Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 27 maart 2016 tot 28 maart 2016

Walter van den Broeck, Mario Vargas Llosa, Joost de Vries, Nelson Algren, Marianne Frederiksson

De Vlaamse roman- en toneelschrijver Walter van den Broeck werd geboren in Olen op 28 maart 1941. Zie ook alle tags voor Walter van den Broeck op dit blog.

Uit: Een verliefde monnik

“Het was ook toen dat mijn leeswoede het gezelschap kreeg van een beginnende schrijfwoede, en mijn verlangen naar onsterfelijkheid begon te groeien. Nee, ik wilde geen Methusalem worden, ik wilde sporen achterlaten op deze planeet, die mijn naam zouden spreken als ik niet langer lijfelijk aanwezig was. Ik wilde eerst onsterfelijk worden en dan pas doodgaan.
Doodgaan... Wat erg toch, denk je dan. Maar dat is het pas echt als je beseft geen enkel spoor te hebben achtergelaten, niet te hebben ingegrepen op je tijd en je omgeving, de wereld niet een ietsje beter te hebben achtergelaten dan je hem had gevonden.
En je kinderen dan? Zijn zij niet het levende spoor dat jij zult achterlaten? Je schudt het hoofd, en wat beschaamd ontwijk je de vraag: gaat het om het spoor of om de spoortrekker zelve?
Nog altijd probeer ik te pennen. Nog altijd leg ik sporen. Opdat ik er altijd zal zijn.
Hoelang nog zal ik dit als een noodzaak beschouwen, heren veertigers, vijftigers, zestigers, zeventigers, tachtigers...?
Wie schrijft doet niet meer mee, is verloren voor het leven, maar gewonnen voor de eeuwigheid.
Zoals die West-Vlaamse monnik uit de 11de eeuw.”

 

 1895300-d66a8ad85a9520d490d0f5d2b1bb362f.jpg
Walter van den Broeck (Olen, 28 maart 1941)

 

 

De Peruviaanse schrijver Mario Vargas Llosa werd geboren op 28 maart 1936 in Arequipa. Zie ook alle tags voor Mario Vargas Llosa op dit blog.

Uit: Conversation in the Cathedral (Vertaald door Gregory Rabassa)

“Zoila’s right, at San Marcos he’d lose his contacts,” Popeye’s old lady said. “Boys from good families go to the Catholic University.”
“There are enough Indians at the Catholic University to give you a good scare too, mama,” Popeye said.
“With all the money Fermín’s bringing in now that he’s buddy-buddy with Cayo Bermúdez,the squirt won’t need any contacts,” the senator said. “O.K., Freckle Face, on your way.”
Popeye left the table, brushed his teeth, combed his hair and went out. It was only two-fifteen, it was better to go along marking time. Aren’t we pals, Santiago? come on, give me a little push with Teté. He went up Larco blinking in the sunlight and stopped to look in the windows of the Casa Nelson: those deerskin moccasins with brown shorts and that yellow shirt, wild. He got to the Cream Rica before Santiago, settled down at a table from where he could see the avenue, and ordered a vanilla milk shake. If he couldn’t convince Santiago to go listen to records at his house they would go to the matinee or to gamble at Coco Becerra’s, what was it that Skinny wanted to talk to him about. And at that moment Santiago came in, long face, feverish eyes: his folks had fired Amalia, Freckle Face. The doors of the branch of the Banco de Crédito had just opened and through the windows of the Cream Rica Popeye watched the revolving doors swallow up the people who had been waiting on the sidewalk. The sun was shining, the express buses went by loaded, men and women fought for taxis on the corner of Shell. Why had they waited until now to throw her out, Skinny? Santiago shrugged his shoulders, his folks didn’t want him to think that they were firing her because of the business of the other night, as if he was so stupid. He seemed even thinner with that mournful face, his jet black hair raining over his forehead. The waiter came over and Santiago pointed to Popeye’s glass, vanilla too? yes. After all, it’s not so bad, Popeye cheered him up, she’ll get another job soon, they need maids all over. Santiago looked at his nails: Amalia was a nice person, when Sparky, Teté, or I were in a bad mood they let off steam abusing her and she never told the folks on us, Freckle Face. Popeye stirred his milk shake with the straw, how can I convince you to go listen to records at your place, brother-in-law? he sucked in the froth.”

 

 1895300-30ce6893b48b8a1d25362fb932cac516.jpg
Mario Vargas Llosa (Arequipa, 28 maart 1936)
Cover

 

De Nederlandse schrijver Joost de Vries werd geboren op 28 maart 1983 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Joost de Vries op dit blog.

Uit: Vechtmemoires

“Door de jaren heen heeft Grunberg de adjectieven van zijn schrijverschap voornamelijk afgeschud: hij is geen cynische of nihilistische schrijver meer, daarvoor zijn er te veel kinderen zijn werk binnengekropen, te veel momenten van oprecht zoeken naar warmte en liefde en geborgenheid. Hij is geen geëngageerde schrijver, want hoeveel van zijn personages door oorlog en terrorisme en andere altijd actuele onderwerpen worden aangeraakt, juist die onderwerpen vormen zijn personages niet. Hun demonen zitten vanbinnen. ‘Kosmopolitisch’ is ook irrelevant want geografische afkomst is nooit van belang geweest in zijn werk. Hij kan niet meer als ‘joodse schrijver’ gelden, want het joodse geloof of de joodse identiteit is nauwelijks nog onderwerp voor hem, het is hooguit een cultuur die hij paraat heeft, als een aas in zijn mouw.
En toch - je kunt je eindeloos buigen over de manier waarop hij zijn humor heeft weten uit te smeren, over hoe zijn stijl is opgedroogd, zijn observaties meer gefocust zijn geraakt, en toch blijft het moeilijk om niet tot de conclusie te komen dat Grunberg de schrijver is van een oeuvre dat al geschreven is: met bijna tien romans en tal van essay- en verhalenbundels, brievenboeken en reportages is het hoogst onwaarschijnlijk dat hij nog met een boek zal komen dat je in onderwerp, toon, stijl, personages of iets anders enorm zal verrassen.
Zijn wereldvisie, tenminste die die hij in zijn romans uiteenvouwt, is uitgekristalliseerd: de mens is een wolf. Wie wil helpen wordt opgegeten. Ook slachtoffers zijn daders. Familie is een valkuil. Liefde is een product dat niet aan de wetten van de vrije markt ontkomt. Zijn romans volgen hetzelfde traject, stevenen altijd af op de publiekelijke en nietsontziende ondergang van zijn serviele, naïeve personages, die het telkens weer met dezelfde abstracte en principiële passiviteit ondergaan. Wie opzoekt hoe het de laatste tien jaar met zijn (mannelijke) personages is verlopen, stuit op een massagraf, of een overbelaste afdeling van de psychiatrische afdeling:...”

 

 1895300-ebf6be69d78bcb94958b7a59f81f7d28.jpg
Joost de Vries (Alkmaar, 28 maart 1983)

 

 

De Amerikaanse schrijver Nelson Algren werd geboren op 28 maart 1909 in Detroit. Zie ook alle tags voor Nelson Algren op dit blog.

Uit: The Man With the Golden Arm

“Frankie thought it over carefully. ‘In a couple minutes,’ he decided. ‘Half a cup anyhow.’
‘You better,’ Louie counseled him, ‘you’re likely to get so hungry around one o’clock you won’t be able to steal enough for another fix.’
Louie busied himself over the little gas plate in the corner and didn’t look around till he heard the dealer move. Frankie was swaying but he was on his feet and he’d make it fine, all night. All night and maybe the whole week end. It was hard to tell with these joy-poppers. ‘That stuff cost me more than the last batch,’ he said indifferently.
‘I know,’ Frankie grinned, ‘you told me,’ sounding bored while he used a dish towel on his chest beneath the soiled undershirt. ‘Keeps goin’ up all the time, like a kite with the string broke off.’ His eyes were growing heavy, the towel slipped out of his fingers and caught under his arm, hanging there like a flag at half-mast. The junkies’ flag of truce, to guard him as he slept. There beneath a single bulb, flat on his feet, the knees bending a little, the slight body swaying a bit, the flat-bridged nose looking peaked. Hush: he is sleeping the strange light sleep.
“I can’t help it when they up the price on me,” Louie added. “They got me, Dealer, that’s all.”
“The way you got me,” Frankie murmured knowingly. Then he smelled the coffee, got down to the table in front of a cup, took one sip and, smiling softly, started to let his head fall toward his chest. Louie got the cup out of the way of that blond mop before it bent to the table.”

 

 1895300-f60e2c54c4320d59aa8eb8dd03059f38.jpg
Nelson Algren (28 maart 1909 - 9 mei 1981)
 

 

 

De Zweedse schrijfster Marianne Fredriksson werd geboren in Göteborg op 28 maart 1927. Zie ook alle tags voor Marianne Fredriksson op dit blog en ook alle tags voor M. Fredriksson op dit blog.

Uit: Hanna's Daughters (Vertaald door Joan Tate)

“Johanna's secret world followed the clock. It opened at three in the morning and closed again at dawn.
Her world contained a wealth of images, filled with colors, scents, and voices. Other sounds, too. The roar of the falls, the wind singing in the tops of the maples, and the forest rejoicing with birdsong.
On this night the pictures she sees tremble with excitement. It is summer and early morning, with slanting rays of the sun and long shadows.
"You must be mad,"shouts the voice she knows best, her father's. He's red in the face and frightening in his agitation. She's afraid and flings her arms around his leg. He lifts her up, runs his hand over her head.
"Don't you think, girl?"he says.
But her eldest brother is standing in the middle of the room, handsome, with shiny buttons and high boots, and he's shouting, too.
"To the cave, all of you, and today, too. They might already be here tomorrow."
Then another voice, resourceful.
"Listen now, lad. Would Axel and Ole come here from Moss and would Astrid's lad come here from Fredrikshald to shoot us?"
"Yes, Mother."
"I think you've gone mad," says the voice, but now it's uncertain. And her father looks at the soldier, eye meets eye, and the old man can't mistake the gravity in the young man's eyes.
"Then we'll do as you say."
Then the pictures change, start moving. Feet stomp, burdens are lifted. She sees the earth cellar and store emptied. The great barrel of salt pork is carried out, the herring barrel, the potato bin, the cloudberry jar, the butter in its wooden tub, the hard round slabs of crispbread, all out on the ground, then carried down toward the boat. Sacks filled with blankets and clothes, all the wool in the cottage going the same way, down the slope toward the lake. She sees the brothers rowing. It's heavy going toward the promontory, easier back.“

 

 1895300-20ba555b7d8ab0ec4653ea57b92f7aeb.jpg
Marianne Frederiksson (28 maart 1927 – 11 februari 2007)
Cover 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e maart ook mijn twee vorige blogs van vandaag.



Geschreven door Romenu om 11:48 Reageer op dit bericht

Russell Banks, Chrétien Breukers, Maksim Gorki, Bohumil Hrabal, Lauren Weisberger

De Amerikaanse schrijver Russell Banks werd geboren op 28 maart 1940 in Newton, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Russell Banks op dit blog.

Uit: Trailerpark

“What didn't make sense was how someone who seemed slightly cracked, as Flora came quickly to seem, could have stayed in the military long enough to end up collecting a pension for it. Here's how she first came to seem cracked. She sang out loud, in public. That's the first thing. She supposedly was raised here in Catamount, and though she had moved away when she was a girl, she still knew a lot of the old-timers in town, and she would walk into town every day or two for groceries and beer, singing in a loud voice all the way, as if she were the only person who could hear her. But by the time she had got out to Old Road, she naturally would have passed someone in the park who knew her, so she had to be aware that she wasn't the only person who could hear her. Regardless, she'd just go right on singing in a huge voice, singing songs from old Broadway musicals, mostly. She knew all the songs from Oklahoma and West Side Story and a few others as well, and she sang them, one after the other, all the way into town, then up and down the streets of town as she stopped off at the A & P, Brown's Drug Store, maybe Hayward's Hardware, finally ending up at the Hawthorne House for a beer before she headed back to the trailerpark. Everywhere she went, she sang those songs in a loud voice that was puffed up with feeling if it was a happy song or thick with melancholy if it was a sad song. You don't mind a person whistling or humming or maybe even singing to him- or herself under his or her breath while he or she does something else, sort of singing absentmindedly. But you do have to wonder about someone who forces you to listen to him or her the way Flora Pease forced everyone within hearing range to listen to her. Her voice wasn't half-bad, actually, and if she had been singing for the annual talent show at the high school, say, and you were sitting in the audience, you might have been pleased to listen, but at midday in June on Main Street, when you're coming out of the bank and about to step into your car, it can be a slightly jarring experience to see and hear a person who looks like Flora Pease come striding down the sidewalk singing in full voice…”

 

 1895289-215fd296dd7d3e1813b0649262d2887f.jpg
Russell Banks (Newton, 28 maart 1940)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Chrétien Breukers werd geboren op 28 maart 1965 in het Limburgse Leveroy. Zie ook alle tags voor Chrétien Breukers op dit blog.

 

Kronkelpaden. Onverharde wegen.
Boerderijen in de plooien van het landschap
weggezakt. Silo's. Het notarishuis.
De pastorie. De oude en de nieuwe school.

En daar: geboortehuis. Zo levensecht.
Zo helemaal gebouwd voor een geborene.
Er hangt geen bord. Er staat geen borstbeeld voor.
Toch: er werd met ongekende kracht geworpen.

Bovendien werd er ook achttien jaar geleefd.
Getogen, heet dat dan. Eerder flink verbogen,
maar dat is nu van geen belang. Murmeltalen

klonken in het oor - kraakten uit de radio.
Verre werelden, voor later, vouwden waaiers
open als in stadse dranklokalen. Maar nee:

er zijn geen verre werelden, geen waaiers meer.

 

 

Vlees ben ik

Vlees ben ik. Van hem, van haar, van hen
die voor mij leefden; vlees dat niemand
heeft gezien. Vlees ben ik. En vocht dat
aan volle borsten werd onttrokken.

Vlees en vocht en knokenwit. Duizend
jaar en meer is het geleden dat
mijn ouders zich hier vestigden; het
is mijn ruwe schatting die ik u

vrijblijvend geef. Vlees en vocht, het wit
van knoken en papier. Eeuwige
duisternis! Ik zeg: licht. Er zou licht

zijn, staat geschreven, maar niets gebeurt.
Tot in de gaten van het heelal
donkert het maar door, met man en macht.

 

 1895289-ebb6137f991cd986c81c428a7a6127d8.jpg
Chrétien Breukers (Leveroy, 28 maart 1965)
 

 

 

De Russische schrijver Maksim Gorki (pseudoniem van Aleksej Maksimovitsj Pesjkov) werd geboren in Nizjni Novgorod op 28 maart 1868. Zie ook alle tags voor Maksim Gorki op dit blog.

Uit: Kinderjaren (Vertaald door Peter Charles)

"Waar kom je vandaan en ben je komen lopen?’ vroeg ik haar.
Ze antwoordde: ‘Van boven**, uit Nízjni Nóvgorod. En niet lopend, maar met de boot, want over water kun je niet lopen, gekkie!’
Dat was grappig maar niet te snappen: boven ons woonden   Perzen   met   geverfde   baarden   en   in   het   souterrain woonde een oude, gelige Kalmuk, die schapenhuiden verkocht. Je kon langs de leuning van de trap naar beneden glijden of, als je viel, van de treden tuimelen, dat wist ik maar al te goed. Maar dat had toch niets met water te maken? Allemaal onzin en op een grappige manier verwarrend.
‘Waarom noem je me gekkie?’
‘Waarom zijn de bananen krom...’ antwoordde ze, ook lachend.
Ze sprak liefdevol, vrolijk en begrijpelijk. Vanaf de eerste dag waren we vrienden, maar nu wil ik dat ze zo snel mogelijk met me uit deze kamer weggaat.
Mijn moeder maakt me totaal van streek; door haar tranen en uitroepen onderga ik een onbekend gevoel, een gevoel van onzekerheid en angst. Nooit eerder heb ik haar zo gezien; altijd was ze streng, sprak ze weinig; proper was ze, met een gladde huid en stevig als een paard: een robuuste vrouw met ontzettend sterke handen.
En nu ziet ze er opgeblazen uit, verfomfaaid; alles aan haar is in wanorde: de haren, die altijd onberispelijk als een fraai kleurig hoedje op haar hoofd lagen, hangen gedeeltelijk los over haar blote schouder, vallen voor haar gezicht en de rest is samengevlochten in een vlecht, die heen en weer zwaait en soms ook het gezicht van mijn vader raakt. Een hele tijd sta ik nu al in die kamer, maar ze kijkt geen ogenblik naar me op; aan één stuk huilend, haar tranen opsnuivend, kamt ze mijn vaders haar.”

 

 1895289-8137917472d0e6f2514da7cfbaa5646c.jpg
Maksim Gorki (28 maart 1868 – 18 juni 1936)
Portret door Valentin Serov, 1905

 

 

De Tsjechische schrijver Bohumil Hrabal werd geboren in Brno-´idenice op 28 maart 1914. Zie ook alle tags voor Bohumil Hrabal op dit blog.

Uit: Al te luide eenzaamheid (Vertaald door Kees Mercks)

“En toen werd het zwart voor mijn ogen, want ik die vijfendertig jaar lang stampsel en maculatuur tot balen had geplet, ik dus die niet kon leven zonder die verrassing dat ik elk moment een mooi boek als premie uit dat walgelijke papier kon vissen, ik moest onbevlekt, onmenselijk schoon papier gaan verpakken. Die tijding wierp me op de eerste keldertree en daar zat ik dan als een hansworst, geheel door die tijding uit het veld geslagen, mijn armen hingen slap over mijn knieën, met een gebarsten glimlach blikte ik naar die twee jongelieden die er niets aan konden doen, omdat hun was gezegd dat ze in de Spálená papier moesten pletten, en dus waren ze gegaan, want het was hun brood, hun opdracht, ik zag ze met de mestvork het oud papier in de trog gooien en vervolgens de groene en rode knop indrukken, en ik troostte me met de dwaze hoop dat die machine van me in staking zou gaan, dat die er de brui aan zou geven, dat ze zou veinzen dat haar tandradjes en aandrijfwielen waren vastgelopen, maar ook die mechanische pletpers van me pleegde verraad, ze werkte heel anders, net als toen ze nog jong was, ze daverde op volle toeren en zelfs wanneer ze vlak bij het fatale keerpunt kwam, tinkelde ze even en vanaf de eerste baal tinkelde ze de hele tijd, alsof ze me stond uit te lachen, alsof ze wilde aantonen dat pas onder socialistische handen haar hele capaciteit en potentialiteit ten volle konden gedijen.”

 

 1895289-940e56a17999d4a4aa13f5a8b07382bf.jpg
Bohumil Hrabal (28 maart 1914 – 3 februari 1997)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Lauren Weisberger werd geboren op 28 maart 1977 in Scranton, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Lauren Weisberger op dit blog.

Uit:The Devil Wears Prada

“I ordered a Town Car to take me to the dealership, where I turned over a note I'd forged with Miranda's signature that instructed them to release the car to me. No one seemed to care whatsoever that I was in no way related to this woman, that some stranger had cruised into the place and requested someone else's Porsche. They tossed me the keys and only laughed when I'd asked them to back it out of the garage because I wasn't sure I could handle a stick shift in reverse. It'd taken me a half hour to get ten blocks, and I still hadn't figured out where or how to turn around so I'd actually be heading uptown, toward the parking place on Miranda's block that her housekeeper had described. The chances of my making it to 76th and Fifth without seriously injuring myself, the car, a biker, a pedestrian, or another vehicle were nonexistent, and this new call did nothing to calm my nerves.
Once again, I made the round of calls, but this time Miranda's nanny picked up on the second ring.
"Cara, hey, it's me."
"Hey, what's up? Are you on the street? It sounds so loud."
"Yeah, you could say that. I had to pick up Miranda's Porsche from the dealership. Only, I can't really drive stick. But now she called and wants me to pick up someone named Madelaine and drop her off at the apartment. Who the hell is Madelaine and where might she be?"
Cara laughed for what felt like ten minutes before she said, "Madelaine's their French bulldog puppy and she's at the vet. Just got spayed. I was supposed to pick her up, but Miranda just called and told me to pick the twins up early from school so they can all head out to the Hamptons."

 

 1895289-d61e9f2da73681ab6bf0d800fc906e22.jpg
Lauren Weisberger (Scranton, 28 maart 1977)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e maart ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:47 Reageer op dit bericht

Éric-Emmanuel Schmitt, Léon-Gontran Damas, Martien Beversluis, Schack von Staffeldt, Arsène Houssaye

De Franse schrijver en dramaturg Éric-Emmanuel Schmitt werd geboren op 28 maart 1960 in Lyon. Zie ook alle tags voor Éric-Emmanuel Schmitt op dit blog.

Uit: Oscar et la dame rose

«Cher Dieu,
Le petit garçon est mort.
Je serai toujours dame rose mais je serai plus Mamie-Rose. Je ne n’étais que pour Oscar. Il s’est éteint ce matin, pendant la demi-heure où ses parents et moi nous sommes allées prendre un café. Il a fait ça sans nous. Je pense qu’il a attendu ce moment-là pour nous épargner.
Comme s’il voulait nous éviter la violence de le voir disparaître.
C’était lui, en fait, qui veillait sur nous.
J’ai le cœur gros, j’ai le cœur lourd, Oscar y habite et je ne peux pas le chasser. Il faut que je garde encore mes larmes pour moi, jusqu’à ce soir, parce que je ne veux pas comparer la peine à celle, insurmontable, de ses parents.
Merci de m’avoir fait connaître Oscar. Grâce à lui, j’étais drôle, j’inventais des légendes, je m’y connaissais même en catch. Grâce à lui j’ai ri, et j’ai connu la joie. Il m’a aidée à croire en toi. Je suis pleine d’amour, ça me brule, il m’en a tant donnée que j’en au pour toutes les années à venir.
PS: Les trois derniers jours, Oscar avait posé une pancarte sur sa table de chevet. Je crois que cela te concerne. Il y avait écrit : « Seul Dieu a le droit de me réveiller.»
(…)

Plus on vieillit, plus faut faire preuve de goût pour apprécier la vie. On doit devenir raffiné, artiste. N'importe quel crétin peut jouir de la vie à dix ou vingt ans, mais à cent, quand on ne peut plus bouger , faut user de son intelligence. Je sais pas si je les ai bien convaincus. Visite-les. Finis le travail. Moi je fatigue un peu. Oscar"

 

 1895281-fe7ecdc8d3229c1a4aca14af18e7ff55.jpg
Éric-Emmanuel Schmitt (Lyon, 28 maart 1960)
Scene uit de gelijknamige film uit 2009

 

 

De Franstalige dichter uit Guyana Léon-Gontran Damas werd geboren op 28 maart 1912 in Cayenne. Zie ook alle tags voor Léon-Gontran Damas op dit blog.

 

Il n'est pas de midi qui tienne
 
Il n'est pas de midi qui tienne
et parce qu'il n'a plus vingt ans
mon coeur
ni la dent dure
de petite vieille

pas de midi qui tienne
je l'ouvrirai
pas de midi qui tienne
je l'ouvrirai
pas de midi qui tienne
j'ouvrirai
pas de midi qui tienne
j'ouvrirai la fenêtre
pas de midi qui tienne
j'ouvrirai la fenêtre au printemps
pas de midi qui tienne
j'ouvrirai la fenêtre au printemps que je veux éternel
pas de midi qui tienne

 

 

Par la fenêtre ouverte à demi

Par la fenêtre ouverte à demi
sur mon dédain du monde
une brise montait
parfumée au stéphanotis
tandis que tu tirais à TOI
tout le rideau

Telle
je te vois
te reverrai toujours
tirant à toi
tout le rideau du poème
où
Dieu que tu es belle
mais longue à être nue

 

 1895281-4739cdab00d8d6b918813e1e18772d77.jpg
Léon-Gontran Damas (28 maart 1912 – 22 januari 1978)

 

 

De Nederlandse dichter en romanschrijver Martien Beversluis werd geboren in Barendrecht op 28 maart 1894. Zie ook alle tags voor Martien Beversluis op dit blog

 

De Oorlogsidioot III
 
Dit is het levend monument
van den soldaat, die is bekend.
Dit is de grafsteen, die verschanst,
waarop de vlam van 't leven danst.
Dit zijn de bloemen die verbleeken
Dit zijn de letters die nog spreken.

In dezen afgetobden geest
klinkt nóg de angst, die is geweest.
Hier giert de jammer, die verging,
nog levend in d'herinnering.
In hem kreunt al het leed wat voor
en na hem smeekt om uitkomst... hoor!

Het maant! het eischt! het schreit! en vloekt!
het wordt geprofeteerd! geboekt!
Het ritselt in den wind alom...
Men vraagt, men bidt, men schreeuwt er om!
Ik zelf zing het U bevend voor:
Sta stil bij dezen mensch en hoor!

 

 1895281-8d896b5aea307c1621cf1a66c9482fd6.gif
Martien Beversluis (28 maart 1894 – 18 februari 1966)
Martien Beversluis en zijn vrouw. Portret door Han van Meegeren, 1942

 

 

De Deens-Duitse dichter Adolph Wilhelm Schack von Staffeldt werd geboren op 28 maart 1769 in Garz / Rügen. Zie ook alle tags voor Schack von Staffeldt op dit blog.

 

Die Stätte
Sonnet

Se fu beato chi la vide in terra,
Hor che fia dunque a rivederla in cielo!
Petrarca.

Als mich jüngst die Liebe hier beglückte
Und zum Seligsten der Welt erkohr,
Als ich mich am Wonnequell verlohr
Und an meine Brust Phanina drückte,

Weh mir! da erblaßte sie und blickte
Durch der Wehmuth feuchten Nebelflor
Schwärmerisch zum Himmelssitz empor,
Der die Heilige von fern entzückte.

»Diese Stätte wähl' ich mir zum Grabe,
Sterb' ich einst, so fließ' auf meinen Stein
Eine Thräne nur zur Todtengabe.«

Nun ich weinend sie begraben habe,
Senket, gute Götter, mein Gebein
Neben meiner Heiligen hier ein!

 

 1895281-2c40a5b3c69a096f931e8b7303b3b51b.jpg
Schack von Staffeldt (28 maart 1769 – 26 december 1826)
De Petruskerk in Garz 

 

 

De Franse dichter, schrijver en criticus Arsène Houssaye werd geboren op 28 maart 1815 in Bruyères. Zie ook alle tags voor Arsène Houssaye op dit bl

 

Adieu à Paris

Adieu, Paris, adieu, ville où le cœur oublie !
Je reconnais le chemin vert
Où j'ai quitté trop tôt ma plus douce folie ;
Salut, vieux mont de bois couvert !

J'ai perdu dans ces bois les ennuis de la veille ;
J'ai vu refleurir mon printemps ;
Après un mauvais rêve enfin je me réveille
Sous ma couronne de vingt ans !

C'est au milieu des bois, c'est au fond des vallées,
Qu'autrefois mon âme a fleuri,
C'est à travers les champs que se sont envolées
Les heures qui m'ont trop souri !

Les heures d'espérance ! adorables guirlandes
Qui se déchirent dans nos mains
Quand nous touchons du pied le noir pays des landes
Familier à tous les humains.

Ne trouverai-je pas le secret de la vie,
Seul, libre, errant au fond des bois,
À la fête suprême où le ciel me convie,
À la source vive où je bois ?

Ignorant ! Je lisais gravement dans leur livre ;
Maintenant que je vais rêvant,
Dans la verte forêt mon cœur rapprend à vivre
Et mon cœur redevient savant.

Approchez, approchez, Visions tant aimées ;
Comme la biche au son du cor,
Vous fuyez à ma voix sous les fraîches ramées,
Et pourtant je suis jeune encor.

Vous fuyez ! Et pourtant vous n'êtes pas flétries,
Sous ce beau ciel rien n'est changé :
J'entends chanter encor le pâtre en ses prairies,
Et dans les bois siffler le geai.

Ah ! ne vous cachez pas, ô Nymphes virginales !
Sous les fleurs et sous les roseaux.
Suspendez, suspendez vos courses matinales,
Sirènes, montez sur les eaux !

Amour, Illusion, Chimère, Rêverie,
Sans moi vous allez voyager.
Arrêtez ! Vous fuyez ? Adieu ! Dans ma patrie
Je ne suis plus qu'un étranger.

Il ne s'arrête pas, blondes enchanteresses,
Votre cortège éblouissant.
Heureux sont les amants, heureuses les maîtresses,
Que vous caressez en passant.

 

 1895281-c53b20d76cd47a741da76b037759c1c4.jpg
Arsène Houssaye (28 maart 1815 – 26 februari 1896)
Borstbeeld op Père Lachaise, Parijs

Geschreven door Romenu om 11:46 Reageer op dit bericht

Der Auferstandene (Rainer Maria Rilke)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Vrolijk Pasen! 

 

 1895321-dba31ec994af48175cf6ca8fb5c2cd11.jpg
Noli me tangere door Anton Raphael Mengs, 1770-71

 

 

Der Auferstandene

Er vermochte niemals bis zuletzt
ihr zu weigern oder abzuneinen,
daß sie ihrer Liebe sich berühme;
und sie sank ans Kreuz in dem Kostüme
eines Schmerzes, welches ganz besetzt
war mit ihrer Liebe größten Steinen.
 
Aber da sie dann, um ihn zu salben,
an das Grab kam, Tränen im Gesicht,
war er auferstanden ihrethalben,
daß er seliger ihr sage: Nicht

Sie begriff es erst in ihrer Höhle,
wie er ihr, gestärkt durch seinen Tod,
endlich das Erleichternde der Öle
und des Rührens Vorgefühl verbot,

um aus ihr die Liebende zu formen
die sich nicht mehr zum Geliebten neigt,
weil sie, hingerissen von enormen
Stürmen, seine Stimme übersteigt.

 

 

 CharlesBridge2.jpg
Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)
De Karelbrug in Praag op een vroege morgen. Rainer Maria Rilke werd geboren in Praag.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 28e maart ook mijn drie vorige blogs van vandaag.


Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Haec Dies (Jan Engelman)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Vrolijk Pasen! 

 

1894953-14bf2e031b108eef5e3872be5e09ce07.jpg
De Verrijzenis van Christus door Tintoretto, 1565

 

 

Haec Dies

De dood, de duist're, hield Hem niet,
geen steen, geen wade of breidel –
Hij steeg als 't eerste merellied,
want was dit wonder niet geschied:
zijn woorden bleven ijdel.

En alle leven is in 't Woord
voor wie zijn ziel kan dragen
zoo nieuw als lied'ren die men hoort
wanneer de merel, ongestoord,
het lente-licht ziet dagen.

O licht, o lied, o merelkeel
die voor den grafsteen beven –
was ooit een menschenwoord te veel
wanneer het voor een enkel deel
in Zijn geluk wil leven?

De Meesterzanger overal
maakt dronken van geluiden,
zij gaan als golven door het dal –
o zingend hart, gij weet het al:
de klok komt uit het Zuiden.

Het ritselt reeds in de spelonk
waar klare waters vloeien,
een vlam sprong uit de tondelvonk,
een lijkkleed zonk, het lichaam blonk,
geslaakt zijn alle boeien.

Hij stijgt, de horizon wordt rood,
Zijn purp'ren wonden lichten –
nu zweeft Hij boven hel en dood
en maakt het exultemus groot
in monden en gezichten.

Geen mensch is zoo melaatsch en klein
die hier niet kan genezen,
want alle wonden worden rein
en ieder ijdel woord een schijn
als Christus is verrezen.

 

 

1894953-1ad455f74fd29bfeb79c7cb174797d3b.jpg
Jan Engelman (Utrecht 7 juni 1900—Amsterdam 20 maart 1972)
Pieter Jansz. Saenredam: Gezicht op de Mariaplaats en de Mariakerk te Utrecht, 1662
Jan Engelman werd geboren in Utrecht.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 27e maart ook mijn vorige drie blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:17 Reageer op dit bericht

Heinrich Mann, Shusaku Endo, Golo Mann, Carolina Trujillo, Patrick McCabe, Bob den Uyl, Dubravka Ugre¨ić

De Duitse schrijver Heinrich Mann werd geboren op 27 maart 1871 in Lübeck. Zie ook alle tags voor Heinrich Mann op dit blog.

Uit: Die Jugend des Königs Henri Quatre

“Am Anfang der Reise war alles wie zu Hause, die Sprache, die Gesichter, die Landschaft und das Essen. Henri und seine kleine Schwester Catherine unterhielten sich aus dem Fenster mit den Dorfkindern, die im Trab ein Stück mitliefen. Wegen der Wärme des Juli blieben die Wagen geschlossen. Mehrmals übernachtete man noch im eigenen Land, auch in Nérac, der zweiten Residenz; die ganze reformierte Bevölkerung versammelte sich dort am Abend, die Pastoren predigten, Psalmen wurden gesungen. Einige Zeit führte der Weg durch die Guyenne, früher Aquitania, deren Hauptstadt Bordeaux war, und als Vertreter des Königs von Frankreich galt hier Antoine von Bourbon, der Gatte Jeannes. Dann aber begann die Fremde.
   Länder eröffneten sich, von denen ein Kind der Pyrenäen nicht einmal im Traum jemals erfahren hatte. Wie die Leute gekleidet waren! Wie sie sich ausdrückten! Man verstand, aber konnte nicht antworten. Die Flüsse waren nicht mehr ausgetrocknet, wie sie im Sommer doch sein müßten. Kein Ölbaum mehr, sogar die kleinen Esel wurden selten. Am Abend blieb die Reisegesellschaft allein unter Unbekannten, und die Protestanten stellten Wachen vor die Türen, den Katholiken war hier nicht zu trauen. Gestern hatten die Pastoren versucht zu predigen, waren aber von der Überzahl der Feinde vertrieben aus dem kahlen Bethaus, das weit draußen vor der Stadt stand; auch die Königin von Navarra mit ihren Kindern war gezwungen worden, eilig zu flüchten. Um so größer war das Glück, an einem Ort eine Mehrheit von Glaubensgenossen zu finden. Dann wurde Jeanne empfangen wie die Abgesandte der Religion, sie war erwartet worden, ihr Ruf war ihr vorausgeeilt, alle wollten ihre Kinder sehen, sie mußte sie auf erhobenen Armen dem Volk zeigen. Die Pastoren predigten, Psalmen wurden gesungen, und ein festliches Gelage setzte ein.“

 

 1894950-73281ded670519f4c2258a5261d18e92.jpg
Heinrich Mann (27 maart 1871 – 12 maart 1950)
Cover

 

 

De Japanse schrijver Shusaku Endo werd geboren in Tokio op 27 maart 1923. Zie ook alle tags voor Shusaku Endo op dit blog.

Uit: A Life of Jesus (Vertaald door Richard A. Schuchert):

“We have never seen his face. We have never heard his voice.
We do not really know what he looked like—the man called Jesus, of whom I pro-pose to speak. Countless pictures of Jesus have been painted from imagination in ac-cord with a conventional formula: long hair falling to the shoulders, the trimmed beard, the lean face with high cheekbones. Most artists have followed for centuries this traditional recipe in constructing their portraits of Jesus, each of them going on from there to suffuse the facial features of Jesus with the ideals of piety peculiar to the artist's own historical milieu.
Still, in the first days of the Church the face of Jesus was never fashioned to this mold. The early Christians had a certain hesitant reserve about trying to depict the faces of holy persons. Consequently, the craftsmen of that era did not address them-selves to picturing the face of Jesus in realistic fashion. They portrayed "the Lord" by means of symbols—a fish or a lamb, a shock of wheat or a tendril of grape. In the age of the catacombs Jesus appears in the disguise of a young man, fashioned in the Greek style, with the beardless face of an ado-lescent, quite different from the conventional modem image. After some years, how-ever, beginning in the fifth century, the influence of Byzantine art determined the model of the face of Jesus which has persisted into our own day. By studying these portraits we can learn how mankind through its long spiritual history has come to visualize in the highest degree of purity and beauty the physiognomy of the holiest person who ever lived.
No one has actually seen the face and form of Jesus except for the people who lived with him, the people whose lives he crossed. Even the New Testament in narrating the life of Jesus gives hardly a hint concerning his physical appearance. Yet by read-ing the Gospels we are able to bring to our own mind's eye a lively impression of Je-sus, thanks to the people who did get to know him and then were unable to forget him the rest of their lives.”

 

 1894950-43875e17f553fd9b55d2d96c0f1e45c6.jpg
Shusaku Endo (27 maart 1923 – 29 september 1996)
Cover 

 

 

De Duitse schrijver en historicus Golo Mann werd geboren in München op 27 maart 1909. Zie ook alle tags voor Golo Mann op dit blog.

Uit: Deutschland in Flammen

„Wilson glaubte, daß wenn man dem deutschen Volk Freiheit gäbe, seine eigenen Angelegenheiten zu verwalten, wenn es demokratisch regiert würde anstatt kaiserlich, daß es dann schon von selber seinen rechten, anständigen Platz in der Gemeinschaft der Völker finden würde. So ein gutgläubiger Mann war Präsident Wilson. Aber er täuschte sich. Und darum wird es diesmal ganz anders gemacht werden. Es genügt nicht, daß ein einziger Mann verschwindet, der Kaiser oder Adolf Hitler. Es genügt nicht, daß das deutsche Heer auf hunderttausend Mann beschränkt wird. Es genügt nicht, daß Deutschland schöne Versprechungen gibt, auf dem Papier. Nein, diesmal bedarf es echter, wirklicher Friedensgarantien. Denn einen dritten deutschen Krieg will die Welt nun einmal nicht haben. Solche Garantien kann kein Deutscher geben auf dem Papier, solche Garantien muß die Welt sich selber nehmen und muß an ihnen festhalten.
Was für Garantien sind das? Die Vernichtung, die biologische Ausrottung des deutschen Volkes? Dummes Geschwätz. Es ist den Nazis trotz aller Grausamkeit nicht gelungen, die ungleich schwächere polnische Nation zu vernichten. Wie könnte das dann wohl mit der deutschen Nation gelingen? Und selbst wenn die Alliierten es könnten, so würden sie es nicht tun. Weil sie nämlich, wie Churchill kürzlich sagte, keine Ungeheuer sind, sondern Menschen, die ihren Glauben haben.
Die Garantien, die die freie Welt braucht, waren längst bekannt, die KrimKonferenz hat sie nur noch einmal in aller Klarheit festgestellt: Besetzung des Landes, solange es notwendig ist, Vernichtung der Nazipartei, Auflösung des Generalstabes und der Wehrmacht, Bestrafung aller Kriegsverbrecher und schuldigen Nazi-Bonzen, Befreiung des deutschen kulturellen Lebens von jedem Nazi-Einfluß, Ausschaltung oder Kontrolle der deutschen Industrie, soweit sie dem Krieg dienen kann.“

 

 1894950-44bc202b377b06a89cd5a32221a413e3.jpg
Golo Mann (27 maart 1909 - 7 april 1994)

 

 

De Uruguayaans-Nederlandse schrijfster Carolina Trujillo werd geboren in Montevideo, Uruguay, op 27 maart 1970. Zie ook alle tags voor Carolina Trujillo op dit blog.

Uit: De zangbreker

“Niet lang daarna had Bliksem oude opnames van het programma gevonden en luisterde hij een paar fragmenten af. Hij wist dat Elvis gelijk had. Vriendschappen eindigden. Het was onvermijdelijk dat hij en Houtblok uit elkaar zouden gaan, maar weten dat dingen onvermijdelijk zijn betekent niet dat ze geen pijn doen. Te veel weten zou je moeten mogen bijschrijven, maar dat deden we niet meer.
De imperiaal van Houtbloks jeep was helemaal volgeladen. Ze hadden van alles mee, bouwplanken, een kruiwagen. Alsof ze in Mendoza geen bouwmateriaal hadden.
In de galerij stond een stapel dozen klaar die ook nog mee moest. Keukengerei dat de Mussin voor de berghut gedoneerd had, kleren van Mercedes. Bliksem hielp Houtblok de touwen en spanbanden strak te trekken. Bij elkaar zag het eruit of ze om de zoveel kilometer zouden moeten stoppen om hun weggewaaide spullen weer bij elkaar te krijgen.
Toen ze wegreden stonden de moeders ze vanaf de hoek uit te zwaaien. Ik in de schaduw van de luifel van de Krekel. De jeep verdween in het verkeer en Bliksem brak in stukken. Je snapt niet dat mensen zo dicht bij elkaar kunnen staan en dat niet opmerken. Ik kon bijschrijven als een gek en het ging alleen maar door.
Elvis bracht Bliksem een ander soort dichters dan de platte rommel van het radioprogramma. Baudelaire en Plath. Hij reciteerde vanuit zijn troon dingen als: Probeer je te beheersen, lieve smart, kalmeer, het is al awna’, kijk, is dat niet watje wilde? Bij Bliksem gingen zulke woorden naar binnen als parasieten. Probeer je te beheersen, liewe smart. Hij fluisterde het soms zacht terwijl hij afzakte naar de incestsites waar broers het met hun zusjes deden.
Als hij klaargekomen was vertelde hij zichzelf dat ze niet echt broers en zussen waren, maar acteurs. Dan zakte hij verder af naar de sites waar mensen naar hem keken en hem bevelen gaven. Kaarsvet op zijn armen druppelen, elastiekjes tegen zijn polsen afschieten. Zich aftrekken, daarmee stoppen. Hij wist niet wie er allemaal wel of niet keken.”

 

 1894950-29fccfb08a49ae6d6666c63ac116d3e3.jpg
Carolina Trujillo (Montevideo, 1970)

 

 

De Ierse schrijver Patrick Joseph McCabe werd geboren op 27 maart 1955 in Clones, Monaghan. Zie ook alle tags voor Patrick Mc Cabe op dit blog.

Uit: The Butcher Boy

“She mustn't have said anything for the next thing he was off into the speech about his father leaving them when he was seven and how nobody understood him he said she lost interest in his music long ago and she didn't care it wasn't his fault she was the way he was then he said she was mad like all the Magees, lying about the house from the day they married never did a hand's turn why wouldn't he go to the pubs she had never made a dinner for him in his life?
Something else broke crockery or something and then ma was crying: Don't blame me because you can't face the truth about yourself, any chances you had you drank them away!
It went on a long time I was just standing there listening to it all I knew I should have gone down but that's no use now is it I didn't did I? I didn't go down and that's that. I was trying to listen to the cars going by on the Newtown Road and saying to myself: I can't hear anything in the kitchen now it must be all over.
But it wasn't all over and when I stopped listening to the cars I'd hear him: God's curse the fucking day I ever set eyes on you!
The next day we got out of school early on account of the town winning the cup and when ma seen me at the back door she got all flustered and started making jokes and all this. Then she got her purse down off the window and says here Francie, there's sixpence why don't you go on round to Mary's sweetshop and buy yourself a quarter of dolly mixtures? No ma I says, I won't buy dolly mixtures but I will buy two Flash Bars and a macaroon bar if I can can I? Of course you can she says. Now go on go on and her face was red and patchy and hot like she'd been sitting bent over the fire only there was no fire.”

 

 1894950-61c5fb6a3dbb14fd728ea79473eec6ba.jpg
Patrick McCabe (Clones, 27 maart 1955)
Scene uit de film “The Butcher Boy” uit 1997

 

 

De Nederlandse schrijver Bob den Uyl werd geboren in Rotterdam op 27 maart 1930. Zie ook alle tags voor Bob den Uyl op dit blog.

Uit: Het fietswiel

“Het omgaan met mensen gaat mij aardig af, maar zodra ik iets van ze gedaan moet krijgen is het mis. Eindeloos was ik aan het proberen om Szabul, de man voor me, voorzichtig uit te horen, en steeds zei ik de domste dingen. Waarom bij voorbeeld zijn bestaan niet belachelijk gemaakt door als een hond blaffend in zijn been te bijten, in cirkels om hem heen te gaan draven om dan in straf tempo door te lopen en zakelijke blikken te werpen op wat zich daartoe leent en dat is vrijwel alles. Waarom heeft een vadsig mens als hij macht over mij, een macht die ik hem verdomme zelf opdring? Als hij na een verwarde redevoering zijn relaas besluit met een ‘zo is de mens’ kijkt hij je gelukkig aan. Hij heeft de mens bepaald en daarmee zichzelf. Gefeliciteerd! En ik maar slapjes lachen. Ik stond nu al een uur met hem te praten en wat wist ik nog van dat fietswiel? Ik zette al mijn doorzichtige diplomatie op zij en vroeg hem op de man af wat het allemaal betekende. Aan mijn gezicht moest hij wel zien dat het me ernst werd, dat ik aan het eind van mijn krachten was.
- Kijk, zei hij, het is dus een as met een middellijn van ongeveer drie centimeter, waaruit metalen spaken steken van ongeveer dertig centimeter. Het geheel lijkt sterk op een fietswiel zonder velg, maar is dat niet, omdat de speciale manier waarop fietsspaken worden geplaatst hier niet is gevolgd. Om één van de spaken zit een voorwerp, van synthetische stof; het is een vierkant met daarin weer een vierkant, aan het eerste bevestigd met dunne, in de hoeken geplaatste verbindingen van dezelfde stof. De beide vierkanten zijn op dezelfde hoogte schuin doorgesneden. Via deze voor het oog nauwelijks zichtbare gleuven is het voorwerp, het geheel ter grootte van vier vierkante centimeter, om een spaak gehangen. Het is een toevallig lijkende constructie waarvan ik de uitvinder ben. Ik ben niet van plan er reclame voor te maken, ik zou het veel te druk naar mijn zin krijgen. Het meesterlijke is dat we kijken naar iets dat de mensheid niet kent en waar ze altijd naar verlangd heeft. En hoe ziet het er nou uiteindelijk uit? Een simpel toestelletje dat, je zei het al, veel weg heeft van een fietswiel zonder velg. Met daaraan bevestigd een plastic dingetje zonder enig nut, je zou zeggen een jongen heeft het erop gefabriceerd, zo maar voor de aardigheid. En dan de plaatsing van het geheel! Op een stuk grond bij de markt waar iedereen zijn rotzooi neergooit. Het is eigenlijk geniaal, meer dan dat... Hij zweeg en keek verheerlijkt in de verte.”

 

 1894950-18fb9dae914f4a9f9a4fdf8cc3b7d6b4.jpg
Bob den Uyl (27 maart 1930 - 14 februari 1992)

 

 

De Kroatische schrijfster Dubravka Ugrešić werd geboren op 27 maart 1949 in Kutina in Joegoslavië. Zie ook alle tags voor Dubravka Ugrešić op dit blog.

Uit: Fording the Stream of Consciousness

“Foreigners. He envied them their light, easygoing way of doing things; it came from their personal freedom, something you could not acquire, something you had to breathe in with the air of the country where you lived. He admired the ease with which they entered into conversation with door-keepers, reception clerks, cloakroom attendants, janitors—that ever-present, terror-inspiring band of geezers that constantly aroused Troshin’s anxiety. Or used to admire them, admired them until the day he witnessed a skirmish on the streets of Moscow between a no-nonsense policeman and a foreigner and watched the foreigner’s self-assurance melt and the familiar, home-grown, humiliated look of fear spread over his face. Troshin knew the mechanisms of fear like the back of his hand, yet it was only after that incident that he realized how tenuous personal freedom, inner freedom, actually was. A foreigner played the tough guy as long as he had his passport in his pocket. »

 

 1894950-46ca5338b567788ff38b09bec16b2918.jpeg
Dubravka Ugrešić (Kutina, 27 maart 1949)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e maart ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:16 Reageer op dit bericht

Francis Ponge, Marie Under, Alfred de Vigny, ´arko Petan, Hansjörg Schneider, Kenneth Slessor

De Franse dichter en schrijver Francis Ponge werd geboren op 27 maart 1899 in Montpellier. Zie ook alle tags voor Francis Ponge op dit blog.

 

Le cageot

A mi-chemin de la cage au cachot la langue française a cageot, simple caissette à claire-voie vouée au transport de ces fruits qui de la moindre suffocation font a coup sûr une maladie.

Agencé de façon qu'au terme de son usage il puisse être brisé sans effort, il ne sert pas deux fois. Ainsi dure-t-il moins encore que les denrées fondantes ou nuageuses qu'il enferme.

A tous les coins de rues qui aboutissent aux halles, fl luit alors de l'éclat sans vanité du bois blanc. Tout neuf encore, et légèrement ahuri d'être dans une pose maladroite à la voirie jeté sans retour, cet objet est en somme des plus sympathiques, — sur le sort duquel il convient toutefois de ne s'appesantir longuement.

 

 

Le cycle des saisons

Las de s'être contractés tout l'hiver les arbres tout à coup se flattent d'être dupes. Ils ne peuvent plus y tenir : ils lâchent leurs paroles, un flot, un vomissement de vert. Ils tâchent d'aboutir à une feuillaison complète de paroles. Tant pis! Cela s'ordonnera comme cela pourra! Mais, en réalité, cela s'ordonne! Aucune liberté dans la feuillaison... Ils lancent, du moins le croient-ils, n'importe quelles paroles, lancent des tiges pour y suspendre encore des paroles : nos troncs, pensent-ils, sont là pour tout assumer. Ils s'efforcent à se cacher, à se confondre les uns dans les autres. Ils croient pouvoir dire tout, recouvrir entièrement le monde de paroles variées : ils ne disent que « les arbres ». Incapables même de retenir les oiseaux qui repartent d'eux, alors qu'ils se réjouissaient d'avoir produit de si étranges fleurs.

Toujours la même feuille, toujours le même mode de dépliement, et la même limite, toujours des feuilles symétriques à elles-mêmes, symétriquement suspendues ! Tente encore une feuille! — La même! Encore une autre! La mèmel Rien en somme ne saurait les arrêter que soudain cette remarque : « L'on ne sort pas des arbres par des moyens d'arbres. « Une nouvelle lassitude, et un nouveau retournement moral. « Laissons tout ça jaunir, et tomber. Vienne le taciturne état, le dépouillement, I'automne.

 

 1894948-87163e174e0c324b004cf0d420487e21.jpg
Francis Ponge (27 maart 1899 – 6 augustus 1988)

 

 

De Estlandse dichteres Marie Under werd geboren op 27 maart 1883 in Tallin. Zie ook alle tags voor Marie Under op dit blog.

 

Summer Memory

The door ajar, I stood at point of day,
Tiptoe for you and with awakened eyes.
The sun’s gold slipper trod the gravelled way,

The grasses spilled their dews in glad surprise-
And then you came out of a mist of flowers
That clung and swayed like knots of butterflies!

When afterwards we two, in softened hours,
Walked through the fields of rye all red for reaping,
I felt as if my heart obeyed new powers:

The old in me seemed either dead or sleeping,
And as I glimpsed the poppies’ fluttering fire,
An eager pleasure set my pulses leaping.

And you, these sang, could give me my desire.

 

 

Ecstasy

Ah, earthly life burns in a myriad splendours
Not even death’s dark hazard can destroy.
I yield, a willing prisoner, to joy;
I never sorted with discreet pretenders.
And as the shaken glaucous wave engenders
Spindrift, so my green falling silks deploy
A froth, and all is stripped to the last toy,
And, caught in ecstasy, my sense surrenders.

Why does the blossom wanton in the light,
The blue horizon lure me to its border?
My body too is of their bent and order:
My every nerve vibrates to rapt delight,
And I distrain my life of its last treasure
As if my mounting days had brimmed their measure.

 

 1894948-be8ce8c2ca9e44df20f2628b920f04e0.jpg
Marie Under (27 maart 1883 – 25 september 1980)
Portret door Ants Laikmaa, 1904

 

 

De Franse dichter en schrijver Alfred de Vigny werd geboren op 27 maart 1797 te Loches (departement Indre-et-Loire). Zie ook alle tags voor Alfred de Vigny op dit blog.

 

La flûte (Fragment)

II
Il me fit un tableau de sa pénible vie.
Poussé par ce démon qui toujours nous convie,
Ayant tout essayé, rien ne lui réussit,
Et le chaos entier roulait dans son récit.
Ce n'était qu'élan brusque et qu'ambitions folles,
Qu'entreprise avortée et grandeur en paroles.

D'abord, à son départ, orgueil démesuré,
Gigantesque écriteau sur un front assuré,
Promené dans Paris d'une façon hautaine :
Bonaparte et Byron, poète et capitaine,
Législateur aussi, chef de religion
(De tous les écoliers c'est la contagion),
Père d'un panthéisme orné de plusieurs choses,
De quelques âges d'or et des métempsychoses
De Bouddha, qu'en son coeur il croyait inventer ;
Il l'appliquait à tout, espérant importer
Sa révolution dans sa philosophie ;
Mais des contrebandiers notre âge se défie ;
Bientôt par nos fleurets le défaut est trouvé ;
D'un seul argument fin son ballon fut crevé.

 

 1894948-b9e2642f1251954327c1eff3c752f284.JPG
Alfred de Vigny (27 maart 1797 – 17 september 1863)
Portret van de 17-jarige, toegeschreven aan François Joseph Kinson, 1814

 

 

De Sloveense schrijver, regisseur en journalist ´arko Petan werd geboren op 27 maart 1929 in Ljubljana. Zie ook alle tags voor ´arko Petan op dit blog.

Uit: Aphorismen

 

Auch die stärkste Zahl braucht die Unterstützung der Nullen.

 

Das Schreiben zwischen den Zeilen zahlt sich nicht aus, weil nur die Zeilen honoriert werden.

 

Der Schriftsteller schreibt sein ganzes Leben an seinem Testament.

 

 1894948-461ff1e39c4033f7ab3d8f3413f5705c.jpg
´arko Petan (Ljubljana, 27 maart 1929)

 

 

De Zwitserse schrijver Hansjörg Schneider werd geboren op 27 maart 1938 in Aarau. Zie ook alle tags voor Hansjörg Schneider op dit blog.

Uit: Im Café und auf der Strasse

“Er kniet nieder und steckt die beiden Äste ins Wasser. Man sieht, wie er damit einen Aal packt, wie er ihn durch das Wasser hochzieht und an die Luft heben will. Knapp über dem Wasser schnellt das sich ringelnde Tier weg und fällt in den Fluß zurück.
So geht es jedes Mal, sagt der Junge. Sie wollen sich nicht helfen lassen. Im Gegenteil, ich erschrecke sie. Einige sind schon zurückgeschwommen ins tiefe Wasser, nachdem ich sie berührt hatte. Sie verstehen mich nicht. Ich würde sie in diesen Kübel fallen lassen, sagt er, und nach Hause nehmen ins saubere Wasser. Ich wohne gleich da oben. Und wenn der Fluß wieder sauber ist, würde ich sie wieder aussetzen.
Jetzt weint er fast. Ich sehe, daß er große Angst hat. Ich bin kein Pessimist, sagt er, sondern im Grunde bin ich ein Optimist. Aber so kann man doch nicht leben. Warum unternimmt niemand etwas?
Ich zucke die Achseln und schaue hinüber ans andere Ufer. Dort sind zwei Schwäne zu sehen, weiß wie die Möwen, sauber geputzt und wohlbehütet vom flaumigen Gefieder. Sie schwimmen langsam flußaufwärts, einer hinter dem andern, vermutlich ein Paar, und alle paar Meter stecken sie den Kopf ins rötlich schimmernde Wasser, um auf dem Grund nach Eßbarem zu suchen.“

 

 1894948-4a0b093ea9706c7a4c69cc18de65eb90.jpg
Hansjörg Schneider (Aarau, 27 maart 1938)

 

 

De Australische dichter Kenneth Slessor werd geboren op 27 maart 1901 in Orange, New South Wales. Zie ook alle tags voor Kenneth Slessor op dit blog.

 

Rubens' Innocents

IF all those tumbling babes of heaven,
Plump cherubim with blown cheeks,
Could vault in these warm skies, or leaven
Our starry silent mountain-peaks—
O painter of chub-faced, shining-thighed
Fat Ganymedes of God—what noise
Would churn between the clouds and stride
Far downward from those rose-mouthed boys!
Down to our spires their lusty whooping,
Fanfares of Paradise, would speed,
Far down to dark-faced clergy stooping
Round altars of their doleful creed;
And God, whose wings of silver sweep
Like metal afire on heaven's rim,
Would daze them with a twinkling peep
Of those young moon-stained cherubim—
Then, for a trice, their skies might sparkle,
And some gold ichor splash amid
Those most respectable, patriarchal
Purveyors of stale pardons, hid
Behind their old cathedral closes
From this unguessed, unguessable God,
Shining before their learned noses
Down roads that Peter Rubens trod.

 

 1894948-f0c2bc610c764a8eeee76dbc7c4c4bd0.jpg
Kenneth Slessor (27 maart 1901 – 30 juli 1971)

 

 

 Zie voor nog meer schrijvers van de 27e maart ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:15 Reageer op dit bericht

Louis Simpson, Lajos Zilahy, Andon Zako Çajupi, Harry Rowohlt, Sophie Mereau, Carlo Dossi

De Jamaicaanse dichter Louis Simpson werd geboren op 27 maart 1923 in Jamaica. Zie ook alle tags voor Louis Simpson op dit blog.

 

Chocolates

Once some people were visiting Chekhov.
While they made remarks about his genius
the Master fidgeted. Finally
he said, 'Do you like chocolates?'

They were astonished, and silent.
He repeated the question,
whereupon one lady plucked up her courage
and murmured shyly, 'Yes.'

'Tell me,' he said, leaning forward,
light glinting from his spectacles,
'what kind? The light, sweet chocolate
or the dark, bitter kind?'

The conversation became general
They spoke of cherry centers,
of almonds and Brazil nuts.
Losing their inhibitions
they interrupted one another.
For people may not know what they think
about politics in the Balkans,
or the vexed question of men and women,

but everyone has a definite opinion
about the flavor of shredded coconut.
Finally someone spoke of chocolates filled with liqueur,
and everyone, even the author of Uncle Vanya,
was at a loss for words.

As they were leaving he stood by the door
and took their hands.

In the coach returning to Petersburg
they agreed that it had been a most
unusual conversation.

 

 1894937-86ae10d58ad4fb90988e68a906b94f1e.jpg
Louis Simpson (Jamaica, 27 maart 1923)

 

 

De Hongaarse schrijver en filmmaker Lajos Zilahy werd geboren op 27 maart 1891 in Nagyszalonta, nu Salonta nabij Oradea. Zie ook alle tags voor Lajos Zilahy op dit blog.

Uit: Was mein Herz begehrt (Vertaald door Eta Neumann-Veith u. Andrea Seidler)

"Seit Monaten schwatzte sie wie zufällig mit Begeisterung über Aranka Vajnik und machte ihn damit nur nervös. Sie war naiv genug zu glauben, ihm das Mädchen vorsichtig einreden zu können. Sogar über ihre Mitgift, die Anzahl der Laken, wusste sie genau Bescheid. Péter aber dachte nur an ihren glänzenden, fettigen Teint und den misstrauischen, stechenden Blick.
Seine Gedanken kehrten zu seiner Mutter zurück. Es tat ihm Leid, mit der sanften, kleinen Frau grob umgegangen zu sein. Gestern erst hatten sie einen Streit gehabt, weil seine Hemdkragen nicht rechtzeitig aus der Reinigung gekommen waren. Dabei war die Arme wirklich unschuldig. Er dachte an ihren eingeschüchterten Blick, daran, wie sie still zur Tür hinausgegangen war, an ihr leises Hüsteln, das Ausdruck der soeben erfahrenen Demütigung war. Er nahm sich vor, seiner Mutter gegenüber in Zukunft aufmerksam und zärtlich zu sein. Ob er den schon so oft gefassten Vorsatz diesmal würde umsetzen können?
Péter schwang seinen Stock kurz durch die Luft, als wollte er damit lästige Gedanken wie Mücken verscheuchen. Pfeifend schlenderte er auf die Litfaßsäule zu, um das Abendprogramm zu studieren. In diesem Moment kam Pali Szücs auf ihn zu.
»Hallo!«, rief er schon von weitem. Die beiden jungen Männer kannten sich aus dem Sportklub. Péter hatte den Polizeikonzipisten Szücs bisher nur im Ringkämpfertri-kot gesehen. Belustigt betrachtete er jetzt seine sonntägliche Eleganz. Nur ein ungehobelter Mensch, dem Damengesellschaft fremd war, würde sich so kleiden. Palis steifer Hut war einige Nummern zu klein geraten und saß frech auf seinem Kopf, den dicken Hals hatte er in einen Kragen gezwängt, dessen Falten verrieten, dass er ihn nur unter großer Anstrengung hatte zuknöpfen können, die auffallend gestreifte Hose war zu kurz geraten, der Überzieher so eng, dass ihn Arme und Schultern zu sprengen drohten.“

 

 1894937-de1467e5ad9b743262d875e735382a3f.jpg
Lajos Zilahy (27 maart 1891 - 1 december 1974)
Borstbeeld in Salonta, Roemenië 

 

 

De Albanese dichter, schrijver en vertaler Andon Zako Çajupi werd geboren op 27 maart 1866 in Sheper. Zie ook alle tags voor Andon Zako Çajupi op dit blog.

 

Ma Patrie

Ma patrie est la terre
où il m’est possible de lever la tête,
où je retrouve l’amour des miens,
où chaque pierre me connaît
où ma maison est mon refuge,
où j’ai connu Dieu,
où étaient mes ancêtres
et les tombes où ils reposent,
J’ai grandi là avec des quignons de pain
où j’ai appris ma langue,
où je travaille et où j’ensemence,
où je ris, où je pleure,
où je vis dans l’espoir,
où je veux mourir.


Vertaald door Jacky Lavauzelle

 

 1894937-98bc100d02d1843fe5aaacbafeea48d0.jpg
Andon Zako Çajupi (27 maart 1866 – 11 juli 1930)
Cover

 

 

De Duitse schrijver en vertaler Harry Rowohlt werd geboren op 27 maart 1945 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Harry Rowohlt op dit blog.

 Uit: Der Kampf geht weiter

„Liebste B.:
Nochmal Dank über Dank für die Rundumbetreuung!!!
Ich wollte Dich nochmal anrufen (zweimal); Du warst aber entwetzt. Das war eine geruhsame, gesunde (Nichtraucher!) Fahrt nach München-Pasing („Ach, meine alte Alma Mater“, habe ich laut auf dem Bahnsteig gesagt), wo der Anschlußzug natürlich längst Geschichte war, weshalb ich friedvoll eine Leberk… einen Leberkässemmel fraß und mir auf dem Bahnsteig eine gepflegte Pfingstbräune zulegte. In Murnau (in der Tat in Oberbayern, aber hallo) dann Schnee bis zum Skrotum, und der Hackenporsche ohne Kufen, holdrio. Statt Hôtels eine Ferienwohnung mit Küche/Bad/Balkon. Man hätte dort in eheähnlichen Verbänden hausen können; ich hab sie aber zum Pennen mißbraucht (was ja eheähnlich genug ist). Die Wirtin (die ständig wie am Spieß schreit, weshalb ich zurückschrie, was sie aber naturgemäß nicht dämpfte) rief (laut) bei einem Italiener an (überflüssigerweise mit einem einleitenden „Bonn Tschiorno“) und mußte feststellen, daß es in Murnau um diese Zeit nichts zu essen gab, aber daß Einheimische nix wissen, wußte ich schon. (Ich sage nur: Seezungenfilets in Weißweinsauce mit Wildreis bei einem Griechen aus Lárisa, anschließend Kirsch/Schokoschnitte bei der Bäckerin und abermals einen Leberkässemmel für die Nacht von Vincenz Murr. Vincenz Murr wollte mir eine Suppe zum Mitnehmen andrehen, ich sagte: „Nö, damit fall ich nur hin“, er sagte: „Mit am Leberkas fallens auch hin“, ich: „Das macht dann aber nix.“) Auf der Lesung dann ausschließlich beautés. Ich weiß nicht, woher die kommen, Oberbayern halt. Und zum erstenmal in meinem Leben je ein Buch „FÜR HANIFE“ und „FÜR KORBINIAN“ signiert. (Allein schon Hanife hätte einen Umweg gelohnt.) Am nächsten Morgen hat mich die Oma des Hôtels selbstherrlich zum Bahnhof gefahren, weil alle ihre Gäste in meiner Lesung waren und immer noch ziemlich kopfstanden bzw. kabolzschossen, wie schön es doch gewesen sei. Sie hatte mich vorher aufgefordert, den Hackenporsche nicht draußen stehen zu lassen („Wamma den Fußboden nicht einsauen kann, was denn dann?“), und sagte, als ich ihr meine weiteren Stationen aufzählte: „Jeder Stand hat seine Sorgen, jeder Stand hat seine Not.“

 

 1894937-a2c18655046ffae4f01f813345fb25fa.jpg
Harry Rowohlt (27 maart 1945 – 15 juni 2015)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Sophie Mereau (geb. Schubart) werd geboren op 27 maart 1770 in Altenburg. Zie ook alle tags voor Sophie Mereau op dit blog.

 

Schwermut

Abenddämmrung liegt auf meinem Garten –
Und ich blicke mit bewölktem Sinn,
Meinen müden Kopf gelehnt am harten
Fensterrahmen, wie auf Gräber hin.

Und die Geister meiner schönen Stunden
Gehen vorüber, mit gesenktem Blick.
Ach! Schon sind sie fern dahingeschwunden –
Ich allein blieb sehnsuchtsvoll zurück.

Mondenschimmer, deine Strahlen kränzen
Meine Stirn nicht mit Beruhigung! –
Alle meine Freuden, alle, glänzen
Nur im Schimmer der Erinnerung.

Glück des Lebens! – wer dich fand, der lerne
Dich entbehren: denn so schnell entweicht
Nicht im Sturm die Wolke, die jetzt ferne
Scheint, jetzt da ist, jetzt dem Aug entfleucht!

Wo, wo ist Genuß? – in Phantasien
Künft’ger Freuden? – Kalte Wirklichkeit
Zwingt des Herzens holden Wahn zu fliehen,
und verhüllt die ferne Seligkeit.

Gegenart! – ach, meine Blicke finden
Keine Blüten! – Nimm die Huldigung,
Du – ich will mir welke Kränze winden –
Himmelstochter, o Erinnerung!

 

 1894937-df584a3a73254caa4ece1ca80dbe4c13.jpg
Sophie Mereau (27 maart 1770 – 31 oktober 1806)
Silhouet

 

 

De Italiaanse schrijver Carlo Dossi werd geboren op 27 maart 1849 in Zenevredo in de provincie Pavia. Zie ook alle tags voor Carlo Dossi op dit blog.

Uit: Avant-hier (Vertaald door Chantal Moiroud)

« Mes doux souvenirs ! Alors que je suis blotti sous la hotte de l’immense cheminée dans l’obscurité d’une pièce que trouble seul le rayon pâle et froid de la lune qui dessine sur le 50] les plombs circulaires de la fenêtre, tandis que la chatte somnole, nichée sur la marche du foyer, quand le feu aussi sommeille et crépite doucement sous ses charbons incandescents ; ou encore lorsque je suis assis sur l’escalier qui mène au jardin et que, face a la silencieuse et sublime immensité des cieux qui s’étoilent, je sens mon âme - lassée par ses plongeons fébriles dans des rêves d’un avenir incertain, lassée d’affronter les doutes, les peurs, les découragments – étreinte par le regret intense et mélancolique de ce qui n’est plus.
Je les évoque alors, mes chers souvenirs, je les veux, je les veux conter, un par un, comme fait une grand-mère avec ses petits-enfants. Mais d’abord ils me fuient : Silencieux, ils étaient là, sous une bosse de mon crâne ; je les agace, je les taquine et ils ont bien raison de se faire prier, mais peu a peu le nœud se défait ; le moins craintif pointe un bout de son nez un autre l’imite : ils commencent à sortir par à-coups, irrégulièrement, comme l’eau qui s’échappe en bouillonnant d’un borbottinol.
Et me voici - soudain - enfant, sur une haute chaise à accoudoirs. À mon cou une grande serviette. La pièce est chaude, inondée par la lumière jaune d’une lampe à huile. Sur la table, une nappe très blanche, des cristaux qui s’enrubinent parfois et de l’argenterie qui scintille. Tout autour, des visages nombreux - des visages rouges et joyeux de gens repus. Et deux mains gantées de blanc déposent au centre, sur un plat turquin, ce gâteau qui est l’image même de l’hiver et qui représente ai bien la neige et les feuilles Sèches. Je bats des mains, et... je me retrouve avec le nez dans une oublie pleine de crème fouettée... »

 

 1894937-de684a7de248f97aa1bc4b7294533cc1.jpg
Carlo Dossi (27 maart 1849 – 1910)
Portret door Tranquillo Cremona, 1867

Geschreven door Romenu om 13:14 Reageer op dit bericht

In Memoriam Jim Harrison

 

In Memoriam Jim Harrison

De Amerikaanse schrijver Jim Harrison is zaterdag op 78-jarige leeftijd overleden. Zijn uitgeverij maakte zijn overlijden zondag bekend. Zie ook alle tags voor Jim Harrison op dit blog.

Uit: The Great Leader

“On the way to work he was drowsy so he drove down to the harbor and stood out in the cold north wind that was pushing waves over to the top of the break wall. He felt forlornly on the wrong track with the Great Leader. His colleagues and captain in the state police teased him with, “Where’s the evidence of a crime?” Everyone knew there wasn’t a provable one and it was certainly an ironic way to end a fine career. His uncle John Shannon who was a commercial fisherman liked to say, “Every boat is looking for a place to sink.” There were far more rumors of sexual abuse these days than day-old bread and in this case the mother and daughter were unwilling to testify.
He turned and looked at the huge Catholic church on the hill and received a modest jolt in his frontal lobe, not really a clue. The year before the divorce they had taken a vacation in northern Italy and his wife had been in a serene trance over religious art and architecture while he as an historian mostly saw the parasitical nature of the Catholic Church. This was what truly goaded him about Dwight who had managed to get seventy people to give up their lives and money. By living in primitive conditions in the “past before the past” as Dwight called it they would have a wonderful future. Was this any more cockamamie than the Mormons, or the Catholics for that matter? The idea that something so obviously stupid worked with people irked him. They beat on their drums, chanted in tongues, danced, and hunted and fished. As the members spiritually matured their pasts would reshape themselves. Dwight seemed to utterly believe in what he was doing and then one day he didn’t and would move on. The little information Roxie had gathered on the Great Leader’s activities seemed to center on the Mayan calendar, the nature of which Sunderson didn’t yet understand. He suspected that it was true Dwight had had sexual relations with the twelve-year-old daughter of a cult member but there was nowhere to go with this. Sunderson was concerned that when you looked into the history of religion those in power generally devised a way to get at the young stuff, which seemed also to be a biological premise in other mammals. This was scarcely a new idea as Marion had noted. Just as Sunderson’s hobby was history Marion, as a mixed blood, was obsessive about anthropology."

 

 1895410-dd2dbfec11b51aa2f4469deb96612be9.jpg
Jim Harrison (11 december 1937 - 26 maart 2016)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten