Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 27 april 2016 tot 28 april 2016

Zia Haider Rahman, Wim Hazeu, Roberto Bolaño, Gerhard Henschel, Harper Lee, Joop Waasdorp, Karl Kraus, Ğabdulla Tuqay

De Britse schrijver Zia Haider Rahman werd in 1969 geboren op het platteland van Bangladesh in de regio Sylhet. Zie ook alle tags voor Zia Haider Rahman op dit blog.

Uit: In het licht van wat wij weten (Vertaald door Anne Jongeling en Carla Hazewindus)

“Op een ochtend in september 2008 stond er een broodmagere man op de stoep van ons huis in South Kensington. Hij had een donkere huid, scherpe jukbeenderen en een woeste baard. Ik schatte hem achter in de veertig, begin vijftig en hij was ongeveer één meter tachtig, een centimeter of twee kleiner dan ik. Zijn waterdichte jack met een sluiting van klittenband, hing open. De mouwen waren iets te kort, en aan de lichte streep boven zijn rechterhand te zien had daar waarschijnlijk een horloge gezeten. De veters van zijn afgetrapte schoenen waren verschillend van kleur en de zakken van zijn cargobroek puilden uit van allerlei ondefinieerbare zaken. Er hing een rugzakje om zijn schouder en tegen de deurpost stond een canvas plunjezak.
Door zijn manier van spreken maakte hij een enigszins opgewonden indruk, niet warrig maar indringend, en duidelijk niet van zins zich in de rede te laten vallen, alsof hij een onderbroken gesprek hervatte. Ik stond daar maar zonder wat te zeggen terwijl ik mijn best deed om iets aan hem te ontdekken wat me bekend voorkwam, toen ik plotseling getroffen werd door een Duitse naam die ik al bijna twintig jaar niet had gehoord.
Op dat moment drongen de details van wat er gebeurde niet echt tot me door, die kwamen pas later bij me boven, toen ik bezig was alles wat ik me kon herinneren op papier te zetten. Ik heb altijd in de financiële sector gewerkt, een business waarin het om de fijne kneepjes gaat, zoals de kleine bewegingen in de beurskoersen waar het lot van miljoenen dollars, ponden, en zelfs yens van af kan hangen. Maar ik moet eerlijk bekennen dat het succes dat ik in mijn loopbaan heb gehad – als je tenminste kunt spreken van succes – niet zozeer te danken was aan mijn oog voor detail, een veel-voorkomende eigenschap in deze branche, als aan mijn vermogen patronen in het grote geheel te zien waarin zich nieuwe zakelijke mogelijkheden aftekenen.”

 

 1907903-76ce98bc3536faa2187429f2dd0e8d33.jpg
Zia Haider Rahman (Sylhet, 1969)

 

 

De Nederlands schrijver, journalist, radio- en televisieprogrammamaker, uitgever, dichter en biograaf Wim Hazeu werd geboren in Delft op 28 april 1940. Zie ook alle tags voor Wim Hazeu op dit blog.

Uit: Vestdijk, Aafjes, Henriëtte van Eyk en anderen

“Het is hartje oorlog. De ene dichter groet de andere. Zij hebben elkaar nog nooit ontmoet, en zullen elkaar voorlopig niet ontmoeten. Aafjes, teruggetrokken in Friesland, Vestdijk, geïsoleerd in Doorn. Het was voor beiden een gekozen isolement. Voor de argeloze Aafjes, die zich in café's, dus in het openbaar, nogal eens luidkeels beklaagde over de bezetters en hun handlangers, werd Amsterdam te heet onder zijn voeten, en Vestdijk heeft er, na zijn verblijf in het gijzelaarskamp St. Michielsgestel, de gevangenis het Oranjehotel en zijn vrijlating, weinig behoefte aan om zich buiten Doorn en Utrecht te vertonen.
Het is hartje oorlog. Aafjes schrijft voort aan zijn Een voetreis naar Rome, Vestdijk aan zijn De toekomst der religie en aan de zoveelste correctieronde door zijn Gestelsche gedichten. Daarenboven studeert hij in de Universiteitsbibliotheek in Utrecht en leest boeken en documenten die hij voor zijn roman De vuuraanbidders kan gebruiken. Het zoeken naar bronnen en documenten, voor bijna elke grote romanschrijver een noodzakelijkheid, zoals de jonge auteur Thomas Rosenboom onlangs nog eens beaamde in zijn vier lezingen die hij voor de Groningse Universiteit hield en die gebundeld zijn in Aanvallend spel.
Hartje oorlog, twee dichters aan het werk. Zie hier, hoe ik een verhaal opbouw dat verder reikt, breder is, dan alleen de opsomming van levensfasen en -feiten van Vestdijk. Zoals ik deed in de biografieën van Achterberg, Slauerhoff, en Escher. Het gaat mij om Vestdijk, en om Vestdijk tussen de anderen, tussen vier vrouwen, of vijf, of zes, tussen dichters en essayisten en theologen en psychiaters en componisten. Allen staan geschilderd op een groot doek, rondom Vestdijk, of maken deel uit van de tableau de la troupe van de opera van de Doornse kluizenaar, misschien wel operette, zeker zo nu en dan, of ze duiken op in Vestdijks spel met schimmen, personages en herinneringen.”

 

 1907903-c6e95c632973548d74242d33f59b4435.jpg
Wim Hazeu (Delft, 28 april 1940)

 

 

De Chileense dichter en schrijver Roberto Bolaño werd geboren op 28 april 1953 in Santiago de Chile. Zie ook alle tags voor Roberto Bolaño op dit blog.

Uit:The Savage Detectives

“To begin with, we were all there, all seven apprentice poets who'd originally signed up for the workshop. This hadn't happened at any other session. And we were ner-vous. Even Alamo wasn't his usual calm self. For a minute I thought something might have happened at the university, that maybe there'd been a campus shooting I hadn't heard about, or a surprise strike, or that the dean had been assassinated, or they'd kidnapped one of the philosophy professors. But nothing like that was true, and there was no reason to be nervous. No objective reason, anyway. But poetry (real poetry) is like that: you can sense it, you can feel it in the air, the way they say certain highly attuned animals (snakes, worms, rats, and some birds) can detect an earthquake. What happened next was a blur, but at the risk of sounding corny, I'd say there was something miraculous about it. Two visceral realist poets walked in and Alamo reluctantly introduced them, although he only knew one of them personally; the other one he knew by reputation, or maybe he just knew his name or had heard someone mention him, but he introduced us to him anyway.
I'm not sure why they were there. It was clearly a hostile visit, hostile but somehow propagandistic and proselytizing too. At first the visceral realists kept to themselves, and Alamo tried to look diplomatic and slightly ironic while he waited to see what would happen. Then he started to relax, encouraged by the strangers' shyness, and after half an hour the workshop was back to normal. That's when the battle began. The visceral realists questioned Alamo's critical system and he responded by calling them cut-rate surrealists and fake Marxists. Five members of the workshop backed him up; in other words, everyone but me and a skinny kid who always carried around a book by Lewis Carroll and never spoke. This surprised me, to be honest, because the students supporting Alamo so fiercely were the same ones he'd been so hard on as a critic, and now they were revealing themselves to be his biggest supporters.”

 

 1907903-7305007db6f2d70dd5365f87cbf6f6a6.jpg
Roberto Bolaño (28 april 1953 – 15 juli 2003)

 

 

De Duitse schrijver en vertaler Gerhard Henschel werd geboren op 28 april 1962 in Hannover. Zie ook alle tags voor Gerhard Henschel op dit blog.

Uit: Künstlerroman

„Dann trampte ich mit meinen Siebensachen über Haselünne. Löningen und Cloppenburg nach Oldenburg zu Heike. meiner verfiossenen Liebe. und ihrem Malerfreund Matthias Weil am Montag der Nationalfeiertag war. Mußte ich erst am Dienstag wieder in die Fabrik.
Das letzte Stück nahm mich ein Fahrer mit. der permanent -meines Erachtens nach- sagte. »Meines Erachtens nach hat sich der Westen bei den Abrüstungwerhandlungen in eine Sackgasse manövriert.« Oder: -Meines Erachtens nach ist die galoppierende Staatsverschuldung der sicherste Weg in den Untergang.- Oder: -Wenn du zum hinteren Ende der Lindenstraße willst. dann solltest du meines Erachtens nach am Pferdemarkt aussteigen. Von da aus sind's meines Erachtens nach höchstens noch fünf Minuten zu Fuß.«
Meines Erachtens nach wären mir die Ohren abgefallen. wenn er mich bis vor die Haustür gefahren hätte.
Heike und Matthias tischten Sardinen. Reis und geriebene Möhren auf. Und Bier.
-Zum Pudehmhlsein!- rief Matthias.
Das Anstoßen mit Flaschen fand Heike zu unfein. Sie trank ihr Bier aus einem Weinpokal. weil gerade kein anderes sauberes Glas mehr vorrätig war.
Dank meiner Liaison mit Andrea hatte ich dann endlich einmal etwas Gefälligeres zu referieren als die üblichen Liebeskummergeschichten.
-Seit wann seid ihr nochmal zusammen?- fragte Heike.
DSC“ Silvester.«
-Also'n halbes lahr. In unserer heutigen Zeit ist das ja schon fast'ne Ewigkeit! Findest du nicht auch. Matthias? Mein Schnäuzelchen?-“

 

 1907903-4a21212a2630b0c94682a7050f8d58ad.jpg
Gerhard Henschel (Hannover, 28 april 1962)

 

 

De Amerikaans schrijfster Nelle Harper Lee werd geboren in Monroeville op 28 april 1926. Zie ook alle tags voor Harper Lee op dit blog.

Uit: To Kill a Mockingbird

«Dill was a curiosity. He wore blue linen shorts that buttoned to his shirt, his hair was snow white and stuck to his head like duckfluff; he was a year my senior but I towered over him. As he told us the old tale his blue eyes would lighten and darken; his laugh was sudden and happy; he habitually pulled at a cowlick in the center of his forehead.
When Dill reduced Dracula to dust, and Jem said the show sounded better than the book, I asked Dill where his father was: "You ain't said anything about him."
"I haven't got one."
"Is he dead?"
"No..."
"Then if he's not dead you've got one, haven't you?"
Dill blushed and Jem told me to hush, a sure sign that Dill had been studied and found acceptable. Thereafter the summer passed in routine contentment. Routine contentment was: improving our treehouse that rested between giant twin chinaberry trees in the back yard, fussing, running through our list of dramas based on the works of Oliver Optic, Victor Appleton, and Edgar Rice Burroughs. In this matter we were lucky to have Dill. He played the character parts formerly thrust upon me- the ape in ®Tarzan,¯ Mr. Crabtree in ®The Rover Boys,¯ Mr. Damon in ®Tom Swift.¯ Thus we came to know Dill as a pocket Merlin, whose head teemed with eccentric plans, strange longings, and quaint fancies.
But by the end of August our repertoire was vapid from countless reproductions, and it was then that Dill gave us the idea of making Boo Radley come out.
The Radley Place fascinated Dill. In spite of our warnings and explanations it drew him as the moon draws water, but drew him no nearer than the light-pole on the corner, a safe distance from the Radley gate. There he would stand, his arm around the fat pole, staring and wondering.”

 

 1907903-12c93152a13cd3512eeca427e3601b6c.jpg
Harper Lee (Monroeville, 28 april 1926)

 

 

De Nederlandse schrijver en journalist Joop Waasdorp (pseudoniem: Frans Hals) werd geboren in Amsterdam op 28 april 1917. Zie ook alle tags voor Joop Waasdorp op dit blog.

Uit: Het naakte leven

“Na een uur kon ik een plankje en een oude bus onderscheiden en voorts op een niet-verre rots een vette vrouw, blond, lui en lelijk. De eerste vrouw die zich alleen in dit paradijs der naakten had gewaagd?
Maar nee, even verderop hield de bijbehorende mannelijke zeeleeuw de wacht. ‘Kommst du endlich?’ zei de vrouw tegen manlief. Het mag hier dan een Frans eiland zijn, maar de meeste naakten zijn Duitsers.
Het was een dag zonder grote dingen. Wel heb ik genoteerd dat twee Belgische mannen die naast mij kamperen, opvallend vriendelijk doen tegen de vrouwelijke helft van het Zwitserse echtpaar, iets hogerop. Het is een aantrekkelijke brunette en zij pronkt op bestudeerd onschuldige wijze met haar blote achterwerk. Voortdurend klinkt haar zilveren stemmetje, telkens als zij grapjes naar de Belgen teruggooit. Intussen staat haar man achter de tent kwaad te kijken. Maar die ene Belg heeft een manhaftig vierkant baardje, terwijl de Zwitser hier niets tegen in kan brengen dan een oude hoed, zo‘n mottig hopeloos ding dat tien jaar op zolder in Zürich heeft gelegen. Of in Luzern, of Bazel.
Genoeg hierover. Dit stukje verboden geluk verdient ongestoord te kunnen uitbotten. De avond neemt mij in vredige zachte armen, te zamen met het lege bonenblikje in de hoek.”

 

 1907903-e102022241764b237e6b16d828c1267e.jpg
Joop Waasdorp (28 april 1917 - 3 september 1988)
Cover

 

 

De Joods-Oostenrijkse dichter, schrijver en journalist Karl Kraus werd geboren in Jičin, Bohemen, Oostenrijk-Hongarije (thans Tsjechië) op 28 april 1874. Zie ook alle tags voorKarl Kraus op dit blog.

 

Fernes Licht

Fernes Licht mit nahem Schein
wie ich mich auch lenke,
lockt es dich nicht dazusein,
wenn ich an dich denke?

Wo du bist, du sagst es nicht
und du kannst nicht lügen.
Nahen Schein von fernem Licht
läßt du mir genügen.

Wüßt' ich, wo das ferne Licht,
wo es aufgegangen,
naher Schein, er wehrte nicht,
leicht dich zu erlangen.

Fernes Licht mit nahem Schein
mir zu Lust und Harme,
lockt es dich nicht da zu sein,
wenn ich dich umarme?

 

 

Österreichs Beliebtheit

Es scheint uns wieder besser zu geraten,
nicht nötig ist's, die Trübsal zu verlängern:
verdorben wurden wir durch Diplomaten,
gerettet von den Operettensängern.

Mit den zum Führerfach berufnen Fürsten
da hatten wahrlich wir zu wenig Glück.
Wenn schon vertreten von Hanswürsten,
dann, meint die Welt, gleich lieber mit Musik!

Selbst keinen Bismack brauch'mr, fortgeführt
wird sein politisch garstig Lied zum Liedel:
das richtet man sich mit der Fiedel.

 

 

Die Ehrlichen

Man zeigt heute unverhohlen,
was einer dem andern stahl.
Un wer vor den andern gestohlen,
der gilt als Original.

 

 1907903-6c320acc7ff5d898792ec8739575fa5b.jpg
Karl Kraus (28 april 1874 - 12 juni 1936
Op een Oostenrijkse postzegel

 

 

De Tataarse dichter Ğabdulla Tuqay werd geboren op 28 april 1886 in Qoşlawıç in Kazan, Rusland (tegenwoordig Tatarstan). Zie ook alle tags voor Ğabdulla Tuqay op dit blog.

 

Poet

Time will pass, I will age and grow old,
Hunched, enfeebled and nearly bald.
But my soul will stay young, it will never surrender
While I nurture the flames of passion and anger.
They give me strength to lift the heavy rock.
The day is young and through the spring I walk.
A poet knows no winter and no cold.
Let my body age, but not my soul.
I refuse to sit and mumble, and lament,
Allah give me strength, I do not want to bend.
I’ll heat the whole house with my rhymes,
And I’ll be singing when my hour arrives.
Asrail, he cannot silence me.
Yes, I am leaving but you all will be.
I’ll remain a poet ’till I feel death’s blow,
And Allah summons me into the earth below.

 

 

Birds

Foolish birds, let me staunch your fear,
No need to panic while I’m standing near.
I enjoy the language of these birds,
Lord has made them sing without words.
Sing your tunes, don’t fly away or run,
I join you unarmed, I’ve no snare or gun.
In peace I come, without squabble or strife,
I pose no danger to freedom in your life.
Man can be a friend, if you’ll just believe,
After listening quietly, I promise you to leave.

 

 1907903-e07091c84dfb656ec6ac478f11acf277.jpg
Ğabdulla Tuqay (28 april 1886 – 15 april 1913)
Standbeeld in Naberezjnye Tsjelny, Tatarije, Rusland

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e april ook mijn blog van 28 april 2015 en ook mijn blog van 28 april 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:10 Reageer op dit bericht

Koning (Nachoem Wijnberg)

 

Bij Koningsdag

 

 1907445-666fcf3ee4d77bceb1be003c376b5a83.jpg
Koningsdag in Eindhoven, 2015

 

 

Koning

(Waar is de vorige koning?’

Vandaag is hij bij mij weggegaan, zei de koningin.

Hoeveel koningen waren er voor hem, of was hij de eerste die niemand
durfde na te doen?

Hij zei dat hij mij alles had zien doen wat andere vrouwen ook doen.

Liet de vorige koning met een dier spelen als met een bal die niet op de
grond mag vallen?

Ik vroeg hem of hij mij iets wilde zien doen wat geen andere vrouw doet.)

Deze bewegingen moeten ook een koningin hebben:

de armen uitstrekken, een verre sprong maken, kort blijven liggen.

Wat voor dier kan dit doen zodat zij het niet hoeft te doen

(een dier dat niet kan springen kan gegooid worden)

als van wat de koning zou kunnen leven zonder haar te zien?

 

 1907445-0a1c71b7115d2c6163086d8393ab92d8.jpg
Nachoem Wijnberg (Amsterdam, 13 april 1961)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 27e april ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:58 Reageer op dit bericht

Astrid Roemer, Hovhannes Shiraz, August Wilson, Edwin Morgan, Jules Lemaître, Cecil Day Lewis, Fethullah Gülen

De Surinaamse dichteres en schrijfster Astrid Roemer werd in Paramaribo geboren op 27 april 1947. Zie ook alle tags voor Astrid Roemer op dit blog.

Uit:Een graat in mijn bloed

“En de daklozen zopen zich impotent aan goedkoop bier en hun vrouwen naaiden elkaar op door het voortdurend te hebben over die ene vrouw en dat ene meisje, die de honger niet aankonden en zich aldus verkochten aan de heren van de herenhuizen. Want de stad was een bordeel en de heren kregen nergens anders het gevoel dat ze lééfden!
Maar: de massa van mensen is toegenomen in aantal en soort; de massa-communicatiemiddelen brengen triviaal vermaak en iedereen die aan de zelfkant van de samenleving sukkelde is rijker geworden en aldus geëmancipeerd tot burger.
En de stad is moederlijk geworden: zij ijvert met haast instinctmatige gedrevenheid voor het zuiver houden van haar kroost, het schoonhouden van haar wegen, muren, buurten, scholen, kantoren, discotheken en voor het zuiverhouden van haar zorgvoorzieningen. En wij: de mensen met de zoekende ogen en met de doorlopend kauwende kaken; wij - waarvan de vrouwen altijd zwanger en in bevalling zijn; wij met onze horden schreeuwende grijpgrage kinderen; wij, die zonen baren die niets anders aan het hoofd hebben dan walkmans en maagden - wij dringen door. Want: de steden hebben zich door ons laten ontmaagden. Een stad met allure laat zich onvoorwaardelijk nemen door iedereen die haar voor het eerst bezoekt.
Niemand hoeft naar haar te lonken; niemand hoeft te betalen.
De stad gaat trillend plat - zodra zij de levensadem voelt van vrouw en man: piepjong & stokoud, homo & hetero, gelukkig & bedroefd, valide & invalide, autochtoon & allochtoon, met een enorm besteedbaar inkomen & met niets dan een zwerversrantsoen. En de steden zwellen aan: zwanger van iedereen, want ze laten zich nooit meer maken en breken door de heren van de herenhuizen alleen!”

 

 1907443-bf2abb0d288ff638f629ee983e8856d1.jpg
Astrid Roemer (Paramaribo, 27 april 1947)

 

 

De Armeense dichter Hovhannes Shiraz werd geboren op 27 april 1915 in Alexandropol in het toenmalige Russische rijk (tegenwoordig Gyumri). Zie ook alle tags voor Hovhannes Shiraz op dit blog..

 

Thousand hearts under my chest get ruined

Thousand hearts under my chest get ruined,
When your foot touches a stone suddenly...

I have placed my head upon your fortune,
And no matter how many temptation rivers corrupt you,
On all the roads of your life I have placed 
My head as a bridge over all of them.

My heart has turned to mother's heart for you,
My heart spreads like field under your feet,
My heart, my dear one, brought you to the world,
I'm the reason for your joy and sorrow...

If any one of your life's roses stings
A thorn into your finger like a tear,
Let that thorn my eye then suddenly sting,
Let my eye's flame then burn all of your thorns...

And him whom my death has brought to the world
That dearest bud life will not sacrifice,
Damned is he who won't hold like a mother
That dearest one like holding earth's future.


Vertaald door Shant Norashkharian

 

 1907443-3dd6045760a1c5afbe720b90ce38e11f.jpg
Hovhannes Shiraz (27 april 1915 – 14 maart 1984)

 

 

De Schotse dichter en vertaler Edwin Morgan werd geboren in Glasgow op 27 april 1920. Zie ook alle tags voor Edwin Morgan op dit blog.

 

A Little Catechism From The Demon

What is a demon? Study my life.
What is a mountain? Set out now.
What is fire? It is for ever.
What is my life? A fall, a call.
What is the deep? Set out now.
What is thunder? Your power dry.
What is the film? It rolls, it tells.
What is the film? Under the Falls.
Where is the theatre? Under the hill.
Where is the demon? Walking the hills.
Where is the victory? On the high tops.
Where is the fire? Far in the deep.
Where is the deep? Study the demon.
Where is the mountain? Set out now.
Study my life and set out now.

 

 

Shakespeare, a Reconstruction
from Matthew Arnold, ‘Shakespeare’

Others are open. You give a high smile
as you win the Prospero stakes, and silently
bury your books deeper than any auditor
could find them sound or unsound.
Did you ‘die a papist’, hate dogs, love swarthy
ironhaired women and fair flibbertigibbet men
or are the sonnets a load of. Cigarette foil
litters our searching and poring. You sit there
self-sustaining, a white cloud, while your wife
sews your new coat-of-arms passim. Better sew
than unpick! See Marlowe? Well.
All pains the immortal spirit must endure,
all weakness that impairs, all griefs that faze
rebels like him, you filched to salt your plays.

 

 1907443-9dc9bc49d99402f19229dd1880c81964.jpg
Edwin Morgan (27 april 1920 - 19 augustus 2010)

 

 

De Amerikaanse toneelschrijver August Wilson (eig. Frederick August Kittel) werd geboren op 27 april 1945 in Pittsbugh. Zie ook alle tags voor August Wilson op dit blog.

Uit: Ma Rainey's Black Bottom

« Ma Rainey: It sure done got quiet in here. I never could stand the silence. I always got to have some music going around in my head somewhere. Keeps things balanced. Music will do that. Fills things up. The more music you got in the world, the fuller it is.
Levee: I can agree with that. I got to have my music, too.
Ma Rainey: White folks don't understand about the blues. They hear it come out, but they don't know how it got there. They don't understand that's life's way of talking. You don't sing to feel better. You sing 'cause that's a way of understanding life.
Levee: That's right.
Ma Rainey: You get that understanding and you done got a grip on life to where you can hold your head up and go on and see what else life got to offer. The blues help you to get out of the bed in the morning. You get up knowing you ain't alone. There's something else out there in the world. Something's been added by that song. This be an empty world without the blues. I take that emptiness and try and fill it up with something.
Levee: You fill it up with something that folks can't be without, Ma. That's why they call you the Mother of the Blues. You fill up that emptiness in a way like ain't nobody ever thought of doing before, now they can't be without it.
Ma Rainey:  I ain't started the blues way of singing. The blues always been here.” 

 

 1907443-b9627d29f471dc182e5334464f4d20e0.jpg
August Wilson (27 april 1945 – 2 oktober 2005)
Scene uit een opvoering in St. Louis, 2012

 

 

De Franse schrijver en dichter Jules Lemaître werd geboren op 27 april 1853 in Vennecy, Loiret. Zie ook alle tags voor Jules Lemaître op dit blog..

 

Les mouettes

I
Par les couchants sereins et calmes, les mouettes
Vont mêlant sur la mer leur vol entrecroisé :
Tels des gris souvenirs pleins de douceurs secrètes
Voltigeant dans un cœur souffrant, mais apaisé.

L’une, dans les clartés rouges et violettes
D’un coucher de soleil, fend le ciel embrasé ;
Une autre comme un trait, plonge aux ondes muettes
Ou se suspend au flot lentement balancé.


Nul oiseau vagabond n’a de plus longues ailes,
De plus libres destins, ni d’amours plus fidèles
Pour le pays des flots noirs, cuivrés, bleus ou verts.

Et j’aime leurs ébats, car les mouettes grises
Que berce la marée et qu’enivrent les brises
Sont les grands papillons qui butinent les mers.


II
Vers le grand soleil d’or qui, par l’ombre insulté,
Ramène sur son front sa pourpre qu’il déploie,
Là-bas, vers l’incendie énorme qui flamboie
Sous l’écran violet de l’âtre illimité,

Il vole, il vole, épris d’un désir indompté,
L’oiseau gris qui du gouffre et des flots fait sa joie ;
Dans cette pourpre ardente il s’enfonce, il se noie,
Et qui le voit du bord le voit dans la clarté.


Jamais il n’atteindra l’astre divin : qu’importe ?
— Ainsi vers l’Idéal un saint amour m’emporte,
Heureux si je pouvais, dans mes rapides jours,

Loin des réalités et des laideurs humaines,
Sans l’atteindre jamais m’en approchant toujours,
Apparaître baigné de ses lueurs lointaines !

 

 1907443-e7009e9c6d6aaddb6cb2786b6ff71e6f.jpg
Jules Lemaître (27 april 1853 – 5 augustus 1914)
 

 

 

De Brits-Ierse dichter Cecil Day Lewis werd geboren in Ballintogher, Ierland, op 27 april 1904. Zie ook alle tags voor Cecil Day Lewis op dit blog.

 

Address To The Mother

This was your world and this I owe you-
Room for growing, a site for building,
The braced sinew, the hands agreeing,
Mind foresoeing and nerve for facing.
You were my world, my breath, my seasons,
Where blood ran easy and springs failed not;
Kind was clover to feet exploring
A broad earth and all to discover.
Simple that world, of two dimensions,
Of stone mansions and good examples;
Each image actual, nearness was no
Fear, and distance without a mirage.
Dawn like a greyhound leapt the hilltops,
A million leaves held up the noonday,
Evening was slow with bells pealing,
And night compelling to breast and pillow.
This was my world-oh, this you gave me-
Safety for seed, petal uncurled there;
Love asked no proving or price, a country
Sunny for play, for spring manoeuvres.

Woman, ask no more of me,
Chill not the blood with jealous feud;
This is a separate country now,
Will pay respects but no tribute.

 

 

Walking Away

It is eighteen years ago, almost to the day –
A sunny day with leaves just turning,
The touch-lines new-ruled – since I watched you play
Your first game of football, then, like a satellite
Wrenched from its orbit, go drifting away

Behind a scatter of boys. I can see
You walking away from me towards the school
With the pathos of a half-fledged thing set free
Into a wilderness, the gait of one
Who finds no path where the path should be.

That hesitant figure, eddying away
Like a winged seed loosened from its parent stem,
Has something I never quite grasp to convey
About nature’s give-and-take – the small, the scorching
Ordeals which fire one’s irresolute clay.

I have had worse partings, but none that so
Gnaws at my mind still. Perhaps it is roughly
Saying what God alone could perfectly show –
How selfhood begins with a walking away,
And love is proved in the letting go.

 

 1907443-0811a5b96afd6b402baf1817b6069479.jpg
Cecil Day Lewis (27 april 1904 – 22 mei 1972)
 

 

 

De Turkse prediker, schrijver en dichter Fethullah Gülen werd geboren in Korucuk, Erzurum, op 27 april 1941Zie ook alle tags voor Fethullah Gülen op dit blog.

 

Continuous Beauty

Everywhere is your Beauty, wherever I look, in whatever I see,
Dancing in the enchantment of Your love,
Like a moth, the world is rushing to meet You,
I wish I could reach You, even if only once it may be.

I await, on the horizon of my hopes, the rise of the moon,
Your hands caressing my anguish-burned face,
You opened to me the sanctuary in Your presence,
May the torment of these painful days conclude soon.

My heart is hungry for Your eternal love,
My life-long palpitations will not ease otherwise,
Nor can my bosom sing in its finest voice.
Would my lips move without You in my heart?

Come and clear the face of my night of sorrow,
Make my troubled bosom happy with Your compliments,
Satisfy with Your love my endlessly searching soul,
Appear in my heart, declaring it Your home...

 

 1907443-3dadb6c39a30dc613ec3c9cf6f4b6807.jpg
Fethullah Gülen (Korucuk, 27 april 1941)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e april ook mijn blog van 27 april 2013 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 13:56 Reageer op dit bericht

Robert Anker

De Nederlandse dichter, schrijver en literatuurcriticus Robert Anker werd geboren in Oostwoud op 27 april 1946. Anker debuteerde in 1979 als dichter met 'Waar ik nog ben'. Voor 1979 verschenen gedichten van hem in verschillende tijdschriften, zoals De Revisor. Het debuut was nog een traditionele dichtbundel, geïnspireerd door Ankers jeugd in het West-Friese Oostwoud. Was die bundel nog naar binnen gericht, al gauw kwam de nadruk te liggen op de buitenwereld, zoals in 'Van het balkon' (1983), en op maatschappelijke problemen, zoals in 'De broekbewapperde mens' (2002). Van de natuur verschoof het perspectief naar het stadsleven. In de periode van zijn studie in Amsterdam, waar Anker sindsdien woont en werkt, schreef hij toneelteksten en gedichten. Inmiddels heeft hij ook romans, verhalen, essays over literatuur en kunst, en jeugdliteratuur op zijn naam staan. Zijn werk is bekroond met de Libris Literatuur Prijs, de F. Bordewijk-prijs (beide proza), de Jan Campert-prijs en de Herman Gorterprijs (beide poëzie). Anker was redacteur van Tirade en doceerde Nederlands. Later was hij literatuurcriticus bij Het Parool en fulltime schrijver.

 

Alles gefilmd

Dit zijn de schoenen van een man die als je zegt
hier zijn je schoenen zegt daar zijn mijn schoenen.

Denkt: mijn bloemen, mijn bloeien in de wereld.
Hij reist op sokken voor zijn huis heen en weer.
Hij komt weer binnen en verplaatst zijn schoenen.

Is hij die lieve man die met de kinderen praat.
Kan deze nieuwe wijk een nest tegen de wereld.
Hij zwemt zijn grenzeloze ogen in en uit.

Op een ochtend als de wereld overloopt,
dat hij dan de ramen openzet, hij neemt zijn buks
en schiet alle bloemen bij de buren alle dood.

De mensen praten, wijzen, lopen door elkaar.
Alles gefilmd door de media. De bloemen,
de emoties in de buurt, kijk, zijn schoenen.

 

 

Heimwee naar de zandhoek

De liefde wast de tijd
de liefde hangt de tijd te drogen
de liefde plooit de ongestreken tijd
om het lichaam van de liefde
en groeit tenslotte uit de tijd.

Wij deden onze kleren uit
en alle dingen werden nieuw aan ons
in het rusteloze licht aan de kade
klotsend klepperend met vlag en wimpel
in de ongeruste vrede aan het raam.

 

 

De schaatser

Soms vriest het weer zo helder
dat de schaatser die ik ben
de snaren van het ijs laat zingen
tot in de horizon van glas
aldoor beentje over door het glas

zoals ooit eerder altijd weer de metalen
zon achter de zilverbloemen op het raam
in mij doorstoot en mij hier fotografeert.

Meestal echter kom ik zelden voorbij
het rottige riet de kapotte vogels
dat het aldoor dooit in de modder
van het vreedzame bestaan.

 

 1999650-8011d67fadf9a936809d333134d2ae36.jpg
Robert Anker (Oostwoud, 27 april 1946)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Didier Daeninckx

De Franse schrijver Didier Daeninckx werd geboren in Saint-Denis op 27 april 1949. Zijn moeder was actief in de communistische partij en werkte evenals zijn vader een tijd in de Hotchkiss autofabriek. Na de scheiding van zijn ouders ging Daeninckx bij zijn moeder in Aubervilliers wonen, waar hij zich in 1963 aansloot bij de Jonge Communisten. Hij bezocht de technische school Le Corbusier, maar verliet de school toen hij zestien was. Vanaf 1966 werkte hij eerst in een drukkerij, vervolgens twaalf jaar als cultureel leider en tenslotte als lokaal journalist. Het was tijdens een periode van werkloosheid in 1977 dat hij zijn eerste roman schreef: “Mort au premier tour”, waarin men het neurotische karakter van inspecteur Cadin ziet opduiken. Het boek werd eerst door tien uitgevers geweigerd en werd uiteindelijk pas gepubliceerd in 1982 door Éditions du Masque, maar bleef toen volledig onopgemerkt. De tweede roman “Meurtres pour mémoire” (1984) verscheen in de Série noire opende de deuren van de roem. Daeninckx stelt in zijn oeuvre bepaalde onderwerpen aan de kaak en neemt een duidelijk standpunt in. Hij richt zich met name op politieke en sociale zaken. Dat gaat zowel om dossiers uit het heden als vergeten gebeurtenissen uit het verleden, zoals het Algerijnse bloedbad in Parijs op 17 oktober 1961 in “Meurtres pour mémoire”. Didier Daeninckx gebruikt hiervoor vaak detectiveromans, waarbij hij de sociale realiteit duidelijk naar voren laat komen.

Uit: Meurtres pour mémoire

"Elle ne pouvait quitter des yeux cet être effroyable qui allait la tuer. La main s’abattit brusquement mais Saïd, au prix d’un effort terrible se porta devant elle, la protégeant de son corps. La brutalité du choc les renversa tous deux. Le policier n’en continuait pas moins de frapper Saïd. Il finit par se lasser. Kaïrat craignait de faire le moindre geste pouvant laisser croire à leur agresseur qu’elle vivait encore. Saïd, au-dessus, faisait de même, pensait-elle, jusqu’à l’instant où elle identifia le liquide poisseux et acre qui s’étalait sur son manteau. Sa peur était douce en comparaison de l’immense douleur qui s’empara des moindres atomes de son être. Elle releva le cadavre de son ami en hurlant.
– Assassins ! Assassins !
Deux policiers s’emparèrent d’elle, la dirigèrent vets un des autobus de la R.A.T.P. réquisitionnés pour assurer le transfert des manifestants appréhendés, vers le Palais des Sports et le Parc des Expositions de la Porte de Versailles.
Seul Lounès était indemne, il tentait de disperser la foule dans les petites rues qui jalonnent les boulevards. De nombreux passants prêtaient main-forte aux C.R.S. et leur désignaient les porches, les recoins où se cachaient des hommes, des femmes rendues stupides par l’horreur.
Il était près de huit heures. Sur les quais situés en contrebas du pont de Neuilly, deux immenses colonnes formées par les habitants des bidonvilles de Nanterre, Argenteuil, Bezons, Courbcvoie, se mirent en mouvement. Des responsables du F.L.N. les encadraient et canalisaient les groupes qui ne cessaient de se joindre a eux. Ils étaient au moins six mille ; les quatre voies du pont ne semblaient pas assez larges pour assurer l’écoulement du cortège. Ils dépassèrent la pointe de l’Ile de Puteaux, sous leurs pieds, et pénétrèrent dans Neuilly. Pas un ne portait d’arme, le moindre couteau, la plus petite piètre dans la poche. Kémal et ses hommes contrôlaient les individus suspects; ils avaient expulsé une demi-douzaine de gars qui rêvaient d’en découdre. Le but de la démonstration était clair: obtenir la levée du couvre-feu imposé depuis une semaine aux seuls Français musulmans et du même coup prouver la représentativité du F.L.N. en métropole.
La voie était libre ; ils purent distinguer, au loin, l’Arc de Triomphe illuminé à l’occasion de la visite officielle du Shah d’Iran et de Farah Dibah. Comme à leur habitude, les femmes prirent la tête. On voyait même des landaus entourés d’enfants. Qui pouvait se douter que trois cents mètres plus bas. masqués par la nuit, les attendait une escouade de Gendarmes Mobiles épaulée par une centaine de Harkis. À cinquante mètres, sans sommations, les mitraillettes lâchèrent leur pluie de balles. Omar, un jeune garçon de quinze ans, tomba le premier. La fusillade se poursuivit trois quarts d’heure.”

 

 1996622-b62b29ad34db4bb6e54b603dcaa1117b.jpg
Didier Daeninckx (Saint-Denis, 27 april 1949)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

André Schinkel

De Duitse dichter, schrijver en archeoloog André Schinkel werd geboren op 27 april 1972 in Eilenburg. Na een opleiding tot een veeboer met een gymnasiumdiploma en een afgebroken opleiding tot milieu-ingenieur studeerde Schinkel aan de Maarten Luther-Universiteit in Halle-Wittenberg Duitse literatuur, kunstgeschiedenis en prehistorische archeologie. Gedurende deze tijd verschenen zijn eerste boeken, waarvoor hij werd bekroond met de George Kaiser stimuleringsprijs 1998 van de deelstaat Saksen-Anhalt 1998. Hij is momenteel werkzaam als schrijver, docent en redacteur. plaats van de ogen - Sinds 2005 is hij redacteur van het literaire tijdschrift “oda - Ort der Augen”. Daarnaast bezetten houdt hij zich op wetenschappelijk gebied bezig met toenaderingen tussen literatuur en archeologie en met specifieke problemen van de neolithisatie van Centraal Europa. In 2006 ontving hij, op voordracht van de belangrijkste prijswinnaar Wolf Biermann, de stimuleringsprijs van de Ringelnatz Stiftung en in 2012 de Walter Bauer Prijs. Hij was stadsschrijver in Halle, Ranis en Jena. Hij nam over de hele wereld deel aan ontmoetingen met schrijvers en aan poëzie festivals in Bosnië-Herzegovina, Bulgarije, Armenië en Italië. Zijn teksten zijn vertaald in zestien talen, waaronder Bosnisch, Servisch, Kroatisch, Bulgaars, Armeens, Engels en Oud Egyptisch.

 

Mondgartenlied

Wir gehen fort, es lockt die Ferne,
In die Weite unsrer Träume hin:
Wir sind: Beschwichtigte, die Sterne
Drehn sich, blau, im Wasserfirn.

Der Bülbül singt, die Nachtzikade fiedelt,
Und die Sprosser zirpen laut –
Der Mond geht auf und: spiegelt
Sich im Schimmer deiner Haut.

Auf dem Wasser glühn die Farben,
Und du lockst mich sanft ins Schwarz;
In den Teichen rolln die Barben, –
Und der Brillenvogel macht Rabatz.



Lied im Herbst

Herbstlich wird’s, die Blätter plumpsen
Durch das Gitterwerk der Zweige.
Das Licht verharrt, die Stürme rumsen
Wieder los; und Früchte neigen

Sich – ein letztes Blühn der Rosen
Fängt nun an in den Rabatten
Und die Erinn’rung an die losen
Feste, die wir sommers hatten.

Ach, vorbei ist, wenn der Herbst
Kommt, jenes Leben – fröstelnd suchen
Wir uns falb in unsern Seelen fest.
Und finden nichts und wollen nun gern fluchen:

Jeder Zweifel, der dir einst ins Herz
Klomm, nagelt dich nun an den Dingen fest.
Und ich, ich sehe ganz verscherzt
Aus, einer Zweifelmasse grauer Rest.

 

 1982719-52e9bb6d5712d5c23af6566c6b833522.jpg
André Schinkel (Eilenburg, 27 april 1972)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten