Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 23 februari 2016 tot 24 februari 2016

Alain Mabanckou, Leon de Winter, George Moore, Erich Loest, Herman Maas, Luc Verbeke, Wilhelm Grimm

De Congolese dichter en schrijver Alain Mabanckou werd geboren op 24 februari 1966 in Congo-Brazzaville (Frans Congo). Zie ook alle tags voor Alain Mabanckou op dit blog.

Uit: Black Bazaar (Vertaald door Sarah Ardizzone)

“I told Roger the French-Ivorian I didn’t like sheep and that I had never seen any that colour.
“You mean there aren’t any sheep in your district, over there in the Congo?”
“Well yes, you will find some among the traders in Trois-Cents, but their sheep aren’t even white, they are all black, with patches sometimes, and you can’t go telling credible stories with sheep like that. And another thing, the traders chop them up and sell them as kebabs at night in the streets.”
“Fine, all right then, but in these stories of yours, have you at least got a sea and an old man who goes fishing with a young boy?”
I said no because the sea frightens me especially since, like a lot of people in our country, I went to see Jaws and had to leave The Rex before the end of the film.
Roger the French-Ivorian signalled to Willy for two more Pelforts.
“Fine, all right then,” he went on, “but in these stories of yours, have you at least got an old man who reads love stories in the middle of the bush?”
“Oh no, and anyway how would we get love stories to the heart of the bush? Back home it would be mission impossible, our interior is closed off. There is only one road that goes there, and it dates back to colonial times.”
“You have been independent for nearly half a century and you’re telling me there’s only one road? What the hell have you been doing in all that time? You’ve got to stop blaming those settlers for everything! The Whites cleared off and they left you everything including colonial homes, electricity, a railway, drinking water, a river, an Atlantic Ocean, a seaport, Nivaquine, antiseptic and a town centre!”
“It’s nothing to do with me, it’s our governments who are to blame. If they had at least resurfaced the road the settlers left us, then today your old man could be sent his love stories. But let me tell you, that colonial road is a scandal …”
“What is the matter, eh? Why is it a scandal? Are you against the settlers or what? I say we owe the settlers respect! Me, I’ve had enough of people talking through their hats when those settlers conscientiously got on with their job of delivering us from the darkness and bringing us civilisation. Did they have to do all that, eh? You do realise that they worked like lunatics? There were mosquitoes, devils, sorcerers, cannibals and green mambas, there was sleeping sickness, yellow fever, blue fever, orange fever, rainbow fever and goodness knows what else.”

 

 1881869-f3c27ff343b45524fa6c04dec354cf5b.jpg
Alain Mabanckou (Congo-Brazzaville, 24 februari 1966)

 

 

De Nederlandse schrijver Leon de Winter werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 24 februari 1954. Zie ook alle tags voor Leon de Winter op dit blog.

Uit: Het recht op terugkeer

“Brams mobieltje klonk. Het was een antiek blokje, dertien jaar oud, zonder de laatste gadgets.
Op het display verscheen Ikki’s naam. Samen met Ikki Peisman dreef Bram De Bank, een bureautje dat verdwenen kinderen opspoorde.
Ze hielden samen kantoor in een leeg bankgebouw, vandaar de naam.
Ikki was Vierentwintig en toegerust met een kunstbeen en kunstarm, zijn hele linkerkant was mechanisch en elektronisch. De helft van Ikki’s lijf was bij een explosie vernietigd maar in Israélische Ziekenhuizen was het vermogen om te reconstrueren na decennia van terreur het hoogste in de wereld. Op hersenen na konden zo ongeveer elk orgaan en lichaamsdeel vervangen worden.
Bram zei: ‘Ikki?’
‘Ja, met mij. Bram! Het schijnt dat kleine Sara nog leeft.’
In hun bestand bevonden zich twee Sara’s. De oudere Sara was op haar dertiende verdwenen, nog maar drie maanden geleden. De jongste was drie jaar geleden vermist, toen ze vijf was.
‘Betrouwbare tip?’
Ikki antwoordde: ‘Ik denk het wel. Zou wel een wonder zijn na al die tijd.’

 

 1881869-c44080ffe30de8b31d8bfccbb85338a2.jpg
Leon de Winter (’s-Hertogenbosch, 24 februari 1954)

 

 

De Ierse schrijver en kunstcriticus George Augustus Moore werd geboren op 24 februari 1852 in Ballyglass. Zie ook alle tags voor George Moore op dit blog.

Uit: The Untilled Field (A Letter To Rome)

“And when he caught sight of the priest he stuck his spade in the ground and came to meet him. He wore a pair of torn corduroy trousers out of which two long naked feet appeared; and there was a shirt, but it was torn, the wind thrilled in a naked breast, and the priest thought his
housekeeper was right, that James must go back to the poor-house. There was a wild look in his eyes, and he seemed to the priest like some lonely animal just come out of its burrow. His mud cabin was full of peat smoke, there were pools of green water about it, but it had been dry, he said, all the summer; and he had intended to make a drain.
"It's hard luck, your reverence, and after building this house for her.
There's a bit of smoke in the house now, but if I got Catherine I wouldn't be long making a chimney. I told Mike he should give Catherine a pig for her fortune, but he said he would give her a calf when I bought the pig, and I said, 'Haven't I built a fine house and wouldn't it be a fine one to rear him in.'"
And they walked through the bog, James talking to the priest all the way, for it was seldom he had anyone to talk to.
"Now I must not take you any further from your digging."
"Sure there's time enough," said James, "amn't I there all day."
"I'll go and see Mike Mulhare myself," said the priest.
"Long life to your reverence."
"And I will try to get you the price of the pig."
"Ah,'tis your reverence that's good to us."
The priest stood looking after him, wondering if he would give up life as a bad job and go back to the poor-house. But while thinking of James Murdoch, he was conscious of an idea; it was still dim and distant, but every moment it emerged, it was taking shape.”

 

 1881869-41b70b68aa29806fc7226c4446f05bcb.jpg
George Moore (24 februari 1852 – 20 januari 1933)
 

 

De Duitse schrijver Erich Loest werd geboren op 24 februari 1926 in Mittweida. Zie ook alle tags voor Erich Loest op dit blog.

Uit: Waffenkarussell

„George Vamey glaubte, einen ruhigen Abend inmitten seiner Familie vor sich zu haben. Seine Frau hatte den Abendbrottisch gerichtet mit appetitlichen Dingen, die ihr Mann und die Kinder lichten, Krebssuppe, Geflügelsalat, Eier in Kaperntunke, Schinken. Neben ihr stand der elektrische Toaster, Scheibe auf Scheibe hiipfte geröstet heraus. Das Abendbrot zog sich angenehm in die Länge: Von der Schule war die Rede, vom Geschichtsunterricht der Tochter, Griechen gegen Perser; Wanderer, kommst du nach Sparta; dann werden wir im Schatten kämpfen; Darius, Miltiades - Varney hatte seit fünfundzwanzig Jahren nicht mehr daran gedacht; jetzt machte es ihm Spaß, wie Namen und sogar Jahreszahlen allmählich aus dem Gedächtnis aufstiegen. Marathon – 490 vor? Stimmte das?
Eine neue Scheibe Toast für den Vater, er belegte sie noch einmal mit Geflügelsalat, obwohl er schon Schinken und Käse gegessen hatte, begann also wieder von vorn. Man wiirde Uann den Kindern die heude gönnen, noch eine Stunde vor' dem Femsehapparat zu sitzen, es war Sonnabend, morgen konnten sie ausschlaien. Eine Schlagersendung, nun ja, auch die würde vorübergehen; Varney wollte zusammen mit seiner Frau eine Flasche Wein trinken, sich unterhalten, und alles Weitere würde sich finden.
Dann wurde abgeräumt, der Apparat eingeschaltet. Nachrichten zunächst: N achwahlen in zwei Grafschaften, ein Sieg für Labour und einer für die Konservativen. Unwetterkatastrophe in Italien, neue amerikanische Bombenangriife auf Öllager bei Haiphong. Die blonde Ansagerin, eine Beat-Gruppe, dann Sandy Shaw, und in ihren Gesang hinein klingelte in der Bibliothek das Telefon, ärgerlich stand Vamey auf und ging hinüber.“

 

 1881869-90af933633d658ee6878e206efea0353.jpg
Erich Loest (24 februari 1926 - 12 september 2013)

 

 

De Nederlandse schrijver en journalist Herman Hubertus Joannes (Herman) Maas werd geboren in Venray op 24 februari 1877. Zie ook alle tags voor Herman Maas op dit blog.

Uit:Het goud van de Peel

“Ze waren nog geen half jaar getrouwd, toen het gesukkel al begon. En sedert dien tijd hadden zorgen en kommer hun heele bestaan, hun huwelijks- en gezinsleven ingesponnen in een omwebbing van draden, waaruit zij niet meer konden loskomen.
't Was een afmartelende strijd om zich door het weefsel heen te slaan. Het spon altijd voort. Als een enkel draadje was gebroken, sloot het venijnige, nooit uitgeputte lot van kwelling en ellende weer de redding belovende opening af, hunkerend naar de laatste stuiptrekkingen na de langzaam uitgezogen kracht.
Het getob van weinig verdiensten en 't jaar op jaar grooter wordend aantal kinderen ketende den eenen dag aan den anderen tot een langen, met uiterste inspanning afgestrompelden ballingsweg zonder rustpunten, en naar 't scheen zonder verblijdend, krachtopwekkend einde. Het gedeelte, dat voorbij was, had geen andere herinneringen kunnen nalaten dan van een bange vreugdeloosheid, áánhoudend knagende zorgen en angsten voor den volgenden dag die hun krachten, hun heele mensch-zijn wegvraten. Geen sterkte-gevende oogenblikken van rust en opademing in het leven van armoede en ontbering, dat zij gedoemd schenen af te moeten zwoegen tot een even ellendig einde: den vroegtijdigen dood van gebrek, de wegreuteling van het laatste beetje levenskracht in een armelijk, vuns vertrekje, waarin geen voedsel en verpleging kunnen binnenkomen, en dan heengedragen te worden naar een graf, dat een paar buren zoo gauw mogelijk dicht gooien, omdat voor plechtigheid geld vereischt wordt tot zelfs bij het eeuwig-geheimzinnige terugkeeren tot de aarde toe...
Zij hadden bij denzelfden boer gediend, hij als knecht en zij als meid. Hun werkzaamheden brachten hen vaak bij elkander op stal en schuur.
De opbruisende levenskracht van hun ruwe boerennatuur, die zij niet geleerd hadden te beheerschen, dreef een begeerte tot elkaar in hen op, welke zij niet weerstonden.”

 

 1881869-10c6c72181a89bb56d809dec97fa4196.jpg
Herman Maas (24 februari 1877 - 27 januari 1958)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Luc Verbeke werd geboren in Wakken op 24 februari 1924. Zie ook alle tags voor Luc Verbeke op dit blog.

 

Nescio quid
Aan E.H. Maurits Van Elslande
 
Weet jij wat leven is,
weet jij wie God en wat de hemel is?
En wat de tijd die ons gegeven is?
En wat de woorden zijn in onze mond?
Ken je de zin en de betekenis
van wat in ons en rond ons is,
en van de dood de diepe grond?
Mysterie en geheimenis
in licht en duisternis.
 
De steen, de bloem, het gras waarop ik trap,
de lichtvis en de kleine mier,
het onbekend atoom, de wenteltrap
naar hoog en diep in het heelal,
in elke cel van plant en dier;
het labyrint van ieder ik;
de vreemde vrees van eeuwen her
die ik in alle ogen lees.
God is zo dicht en God is ver.
Wie die mij zeggen zal:
'k bezit de sleutel van het Al.
 
De dagen wentelen voorbij,
het leven bloeit
en ergens bloedt het uit;
in aarde en water spelen wij:
het kluitje aarde, het klompje klei,
dat ademhaalt,
dat zoekt en dwaalt,
dat lieft en paart
en sjouwt en spaart,
en nog niet eens beseft waartoe,
waarheen of hoe,
zoals een vogel immer fluit
het nimmer uitgezonden lied:
- als dit gedicht, een nescio quid -
ik weet het niet, ik weet het niet...

 

 1881869-4c808c6cdfd8add9f52c7aaae7fc9c95.jpg
Luc Verbeke (24 februari 1924 – 30 september 2013)

 

 

De Duitse schrijver en taalwetenschapper Wilhelm Karl Grimm werd geboren in Hanau op 24 februari 1786. Zie ook alle tags voor Wilhelm Grimm op dit blog.

Uit: Die drei Brüder

“Es war ein Mann, der hatte drei Söhne und weiter nichts im Vermögen als das Haus, worin er wohnte. Nun hätte jeder gerne nach seinem Tode das Haus gehabt, dem Vater war aber einer so lieb wie der andere, da wußte er nicht, wie er's anfangen sollte, daß er keinem zu nahe tät. Verkaufen wollte er das Haus auch nicht, weil's von seinen Voreltern war, sonst hätte er das Geld unter sie geteilt. Da fiel ihm endlich ein Rat ein, und er sprach zu seinen Söhnen: »Geht in die Welt und versucht euch, und lerne jeder sein Handwerk, wenn ihr dann wiederkommt, wer das beste Meisterstück macht, der soll das Haus haben.«
Das waren die Söhne zufrieden, und der älteste wollte ein Hufschmied, der zweite ein Barbier, der dritte aber ein Fechtmeister werden. Darauf bestimmten sie eine Zeit, wo sie wieder nach Haus zusammenkommen wollten, und zogen fort.
Es traf sich auch, daß jeder einen tüchtigen Meister fand, wo er was Rechtschaffenes lernte. Der Schmied mußte des Königs Pferde beschlagen und dachte: Nun kann dir's nicht fehlen, du kriegst das Haus. Der Barbier rasierte lauter vornehme Herren und meinte auch, das Haus wäre schon sein. Der Fechtmeister kriegte manchen Hieb, biß aber die Zähne zusammen und ließ sich's nicht verdrießen, denn er dachte bei sich: Fürchtest du dich vor einem Hieb, so kriegst du das Haus nimmermehr.
Als nun die gesetzte Zeit herum war, kamen sie bei ihrem Vater wieder zusammen. Sie wußten aber nicht, wie sie die beste Gelegenheit finden sollten, ihre Kunst zu zeigen, saßen beisammen und ratschlagten. Wie sie so saßen, kam auf einmal ein Hase übers Feld dahergelaufen.“

 

 1881869-2b297b04b2906a04b365f6f2fd385eac.jpg
Wilhelm Grimm (24 februari 1786 – 16 december 1859)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e februari ook mijn blog van 24 februari 2015 en ook mijn blog van 24 februari 2013 deel 1 en deel 2 en eveneens deel 3.



Geschreven door Romenu om 18:39 Reageer op dit bericht

César Aira, Ljoedmila Oelitskaja, Robert Gray, Jef Geeraerts, Bernard Cornwell, Toon Kortooms, Erich Kästner

De Argentijnse schrijver en vertaler César Aira werd geboren op 23 februari 1949 in Coronel Pringles. Zie ook alle tags voor César Aira op dit blog.

Uit: Hoe ik een non werd (Vertaald door Adri Boon)

“Mijn verhaal, het verhaal ‘hoe ik non werd’ begon al heel vroeg in mijn leven; ik was net zes geworden. Het begin is getekend door een levendige herinnering die ik tot in het kleinste detail kan reconstrueren. Daarvoor is er niets: daarna bleef alles zich aaneenrijgen in één enkele, lange ononderbroken herinnering, de onderbrekingen dat ik sliep inbegrepen, tot ik het klooster in ging.
We waren verhuisd naar Rosario. Mijn eerste zes jaar hadden wij – vader, moeder en ik – doorgebracht in een plaats in de provincie Buenos Aires, waarvan ik me niets herinner en waar ik nooit meer naar ben teruggekeerd: Coronel Pringles. De grote stad (want dat leek Rosario vergeleken met waar we vandaan kwamen) maakte diepe indruk op ons. Al na een paar dagen loste mijn vader een belofte in: met mij een ijsje gaan halen. Het zou voor mij het eerste ijsje zijn, want in Pringles bestonden ze niet. Hij, die in zijn jeugd steden had gekend, had meerdere malen de loftrompet gestoken over die traktatie, waaraan hij terugdacht als iets verrukkelijks en feestelijks, al kon hij de bekoring ervan niet onder woorden brengen. Hij had me er een heel accurate beschrijving van gegeven, als iets onvoorstelbaars voor een niet-ingewijde, en dat was voldoende volstond om ijs in mijn kinderlijke geest wortel te laten schieten, zo te laten groeien dat het een mythische omvang kreeg.
We liepen naar een ijssalon die we de vorige dag hadden gezien en gingen naar binnen. Hij bestelde een ijsje van vijftig centavo, met pistache, toffee en kumquat whisky, en voor mij een van tien centavo, met aardbeiensmaak. De roze kleur vond ik prachtig. Mijn dag kon niet meer stuk. Ik aanbad mijn vader, vereerde alles wat hij deed. We gingen op een bank zitten onder de bomen die destijds in het centrum van Rosario stonden: platanen. Ik keek toe hoe mijn vader het deed in een mum van tijd het groene bolletje had verorberd, nam toen uiterst voorzichtig een lepeltje ijs en stak het in mijn mond.
Zodra het eerste laagje op mijn tong smolt, begon ik me al ziek van ellende te voelen. Zoiets smerigs had ik nog nooit geproefd. Ik was nogal een moeilijke eter en de komedie van walging kende geen geheimen voor mij, maar dit overtrof alles wat ik ooit had meegemaakt; mijn grootste overdrijvingen, inclusief die welke ik mezelf nog nooit had toegestaan, waren ineens meer dan gerechtvaardigd. Heel even overwoog ik te doen alsof ik het lekker vond.”

 

 1881426-f8430d82b0ccd967103e98ba0f874c5c.jpg
César Aira (Coronel Pringles, 23 februari 1949)

 

 

De Russische schrijfster Ljoedmila Jevgenjevna Oelitskaja werd geboren in Davlenkanovo, Basjkirostan, op 23 februari 1943. Zie ook alle tags voor Ljoedmila Oelitskaja op dit blog.

Uit:The Big Green Tent (Vertaald door Polly Gannon)

“It’s fascinating to trace the trajectories of people destined to meet. Sometimes such encounters happen without any special help from fate, without elaborate convolutions of plot, following the natural course of events—say, people live in adjacent buildings, or go to the same school.
The three boys all went to the same school. Ilya and Sanya had known each other since the first grade. Mikha joined them later. In the hierarchy that takes shape willy-nilly in every herd, all three of them occupied the lowest rung—due to their complete disinclination to fight or be cruel. Ilya was long and lanky, his hands and feet stuck out from his short sleeves and trouser legs. Moreover, there wasn’t a single nail or sharp piece of metal he hadn’t snagged his clothes on. His mother, the doleful, single Maria Fedorovna, wore herself out attaching unsightly patches to his clothes with her graceless fingers. Sewing was not her forte. Ilya was always dressed more poorly than the other students, who were themselves poorly dressed. He liked to cut up and play the clown, making a spectacle of his poverty and thereby overcoming it.
Sanya had it even worse. His classmates were filled with envy and disgust at his zippered jacket, his girlish eyelashes, the irksome sweetness of his face, and the cloth napkin his homemade lunch came wrapped in every day. Added to that, he took piano lessons. Many of the kids had seen him walking down Chernyshevsky Street, the former and future Pokrovka, to the Igumnov Music School, one of his hands clutching his grandmother’s hand, the other clutching a folder with sheet music. Sometimes they saw him even on days when he was sick with one of his frequent minor, but protracted, illnesses. His grandmother was all profile. She would place one slender leg in front of the other like a circus horse, her head swaying rhythmically in time. Sanya walked by her side, but slightly behind, as befits a groom.”

 

 1881426-740b090dd54a76141705f71ff25f11d5.jpg
Ljoedmila Oelitskaja (Davlenkanovo, 23 februari 1943)

 

 

De Australische dichter Robert Gray werd geboren op 23 februari 1945 in Port Macquarie. Zie ook alle tags voor Robert Gray op dit blog.

 

In Departing Light (Fragment)

Seriously, concentrated, she gazes ahead
towards the line,
as we go creeping around and around, through the thick syrups
of a garden, behind the nursing home.
Her mouth is full of chaos.
My mother revolves her loose dentures like marbles ground upon each other,
or idly clatters them,
broken and chipped. Since they won’t stay on her gums
she spits them free
with a sudden blurting cough, which seems to have stamped out of her
an ultimate breath.
Her teeth fly into her lap or onto the grass,
breaking the hawsers of spittle.
What we see in such age is for us the premature dissolution of a body,
as it slips off the bones
and back to protoplasm
before it can be decently hidden away.
And it’s as though the synapses were almost all of them broken
between her brain cells
and now they waver about feebly on the draught of my voice
and connect
at random and wrongly
and she has become a surrealist poet.
‘How is the sun
on your back?’ I ask. ‘The sun
is mechanical,’ she tells me, matter of fact. Wait
a moment, I think, is she
becoming profound? From nowhere she says, ‘The lake gets dusty.’ There is no lake
here, or in her past. ‘You’ll have to dust the lake.’
It could be
She has grown deep, but then she says, ‘The little boy in the star is food,’
or perhaps ‘The little boy is the star in food,’
and you think, ‘More likely
this appeals to my kind of superstition.’ It is all a tangle, and interpretations,
and hearing amiss,
all just the slipperiness
of her descent.

 

 1881426-3df4bb2807294c3609191962ede6b39d.JPG
Robert Gray (Port Macquarie, 23 februari 1945)
Port Macquarie

 

 

De Vlaamse schrijver Jef Geeraerts werd geboren op 23 februari 1930 in Antwerpen. Zie ook alle tags voor Jef Geeraerts op dit blog.

Uit:Der Generalstaatsanwalt (Vertaald door Hans-Ulrich Jäckle)

“Während der Generalstaatsanwalt in sein tägliches Morgenritual vor dem Badezimmerspiegel vertieft war, wurde seine Zufriedenheit wegen der äußerst günstigen Aussichten (er würde eine ganze Woche lang allein zu Hause sein) noch beträchtlich durch die Feststellung gesteigert, dass er für seine vierundsechzig Jahre alles andere als schlecht aussehe. Ein Meter sechsundachtzig, neunzig Kilo nackt auf der Waage. Nach amerikanischer Norm leicht overweight, was jedoch auf »Muskeln aus Eisen und Stahl, die mit den Jahren unmerklich von Fett durchädert wurden«, zurückzuführen war. Die pechschwarzen Haare wiesen nur sporadisch ein paar Sprenkel Grau an den Schläfen auf, der Unterkiefer war kantig, ohne Doppelkinn, der Teint »basané«, die Nase klassisch griechisch, die Augenbrauen sarazenisch; und die angeborene Missbilligung der Menschheit im Allgemeinen zeigte er mit Vorliebe in einem schiefen Lächeln und einem taxierenden Blick.
An diesem Dienstagmorgen des 25. Mai 1999, einem strahlenden Frühlingstag mit Mittagstemperaturen um die 23 Grad Celsius, war von letzterem jedoch nichts zu bemerken. Er fühlte sich cool wie der Cowboy aus der Reklamewelt, der Marlboro-Zigaretten raucht.
»Im Wesentlichen ist alles eine Frage der Gene«, behauptete sein Schulfreund Georges Weyler (Jokke), der inzwischen ein renommierter Internist geworden war, zehnmal mehr verdiente als er, aber auch bestialisch dafür arbeiten musste. »Mehr Sport treiben, Alberto«, sagte Jokke jedes Mal bei den vierzehntäglichen Versammlungen im Rotary Club, wobei er frech den Zeigefinger in den Bauch des Generalstaatsanwalts bohrte. Außer Reiten und Jagen trieb er keinen Sport, aber er liebte es, in guten Restaurants essen zu gehen, wo er den Ruf genoss, ein Weinkenner zu sein.
Er konzentrierte sich auf die Ringe unter seinen Augen, die seit einiger Zeit violette Äderchen hatten. Vorsichtig nahm er die Haut zwischen Daumen und Zeigefinger und zog daran wie an einem Gummi. Guy Staas, ein anderer Schulfreund und plastischer Chirurg für reiche Damen, hatte angeboten, ihn gegen einen Freundschaftspreis zu liften, aber für einen richtigen Mann, meinte der Generalstaatsanwalt, wäre das geradezu beschämend. Warum das so sein sollte, wusste er nicht, aber wahrscheinlich lag es an seiner Macho-Überzeugung, ein Mann sei im Allgemeinen präsentabel genug und habe derartige Eingriffe eben nicht nötig.“

 

 1881426-f0f6de172f2cfb2e1608f943d6c8bef1.jpg
Jef Geeraerts (23 februari 1930 – 11 mei 2015)

 

 

De Britse schrijver Bernard Cornwell werd geboren op 23 februari 1944 in Londen. Zie ook alle tags voor Bernard Cornwell op dit blog.

Uit: The Last Kingdom

„And then I saw them.
Three ships.
In my memory they slid from a bank of sea-mist, and perhaps they did, but memory is a faulty thing and my other images of that day are of a clear, cloudless sky, so perhaps there was no mist, but it seems to me that one moment the sea was empty and the next there were three ships coming from the south.
Beautiful things. They appeared to rest weightless on the ocean, and when their oars dug into the waves they skimmed the water. Their prows and sterns curled high and were tipped with gilded beasts, serpents and dragons, and it seemed to me that on that far off summer’s day the three boats danced on the water, propelled by the rise and fall of the silver wings of their oar banks. The sun flashed off the wet blades, splinters of light, then the oars dipped, were tugged and the beast-headed boats surged and I stared entranced.
“The devil’s turds,” my father growled. He was not a very good Christian, but he was frightened enough at that moment to make the sign of the cross.
“And may the devil swallow them,” my uncle said. His name was Elfric and he was a slender man; sly, dark and secretive.“

 

 1881426-3f1484ed0b7c49d6002e10c198e2eb49.jpg
Bernard Cornwell (Londen, 23 februari 1944)
Leofric (Adrian Bower) en Uhtred (Alexander Dreymon) in de tv-serie "The Last Kingdom"

 

 

De Nederlandse schrijver Toon Kortooms werd op 23 februari 1916 in Deurne geboren. Zie ook alle tags voor Toon Kortooms op dit blog.

Uit: Mijn kinderen eten turf

“Iedereen toonde zich verheugd toen bekend werd, dat vader Lange benoemd was tot boekhouder van de ‘Peatery & Mossliter Works Brabantia’. Schrik maar niet van deze langademige term en meteen evenmin, dat vader Lange naar de vreemde diende te emigreren om daar boek te gaan houden. Neen. Dat ‘Peatery en zo’ betekent niets anders dan: veenderij en turfstrooiselfabriek Brabantia – veenderij in de Peel dus.
(…)

Natuurlijk had hij iets staan voor vader Lange. Iets bijzonders! Toevallig beschikte Karel op die dag over twee gezonde armen en daarom kon hij weidse gebaren maken om de kwaliteiten van de automobiel uit te meten. ‘Een wagen, Wouter!’ riep hij. ‘Ik zal niet veel zeggen, alleen dit: geknipt voor jou en je gezin!’
Gezeten achter een borrel zei hij nog veel meer over het vervoersmiddel. Vader Lange kreeg de indruk, dat de heren Charles S. Rolls en Frederick H. Royce persoonlijk de hand hadden gehad in de vervaardiging van de wagen.
Na elke borrel werd de automobiel enormer, sterker en meer begerenswaard. Tenslotte stonden de mannen op en begaven zich naar de werkplaats. Achter een barricade van autobanden, uitgeklede motoren en losgeraakte bumpers stond hij. Een woeste kruising tussen een mechanische giraf en een van wielen voorziene buffel. Hij rustte enigszins scheefgezakt, op vier hoge spaakbenen, en zijn spatborden deden denken aan de wenkbrauwen van een nijdige dinosaurus. De koplampen staarden droef en doods voor zich uit. Een wagen als een uitkijkpost, een vestingwerk op wielen.”

 

 1881426-e5d87d4fc05a329660f15a9e69935ec7.jpg
Toon Kortooms (23 februari 1916 – 5 februari 1999) 
Portret in het Toon Kortooms museum in Deurne 

 

 

De Duitse schrijver, dichter en cabaretier Erich Kästner werd geboren in Dresden op 23 februari 1899. Zie ook alle tags voor Erich Kästner op dit blog.

 

Der Februar    

Nordwind bläst. Und Südwind weht.
Und es schneit. Und taut. Und schneit.
Und indes die Zeit vergeht
bleibt ja doch nur eins: die Zeit.

Pünktlich holt sie aus der Truhe
falschen Bart und goldnen Kram.
Pünktlich sperrt sie in die Truhe
Sorgenkleid und falsche Scham.

In Brokat und seidnen Resten,
eine Maske vorm Gesicht,
kommt sie dann zu unsren Festen.
Wir erkennen sie nur nicht.

Bei Trompeten und Gitarren
drehn wir uns im Labyrinth
und sind aufgeputzte Narren
um zu scheinen, was wir sind.

Unsre Orden sind Attrappe.
Bunter Schnee ist aus Papier.
Unsre Nasen sind aus Pappe.
Und aus welchem Stoff sind wir?

Bleich, als sähe er Gespenster,
mustert uns Prinz Karneval.
Aschermittwoch starrt durchs Fenster.
Und die Zeit verläßt den Saal.

Pünktlich legt sie in die Truhe
das Vorüber und Vorbei.
Pünktlich holt sie aus der Truhe
Sorgenkleid und Einerlei.

Nordwind bläst. Und Südwind weht.
Und es schneit. Und taut. Und schneit.
Und indes die Zeit vergeht,
bleibt uns doch nur eins: die Zeit.

 

 1881426-71938954ace993475be58bd51e6251e3.jpg
Erich Kästner (23 februari 1899 - 29 juli 1974)
Hier bij zijn bronzen borstbeeld, vervaardigd door de beeldhouwer Frayber

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e februari ook mijn blog van 23 februari 2015 en ook mijn blog van 23 februari 2014 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten