Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 24 april 2016 tot 25 april 2016

Erik Menkveld, Ted Kooser, James Fenton, Walter de la Mare, Ross Franklin Lockridge Jr., Richard Anders

De Nederlandse dichter Erik Menkveld werd geboren op 25 april 1959 in Eindhoven. Zie ook alle tags voor Erik Menkveld op dit blog.

 

Koor van ongehoorde waaibomen

Nu we kozijnen zijn
in deze keuken, kijken
ze wel naar de leuke
overbuurvrouw op haar
balkon of een bescheiden
lijnvlucht die over komt,
maar niet naar ons,
die alles omlijsten.

En nu we planken zijn
in deze vloer, horen ze
ons voor geen meter,
terwijl we bij de minste
beroering vervaarlijk
kraken en zij tijdens
koken of woorden tal
van voeten verplaatsen.

Zelfs nu we tafel zijn
waar ze aan eten met onze
poten tussen hun benen
en onder hun blote handen
ons hout, zijn we vergeten:
gesprekken voeren ze aan ons
en kinderen die van geen
witlof willen weten.

Maar allemaal hebben we
blad gedragen, tegen
wilde luchten de wind
in ons tekeer voelen
gaan. En onder sommige
van ons is daar naar
geluisterd en diep
in gedachten gestaan.

 

 1906682-5e8a87bb9ddc3654de504714fc30b8b2.JPG
Erik Menkveld (25 april 1959 - 30 maart 2014)

 

 

De Amerikaanse dichter Ted Kooser werd geboren op 25 april 1939 in Ames, Iowa. Zie ook alle tags voor Ted Kooser op dit blog.

 

Late February

The first warm day,
and by mid-afternoon
the snow is no more
than a washing
strewn over the yards,
the bedding rolled in knots
and leaking water,
the white shirts lying
under the evergreens.
Through the heaviest drifts
rise autumn's fallen
bicycles, small carnivals
of paint and chrome,
the Octopus
and Tilt-A-Whirl
beginning to turn
in the sun. Now children,
stiffened by winter
and dressed, somehow,
like old men, mutter
and bend to the work
of building dams.
But such a spring is brief;
by five o'clock
the chill of sundown,
darkness, the blue TVs
flashing like storms
in the picture windows,
the yards gone gray,
the wet dogs barking
at nothing. Far off
across the cornfields
staked for streets and sewers,
the body of a farmer
missing since fall
will show up
in his garden tomorrow,
as unexpected
as a tulip.

 

 1906682-ffcec97a97b2cb264fda7f34fd709c03.jpg
Ted Kooser (Ames, 25 april 1939)

 

 

De Engelse dichter, schrijver, criticus en letterkundige James Fenton werd geboren op 25 april 1949 in Lincoln. Zie ook alle tags voor James Fenton op dit blog.

 

Jerusalem(Fragment)

Stone cries to stone,
Heart to heart, heart to stone,
And the interrogation will not die
For there is no eternal city
And there is no pity
And there is nothing underneath the sky
No rainbow and no guarantee –
There is no covenant between your God and me.

2
It is superb in the air.
Suffering is everywhere
And each man wears his suffering like a skin.
My history is proud.
Mine is not allowed.
This is the cistern where all wars begin,
The laughter from the armoured car.
This is the man who won’t believe you’re what you are.

3
This is your fault.
This is a crusader vault.
The Brook of Kidron flows from Mea She’arim.
I will pray for you.
I will tell you what to do.
I’ll stone you. I shall break your every limb.
Oh, I am not afraid of you,
But maybe I should fear the things you make me do.

4
This is not Golgotha.
This is the Holy Sepulchre,
The Emperor Hadrian’s temple to a love
Which he did not much share.
Golgotha could be anywhere.
Jerusalem itself is on the move.
It leaps and leaps from hill to hill
And as it makes its way it also makes its will.

5
The city was sacked.
Jordan was driven back.
The pious Christians burned the Jews alive.
This is a minaret.
I’m not finished yet.
We’re waiting for reinforcements to arrive.
What was your mother’s real name?
Would it be safe today to go to Bethlehem?

 

 1906682-a514ed2e321ae84c5d1ce9f866e50655.jpg
James Fenton (Lincoln, 25 april 1949)

 

 

De Engelse dichter Walter John de la Mare werd geboren op 25 april 1873 in Charlton, Kent. Zie ook alle tags voor Walter John de la Mare op dit blog.

 

Seeds

The seeds I sowed -
For week unseen -
Have pushed up pygmy
Shoots of green;
So frail you'd think
The tiniest stone
Would never let
A glimpse be shown.
But no; a pebble
Near them lies,
At least a cherry-stone
In size,
Which that mere sprout
Has heaved away,
To bask in sunshine,
See the Day.

 

 

The Sunken Garden

Speak not — whisper not;
Here bloweth thyme and bergamot;
Softly on the evening hour,
Secret herbs their spices shower,
Dark-spiked rosemary and myrrh,
Lean-stalked, purple lavender;
Hides within her bosom, too,
All her sorrows, bitter rue.

Breathe not — trespass not;
Of this green and darkling spot,
Latticed from the moon's beams,
Perchance a distant dreamer dreams;
Perchance upon its darkening air,
The unseen ghosts of children fare,
Faintly swinging, sway and sweep,
Like lovely sea-flowers in its deep;
While, unmoved, to watch and ward,
'Mid its gloomed and daisied sward,
Stands with bowed and dewy head
That one little leaden Lad.

 

 1906682-83c0123e8ce05a869ffe8bd0cca3f04f.jpg
Walter John de la Mare (25 april 1873 – 22 juni 1956)
 

 

 

De Amerikaanse schrijver Ross Franklin Lockridge Jr. werd geboren op 25 april 1914 in Bloomington, Indiana. Zie ook alle tags voor Ross Franklin Lockridge Jr.op dit blog.

Uit: Raintree County

“His voice was tentative as he looked for the woman who had spoken from the dusk of the little post office. The whole thing seemed vaguely implausible. A short while ago, he had left his house to take part in the welcoming exercises for the Senator, whose train was expected momentarily in the Waycross Station. Walking west on the National Road, he had joined the crowd that poured from three directions into the south arm of the cross formed by the County and National roads. A swollen tide of parasols and derby hats blurred and brightened around the Station. Except on Sundays, he had never seen over ten people at once along this street, and he had been afraid that he might not be able to reach the platform where he was to greet the Senator. Near the Station, the crowd had been so dense that he could hardly move. Women in dowdy summer gowns jockeyed his nervous loins. Citizens with gold fobs and heavy canes thrust, butted, cursed. A band blared fitfully. Firecrackers crumped under skirts of women, rumps of horses. From the struggling column of bodies, bared teeth and bulgy eyes stuck suddenly.
     Then he had found himself looking into the glass doorpane of the Post Office, where his own face had looked back at him, youthfully innocent for his fifty-three years, brows lifted in discovery, long blue eyes narrowed in the sunlight, dark hair smouldering with inherent redness. He had just begun to smooth his big mustaches and adjust the poet's tie at his throat when the crowd shoved him against the door. It had opened abruptly, and stepping inside on a sudden impulse, he had heard the woman's question.”

 

 1906682-c7b73dc2387067a43643890063737d39.jpg
Ross Franklin Lockridge Jr. (25 april 1914 – 6 maart 1948)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Richard Anders werd geboren op 25 april 1928 in Ortelsburg, tegenwoordig Szczytno, Polen. Zie ook alle tags voor Richard Anders op dit blog.

 

Traum vom Tod Georg Heyms

Von einer Sekunde
von einer Eisscholle
zur andern springend
während von einer Sekunde
zur anderen
eine Eisscholle von der anderen treibt
eine Sekunde von der anderen treibt
ein Himmelskörper vom anderen treibt
weiß er
daß zwischen Eisschollen
und Sekunden
und Himmelskörpern
der Abstand endlich
endlos wird
und er
wie weit er auch springt
über kurz oder lang
einmal zu kurz springt

 

 1906682-dd8d99ca100960ef5d8bbb245fa3d9a3.jpg
Richard Anders (Ortelsburg, 25 april 1928)
Szczytno, Polen

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e april blog van 25 april 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:31 Reageer op dit bericht

John Keble

De Engelse dichter en predikant John Keble werd geboren op geboren 25 april 1792 in Fairford, Gloucestershire. Keble werd na zijn studie in Oxford tot Fellow van Oriel College verkozen. Van 1831-1841 was hij hoogleraar poëzie. In 1822 ontmoette hij John Henry Newman. Zijn preek "National Apostasy", die hij op 14 juli 1833 in Oxford hield, en waarin hij felle kritiek uitte op de steeds meer van het Christendom verwijderende staat, wordt beschouwd als het begin van de zogenaamde Oxford beweging, die de katholieke traditie binnen de Anglicaanse Kerk probeerde te herontdekken. Een andere belangrijke figuur van deze beweging was Edward Pusey Boverie. Zij schreven de zogenaamde “trakaten” die ver buiten Oxford bekend werden. Keble genoot binnen deze groep een speciale achting, want hij was al een gevestigde dichter en geleerde. In tegenstelling tot Newman bleef Keble zijn hele leven trouw aan Church of England. En niet alleen uit gemakzucht, maar uit echte overtuiging. Hij vertegenwoordigt daarmee de vleugel van de Oxford beweging die zichzelf bewust als onderdeel van deze kerk zag. Kebles in 1827 verschenen dichtbundel “The Christian Year” werd een van de grote klassiekers van de 19e eeuw. Het boek bevat een gedicht voor elke zon- en feestdag van het kerkelijk jaar en kende een grote verspreiding. Het maakte Keble beroemd. Er werden meer dan honderd edities van uitgegeven. In 1836 werd Keble predikant in Hursley (Winchester), waar hij bleef tot aan zijn dood. Hij trouwde op 10 oktober 1835 Charlotte Clarke, die een behulpzame vrouw voor de voorganger en dichter was. Keble College in Oxford werd opgericht in 1870 als een monument voor John Keble

 

First Sunday after Trinity

So Joshua smote all the country, . . . and all their kings; he left none remaining.  _Joshua_ x. 40.

WHERE is the land with milk and honey flowing,
The promise of our God, our fancy’s theme?
Here over shattered walls dank weeds are growing,
And blood and fire have run in mingled stream;
Like oaks and cedars all around
The giant corses strew the ground,
And haughty Jericho’s cloud-piercing wall
Lies where it sank at Joshua’s trumpet call.

These are not scenes for pastoral dance at even,
For moonlight rovings in the fragrant glades,
Soft slumbers in the open eye of Heaven,
And all the listless joy of summer shades.
We in the midst of ruins live,
Which every hour dread warning give,
Nor may our household vine or fig-tree hide
The broken arches of old Canaan’s pride.

Where is the sweet repose of hearts repenting,
The deep calm sky, the sunshine of the soul,
Now Heaven and earth are to our bliss consenting,
And all the Godhead joins to make us whole.
The triple crown of mercy now
Is ready for the suppliant’s brow,
By the Almighty Three for ever planned,
And from behind the cloud held out by Jesus’ hand.

“Now, Christians, hold your own—the land before ye
Is open—win your way, and take your rest.”
So sounds our war-note; but our path of glory
By many a cloud is darkened and unblest:
And daily as we downward glide,
Life’s ebbing stream on either side
Shows at each turn some mouldering hope or joy,
The Man seems following still the funeral of the Boy.

Open our eyes, Thou Sun of life and gladness,
That we may see that glorious world of Thine!
It shines for us in vain, while drooping sadness
Enfolds us here like mist: come Power benign,
Touch our chilled hearts with vernal smile,
Our wintry course do Thou beguile,
Nor by the wayside ruins let us mourn,
Who have th’ eternal towers for our appointed bourne.

 

 1920898-3df880d1620843708f9eeebe42d0d440.jpg
John Keble (25 april 1792 - 29 maart 1866)
Portret door George Richmond, 1863

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Frans Coenen, Eric Bogosian, Robert Penn Warren, George Oppen, Carl Spitteler, Anthony Trollope, Michael Schaefer

De Nederlandse schrijver, essayist en criticus Frans Coenen werd in Amsterdam geboren op 24 april 1866. Zie ook alle tags voor Frans Coenen op dit blog.

Uit: Zondagsrust

“Een licht fronselen en kraken in het gangetje, doffen van haastige bloote voetjes op houten vloer, en de gangdeur, die op de trap uitkwam, knapte uit haar slot. Het was of hiermee het buitenleven van de straat intoog, en nu overal de gave stiltebol in geluiden openbarstte. Er was even een geplens van vocht overgieten, onverschillige mompelgroet van een grove stem... Daarna hosklosten zware schoenen de trap af en knapte de deur weer veilig dicht.
De vale alkoofschemering echter leefde nu in klein bewegen en geluiden van wakker worden. Het bovenlijf van juffrouw Verhoef was opgespookt uit de vaalschaduwige bedmassa en op zij gekeerd, steunend op de rechterarm, wreef zij zich met de vlakke linkerhand over de oogen, gerekt geeuwend. Naast haar ging het dek omhoog boven de magere knieën van haar man, die aan de muurkant lag, en zijn lange staakarmen hieven op, strekten langs het kussen met een doffe stoot tegen het beschot.
- Jesis... is 't nou al weer uit! geeuwde hij.
- Ja... hebbi nog niet genog gemaft? fluisterde zij schorrig, maar haar aandacht ging naar wat zij in de keuken hoorde: kleine scharrelige geluidjes, gekraak en bordengetik. En opeens riep zij luid:
- M'rietje, wat doe je? Nerges ankomme, hoor je? Ga maar vooreerst weer in bed....
En toen er iets na-kletterde, drifte zij op:
- Gà je!
- Ja... moeder... klonk een dunne kinderstem vleiïg-gedwee terug en toen:
- Mag ik bij u komme?
- Nee, nog niet, ga maar eerst weer in bed... Strakkies, as je vader d'r uit is...
En toen zij het zwakke kraken van de bedsteê in de gang gehoord had, lag de vrouw weer stil op de rug te kijken in het alkoofhokje, dat de morgen nu gevuld had met vuilgrijze schemer. In de kamer, in de gang en ook vòor, bij den commensaal heerschte weer stilte en van boven kwam evenmin geluid. Overal de Zondagochtendrust van lang uitslapen en genietende luiheid.
Tot beneden een klok sloeg met donkere klank.”

 

 1906055-6f5efd8740d29dfc13b85f7b6a91f564.jpg
Frans Coenen (24 april 1866 - 23 juni 1936)
 

 

 

De Amerikaanse schrijver en acteur Eric Bogosian werd geboren op 24 april 1953 in Woburn, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Eric Bogosian op dit blog.

Uit: Perforated Heart

“I had a car and driver for the evening so I offered her a ride home on my way to my own uptown pied-a-terre where I would be staying the night. As we maneuvered the traffic, she chattered on about aesthetics and style, theme and structure. I focused on the aquarium world drifting beyond the tinted windows where people strolled, lapped ice cream cones, hailed cabs, entered and exited buildings. Each individual represented a single priority, living from moment to moment, fleeing or pursuing, praying or narcotizing.
In a deep reverie by the time we stopped outside my building, I discovered that my acolyte had decided she didn't want to go home just yet. I understood. She was curious, eager to see my unique two thousand square feet of living space. She had an urge to visit my library, my art collection, my media center, my kitchen. My shower cabinet.
Earlier in the evening, I had dimmed the lights and thrown open the drapes, anticipating a guest. I never do this for Sarah but upon reentering the apartment, I thought of her. It was her fault she was being replaced this evening. She couldn't join me tonight and I was forced to go stag. Her loss. Thus orchestrated, the apartment lay before my visitor like a movie set: vistas, twinkly lights out there in the black, the rising moon. I flipped on the stereo and poured brandies. Everything proceeded per usual.
She was a writer, of course. And marginally interesting because twenty years ago when she was eight years old, her father accidentally shot her mother in the leg, severing the femoral artery. This brilliant young woman, then a brilliant little girl, witnessed her mother's death as she bled out on the living room floor.”

 

 1906055-b26eccc28295b900fcedef8327de7144.jpg
Eric Bogosian (Woburn, 24 april 1953)

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Robert Penn Warren werd geboren op 24 april 1905 in Guthrie, Kentucky. Zie ook alle tags voor Robert Penn Warren op dit blog.

 

Tell Me A Story

Long ago, in Kentucky, I, a boy, stood
By a dirt road, in first dark, and heard
The great geese hoot northward.

I could not see them, there being no moon
And the stars sparse.I heard them.

I did not know what was happening in my heart.

It was the season before the elderberry blooms,
Therefore they were going north.

The sound was passing northward.

 

 

Aspen Leaf In Windless World

Watch how the aspen leaf, pale and windless, waggles,
While one white cloud loiters motionless over Wyoming,
And think how delicately the hurt may flutter
In the windiess joy of unworded revelation.

Look how the sea-foam, white, makes its Arabic scrawl
On the unruflled sand of the beach's faint-tilted plane.
Is there a message there for you to decipher?
Or only the joy of its sunlit intricacy?

Is there a sign Truth gives that we recognize?
Can we fix our eyes on the flight of birds for answer?
Can the bloody-armed augurs declare expediency?
What does dew on stretched woolfleece, the grass dry, mun?

Have you stood on the night-lawn, in blackness of oaks,and heard
Prom bough-crotch to bough-crotch, the moon-eyed tree toad utter,
Again and again, that quavery croak, and asked
If it means there'll be rain? Toward dawn? Or early tomorrow?

We were not by when Aaron laid down his rod
That suddenly twisted, went scaley, and heaved the fanged head,
And when Egypt’s high magi probed their own lore for the trick.
Well, the sacred serpent devoured that brood. What. then,

Would you’ve made of that? Yes, we wander our world
Of miracles, whispers, high-jinks, and metaphor.
Yes, why is the wind in the cedar the sub-sob of grief?
And the puppy-why is his tongue on your palm so sweet?

 

 1906055-3bcb93077f6cbe946d396e52cfceb99d.jpg
Robert Penn Warren (24 april 1905 – 15 september 1989)

 

 

De Amerikaanse dichter George Oppen (eig. George Oppenheimer) werd geboren op 24 april 1908 in New Rochelle, New York. Zie ook alle tags voor George Oppen op dit blog.

 

Time of the Missile

I remember a square of New York’s Hudson River glinting between warehouses.
Difficult to approach the water below the pier
Swirling, covered with oil the ship at the pier
A steel wall: tons in the water,

Width.
The hand for holding,
Legs for walking,
The eye sees! It floods in on us from here to Jersey tangled in the grey bright air!

Become the realm of nations.

My love, my love,
We are endangered
Totally at last. Look
Anywhere to the sight’s limit: space  
Which is viviparous:

Place of the mind
And eye. Which can destroy us,  
Re-arrange itself, assert
Its own stone chain reaction.

 

 

Some San Francisco Poems

1
Moving over the hills, crossing the irrigation
canals perfect and profuse in the mountains the
streams of women and men walking under the high-
tension wires over the brown hills

             in the multiple world of the fly’s
multiple eye the songs they go to hear on
this occasion are no one’s own

Needle’s eye    needle eye    but in the ravine
again and again on the massive spike the song
clangs

as the tremendous volume of the music takes
over obscured by their long hair they seem
to be mourning

 

 1906055-5c4e8402774340cfb32f3fd1b378f666.jpg
George Oppen (24 april 1908 - 7 juli 1984)
Mary en George Oppen in 1979

 

 

De Zwitser dichter, schrijver, essayist en criticus Carl Friedrich Georg Spitteler (eig. Carl Felix Tandem) werd geboren op 24 april 1845 in Liestal bij Basel. Zie ook alle tags voor Carl Spitteler op dit blog.

Uit:Conrad der Leutnant

“Der junge Conrad Reber aus dem «Pfauen» in Herrlisdorf, der Leutnant, strich durch den Stall, hinter den Gäulen vorbei, welche bei seiner Ankunft den Hals emporschleuderten und sich polternd zurechtstellten. Aber die rote Lissi, zuhinterst in der Ecke, schaute sich zutraulich um, hob den Schweif und spreizte die Schenkel.
«Was ist, Lissi?» machte der Leutnant. «Sag's, was möchtest mir klagen? Gelt, möchtest auch lieber auf dem Frauenfelder Exerzierplatz galoppieren, morgens früh um fünf, wenn die Trompeten schmettern, und Fensterparade am Sonntag vormittag und am Abend schöne Fräulein, die dir die Mähne streicheln, dir ein Zückerchen und mir ein Küßchen, als daheim Mist auf den Acker fahren und Zank und Schelten und saure Gesichter den langen Tag! Kehr dich links, kehr dich rechts, bück dich, streck dich, geschimpft wird auf jeden Fall. Hört das Schimpfen auf, so fängt das Seufzen an. Allein was meinst, Lissi? meinst nicht auch selber: wenn's zuviel ist, so ist's zuviel, und wenn's zu lange währt, so muß es ein Ende nehmen. So oder so, hinter sich oder für sich, in Güte oder in Krieg.»
Hiermit klatschte er dem Rößlein mit der Flachhand aufs Kreuz, daß es vor Mut strampelte.
Und da eben der Scheck und der Bläß einander futterneidisch anfletschten, jauchzend vor Haß, raffte er die Geißel vom Fenster und zog ihnen ein paar sausende Streiche unter dem Bauch durch, daß sie aufjuckten wie die Forellen beim Gewitter.
«Friede in des heiligen Dreiteufels Namen!» herrschte er. «Muß denn in diesem zänkischen Hause sogar das vierfüßige Vieh hadern?»
Und nachdem er ihnen nachträglich noch ein paar feine Zwicker um die Knie verabreicht, zum Vorrat für später, verblieb er mit ausholendem Arm, bis die Aufregung sich gelegt hatte und ein gleichmäßiges Mampfen aus sämtlichen Krippen knusperte. Hierauf schob er sich mit unhörbaren Schritten nach der Fensternische und hängte die Geißel an den Nagel, behielt jedoch den Griff in der Hand, die er erst nach geraumer Zeit verstohlen an sich zog. Hernach verharrte er regungslos, an den Sims gelehnt.

 

 1906055-d4244e470e56d54a2b9db07509a14a74.jpg
Carl Spitteler (24 april 1845 – 29 december 1924)
Portret doorFerdinand Hodler, 1915

 

 

De Engelse schrijver Anthony Trollope werd geboren in Londen op 24 april 1815. Zie ook alle tags voor Anthony Trollope op dit blog.

Uit: Framley Parsonage

“They had not been long there before Lord Dumbello did group himself. 'Fine day,' he said, coming up and occupying the vacant position by Miss Grantly's elbow.
'We were driving to-day and we thought it rather cold,' said Griselda.
'Deuced cold,' said Lord Dumbello, and then he adjusted his white cravat and touched up his whiskers. Having got so far, he did not proceed to any other immediate conversational efforts; nor did Griselda. But he grouped himself again as became a marquis, and gave very intense satisfaction to Mrs. Proudie.
'This is so kind of you, Lord Dumbello,' said that lady, coming up to him and shaking his hand warmly; 'so very kind of you to come to my poor little tea-party.'
'Uncommonly pleasant, I call it,' said his lordship. 'I like this sort of thing--no trouble, you know.'
'No; that is the charm of it: isn't it? no trouble or fuss, or parade. That's what I always say. According to my ideas, society consists in giving people facility for an interchange of thoughts--what we call conversation.'
'Aw, yes, exactly.'
'Not in eating and drinking together--eh, Lord Dumbello? And yet the practice of our lives would seem to show that the indulgence of those animal propensities can alone suffice to bring people together. The world in this has surely made a great mistake.'
'I like a good dinner all the same,' said Lord Dumbello.
'Oh, yes, of course--of course. I am by no means one of those who would pretend to preach that our tastes have not been given to us for our enjoyment. Why should things be nice if we are not to like them?'
'A man who can really give a good dinner has learned a great deal,' said Lord Dumbello, with unusual animation.
'An immense deal. It is quite an art in itself; and one which I, at any rate, by no means despise. But we cannot always be eating -- can we?'
'No,' said Lord Dumbello, 'not always.' And he looked as though he lamented that his powers should be so circumscribed.”

 

 1906055-b6f80524cd3f3c70c2c55be35afa6880.jpg
Anthony Trollope (24 april 1815 - 6 december 1882)
Karikatuur door  Spy in Vanity Fair, 1873

 

 

De Duitse schrijver Michael Schaefer werd geboren op 24 april 1976 in Bielefeld. Zie ook alle tags voor Michael Schaefer op dit blog.

Uit: Liebe auf Raten

„Zum Abschluss des neunten Schuljahres machten von Steve's und Tom's Klassen eine Fahrt in die Metropole London. Eine ganze Woche mal die große weite Welt schnuppern, außerhalb des kleinen Ortes Silverville. Für Steve ein Großereignis, seine Eltern hatten ihn bestenfalls mal mit nach Gloucester genommen. Aber das war kein Vergleich zu London, auch wenn Gloucester für seine Verhältnisse schon gewaltig war. Bereits mindestens acht Wochen vor Start in die große Stadt sammelte er alle Informationen im Buchladen des Ortes oder sog alle Berichte im Fernsehen, ob es nun Nachrichten oder Dokumentationen über London waren, begierig auf. Als er dann die Erlaubnis seines Vaters bekam, waren all die negativen Berichte über ihn vergeben und vergessen, nun war sein Dad der beste Vater, den es gab. Am letzten Abend vor der Fahrt selber, nahm ihn seine Mutter beiseite und gab ihm eine Metalldose mit ganz frischen Glowinger-Schokokeksen darin. Sie berichtete Steve von ihrer Schwester Mary, die in London am Stadtrand wohnte. Er kannte zwar seine Tante Mary von alten Fotos seiner Mutter, aber selber gesehen hatte er sie noch nicht. Das lag daran, weil sein Vater Mary nicht mochte. Für ihn war sie so was wie ein schlechtes Omen für die Familie. Sie lebte doch tatsächlich in Saus und Braus und liebte die Ferne mehr als ihre eigenen vier Wände. Sie hatte einen reichen Industriellen geheiratet und lebte auf seiner Tasche, gab das Geld ihres Mannes in vollen Zügen aus und hatte sicherlich mindestens fünf Liebhaber. Also, ein Luder in Edwards Augen und möge der liebe Herrgott sie strafen. Deshalb wurde sie zu Feierlichkeiten der Familie nie eingeladen.“

 

 1906055-df0517778271e9a386d642a9b4c5f2b1.jpg
Michael Schaefer (Bielefeld, 24 april 1976)
Bielefeld

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e april ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:48 Reageer op dit bericht

Marcus Clarke, Carl Immermann, Otto Leixner von Grünberg, L. J. M. Feber, Karl Lappe, Gaston Martens

De Australische schrijver Marcus Clarke werd geboren op 24 april 1846 in Londen. Zie ook alle tags voor Marcus Clarke op dit blog.

Uit: Australian Tales of the Bush

“He was a quiet fellow enough. His utmost wrath never sufficed to ruffle a hair on the sleek backs of King Cobb’s horses. His utmost mirth never went beyond an ape-like chuckle, that irradiated his painstricken face, as a stray gleam of sunshine lights up the hideousness of the gargoyle on some old cathedral tower.
It was only when “in drink” that Poor Joe became a spectacle for strangers to wonder at. Brandy maddened him, and when thus excited his misshapen soul would peep out of his sunken fiery eyes, force his grotesque legs to dance unseemly sarabands, and compel his pigeonbreast to give forth monstrous and ghastly utterances, that might have been laughs, were they not so much like groans of a brutish despair that had in it a strange chord of human suffering. Coppinger was angry when the poor dwarf was thus tortured for the sport of the whisky-drinkers, and once threw Frolicksome Fitz into the muck midden for inciting the cripple to sputter forth his grotesque croonings and snatches of gruesome merriment. “He won’t be fit for nothin’ to-morrer,” was the excuse Coppinger made for his display of feeling. Indeed, on the days that followed these debauches, Poor Joe was sadly downcast. Even his beloved horses failed to cheer him, and he would sit, red-eyed and woe-begone, on the post-and-rail-fence, like some dissipated bird of evil omen.
The only thing he seemed to love, save his horses, was Coppinger, and Coppinger was proud of this simple affection. So proud was he, that when he discovered that whenever Miss Jane, the sister of Young Bartram, from Seven Creeks, put her pony into the stable, the said pony was fondled and slobbered over and caressed by Poor Joe, he felt something like a pang of jealousy.
Miss Jane was a fair maiden, with pale gold hair, and lips like the two streaks of crimson in the leaf of the white poppy. Young Bartram, owner of Seven Creeks Station—you could see the lights in the house windows from Coppinger’s—had brought her from town to “keep house for him,” and she was the beauty of the country side. Frolicksome Fitz, the pound-keeper, was at first inclined to toast an opposition belle (Miss Kate Ryder of Ryder’s Mount), but when returning home one evening by the New Dam, he saw Miss Jane jump Black Jack over the post-and-wire into the home station paddock, he forswore his allegiance.”

 

 1906044-8fd61c205eb3daa5b024259c9d1d323c.jpg
Marcus Clarke (24 april 1846 – 2 augustus 1881)
In 1886

 

 

De Duitse dichter en schrijver Karl Leberecht Immermann werd geboren op 24 april 1796 in Magdeburg. Zie ook alle tags voor Karl Immermann op dit blog.

Lied des Unglücklichen

Ich höre viele Menschen klagen,
sie seyen oft so gar allein;
O könnt' ich auch von mir das sagen!
Bei mir, bei mir trifft es nicht ein.

Mir leisten tausend treue Sorgen
Gesellschaft gern und für und für;
Sie kommen schon am frühen Morgen,
Und sind am Abend noch bei mir.

Erst stehen sie von fern und plaudern
Von meiner längst verschwundnen Lust,
Dann legen sie mir ohne Zaudern
Die Häupter alle an die Brust.

Und denke ich: es könnt' genügen,
Und drückt's auf mir so hölleneng,
Dann strömt erst recht zu bangen Zügen
Herbei ein ganzes Angstgedräng.

Wenn zu der kühlen schwarzen Erde
In meinem Sarg ich gehe ein,
Ob ich dann in dem Grabe werde
Wohl sorgenlos alleine seyn?

 

 

Drei Sterne weiß ich

Drei Sterne weiß ich, welche Licht
den letzten Nächten spenden;
Sie leuchten still, sie prahlen nicht,
Es ist kein eitel Blenden.

Das Dunkel lastet tief und schwer,
Was lindert deine Scheue?
Die Sonn' erlosch, doch nimmermehr
Der Stern der Muttertreue.

Am Abgrund irrst du, siehst ihn nicht
In Finsterniß verborgen;
Wer zeigt ihn dir? Aus Wolken bricht –
Der Stern der Muttersorgen.

Wenn alle Welt den Armen läßt
Und wenn kein Wort ihm bliebe,
Am ew'gen Himmel stehst du fest –
Stern heil'ger Mutterliebe!

O Mutterliebe, Sorg' und Treu'!
Nie ausgeschöpfte Güte!
Und immer alt und immer neu,
Daß dich die Allmacht hüte!

 

 1906044-80c016c2203c33a597fccf186fd71f7e.jpg
Karl Immermann (24 april 1796 – 25 augustus 1840)
Portret door Friedrich Wilhelm von Schadow, 1828

 

 

De Duitse dichter, schrijver, criticus en historicus Otto Leixner von Grünberg werd geboren op 24 april 1847 in Schloß Saar, Mähren.Zie ook alle tags voor Otto Leixner von Grünberg op dit blog.

 

Lob und Tadel

Wenn auch die ganze Welt Dich lobt
Und man nur Gutes von Dir sagt,
So bist Du doch ein armer Mann,
Wenn Dich das eigne Herz verklagt.

Und wenn man Böses von Dir sagt,
Laß, Freund, es Dich bekümmern nicht,
Du kannst mit freier Stirne geh'n,
Wenn frei das eigne Herz Dich spricht.

 

 

Eine Münze

Kopfseite.

Es sei die Frau der Ehe Herz,
Der Mann, er sei der Geist. So sind
Die beiden dann im treuen Bund
Erst ein vollendet Menschenkind.

Schriftseite.

Er ist zu reichem Weib gekommen.
Sie hat sich ihn zur Frau genommen.

 

 1906044-a8db141ec73dbb98d8933aea5791f4d4.jpg
Otto Leixner von Grünberg (24 april 1847 – 12 april 1907)

 

 

De Nederlandse schrijver en politicus Louis Jean Marie Feber werd geboren in Bergen op Zoom op 24 april 1885. Zie ook alle tags voor L. J. M. Feber op dit blog.

Uit:Goethe

“Trouwens, niet zonder grond is vastgesteld, dat Goethe zich in Faust geheel heeft gegeven, dit creatuur zijner verbeelding de ziel van zijn ziel heeft ingeblazen. Faust slaat een lichtelijk sukkelig figuur; zijn formidabele monoloog maakt hem achteraf eenigermate belachelijk, nadat hij den indruk heeft gewekt, dat een lady Macbeth tot de tweede macht hem nauwelijks uit den koers van zijn wijsgeerige aspiraties zou vermogen te drijven. In deze verhouding bezien is de figuur van Gretchen, tüchtige Hausfrau in aanleg, onwaarschijnlijk.
Nadat Faust op alle bekende manieren heeft beproefd tot verwezenlijking van 's levens zin te geraken, tot verantwoording tegenover zichzelf, den evennaaste en den Schepper, of den Algeest - het is nooit duidelijk geworden, hoe en wat Goethe omtrent der dingen diepsten grond heeft gedacht - moet aller menschen drama ter ontknooping, de ziel ter bevrijding worden gevoerd. In heel de weergalooze grootheid en weidschheid van haar opbouw, in haar sereniteit van toon en timbre op het hemelsche af, is de finale van Faust in wezen niet anders dan een schijnbeweging. En wel omdat zij niet uit een innerlijke overtuigdheid van haren schepper is geboren. Want anders ware Goethe geen olympisch-georienteerde heiden geweest, maar het katholicisme vrij nabij. Onze Lieve Heer wordt te hulp geroepen, de Moeder Gods, onderscheidene hemelsche krachten en machten; er treedt iets als een gemeenschap den heiligen in werking om het edele Glied der Geisterwelt vom Bösen te redden.”

 

 1906044-1325946bbfb53076f9da805885188bea.jpg
L. J. M. Feber (24 april 1885 - 3 juli 1964)
Goethe. Portret door Gerard von Kügelgen, 1808-09 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Karl Lappe werd geboren op 24 april 1773 in Wusterhusen (Pommern). Zie ook alle tags voor Karl Lappe op dit blog.

 

Das Kind an die Biene

Bienchen, wovon dein Beinchen ist golden?
Kleiner Bergmann, sprich, woher? —
Ach, ich saß in den Blumendolden,
Davon ward mir das Keulchen so schwer,
Meinst du, ich sammle das bittere Gold?
Süß ist der Honig, den Bienchen dir zollt.

 

 

Der Wanderer an die Linde

Mich drückt das Glühn der Siedeluft
Auf den versengten Matten.
Frau Linde, gieb mir Blätterduft,
Frau Linde, gieb mir Schatten!

Umsäusle meiner Stirne Brand
Mit deines Athems Wehen.
O könntest du durch Land und Sand,
Frau Linde, mit mir gehen!

 

 1906044-44bfc574c6539f5c6cf6e01b9d5e9628.jpg
Karl Lappe (24 april 1773 – 28 oktober 1843)

 


 

De Vlaamse (toneel) schrijver Gaston Marie Martens werd geboren in Zulte op 24 april 1883. Zie ook alle tags voor Gasron Martens op dit blog.

Uit:"Prochievrijers" in het "Volksgebouw", Antwerpen (Bespreking door Willem Putman)

“Ik besluit : dit laatste blijspel van Gaston Martens wordt heelemaal gered door de "charge". Zoo is onbetwistbaar het slot, wanneer al die wijven met hun kinderen opkomen, een formidabele vondst. Zoo de opmerking van den champetter : "Burgemeester, er zijn hier wijven bij, die er niet moeten zijn !" Zoo het slotwoord van Bolle : "God de Vader is ie !" Ik ben er van overtuigd : hoe brutaler dit stuk gespeeld wordt, hoe minder het zal choqueeren. Ik kan mij van "Prochievrijers" zeer goed een gestyleerde opvoering indenken waarbij alles "massaal" zou worden : de buik van Bolle, de toonbank van "Den bonten Os", de boezem van schoone Catho, de ekster-oogen van den burgemeester, de neus van den veldwachter, de tafel voor het feestmaal. Een echte groteske zou er dan uit groeien, der realiteit heelemaal onttrokken. Het is natuurlijk met het waarachtige te benaderen dat wij het publiek ontstichten. Martens haalt aan als argument : "Ga in om 't even welke herberg in Vlaanderen, en gij zult er nog iets anders hooren!" Onbetwistbaar. Doch 'n argument voor platheden op het tooneel is dat natuurlijk niet. Als iemand naar den schouwburg komt wenscht hij niet zich daar in een herberg te voelen. Ook al stelt men hem een herberg voor, hij wenscht ze anders dan die van naast zijn deur.”

 

 1906044-435efb304a9b3c473afe275526ab7965.jpg
Gaston Martens (24 april 1883 - 11 mei 1967)

Geschreven door Romenu om 11:46 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten