Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 17 september 2016 tot 18 september 2016

Einar Már Gudmundsson, Gerrit Borgers, Doris Mühringer, William March, Jayne-Ann Igel, Jan Mens

De IJslandse dichter en schrijver Einar Már Gudmundsson werd op 18 september 1954 geboren in Reykjavík. Zie ook alle tags voor Einar Már Gudmundsson op dit blog en ook mijn blog van 18 september 2010.

 

I Think of You (Fragment)

I think of you
revolving through life
at 78 rpm
so scruffy
that the days no longer fit you
any more than the little anoraks
from our times at the swings
I think of you
amongst the brown sugardrops of memories
which I admit are often black as liquorice
of you
when the sandpit was hollywood
and the little plastic cars in the solemnity of a dream
drove us into the smart homes
from glossy magazine advertisements
that the dentist kept in his waiting-room
I owned
the orange villa on snob hill

I think of you
when we walked the beach
shyly looking at the used condoms
the broken ships
that would never sail again
on their oceanic bummers
and were at best
a refuge of smugglers
and acne-faced boys who wanked
in the rusty holds
mentally getting their first bit
and manky planks
and the yellow mental asylum
and the green island
where the monastery still awaits
the monks who have long since departed
and will never return
except sometimes
disguised as tourists

 

Vertaald door Bernard Scudder

 

 1957279-eb7894138809a18eade5d26bce1d5849.jpg
Einar Már Gudmundsson (Reykjavík, 18 september 1954)

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver, biograaf en letterkundige Gerrit Borgers werd op 18 september 1917 te Brummen geboren. Zie ook alle tags voor Gerrit Borgers op dit blog.

Uit: Nogmaals: de Vestdijk-biografie

“Tegenover de opmerking dat het Epos de schijn wekt, dat de reis met de Kota Inten een diepe indruk op Vestdijk gemaakt heeft, plaatst mevrouw Vestdijk een uitspraak van Vestdijk zelf tegenover Theun de Vries uit 1968 - iets wat trouwens de biografen óók doen. Het proefhoofdstuk beschrijft echter het leven van Vestdijk in het begin van de dertiger jaren. Is het zo onmogelijk dat die indruk - gezien ook de gedichten uit die tijd - tòen veel groter was dan ruim 35 jaar later? Bovendien ontkent Vestdijk niet zonder meer dat die reis hem heeft geïmponeerd, maar onder het voorbehoud: ‘als je bedoelt of die periode nog enige invloed gehad heeft op mijn “vorming”.’ De biografen hebben dus geen keuze gemaakt, zoals mevrouw Vestdijk denkt, tussen het Epos en Vestdijks eigen uitspraak, maar zij hebben voor de periode van december 1929 tot maart 1930 gebruik gemaakt van een eigentijds document en daarbij in een voetnoot verwezen naar wat Vestdijk hier later over dacht - hetgeen me juist een goed gebruik van de bronnen lijkt.
Dan mevrouw Vestdijks verwijt dat de biografen een ‘scandaleuze interesse’ zouden hebben voor ‘de sexuele kanten van het materiaal’. Nogmaals, lezer, u kunt niet meetellen en -lezen ter controle, maar twee van de acht (niet zeven, zoals mevrouw Vestdijk schrijft) paragrafen handelen over Simone Sechez en maken allerminst op mij de indruk van een ‘chronique scandaleuse’. En het aantal bladzijden met ‘erotiek of een zinspeling daarop’ haalt bij lange na niet de ‘helft van het totale aantal bladzijden’. Dit nog geheel afgezien van de vraag of de erotiek geen belangrijke plaats in die periode van Vestdijks leven innam.
Het gewraakte gedeelte over Simone Sechez is bijzonder interessant, niet zozeer om Vestdijks verhouding met haar - de gegevens hierover zijn schaars - maar vooral ook om Du Perrons houding tegenover Vestdijk op dit punt te verduidelijken. Dat er ‘feitelijke gegevens’ zouden ontbreken is echter niet juist: de biografen baseren zich voornamelijk op de gegevens die te lezen staan in de brieven van Du Perron, welke gegevens dus al lang openbaar zijn.”

 

 1957279-6a0b9b5e0e156ae4eaeabbefeb16589e.jpg
Gerrit Borgers (18 september 1917 – 15 januari 1987)
Hier met dichteres Ellen Warmond

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Doris Mühringer werd geboren op 18 september 1920 in Graz. Zie ook alle tags voor Doris Mühringer op dit blog en ook mijn blog van 18 september 2010.

 

Zittern der Bäume

Hättest du Seelenhaare
fein
wie die Schnurrbartspitzen von Katzen
du fühltest das Zittern der Bäume
wenn du zu ihnen gehst
mit der Axt

 

 

Habe ein Haus

Habe ein Haus
Habe ein Dach auf dem Haus
Habe ein Fenster im Dach auf dem Haus
Habe Schnee auf dem Haus
Habe Schnee auf dem Dach auf dem Haus
Habe Schnee auf dem Fenster im Dach auf dem Haus
Habe es licht unterm Schnee auf dem Fenster im Dach auf dem Haus
Habe es warm unterm Schnee auf dem Dach auf dem Haus
Habe es still unterm Schnee auf dem Haus
Habe es still unterm Schnee

 

 1957279-86f2921c49436f3f793572698d451c03.jpg
Doris Mühringer (18 september 1920 - 26 mei 2009)

 

 

De Amerikaanse schrijver William March, pseudoniem van William Edward Campbell werd geboren op 18 september 1893 in Mobile, Alabama. Zie ook alle tags voor William March op dit blog en ook mijn blog van 18 september 2010.

Uit: The Bad Seed

“She had impressed the hour on her mind, saying to herself as she fell asleep, "You will awake precisely at six o'clock, even if something happens to the alarm"; but the alarm went off promptly, and, yawning a little, she sat up in bd. It was, she saw instantly, to be a beautiful day--the day Miss Octavia had promised. She pushed back her blond, almost flaxen, hair and went at once to the bathroom, staring at herself in the mirror for a long moment, her toothbrush held languidly in her hand, as though she were not quite decided what to do with it. Her eyes were gray, wide-set, and serene; her skin tanned and firm. She drew back her lips in that first tentative, trial smile of the day; and standing thus in front of her mirror, she listened absently to the sounds outside her window: an automobile starting in the distance, the twittering of sparrows in the live oaks that lined the quiet street, the sound of a child's voice raised suddenly and then hushed. Then, coming awake quickly, in possession once more of her usual energy, she bathed and dressed and went to her kitchen to begin breakfast. Later she went to her daughter's room to waken her. The room was empty, and it was so tidy that it gave the impression not having been used for a long time. The bed was nearly remade, the dressing-table immaculate, with each object in its accustomed place, turned at its usual angle. On a table near the window was one of the jigsaw puzzles that her daughter delighted in, a puzzle only half completed. Mrs. Penmark smiled to herself and went into the child's bathroom. The bathroom was as orderly as the bedroom had been, with the bath towel spread out precisely to dry; and Christine, seeing these things laughed softly, thinking: I never deserved such a capable child. When I was eight years old, I doubt if I could do anything. She went into the wide, elaborate hall with its elegant, old-fashioned parquetry floors of contrasting woods, and called gaily, "Rhoda! Rhoda! . . . Where are you, darling? Are you up and dressed so soon?" The child answered in her slow, cautions voice, as though the speaking of words were a perilous thing to be debated. "Here I am," she said. "Here, in the living-room." When speaking of her daughter, the adjectives that others most often used were "quaint," or "modest," or "old-fashioned"; and Mrs. Penmark, standing in the doorway, smiled in agreement and wondered from what source the child had inherited her repose, her neatness, her cool self-sufficiency. She said, coming into the room, "Were you really able to comb and plait your hair without my helping you?"

 

 1957279-eda3043dd487201de8a6ecdb7f9917c2.jpg
William March (18 september 1893 – 15 mei 1954)

 

 

De Duitse schrijfster Jayne-Ann Igel werd als Bernd Igel op 18 september 1954 in Dresden geboren. Zie ook alle tags voor Jayne-Ann Igel op dit blog en ook mijn blog van 18 september 2010.

 

Nachtfahrten

Die plattformen zwischen den waggons waren gelegentlich ganz von dampf ausgefüllt, weil irgendwo ein leck in der heizleitung oder die anschlußstutzen undicht – die an den bahnsteigen bereitgestellten züge wurden stationär mit wasserdampf beheizt, solang die lok noch nicht vorgespannt, und wie oft mußte ich mich durch diesen dunst schlagen, um in das wageninnere zu gelangen, kurz vor mitternacht, wenn ich den letzten zug nahm, der richtung r. ging, abfahrt 0.35 uhr.

Die waggons waren noch unbeleuchtet, aber schon unter dampf, der in schwaden aufstieg, es war ein rauschen zu vernehmen, ein zischen und tröpfeln, und dazwischen die stimme des zeitungsverkäufers, der durch die spärlich besetzten wagen stolperte, mit der neuesten ausgabe der azet überm arm – manchmal war unklar, ob das zischeln nicht von ihm herrührte, der dampf zwischen seinen zähnen hervordrang. Er wurde kaum eines seiner blätter los, an dieses fähnlein übernächtiger, die der dinge harrten; kurz vor abfahrt erschien dann der schaffner, der die beleuchtung einschaltete, sie wagen für wagen aufflackern ließ …

 

 1957279-c6b8ce4f591e85a67f2d556706312412.jpg
Jayne-Ann Igel (Leipzig, 18 september 1954)

 

 

De Nederlandse schrijver Jan Mens werd geboren in Amsterdam op 18 september 1897. Zie ook alle tags voor Jan Mens op dit blog en ook mijn blog van 18 september 2009 en ook mijn blog van 18 september 2010.

Uit: Mensen zonder geld

“Kleine Rosa sabbelt op een aardappelschil, zwarte vegen groezelen op het gelig gezichtje en haar blote billetjes schuren over het cement van de stoep. Een benauwde lucht van kool wasemt naar buiten. Rebecca is vroeg vanmorgen, want straks gaat ze naar het washuis en als ’t dan een beetje drogen wil, dan hebben de kinderen vanavond weer ’n schone broek om hun gat. Ja, Rebecca heeft ook liever van alles zes in d’r linnenkast, maar dan zou Maup wel reuze-mazzel moeten krijgen… ‘Ben je nóg niet op school?’ roept Rebecca tot Japie. ‘’t Is bij mijn gezond al half nege!’
‘Half negen!’ schrikt Japie, ‘moet ik me weer ’n beroerte lopen om op tijd op school te komen!’ Hij roept een vage groet en stevent haastig, ’n boterham in z’n vuist, het Zeeburgerpad af. Bij de walgelijk-stinkende huidenopslag knijpt hij zijn neus dicht: bah, wat een stank. Er is verdriet in Japie, verdriet en verzet, verzet tegen die rotbuurt waarin ze nu wonen. Hij kan hier niet wennen, moeder kan hier niet wennen. Vader zwijgt. Het wonder, het wonder zal hem hieruit verlossen.
Voor de brug bij het abattoir blijft Japie staan. Er rumoert een druk beweeg van auto’s en vrachtwagens en dof koeiengeloei slaat aan zijn oren. Een troep onwillige varkens wordt met luide vloeken de poort van het slachthuis binnen gedreven. Japie gaat even kijken op de markt, waar het vee in rijen staat opgesteld. ‘Hè jô,’ schreeuwt een veedrijver opeens tot hem, ‘hou es effe vast!’ Meteen duwt hij Japie een vettig touw in de hand. ‘Breng die koe maar effe naar de contrôle!’ Daar staat Japie, het smerige touw kleeft in zijn hand. De contrôle, Japie weet wel wat dat is, want hij zwerft hier elke dag.”

 

 1957279-ff3aa574bf9a149c8fbae6f201cbb1fa.jpg
Jan Mens (18 september 1897 – 31 oktober 1967)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e september ook mijn vorige blog van vandaag.


Geschreven door Romenu om 12:36 Reageer op dit bericht

Judite Maria de Carvalho, Justinus Kerner, Samuel Johnson, Tomás de Iriarte, Jens Rehn

De Portugese schrijfster en schilderes Judite Maria de Carvalho werd geboren op 18 september 1921 in Lissabon. Zie ook alle tags voor Judite Maria de Carvalho op dit blog en ook mijn blog van 18 september 2010.

Uit:Ces mots que l’on retient (Vertaald door Simone Biberfeld)

“L’homme, blafard, obséquieux, déférent, ouvre la porte de verre, la cale avec son pied (elle se referme automatiquement) – « Attention à la marche, ma-dame! » – s’incline un peu pour la laisser passer. Il serre contre sa poitrine le gros paquet rond, grossièrement enveloppé de papier brun, qu’il protège de sa main velue, aux ongles plats, dont l’un, celui de l’index, est jauni par le tabac. Graça lui offre en retour son sourire statique, impersonnel, quasi imperceptible, et se retrouve dans la rue, sous la pluie qui tombe, qui n’a pas cessé de tomber depuis le matin, et se demande pourquoi elle se croit toujours obligée de remercier, de payer de sourires différents – elle en a tellement, des sourires ! – amabilités et impolitesses. Celui-là, le dernier en date, est resté sur son visage, figé soudain, indissoluble dans l’air. Mais l’employé, à côté d’elle, ne s’aperçoit de rien – peu importe d’ailleurs ! –, la cliente sourit, c’est gentil de sa part. Du reste, il ne se dit rien du tout, car il lui tourne le dos, le bras droit levé. Mais le taxi ne s’arrête pas. Il est déjà pris.
« C’est toujours difficile à cette heure-ci, avec toute cette circulation, c’est embêtant. Mais avec de la patience... Le pire, c’est cette pluie. Quel temps !
Ça fait quinze jours... Ces bombes atomiques, madame, ces fusées vers la Lune, on dira ce qu’on voudra... Vous ne pensez pas ? Le progrès, le progrès... mais à quoi bon, je le demande ? Si au moins on découvrait des choses utiles, la guérison du cancer, par exemple... Façon de penser, bien sûr... Mais le fait est qu’en octobre, le 10 octobre, c’est incroyable. S’il n’en passe pas, on téléphonera à la station de taxis. Peutêtre, parfois... » Il parle posément, d’une voix ni trop haute, ni trop basse. Une voix douce, nette et appliquée, qui passe d’un sujet à l’autre sans changer de ton, sans se modifier, sans réagir à leur contact, toujours égale, indépendante du reste du corps, sans rapport avec la poitrine creuse (ou concave) où s’incruste, presque jusqu’à y pénétrer, le gros paquet de papier brun."

 

 1957273-62356a82dd401498b8b565b0840d3cfc.jpg
Judite Maria de Carvalho (18 september 1921 –18 januari 1998)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Justinus Andreas Christian Kerner werd geboren op 18 september 1786 in Ludwigsburg. Zie ook alle tags voor Justinus Kerner op dit blog en ook mijn blog van 18 september 2010.

 

Wanderung

Wohlauf und frisch gewandert ins unbekannte Land!
Zerrissen, ach zerrissen, ist manches teure Band.
Ihr heimatlichen Kreuze, wo ich oft betend lag,
Ihr Bäume, ach, ihr Hügel, oh blickt mir segnend nach.

Noch schläft die weite Erde, kein Vogel weckt den Hain,
Doch bin ich nicht verlassen, doch bin ich nicht allein,
Denn, ach, auf meinem Herzen trag' ich ihr teures Band,
Ich fühl's, und Erd und Himmel sind innig mir verwandt.

 

 

Lust der Sturmnacht

Wenn durch Berg und Tale draußen
Regen schauert, Stürme brausen,
Schild und Fenster hell erklirren,
Und in Nacht die Wandrer irren,
Ruht es sich so süß hier innen,
Aufgelöst in sel'ges Minnen;
All der goldne Himmelsschimmer
Flieht herein ins stille Zimmer:
Reiches Leben, hab Erbarmen!
Halt mich fest in linden Armen!
Lenzesblumen aufwärts dringen,
Wölklein ziehn und Vöglein singen.
Ende nie, du Sturmnacht, wilde!
Klirrt, ihr Fenster, schwankt, ihr Schilde,
Bäumt euch, Wälder, braus, o Welle,
Mich umfängt des Himmels Helle!

 

 1957273-4bb82624512d009b406ea05ed0586b32.jpg
Justinus Kerner (18 september 1786 - 21 februari 1862)
Portret Carl Rahl, voor 1864-65

 

 

De Britse lexicograaf, dichter, essayist en criticus Samuel Johnson werd geboren in Lichfield op 18 september 1709. Zie ook alle tags voor Samuel Johnson op dit blog en ook mijn blog van 18 september 2009 en ook mijn blog van 18 september 2010.

 

Autumn

Alas! with swift and silent pace,
Impatient time rolls on the year;
The Seasons change, and Nature's face
Now sweetly smiles, now frowns severe.

'Twas Spring, 'twas Summer, all was gay,
Now Autumn bends a cloudy brow;
The flowers of Spring are swept away,
And Summer fruits desert the bough.

The verdant leaves that play'd on high,
And wanton'd on the western breeze,
Now trod in dust neglected lie,
As Boreas strips the bending trees.

The fields that waved with golden grain,
As russet heaths are wild and bare;
Not moist with dew, but drench'd in rain,
Nor health nor pleasure wanders there.

No more, while through the midnight shade
Beneath the moon's pale orb I stray,
Soft pleasing woes my heart invade,
As Progne pours the melting lay.

From this capricious clime she soars,
O! would some god but wings supply!
To where each morn the Spring restores,
Companion of her flight I'd try.

Vain wish! me fate compels to bear
The downward season's iron reign,
Compels to breathe the polluted air,
And shiver on a blasted plain.

What bliss to life can Autumn yield,
If glooms, and showers,and storms prevail;
And Ceres flies the naked field,
And flowers and fruits, and Phoebus fail.

Oh! what remains, what lingers yet,
To cheer me in the darkening hour!
The grape remains! the friend of wit,
In love, and mirth, of mighty power.

Haste - press the clusters, fill the bowl;
Apollo! shoot thy parting ray:
This gives the sunshine of the soul,
This god of health, and verse, and day.

Still - still the jocund train shall flow,
The pulse with vigorous rapture beat;
My Stella with new charms shall glow,
And every bliss in wine shall meet.

 

 1957273-ac27531967edbed8819c8fc77416c06b.jpg
Samuel Johnson (18 september 1709 – 13 december 1784)
Portret door Joshua Reynolds, ca. 1756

 

 

De Spaanse dichter Tomás de Iriarte (of Yriarte) y Oropesa werd geboren op 18 september 1750 in La Orotava (nu Puerto de la Cruz), Tenerife. Zie ook alle tag voor Tomás de Iriarte op dit blog en ook mijn blog van 18 september 2010.

 

The Musical Ass

The fable which I now present,
Occurred to me by accident:
And whether bad or excellent,
Is merely so by accident.

A stupid ass this morning went
Into a field by accident:
And cropped his food, and was content,
Until he spied by accident
A flute, which some oblivious gent
Had left behind by accident;
When, sniffling it with eager scent,
He breathed on it by accident,
And made the hollow instrument
Emit a sound by accident.
'Hurrah, hurrah! exclaimed the brute,
'How cleverly I play the flute!'

A fool, in spite of Nature's bent,
May shine for once - by accident.

 

 1957273-2354ce596a7678da63a0a9b619122e62.jpg
Tomás de Iriarte (18 september 1750 - 17 september 1791)
Cover

 

 

De Duitse schrijver Jens Rehn werd als Otto Jens Luther op 18 september 1918 in Flensburg geboren. Zie ook alle tags voor Jens Rehn op dit blog en ook mijn blog van 18 september 2010.

Uit:Sterben in biblischer Wüste (Bespreking van “Nichts in Sicht” door Ursula März in de Frankfurter Rundschau, 2003))

“Jens Rehn hat vielmehr ein Buch hinterlassen. Ein bedeutsames Buch, seinen Erstlingsroman, ein 150-Seiten-Stück, das mit seinem Namen verbunden ist und ihn als (be)merkenswerten Schriftsteller ausweist; so als hätte Thomas Mann die Venedig-Novelle verfasst, nichts davor und nichts danach.
Nichts in Sicht erschien zuerst 1954, dann noch einmal 1978 und die Namen seiner sehr unterschiedlichen Kritiker, die es schon damals lobten, analysierten und der Öffentlichkeit ans Herz legten, spricht für sich: Gottfried Benn, Martin Walser, Marcel Reich-Ranicki. Sie alle schrieben Aufsätze und Rezensionen über den Roman, was vor allem bei Gottfried Benn erstaunt, der sich selten zu zeitgenössischer Literatur äußerte. Dennoch: Der Roman Nichts in Sicht ist weder im Lese- noch im Erinnerungskanon der deutschen Nachkriegsliteratur heimisch geworden, und er ist ihr auch, denkt man an Böll oder Borchert, eher wesensfremd. Man denkt bei der Lektüre dieses Buches, das nun zum dritten Mal veröffentlicht wird, vielmehr an Beckett und Camus. Den Werken des ersteren ähnelt es in der minimalistischen Szenerie mit radikal reduziertem Personal. Mit den Romanen des französischen Nachkriegsphilosophen teilt es die existentielle Fragestellung, das heißt auch den Gottesdiskurs, den sie einschließt.“

 

 1957273-c4a66ef5dcdde1f2edd710a2d386e9c8.jpg
Jens Rehn (18 september 1918 - 3 januari 1983)
Flensburg

Geschreven door Romenu om 12:20 Reageer op dit bericht

Michaël Zeeman, Armando, Ton Anbeek, Stephan Sarek, Omer Karel De Laey, Michael Deak

De Nederlandse dichter, schrijver, journalist en literair criticus Michaël Zeeman werd geboren op Marken op 18 september 1958. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Michaël Zeeman op dit blog.

Uit: Aan mijn voormalig vaderland (Ludwig Wittgenstein op het damestoilet)

“Bruce Duffy is een 40-jarige Amerikaanse anglist en filosoof, die een nieuw en huiveringwekkend literair genre heeft uitgevonden: de intellectuele streekroman. Dat is een genre dat enigszins doet denken aan de negentiende-eeuwse professorenroman. Toentertijd had je historici die hun machtige kennis van een bepaalde periode niet systematisch onderbrachten in een monografie, maar hun materiaal gebruikten om slopend informatieve romans te schrijven. Al die feiten, speculaties en wetenschapswaardigheden werden ondergebracht in een toneel waarop zich deels verzonnen, deels vrijelijk geordende historische gebeurtenissen afspeelden. Wat Bruce Duffy in zijn eerste roman, De wereld die ik aantref, heeft gedaan, lijkt daarop.
Zijn held is Ludwig Wittgenstein: dan zit je goed, want die is inmiddels al twintig jaar in de mode, moet hij gedacht hebben. Wittgensteins levensgeschiedenis en de levensverhalen van een touringcar vol tijdgenoten vormden de stof voor Duffy’s roman. Omdat Wittgenstein aan de rand van de Bloomsbury Group en de directe voorloper daarvan, de Cambridge Apostles, stond, en al die hyper-Britse apostelen en Bloomsburianen als een gek brieven en dagboeken hebben zitten schrijven, was er voor een roman materiaal te over. En interessant materiaal: Bloomsbury staat voor een prikkelende mengeling van brille en verslaving aan achterklap - wat wil je nog meer.
Bovendien is ook de geschiedenis van de Bloomsbury Group al meer dan vijftien jaar in de mode en heeft zich gedurende die tijd een heel leger van beroepsvoyeurs gestort op de uitgave van al hetgeen er aan brieven, dagboeken, aantekeningen en boodschappenbriefjes te vinden was. Van het overzicht van de menstruatiecyclus van Virginia Woolf tot en met de tabaksrekening van de zwarte pijproker G.E. Moore is het allemaal in elke enigszins geoutilleerde dorpsbibliotheek te vinden.
Van iedereen die enige originaliteit of esprit bezat en in de periode 1890-1940 met de universiteit van Cambridge of het artistieke leven in Londen te maken had weten we tamelijk nauwkeurig met wie hij of zij het deed, hoe, hoe vaak en met welk resultaat.”

 

 2073873-4f877d66433262bf4daea82e2a8db42e.jpg
Michaël Zeeman (18 september 1958 - 27 juli 2009)
Hier tijdens een podiumgesprek

 

 

De Nederlandse kunstschilder, beeldhouwer, dichter, schrijver, violist, acteur, journalist, film-, televisie- en theatermaker Armando werd geboren op 18 september 1929 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Armando op dit blog.

 

Omdat

Het kwam
omdat de vleugels zijn getroffen.

Het kwam
omdat de oogopslag achterwege bleef.

Omdat
het voorover viel
en nooit werd opgeraapt.

 

 2073873-93a32bdb25d7236a73c97d4afeb44bb9.jpg
Armando: Blätter, 2012

 

Paniek

Gedichten schrijven tegen de kou
in paniek brieven sturen,
een regel op het strijdbare papier,
letters met een stramme hand.

Gulzig naar berichten,
afwezig bij de ontvangst.

Bij gebrek aan voedsel
komt het steeds dichterbij.

 

 2073873-7df74dbf29d6429667fa8f1745af0a3b.jpg
Armando (Amsterdam, 18 september 1929)

 

 

De Nederlandse schrijver en letterkundige Ton Anbeek werd geboren in Ede op 18 september 1944. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Ton Anbeek op dit blog.

Uit:De verkeerde wereld van Gerrit Komrij

“Als op 6 april 648 voor Christus een zonsverduistering plaatsvindt, denkt de dichter Archilochos: nu is alles mogelijk. ‘Want,’ schrijft hij, ‘als Zeus de zon kan blussen, dan zullen ook de dieren des velds met de dolfijnen van weide kunnen wisselen.’
Dit is mogelijk de vroegste plaats waar een motief opduikt dat eeuwenlang dichters zal blijven boeien: de verkeerde wereld. Soms wordt het beeld gebruikt om een toestand van totale geestelijke verwarring aan te duiden. Bij Vergilius staat voor de herder die door zijn geliefde verlaten is de hele wereld op zijn kop: laat nu de wolf ook maar voor het schaap vluchten, eiken gouden appels dragen en uilen een zangwedstrijd houden met zwanen (die golden in de oudheid als de beste zangers). Zo wordt het motief meer dan eens gebruikt om lucht te geven aan een teleurgestelde liefde. Een zestiende-eeuwse Franse dichter klaagt bitter: ‘De zomer zal winter zijn en de lente herfst, / De lucht zwaar en lood licht, / Vissen zullen door de lucht reizen, / Stenen zullen met stemmen spreken, / Water zal vuur en vuur water worden / Voor ik me opnieuw laat verleiden tot verliefdheid.’
Het motief van de verkeerde wereld (mundus inversus) heeft eeuwenlang vele geesten geïnspireerd. Soms ging het dan louter om het spel van de omkering, zoals bij een middeleeuwse dichter die Vergilius wilde overtreffen door een uitputtende reeks onmogelijkheden op te sommen. Ook beeldende kunstenaars werden er door gefascineerd. Het bekende schilderij van Bruegel met de Vlaamse spreekwoorden laat onder meer de omgekeerde wereld zien. Op een mozaïek in de San Marco in Venetië dragen twee hazen een buitgemaakte vos weg. In het hout van kerkbanken en in de marges van manuscripten kan men de absurde voorstellingen ontdekken die de wereld op zijn kop zetten. Volgens sommige oude bronnen bestaat de verkeerde wereld ook echt, namelijk als het rijk van de geheimzinnige antipoden, waar mogelijk de Anti-Christ regeert. Hier verbindt zich het motief van de mundus inversus dan met de hel of het dodenrijk.”

 

 2073873-82550a2c9938e37a849e743072f25671.jpg
Ton Anbeek (18 september 1944)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Stephan Sarek werd geboren op 18 september 1957 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Stephan Sarek op dit blog.

 

Das Flüstern im Wald

Das Flüstern im Wald unter dem Tannengeäst,
wo das Dunkel der Nacht uns erschaudern läßt,
wo in tiefster Stille kein Laut mehr verhallt,
als der Hauch unseres Atems
und das Flüstern im Wald.

Längst können wir den Weg nicht mehr sehen,
woher wir kamen, wohin wir gehen.
Im Dunkel der Nacht, wo das Auge versagt,
wo Unvertrautes uns Schrecken einjagt,
da schlägt uns das Herz, da schnürt uns die Brust,
und wir werden uns unserer Ängste bewußt.
Und fürchten das Rascheln der Tannen, die kalt,
und bedrohlich raunen
und flüstern im Wald.

Die Kraft, die wir waren,
der Mut, den wir hatten,
verschwunden - und selbst unser Schatten
verschwand, und schon bald,
da zeichnet uns das Flüstern im Wald,
in das Dunkel der Nacht
manch düst're Gestalt.

Und wir kauern nieder,
verwundbar und blind,
wund und verwundert
und sind,
den Ängsten wehrlos überlassen,
die mit gierigen Fingern nach uns fassen,
uns in schreckliche Tiefen hinab zu zieh'n,
was gäben wir drum, diese Ängste zu flieh'n.

Doch wir hocken im Dunkel
unter dem Tannengeäst,
wo das Flüstern im Wald
uns erschaudern läßt.
Wie gern würden wir jetzt mit den Sorglosen tauschen
und können doch nichts tun,
bis auf eins vielleicht -
lauschen!

 

 2073873-816159122e1da808eeeef216c708c7aa.jpg
Stephan Sarek (Berlijn, 18 september 1957)
Berlijn 

 

 

De Vlaamse dichter, toneelschrijver en essayist Omer Karel De Laey werd geboren in Hooglede op 18 september 1876. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Omer Karel De Laey op dit blog.

 

Macht

Uit de vuilberookte smisse,
lijk 'n duivel, keek de smid
en z'n ogen, onder hunne
zwarte wimpers, blekten wit.

Opgezwollen lijk 'n padde,
wrocht de blaasbalg en hij spoog,
dat de vlam, in blauwe bekken,
door de wijde kave vloog.

Langs de strate, half bedeesd, in
't zomerzand, op hunne knien,
zaten jongens, naar de krinkels
van het dansend vuur, te zien.

Met z'n armen, taai lijk vlegels,
wonk de smid op hen en stond,
vaste, vóór z'n stalen aambeeld,
lijk genageld aan de grond.

In z'n vuisten, zat 'n tange,
die 'n gloeiend ijzer greep
en het, lijk 'n rode kreefte,
tussen heure benen neep.

En hij kleunde, met de moker,
op de hoepel van 'n wiel,
dat het grijmsel, door de daver,
van de zolderribben viel.

 

 2073873-3e8e90735454baea5f6b33e5031bdf37.jpg
Omer Karel De Laey (18 september 1876 - 16 december 1909)
Hooglede

 

 

De Nederlandse dichter, journalist en docent Michael Deak (pseudoniem van Simon Kapteijn) werd geboren op 18 september 1920 in Alkmaar. Michael Deak is op 5 september op 95-jarige leeftijd overleden. Zie ook alle tags voor Michael Deak op dit blog.

 

Lied en liefde

Vertolk het lied der late nachtegalen,
en leer de taal der tederheid verstaan
wanneer de vogelen der minne slaan
en onder ’t lover de gelieven dwalen.

Hun liederen zijn simpel te vertalen:
’t gefluit vangt luid met jubileren aan;
het klaagt zo traag van treurigheid en traan,
en ’t fluistert vaag verlangens ademhalen.

Maar wie de liefde vond en haar ontvlood
die laat zich zelden tot haar lied bepalen
en die geneest wel nimmer van haar malen
haar rode mond, haar borsten en haar schoot;
die zal een lief ter helle overhalen
onder het oog van Charoon en de dood.

 

 2073873-ae135af0a80ec341e7aba56bbe7e63ca.jpg
Michael Deak (18 september 1920 – 5 september 2016)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e september ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

H.H. ter Balkt, Piet Gerbrandy, William Carlos Williams, Ken Kesey, Abel Herzberg, Dilip Chitre, Ludwig Roman Fleischer, Albertine Sarrazin, Mary Stewart

De Nederlandse dichter H.H. (Herman Hendrik) ter Balkt werd geboren in Usselo op 17 september 1938. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor H. H. Ter Balkt op dit blog.

 

De intocht

Bosranden; belynxte daken. Veestapel mild bestierd,
Magusanus vereerd, en in de braamstruiken dropen bij
tijd en wijle wolven, everzwijnen af; rook trouw baken
wanneer je verdwaald was; runen wezen altijd de weg.

Toen dreunde, een dag, intocht van de taal, beelden
op munten verstomd, bliksemend weerlicht op mijlpalen;
toen bestonden wij pas: geschiedenis nam ons in, met
heldere weefsels, citroenen, ingekrastheid en wijn.

Intocht wees onze plaats aan: rebellie! Maar eerst
vervaardigden wij nog bakstenen, bouwden kazernes op,
boden onze rogge aan, wildbraad; langs hun straatweg.

Overwonnenen. Maar nu bestonden wij pas. Hoe machtig
hun wereld waarin bliksems heersten, getemde tekens
die alles verlichten! Wij staken de koppen bij elkaar.

 

 

Doods Droom Doos

Wat je niet denkt of raadt
Wat niet op je afrijdt
Op weg of straat, slaapt nog
In de Doods Droom Doos

Wat je niet zegt of vermoedt
Wat je niet overpeinst
Schenkt je zoeter dan room
Doods, Doods Droom Doos

Genadige hoop, concreter
Dan windroos en hondsroos
Verlaat ons niet, blijf weg
Van Doods, Doods Droom Doos.

 

 

Erger nog

'Erger nog, Nederland begint zijn kracht 
te verliezen,’ karmiakt een manifest uit
Nul 4; koude wind over de waterzuivering
aan de Zwartewaterallee bij de nertsfarm.

Chichele de aartsbisschop die de koning
de expeditie naar Frankrijk aanried, rust
oorlogen ten spijt in vol ornaat en ook
zonder, op zijn tombe in Canterbury en ja

het mooie oog van de maanvis trok van zee
naar koude zee, bij Katwijk; maar zijn oog
dat niet langer leefde bleef, wijdgeopend
nog altijd menselijk en bijna levend kijken.

 

 1956590-513e201ccecf1da2d1e244df0e4a467a.jpg
H.H. ter Balkt (17 september 1938 – 9 maart 2015)
 

 

 

De Nederlandse dichter, essayist en classicus Piet Gerbrandy werd geboren in Den Haag op 17 september 1958. Zie ook alle tags voor Piet Gerbrandy op dit blog.

 

Uit logeren

In een strak opgemaakte kuil
zich aan het koude laken warmen,
herten grazend op het dek.

Voor ogen kwam een heks, ontvleesde
botten aan haar romp, van kirren
niet meer bij. Paniek.

Waarna men weer het enge grootje
beffen wou. En in de hoek
haar afgezette benen.

 

 

Sluitende man I

Te midden van jaarloze flessen tast
schrander de gymnasiast naar contact in een muur
want aantocht van mensen is denkbaar.

Uit rokzak puilt een zinderende schuimkraag.

Staat kroegjool op springen, het lekt
in zijn aards gewelf - ach daar velt hem
vonkende stroom, stuipt zijn hart.

In baaierd van zwam zal zijn rotting
geknakt, hoge zijden gedeukt nog wat liggen.

Hij leeft. Hij vermoedt dat hij leeft.
Hij wendt zich van veel dingen af die zijn.

En sluitende man kiest hij vrouw
om aanspreekbaar te blijven.

 

 1956590-fb6c6a73dd44548e442c3374b41100ea.jpg
Piet Gerbrandy (Den Haag, 17 september 1958)

 

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

Gulls

My townspeople, beyond in the great world,
are many with whom it were far more
profitable for me to live than here with you.
These whirr about me calling, calling!
and for my own part I answer them, loud as I can,
but they, being free, pass!
I remain! Therefore, listen!
For you will not soon have another singer.

First I say this: you have seen
the strange birds, have you not, that sometimes
rest upon our river in winter?
Let them cause you to think well then of the storms
that drive many to shelter. These things
do not happen without reason.

And the next thing I say is this:
I saw an eagle once circling against the clouds
over one of our principal churches—
Easter, it was—a beautiful day!
three gulls came from above the river
and crossed slowly seaward!
Oh, I know you have your own hymns, I have heard them—
and because I knew they invoked some great protector
I could not be angry with you, no matter
how much they outraged true music—

You see, it is not necessary for us to leap at each other,
and, as I told you, in the end
the gulls moved seaward very quietly.

 

 

Postlude

Now that I have cooled to you
Let there be gold of tarnished masonry,
Temples soothed by the sun to ruin
That sleep utterly.
Give me hand for the dances,
Ripples at Philae, in and out,
And lips, my Lesbian,
Wall flowers that once were flame.

Your hair is my Carthage
And my arms the bow,
And our words arrows
To shoot the stars
Who from that misty sea
Swarm to destroy us.

But you there beside me—
Oh, how shall I defy you,
Who wound me in the night
With breasts shining
Like Venus and like Mars?
The night that is shouting Jason
When the loud eaves rattle
As with waves above me
Blue at the prow of my desire.

 

 1956590-a4ff30ecfd4e437b4bd549173b8fa848.jpg
William Carlos Williams (17 september 1883 - 4 maart 1963)
Borstbeeld door Frances Hulmes in het Meadowlands Museum in Rutherford, z.j.

 

 

De Amerikaanse schrijver Ken Kesey werd geboren in La Junta (Colorado) op 17 september 1935. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor Ken Kesey op dit blog.

Uit: One Flew Over the Cuckoo's Nest

“He walks to one of the card games, tips an Acute’s cards up with a thick, heavy finger, and squints at the hand and shakes his head.
“Yessir, that’s what I came to this establishment for, to bring you birds fun an’ entertainment around the gamin’ table. Nobody left in that Pendleton Work Farm to make my days interesting any more, so I requested a transfer, ya see. Needed some new blood. Hooee, look at the way this bird holds his cards, showin’ to everybody in a block; man! I’ll trim you babies like little lambs.”
Cheswick gathers his cards together. The redheaded man sticks his hand out for Cheswick to shake.
“Hello, buddy; what’s that you’re playin’? Pinochle? Jesus, no wonder you don’t care nothin’ about showing your hand. Don’t you have a straight deck around here? Well say, here we go, I brought along my own deck, just in case, has something in it other than face cards—and check the pictures, huh? Every one different. Fifty-two positions.”
Cheswick is pop-eyed already, and what he sees on those cards don’t help his condition.
“Easy now, don’t smudge ‘em; we got lots of time, lots of games ahead of us. I like to use my deck here because it takes at least a week for the other players to get to where they can even see the suit. ...”
He’s got on work-farm pants and shirt, sunned out till they’re the color of watered milk. His face and neck and arms are the color of oxblood leather from working long in the fields. He’s got a primer-black motorcycle cap stuck in his hair and a leather jacket over one arm, and he’s got on boots gray and dusty and heavy enough to kick a man half in two. He walks away from Cheswick and takes off the cap and goes to beating a dust storm out of his thigh. One of the black boys circles him with the thermometer, but he’s too quick for them; he slips in among the Acutes and starts moving around shaking hands before the black boy can take good aim.”

 

 1956590-e19f202766532ffa123eb592aaeb30da.jpg
Ken Kesey (17 september 1935 – 10 november 2001)
Scene uit de film uit 1975 met o.a. Jack Nicholson en Will Sampson

 

 

De Nederlandse toneel- en kroniekschrijver en essayist Abel Herzberg werd geboren in Amsterdam op 17 september 1893. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor Abel Herzberg op dit blog.

Uit: Meat and vegetables

‘Ja, nou je 't zegt, herinner ik me, dat de Levies uit de Breestraat - 't waren nette mensen, dáár niet van, al waren 't Joden- op 'n goeie dag langs ons huis gekomen zijn, allemaal met rugzakken op. M'n vrouw zegt nog: “waar gaan die naar toe?” Ik zeg: “mens, heb je 't niet gehoord? Die rotmoffen lusten ze niet”. Ze zijn nooit teruggekomen. En die Levie was een beste manufacturier. We missen hem echt.’
Is dat overdreven? Welnu, ik heb het zelf zo gehoord. En het is in elk geval de stijl van ‘de gewone man zegt er het zijne van’, of van ‘even afrekenen, heren’, of van ‘de familie Doorsnee’, kortom, van al die programma's, waarmede onze omroepverenigingen elkander een vlieg pogen af te vangen, en ons de dampen aandoen. Of een omroepvereniging ‘goed’ wordt gevonden, of een krant populair is, of een weekblad een grote oplage heeft, hangt af van de mate, waarin hij in de dorpsheid slaagt. In heel Nederland is nauwelijks één litterair-politiek maandblad te vinden, dat zich staande kan houden. En nu moet ik voor zo een uitermate gecompliceerd geval als het Joodse vraagstuk belangstelling zoeken.
Verleden jaar is er een boek verschenen over de concentratiekampen. Het was een heel goed boek, met een vrij volledig relaas van wat er gebeurd is. Maar er stond geen woord nieuws in. Alle kranten schreven kolommen lange artikelen. En uit al die artikelen bleek hetzelfde. Al onze journalisten hadden zich doodgeschrokken. 't Was net, of ze nog nooit van de zaak hadden gehoord. En hoeveel mensen hebben die artikelen gelezen? Als 't vijf procent van de abonné's is, dan is 't veel. De eerste druk van het boek, zegt men, is uitverkocht. Kunststuk! Kunt U mij ook vertellen, hoe groot de oplage was? 2000 exemplaren of 2500? Of 1500? Zes millioen mensen zijn vermoord, zo maar, om niets, of volgens nadere berekening ‘maar’ vier en een half millioen. Tragedies genoeg, zou je zo zeggen. Interessant genoeg voor een tijd en een wereld, waarin zo iets kan gebeuren. 't Is onze tijd en onze wereld. Nou, en wat dan nog? Was tante Sijtje of oom Guus of neef Janus, of nicht Loesje daar soms bij? Dat is het wat me kan schelen. Dit alles is niet als verwijt bedoeld. Men kan niet anders verwachten.“

 

 1956590-49df814a26af81163fe61b81e94d61ce.jpg
Abel Herzberg (17 september 1893 - Amsterdam, 19 mei 1989)

 

 

De Indiase dichter, schrijver, schilder en regisseur Dilip Purushottam Chitre werd geboren op 17 september 1938 in Baroda. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor Dilip Chitre op dit blog.

 

Prophets

Prophets have light
Screwed tight in their eyes. They cannot see the darkness
Inside their own loincloth. Their speech has grace
And their voice tenderness. When prophets arrive
Dogs do not bark. They only wag their tails
Like newspaper reporters. Their tongues hang out
And drool as profusely
As editorials.
Crowds in the street
Split up like watermelons
When prophets arrive.

But there are times when even the fuse of heavenly stars is blown
Space boils like a forgotten kettle
The screw comes off from the eyes
And the blinded prophet is stunned
It is then that he comprehends the spiral staircase of heaven made of iron
The complexity of its architecture.

It is the first time that he apprehends God's inhuman boredom
And the size of His shoes. The weight of His foot.
And the total monopoly reflected
In His every movement. It is then that he realises that
His journey so far is only
The space and time of His almighty yawn.


Vertaald door Shesha

 

 1956590-f9cddc7245f335f462f96930403f6fa3.jpg
Dilip Chitre (17 september 1938 – 10 december 2009)
Portret door Amitabh Mitra, 2009

 

 

De Oostenrijkse schrijver Ludwig Roman Fleischer werd geboren op 17 september 1952 in Wenen. Zie ook alle tags voor Ludwig Fleischer op dit blog en ook mijn blog van 17 september 2009 en ook mijn blog van 17 september 2010

Uit: Nichts als die Wahrheit

“Man kann mit Fug und Recht behaupten, dass England das Mutterland der Alltagsregulation ist. Alles und jedes wird reguliert und durch entsprechende Vorschriften definiert, deren Sinn die Mehrheit der Untertanen Ihrer Majestät zwar nicht kennt, die er aber ohne nachzudenken befolgt, weil es üblich ist. Üblich stammt im Deutschen aus der gleichen Wortwurzel wie übel. Der Sprecher des Deutschen tut daher wohl oder übel das Übliche. Die englischen Entsprechungen customary und habitually gestatten keine vergleichbare Ableitung, weshalb es für den Engländer viel leichter ist, das Übliche durchaus ungezwungen als das Gute anzusehen.Denken wir etwa an die segensreichen Folgewirkungen der übrigens aus der sehr kurzlebigen republikanisch-puritanischen Ära stammenden Sperrstundenregulation der englischen Pubs: Es ist ein unschätzbarer Vorteil der Insel gegenüber dem Kontinent, dass um zwanzig vor elf die Glocke ertönt, die last orders eingefordert werden. Sofort stürzen alle Gäste zur Bar, ergattern noch schnell zwei Pinten Bier, stürzen diese noch schneller hinunter, stürmen sodann ihre Automobile und fahren damit heimwärts. Alle gleichzeitig, wohlgemerkt! Dies erleichtert der Polizei in hohem Maße die nächtliche Verkehrsüberwachung. Eine kurze, heftige rush-home hour erfordert bedeutend weniger Aufwand als ein über die ganze Nacht ausgedünntes Verkehrsaufkommen unter Alkoholeinfluss. Planquadrat, Alkomatapplikation und Röhrlblasen erbringen weit bessere Trefferquoten als in Europa. Auch Rettungsdienste, Krankenhäuser und Ärzte profitieren: Nach einer relativ kurzen Phase intensiver, gezielter und effizienter Akkordarbeit kehrt ab etwa ein Uhr früh wieder Ruhe ein, was man zum Karten- und Würfelspiel, einer Runde Scrabble oder einem Nickerchen nützt.‘

 

 1956590-42e23b94d0a56509207de1a74b0792eb.jpg
Ludwig Roman Fleischer (Wenen, 17 september 1952)

 

 

De Franse dichteres en schrijfster Albertine Sarrazin werd geboren op 17 september 1937 in Allgiers. Zie ook mijn blog van 17 september 2008 en ook mijn blog van 17 september 2009 en ook mijn blog van 17 september 2010

 

Paris aux yeux tristes
 
Paris aux yeux tristes
Ciel inimité
En vain tourmenté
Des méchants artistes

Comme alors la reine
Je cours sans souliers
Aux blancs escaliers
Qu'a noyés la Seine

Richesse complète
Avoir mon tombeau
Au fin fond de l'eau
Où Paris reflète

 

 

Dormir en ces prairies

Dormir en ces prairies
Où les cerises sont
Comme de ronds glaçons
A manger non cueillies

Dormir comme angéliques
En un amoureux lit
Le ventre tout rempli
De sèves magnifiques

Dormir au monde indigne
Le laissant au sommeil
Quand vers notre réveil
Les soirs nous feront signes

Dormir avec toi j'erre
Puisqu'ainsi tu m'aimas
De perdre en cinémas
La moitié de ma terre

 

 1956590-9c3d7ad79f5ef9cf45ce28d23916a42b.jpg
Albertine Sarrazin (17 september 1937 – 10 juli 1967)

 

 

De Engelse schrijfster Mary Stewart werd geboren op 17 september 1916 in Sunderland. Zie ook alle tags voor Mary Stewart op dit blog en ook mijn blog van 17 september 2009 en ook mijn blog van 17 september 2010

Uit: Wild Girls

“My hometown, Swan River, could have been known for murder the way Chicago is known for pizza, Roswell for aliens.
It was our thing, our trivia fact, and it occurs to me now that if the Chamber of Commerce had known what they were doing, people could have come to us the way they go to the Massachusetts town where Lizzie Borden axed her parents. Not that we had any murderers who were as famous as Lizzie Borden, but we did have a pattern: teenage girls, usually between the ages of sixteen and eighteen, who killed and pillaged with the abandon of lifelong criminals. There was Margaret Reid, burning her parents’ farm in the 1890 ’s; Angie Davenport, rolling a car full of her high school classmates into a ravine; Misty Greco, smashing up the hardware store in the heat of a midsummer day. You never knew when a teenage girl would take it into her head to shove a shiv into somebody’s stomach, or cave in the back of their skull with a well-tossed brick.
In Swan River, we called these hellions the wild girls. I heard about them first from other kids, on the playground and at Girl Scout camp in the summer. With the hoods of sleeping bags pulled up over their heads, the older girls whispered about our homegrown terrors. The wild girls were reported to be able to fly. It was said that though their preferred weapon was fire, they could kill in any way they chose; some had strangled or drowned their victims, or bitten and torn their skin until they bled to death. Since people rarely saw a wild girl and survived, it wasn’t exactly clear what they looked like, and no one knew what triggered the change of an ordinary teenager to one of these fierce creatures. There was no clear cause, no toxic sludge in the drinking water. It was just something about our town-the high wooded ridges, the valleys where abandoned farms slowly decayed to the earth. There was a spirit here, dark and uncontainable, and once it got into you it wouldn’t let you go.
You had to talk to other kids about the wild girls, because the institutions of our town-the sheriff, the newspaper-preferred to act like they didn’t exist. They pretended that when Misty Greco killed four people in half an hour, it was just a regular murder, comparable to a school shoofing spree. But we knew that adults understood what was really happening, even if they never said so. As my sister Maggie said, when you turned sixteen everybody started to look at you as if you were the suicide bomber at the checkpoint, the enemy in disguise”.

 

 1956590-f11a1a3f0cfdfaffc7742d5c0366b5d6.jpg
Mary Stewart (17 september 1916 – 9 mei 2014)

Geschreven door Romenu om 10:47 Reageer op dit bericht

In Memoriam Edward Albee

 

In Memoriam Edward Albee

 

De Amerikaanse toneelschrijver Edward Albee is op 88-jarige leeftijd overleden. Edward Albee werd geboren op 12 maart 1928 in Washington DC. Zie ook alle tags voor Edward Albee op dit blog.

Uit: Who’s Afraid of Virginia Woolf?

„GEORGE. Well. just stay on your feet, that’s all These people are your guess, you know, and…
MARTHA. I can’t even see you I haven’t been able to see you for years…
GEORGE. if you pass out, or throw up, or something…
MARTHA. I mean, you’re a blank, a cipher…
GEORGE. and try to keep your clothes on. too. There aren’t many more sickening sights than you with a couple of drinks in you and your skirt up over your head…
MARTHA : …..a zero………
GEORGE. . . . your heads I should say . .. (The fiontdoorbell chimes.)
MARTHA: Party! Party!
GEORGE. Murderously) I’m really looking forward to this, Martha…
MARTHA. (Same) Go answer the door.
GEORGE. (Not moving.) You answer it.
MARTHA. Get to that door, you. (He does not move.) I'll fix you, you…
GEORGE. (Fake-spits.) To you (Door chime again.)
MARTHA. (Shouting… to the door.) C’MON IN! (To George, between her teeth.) I said, get over there!
GEORGE. (Moving toward the door.) All right, love whatever love wants. Isn’t it nice the way some people have manners, though, even in this day and age? Isn’t it nice that some people won’t just come braking into other people’s house: even if they do hear some subhuman monster yowling at ’em from inside…?

 

 1956526-e5e9ee58657eaa04288df92374aaca1f.jpg
Scene uit de film van Mike Nichols met o.a. Richard Burton en Elizabeth Taylor (1966)

 

MARTHA. FUCK YOU! (Simultaneously with Martha’s last remark, George flings open the font door. Honey and Nick are framed in the entrance. There is a brief silence then…)
GEORGE. (Ostensibly a pleased recognition of Honey and Nick, but really satifaction at having Martha’s explosion overheard)
Ahhhhhhhhh!
MARTHA. (A little too loud... to cover) HI! Hi, there…c’mon in!
HONEY and NICK. (Ad lib.) Hello, here we are hi… (Etc.)
GEORGE. (Very matter-off-factky) You must be our little guests.
MARTHA. Ha, ha, ha, HA! Just ignore old sour-puss over there. C’mon in, kids give your coats and stuff to sour-puss.
NICK. (Without expression.) Well, now, perhaps we shouldn’t have come.
HONEY. Yes… it is late, …and…
MARTHA. Late! Are you kidding? Throw your stuff down anywhere and c’mon in.
GEORGE. (Vaguely walking away) Anywhere . .. furniture, floor doesn’t make any difference around this place.
NICK. (To Honey) I told you we shouldn’t have come.
MARTHA. (Stentorian) I said c’mon in! Now c’mon!”

 

 1956526-611bffe8ba75e03c5e9413eb2cbea229.jpg
Edward Albee (12 maart 1928 – 16 september 2016)

Geschreven door Romenu om 08:02 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten