Der Herr ist am Orte — o heiliger Raum,
Des Himmelreichs Pforte — ich sah sie im Traum!"

"Mein Gott wird mich leiten mit schützender Hand,
Mich segnend begleiten ins ferneste Land."

So wandert er weiter und fürchtet sich nicht,
Die himmlische Leiter noch stets im Gesicht.

Und was er geschauet im Traume der Nacht,
Der Herr, dem er tränet, hat's wirklich gemacht.

Geworden zwei Heere, so kommt er zurück,
Gott giebt er die Ehre für alle sein Glück.

Nicht wert bin ich Armer, so betet er an,
Was Gott, mein Erbarmer, an mir hat gethan.

 

 1870911-4a164db247f619d1e31b6443d655bc8b.jpg
Karl Gerok (30 januari 1815 - 14 januari 1890)
Jacobs droom door Bartolomé Esteban Murillo, 1665,

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e januari ook mijn vorige blog van vandaag.



Geschreven door Romenu om 14:33 Reageer op dit bericht

Michael Dorris, Barbara Wood, Richard Brautigan, Hans Erich Nossack, Anton Hansen Tammsaare, Walter Savage Landor, Franz von Sonnenfeld

De Amerikaanse schrijver Michael Anthony Dorris werd geboren op 30 januari 1945 in Louisville, Kentucky. Zie ook alle tags voor Michael Dorris op dit blog.

Uit: The Broken Cord

“One of its most difficult features for an outsider to grasp was the practice of almost always speaking, and thinking, in a collective plural voice. The word for people, "dene," was used as a kind of "we"--the subject for virtually every predicate requiring a personal pronoun--and therefore any act became, at least in conception, a group experience.
It was my second autumn in Tyonek. I had spent the morning interviewing an elderly woman, Mrs. Nickefor Alexan, the respected expert on subjects ranging from traditional herbal medicine to the do's and don'ts of appropriate courting behavior. In the course of our conversations, I consumed too much tea and my mouth was dry with the acidic taste.
I returned to my house in the afternoon and was uninterrupted as I organized my notes; most adults in the community were busy in their smokehouses, preserving and canning August's catch of fish, and the children, my frequent summer visitors, had returned to school. In a world of "we," I was an "I," with no essential responsibilities or links outside myself.
Periodically, I glanced from my window at the darkening sky. The twenty-four-hour circuit of day and night, upon which most of Western time is based, expands to a full twelve months in the far north. There is light enough to fish any time in the summer, and so the arbitrary schedules of passing salmon runs rather than a wristwatch dictate when dories should put to sea. The darkness is absolute in winter, underlined by forbidding temperatures that sometimes dip fifty degrees below zero. The short fall season, therefore, is a blend of both fatigue and melancholy, of final consolidation of the summer's gains and of preparation for the severity of approaching weather. It is a bridge of contemplation, of taking stock, and there is no occasion more appropriate for that practice than when the turning of the tide corresponds to the setting or rising of the low sun.”

 

1870899-c62a30dd93de36d405819fd87a9e4a7d.jpg
Michael Dorris (30 januari 1945 – 10 april 1997)
Hier met Louise Erdrich

 

 

De Engels-Amerikaanse schrijfster Barbara Wood werd geboren op 30 januari 1947 in Warrington. Zie ook alle tags voor Barbara Wood op dit blog.

Uit: Butterfly

“It could have been any island in any green sea in the world.  A white villa stood at the top of a sheer cliff, overlooking aquamarine depths and crashing waves.  An eighty-foot yacht rode at anchor, its crew in smart uniforms keeping the boat ready for the whim of the man and woman up on the cliff.  There was an exotic swimming pool behind the white villa; a woman swam in it, reveling in the pure air and silence of her retreat.  A feast had been set out under a gently flapping canopy: bowls of iced caviar, chilled lobster and crab, fruit frosted in sugar, cheeses imported from all over the globe, four kinds of wine standing in coolers.  No one waited in attendance.  The two lovers wanted to be alone.
     She got out of the marble pool, climbing up the curved white steps and going between two Corinthian pillars to where chaise lounges covered in plush velour towels waited in the sun.
     She moved languidly.  She felt hot and sweet and ready for sex.
     She didn’t remove her bathing suit.  He would do that for her.  Instead she stretched out in the heat and settled her eyes upon the television set that stood in the shade of the striped canopy.  It was on.  It was always on.  She was waiting for something.
     A moment later he emerged from the house, the shimmering water of the pool reflected in the lenses of his Ray-Bans.  His long white bathrobe was open; he was naked underneath.  She gazed at him as he walked slowly toward her.  He was tall and lithe, with sinewy muscles and strong thighs; he walked with the stride of an Olympic gold medalist.
     He came alongside her chaise lounge.  She reached up with a lazy hand.  The waves of heat rising mirage-like from the white walls of the villa seemed to melt her bones.  She stirred on the thick towel, relishing the sensation of its creamy plush pile against her bare skin.”

 

 1870899-0473cb50ba57a8b0e28192b541096f5f.jpg
Barbara Wood (Warrington, 30 januari 1947)

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Richard Brautigan werd geboren op 30 januari 1935 in Tacoma, Washinton. Zie ook alle tags voor Richard Brautigan op dit blog.

  

The Galilee Hitch-Hiker
Part 1

Baudelaire was
driving a Model A
across Galilee.
He picked up a
hitch-hiker named
Jesus who had
been standing among
a school of fish,
feeding them
pieces of bread.
'Where are you
going?' asked
Jesus, getting
into the front
seat.
'Anywhere, anywhere
out of this world!'
shouted
Baudelaire.
'I'll go with you
as far as
Golgotha,'
said Jesus.
'I have a
concession
at the carnival
there, and I
must not be
late.

 

 

The American Hotel
Part 2

Baudelaire was sitting
in a doorway with a wino
on San Fransisco's skid row.
The wino was a million
years old and could remember
dinosaurs.
Baudelaire and the wino
were drinking Petri Muscatel.
'One must always be drunk,'
said Baudelaire.
'I live in the American Hotel,'
said the wino. 'And I can
remember dinosaurs.'
'Be you drunken ceaselessly,'
said Baudelaire.

 

 1870899-fc14c80ffa73097ea03168079ed2bb9e.jpg
Richard Brautigan (30 januari 1935 – september 1984)
Portret door  Kenn Davis, 1958



 

De Duitse dichter en schrijver Hans Erich Nossack werd op 30 januari 1901 geboren in Hamburg. Zie ook alle tags voor Hans Erich Nossack op dit blog.

Uit: Spätestens im November

„Der Oberbürgermeister erkundigte sich, was mein Mann zu der Wahl, die die Jury getroffen hätte, gesagt habe und ob er damit einverstanden sei. Ja sehr, antwortete ich, und er finde es großartig, wie alles gemacht sei. Es ging sie nichts an, dass Max sich überhaupt nicht mehr darum gekümmert hatte. Ich glaube, er wusste nicht einmal den Namen. Max hatte andere Dinge im Kopf; wer den Preis kriegte, war ihm nicht wichtig. Nur der Preis selber, und dass er auf seine Anregung gestiftet worden war, darauf legte er großen Wert. Es war eine Reklame für ihn. Oder für die Fabrik.
(…)

"Welch eine Freude, mein verehrter Herr Möncken, dass ich Ihnen noch persönlich die Hand schütteln darf. Ich konnte leider heute Nachmittag bei dem Festakt nicht dabei sein, ich hätte viel darum gegeben. Aber unsereiner ist nicht Herr seiner Zeit. Umso dankbarer bin ich meiner Frau, dass sie Sie hierhergebeten hat. Wirklich, ein großartiger Gedanke von ihr."
"Ich, und das geht den meisten von uns so, wir können es uns einfach nicht leisten, uns ablenken zu lassen. Die Helldegen-Werke zum Beispiel beschäftigen schon heute dreitausend Leute. Mit den Angehörigen wären es also rund zehntausend Menschen, deren Wohl und Wehe davon abhängt, dass bei uns alles klappt.
(…)

"Meine Eltern zum Beispiel, sie lebten so, wie es sein muss. Etwas andres kam gar nicht für sie in Frage. Meine Mutter hat nie auch nur versucht, meinen Vater zu verlassen; es ist komisch, sich so etwas überhaupt nur vorzustellen; sie wird nicht einmal die Sehnsucht gehabt haben. Aber nicht weil sie so glücklich war; glücklich waren meine Eltern nicht. Sie waren auch nicht unglücklich, ich weiß nicht, was sie waren; es war alles so tot und gleichmäßig, heute wie gestern und morgen wieder so und immer so weiter."

 

 1870899-ed366b4c2e80dbd2bea9011ff94f175a.jpg
Hans Erich Nossack (30 januari 1901 – 2 november 1977)

 

 

De Estlandse schrijver Anton Hansen Tammsaare werd geboren op 30 januari 1878 in Albu. Zie ook alle tags voor Anton Hansen Tammsaare op dit blog.

Uit: The Misadventures of the New Satan (Vertaald door Christopher Moseley)

“Concerning that house which we built on my crossroads with your loan. You see, Jürka, this house is, so to say, part of the Pit, in as much as it was built with that land-improvement money, and during the time you were the owner of the Pit. And now it’s I who am the owner of the Pit, while you have become the tenant as before. But when you were merely the tenant you wouldn’t have received the loan, and you only got it when you became a property owner. I don’t know what you think about it, but the way I see it is like this: if you’re only a tenant and not the owner could the house which is part of the Pit belong to you? To make my meaning clear, here’s an example: suppose you have an axe and you sell it, would you say that the handle belongs to you after the deal has been made and the money for the axe has been paid you?’
‘I guess not.’
‘The handle, therefore, belongs to the chap who bought the axe, doesn’t it?’
‘I guess so.’
‘We’ve got it all clear then. The Pit is the axe, and the house on the crossroads is the handle, and since I’ve bought the Pit—the axe, in other words, the handle that came with it, meaning the house at the crossroads, also belongs to me.’
‘I see. The Pit was there before the house, of course.’
‘That’s what I say too,’ Ants said in agreement. ‘There was the Pit and then the house appeared—no Pit, no house, because what good is a handle if there’s no axe? . . ."

 

 1870899-0b736f387f07690ee58991d276899a3e.jpg
Anton Hansen Tammsaare (30 januari 1878 – 1 maart 1940)
Borstbeeld in Albu

 

 

De Engelse dichter en schrijver Walter Savage Landor werd geboren op 30 januari 1775 in Ipsley Court, Warwickshire. Zie ook alle tags voor Walter Savage Landor op dit blog.

 

Absence

Here, ever since you went abroad,
If there be change no change I see:
I only walk our wonted road,
The road is only walk'd by me.

Yes; I forgot; a change there is--
Was it of that you bade me tell?
I catch at times, at times I miss
The sight, the tone, I know so well.

Only two months since you stood here?
Two shortest months? Then tell me why
Voices are harsher than they were,
And tears are longer ere they dry.

 

 

You smiled, you spoke, and I believed

You smiled, you spoke, and I believed,
By every word and smile deceived.
Another man would hope no more;
Nor hope I what I hoped before:
But let not this last wish be vain;
Deceive, deceive me once again!

 

To sleep

Come, Sleep! but mind ye! if you come without
The little girl that struck me at the rout,
By Jove!
I would not give you half-a-crown
For all your poppy-heads and all your down.

 

 1870899-c9ae42d06424f59987502cd47d73f4ac.jpg
Walter Savage Landor (30 januari 1775 – 17 september 1864)
St. Peter’s Church, Ipsley Court

 

 

De Zwitserse schrijver Franz von Sonnenfeld (eig. Johann Girr) werd op 30 januari 1821 in Witterswil geboren. Zie ook alle tags voor Franz vob Sonnenfeld op dir blog.

Uit: Aus den Schweizerbergen (Der Bezirksschreiber)

„Solche schmerzliche Seufzer regten sich heute in mancher Brust und füllten die Augen mit wehmuthvollen Thränen. Von dem Kirchthurme der kleinen Gemeinde klangen zweitönig die
Glocken über die auf dem Gottesacker versammelten Dorfbewohner. Es war Allerheiligen Der Schluß der Nachmittagsvesper entließ heute die Andächtigen nicht wie gewöhnlich nach Haufe.
Kaum war das feierlich-jubelnde »Magnifikat« zu Ende gesungen, so bereitete man sich zu einer weiteren Feier vor. Im Chor der Kirche wurde ein Katafalk aufgestellt, während inzwischen der Priester und die Ministrauten in der Sakristei ihre hellfarbigen Gewänder mit der Farbe der Trauer vertauschten. Jetzt brannten die Lichter zu beiden Seiten des Katafalksz schwarzgekleidete Frauen kamen still und sittsam dahergetrippelt und zündeten an denselben ihre gelben und weißen Wachsstöcke an. Im veränderten Ornat, die schwarze Stol und die schwarzen Krägen mit Silberborden umrahmt, erscheinen Priester und Ministrauten wieder im Chor der Kirche. Auf die Lobgesange zu Ehren aller Heiligen folgt nun die Todtenvesper in klagenden, bittenden Melodien.
An das gemeinsame Fest aller Heiligen schließt sich die gemeinsame Feier aller Seelen, zuletzt mit einer Prozession auf den Friedhof.
Da knieten uun die Mitglieder der Gemeinde um die zahlreichen Gräber. Die Glocken, als fühlten sie die allgemeine Trauer mit, klangen heute offenbar wehmüthiger als gewöhnlich aus dem hölzernen, rothaugestrichenen Thurme. Und mancher Bursche und manches Mädchen, die sinnend hinaufsahen nach den allbekannten, so traurig tönenden Glocken, bemerkten auch, wie der schlanke Helm des Kirchthurms zitterte und Kreuz und Hahn hinüber und herüberwinkten wie das alternde Haupt eines von Kummer gebeugten Kirchenfürsten.“

 

1870899-8c954aed0a2bfb47f8531553ab1ace0d.jpg
Franz von Sonnenfeld (30 januari 1821 – 5 maart 1888)
Cover



Geschreven door Romenu om 14:05 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten