Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 4 mei 2016 tot 5 mei 2016

Christi Himmelfahrt (Theodor Körner)

 

Bij Hemelvaartsdag

 

 1910728-13ad5175fb9b7fca1ddc334e2f6dcc00.jpg
Die Himmelfahrt Christi door Fritz von Uhde, 1897

 

 

Christi Himmelfahrt

Als Christus von den Todten auferstanden,
Erscheint er seinen trauernden Gefährten,
Die froh und schnell den Meister, den Verklärten,
Den eingebornen Gottessohn erkannten.

»Euch«, spricht der Herr, »erwählt' ich zu Gesandten:
»Mein ist die Macht im Himmel und auf Erden;
»Wer an mich glaubet, der soll selig werden.
»Geht hin und lehrt und tauft in allen Landen!«

Jetzt segnet er noch einmal seine Treuen,
Zum großen Bund der Liebe sie zu weihen;
Dann trägt ihn eine Wolke himmelwärts.

Und betend sinken Alle hin im Staube;
Mit stiller Kraft vollendet sich der Glaube,
Der heil'ge Geist glüht siegend durch das Herz.

 

 

 1910728-4688ac3617d3de8386648e7d2e8dc08f.jpg
Theodor Körner (23 september 1791 - 26 augustus 1813)
Hofkirche Dresden. Theodor Körner wird geboren in Dresden

 

 

Zie voor de schrijvers van de 5e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:23 Reageer op dit bericht

Jonge vrede (Leo Vroman)

 

Bij 5 mei

 

 1910727-f979892c5e4e1a041c52e3a75453315f.jpg
Bevrijdingsmonument in Maastricht, gemaakt door Charles Eyck

 

Jonge vrede

Kinderen!
Wie is klein en wie is groot?
Kinderen kunnen net zo dood
als grote mensen en die zijn niet eens zo groot
als ze elkaar verwensen
zonder een grote reden

Want zo was het
zestig jaar geleden.
Om elkaar beter te bezeren
en een goede les te leren
kochten ze betere geweren.
Maar wat kan een kapotte
en dode nog leren?
Niets dan te verrotten.

Dus houd van elkaar!
Want nijd of haat
komt altijd veel te vroeg
maar echte
liefde nooit te laat.
Er bestaat geen reden
om je stuk te vechten.

Zelfs in vrede
is er al pijn genoeg.

 

 1910727-f79b90633dc77cb0154af5b717b7b30e.jpg
Leo Vroman (10 april 1915 - 22 februari 2014)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 5e mei ook mijn vorige blog van vandaag.



Geschreven door Romenu om 11:22 Reageer op dit bericht

Miklós Radnóti, Roni Margulies, Petra Else Jekel, Morton Rhue, Christopher Morley, George Albert Aurier, Henryk Sienkiewicz

De Hongaarse dichter en schrijver Miklós Radnóti werd geboren op 5 mei 1909 in Boedapest. Zie ook alle tags voor Miklós Radnóti op dit blog.

 

Portrait

I’m nearly twenty-two years old. Thus
Christ too might have appeared in the autumn
at the same age when he
still had no beard, he was blond and maidens
dreamt of him nightly!

 

The Bull

Hitherto, I lived the throbbing life of a youthful bull
bored in the noonday heat among pregnant cows in the field,
running around in unending circles declaring his powers
and waving amid his game a foaming flag of saliva.
He shakes his head and turns with the splitting, thick air on his horns
and behind his stamping hooves the tormented grass and earth
spatters widely about the terrified green pasture.

And still I live like a bull, but a bull that suddenly stops
in the heart of the meadow singing with crickets, stops nostrils lifted
and sniffing the air. For he senses that far in the mountain forests
the roebuck too stops and listens and lightly flees with the wind,
the hissing wind that carries the stench of a distant wolf pack --
thus the bull snorts, but he will not escape like the deer
and considers that when his time is to come, he will fight and fall
and his bones will be scattered about in the district by the horde --
and slowly and sadly the bull bellows through the fat air.

Thus I will struggle and thus I will fall when the hour is come,
and the district will treasure my bones for reminders to future ages

 

Vertaald door Thomas Land

 

 1910724-4042695095c8d48ea606e330e155e0ba.jpg
Miklós Radnóti (5 mei 1909 – 9 november 1944)
Standbeeld in Boedapest

 

 

De Turkse schrijver, dichter, vertaler en journalist Roni Margulies werd geboren op 5 mei 1955 in Istanbul. Zie ook alle tags voor Roni Margulies op dit blog.

 

De Maashaven

Mijn kamer bevindt zich op de elfde verdieping.
Als ik vanaf mijn balkon naar beneden kijk,
loopt er tussen oude platanen door,
op enorme betonnen benen,
een bovengrondse metro.
Gewoonlijk stapt er niemand in of uit,
of misschien een man of vijf, meer niet.

Tegenover me verheft zich een reusachtige schoorsteen;
beroet, beschimmeld, of hij ook rookt is nog de vraag.
Daarnaast, aan deze kant van de haven,
staat een silo van ik weet niet hoeveel ton.
Duidelijk al tientallen jaren niet in gebruik,
leeg. Omdat afbreken veel duurder moet zijn,
is hij niet gesloopt, maar blijven staan.

De haven wordt gevormd door een lange en rechthoekige
watervlakte, waarvan het ene eind op zee uitkomt.
Achter dikke rijen hijskranen gaat ’s avonds
de zon onder. Aan de andere kant van de rechthoek
met uitzicht op de wal,
kijk ik iedere avond vanaf mijn balkon of deze keer
de zon in de hijskranen zal blijven hangen.

Voor mij uit aan de verste kant van het water
ligt een groot schip met meerdere verdiepingen,
glanzend wit voor anker.
Tussen loodsen en metalen constructies door
kan ik het net zien. Maar als ’s morgens
de zon opkomt en het schip als eerste beschijnt
straalt het als een nieuwe dag. Als een belofte.
Als een sensatie. Als een verwachting.

Ik zal er morgenochtend eens heengaan.

 

Vertaald door Sytske Sötemann

 

 1910724-e2cf61e75787ad1ef3ad6e53cad52f29.jpg
Roni Margulies (Istanbul, 5 mei 1955)

 

 

De Nederlandse dichteres Petra Else Jekel werd in Arnhem geboren op 5 mei 1980. Zie ook alle tags voor Petra Else Jekel op dit blog.

 

waar ik ter wereld kom staat een geboorteboom.
de zomereik waar ik op lijk staat solitair in
natte weidegrond met heuphoog gras dat altijd
bloeit. zijn wortels zijn als bank gegroeid

voor wie ruggensteun zoekt. ik neem hem mee
om hem te laten zien dat
dit ben iken hij neemt
plaats op schoot. ik zeg tegen de boom
dit is
hem dan die ik verstoot om vrouw te zijn en om

dat ik verstikt van heimwee buiten de gewijde
grond verblijf. maar als ik zijn stuifmeel snuif,
weet ik weer waar te gaan om buiten adem onder
die lage kronkelige tak te staan die om mij heen.

 

 1910724-24345feebc25b9020c67111ccb6277d3.jpg
Petra Else Jekel (Arnhem, 5 mei 1980)

 

 

De Amerikaanse schrijver Morton Rhue (pseudoniem van Todd Strasser) werd geboren op 5 mei 1950 in New York. Zie ook alle tags voor Morton Rhue op dit blog.

Uit: Fame Junkies (Vertaald door Katarina Ganslandt)

„Stell dir vor, du wärst berühmt.
Was siehst du vor dir? Dein Foto bei tmz.com, Perez Hilton oder anderen Promiwebseiten im Netz? Dein Gesicht auf den Titelblättern von Hochglanzmagazinen? Eine schwarze Stretchlimousine, die langsam herangleitet und vor einer Meute kreischender Fans anhält? Ein wie ein warmer Frühlingsregen auf dich niederprasselndes Blitzlichtgewitter? Hände, die dir Fotos und Papierfetzen entgegenstrecken, damit du dich darauf verewigst? Einenroten Teppich, über den du schreitest? VIP-Bereiche, zu denen du plötzlich Zugang hast? Die offenen Arme, mit denen die Welt dich empfängt? Bewunderung, Neid?
Alle träumen von dir, wollen nur dich.
Dich dich dich.
Natürlich weißt du, dass diese Vorstellung nichts weiter als eine Illusion ist. Eine zarte Rosenblüte, die dich mit ihrem Duft verzaubert. Ohja, du weißt genau, was es bedeutet, berühmt zu sein, weil du Zeitschriften liest, fernsiehst und im Internet surfst. Dabei lassen sie dich nur die Rosenblüte sehen - nicht das große Ganze. Den mit spitzen Dornen besetzten Strauch, an dem die Blüte wächst, die sich windenden, alles erstickenden Ranken und die gierig um sich greifenden Wurzeln - all das zeigen sie dir nicht.
Aber womöglich gehörst du ja zu denen, die es gar nicht so genau wissen wollen, die es vorziehen, in der Illusion zu leben. Für mich bitte nur die Blüte, danke.“

 

 1910724-2f1d3a0ec93516b318c32a302939b5e8.jpg
Morton Rhue / Todd Strasser (New York, 5 mei 1950)

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en journalist Christopher Morley werd geboren op 5 mei1890 in Haverford, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Christopher Morley op dit blog.

 

Inscription For A Grammar

There were two cheerful pronouns
And nought did them disturb:
Until they met, out walking.
A conjugative verb.

The pronouns, child, were You and I,
We might as well confess;
But, ah, the mischief-making verb
I leave to you to guess!

 

 

Burning Leaves, November

These are the folios of April,
All the library of spring,
Missals gilt and rubricated
With the frost's illumining.

Ruthless, we destroy these treasures,
Set the torch with hand profane-
Gone, like Alexandrian vellums,
Like the books of burnt Louvain!

Yet these classics are immortal:
O collectors, have no fear,
For the publisher will issue
New editions every year.

 

 1910724-b5d0acc215add0d8241ba6fbd7c14aef.jpg
Christopher Morley (5 mei 1890 – 28 maart 1957)

  

 

De Franse dichter, schilder en criticus George Albert Aurier werd geboren op 5 mei 1865 in Châteauroux (Indre Zie ook alle tags voor George Albert Aurier op dit blog.

Uit: Les Isolés, Vincent van Gogh 

“Sous des ciels, tantôt taillés dans l'éblouissement des saphirs ou des turquoises, tantôt pétris de je ne sais quels soufres infernaux, chauds, délétères et aveuglants ; sous des ciels pareils à des coulées de métaux et de cristaux en fusion, où, parfois, s'étalent, irradiés, de torrides disques solaires ; sous l'incessant et formidable ruissellement de toutes les lumières possibles ; dans des atmosphères lourdes, flambantes, cuisantes, qui semblent s'exhaler de fantastiques fournaises où se volatiliseraient des ors et des diamants et des gemmes singulières — c'est l'étalement inquiétant, troubleur, d'une étrange nature, à la fois vraiment vraie et quasiment supranaturelle, d'une nature excessive où tout, êtres et choses, ombres et lumières, formes et couleurs, se cabre, se dresse en une volonté rageuse de hurler son essentielle et propre chanson, sur le timbre le plus intense, le plus farouchement suraigu ; ce sont des arbres, tordus ainsi que des géants en bataille, proclamant du geste de leurs noueux bras qui menacent et du tragique envolement de leurs vertes crinières, leur puissance indomptable, l'orgueil de leur musculature, leur sève chaude comme du sang, leur éternel défi à l'ouragan, à la foudre, à la nature méchante ; ce sont des cyprès dressant leurs cauchemardantes silhouettes de flammes, qui seraient noires ; des montagnes arquant des dos de mammouths ou de rhinocéros ; des vergers blancs et roses et blonds, comme d'idéaux rêves de vierges ; des maisons accroupies, se contorsionnant passionnément ainsi que des êtres qui jouissent, qui souffrent, qui pensent ; des pierres, des terrains, des broussailles, des gazons, des jardins, des rivières qu'on dirait sculptés en d'inconnus minéraux, polis, miroitants, irisés, féeriques ; ce sont de flamboyants paysages qui paraissent l'ébullition de multicolores émaux dans quelque diabolique creuset d'alchimiste, des frondaisons qu'on dirait de bronze antique, de cuivre neuf, de verre filé ; des parterres de fleurs qui sont moins des fleurs que de richissimes joailleries faites de rubis, d'agates, d'onyx, d'émeraudes, de corindons, de chrysobérils, d'améthistes et de calcédoines ; c'est l'universelle et folle et aveuglante coruscation des choses ; c'est la matière, c'est la nature tout entière tordue frénétiquement, paroxysée, montée aux combles de l'exacerbation ; c'est la forme devenant le cauchemar, la couleur devenant flammes, laves et pierreries, la lumière se faisant incendie, la vie, fièvre chaude »

 1910724-28454e884117847134b514e08ed6805e.jpg
George Albert Aurier (5 mei 1865 – 5 oktober 1892)
Vincent van Gogh, De Sterrennacht uit 1889.
 

 

De Poolse schrijver en journalist Henryk Sienkiewicz werd geboren in Wola Okrzejska op 5 mei 1846. Zie ook alle tags voor Henryk Sienkiewicz op dit blog.

Uit: Quo vadis? (Vertaald door Jeremiah Curtin)

“But after a certain time he spoke, and opened his eyes; he inquired about the weather, and then about gems which the jeweller Idomeneus had promised to send him for examination that day. It appeared that the weather was beautiful, with a light breeze from the Alban hills, and that the gems had not been brought. Petronius closed his eyes again, and had given command to bear him to the tepidarium, when from behind the curtain the nomenclator looked in, announcing that young Marcus Vinicius, recently returned from Asia Minor, had come to visit him. Petronius ordered to admit the guest to the tepidarium, to which he was borne himself. Vinicius was the son of his oldest sister, who years before had married Marcus Vinicius, a man of consular dignity from the time of Tiberius. The young man was serving then under Corbulo against the Parthians, and at the close of the war had returned to the city. Petronius had for him a certain weakness bordering on attachment, for Marcus was beautiful and athletic, a young man who knew how to preserve a certain aesthetic measure in his profligacy; this, Petronius prized above everything. "A greeting to Petronius," said the young man, entering the tepidarium with a springy step. "May all the gods grant thee success, but especially Asklepios and Kypris, for under their double protection nothing evil can meet one." "I greet thee in Rome, and may thy rest be sweet after war," replied Petronius, extending his hand from between the folds of soft karbas stuff in which he was wrapped. "What's to be heard in Armenia; or since thou wert in Asia, didst thou not stumble into Bithynia?" Petronius on a time had been proconsul in Bithynia, and, what is more, he had governed with energy and justice. This was a marvellous contrast in the character of a man noted for effeminacy and love of luxury; hence he was fond of mentioning those times, as they were a proof of what he had been, and of what he might have become had it pleased him. "I happened to visit Heraklea," answered Vinicius. "Corbulo sent me there with an order to assemble reinforcements."

 

 1910724-947c61ae5f338ebaa367318c7d2f0218.jpg
Henryk Sienkiewicz (5 mei 1846 - 15 november 1916)
Robert Taylor (Marcus Vinicius) en Leo Glenn (Petronius) in de film “Quo vadis?” uit 1951

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e mei ook mijn blog van 5 mei 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 11:21 Reageer op dit bericht

Dodenherdenking II (Gerrit Achterberg)

 

Bij 4 mei

 

 1910397-6541c0bdd678c1655fd176a4556d5bc7.jpg
Oorlogsmonument in Woerden: Drukkers in verzet

 

 

Dodenherdenking II

De collaborateurs, de snorkers van vandaag,
allang weer aan de macht, op jacht naar geld en goed,
zouden uit winstbejag die dag van goed en bloed
het liefst verdonkeremanen, kregen zij hun zin.

Nooit ging de tijd tegen het volkgeweten in.
En wat de vreemdeling moest zeggen als hij zag
dat ere dierf en geen saluut verwierf de vloed
soldaten die in onze grond begraven lag?

Die rusten op de Holterberg en bij Margraten,
wit van de kruizen, duizelend in carré geschaard,
hebben deel aan deze nationale dag:

halfstok boven hun stof de Nederlandse vlag;
dat wij de vrouwen, waar ter wereld, niet vergaten,
door wie zij lang over de zee zijn nagestaard.

 

 1910397-086372d000a496196ddb1b2b463e4ddf.jpg
Gerrit Achterberg (20 mei 1905 - 17 januari 1962)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 4e mei ook mijn vorige blog van vandaag.



Geschreven door Romenu om 13:23 Reageer op dit bericht

Cola Debrot, Christiaan Weijts, Amos Oz, Monika van Paemel, Graham Swift, David Guterson, Jan Mulder, Werner Fritsch, Jacques Lanzmann

De Antilliaanse schrijver, dichter, arts, diplomaat, jurist, minister, filosoof en balletcriticus Cola Debrot werd geboren te Kralendijk (Bonaire) op 4 mei 1902. Zie ook alle tags voor Cola Debrot op dit blog.

 

Dachau
voor Ed. Hoornik

Als mensen met de mensenrechten spotten,
hoort men van de wanhopigen eerst het gillen,
maar weldra volgt de eeuwigheid der stilte,
die uitgaat van een veld bezaaid met botten.
 
En die hier verder aan een water rotten,
eens glansden hemelen in hun pupillen
en ook het voorjaar, dat de boom deed botten,
kon nooit het heimwee van hun harten stillen.
 
Op deze wijs, in 't grauwe dal der zuchten,
zijn onze vrienden met een snik vergaan,
terwijl wij 't enkel hoorden van geruchten
 
tegengesproken, nauwelijks verstaan,
uit kampen, ook na eeuwen niet te luchten
van 't misdrijf aan onschuldigen begaan.

 

 

Jeroen Bosch

Dit is de kwaal der kwalen,
het hart wordt, schraal en guur,
behekst door manestralen,
spooklicht te elfder uur.
 
In web van manestralen
hangt de gekruisigde.
De schooiers, woeste, vale,
rondom verguizen hem.
 
O Christus, Man van Smarten,
bevrijd ons uit de hel,
behoed de mensenharten
voor duivels waanzin-spel,
 
waarin zij, kwaal der kwalen,
verteren in het vuur
der kille manestralen,
spooklicht te elfder uur.

 

 

Witte bloesems

Straks zie ik van haar avondjurk de slippen,
wanneer zij heenglijdt uit de schaduwplek.
Nu kijk ik naar de onrust van haar lippen
en naar het maanlicht aan haar wang en nek.
 
Wij zouden wel hartstochtlijk willen wenen,
getroffen door de gunst van het geluk
tot ik van de jasmijnen, maanbeschenen,
het takje witte bloesems voor haar pluk.
 
Blijken van liefde worden uitgewisseld,
ofschoon wij zwijgen in het licht der maan,
omdat met woordengalm slechts wordt bedisseld
de eenzaamheid van ons bewolkt bestaan.

 

 1910396-d2b6e226a6accb0779308942ae9bf13a.jpg
Cola Debrot (4 mei 1902 – 3 december 1981)
Portret door Carel Willink, 1972

 

 

De Nederlandse schrijver Christiaan Weijts werd geboren in Leiden op 4 mei 1976. Zie ook alle tags voor Christiaan Weijts op dit blog.

Uit: De etaleur

“Vita’s en Victors afzonderlijk doorgebrachte jaren, met de oceaan als tussenschot, doen er ongeveer twee weken over om te mengen. Elke avond om half elf wacht ze voor de ingang van Cocagne, waar hij haar binnenlaat. Terwijl ze over de verschillende afdelingen en verdiepingen wandelen - een activiteit die hij ervaart als een rondleiding door zijn kasteel, en die op haar hetzelfde effect heeft als een boswandeling praten ze bij.
De eerste week cirkelen hun gesprekken rond twee vragen, die elkaar afwisselen en samen een sinusachtig patroon opleveren. De eerste is: hoe is Vita bij Paint lt Green terechtgekomen? De tweede: hoe is Victor etaleur en nachtbewoner van Cocagne geworden? Victors antwoorden komen steeds uit bij een variant op: toevallig. Die van Vita bij het omgekeerde: het moest zo zijn.
Waarom moest het zo zijn?’ Dat vraagt hij haar als ze op de vierde nacht van hun gesprek langs een rek met nachthemden lopen. Vita taxeert ze vlug, alsof de kleerhangers de pagina’s van een boek zijn waar ze iets in opzoekt.
‘Omdat ik dat zo voel,’ zegt ze, en ze trekt een donkerpaars hemdje van het rek, dat ze omhooghoudt. ‘Omdat ik me op mijn plaats voel. Het past me, zoals de dans me ook altijd heeft gepast. Ik denk dat het simpelweg mijn natuur is. In de natuur heeft alles zijn plaats. Een ijsvogel voelt zich prettig rond rivieren met veel begroeiing, een ijsbeer op de Noordpool en ik in een organisatie waarin mensen voor de natuur opkomen.’
Ze hangt het hemdje terug en loopt langs een rij plastic benen die kousen in alle variaties dragen: visgraat, kant, wit, zwart, kuis, uitdagend.
‘Ik voel me in de etaleerwereld redelijk op m’n plek,’ zegt Victor, ‘maar ik zou dat, als alles anders was gelopen, waarschijnlijk ook zo gevoeld hebben in de filmwereld, de modefotografie, het circus misschien zelfs.’

 

1910396-fa895e14e6b3740eb77a1c877f885c8a.jpg
Christiaan Weijts (Leiden, 4 mei 1976)

 

 

De Israëlische schrijver Amos Oz, (eig. Amos Klausner) werd geboren in Jeruzalem op 4 mei 1939. Zie ook alle tags voor Amos Oz op dit blog.

Uit: A Tale of Love and Darkness

“Words like "cottage," "meadow," or "goose girl" excited and seduced me all through my childhood. They had the sensual aroma of a genuine, cozy world, far from the dusty tin roofs, the urban wasteland of scrap iron and thistles, the parched hillsides of our Jerusalem suffocating under the weight of white-hot summer. It was enough for me to whisper to myself "meadow," and at once I could hear the lowing of cows with little bells tied around their necks, and the burbling of brooks. Closing my eyes, I could see the barefoot goose girl, whose sexiness brought me to tears before I knew about anything.
As the years passed I became aware that Jerusalem, under British rule in the 1920s, 1930s, and 1940s, must be a fascinatingly cultured city. It had big businessmen, musicians, scholars, and writers: Martin Buber, Gershom Scholem, S. Y. Agnon, and a host of other eminent academics and artists. Sometimes as we walked down Ben Yehuda Street or Ben Maimon Avenue, my father would whisper to me: "Look, there is a scholar with a worldwide reputation." I did not know what he meant. I thought that having a worldwide reputation was somehow connected with having weak legs, because the person in question was often an elderly man who felt his way with a stick and stumbled as he walked along, and wore a heavy woolen suit even in summer.
The Jerusalem my parents looked up to lay far from the area where we lived: it was in leafy Rehavia with its gardens and its strains of piano music, it was in three or four cafés with gilded chandeliers on the Jaffa Road or Ben Yehuda Street, in the halls of the YMCA or the King David Hotel, where culture-seeking Jews and Arabs mixed with cultivated Englishmen with perfect manners, where dreamy, long-necked ladies floated in evening dresses, on the arms of gentlemen in dark suits, where broad-minded Britons dined with cultured Jews or educated Arabs, where there were recitals, balls, literary evenings, thés dansants, and exquisite, artistic conversations.”

 

 1910396-08bd303ce61119cd5e13bed6ce2813ab.jpg
Amos Oz (Jeruzalem, 4 mei 1939)

 

 

De Engelse schrijver Graham Swift werd geboren op 4 mei 1949 in Londen. Zie ook alle tags voor Graham Swift op dit blog.

Uit: Mothering Sunday

“Once upon a time, before the boys were killed and when there were more horses than cars, before the male servants disappeared and they made do, at Upleigh and at Beechwood, with just a cook and a maid, the Sheringhams had owned not just four horses in their own stable, but what might be called a “real horse,” a raeehorse, a thoroughbred. Its name was Fandango. It was stabled near Newbury. It had never won a damn thing. But it was the family’s indulgence, their hope for fame and glory on the racecourses of southern England. The deal was that Ma and Pa-otherwise known in his strange language as “the shower”-owned the head and body and he and Dick and lt‘reddy had a leg each.
“What about the fourth leg?”
“Oh the fourth leg. That was always the question.”
For most of the time it was just a name, never seen, though an expensively quartered and trained name. It had been sold in 1915-when he’d been fifteen too. “Before you showed up, Jay.” But once, long ago, early one June morning, they’d all gone, for the strange, mad expedition of it, just. to watch it, just to watch Fandango, their horse, being galloped over the downs. Just to stand at the rail and watch it, with other horses, thundering towards them, then flashing past. He and Ma and Pa and Dick and Freddy.
And-who knows?-some other ghostly interested party who really owned the fourth leg.
He had a hand on her leg.
It was the only time she’d known his eyes go anything close to misty. And she’d had the clear sharp vision (she would have it still when she was ninety) that she might have gone with him-might still somehow miraculously go with him, just him-to stand at the rail and watch Fandango hurtle past, kicking up the mud and dew.”

 

 1910396-64280e2999a8bb007f3277c05ee6ff3f.jpg
Graham Swift (Londen, 4 mei 1949)

 

 

De Vlaamse schrijfster Monika van Paemel werd geboren op 4 mei 1945 in Poesele in Oost-Vlaanderen. Zie ook alle tags Monika van Paemel op dit blog.

Uit:  Een klomp met een zeiltje

“De Nederlandse ambassadeur in België verschijnt op de televisie. Clichés worden uitgewisseld. Of Nederlanders echt geloven dat Belgen dom zijn? Welnee, de ambassadeur kent zelfs een Belg die een winstgevend zaakje heeft opgezet met het verkopen van Nederlanders. Hoezo? Nou, hij koopt ze voor wat ze waard zijn, en verkoopt ze voor wat ze denken dat ze waard zijn. Terwijl de ambassadeur olijk in de camera blikt, merkt in de huiskamer een Belgische kijker op: ‘Als die Hollander denkt dat we daar intrappen...’
Buren verkeren niet met elkaar, maar met elkanders vooroordelen. Ik ben ouderwets opgevoed, als de oogkleppen te klein dreigden te worden werden ze vervangen door grotere, maar ik was nieuwsgierig en achterdochtig, en wilde alles zelf uitzoeken. Het zou met mij slecht aflopen. Dat klopt: ik ben schrijver geworden en mijn boeken worden in Nederland uitgegeven.
Nederlanders werden verondersteld zuinig zoniet schraperig te zijn, gewiekst dus zakelijk onbetrouwbaar, ze zagen eruit als doorgeschoten waterplanten en hun eten leek nergens op. Bovenal waren ze protestants, ze geloofden in het woord en lazen boeken. Hun zal veel vergeven worden, dacht ik.
Dat was het begin van een dubbelzinnige situatie die ik ruiterlijk wil toegeven voor ik me in het diepe stort. De uitgever koopt mijn werk voor wat het hem waard is, en verkoopt het voor veel minder dan het waard is, en door die leesafwijking van de Nederlanders worden we daar allebei beter van. Tenminste, dat is de bedoeling.
Kritiek is ondankbaar en lof onbetrouwbaar, maar laat het door de laatste der Belgen geschreven zijn: Goed dat het er is, Nederland!
Een land leer je kennen door zijn inwoners, en daarvoor moet je in dit geval naar het moederland, want eenmaal buitengaats worden Nederlanders, Hollanders. Hoe dat in zijn werk gaat weet ik niet, maar het is een verschijnsel dat je wereldwijd kunt waarnemen. Ook als de Hollander klein van stuk is heeft hij de neiging op de inboorlingen neer te kijken, hij geeft ongevraagd zijn mening, wil zich overal mee bemoeien, vindt alles gek en raar, staat erop de prijs van kip en doperwten in guldens om te rekenen, en wil met een ‘dagje Antwerpen’ zijn Frans ophalen!”

 

 1910396-80e9bf621f522754df57432e14f3d232.jpg
Monika van Paemel (Poesele, 4 mei 1945)

 

 

De Amerikaanse schrijver David Guterson werd geboren op 4 mei 1956 in Seattle. Zie ook alle tags voor David Guterson op dit blog.

Uit: Snow Falling on Cedars

"Hello, Hatsue," said Ishmael. "I can give you a lift home, if you want."
"My father says he's accepted," Hatsue replied. "He says he's grateful for your help."
She followed her father and Ishmael down the hill, still carrying her shovel, to the DeSoto. When they were well on their way down South Beach Drive, easing through the flats along the salt water, Hisao explained in broken English that his daughter was staying with him during the trial; Ishmael could drop them at his house. Then he described how a branch had hurled down into the road in front of him; to avoid it he'd hit his brake pedal. The Willys had fishtailed while it climbed the snapped branch and nudged down into the drainage ditch.
Only once, driving and listening, nodding politely and inserting small exclamations of interest--"I see, I see, yes, of course, I can understand"--did Ishmael risk looking at Hatsue Miyamoto in the rectangle of his rearview mirror: a risk that filled all of two seconds. He saw then that she was staring out the side window with enormous deliberation, with intense concentration on the world outside his car--she was making it a point to be absorbed by the storm--and that her black hair was wringing wet with snow. Two strands had escaped from their immaculate arrangement and lay pasted against her frozen cheek.
"I know it's caused you trouble," Ishmael said. "But don't you think the snow is beautiful? Isn't it beautiful coming down?"
The boughs in the fir trees hung heavy with it, the fence rails and mailboxes wore mantles of it, the road before him lay filled with it, and there was no sign, anywhere, of people. Hisao Imada agreed that it was so--ah, yes, beautiful, he commented softly--and at the same moment his daughter turned swiftly forward so that her eyes met Ishmael's in the mirror. It was the cryptic look, he recognized, that she'd aimed at him fleetingly on the second floor of the courthouse when he'd tried to speak to her before her husband's trial. Ishmael still could not read what her eyes meant--punishment, sorrow, perhaps buried anger, perhaps all three simultaneously. Perhaps some sort of disappointment.“

 

 1910396-177fd260dc690c8a8ff604f24bc5b0c2.jpg
David Guterson (Seattle, 4 mei 1956)

 

 

De Nederlandse columnist, schrijver, ex-voetballer, en televisiepersoonlijkheid Jan Mulder werd geboren in Bellingwolde op 4 mei 1945. Zie ook alle tags voor Jan Mulder op dit blog.

Uit: Kleurboek (Column)

“Hoewel de krachten van de liefde niet mogen worden onderschat, geloof ik meer in de werking van de ijskast. Maar als je dat te cru vindt, zijn er meer opties op de markt. Bij AA Gent hechten ze veel waarde aan te gekke muziek. Ajax bezit een focuscoach. Sparta uit Rotterdam staat bovenaan in de eerste divisie omdat de spelers elke dinsdagmiddag hun kleurboek meenemen en onder leiding van een tekenleraar twee uur lang plaatjes inkleuren, waarbij men buiten de lijntjes mag gaan.
‘Kleur je kalm.’
Sparta schijnt zelden of nooit zo zelfverzekerd te hebben gevoetbald. Het contract van de trainer wordt opengebroken, in de Rijnmond vliegen de kleurboeken over de toonbank.
Paintballen is uit, stem- en focuscoach zijn ouderwets, het Jupiler-kleurboek gaat een grote toekomst tegemoet.
Wanneer een team tot een zó bedenkelijk laag niveau is gezakt, zoals Anderlecht in Kortrijk, zou je kunnen besluiten tot kleuren in het erotisch kleurboek.
Het bestaat. Het zweept op. Het maakt een winnaarsmentaliteit in je los. Vooral in bejaardentehuizen is het een hit. Ik verzin dit niet. Papazoglou maakt met zijn mooie Vasiliki een onnodige omweg, een doos kleurpotloden volstaat voor de juiste mentale oppepper. Erotiek schept vreugde in het leven en een gelukkige middenvoor scoort vaker.
Helpt dit ook niet, Besnik, hou dan zestien prachtig uitgevoerde oorlogskleurboeken met plaatjes van Syrische schermutselingen achter de hand als jullie weer naar het Guldensporenstadion in Kortrijk moeten en de groep verdacht stil de bus instapt.”

 1910396-1ac9acbc7df63072327107fd211ccf51.jpg
Jan Mulder (Bellingwolde, 4 mei 1945)
 

 

 

De Duitse schrijver Werner Fritsch werd op 4 mei 1960 in Waldsassen geboren. Zie ook alle tags voor Werner Fritsch op dit blog.

Uit: Die Alchemie der Utopie

„Jenseits des Kirchsteigs auf einem Stock oder einem Stein saß ich, blickte auf den Bach, auf eine Wiese, auf die Fichte, die mein Vater bei meiner Geburt gepflanzt hatte, auf drei Apfelbäume und sprach. Für andere, die mich so sitzen und sprechen sahen, sprach ich für mich, für mich sprach ich mit Gott.
Es war kein Gebet. Ich denke noch heute, wie sehr es Gott, gibt es ihn, langweilen muß, Gebetsmühlen zu lauschen. Den Rosenkranz ausgenommen, der etwas Mantraartiges hat durch Rhythmuswechsel vom Jambischen ins Daktylische, vom Daktylischen ins Jambische ...
Auch die Kettenlyrik der Litaneien Heilige Cäcilia bitt für uns Heiliger Cyprian bitt für uns Ihr heiligen Märtyrer und Blutzeugen bittet für uns etc. mag durch Sprachmagie in eine meditative Stimmung versetzen.
Nicht in der Prokrustesbett-Rhetorik der Bittgebete und Märtyrerlitaneien sprach ich da, nicht in den sanft geschwungenen Melodiebögen des freudenreichen Rosenkranzes noch im zitternden Zungenschlag des Beichtkindes durchs Sprachgitter hindurch, sondern in der Sprache, die in diesem Augenblick mich, den Stein, mein Herz, Gott, der den Bach, die Wiese, die Apfelbäume, den Hof meines Gedächtnisses, mich, den Stein, mein Herz erschuf, erschuf ...
Ich sprach mit Mutter Sprache, die meine Gedanken unmittelbar zur Welt bringt und diese dabei aus sich heraus schöpft, den Mäandern des Bewußtseins auf der Spur, den wild umtosten Regungen des Herzens.
Die gesamte Kindheit hindurch glaubte ich, daß Gottes Auge auf mir ruhe, in Gestalt der Sonne, die Licht verströmte am Horizont ...“

 

 1910396-091fd06cd44a94ec725f94b8f5200b12.jpg
Werner Fritsch (Waldsassen 4, mei 1960)
 

 

De Franse schrijver, journalist en tekstschrijver Jacques Lanzmann werd geboren op 4 mei 1927 in Bois-Colombes. Zie ook alle tags voor Jacques Lanzmann op dit blog.

Uit: La baleine blanche

“Je voudrais qu'on me saute dessus dans la rue
Je voudrais que sur moi les autres se ruent
Qu'on me dise: vous n'avez besoin de rien
De répondre: si c'est de rien, j'ai pas besoin
Qu'on mon dise:c'est l'expression n'est pas au point
De répondre : en ce cas, laissons la le malentendu
Et de chanter
Et de chanter
Je veux qu'on m'aime à perdre haleine
A perdre la aine du pull-over
A perdre l'alène du cordonnier
Et pouvoir me retricoter
Et pouvoir me ressemeler
Mes jeunes amours des jours de veine
Mes vieilles amours des mois en R
Et de chanter
Et de chanter
Je veux qu'on m'aime à corps perdu
Au corps à corps, au coude à coude
A corps et âme, à cri de guerre
Et pouvoir encore en découdre
Et pouvoir encore satisfaire
Mes vieilles amours des jours déchus
Mes jeunes amours si court vêtues »

 

 1910396-df5f44a1b5907f07eb8b607406391ac7.jpg
Jacques Lanzmann (4 mei 1927 – 21 juni 2006)
 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e mei ook mijn blog van 4 mei 2014 deel 2.



Geschreven door Romenu om 13:22 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten