Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 1 februari 2016 tot 2 februari 2016

Hella Haasse, Norbert Bugeja, Esther Gerritsen, James Joyce, Kees Torn, Eriek Verpale, Santa Montefiore

De Nederlandse schrijfster Hella Haasse werd geboren op 2 februari 1918 in Batavia. Zie ook alle tags voor Hella Haasse op dit blog.

Uit De verborgen bron

"Ik heb mijn onrust, mijn onbehagen, trachten te sussen; blijkbaar ben ik al die jaren lang de waarheid stelselmatig uit de weggegaan. Ik ken je níét, Rina. Je bent mijn vrouw, wij hebben acht jaar onder hetzelfde dak gewoond, tafel en bed gedeeld; maar ik ken je niet, ik weet minder van jouw wezen dan van de schim van haar die je moeder is geweest.Jij bent een vreemde voor mij. Ik geef mij rekenschap van iets, dat ik, onbewust, al gevoeld moet hebben, telkens wanneer ik in jouw tegenwoordigheid overrompeld werd door het besef onverklaarbaar, ondraaglijk eenzaam te zijn. Je liep heen en weer, bezig met huishoudelijk werk, je zat voor je spiegel, je stond gebogen over de gasvlam in het laboratorium; ik was bij je, ik kon je aanraken, je zou antwoorden wanneer ik tegen je sprak, maar toch was ik alleen."
(…)

"Dit is, voor zover ik het mij herinneren kan, de geschiedenis van Arethusa, de nimf die in een bron veranderde. Zij behoorde tot het gevolg van Artemis, de godin van de jacht en van de maan. Eens daalde Arethusa af in de golven van de rivier de Alpheus om daar te baden. De stroomgod zag haar en begeerde haar. Zij vluchtte, maar de rivier trad uit zijn bedding om haat te achtervolgen. Arethusa, bevreesd voor de hartstochtelijk schuimende stortvloed, riep haar meesteres aan, de kuise eenzame Artemis, De godin veranderde haar in een bron, maar ook in die gedaante herkende haar Alpheus. Door een spleet in de rotsachtige bodem verdween de bron in ondergrondse spelonken. zo meende zij te kunnen ontkomen aan eenwording met de wilde stroom. zij baande zich een weg door de duisternis van de onderwereld; maar toen zij, na een eindeloze zwerftocht, weer te voorschijn sprong uit de grond, vond zijn daar Alpheus, de rivier, die haar gevolgd was door de grotten van de hades.

 

 1872423-8fd38a76918d904b06a7ae2f0e9f657b.jpg
Hella Haasse (2 februari 1918 - 29 september 2011)

 

 

De Maltese dichter Norbert Bugeja werd geboren in Siġġiewi op 2 februari 1980. Zie ook alle tags voor Norbert Bugeja op dit blog.

 

Via fori imperiali, after the concert
(bookends theme)

Some 30 metres away,
a pit of couples kissing in the darkness of acacias
which divides us, in the mischievous city
dusting scooters from its face
to clear her vision,
we gazed at each other's silence
and decided to break it
with the same bundle of smoke-filled breaths ...

Time it was,
and what a time it was, it was:

And even the moon, damn it, which loves to take the piss
pretending its a new foetus huddling in the night,
has stripped naked tonight
and chased the darkness with its moonie,

a time of innocence,
a time of confidences —

We raised our palms and were stunned
because they chanced to be of the same hue
and like the bodies of the ruins all lit up,
like Garfunkel's hair weaving through the crowd
searching for the muse who has escaped.

long ago it must be, I have a photograph

We gazed upon the silence of each other,
and since silence had fallen on the ruins
we realized
that we had better do with our memories
what adults do — discard them
before we got to the first corner

and then tomorrow, we'll see
if in the darkness of the photo-cemetries
we will be able to discover the yellow flower
we bought to please a pakistani
and also to fool each other that one day
we'll cherish one another with the same song ...

meanwhile this street lies down, a spent guitar,
and the moon's found a shrine to hide behind,
and yet this pauper boy who loves you
still rummages
in the bongs and the green bottles for an evening
which welcomes him like home,
which strokes his hair,
which dances and sings to the same story
he found there.

(Preserve your memories, they're all that's left you)

 

 1872423-6f1a31b74eb80698f677565e47ac1257.jpg
Norbert Bugeja (Siġġiewi, 2 februari 1980)

 

 

De Nederlandse schrijfster Esther Gerritsen werd op 2 februari 1972 geboren in Nijmegen. Zie ook ook alle tags voor Esther Gerritsen op dit blog.

Uit: Normale dagen

“Toen ze van de dijk afkwam en hun straat inreed zag ze in de verte iets vreemds op de weg liggen. Enkele meters verderop herhaalde ze in gedachten: Hij ligt op straat. Hij ligt op straat. Mijn grootvader ligt op straat.
Terwijl ze aan kwam fietsen had ze wel iets zien liggen wat op een man leek, maar ze had verwacht dat dat beeld zich op het laatste moment wel zou ontpoppen tot een oude jas, een olievlek, een cementzak. Ze was het gewend dat de catastrofale beelden in haar hoofd door de realiteit werden ontzenuwd. Vertrouwd met het zich verhouden tot de obstakels in haar hoofd. Minder met die uit de praktijk. Maar dichterbij gekomen werd de oude jas die op een man leek haar eigen grootvader. Had ze voor ingebeelde gevaren veel zinnen paraat - formules, bezweringen, geruststellende woorden - voor grootvader op het wegdek kwam er maar één zin: Hij ligt op straat.
Ze liet haar fiets in de berm vallen en knielde naast hem. Hij lag min of meer op zijn zij. Ergens tussen terug op zijn rug vallen en proberen op te staan in. Met zijn handen op het wegdek hield hij zich in evenwicht. Zijn hoed lag naast hem. Zijn kale, bleke schedel stak nogal opvallend af tegen het ruwe grijze asfalt. Als iets wat je alleen binnenshuis hoort te zien en zeker niet zo dicht bij een wegdek. Hij keek niet naar haar op.
‘Opa,’ zei ze, om aan te geven dat zij het was. Haar aanwezigheid leek hem niet te verbazen.
‘Ik moet even opstaan,’ zei hij, alsof ze hem midden in een activiteit aantrof.
‘Ja,’ antwoordde ze.
Hij herhaalde: ‘Ik moet even opstaan,’ liet zo weten heel goed te begrijpen dat hij hier niet op straat hoorde te liggen, en omdat hij dit begreep was er hier dus niets opmerkelijks aan de hand. Lucie deed gehoorzaam mee en vroeg dan ook met enige verbazing in haar stem of hij soms gevallen was. Alsof grootvader nog een andere heel goede reden zou kunnen hebben om hier op straat te liggen, of liever: om hier bezig te zijn met opstaan.
‘Kan je even helpen?’ vroeg hij geërgerd. Ze pakte hem onhandig bij zijn bovenarmen vast en trok hem overeind. Toen hij stond liet ze hem weer los, maar ze bleef voor de zekerheid vlak naast hem staan. Hij bleef overeind. Leek stabiel. Ze pakte zijn hoed van de straat. Hij nam hem trillend aan.“

 

 1872423-e3807c5ab38cfb65154928745f6b331e.jpg
Esther Gerritsen (Nijmegen, 2 februari 1972)

 

 

De Ierse schrijver James Joyce werd geboren in Dublin op 2 februari 1882. Zie ook ook alle tags voor James Joyce op dit blog.

Uit: Finnegans Wake

“Oftwhile balbulous, mithre ahead, with goodly trowel in grasp and ivoroiled overalls which he habitacularly fondseed, like Haroun Childeric Eggeberth he would caligulate by multiplicables the alltitude and malltitude until he seesaw by the neatlight of the liquor wheretwin 'twas born, his roundhead staple of other days to rise in undress maisonry upstanded (joygrantit!), a waalworth of a skyerscape of most eyeful hoyth entowerly, erigenating from next to nothing and celescalating the himals and all, hierarchitectitiptitoploftical, with a burning bush abab off its baubletop and with larrons o'to Bigmaster Finnegan, tippler, freeman builder / freemason [Ger. mauer = wall] lived broadly and without constraint in his torch-lit cottage in prehistory, before the Bible was written or enacted [Adam]. (One yesterday / day of yeasty beer drinking he stuck his head [Fr. tete = head] in a tub in order to wash the features of his face / watch his future fate [bobbing for apples], but before he took it out again, by the might of Moses, the very water had evaporated / turned to a viper [the sea parted], and all the Guiness had run out / Genesis people had made their exodus [from Eden/Egypt]; so that ought to show you what a man of the pentateuch / punch-and-judy showman [God] he was!). And during many very odd years he [HCE] in the drinkers' village piled building [Ger: bildung = education] above building on the banks for those who lived by the river / on the banks of the Liffey for the public. He had a little wife [ALP], Annie; he loved/feared the little creature. With her hair in his hands / hare and hounds he took up his partner / stuck his part in her.“

 

 1872423-48e749341fa0cdc8d7c188ba66e10549.jpg
James Joyce (2 februari 1882 – 13 januari 1941)
Portret door Jacques-Emile Blanche, 1935

 

 

De Nederlandse dichter, tekstschrijver en cabaretier Kees Torn werd geboren in Oostburg op 2 februari 1967. Zie ook alle tags voor Kees Torn op dit blog.

 

Realist

Toen ik zes werd, kreeg ik allerlei cadeaus
Een spaarpot van mijn oom voor al mijn centen
Die dingen vond ik toen al waardeloos
Maar tante gaf een sprookjesboek met prenten
Het mooist van alles en na veel geblader
Zag ik een draak met ridders in gevecht
En op een zondag vroeg ik aan mijn vader
- Papa? Draken? Bestaan die echt

En mijn vader liet niet eens zijn krantje zakken
Om te zeggen dat die zeker wel bestonden
En nog steeds de onvoorzichtigen verslonden
Die probeerden om de schatten af te pakken
Die die draken altijd in hun grot bewaken
Gouden munten, diamanten en juwelen
Die verbeten drakenvechters wilden stelen
Maar de scherpe klauwen en de sterke kaken
En de vuurstraal overleefde er niet een
Maar dat zei mijn vader niet. Hij zei slechts: Neen

Er kwamen geen verzinsels aan te pas
Hij maakte het niet mooier dan het was

"En trollen papa? Wat zijn trollen?"
Hij bleef rustig in zijn krantje zitten lezen
En vertelde niet hoe zo'n kwaadaardig wezen
Het zo lollig vindt, met kinderen te sollen
Die hij zomaar wegrooft bij gewone lieden
En dan in zijn hol gaat treiteren en plagen
En bespugen, martelen en angst aanjagen
Met zijn lodderoogjes, die geniepig spieden
Daarna vreet hij ze pas op en boert voldaan
Maar mijn vader zei: Die hebben nooit bestaan

Er kwamen geen verzinsels aan te pas
Hij maakte het niet mooier dan het was

En toen ik in mijn sprookjesboek het plaatje van een engel vond
Toen hoorde ik mijn vader zeggen: Dacht je dat dat niet bestond
Nou, kijk dan heel goed om je heen
Want hier in huis, daar is er een
Die als geen ander van je houdt
En van je broertjes allebei
En van je zusje en van mij
Dus, wees maar blij
Dat papa met de liefste engel van de wereld is getrouwd

Maar zoiets heeft mijn vader nooit gezegd
Hij heeft niet eens zijn krantje weggelegd

 

 1872423-bbdb5415f9e7e058158617739dac2469.jpg
Kees Torn (Oostburg, 2 februari 1967)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Eriek Verpale werd geboren op 2 februari 1952 te Zelzate. Zie ookook alle tags voor Eriek Verpale op dit blog.

 

Desertie

Vlucht niet. Nog niet.
Ik moet je nog slaan
mijn veel te grote handen kapot
aan jouw smalste verdriet.
Vlucht niet, dit is een bevel,
blijf staan of ik schiet
vol plattegronden.
Want ik zal je zoeken.
Ik kom met honden,
ik onderzoek alle hoeken,
keer dozen vol oude klasfoto’s om,
dring binnen in archieven,
lees je brieven. Voddenrapers
bezorgen mij morgen al je kleren.
Je moet mij nog alles leren:
de taal der dieren, want kijk,
kijk naar de vogels in de lucht,
hoe zelfs zÌj altijd terugkeren,
‘s nachts. Elders te koud.
Dus vlucht niet, maar bewaar mij.
Wat is een gevangene zonder cipier?
Ik wil nog niet vrij. Laat daarom
de deur op een kier.

 

 1872423-cbe9cd61c3d9049cae01ee00c59bb7c7.jpg
Eriek Verpale (2 februari 1952 – 10 augustus 2015)

 

 

De Britse schrijfster Santa Montefiore (eig. Santa Palmer-Tomkinson) werd geboren op 2 februari 1970 in Hampshire. Zie ook alle tags voor Santa Montefiore op dit blog.

Uit:Secrets of the Lighthouse

“Aunt Peg drove on through the town and out the other side. A mile or so further down the coast she took a turning onto a farm track and motored up the hill between grey stone walls and lush green pastures dotted with sheep, until they reached a pair of modest white farmhouses at the top. ‘It’s not much but it’s home,’ she said cheerfully, drawing up in front of the cottage on the left. Ellen was disappointed. She had rather assumed her aunt would have a bigger house. But it was quaint and picturesque with a high thatched roof into which little dormer windows had been cut and painted red to match the door. There were no trees to protect it from the elements, only the low stone wall, and Ellen imagined it had been built stout and sturdy in order to withstand the ferocious winter winds.
The house might have been a disappointment, but when she stepped out and turned around, the view took her breath away. There, twinkling through the evening mist, was the ocean, and right in the middle, looming out of the twilight like a phantom, were the charred remains of a ruined lighthouse. She stood a moment and watched it. The sun had sunk below the horizon and the sparkling lights of Ballymaldoon could be seen way off to the right, blending with the first stars that peeped through the cloud. Slowly the lighthouse faded as the night and fog closed in around it, and then it was gone, as if it had never been there.”

 

 1872423-f761af06e104f56612fa92e63645374e.jpg
Santa Montefiore (Hampshire, 2 februari 1970)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e februari ook mijn blog van 2 februari 2014 deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:48 Reageer op dit bericht

Willem van Zadelhoff

De Nederlandse dichter en schrijver Willem van Zadelhoff werd geboren in Arnhem op februari 1958. Van Zadelhoff volgde de docentenopleiding van de Arnhemse Toneelschool, waar hij in 1982 afstudeerde. Hij werkte vervolgens onder meer in een galerie, in het theater en als tekstschrijver voor televisie. Hij debuteerde met de roman “Een stoel” in 2003. Met “Holle haven” (2006) haalde hij de longlist van de Libris literatuurprijs 2007. “Ga niet weg is verschenen in de herfst van 2010. Voor zijn dichtbundel “Tijd en landen” werd hem de Herman de Coninckprijs 2009 voor het beste poëziedebuut toegekend. Van Zadelhoff woont afwisselend in Antwerpen en Amsterdam. Voor het Vlaamse dagblad De Standaard was hij recensent Duitse literatuur.

 

Tussen taal en teken

9
nu is de cirkel rond traag tekent het potlood
haar schouder langzaam ontstaat een herinnering
op papier een beeld van lang geleden waarvoor
geen woorden beschikbaar waren dat soort drogredenen
 
ook is nu wat was niet langer meer excuus
ik lees haar ik volg de lijnen van haar mond
met mijn vinger teken ik figuren in de lucht
ik kleed haar omgeving in zacht oranje licht
 
ik trakteer mezelf op verleden ik beuk de waarheid
op papier straks ga ik bloemen strooien op haar graf
luisteren naar dat oorverdovend zwijgen
dat stem gaf aan dat toch nog onverwacht verleden

 

 

Brommertje
 
Het begon langzaam. Iedereen keek gespannen hoe de eerste stralen het gras streelden. De dag verhief zich, zonder haast. Een pastoraal brommertje doorkruiste de stilte. Zonder dat brommertje wisten wij niet hoe stil onze stilte was. En het bracht brood en kaas. Niet iedereen reed op het brommertje. Iedere keer genoot ik weer van het geluid van zijn motortje. Daar had ik genoeg aan. Gisteren hadden we geen brood en kaas nodig. We beseften niet hoe stil het was toen we de zon zagen opkomen. Het was geen dag als alle anderen. Het was zondag.

 

 

 1888629-6dfeaf784b76b49f68646f9fe0258455.jpg
Willem van Zadelhoff (Arnhem, 2 februari 1958)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Lichtmess (Josef Weinheber)

 

Bij Maria Lichtmis

 

1872641-5b5294a85a91b4199069d8d56762f06c.jpg
Presentatie in de tempel door Jan van Scorel, ca 1530

 

Lichtmess

Der Tag weht grau herauf.
Der Schnee vor meinem Fenster
liegt meterhoch zuhauf.

Und heute wird es wieder schnein,
und frieren tut es Stein und Bein —
Ich steh gleich gar nicht auf.

Was braut im nahen Tann?
Es will ein Licht sich rühren,
daß man es spüren kann.
Es wächst der Tag, so kindeljung,
schon gar um einen Hirschensprung —
Ich zieh mich hurtig an.

Will schauen, wie ichs mach.
Zu Lichtmeß Schnee und Finster,
das ist die rechte Sach.
Heraus den Schlitten — Jörg, spann ein,
die Wachsstöck leg mir hinterdrein,
fein unters Wagendach.

Und der da ist der größt.
Und gegen Blitz und Hagel
entzündt, das allerbest.
Mit dem geh ich ums Immenhaus,
und der treibt Sucht und Fieber aus —
So bin ich wohlgetröst.

In Gottes Namen denn!
Du liebe Sonne, scheine,
du gutes Lichtel, brenn!
Steig an und geh mit mildem Schein
ins Jahr, ins dunkle Herz hinein,
daß ich das Heil erkenn.

 

 1872641-1b3270452b5cf33b46229365e9215d13.jpg
Josef Weinheber (9 maart 1892 - 8 april 1945)
Wenen. Josef Weinheber werd in Wenen geboren.

 


Zie voor de schrijvers van de 2e februari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Hugo von Hofmannsthal, Stijn Vranken, José Luis Sampredo, F. B. Hotz, Toine Heijmans, Dieter Kühn, Günter Eich

De Oostenrijkse dichter en schrijver Hugo von Hofmannsthal werd geboren op 1 februari 1874 in Wenen. Zie ook alle tags voor Hugo von Hofmannsthal op dit blog.

 

Für mich ...
Ghasel

Das längst Gewohnte, das alltäglich Gleiche,
Mein Auge adelt mirs zum Zauberreiche:
Es singt der Sturm sein grollend‘ Lied für mich,
Für mich erglüht die Rose, rauscht die Eiche.
Die Sonne spielt auf goldnem Frauenhaar
Für mich – und Mondlicht auf dem stillen Teiche.
Die Seele les ich aus dem stummen Blick,
Und zu mir spricht die Stirn, die schweigend bleiche.
Zum Traume sag ich: »Bleib bei mir, sei wahr!«
Und zu der Wirklichkeit: »Sei Traum, entweiche!«
Das Wort, das Andern Scheidemünze ist,
Mir ists der Bilderquell, der flimmernd reiche.
Was ich erkenne, ist mein Eigentum,
Und lieblich locket, was ich nicht erreiche.
Der Rausch ist süß, den Geistertrank entflammt,
Und süß ist die Erschlaffung auch, die weiche.
So tiefe Welten tun sich oft mir auf,
Daß ich drein glanzgeblendet, zögernd schleiche,
Und einen goldnen Reigen schlingt um mich
Das längst Gewohnte, das alltäglich Gleiche.

 


Frage

Merkst du denn nicht, wie meine Lippen beben?
Kannst du nicht lesen diese bleichen Züge,
Nicht fühlen, daß mein Lächeln Qual und Lüge,
Wenn meine Blicke forschend dich umschweben?

Sehnst du dich nicht nach einem Hauch von Leben,
Nach einem heißen Arm, dich fortzutragen
Aus diesem Sumpf von öden, leeren Tagen,
Um den die bleichen, irren Lichter weben?

So las ich falsch in deinem Aug, dem tiefen?
Kein heimlich‘ Sehnen sah ich heiß dort funkeln?
Es birgt zu deiner Seele keine Pforte

Dein feuchter Blick? Die Wünsche, die dort schliefen,
Wie stille Rosen in der Flut, der dunkeln,
Sind, wie dein Plaudern: seellos ... Worte, Worte?

 


»Sunt animae rerum«
Thomas von Aquino

Ein gutes Wort mußt du im Herzen tragen,
Und seinen Wert enthüllt dir eine Stunde:
Stets dringt dein Aug nicht nach des Meeres Grunde,
An trüben tiefer als an hellen Tagen.

Zuweilen gibt ein lichter Blick dir Kunde
Von Herzen, die in toten Dingen schlagen,
Und wenn du nur verstehest recht zu fragen,
Erfährst du manches auch aus stummem Munde.

Drum flieh aus deinem Selbst, dem starren, kalten,
Des Weltalls Seele dafür einzutauschen,
Laß dir des Lebens wogende Gewalten,

Genuß und Qualen, durch die Seele rauschen,
Und kannst du eine Melodie erlauschen,
So strebe, ihren Nachhall festzuhalten!

 

 1871931-63c72940a39e5c1f783a1c741274c274.jpg
Hugo von Hofmannsthal (1 februari 1874 – 15 juli 1929) 
In 1906

 

 

De Vlaamse dichter en performer Stijn Vranken werd geboren in Leuven op 1 februari 1974. Zie ook alle tags voor Stijn Vranken op dit blog.

 

Ik ken je land

Hier lig ik weer,
aan de rand van mezelf, dicht
en dringend tegen je aan.

Ik ken je bressen als mijn broekzak, ik weet
waar je linies liggen en waar ze lekken,
ik weet wanneer je bodem brandt en hoe
en waarom, ik ken het knielen, het breken,
het scheuren, de scherven, de schoonheid zelfs
van het er samen sterven, als oude vijanden,
hand in hand.

Ik ken je land, liefste, ik heb het zo vaak
ten voeten uit veroverd. En toch,

toch lig ik hier weer heen en weer
aan de rand van mezelf, dicht
en dringend tegen je aan.

 

 

Huwelijksaanzoek 4

Geef me je kruis
en nagel me vast
in jouw illusie van wat ik ben,
nagel me diep in jou te pletter

tot ik voorgoed aan je hang
als een verroeste held, stervend,
levenslang.

Ik weet, het is niet alles
maar dit niets
draagt zo zwaar
alleen.

 

 1871931-fe37235aa44223ac5c03abe38a1de5be.jpg
Stijn Vranken (Leuven, 1 februari 1974)

 

 

De Spaanse schrijver, humanist en econoom Jose Luis Sampedro Sáez werd geboren op 1 februari 1917 in Barcelona. Zie ook alle tags voor José Luis Sampredo op dit blog.

Uit: The Old Mermaid (Vertaald door Brendan Riley)

“Coming down along one of these streets, the one that descends from the hill crowned by the exalted temple of Serapis, is a rider mounted on an ass whose height and lustrous coat reflect the quality of his personage: a mature man with a clear complexion, small shrewd eyes, and slender lips. From time to time, he checks the correct position of his black wig. One slave opens the way for his mount and another walks at his side, carrying his lord’s staff and sandals; three porters follow behind with bundles of goods acquired in the market.
The rider’s smile indicates pleasant thoughts. Certainly, the words heard in the temple could not have been more promising, dispelling his fears that the new Father of the Mysteries might not grant him the same protection as his recently deceased predecessor. The priestly community thinks in the long term and has not altered its expected plans in defense of the divine interests; nor has it forgotten the services rendered by the rider ever since he was a young scribe in the temple.
“Be patient, my son” the Father has said, “time labors for Heaven. The sacrilegious plundering of the lands of Tanuris, perpetrated by the emperor Caracalla forty-two years ago, will be corrected with your help. Serapis will recover that property and you will no longer be solely the majordomo of your impious patron, but the administrator for life of that estate in the name of the temple.” The rider will command in Tanuris. He will eventually build for himself, on the hilltop overlooking the canal, a tomb with a beautiful sarcophagus, one worthy of a scribe born of the priestly caste, where he will live on in the world of Osiris. His mind delights in contemplating the means necessary for hastening the recovery process, and he does not omit the possibilities of his daughter Yazila who, though barely ten years old, already promises to become a maiden of highly desirable charms. If he manages to get the young master to notice her…!“

 

 1871931-e6faeb5be4830c299bfe508f5cf771c8.jpg
José Luis Sampredo (1 februari 1917 – 8 april 2013)

 

 

De Nederlandse schrijver Frits Bernard Hotz werd geboren op 1 februari 1922 in Leiden. Zie ook alle tags voor F. B. Hotz op dit blog.

Uit: De voordracht

“Een jaar later, na haar dood, vond ik moeders agenda van het jaar '75. Ik bladerde erin en zocht naar die eerste zondag in mei. Daar stond genoteerd in haar duidelijk handschrift: 'Slechte nacht. Twee tabletten genomen. Veel pijn. Bijna de hele dag in bed. Alleen 's middags op, toen de kinderen er waren. Nog voorgelezen. Heb de r nu onder de knie. 's Avonds eenzaam. Alleen tv. Morgen massage, gelukkig.' Ik legde het in bruin imitatieleer gebonden boekje snel terug, maar met de voorzichtigheid van schaamte en respect.”

 

 1871931-e340fc989271ae51a56e2980ee2e6554.jpg
F. B. Hotz (1 februari 1922 – 5 december 2000)
 

 

De Nederlandse schrijver, journalist en columnist Toine Heijmans werd geboren in Nijmegen op 1 februari 1969. Zie ook alle tags voor Toine Heijmans op dit blog.

Uit:Pristina

“Het had hem een kleine prestatiebeloning opgeleverd. Een half maandsalaris, een bonus van niks, maar het ging hem niet om het bedrag dat anoniem op een van zijn rekeningen was gestort, en dat hij nergens aan uitgaf, het ging erom dat ze hem van waarde achtten. Elk mens, ook hij, wil weten dat zijn bestaan zinnig is.
En de komende dagen zou hij dat opnieuw bewijzen.
Toen de scheepshoorn van de veerboot een lange stoot gaf stond hij op, stopte het dossier in zijn koffer en sloot hem af met het cijferslot waarvan hij elke week de code wijzigde. Hij deed de koffiebeker in een prullenbak en trok zijn jas aan, een wollen marineblauwe deckjacket die hij openliet. Het was nog warm genoeg. Ging tussen de andere passagiers staan op de verzamelplaats. Hij was groter dan zij , en opvallender vanwege de nette jas en zijn nette pantalon die er gesteven onderuit stak, maar niemand keek hem. aan en niemand vroeg hem wat.
Ze observeerden hem alleen, zoals politieagenten hun verdachten observeren, schijnbaar achteloos, en wisten genoeg.
Hij voelde hoe de veerboot tegen de meerpalen landde en even schudde als een dier dat heeft gezwommen, een beweging die vertraagd werd overgenomen door hemzelf en door de mensen om hem heen. De vrouw naast hem raakte kort zijn hand. Ze waren allemaal passagiers en het wachten voor de stalen deur die elk moment open zou gaan, hield ze bijeen. Daarna waren ze weer op zichzelf aangewezen.
De man leunde kalm op het uitgeschoven handvat van zijn rolkoffer, een Rimowa, gemaakt in Duitsland van soepele kunststof golfplaat. Vijf jaar garantie, daar had hij hem op uitgezocht. De afgelopen vijfjaar had hij met zijn koffer een hoop meegemaakt, maar de Rimowa was net als hijzelf smetteloos gebleven. De stickers die ze erop plakten trok hij er na elke reis voorzichtig af; alleen toeristen laten die stickers zitten. Goedkope nagellakremover, dat werkte het beste, en daarna poetsen met afwasmiddel en een zachte doek.”

 

 1871931-fb88f49516046eef7885880da105654f.jpg
Toine Heijmans (Nijmegen, 1 februari 1969)

 

 

De Duitse schrijver Dieter Kühn werd geboren op 1 februari 1935 in Keulen. Zie ook alle tags voor Dieter Kühn op dit blog.

Uit: Familiengeschichte, gesprengt (Das Magische Auge)

„Dezemberhimmel im Wintermärz 1987, dem kältesten seit mehreren Jahren, Jahrzehnten. Nach elf Tagen Frost wieder Schneefall: Aus gleichförmigem Grau wird unablässig Schnee herangeblasen, fast waagrecht wirbeln Flocken durch das Waldgrundstück am Hang, weißen Baum um Baum an der Südwestborke ein. Niemand könnte nun ans Eifelhaus heran fahren, ich werde eingeschneit.
Schnee, Wind, Schnee und Wind. Die beiden Militärhubschrauber, die noch am Vortag das Gebiet akustisch weitflächig besetzten, sie werden nicht starten. Die Kampfjets, »Tornados« vor allem, werden nicht in Steinwurfhöhe über das Dach hinwegtosen, in der Tiefflugschneise. Es wird still bleiben, fast totenstill.
Aber dann, die Schneeisolierung durchbrechend, ein Anruf aus Köln: Auflösung des Haushalts von Tante M., bitte kommen, die Bilder, das Silberbesteck abholen. Jähe Konfrontation mit Familiengeschichte. Jedoch mit einer Vorgeschichte.
Anfang der achtziger Jahre fuhr ich mit meinem Vater nach Rheydt (heute eingemeindet von Mönchengladbach), und wir gingen zum Haus seiner Eltern. Eine früher repräsentative Villa der Gründerzeit, das Fassadendekor halb Klassizismus, halb Jugendstil. Dieses Haus war mittlerweile grüngrau und blind geworden, umgeben von Schutt und Müll. In den Tür und Fensteröffnungen Bretterverschläge, die aufklafften nach langer Einwirkung von Sonne und Regen; so war Einblick möglich ins Treppenhaus.“

 

 1871931-a2cfe057d00e85201d340aedb5f00502.jpg
Dieter Kühn (Keulen,1 februari 1935)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Eich werd geboren op 1 februari 1907 in Lebus an der Oder. Zie ook alle tags voor Günter Eich op dit blog.

 

Tage mit Hähern

Der Häher wirft mir
die blaue Feder nicht zu.

In die Morgendämmerung kollern
die Eicheln seiner Schreie.
Ein bitteres Mehl, die Speise
des ganzen Tags.

Hinter dem roten Laub
hackt er mit hartem Schnabel
tagsüber die Nacht
aus Ästen und Baumfrüchten,
ein Tuch, das er über mich zieht.

Sein Flug gleicht dem Herzschlag.
Wo schläft er aber
und wem gleicht sein Schlaf?
Ungesehen liegt in der Finsternis
die Feder vor meinem Schuh.

 

 

Weg zum Bahnhof

Noch schweigt die Fabrik,
verödet im Mondschein.
Das Frösteln des Morgens
wollt ich gewohnt sein!

Rechts in der Jacke
die Kaffeeflasche,
die frierende Hand
in der Hosentasche,

so ging ich halb schlafend
zum Sechsuhrzug,
mich griffe kein Trauern,
ich war mir genug.

Nun aber rührt der warme Hauch
aus den Bäckerein
mein Herz wie eine Zärtlichkeit
und ich kann nicht gelassen sein.

 

 1871931-1cc4964b71fd5427c16524fddf595dfd.jpg
Günter Eich (1 februari 1907 - 20 december 1972)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e februari ook mijn blog van 1 februari 2015 deel 2.



Geschreven door Romenu om 18:21 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten