Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 14 maart 2016 tot 15 maart 2016

Gerhard Seyfried, Kurt Drawert, Louis Paul Boon, Ben Okri, David Albahari, Andreas Okopenko, An Rutgers van der Loeff

De Duitse dichter en schrijver Kurt Drawert werd geboren op 15 maart 1956 in Henningsdorf. Zie ook alle tags voor Kurt Drawert op dit blog.

Uit: Schreiben

„Bei Lacan habe ich einen Satz gefunden, der mein Anliegen, über das Schreiben zu schreiben, fast buchstäblich zum Ausdruck bringt: «Liebe ist, wenn man gibt, was man nicht hat.» Dieser Satz bezeichnet ein Paradoxon und ist zugleich eine Aufforderung, es anzuerkennen und sich einzulassen darauf. Mit anderen Worten: Das Unmögliche zu verschenken, ist das Mögliche dessen, der liebt. Wie nun ließe sich besser erklären, worum es mir in diesem Buch geht – nur eben bezogen auf die Literatur, die genau dort ihren Platz hat, wo sie etwas dauerhaft Abwesendes mit Sprache durchdringt und damit auch vorstellbar macht. Mein Text zu diesem schier unendlichen Thema bewegt sich in Form einer Terzine. Das hat sich aus dem Material so ergeben. Die Motive, die sich wiederholen, sind jedoch nie Wiederholung an sich, sondern Übergänge in einen anderen, neuen Verlauf. Genau das regelt die Terzine auch: sie kehrt in ihrer Verpflichtung zum Reim immer auf den zweiten Vers der letzten Strophe zurück, um dann zwei Verse vor-anzukommen. Ihre Langsamkeit wird so zur Genauigkeit des Denkens, das seinen Abschluss oft erst in einer Parallelfigur findet. Das gefällt mir gut. Ebenso gefällt mir, mich in Begriffen zu bewegen, die schon festgelegt und eingeführt sind. Es erspart Zeit. Außerdem sind sie aus ihren jeweiligen Denksystemen nicht beliebig und ohne Verlust an Verständlichkeit und Sinn herauszulösen. Ich werde sie, wo ich sie als bekannt nicht voraussetzen darf, erläutern, zumal ihre Verwendungen auch in der enzyklopädischen Literatur nicht einheitlich geregelt sind und entsprechend kommentiert werden sollten. Die Markierung ( *) hinter dem betreffenden Wort signalisiert den Kommentar, der sich im Wortregister am Ende des Buches befindet. Dabei erhebe ich keinen Anspruch auf Geltung und möchte nur, dass ich so verstanden werde, wie ich verstanden habe, was ich erzähle. Und nun danke ich allen, die sich mit mir auf einen Weg begeben, der genaugenommen nirgendwo hinführt und schön allein dadurch ist, dass es ihn gibt.“

 

 1890471-34829a23d5b809a80f920614620bee79.jpg
Kurt Drawert (Henningsdorf, 15 maart 1956)

 

 

De Duitse schrijver, tekenaar en karikaturist Gerhard Seyfried werd geboren op 15 maart 1948 in München. Zie ook alle tags voor Gerhard Seyfried op dit blog.

Uit: Verdammte Deutsche!

»Eben. Nun, gestern war ich zum Vortrag bei Tirpitz bestellt und mußte mir Vorwürfe anhören, weil wir so wenig Nachrichten aus England liefern. Die Aufklärung dort muß unbedingt forciert werden, sagt mir sein Stabschef. Im Gegensatz zum Generalstab ist die Exzellenz der Ansicht, daß im Konfliktfall Großbritannien in die Reihe möglicher Gegner aufrückt.«
»Aha. Mal wieder eine Strategieänderung«, bemerkt Steinhauer.
»Tja. Wir sollen uns weniger um die Flotten der Franzosen und Russen kümmern, sondern uns auf die Royal Navy konzentrieren. Hab die Exzellenz auf unseren chronischen Geldmangel hingewiesen und immerhin erreicht, daß man uns den Jahresetat um zehntausend Mark aufstockt.«
Steinhauer zuckt die Achseln. »Ein Tropfen auf den heißen Stein.«
Er weiß, daß N zuwenig Agenten in England hat. Eigentlich so gut wie keine. Die wenigen Spione, die sie dorthin geschickt haben, haben sich bisher allesamt als untauglich erwiesen. Ein paar dieser Männer waren im Gefängnis rekrutiert worden, gegen Straferlaß, um Geld zu sparen. Betrüger und Hochstapler, ja, aber man hoffte, die wären besonders gewieft und risikobereit. Doch was diese Leute lieferten, wenn überhaupt, war entweder unbrauchbar oder unglaubwürdig. Die wichtigsten Nachrichtenquellen der Abteilung für die zweiwöchentlichen Berichte an die Admiralität waren immer noch die britischen Zeitungen.
Unter dem Mützenschirm zieht der Kapitän die Brauen zusammen. »Und zum Abschied überreichte man mir einen Wunschzettel, mit dem dezenten Hinweis ›binnen Jahresfrist‹.«
»Was steht denn ganz oben auf der allerhöchsten Wunschliste, wenn ich fragen darf, Herr Kapitän?«
Der Offizier sieht sich um, ob niemand zuhören kann, aber sie sind ganz allein auf dieser Straßenseite. Trotzdem dämpft er seine Stimme: »An erster Stelle Rosyth am Firth of Forth.“

 

 1890471-a97d9bcd4caed05afafbae004cf9577c.jpg
Gerhard Seyfried (München, 15 maart 1948)
Hier in 2004 

 

 

De Vlaamse dichter, schrijver en kunstschilder Louis Paul Boon werd geboren in Aalst op 15 maart 1912. Zie ook alle tags voor Louis Paul Boon op dit blog.

Uit: De kapellekensbaan

“Ge ziet van uit uw open zolderraam hoe het niemandsbos in het rood wordt geverfd door de zakkende zon, en hoort hoe het droefgeestig schaap van mossieu colson van tminnesterie nog een laatste keer blaat vooraleer het achter de knarsende staldeur verdwijnt: en dan schuift ge uw pampierderij opzij en stapt de trappen af, juist als de kantieke schoolmeester de deur openduwt en samen met zijn schone vrouw lucette een beetje van die late rode zon binnenlaat. En al kantiek schoolmeesterachtig met het hoofd schuddend hoort ge hem zeggen: naar het mij toeschijnt hebt ge daar boven op uw zolder over uw papieren gebogen gehangen om over onze wereld-van-vandaag te schrijven, en ik die al zoveel boeken mis-verstaan heb, weet dat al wat er te zeggen valt reeds gezegd is geweest, ik spreek nog alleens niet van de prediker, van de faustmaker of de waanzinnige hamletspeler... neen onderbreek mij niet, want ik heb dat niet graag, maar zult gij daar op uw zolder groter wijsheid vergaren dan laotse, of kunt gij surrealistisch-erotisch-debieler doen dan het de zangen van maldoror zijn? zult gij de menselijke diepten en hoogten dieper en hoger doorpeilen dan in de demonen van de gebroeders karamazof, zult gij de tijd buiten tijd en ruimte razender achternajagen dan proust, of zult gij het leven binnen tijd en ruimte hardnekkiger geselen dan in de voyage au bout de la nuit? weet gij de ontspoorde mens-in-een-scheve-maatschappij beter in zijn juiste verhouding van levend en denkend dier te plaatsen dan de minnaar van lady chatterley? weet gij nuchterder dan lenin, naturalistischer dan zola, beeldsprakeriger dan de bijbel met de woorden om te springen? is het u mogelijk plechtstatiger en onfeilbaarder te zijn dan de paus van rome, sprookjesachtig onzedelijker dan duizend-en-1-nacht, hemelser dan de navolging-van-christus, sluwer en fijngeestiger dan de reinaert van willem-die-madoc-maakte, tragi-boerser dan de isengrinus van nivardus? en kunt gij moderner ongelovig-schurftiger zijn dan de tropic-of-capricorn?, of romantisch-miserabilistischer dan de-voorstad-groeit?
En als ge de kantieke schoolmeester hoort zwijgen en zijn lippen ziet opeenpersen antwoordt ge: het is mogelijk dat het onmogelijk is om iets nieuwer en juister te zeggen, maar over al het geschrevene daalt het stof der tijden neer, en ik peins daarom dat het goed is als er om de 10 jaar een andere een kruis trekt over al die oude dingen, en de wereld-van-vandaag opnieuw uitspreekt met andere woorden”. 

 

 1890471-754a1764d2869792e27bb4f44501b60b.jpg
Louis Paul Boon (15 maart 1912 - 10 mei 1979)
Rond 1945

 

 

De Nigeriaanse dichter en romanschrijver Ben Okri werd geboren op 15 maart 1959 in Minna, Nigeria. Zie ook alle tags voor Ben Okri op dit blog.

Uit:The Famished Road

“Those of us who lingered in the world, seduced by the annunciation of wonderful events, went through life with beautiful and fated eyes, carrying within us the music of a lovely and tragic mythology. Our mouths utter obscure prophecies.
Our minds are invaded by images of the future. We are the strange ones, with half of our beings always in the spirit world. We were often recognized and our flesh marked with razor incisions. When we were born again to the same parents the marks, lingering on our new flesh, branded our souls in advance. Then the world would spin a web of fate around our lives. Those of us who died while still children tried to erase these marks, by making beautiful spots or interesting discolorations of them. If we didn't succeed, and were recognized, we were greeted with howls of dread, and the weeping of mothers.
In not wanting to stay, we caused much pain to mothers. Their pain grew heavier with each return. Their anguish became for us an added spiritual weight which quickens the cycle of rebirth. Each new birth was agony for us too, each shock of the raw world. Our cyclical rebellion made us resented by other spirits and ancestors. Disliked in the spirit world and branded amongst the Living, our unwillingness to stay affected all kinds of balances.
With passionate ritual offerings, our parents always tried to induce us to live. They also tried us to reveal where we had hidden the spirit tokens that bound us to the other world. We disdained the offerings and kept our tokens a fierce secret. And we remained indifferent to the long joyless parturition of mothers.”

 

 1890471-631ef8433ccced236d775dc33c8faed4.jpg
Ben Okri (Minna, 15 maart 1959)

 

 

De Servische schrijver David Albahari werd op 15 maart 1948 geboren in Pec in Sevie.Zie ook alle tags voor David Albahari op dit blog.

Uit: Leeches (Vertaald door Ellen Elias-Bursać)

“My eye wasn't drawn by their proximity to the river, which could be reached only by wading through the mud or hopping cautiously from stone to stone, no, it was something in their gestures that set them apart from their surroundings, as if they belonged to another world, a realm completely alien to the people strolling on the quay. Whatever it was, it stopped me in my tracks. I sat down on the nearest bench, pretending to stare off into the distance at the outlines of the buildings of Belgrade, at everything but those two people. All that was left of the apple at that point was the stem. I mashed it between my teeth, savored the bitterness, and just then, with no warning, the man slapped the woman. The slap may not have been hard; from where I was sitting it looked as if he had swung more from the elbow than the shoulder, but it might have only looked that way from where I was sitting, the angled trajectory of my gaze; the woman staggered, swayed to the right, as if she were combining the force of the blow with a lunge to evade it, then carried by inertia, sloshed back with her right foot into the river. One could clearly see how the water splashed at her ankle, how her sock soaked up the wetness, how her leg sank into the muck. The man raised his hand as if to slap her again, then dropped it, turned, and walked back to the riverbank. I too turned, but no one else seemed to have noticed anything. The man was soon on the path. He passed close by me on his way toward Hotel Yugoslavia. I watched him until he had disappeared in the crowd. Meanwhile the woman hadn't budged: her right foot was still in the water, her body twisted, her hands at her chest. I thought she might be in a state of shock and that I ought to help, and I was ready to start down the steep slope that ran from the edge of the promenade to the riverbank when I noticed a man in a black trench coat. He was standing next to a seesaw in a playground, staring straight at the woman. To this day I am not sure whether it was the same man I ran into later, but he was why I decided not to go down to the river's edge. Gnawing at the mashed apple stem, I knelt and pretended to be fiddling with my shoelaces. When I looked up again, the man in the black trench coat had gone. The woman had moved: she was wading through the mud, skirting the rocks, until she reached the steps that led to the promenade. She carefully made her way up, one step at a time, as if reluctant to get to the top”.

 

 1890471-bc277e1d52c367268e947057e06cb26e.jpg
David Albahari (Pec, 15 maart 1948)

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Andreas Okopenko werd in Košice (Slowakije) geboren op 15 maart 1930. Zie ook alle tags voor Andreas Okopenko op dit blog.

Uit: Lockergedichte

 

Alptraum eines Stadl-Sängers
»Aus deinem Schmalz wirst du einst ausgebacken!
Dir bleibt, auf Lebenszeit vor Angst zu kacken.«

 

Alptraumherstellung
Wie ich den Traum veränder?:
Nun gibt es kein Geländer.

 

Alter Meister
Hätte Ariost im Aorist geschrieben,
hätte das die meisten Fans vertrieben.

 

Alter Wortwitz
Geleise -
geh leise!
Damit der Zug dich überhört.

 

An der Adria
Rätst du mir zum Heiraten?
- Ich würde dir eher zum Hai raten.

 

An einen Scheißer
Ach, ich bitt dich,
ach, ich bitt dich:
doch nicht auf den Wellensittich!
Das verpickt ihm seine Federn,
und dann kann er nicht mehr ledern.

 

 1890471-c68313ab0b1b362bc4c709fd95809152.jpg
Andreas Okopenko (15 maart 1930 – 27 juni 2010)

 

 

De Nederlandse schrijfster An Rutgers van der Loeff werd geboren in Amsterdam op 15 maart 1910. Zie ook alle tags voor An Rutgers van der Loeff op dit blog.

Uit: Rossy, dat krantenkind

‘‘Kind, knijp me niet zo!’ zei Ricky. ‘Zij haalt het. Geloof me, zij haalt het, Baby. Ik ben niet bang. Heb je niet gezien hoe zij alles had? Hel emaal álles wat een mens moet hebben? Benen, armen, haartjes, vingertjes, teentjes, nageltjes, tandjes ...’
‘Tandjes!’ wierp Mary tegen. ‘Je verbeeldt je veel en je geeft hoog op van je kind, maar als je zegt dat zij tandjes heeft, weet ik meteen dat je haar nog niet eens goed bekeken hebt. En wat nog erger is: dat je dom bent. Welke baby heeft nu tandjes!’
Ricky keek even onthutst, maar daarna zwaaide hij met een brede armbeweging haar verontwaardiging weg. Hij voelde zich prettig en overmoedig hier hoog in de lucht. Voor zijn part mocht het nog uren duren. Dat mankement daar beneden was hem welkom. En wat nog mooier was, hij kon straks met goed fatsoen zijn geld terug vragen.
Zijn geld? Wis-en-drie niet! Het was het geld van Eleonora Roswita Alberta.
‘We moeten haar honderd dollar goed besteden, Baby,’ zei hij ernstig.
‘We moeten het verschrikkelijk goed besteden,’ zei Mary plechtig.
‘We mogen niet meer dan twee dollar hier op de kermis uitgeven. En die moeten we haar later terugbetalen,’ zei hij weer.
‘Ja, dat moeten we niet vergeten te doen,’ zei zijn vrouw, terwijl zij met haar ellebogen op de rand van het luchtbootje ging leunen en een blik vol liefde naar het groene dak van het medische tentoonstellingsgebouw wierp.
‘Eigenlijk zouden we het geld op de Spaarbank moeten zetten,’ zei Ricky en hij keek naar de strakblauwe lucht boven hun hoofden.
‘Ja, eigenlijk wel,’ stemde zij aarzelend toe. ‘Maar er is zo veel nodig straks, als ze groter wordt ... Groter wordt,’ zei ze nog eens, ‘Ricky, zeg, kun jij je voorstellen dat ze echt groot zal worden, zoals andere mensen, zoals jij en ik, dat ze bij voorbeeld van die dikke zwarte krullen zal krijgen zoals jij hebt, en dat zij - ja, dat zij bijvoorbeeld een aardig winkelmeisje zal worden dat mooie witte blouses verkoopt enne ...’
‘Ik zal blij zijn als zij op haar tiende verjaardag over een toonbank heen kan kijken,’ zei Ricky.”

 

 1890471-5d6074c57316c8fa6ebf62b45e62866e.jpg
An Rutgers van der Loeff (15 maart 1910 – 19 augustus 1990)
 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e maart ook mijn blog van 15 maart 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:58 Reageer op dit bericht

Prosper van Langendonck

De Vlaamse dichter en schrijver Prosper Antoine Joseph Van Langendonck werd geboren in Brussel op 15 maart 1862. Hij begon in Leuven aan de universitaire studies wijsbegeerte en letteren aan, maar kon die door familiale omstandigheden niet afmaken. Zijn vorming volstond wel om als ambtenaar te werken voor het ministerie van justitie. In 1899 kon hij, tot aan WO I aan de slag als vertaler bij de diensten van de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Hij ondervond steeds meer last van een (erfelijke) schizofrenie en overleed in 1920 in een Brussels ziekenhuis.In 1893 richtte Van Langendonck samen met August Vermeylen, Emmanuel de Bom en Cyriel Buysse het literaire tijdschrift “Van Nu en Straks” op, het tijdschrift dat de Vlaamse literatuur vernieuwde. Zijn opstel uit 1894 “De herleving van de Vlaamse poëzij” gold als manifest van de literaire vernieuwing. Binnen de redactie van het tijdschrift had hij als enige rooms-katholiek wel meer voeling met de traditionele stijl. Hij publiceerde een honderdtal verzen en sonetten, meestal in “Van Nu en Straks”, maar ook in “Dietsche Warande en Belfort”. Behalve poëzie schreef Van Langendonck ook kritische opstellen en pamfletten ter bevordering van de Vlaamse cultuur en literatuur. Een andere bijdrage tot het verspreiden van de Nederlandstalige literatuur in België en Nederland was zijn bloemlezing “Vlaamse poëzie De Vlaamsche oogst van 1904”. Prosper van Langendonck kwam voor het eerst in 1906 naar Genk nadat een bekende psychiater in Bonn hem aanraadde een rustige plek op te zoeken. Van 10 april 1909 tot 22 oktober 1912 was hij ingeschreven in de Genkse bevolkingsregister. Vaak had hij er nog goede momenten en zocht hij contact met de mensen uit het dorp en de kunstenaars in de hotels. Hij schreef er zijn laatste gedicht “De Zwerver”.

 

 

De torens

Ze rijzen, rijzen, hier en daar verspreid,
de hoge torens in de vlakke velden, -
als baken van gevoel, die wisheid melden
langsheen die duiz'lingwekkende eeuwigheid ...

Hen ziet de zwerver, tot de zon verscheidt,
opdagen, of ze beurtlings hem verzelden.
Wen nacht en stilte en vreemd geruis hem kwelden,
klinkt nog hun stem, die troostend hem geleidt.

'k Ging door een land van smarte ... Vaak bezweken
mijn krachten ... Immer vond ik, 't pad ontweken,
een richtbaak voor mijn stappen, mank en krank,

en stronkelde ik in wanhoop soms verloren,
dra viel door 't duister, uit een hoge toren,
diep in mijn ziel een verre klokkenklank.

 

 

Gij zegt mij, vriend...

Gij zegt mij, vriend: 'o spreek uw lijdend hart
in schoonheid uit, die licht uw lijden stilt:
de stem der goudgelokte muze trilt
met dubble glorie op de snaar der smart.'

Maar kent gij onrecht, waarbij 't hart verkilt,
zo diep wraakroepend dat men, 't oog verstard
voor immer, wars van troost, in haat verhard,
stom voor het noodlot staat, en zucht noch gilt?

Ik ben niet van diegenen, die men breekt
en dan, als kindren, zoete woordjes spreekt,
ze paaiend met een kaatsbal of een pop.

Mijn stomme smart, zij blijft de waardigheid
mijns levens, en mijn diep verzet, en 'k schrijd
in 't duister voort, en krop mijn tranen op.

 

 

De Zwerver

De heide ontrolt haar bruine vacht
langs de eindloze avondvlakte,
waarop een grauwe wolkenvracht
in klamme neevlen zakte.
De raven gieren krassend rond,
loom zwoegend door de locht,
en stuwen traag ten horizont
haar hongerige tocht.

Waar ligt nu ’t doel? Waarheen de gang
al door die woeste heiden?
Geen jachtroersknal, geen klokkenklank
kan d’oude Zwerver leiden,
die, stijf en stram en moe van ’t àl,
zó hopeloos alleen,
een spoor zoekt dat hem voeren zal
ter uitkomste – of waarheen? …

 

 1937246-83446fdbcaa2335526b23556835de192.jpg
Prosper van Langendonck (15 maart 1862 – 7 november 1920)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Jochen Schimmang, Volker von Törne, Pam Ayres, Horton Foote, Olivier Delorme, Wout Waanders

De Duitse schrijver Jochen Schimmang werd geboren op 14 maart 1948 in Leer, Ostfriesland. Zie ook alle tags voor Jochen Schimmang op dit blog.

Uit: Der schöne Vogel Phönix

»Es ist dies wohl mein letzter Brief, der Dich in dem un-würdigen Dasein der Beengung und der Unfreiheit erreicht. Der Gefreite Murnau wird nicht mehr sein, die Geschichte dieser achtzehn Monate wird zu einem Kapitel, eine neue Seite wird aufgeblättert. Ich hoffe, dass die ätzende Säure der Erinnerung dieses neue Kapitel nicht beeinflusst.«
Das war der zweite Absatz des vorletzten Briefes, den mir Jensen damals im Dezember schrieb (ein paar Tage später kam dann der wirklich Letzte, um ein paar Terminfragen zu klären). Dieser Vorletzte war einer jener sieben Seiten lan-gen Briefe, wie ich sie von Jensen, aber auch von anderen, das ganze Jahr über in unregelmäßigen Abständen bekam. Ich selbst war es, der damals für die Kompanie die Post vom Stabsgebäude holte, kurz vor der Mittagspause, und je nach-dem, ob ich Post erhalten hatte oder nicht, hatte ich es eilig, in die Kompanie zurückzukommen oder redete noch eine Viertelstunde mit den Gefreiten in der Poststelle. Dieser Brief war nun einer der letzten überhaupt, die zu mir in die Kaserne kamen. Wir schrieben Dienstag, den 10. Dezember. Das Zentimetermaß in meinem Spind hatte sich auf neun Zentimeter verkürzt. »Es klingt wie eine Sage, noch ganze neun Tage.«
Das Kasernengelände war sehr ruhig in diesen Dezem-bertagen. Die Mehrzahl der Soldaten freute sich auf Weih-nachten und den damit verbundenen Urlaub, und eine Min-derheit, der anzugehören ich das Glück hatte, freute sich auf den 20. Dezember. Es war nicht die Zeit, um hektische Vorbereitungen zu treffen, nicht die Zeit, um ins Manöver zu ziehen oder gar in einen Krieg.
Es war das Jahr 1968, das sich dem Ende zuneigte, ein ganzes Jahr, zugebracht in einer Garnisonsstadt am Jade-busen, Hunderte von Kilometern entfernt von der Teilstadt Berlin-West, aus der mir zuweilen der Pinguin Briefe über Wasserwerfer schrieb, oder von Tübingen, von wo mich seit kurzem Jensens Briefe erreichten, oder Frankfurt am Main, wo der Professor Theodor W. Adorno einen Lehrstuhl bekleidete und der Genosse Hans-Jürgen Krahl am 27. Mai seine Römerbergrede hielt, die ich vier Jahre später in einer riesigen Wohnung in Berlin zum ersten Mal lesen sollte, als der Genosse Krahl schon tot war. Das Jahr hatte mit einem kalten Winter begonnen, den ich größtenteils im Lazarett verbrachte. Etwas später hatten in Berlin und anderswo Autos gebrannt, die die Bild-Zeitung und andere Druck-erzeugnisse an die Verkaufsstellen bringen sollten, und im Mai, als ich wieder, diesmal mit frisch herausgenommenen Mandeln, im Lazarett lag, war Manchester United Europa-meister geworden, und in Frankreich gab es den größten Generalstreik der Geschichte.“

 

 1890091-8bc8f0a24f2d28fd57773c313f3a800f.jpg
Jochen Schimmang (Leer, 14 maart 1948)

 

 

De Duitse dichter Volker von Törne werd geboren op 14 maart 1934 in Quedlinburg. Zie ook alle tags voor Volker von Törne op dit blog.

 

Abendlied

Da die Sonne am Galgen hing
Schwarz und schon erloschen
Kauft ich einen Schmetterling
Für drei blanke Groschen

Kauft dazu ein Amsellaut
Und ein Blatt Holunder
Kauft mir eine liebe Braut
Und ne Handvoll Zunder

Kauft ein Harnisch aus Papier
Für mein Herz aus Flammen
Pflückt mir Sterne vom Spalier:
Müßt mich Gott verdammen.

 

 

Ankündigung des Paradieses


1
Ich sage euch: begrüßt den Tag
mit Donner- und mit Drosselschlag!
2
Ich sage euch: Legt Hand ans Werk!
Befahrt das Meer, das Flöz im Berg!
3
Ich sage euch: Verzehrt den Rauch!
Hißt Sonnen, rot, am Aschenstrauch!
4
Ich sage euch: Bebaut das Land!
Mischt Pech und Schwefel, Kalk und Sand!
5
Ich sage euch: Befliegt den Wind,
die Himmel, die euch freundlich sind!
6
Ich sage euch: Setzt euch zu Tisch!
Schlagt euch den Bauch voll Fleisch und Fisch!
7
Was nützt den Mächtigen die Macht?
Ich sage euch: Vertagt die Nacht!

 

 1890091-65d538f6f7dc6ba0ec9f0db0def3c9b7.jpg
Volker von Törne ( 14 maart 1934 – 30 december 1980)
 

 

 

De Britse dichteres van humoristische poëzie Pam Ayres werd geboren op 14 maart 1947 in Stanford in the Vale in Berkshire (tegenwoordig Oxfordshire). Zie ook alle tags voor Pam Ayres op dit blog.

 

Poem for the Diamond Jubilee

Dad took me to our local pub in 1953,
They had a television set, the first I’d ever see,
To watch a Coronation! I knew it sounded grand,
Although at six years old, the word was hard to understand.

But little kids like me, and others all around the world,
We saw the magic crown; we saw magnificence unfurled,
A brand new Queen created, the emergence and the birth,
And the Abbey seemed a place between the Heavens and the Earth.

Certain pictures linger when considering the reign,
Hauntingly in black and white, a platform and a train,
The saddest thing I ever saw, more sharp than any other,
Prince Charles. The little boy who had to shake hands with his mother.

I will stand up and be counted; I am for the monarchy,
And if they make mistakes, well they are frail like you and me,
I would not choose a president to posture and to preen,
Live in a republic? I would rather have the Queen.

A thousand boats are sailing, little ships among the large,
Close beside the splendour that bedecks the Royal Barge,
And as the pageant passes, I can see an image clear
Of the Royal Yacht Britannia; she should surely have been here.

I wish our Queen a genuinely joyful Jubilee,
Secure in the affection of the mute majority,
I hope she hears our voices as we thank her now as one,
Sixty years a Queen. A job immaculately done.

 

 1890091-ea8701fd999d5daeb8150910dbdae307.jpg
Pam Ayres (Stanford in the Vale, 14 maart 1947)

 

 

De Amerikaanse schrijver en draaiboekauteur Horton Foote werd geboren op 14 maart 1916 in Wharton, Texas. Zie ook alle tags voor Horton Foote op dit blog.

Uit: A Coffin in Egypt

„MYRTLE. I remember that night so well. How many years ago? (Jessie closes the magazine.)
It was a Sunday night, and across the fields I could hear the Negroes singing in their church. None of us ever went to church here in this house. Hunter had no religion one found in the churches in Glen Flora or Harrison. Can you hear the Negroes singing? I never cared for their singing, myself. I am not sentimental about Negroes and their religion as many whites I know are. I don’t dislike Negroes. Some I like. Some I don’t like, just as some whites I like and many, very many, I don’t like. Oh, I know I am supposed to be bitter toward the Negro race, because of the colored mistress Hunter had as a young man. A young man? He preferred colored women until he was forty-five, and then he changed.
“Why did you change?” I once asked him. The change almost cost him his life. But from the time he was forty-five on, he only took white mistresses. Common and vulgar, mostly, they were, too.
(Rear projection: a young, very lovely, mulatto girl.) I always thought the mulatto, Maude Jenkins, was the most beautiful, and in some ways the most refined, although when she left him for Walker, the gambler, she ran a house of prostitution, the vamp, across the tracks in Harrison. She has a house in California now, someone said. Left for there after the gambler, Walker, was killed.
She’s gotten fat, they say, and lost her looks. I only saw her twice when she was a girl, and she was beautiful then ... Copper-colored. She looked like the Tahitian girls in Gauguin pictures. She was a Jenkins.
Maude Jenkins. Her mother was the mistress of Cy Merriweather and so she was his child, they say. She was some white man’s child, that’s for sure. Anyway, I went to Europe because of her.
(Rear projection:  Myrtle, as a young woman, with her two daughters standing beside her.)
I took my two girls and stayed eight years over there, traveling around from city to city.
(Rear projection: Algerian male in traditional Sheikh costume.)“

 

 1890091-baf56355be9e04629d9380b3e46ca40d.jpg
Horton Foote (14 maart 1916 – 4 maart 2009)
Scene uit een opvoering van de kameropera “A Coffin in Egypt” in Philadelphia, 2014

 

 

De Franse schrijver Olivier Delorme werd geboren op 14 maart 1958 in Chalon-sur-Saône. Zie ook alle tags voor Olivier Delorme op dit blog.

Uit: Yannis Tsarouchis, ou l’Éros en maillot de corps

“Pour lui, Matisse est une tentative de synthèse entre la tradition occidentale, qui donne la priorité au dessin, à la représentation, et l’art oriental qui fait primer la couleur, les échelles chromatiques. Dans cette perspective, « le dessin, précise-t-il, est en fin de compte la lutte des couleurs pour trouver leur juste place dans le tableau. L’œuvre qui est dessinée par l’intermédiaire de la recherche chromatique est supérieure à celle qui est fondée sur un dessin réalisé patiemment au moyen de proportions et d’un clair-obscur parfaits. »
Les tensions modernité/classicisme, dessin/couleur sont installées, elles deviennent les moteurs constants de la peinture de Tsarouchis ; elles le conduiront à rechercher sa modernité à l’intérieur du classicisme : Tsarouchis a expérimenté le cubisme, le surréalisme, l’abstraction, il ne sera ni cubiste, ni surréaliste, ni abstrait… peut-être aussi parce qu’il est déjà un peintre de la sensualité masculine.
Car, désormais, c’est l’audace de Tsarouchis dans le choix de ses sujets qui frappe tout autant que son style. Les premiers nus masculins, frontaux, datent de 1936; ils sont à mes yeux ce que l’Olympia est à Manet. Chez Tsarouchis, les femmes resteront toujours des objets, généralement dissimulés sous des costumes empesés. Tandis que le corps masculin, lui, qu’il soit debout, couché ou assis, dans sa nudité, éventuellement soulignée par un pansement au doigt, en short, en uniforme ou en maillot de corps, se trouve à l’épicentre de l’œuvre, comme il est au centre de l’art grec antique – fortement érotisé, quand il n’est pas donné pour Éros lui-même qui, chez Tsarouchis, n’a jamais rien d’un bébé joufflu et tout d’un mâle dans la plénitude de sa virilité.“

 

 1890091-f670705c62aaf9f3aba53a803f08438f.jpg
Olivier Delorme (Chalon-sur-Saône, 14 maart 1958)
Lezende matroos in een café door Yannis Tsarouchis, 1947

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse dichter Wout Waanders werd geboren in 1989in ’s-Hertogenbosch. Waanders studeert Bedrijfsjournalistiek aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Eerder rondde hij een studie Nederlandse Taal en Cultuur af. Hij is hoofdredacteur van literair tijdschrift Op Ruwe Planken en won onlangs de tweejaarlijkse poëzieprijs van de stad Oostende. Hij was al te horen op festivals als Onbederf’lijk Vers, Manuscripta, Wintertuin en De Geest Moet Waaien. 

 

alle dagen

kairuku. ik ben een duiker die met voedsel terugkeert,
zei ze en ze nam een hap van haar boterham.
ik pakte het plastic zakje aan, twee mueslibollen
zaten er nog in. en ik wist:
als ik deze vrouw voor me win,
zal ik alle dagen eten hebben.

maar ze ziet soms als een reiger,
haar kaken zijn om te kauwen, niet veel meer,
en haar voeten zijn log, en toch:
duizend huizen zou ik voor haar willen bouwen,
ik weet niet waar die drift van komt.

ze zegt: ik ben zo weer terug,
maar ik zie haar niet meer, het is te druk op de straat
waar zich een markt bevindt. ik roep haar zonder richting.
kairuku. ze is een duiker.
ze zal met voedsel terugkeren.

 

 1890091-60e517f45d2b437b3536021b4662652c.jpg
Wout Waanders (’s-Hertogenbosch, 1989)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e maart ook mijn blog van 14 maart 2015 en ook 14 maart 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:12 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten