Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 16 juli 2016 tot 17 juli 2016

Martin R. Dean, Rainer Kirsch, Eelke de Jong, Alie Smeding, James Purdy, Roger Garaudy, Clara Viebig

De Zwitserse schrijver Martin R. Dean werd geboren op 17 juli 1955 in Menziken Aargau. Zie ook alle tags voor Martin R. Dean op dit blog en ook mijn blog van 17 juli 2010.

Uit: Verbeugung vor Spiegeln

„Im vorliegenden Buch unternehme ich Spaziergänge durch die Gärten des Fremden, die, wie wäre es anders zu erwarten, das Eigene zum Vorschein bringen. Meine »Heimat« brauchte lange, um mir zum Gewohnten zu werden. Sie trug mir eine lebenslange Arbeit auf, nämlich das »Festland« zu verlassen, um in der Ferne mich des Eigenen zu bemächtigen Das Meer, das sich zwischen meiner Vaterinsel und dem Mutterland erstreckt, war lange der einzige Grund, von dem aus ich meine Selbsterkundung betreiben konnte. Ich musste mir Festland erschreiben. Schreibend mich meines Selbst vergewissern, indem ich es aufs Spiel setzte und mich in fiktiven Rollen weiter entwarf. In meinen Büchern gibt es keine Figur, die nicht die Sehnsucht in sich trüge nach dem, der ich, mangels fester Identitätszuschreibungen, auch gern gewesen wäre. Das andere Leben ist für den, der im Dazwischen lebt, eine stetige Versuchung. Schreiben bedeutete für mich also von Anfang an Selbsterhaltung wie Selbstverlust.
(…)

Meine früheste Erinnerung ist die ans Meer. Mein Kinderbett stand unter der Schwarzweißfotografie einer gischtenden Brandung, Wasser, dunkel an den schroffen Felsen von Toco in Trinidad aufschäumend. Kaum lag ich in den Kissen, toste es um meine Ohren. Aber mein Bett stand nicht in den Tropen, sondern in einem kleinen Aargauer Dorf. Und über mir wütete die Karibische See, die so wenig idyllisch ist, wie meine Kindheit war.
Mit meiner Mutter und dem ersten, dem leiblichen Vater – später auch mit dem zweiten – überquerte ich in einem Alter, in dem Sprechen noch kaum möglich war, auf dem Schiff mehrmals den Ozean. Am 25. November 1955, so ist der Passagierliste des englischen Schiffes zu entnehmen, stach ich mit meiner Mutter und meinem Vater Ralph von Liverpool aus in See Richtung Trinidad. Ich war damals etwas über vier Monate alt, und das Meer muss eine verschlingende Urgewalt gewesen sein. Das Tosen mein Urgeräusch, mit dem ich, unter der Fotografie liegend, Abend für Abend einschlief. Das Meeresrauschen war unheimlich und gab mir ein Gefühl der Unbehaustheit. Ich gehörte weder dahin noch dorthin, ich war im Dazwischen zuhause, das mich Nacht für Nacht zu verschlingen drohte.“

 

 1936759-c7b557a9ae403ffc79c9228c4b7ac8fd.jpg
Martin R. Dean (Menziken, 17 juli 1955)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Rainer Kirsch werd geboren op 17 juli 1934 in Döbeln. Zie ook alle tags voor Rainer Kirsch op dit blog en ook mijn blog van 17 juli 2010.

 

Tod der Dichter

Was, wenn wir trinken
Die Sterne
Oben
Fühln sie?
Eine Gasmasse
Lacht nicht, zerläuft ein Planet
Noch brüllt sie. Wir
Üben uns, leisezusprechen
Gradstehn gradstehn
Und altern
Stolz
Steinernen Gesichts
Nur das Herz schneller

 

 

Sterbelager preußisch

Merkbare Sätze, hör ich, sind vonnöten.
So daß, wenn du schon ahnst, daß du bald kippst,
Du immerhin vor Schluß die Zeichen übst,
Die ändern ohne dich an Auskunft böten,
Was die, trag lallend, eignen Blicks nicht finden:
Der Stumpfsinn ihre Brunst. So aber bleibt
Was Stachelndes, das sie zum Blinzeln treibt:
Die Mücken, doch noch, tanzen um die Linden,
Mittage wehn, Handwerker kaufen Schnaps,
Systeme blühn und reifen zum Kollaps,
In ferner Landschaft schießt man sich um Reis,
Der Tod hebt an im Mund, sein Färb ist weiß;
Und schneller drehn sich in der Welt die Dinge,
Um die es, ginge es um noch was, ginge.

 

 1936759-8b6d022c162b6f9436ae0c3c45443a15.jpg
Rainer Kirsch (17 juli 1934 – 14 september 2015)
Het dichterechtpaar Sarah en Rainer Kirsch in Jena, 1963

 

 

De Nederlandse schrijver Eelke de Jong werd geboren in Apeldoorn op 17 juli 1935. Zie ook alle tags voor Eelke de Jong op dit blog.

Uit:Jan Arends I presume

“De laatste keer dat hij hier binnengebracht werd, vorige zomer, kwam hij met longontsteking uit het ziekenhuis, ze droegen hem op een brancard over de gang, een lange, smalle, middeleeuwse gang, ruim vijf minuten lopen van de portiersloge naar zaal twee. Toen hij hersteld was ging hij naar zaal zeven. Zijn bed stond naast dat van een man van een jaar of 70, die al vijfentwintig jaar opgenomen was, een idée fixe had, dat hij invalide was, zich liet dragen, voeren en verschonen, urine en faeces zoals het kwam liet lopen, een ondraaglijke stank verspreidend, vloekend, tierend, razend als hij geen medicijnen had geslikt. 's Nacht lieten de broeders hem in zijn vuil liggen, als ze hem wakker maakten om hem te verschonen schreeuwde hij de hele zaal overeind.
Hij had het schaakspel opgeruimd, stelde voor om te gaan dammen toen er een stilte viel, maar na vijf minuten was het bord al praktisch leeg, speelde hij met twee dammen en nog zeven stenen tegen zijn bezoeker, die zich met drie stenen in een hoekje had laten manoeuvreren en bij de volgende zet alles verspeelde. Hij versomberde en nam een pils.
Het gesprek kwam op zijn verblijf hier. Hij noemde het: het berouw van de beul, het inlossen van een schuld. Wat voor schuld? Hij kon het niet over zijn lippen krijgen, noemde een paar hypothetische schulden: als kleuter had hij een andere kleuter de trap af geduwd, dood door schedelbasisfractuur.”

 

 1936759-c2694de4bfc38c1d43656504fefbb6a3.jpg
Eelke de Jong (17 juli 1935 – 1 augustus 1987)

 

 

De Nederlandse schrijfster Alie Smeding werd geboren in Enkhuizen op 17 juli 1890. Zie ook alle tags voor Alie Smeding op dit blog.

Uit: Tusschen de menschen

“Luuk liep als een slaapwandelaar door de verdoezelde kleuren van de tuin. Er lagen zilverige lichtsnippers op de blaadjes van de sierheesters, en door de Kastanje duwde de maan een rond glinsterend gezicht. De stem van de wind was een andere dan de stem van de blaren, maar beide waren zij zacht. Onbewust luisterde Luuk er naar.
Zijn rijzig lichaam wierp een Lange spitse schaduw voor hem uit over het plechtige wit van het fijn-getreden schelpengruis op het paadje. Hij zag recht voor zich uit en liep met kleine gelijkmatige schreden.
Ineens huiverde hij, en keek als wakker wordend om zich heen, zijn hand beroerde een uitbuigende wijd-opengebloeide roos, het leek een rimpelige witte wang, die van veel tranen stilletjes nat geschreid was.
„De dauw,"zei Luuk bij zich zelf.
Hij was nu vlak bij de oude rechte eik, en leunde tegen de stam. Onder zijn voeten knapperde zacht een ruig vachtje van oud dor blad, dat liet de winter die voorbijging liggen, boven zijn hoofd in het groene dak van de boom, was de over-rijpe zomer.
De jongen tuurde naar de verstilde kleuren van de bloemen allerzijds, de bloemen die hij kende als de gezichten van zijn dorpsgenooten: de kwijnende vlindertjes van de lathyrus, en de gouden oogen van de zonnebloemen, de donkere kelken van de klaprozen en de kleine pluimen van de riddersporen. Het verwelkte van de bloemen bemerkte hij nu niet, hij glimlachte in zich zelf.
De plaats waar hij stond was hem lief.
Het was zijn gewoonte geworden, de laatste tijd, er dagelijks een paar keer heen te sluipen en door een kier in de laag-neer-hangende takken naar Netteke te spieden, als zij fijn van gebaar, en zwijgzaam, op het violenland, tusschen de logge deems van het dorp, aan het zaadplukken was.”

 

 1936759-b07dc387b02a4beb6161660bf6360c7f.jpg
Alie Smeding (17 juli 1890 - 5 juli 1938)

 

 

De Amerikaanse schrijver James Purdy werd geboren in Fremont in de staat Ohio op 17 juli 1914. Zie ook alle tags voor James Purdy op dit blog.

Uit: Goodnight, Sweetheart

“Pearl Miranda walked stark naked from her classroom in the George Washington School where she taught the eighth grade, down Locust Street, where she waited until some of the cars which had stopped for a red traffic light had driven on, then hurried as fast as her weight could allow her down Smith Avenue.
She waited under a catalpa tree, not yet in leaf, for some men to pass by on the other side of the street. It was fairly dark, but she could not be sure if they would see her.
Hurrying on down Smith Avenue then, she passed a little girl, who called out to her, though the child did not recognize her.
The house she at last turned into was that of Winston Cramer, who gave piano lessons to beginners, and whom she herself had taught in the eighth grade nearly twenty years before.
She could see Winston beyond the picture window sitting in an easy chair engaged in manicuring his nails.
She rang and rang, but he did not move from his sitting position.
A woman from across the street came out on the porch and stood there watching.
Pearl rapped now on the door, and called Winston's name softly. Then she saw him get up. He looked angry.
"I discontinued the subscription," she heard his cross high voice. "I don't want the News — " and he caught sight of her.
He stood looking at her, immobile behind the glass of the door. Then he opened the door cautiously.
"Miss Miranda?"
"Let me in, for pity's sake," she answered him. "It's all right to open the door."

 

 1936759-066d2a8a3f6bfdbc3717bb20ff2014dc.jpg
James Purdy (17 juli 1914 - 13 maart 2009)

 

 

De Franse schrijver, filosoof en politicus Roger Garaudy werd geboren in Marseille op 17 juli 1913. Zie ook alle tags voor Roger Garaudy op dit blog.

Uit: Comment construire l'unité humaine

« L'homme est l'animal qui crée des outils et des tombes.

Depuis Darwin des savants ont recherché les " chaînons manquants " permettant de passer de l'anatomie des singes à celles des hommes. Peu à peu, du pithécanthrope, découvert à Java par Dubois en 1890, aux découvertes de Leakey en 1959 à Oldoway (en Afrique orientale) et à ses successeurs, ces chaînons se sont multipliés, mais même s'il existe encore des découvertes anatomiques, d'autres paléontologues, pour combler ces lacunes, le problème n'est pas seulement celui de la similitude des structures: l'on est assuré de la naissance de l'homme lorsqu'à proximité de tels ossements préhistoriques l'on trouve des outils et des tombes.
C'est là que se situe la naissance de l'homme.
Marx a marqué la différence fondamentale entre l'évolution biologique et l'histoire humaine: les animaux ont subi l'une en perpétuant les instincts, les hommes ont fait l'autre en transformant l'outillage et l'environnement.
Sans doute le singe peut casser une branche ou ramasser un caillou pour assurer par exemple sa défense, mais il les rejette, le danger passé. L'homme, taillant un bâton ou un silex le conserve comme un moyen pour accomplir une multiplicité ultérieure d'actions. Ce détour est la première abstraction de l'acte de combattre, de tailler ou de construire.
La tombe est un autre témoin: la dépouille d'un homme n'est pas abandonnée dans la nature pour y être dévorée par d'autres espèces animales, ou pourrir. Le fait de creuser la terre et de recouvrir le cadavre, ou d'arranger des pierres pour le protéger, parfois même de l'ensevelir avec ses armes ou même des ustensiles et des aliments, est la première affirmation que la mort n'est pas seulement la fin de la vie biologique, mais plutôt le passage à une autre forme d'existence. Celui qui a organisé cette première célébration d'un au delà de la vie animale a au moins posé une question sur l'avenir, fût-il mystérieux."

 

1936759-7a0fa59880ed8b255a6798cf09f07085.jpg
 Roger Garaudy (17 juli 1913 – 13 juni 2012)

 

 

De Duitse schrijfster Clara Viebig werd geboren op 17 juli 1860 in Trier. Zie ook alle tags voor Clara Viebig op dit blog.

Uit: The Son of His Mother (Vertaald door H. Raahange)

“The husband and wife were of a literary turn of mind, and as they had the money to cultivate their artistic tastes he wrote a little and she painted. They also played and sang duets together, at least they had done so when they were first married; now they went to concerts and the opera more frequently instead. They were liked wherever they went, they had friends, they were called "charming people," and still something was wanting to complete their happiness--they had no children.
And they would probably not have any now, as they had been married for some time, and the likelihood of children being born to them was very remote.
No doubt he sighed and knit his brow in unguarded moments when he sat at his desk in his office, but especially when he passed through the villages in the Brandenburg March on the rides he took in the more distant environs of Berlin--partly for his health, partly because he still retained the liking for riding from the time he was in the cavalry--and saw swarms of little flaxen-haired children romping on the sandy roads. However, he did not let his wife perceive that he missed something, for he loved her.
But she could not control herself in the same manner. The longer she was married the more nervous she became. At times she felt irritated with her husband for no reason. She persistently turned her eyes away from the announcement of births in the newspapers with a certain shrinking, and, if her glance happened once in a way to fall on one in which happy parents notified the birth of a son, she put the paper aside hastily.”

 

 1936759-e52c035eef7e38597df99083245677b4.jpg
Clara Viebig (17 juli 1860 – 31 juli 1952)

 


Zie voor nog meer schrijvers van de 17e juli ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:15 Reageer op dit bericht

Bruno Jasieńsk, Mattie Stepanek, Jakob Christoph Heer, Shmuel Yosef Agnon, Christina Stead, Michio Takeyama, Lilian Loke

De Poolse futuristische schrijver Bruno Jasieński (eig. Wiktor Zysman) werd geboren op 17 juli 1901 in Klimontov.Zie ook alle tags voor Bruno Jasieński op dit blog.

Uit:I Burn Paris (Vertaald door Soren A. Gauger & Marcin Piekoszewski)

“The following day was the 14th of July.
Paris's intrepid shopkeepers, those who had stormed the Bastille to erect in its place an ugly hollow column "with a view of the city," twelve bistros, and three brothels for average citizens and one for homosexuals, were throwing a party in their own honor, as they did every year, with a traditional, republican dance.
Decorated from head to toe in sashes of tricolor bows, Paris looked like an aging actress dressed up like a country bumpkin to star in some folksy piece of trash at the church fair.
The squares, illuminated with tens of thousands of paper lanterns and light bulbs, slowly filled with the strolling crowd.
With the coming of dusk an unseen switch was flicked, and the gaudy footlights of the streets exploded in a gala show.
On platforms cobbled together from planks, drowsy, grotesque musicians — rightly assuming that a holiday meant a day of communal rest — blew a few bars of a fashionable dance tune out of their strangely warped trumpets every half-hour or so, and then rested long and extravagantly.
The gathering crowd, stuffed into the cramped gullies of the streets, thrashed impatiently like fish about to spawn.
Dancing broke out in places. With no space to dance in, the entwined bodies were reduced to a sequence of ritual gestures, soon thereafter performed in the solitude of the only truly democratic institutions, the nearby hotels, which were not observing this holiday of universal equality.
Over it all rose the smell of sweat, wine, and face powder, the ineffable, translucent summertime fog exuded by the surging rivers of crowds.
The smoldering houses endlessly perspired dozens of new residents. The temperature rose with each passing minute. In the scorching frying pans of the squares the crowd started to bubble like boiling water around the improvised lemonade and menthe glacée booths. Chilled glasses filled with the greenish and white liquids were snatched from one hand by another.”

 

 1936754-9138e063001d79e7cbec0a78a6217b81.jpg
Bruno Jasieński (17 juli 1901 – 17 september 1938)
Getekend door Stanisław Witkiewicz, 1921 

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en vredesactivist Mattie Joseph Thaddeus Stepanek werd geboren in Washington D.C. op 17 juli 1990. Zie ook alle tags voor Mattie Stepanek op dit blog.

 

Heartsong

I have a song, deep in my heart,
and only I can hear it.

If I close my eyes and sit very still
it is so easy to listen to my song

When my eyes are open
and I am so busy and moving and
busy, if I take time and listen very hard, I can st
ill hear my
heartsong.
It makes me feel happy.

Happier than ever.
Happier than everywhere,
and everything and everyone in the world.

Happy like thinking about
Going to Heaven when I die.

My heartsong goes like this-
I love you! I love you!

How happy can you be!
How happy can you make this whole world be!

And sometimes it's other
Tunes and words, too.
But it always sings the same special song.

But do you know what?

All people have a special song inside their hearts!

Everyone in the whole world has a special heartsong
If you believe in magical, musical hearts.

And if you believe you can be happy
Then you, too, will hear your song.

 

 1936754-11e0252f915e151e8602fbf3f91e2a82.jpg
Mattie Stepanek (17 juli 1990 – 22 juni 2004)
Hier in gesprek met Oprah Winfrey

 

 

De Zwitserse schrijver Jakob Christoph Heer werd geboren op 17 juli 1859 in Winterthur-Töss. Zie ook alle tags voor Jakob Christoph Heer op dit blog.

Uit:An heiligen Wassern

„Die Leitung heißt, das »helige Wasser« und befruchtet die sonnenglühenden Weingärten, die Aecker und Wiesen Hospels und der fünf Dörfer, die um den Flecken liegen.
Wenn man drei Stunden bergauf und ebenhin über schmale Mattenstreifen gegangen ist, kommt man zu der alten verwitterten Kapelle der Lieben Frau, wo der Weg auf einem vielhundertjährigen vermoosten Brückenbogen über die Schlucht nach dem Schmelzwerk St. Peter hinüberspringt.
Um die halb zerfallenen Gebäude des ehemaligen Bergwerkes dehnt sich des Teufels Garten.
Auf Hügeln alter verglaster Schlacken blüht der rote Mohn, die Königskerze reckt ihre goldigen Blütenschäfte, das Singrün spinnt seine blauen Blumenketten um die Scherben, allerlei blühender Wust und viele Brennesseln wuchern zwischen ihnen empor, stahlblaue Fliegen und Schmetterlinge gaukeln über die wilde Pracht.
An einem verkrüppelten Ahorn stand an jenem Nachmittage, wo Peter Waldisch, der Präsident von St. Peter, durchs Thal fuhr, eine Mauleselin angebunden. Sie schüttelte den Kopf, scharrte mit dem linken Vorderfuß und erhob trotz dem Schatten, den ihr die Ruine spendete, von Zeit zu Zeit ein klägliches Geschrei. Dann tauchte aus der wilden Ueppigkeit der bunt bekränzte Schwarzkopf eines Mädchens auf, das auf den bloßen braunen Armen ein übermächtiges Bündel von Blumen trug. »Ich komme. Galta, ich komme,« rief sie dem Tier begütigend zu, dann verschwand die ganze Gestalt wieder in den Wogen des Sommerwustes, bis sie so viel Blumen an die Brust drückte, als ihr Arm fassen konnte. Da watete sie endlich aus der Wirrnis. Ihr kurzes Röckchen schützte sie nur bis wenig unter die Kniee, aber gewandt wie ein Wiesel wich sie den vielen Brennesselbüschen aus, die ihre nackten Füße und Waden bedrohten. Eine lebendig gewordene Bronzefigur, Gesicht, Arme, Füße sonnengebräunt, war sie fast so wild wie die Wildnis, die sie durchschritt, im Kopf standen ein paar feurige Augen, wie die einer Zigeunerin; doch sah man dem Mädchen gleich an, daß es kein Bauernkind war, dafür war alles an ihr zu zart und zu fein.“

 

 1936754-d43455a5f8652040d3acf2788928c93e.jpg
Jakob Christoph Heer (17 juli 1859 - 20. August 1925)

 

 

De Hebreeuwse schrijver Shmuel Yosef Agnon (eig. Shmuel Yosef Czaczkes) werd geboren in Buczacs, Galicië (nu in Oekraïne) op 17 juli 1888. Zie ook alle tags voor Shmuel Yosef Agnon op dit blog.

Uit:A Guest for the Night (Vertaald door Misha Louvish)

“On the eve of the Day of Atonement, in the afternoon, I changed from the express to the local train that runs to my home town. The Jews who had traveled with me got out and went their way, while Gentile townsfolk, men and women, made their way in. The wheels rolled sluggishly
between hills and mountains, valleys and gorges; at every station the train stopped and lingered, let out people and baggage, and started up again. After two hours, signs of Szibucz sprouted from both sides of the road. I put my hand to my heart. My hand throbbed against my heart, just as my heart throbbed under my hand. The townsfolk put out their pipes and shoved them into their leggings, got up to collect their baggage, and sat down again; the women elbowed their way to the window, crying ‘Rubberovitch,’ and laughed. The train whistled and puffed, whistled again, then sprawled to rest opposite the station.
Along came the dispatcher called ‘Rubberovitch’; his left arm had been lost in the war; the new one they gave him was made of rubber. He stood erect, waving the flag in his hand, and called: ‘Szibucz!’ It was many years since I had heard the name of Szibucz coming from the lips of a man of my town. Only he who is born there and bred there and lives there knows how to pronounce every single letter of that name. After Rubberovitch had got the name of Szibucz out of his mouth, he licked his mustache as if he had been munching sweetmeats, carefully scrutinized the passengers stepping down, stroked his rubber arm, and made ready to send off the train.
I picked up my two valises and walked to the back of the station yard, looking for a carriage to take me into town.“

 

 1936754-36476857a893b5650777220094582704.jpg
Shmuel Yosef Agnon (17 juli 1888 – 17 februari 1970)

 

 

De Australische schrijfster Christina Stead werd geboren in Rockdale, New South Wales op 17 juli 1902. Zie ook alle tags voor Christina Stead op dit blog.

Uit: Seven Poor Men of Sydney

“The hideous low scarred yellow horny and barren headland lies curled like a scorpion in a blinding sea and sky. At night, house-lamps and ships' lanterns burn with a rousing shine, and the headlights of cars swing over Fisherman's Bay. In the day, the traffic of the village crawls along the skyline, past the lighthouse and signal station, and drops by cleft and volcanic gully to the old village that has a bare footing on the edge of the bay. It was, and remains, a military and maritime settlement. When the gunners are in camp, searchlights sweep over the bay all night, lighting bedrooms and the china on dressers, discolouring the foliage and making seagulls fly; in the daytime, when the red signal is flown over the barracks, the plates and windows rattle with the report of guns at target practice. From the signal station messages come down of the movements of ships and storms. Flags flutter and red globes swing on its great mast, which is higher than the Catholic Church, higher than the Norfolk Island pines, higher than the lighthouse and than anything else which is between the rocky cornice and the sandy seafloor. In dark nights, from the base of that enormous spectral pole which points up any distance into the starry world, one looks down on the city and northern harbour settlements, on the pilot-lights in the eastern and western channels, and on the unseen dark sea, where the lighthouse ray is lost beyond the horizon and where ships appear through the waves, far out, lighted like a Christmas Tree, small, and disappearing momentarily; and where, after half an hour of increasing radiance, the yellow rim of the great sub-tropical moon comes up like a lantern from underneath.”

 

 1936754-7485250c5f1a9ce4d8cd064fc80c8799.jpg
Christina Stead (17 juli 1902 – 31 maart 1983)

 

 

De Japanse schrijver Michio Takeyama werd geboren op 17 juli 1903 in Osaka. Zie ook alle tags voor Michio Takeyama op dit blog en ook ook mijn blog van 17 juli 2010.

Uit: Harp of Burma (Vertaald door H.Hibbert)

“I seemed to be walking on and on forever through a peaceful, languid garden of rice paddies. This was no longer the territory of savages, but of an ancient and high civilization. Here and there farmers were plowing their fields, using water buffaloes. As a buffalo started to move, snowy herons would fly down and perch on its back and horns. But they flew away again in fright whenever a buffalo reached the edge of the field the farmer turned his plow.
Once, as I was walking along, a moist wind began to blow and the sky quickly filled with black clouds. Herons were tossing in the wind like downy feathers. Soon the rain came.
Rainfall in Burma is violent. Before I knew it, I was shut in by a thick spray. I could hardly breathe--I felt as if I were swimming.
After a while the rain stopped and the sky cleared. All at once the landscape brightened and a vast rainbow hung across the sky. The mist was gone, as if a curtain had been lifted. And there, under the rainbow, the farmers were singing and plowing again. ”

 

 1936754-3ad51e65f07c6e4b4a4f3701991f625b.jpg
Michio Takeyama (17 juli 1903 – 15 juni 1984)
Affiche voor de film “The Burmese Harp” uit 1956

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Duitse schrijfster Lilian Loke werd geboren in 1985 in München. Zie ook alle tags voor Lilian Loke op dit blog.

Uit: Gold in den Straßen

„Nur, falls er sich irrt, hat er demnächst eine Karteileiche mit deutlich zu hoher Marktwerteinschätzung im Portfolio, die er Falber und der Eigentümerin sehr schlecht wird erklären können. Noch gestern war Meyer überzeugt, Brink werde das Haus lieben, heute früh war er es nicht mehr. Heute früh wachte er auf, in Panik, eine Stunde quälte er sich durch die neblige Luft, begleitet vom Knirschen des Waldwegs unter den Schuhen. Gerade als er das Stauwehr am Weiher erreichte, hallte tief über dem Stadtwald das schrille Dröhnen eines Flugzeugs, Meyer sah auf, die Maschine so nah, dass er das Emblem der Lufthansa erkannte, das Blinken des Hecklichts. Er knickte um, verlor das Gleichgewicht, bekam nichts zu fassen außer den Ästen eines dürren Strauchs, dessen Wurzeln unter seinen Händen aus der Erde rissen, als er den vom Regen aufgeweichten Wegrand hinabschlitterte, bis über die steile Uferkante am Wehr.
Ob er einen Arzt brauche. Meyers Knöchel fühlt sich taub an, aber er kann auftreten. Nein, kein Arzt, er sei okay. Danke. Vielen Dank für die Hilfe. Scham macht ihm die Kehle eng, er friert erbärmlich, sein weißer Trainingsanzug ist verdreckt, Seeschlick, tote Blätter, Erde, aber Meyer zwingt sich zu einem Lächeln, – Gehen Sie ruhig, mein Auto steht gleich hinten auf dem Parkplatz, – doch der Mann winkt ab. Er bringe ihn, sein Wagen stehe auch da.
Passen Sie nächstes Mal auf mit ihrer Kreislaufgeschichte. Der Mann beugt sich zu Meyer in die offene Fahrertür, klopft zum Abschied auf das Autodach. Ob er sicher sei, dass er fahren könne. Meyer nickt. Ganz sicher. Seine Stimme bricht, er räuspert sich energisch, keine Minute länger erträgt er den mitleidigen Blick des Mannes, der Blick treibt ihm ein Brennen über das ganze Gesicht. Demonstrativ lässt er den Motor an, keine Sorge, es gehe ihm gut. Als er endlich alleine ist, dreht Meyer die Heizung bis zum Anschlag auf, stützt sich einen Moment auf dem Lenkrad ab, vergräbt den Kopf in den Armen. Er zittert immer noch, fühlt seinen Puls in den Schläfen, die Feuchtigkeit seiner Hose auf dem Ledersitz, aber kann sich nicht rühren. Erst als sein Telefon auf der Ablage vibriert, an den Termin mit Brink erinnert, reißt Meyer ein Handtuch aus der Sporttasche, wischt den Sitz ab, legt es sich unter.“

 

 1936754-d3fea0eb4611c77d4fc0a6d07cfa7ce8.jpg
Lilian Loke (München, 1985)

Geschreven door Romenu om 12:14 Reageer op dit bericht

Paul Lomami Tshibamba

De Congolese schrijver en journalist Paul Lomami Tshibamba werd geboren op 17 juli 1914 in Brazzaville van Congolese ouders. De familie keerde in 1920 terug naar Léopoldville (het hedendaagse Kinshasa) in de Belgische Kongo. Lomami Tshibamba studeerde aan het Klein Seminarie van Mbata-Kiela, in de Mayumbe in Bas-Congo. Hoewel de school werd geleid door Belgische missionarissen die hun leerlingen aanmoedigden hebben om voor het priesterschap te kiezen werd hij geen priester. Vijf jaar na het verlaten van school werd hij getroffen door doofheid, een ziekte waarvan hij nooit volledig herstelde ondanks de goede medische zorg die hij ontving. Na diverse banen, waaronder als clerk bij het 'periodieke voo christelijke inboorlingen', “La Croix du Congo (Kruis van de Kongo), dat werd gepubliceerd in Kinshasa en als typist bij de directie van de luchtvaartwerken van Kalina werd journalist bij de “Voix du Congolais”. Hij publiceerde artikelen die kritisch waren over de Belgische kolonisatie, waarvoor hij door de koloniale regering werd gemarteld en gevangen genomen. Hij ging in ballingschap naar Brazzaville van 1950 tot 1959. Daar werd hij een van de belangrijkste krachten achter het magazine "Liaison". Tegelijkertijd had hij succes als schrijver in Leopoldville in de Belgische Kongo. In 1948 werd hem in Brussel de eerste prijs uitgereikt bij de "Foire coloniale" voor zijn roman “Ngando” (Krokodil). Het werk, dat op vele manieren het begin markeert van de Congolese nationale literatuur in het Frans, geeft de traditionele overtuigingen weer in de koloniale periode in een verhaal dat speelt aan de oevers van de Kongo. Zijn thema's van vervreemding en cultureel conflict worden verder ontwikkeld in zijn latere werken. Lomami-Tshibamba keerde na onafhankelijkheid naar Congo-Zaïre terug en bekleedde verschillende overheidsposten. In 1962 startte hij een krant, “Le Progrès”, later bekend als “Salongo”. Hij ging ook door met het publiceren van verhalen en romans en bleef daarin trouw aan de verbeelding van de Afrikaanse traditie. Lomami Tshibamba wordt beschouwd als een belangrijke pionier van hedendaagse Congolese literatuur.

Uit: La saga des Bakoyo Ngombé et autres récits

« Les Kouyous et les Mbochis sont surtout paysans et chasseurs. Ils pratiquent en outre la petite pêche avec des filets et des nasses en barrant de petits cours d'eau et en vidant des étangs au moment de la sécheresse. Ils sont d'habiles forgerons et de bons vanniers. Les Likoualas se distinguent en poterie, en pêche et en construction de pirogues. Larges de poitrine, hauts de taille, membrus, ce sont d'inégalables rameurs. La nage et le maniement de la pagaie sont pour eux une science qu'hommes et femmes acquièrent dès le jeune âge. Les Ngarés ont une prédilection pour la chasse à la lance et aux filets, du fait que la forêt qui les entoure s'y prête généreusement. Ces quatre tribus se reconnaissent par des tatouages temporaux qui sont accentués chez les Kouyous et les Likoualas, légers chez les Mbochis, incisés suivant l'allure d'une sagette emmanchée chez les Ngarés. Toutes, elles ont presque les mêmes moeurs et coutumes, lesquelles se différencient cependant dans leur manière de danser, le timbre de la voix, la prononciation de certaines diphtongues de leur dialecte. Elles ont chacune des Kanis" à la tête de leurs villages. Plusieurs cours d'eau baignent la sous-préfecture de Fort-Rousset. Le plus important est le Kouyou, rivière aux nombreux méandres, qui prend sa source à l'ouest de la sous-préfecture d'Éwo, dans la partie surplombée de monts dont le plus haut est Amaya-Mokinin. Le Kouyou coule à son début entre des rochers qui empêchent la navigation normale d'Éwo à Fort-Rousset. Puis il s'élargit petit à petit, se gorge d'importance, zigzague, traverse des hameaux, des bois aux essences variées, des plaines chaque année grillées par des incendies et il arrive tout tortueux dans la sous-préfecture de Fort-Rousset où, orgueilleux de son ondulante marche de reptile liquide, il engloutit dans son sein la Ngogo, la Mégni, la Loussa, la Logo, la Woma et d'autres minuscules ruisseaux fréquen-tés en hautes eaux par les pirogues des pêcheurs et des vendeurs de manioc roui". En aval de Lobogo-village, il rejoint la Likouala qui, nourrie de son onde couleur de café, va à son tour se faire avaler par l'immense étendue du fleuve Congo à Mossaka. Il n'est vraiment navigable par les petits vapeurs à hélices de la Compagnie Française du Haut et Bas-Congo — entre Mossaka et Fort-Rousset — que pendant les saisons pluvieuses pendant lesquelles des crues considérables le gonflent et l'agrandissent. À 107 kilomètres au sud de Fort-Rousset coule sagement la rivière Lima, qui fut un nom important dans l'histoire du Congo en permettant à Noël Ballay et à Savorgnan de Brazza de découvrir la gigantesque masse liquide du Nzalé, l'incontestable mer en marche de l'Afrique de l'équateur, qui prend sa source au Congo belge dans la région des grands lacs appelée Loualaba. Le sol de la sous-préfecture de Fort-Rousset est pauvre, trop pauvre. Il n'a ja-mais été prospecté mais est l'objet des mauvaises épithètes du langage de l'homme blanc, parce qu'il appartient à la partie nord de la République du Congo, partie négligeable et négligée par l'administration française qui, de prime abord, a tout accumulé, tout investi au sud de cet État. »

 

 2040769-3ce7b680526cfff5d4350498c3dba602.jpg
Paul Lomami Tshibamba (17 juli 1914 – 12 augustus 1985)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Reinaldo Arenas, Georges Rodenbach, Tony Kushner, Anita Brookner, Jörg Fauser

De Cubaanse dichter en schrijver Reinaldo Arenas werd geboren op 16 juli 1943 in Holguin. Zie ook alle tags voor Reinaldo Arenas op dit blog.

Uit: The Color of Summer (Vertaald door Andrew Hurley)

“Fifo: (enraged)
    What's that old faggot that I'm going to screw tonight muttering?
Virgilio Piñera: (desperately raising his voice to a shout, and changing his tune)
Don't go, Avellaneda—take my advice.
You're better off here by far.
If you go North you'll pay the price:
here, at least you're a star.
I beg you—reconsider, dear;
the Island's awfully nice.
Turn back now—there'll be no harm to you;
These dwarves will open their arms to you.
(To himself)
God, how could I write such awful lines!
I can't believe they're really mine!
But if I don't try as hard as I can
to lure Avellaneda back again
I'll never see tomorrow.
But hold on!
—Didn't Fifo put out a contract on yours truly?
That's what I was told, so surely
I'm damned if I do and damned if I don't!
And then when I'm dead and they've buried me,
that horrid Olga Andreu will pray for me
and Arrufat will grab my dictionary
and who knows what they'll say about me—
but screw 'em all—
I'll be vindicated by History, they'll see!
    Virgilio halfheartedly throws a little-betty kestrel egg, but as luck would have it, it hits Avellaneda right in the eye. Avellaneda, enraged, turns like the basilisk whose glance is fatal and picks up the anchor out of the bottom of her boat and throws it at the crowd on the Malecón, killing a midget—some say a hundred-headed one.
Fifo: (more enraged yet)“

 

 1936477-e64a36090f41dce1818aea60eff2b09b.jpg
Reinaldo Arenas (16 juli 1943 – 7 december 1990)
 

 

 

De Belgische dichter en schrijver Georges Rodenbach werd geboren in Doornik op 16 juli 1855. Zie ook alle tags voor Georges Rodenbach op dit blog.

 

La maladie est si doucement isolante...

La maladie est si doucement isolante :
Lent repos d'un bateau qui songe au fil d'une eau,
Sans nulle brise, et nul courant qui violente,
Attaché sur le bord par la chaîne et l'anneau.
Avant ce calme octobre, il s'appartenait guère :
Toujours du bruit, des violons, des passagers,
Et ses rames brouillant les canaux imagés.
Maintenant il est seul; et doucement s'éclaire
D'un mirage de ciel qui n'est plus partiel;
Il se ceint de reflets puisqu'il est inutile;
Et, délivré du monde, il s'encadre de ciel.

Car cet isolement anoblit, lénifie;
On se semble de l'autre côté de la vie;
Les amis sont au loin, vont se raréfier;
A quoi dont s'attacher; à qui se confier ?
On ne va plus aimer les autres, mais on s'aime;
On n'est plus possédé par de vains étrangers,
On se possède, on se réalise soi-même;
Les noeuds sont déliés ! Les rapports sont changés !
Toute la vie et son mensonge et son ivraie
Se sont fanés dans le miroir intérieur
Où l'on retrouve enfin son visage meilleur,
Celui de pure essence et d'identité vraie.

 

 1936477-239d6f861d5bda2090b5c5a94b7e84d7.jpg
Georges Rodenbach (16 juli 1855 – 25 december 1898)
Portret door Nicolas van den Eeden, rond 1885

 

 

De Amerikaanse schrijver Tony Kushner werd geboren op 16 juli 1956 in New York Zie ook alle tags voor Tony Kushner op dit blog.

Uit: Angels in America

“ROY COHN: Your problem, Henry, is that you are hung up on words, on labels: "gay", "homosexual", "lesbian." You think they tell you who a person sleeps with, but they don't tell you that. Like all labels, they refer to one thing and one thing only: Where does a person so identified fit in the food chain? In the pecking order. Not ideology or sexual taste, but something much simpler: clout. Who owes me favors. Not who I fuck or who fucks me, but who will pick up the phone when I call. To someone who doesn't understand this, homosexual is what I am because I sleep with men, but this is wrong. Homosexuals are not men who sleep with other men. Homosexuals are men who, in 15 years of trying, can't get a pissant anti-discrimination bill through City Council. They are men who know nobody, and who nobody knows. Now, Henry, does that sound like me?
HENRY: No.
ROY COHN: No. I have clout — lots! I pick up that phone, dial 15 numbers, and guess who's on the other end of the line? In under five minutes, Henry.
HENRY: The President.
ROY COHN: Better — his wife.
HENRY: I'm impressed.
ROY COHN: I don't want you to be impressed, Henry — I want you to understand. This is not sophistry, and this is not hypocrisy. This is reality. I have sex with men, but unlike nearly every other man of which this is true, I bring the guy I'm screwing to Washington, and President Reagan smiles at us and shakes his hand, because what I am is defined entirely by who I am. Roy Cohn is not a homosexual. Roy Cohn is a heterosexual man who fucks around with guys.”

 

 1936477-4ac761e80066cfb72d31e230c6450b0f.jpg
Tony Kushner (New York, 16 juli 1956)
Affiche voor een opvoering in Amsterdam, 2012 

 

 

De Engelse schrijfster en historica Anita Brookner werd geboren op 16 juli 1928 in Herne Hill, een voorstad van Londen. Zie ook alle tags voor Anita Brookner op dit blog.

Uit: Hotel Du Lac

“Turning her back on the toneless expanse beyond the window, she contemplated the room, which was the colour of over-cooked veal: veal-coloured carpet and curtains, high, narrow bed with veal-coloured counterpane, small austere table with a correct chair placed tightly underneath it, a narrow, costive wardrobe, and, at a very great height above her head, a tiny brass chandelier, which, she knew, would eventually twinkle drearily with eight weak bulbs. Stiff white lace curtains, providing even more protection against the sparse daylight, could be parted to allow access, through long windows, to a narrow strip of balcony on which were placed a green metal table and chair. I shall be able to write there when the weather is fine, she thought, and moved to her bag to extract two long folders, one of which contained the first chapter of Beneath the Visiting Moon, on which she planned to work calmly throughout this curious hiatus in her life. But it was to the other folder that her hands went and, on opening it, she moved instinctively to the table and was soon seated on the unyielding chair, her pen uncapped, her surroundings ignored.
'My dearest David (she wrote),
'A cold coming I had of it. Penelope drove fast and kept her eyes grimly ahead, as if escorting a prisoner from the dock to a maximum security wing. I was disposed to talk-it is not every day that I get on an aeroplane and the pills I had got from the doctor had the effect of making me rather loquacious-but my intervention did not seem to be too welcome. Anyway, she relented once we were at Heathrow and found me a trolley for my bag and told me where I could get a cup of coffee, and suddenly she was gone and I felt terrible, not sad but light-headed and rather entertaining and with no one to talk to. I drank my coffee and paced around and tried to absorb all the details, as people think writers do (except you, my darling, who never think about it at all) and suddenly I caught sight of myself in the glass in the Ladies and saw my extremely correct appearance and thought, I should not be here! I am out of place! Milling crowds, children crying, everyone intent on being somewhere else, and here was this mild-looking, slightly bony woman in a long cardigan, distant, inoffensive, quite nice eyes, rather large hands and feet, meek neck, not wanting to go anywhere, but having given my word that I would stay away for a month until everyone decides that I am myself again.
For a moment I panicked, for I am myself now, and was then, although this fact was not recognized. Not drowning, but waving.”

 

 1936477-87315fa6e39c7ec0ba8a11e2b12aab33.jpg
Anita Brookner (16 juli 1928 – 10 maart 2016)

 

 

De Duitse schrijver en journalist Jörg Fauser werd geboren op 16 juli 1944 in Bad Schwalbach. Zie ook alle tags voor Jörg Fauser op dit blog.

 

CHARLIE UND HARRY

Trüber Sommernachmittag in Fat City,
sie hockten auf Harrys Bude und kippten Bier,
irgendwo im Hinterhof stieg eine Teenager-Party
und die Beatles leierten einen ihrer total
schwachsinnigen Songs runter,
»Lucy in the sky with diamonds«
oder sonst einen abgedroschenen Heuler.

Son abgedroschener Heuler, sagte Charlie,
aber die Miniröcke sind wohl immer noch scharf darauf.
Stimmt, sagte Harry, macht einen ganz fickrig.

Sex Sex Sex, sagte Charlie und warf die leere Dose
in den Abfalleimer,
bei dir was los?

Sex, sagte Harry, was ist das?

Shit, sagte Charlie, ich fang wohl an kirre zu werden,
ich bin so heiß daß ich Löcher in die Matratze brenne,
lauf drei Wochen mit ’nem Steifen von hier bis Timbuktu
rum,
aber wenn ich endlich was zwischen den Fingern hab
wird mir einfach alles fad, fad –
irgendwie rentiert sich der Aufwand nicht,
man könnte genauso ’nen Emmentaler pimpern
wenn du weißt was ich meine –

klar, sagte Harry, Emmentaler
mit rotem Pfeffer oder Nudelwalker von hinten
und ’ne Stefan-George-Erstausgabe ums ritzy zu machen,
oder einfach fürn Heiermann ’ne Gastarbeiterin
in der Anlage hinterm Interconti, und Samstag abends
all die kleinen brühwarmen Homos die im ZDF
über die Mattscheibe spritzen, ist schließlich
alles ’n Loch, und alles leer, immer gewesen –

Shit, sagt Charlie, von hier aus kann man direkt rübersehn,
und sie standen am Fenster und glotzten rüber,
die Beatles heulten auf höchster Lautstärke,
die Teenager kreischten und ließen ihre Beinchen sehn,
die Schmeißfliegen legten Eier,
sie tranken ihr Bier,
dann ging Charlie zur Spätschicht
und Harry versprühte eine Ladung Flit.

 

 1936477-48cbc2fdf337c597c145c86185d85a10.jpg
Jörg Fauser (16 juli 1944 – 17 juli 1987)
 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e juli ook mijn vorige blog van vandaag.



Geschreven door Romenu om 11:06 Reageer op dit bericht

Dag Solstad, Bernard Dimey, Andrea Wolfmayr, Pierre Benoit, Franz Nabl

De Noorsde schrijver Dag Solstad werd geboren op 16 juli 1941 in Sandefjord. Zie ook alle tags voor Dag Solstad op dit blog.

Uit: Armand V. (Vertaald door Ina Kronenberger)

„Von dort nahm er einen frühen Flieger zu einer mitteleuropäischen Stadt, wo er sich alsbald jenem Auftrag widmete, der das Ziel dieser Auslandsreise war. Wochenlang reiste er quer durch Europa, per Zug oder Flieger, bis er schließlich in eine der definitiv größten europäischen Metropolen kam, den letzten Aufenthalt seiner langen Auslandsreise, wo er für fünf Tage ein Hotelzimmer gebucht hatte. Allerdings verließ er die Metropole am nächsten Vormittag bereits wieder, weil ein Termin, den er für diesen Tag vereinbarthatte, abgesagt worden war, und da er im Übrigen anfing, an einem für ihn überraschenden, jedoch akuten Gefühl von Überdruss zu leiden darüber, dass er sich auf dieser Auslandsreise befand,
nicht zuletzt in dieser Metropole, in der er sich früher so gern aufgehalten hatte und der er erwartungsvoll entgegengeblickt hatte, die er mit eigenen Augen sehen wollte, durch deren so verlockende Straßen er unbedingt laufen wollte, beschloss er, sobald die Terminabsage Fakt war und er den Telefonhörer aufgelegt hatte, seine Koffer zu packen, den Fahrstuhl hinunter zur Rezeption zu nehmen und die Rechnung seines Hotelaufenthalts zu begleichen, um sodann in ein Taxi zum Flughafen zu steigen, wo er am SAS-Schalter sein Flugticket auf den nächsten freien Platz in einem Flieger nach Oslo umbuchen ließ, denn der Auftrag, der ihn zu dieser Auslandsreise bewogen hatte, war dergestalt, dass er mit Tickets ausgestattet war, die derlei
Umbuchungen und Verschiebungen durchaus möglich machten. Er kehrte noch am selben Tag nach Hause zurück, am späten Nachmittag landete der Flieger in Gardermoen.“

 

 1936475-33df733f178773a57c5481bd23b70547.jpg
Dag Solstad (Sandefjord, 16 juli 1941)

 

 

De Franse dichter en schrijver van chansons Bernard Dimey werd geboren op 16 juli 1931 in Nogent-en-Bassigny (tegenwoordig Nogent). Zie ook alle tags voor Bernard Dimey op dit blog.

 

Le grand-duc 

Les grands oiseaux de nuit se dressent en silence
Toisant avec mépris de leurs yeux arrondis
La folie des humains essoufflés par la danse   
Sans comprendre pourquoi ces fous les ont maudits.

Ils règnent sur la nuit, la violent, la traversent,
Savourant le silence ou le perçant d'un cri,
Jusqu'à l'heure où le jour et la nuit se renversent
Quand les engoulevents regagnent leurs abris.

Les oiseaux du malheur crucifiés sur les portes
Par la stupidité des animaux humains
N'ont jamais su pourquoi la jeune femme est morte
Ni quel mal inconnu a desséché ses mains.

Le grand-duc a connu toutes les nuits du monde.
Comment n'aurait-il pas ce masque de mépris ?
Il connaît le sabbat des femelles immondes
Et le rictus idiot de l'amour à tout prix.

Il connaît le rôdeur et l'envers de sa peau
L'œil glacé des Vénus qui s'acharnent à plaire,
Brebis cent fois mordues rejoignant le troupeau
Quand l'oiseau de ténèbres rejoint son repaire *.

Tous les oiseaux de nuit s'endorment à l'aurore,
À l'heure où je regagne ma chambre d'hôtel,
Mais la nuit reviendra pour nous reprendre encore
Jusqu'à la fin des fins qui guette les mortels.

 

 1936475-68962f69076be60b4dcd6529c73f1f93.jpg
Bernard Dimey (16 juli 1931 – 1 juli 1981)

 

 

De Oostenrijkse schrijfster en politica Andrea Wolfmayr werd geboren op 16 juli 1953 in Gleisdorf. Zie ook alle tags voor Andrea Wolfmayr op dit blog.

Uit: Jane & ich

„Ich heiße Dora. Und ich habe beschlossen, es aufzuschreiben. Was ich einmal beschlossen habe, halte ich durch, ich bin Dora. »Hartnäckig«, sagt meine Mutter. »Stier du«, sagt sie, seufzt, lächelt. Meint, ihr Lächeln mache ihr Seufzen rückgängig. Ich kenne sie, kenne sie alle.
Ich bin neunzehn. »Erst neunzehn!«, rufen sie, blicken mich gerührt an, denken an ihre eigenen neunzehn ersten Lebensjahre, wie sie halt meinen, sich erinnern zu können, ich wette meinen Kopf, sie können es nicht. Ihre Erinnerungen sind schwammig wie Watte, falsch, verzerrt, sie können sich nicht erinnern. Ich kann. Ich bin Dora. Und heute ist mein neunzehnter Geburtstag. Stier bin ich übrigens nur im Aszendenten, mein Sternbild ist der Wassermann. Wir schreiben 1992, den zweiten Februar, in acht Jahren beginnt das neue Jahrtausend, die neue Ära, das Zeitalter des Wassermanns, sagen sie. Ich weiß nicht, warum ich mein Sternzeichen nenne. Es hat nichts zu sagen. Wie beinahe nichts etwas zu sagen hat. Dennoch schreibe ich es auf. Der Ordnung halber. Und weil, was mit mir zu geschehen beginnt, mich in Unordnung bringt. Ich weiß noch nicht, soll ich mich wehren oder es einfach geschehen lassen. Ich hasse Unordnung, ich hasse Willenlosigkeit. Ich bin ein exakter Mensch. Ich bin gerade. Ich liebe die Symmetrie. Vielleicht liebe ich die Symmetrie mehr als andere Menschen. Weil ich selbst unsymmetrisch bin. Ich weiß, jeder ist in einem gewissen Sinn unsymmetrisch. Aber im Normalfall fällt das nicht auf. Ich bin kein Normalfall. Ich, Dora, bin einzigartig. EinzigartigER, wenn man so will. Weil mir etwas fehlt.
Mir fehlt meine rechte Hand. Oder soll ich sagen, ich hatte sie nie, mir fehlt also nichts. Mein Leben lang komme ich schon mit einer Hand zurecht, ich finde es normal. FÄNDE es normal, wenn die anderen es nur auch fänden.“

 

 1936475-a823923fc9f35e4e237ccdf703467594.jpg
Andrea Wolfmayr (Gleisdorf, 16 juli 1953)

 

 

De Franse dichter en schrijver Pierre Benoit werd geboren op 16 juli 1886 in Albi. Zie ook alle tags voor Pierre Benoit op dit blog.

Uit: L’Atlantide

« J’en étais à ce point de la prose de cette jeune fille émancipée, lorsqu’une exclamation scandaleuse du maréchal des logis me fit relever la tête.
— Mon lieutenant !
— Qu’y a-t-il ?
— Eh bien ! Ils en ont de bonnes au ministère. Lisez plutôt.
Il me tendit l’Officiel. Je lus :
« Par décision en date du 1er mai 1903, le capitaine de Saint-Avit (André), hors cadres, est affecté au 3e spahis, et nommé au commandement du poste de Hassi-Inifel. »
La mauvaise humeur de Châtelain devenait exubérante :
— Le capitaine de Saint-Avit, commandant du poste ! Un poste auquel on n’a jamais eu rien à redire ! On nous prend donc pour un dépotoir !
Ma surprise égalait celle du sous-officier. Mais en même temps, je vis la mauvaise figure de fouine de Gourrut, le joyeux que nous employions aux écritures ; il s’était arrêté de griffonner et écoutait avec un intérêt sournois.
— Maréchal des logis, le capitaine de Saint-Avit est mon camarade de promotion, — dis-je sèchement.
Châtelain s’inclina, prit la porte ; je le suivis.
— Allons, vieux, — dis-je en lui frappant sur l’épaule, — pas de moue. Rappelez-vous que dans une heure nous partons pour l’oasis. Préparez les cartouches. Il faut sérieusement améliorer l’ordinaire.
Rentré dans le bureau, je congédiai d’un geste Gourrut. Resté seul, je terminai rapidement la lettre de Mlle de C…, puis ayant pris de nouveau l’Officiel, je relus la décision ministérielle qui donnait au poste un nouveau chef."

 

 1936475-795a6f3f200263da7c5e2b7672e40d2f.jpg
Pierre Benoit (16 juli 1886 – 3 maart 1962)
Affiche voor de film  “L’Atlantide”uit 1961

 

 

De Oostenrijkse schrijver Franz Nabl werd geboren op 16 juli 1883 in Lautschin.Zie ook alle tags voor Franz Nabl op dit blog.

Uit: The Long Arm (Vertaald door Roy Temple House)

“We had been in school together, in the Gymnasium. He had been a strange fellow with few friends, but had enjoyed the reputation of being the best student in his class. But in his last year in the Gymnasium he had, for what reason I never knew, excited the animosity of a cantankerous old professor who had publicly declared that Gustav was not the kind of boy who should have a Gymnasium diploma and that he, the professor, was determined never to give him a passing grade. My father had admired the boy very much, and at one juncture when my marks looked perilously low, he had employed Gustav to tutor me. Gustav had been so successful that Father was delighted and made him a present of a silver cigarette case with Gustav's initials and mine engraved on it. I remembered all this very distinctly as we shook hands, but I was doing fast thinking, because for the life of me I couldn't remember his strange last name. I had a feeling that it was a very foreign name, Polish or Croatian or something of the sort. As he mentioned this and that, I fear I answered him a little absently and incoherently. The name was almost there. The syllables flitted tantalizingly just out of my reach. But I was sure the name began with a B. Wasn't it a Bam- or a Ban-something? Ah! I had it. Banaotovich!
From that moment the conversation went more easily. I was surprized and pleased when Banaotovich drew his silver cigarette-case out of his pocket to prove to me how highly he thought of my poor deceased father. We were soon launched on a cordial exchange of childhood memories. Banaotovich seemed a good-hearted fellow after all, and I wondered why in my childhood I had never been quite comfortable in his company. I remembered that other boys of the group had admitted to me confidentially that they were more than a little afraid of him.”

 

 1936475-3e584807a7e6ad2d2553e71218b08a51.jpg
Franz Nabl (16 juli 1883 – 19 januari 1974)

Geschreven door Romenu om 11:03 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten