Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 20 oktober 2016 tot 21 oktober 2016

Martin Bril, Doeschka Meijsing, Daan Doesborgh, Alphonse de Lamartine, Samuel T. Coleridge, Patrick Kavanagh, Tariq Ali, Nikos Engonopoulos

De Nederlandse dichter, columnist en schrijver Martin Bril werd geboren in Utrecht op 21 oktober 1959. Zie ook mijn blog van 21 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Martin Bril op dit blog.

Uit:Sampleton

„Door een merkwaardige speling van het lot kwam ik eind jaren tachtig voor twee dagen per week bij uitgeverij De Bezige Bij te werken. Mijn belangrijkste taak was het behandelen en verwerken van de post; meer in het bijzonder: het lezen en beoordelen van manuscripten. Niemand had mij gevraagd dat te doen, het was een van de minst populaire karweitjes op de uitgeverij, maar toen ik er een keer mee begonnen was, kreeg ik er geen genoeg van.
Er kwamen per week rond de honderd manuscripten binnen. Handgeschreven of met de typemachine vervaardigd, sommige met de hand gebonden, andere niet eens voorzien van paginanummers, gedichtenbundels en enorme romans, bekentenisliteratuur, levensgeschiedenissen en aperte onzin; ik vond het heerlijk. Eén keer heb ik in al die post iets gevonden wat volgens mij een boek zou kunnen worden, en dat was het ook, ware het niet dat de schrijver zich bij het tekenen van de contracten ontpopte als een crypto-fascist. Dat was nou net een stap te ver voor een voormalige verzetsuitgeverij.
De belangrijkste les die ik trok uit de manuscriptenberg was deze: wie in de literatuur de weg niet weet en gewoon zijn boek opstuurt naar de eerste de beste (de meeste inzenders stuurden hun geesteskind na afwijzing door mij gewoon op naar de volgende uitgeverij), hoort in de literatuur niet thuis. Schrijven is niet alleen hard werken, maar ook sociale vaardigheid. Wie droomt van een carrière in de letteren, heeft vrienden die hetzelfde dromen, kent mensen die een tijdschriftje runnen, publiceert daar zijn eerste vrucht, na enig aandringen, of na lange vergaderingen tot diep in de nacht, en vanaf dat punt gaat het verder, of niet. Met deze les in mijn zakdoek geknoopt ging ik er toe over alle manuscripten ongelezen terug te sturen, en nooit heeft De Bezige Bij om die reden een bestseller gemist.
Ik had dus mijn handen vrij om iets anders te doen. Ik redigeerde een boek van Tymen Trolsky (die Jasper Mikkers bleek te heten), ik schreef eens wat flapteksten, ik vergaderde, ik las buitenlandse boeken en ik at veel pannenkoeken bij café Loetje om de hoek. Al met al een mooie betrekking. Ook hing ik vaak uren aan de telefoon met vriendinnen in het buitenland.”

 

 1968208-91e0b8290fd641229f1cb7175486381a.jpg
Martin Bril (Utrecht, 21 oktober 1959 - 22 april 2009)

 

 

De Nederlandse schrijfster Doeschka Meijsing werd geboren in Eindhoven op 21 oktober 1947. Zie ook mijn blog van 21 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Doeschka Meijsing op dit blog.

Uit:De wegen der verbeelding. Over de ‘fictieve’ romans van Hella S. Haasse

“Om ons te begeven op de ‘wegen der verbeelding’, die Hella Haasse in zeven van haar romans gaat, zullen we ons moeten verplaatsen naar die zonnige morgen, ergens omstreeks 1775, dat Faust en zijn assistent / bediende Wagner een ochtendwandeling maken. De voorafgaande nacht heeft Faust het zwaar te stellen gehad. In zijn studeerkamer heeft hij zijn wanhoop uitgesproken over het te kort schieten van de wetenschap om tot ware kennis te komen. Hij wendt zich niet tot satanische machten, die hem kennis, macht en genot beloven, maar roept de hulp in van de aardgeest, de werkende kracht van de natuur. Door hem wil hij deel hebben aan het goddelijke ‘al’.
Honend wijst de geest hem terug naar de boekenplanken van zijn studeerkamer. En tot overmaat van ramp verschijnt dan ook nog zijn assistent Wagner ten tonele, met nachtkaars en slaapmuts, om zijn meester de burgerlijke tevredenheid voor te houden: ‘Ach Gott! Die Kunst ist lang, / Und kurz ist unser Leben.’ Tot het uiterste getergd ziet Faust alleen nog maar een oplossing in een vrijwillige dood.
Hij wordt daarvan afgehouden door het beieren van de paasklokken en de tweede scène toont ons Faust en Wagner op hun wandeling de volgende morgen. Het is Pasen, de donkere nacht is voorbij, naar alle kanten bot de lente uit en de straten zijn vergeven van burgers, soldaten, scholieren en meisjes, die allen het hoogste lied van tevredenheid en geluk zingen. Deze onbekommerdheid is Faust niet gegeven. Opnieuw gekweld door het besef van de beperkingen van het menselijk vermogen verzucht hij: ‘Zwei Seelen wohnen, ach! in meiner Brust, / Die eine will sich von der andern trennen; / Die eine hält, in derber Liebeslust, / Sich an die Welt mit klammernden Organen;/ Die andre hebt gewaltsam sich vom Dust/ Zu den Gefilden hoher Ahnen.’
We zullen Faust niet verder volgen op zijn moeizame tocht en ons beperken tot het ‘zwei Seelen wohnen, ach!’, dat zo typerend is voor de zeven onderhavige romans uit het oeuvre van Hella S. Haasse.”

 

 1968208-517962f68ca4d300f10545b47db2dc40.png
Doeschka Meijsing (21 oktober 1947 – 30 januari 2012)

 

 

De Nederlandse dichter Daan Doesborgh werd geboren op 21 oktober 1988 in Steyl. Zie ook alle tags voor Daan Doesborgh op dit blog.

 

De dronkaard
Bukowski en ik

Na verloop van tijd
Toen de fles al geen effect meer had
Hij voelde dat zijn lichaam stierf
Is hij poëzie gaan schrijven

Zijn blaas hield niets meer binnen
Zijn maag stak
Zijn lever stak
Zijn nieren staken

Hij schreef over
de wereld rond zijn baard
Schreef een week over haar
Een jaar over zijn vader
Over zijn moeder schreef hij niet

Zijn vulpen raakte leeg
Zijn lichaam staakte vaker
Zijn baard begon te zwijgen
Zijn vulpen raakte leeg

Tot men hem vond
op de grond met alle gedichten
door zijn laatste pis onleesbaar gemaakt

 

 1968208-38d831885ac25068443c08544154ae82.jpg
Daan Doesborgh (Steyl, 21 oktober 1988)

 

 

De Franse dichter en schrijver Alphonse de Lamartine werd geboren op 21 oktober 1790 in Mâcon. Zie ook mijn blog van 21 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Alphonse de Lamartine op dit blog.

 

Tristesse

Ramenez-moi, disais-je, au fortuné rivage
Où Naples réfléchit dans une mer d'azur
Ses palais, ses coteaux, ses astres sans nuage,
Où l'oranger fleurit sous un ciel toujours pur.
Que tardez-vous? Partons! Je veux revoir encore
Le Vésuve enflammé sortant du sein des eaux;
Je veux de ses hauteurs voir se lever l'aurore;
Je veux, guidant les pas de celle que j'adore,
Redescendre, en rêvant, de ces riants coteaux;
Suis-moi dans les détours de ce golfe tranquille;
Retournons sur ces bords à nos pas si connus,
Aux jardins de Cinthie, au tombeau de Virgile,
Près des débris épars du temple de Vénus :
Là, sous les orangers, sous la vigne fleurie,
Dont le pampre flexible au myrte se marie,
Et tresse sur ta tête une voûte de fleurs,
Au doux bruit de la vague ou du vent qui murmure,
Seuls avec notre amour, seuls avec la nature,
La vie et la lumière auront plus de douceurs.

De mes jours pâlissants le flambeau se consume,
Il s'éteint par degrés au souffle du malheur,
Ou, s'il jette parfois une faible lueur,
C'est quand ton souvenir dans mon sein le rallume;
Je ne sais si les dieux me permettront enfin
D'achever ici-bas ma pénible journée.
Mon horizon se borne, et mon oeil incertain
Ose l'étendre à peine au-delà d'une année.
Mais s'il faut périr au matin,
S'il faut, sur une terre au bonheur destinée,
Laisser échapper de ma main
Cette coupe que le destin
Semblait avoir pour moi de roses couronnée,
Je ne demande aux dieux que de guider mes pas
Jusqu'aux bords qu'embellit ta mémoire chérie,
De saluer de loin ces fortunés climats,
Et de mourir aux lieux où j'ai goûté la vie.

 

 1968208-27718415d96430f540221e3c5339b7b5.JPG
Alphonse de Lamartine (21 oktober 1790 – 28 februari 1869)  
Standbeeld in Belley

 

 

De Engels dichter en criticus Samuel Taylor Coleridge werd geboren op 21 oktober 1772 in Ottery St. Mary, Devonshire. Zie ook mijn blog van 21 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Samuel T. Coleridge op dit blog.

 

The Rime of the Ancient Mariner (Fragment)

And lo ! the Albatross proveth a bird of good omen, and followeth the ship
as it returned northward through fog and floating ice.

And a good south wind sprung up behind ;
The Albatross did follow,
And every day, for food or play,
Came to the mariner's hollo !

In mist or cloud, on mast or shroud,
It perched for vespers nine ;
Whiles all the night, through fog-smoke white,
Glimmered the white Moon-shine.'

The ancient Mariner inhospitably killeth the pious bird of good omen.

`God save thee, ancient Mariner !
From the fiends, that plague thee thus !--
Why look'st thou so ?'--With my cross-bow
I shot the ALBATROSS.

PART II

The Sun now rose upon the right :
Out of the sea came he,
Still hid in mist, and on the left
Went down into the sea.

And the good south wind still blew behind,
But no sweet bird did follow,
Nor any day for food or play
Came to the mariners' hollo !

His shipmates cry out against the ancient Mariner, for killing the bird of
good luck.

And I had done an hellish thing,
And it would work 'em woe :
For all averred, I had killed the bird
That made the breeze to blow.
Ah wretch ! said they, the bird to slay,
That made the breeze to blow !

 

 1968208-91269d6f26115151a3166831dd338117.jpg
Samuel T. Coleridge (21 oktober 1772 – 25 juli 1834)
Portret door Pieter van Dycke, 1795

 

 

De Ierse dichter Patrick Kavanagh werd geboren op 21 oktober 1904 in County Monaghan. Zie ook mijn blog van 21 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Patrick Kavanagh op dit blog.

 

Canal Bank Walk

Leafy-with-love banks and the green waters of the canal
Pouring redemption for me, that I do
The will of God, wallow in the habitual, the banal,
Grow with nature again as before I grew.
The bright stick trapped, the breeze adding a third
Party to the couple kissing on an old seat,
And a bird gathering materials for the nest for the Word
Eloquently new and abandoned to its delirious beat.
O unworn world enrapture me, encapture me in a web
Of fabulous grass and eternal voices by a beech,
Feed the gaping need of my senses, give me ad lib
To pray unselfconsciously with overflowing speech
For this soul needs to be honoured with a new dress woven
From green and blue things and arguments that cannot be proven.

 

 

Gospel

We are the children of light,
Wise, not companioned
By goats
In a condemned graveyard.

Backward blowing
Blizzards of memory
Flatten out
The genealogies.

But here a point,
The objective essence
We work in.
We shall not drink from the stink-pots.

Propaganda,
Gospel spread
With tin shovels,
We are this generation.

 

 1968208-a6b4be1c46e524d22f556cdd99840151.jpg
Patrick Kavanagh (21 oktober 1904 – 30 november 1967)
Standbeeld langs het Grand Canal, Dublin

 

 

De Pakistaanse auteur, journalist en filmmaker Tariq Ali werd geboren in Lahore op 21 oktober 1943. . Zie ook alle tags voor Tariq Ali op dit blog en ook mijn blog van 21 oktober 2009 en ook mijn blog van 21 oktober 2010

Uit: Shadows of the Pomegranate Tree

“This was not strictly true, but soldiers are not accustomed to questioning those in authority. Once he was satisfied that his instruction had been fully understood, the Archbishop dismissed them. He had wanted to make it clear that the cowl was in command of the sword. A week later, on the first day of December in the year 1499, Christian soldiers under the command of five knight-commanders entered the one hundred and ninety-five libraries of the city and a dozen mansions where some of the better-known private collections were housed. Everything written in Arabic was confiscated.
The day before, scholars in the service of the Church had convinced Cisneros to exempt three hundred manuscripts from his edict. He had agreed, provided they were placed in the new library he was preparing to endow in Alcala. The bulk of these were Arab manuals of medicine and astronomy. They represented the major advances in these and related sciences since the days of antiquity. Here was much of the material which had travelled from the peninsula of al-Andalus as well as Sicily to the rest of Europe and paved the way for the Renaissance.
Several thousand copies of the Koran, together with learned commentaries and theological and philosophical reflections on its merits and demerits, all crafted in the most exquisite calligraphy, were carted away indiscriminately by the men in uniform. Rare manuscripts vital to the entire architecture of intellectual life in al-Andalus, were crammed in makeshift bundles on the backs of soldiers.
Throughout the day the soldiers constructed a rampart of hundreds of thousands of manuscripts. The collective wisdom of the entire peninsula lay in the old silk market below the Bab al-Ramla.”

 

 1968208-3d11a8b067af606764c792bf35831521.jpg
Tariq Ali (Lahore, 21 oktober 1943)

 

 

De Griekse dichter en schilder Nikos Engonopoulos werd geboren op 21 oktober 1907 in Athene. Zie ook alle tags voor Nikos Engonopoulos op dit blog en ook mijn blog van 21 oktober 2009 en ook mijn blog van 21 oktober 2010

 

BOLIVÁR (Fragment)

A Greek Poem

You saw the light for the first time in Caracas. Your light,
Bolivár, for before you came the whole of South America
    was plunged in bitter darkness.
Now your name is a blazing torch, lighting America, North and
    South, and all the world!
The Amazon and Orinoco rivers spring from your eyes.
The high mountains are rooted in your breast,
The Andes range is your backbone.
On the crown of your head, brave palikar, run unbroken
    stallions and wild cattle,
The wealth of Argentina.
On your belly sprawl vast coffee plantations.


When you speak, terrible earthquakes spread devastation,
From Patagonia’s formidable deserts as far as the colourful
    islands,
Volcanoes erupt in Peru and vomit their wrath in the heavens,
Everywhere the earth trembles and the icons creak in Kastoria,
The silent town beside the lake.
Bolivár, you have the beauty of a Greek.


I first encountered you, as a child, in one of Phanar’s steep
    cobbled streets,
A lighted lamp in Mouchlio illumined your noble face.
Are you, I wonder, one of the myriad forms assumed, and
    successively discarded by Constantine Palaeologus?

 

 1968208-0caf4c904d4a71010b1ba6b4226bf5cf.jpg
Nikos Engonopoulos (21 oktober 1907 – 31 oktober 1985)
Orpheus door Nikos Engonopoulos, 1967

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e oktober ook mijn blog van 21 oktober 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

 

Geschreven door Romenu om 17:32 Reageer op dit bericht

Hans Warren, Mustafa Stitou, Hans Maarten van den Brink, Arthur Rimbaud, Marnix Gijsen, Oskar Pastior, Elfriede Jelinek, Robert Pinsky

De Nederlandse dichter, schrijver en criticus Hans Warren werd op 20 oktober 1921 geboren in Borssele. Zie ook mijn blog van 20 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Hans Warren op dit blog.

Uit:Geheim dagboek 1981 – 1982 (Deel 15)

“14 september 1982 Gisteren om kwart over zeven opgestaan, met de trein van kwart over negen naar Leiden met een koffer vol dichtbundels uit 1981. In de trein heb ik nog eens aandachtig Lichtval van Hans Faverey en Gerrit Komrijs De os op de klokketoren gelezen, want om die twee gaat het volgens mij. Ik was bang dat ik de heren niet mee zou krijgen. Gerrit heeft veel mensen tegen zich in ’t harnas gejaagd door bijtend kritische opmerkingen.
Om elf uur arriveerden we in Leiden. We namen een taxi naar Oegstgeest (…), het bleek niet ver. Een groot, in de jaren twintig gezet huis, nogal somber, met veel houtwerk overal, vrij luxueus. Ook wat de inrichting betreft, al viel er weinig écht moois te bewonderen, zelfs de Perzische tapijten waren niet bijzonder. Veel exotisch spul, meegebracht van reizen in Oost en West door Heleen, Nagels vrouw. Zij deed open, Nagel kwam de trap af schuifelen. Zijn voeteuvel leek mee te vallen. (…)
Kort na ons kwam ook Adriaan van Dis (halverwege de dertig, schat ik), fors, met grijzend krulhaar, een wat verwijfd gezicht, putje in de kin, hoge stem. Vermoedelijk homo, ik ben er niet zeker van. We dronken een kop koffie in de zitkamer, Nagel weidde over zijn kwalen uit. Van Dis reageerde al te vlot (‘Gevolg van een geslachtsziekte zeker’) en de consumpties waren niet best. Slechte koffie, koek die ik vanwege het uiterlijk veiligheidshalve afsloeg. We gingen aan het werk in een ander vertrek. Mario zat erbij of hij ook lid van de jury was. Het bleek al snel dat Van Dis eveneens Gerrit bovenaan had staan, en Nagel sloot zich onmiddellijk aan hoewel hij de bundel niet gelezen had. Hij begon: ‘dat moeten jullie dan maar niet zeggen natuurlijk.’ Ik vond dat dit echt niet kon. Ik weet niet of ik brutaal geweest ben, maar zei: ‘Trek je dan een half uur terug, lees de bundel, dan heb je ten minste la conscience nette!’ Dat heeft hij gedaan. (…) We hakten de knoop door: als het aan ons ligt, krijgt De os op de klokketoren de Herman Gorterprijs 1981. Ik was heel gelukkig.”

 

Saïd

Vluchtig met armen
vluchtig als getatoueerde meisjes
als een hart met kruislings
mes en pijl, droppend van bloed.
Haar, mos van nachtelijke steppen
bitter doordrenkt met regen,
ogen dieper dan mediterrane zonnen
schroeiend gaten in elke sluier,
in elke handpalm die afwerend
nog doven wil;
aluinen huid
van de schouderaccolade neerwaarts
ruw overklauwd
met faunebeten, vossesporen,
littekens harsig als de wind
in 't land van Nepal,
voeten, duikelaarsvoeten,
zwaar, maar rennend de herfst uit
in een wervelstorm van bladeren.

 

 

Toeval

Het wintert in Pompeï. De tijd
van vegen, opruimen, restaureren
en verder graven in de as.
Er zijn recruten ingezet,
soms wordt een kiek gemaakt.

Zes jaar verlopen, en in je tent
's nachts om drie uur toon je me foto's:
kijk, toen was ik in dienst,
we groeven een villa op in Pompeï,
het was berekoud, ik heb nog
een munt achterover kunnen drukken, hier!

Weer een paar jaren later blader ik
in een catalogus over Pompeï. Met een schok
herken ik de foto, je dikke trui, je mutsje, het was berekoud, zei je. Het muntje
schuift koel over mijn warme borst.

 

1967624-162780623c61168f4bf6e5c315113a6b.JPG
Hans Warren (20 oktober 1921 – 19 december 2001)
          

 

De Marokkaans-Nederlandse dichter Mustafa Stitou werd geboren in Tétouan op 20 oktober 1974. Zie ook alle tags voor Moustafa Stitou op dit blog.

 

Twee halve gezichten

Twee halve gezichten heb ik.
Twee halve gezichten.

Doe wat je Vader zegt,
zegt de sleutelhanger,
en je zult veilig zijn.

En het lege slakkenhuis?
Het schimmelende brood?
Het doosje condooms?

Het muizengif? Het jankende
feestmasker aan de muur?
De blakende sinaasappel
op het dressoir? Het kammetje
van het merk Unbreakable?
Haar handschoenen die zij
inderhaast is vergeten?

Twee halve gezichten.

En de achterdocht
in mijn pretoogjes?
Sterk als de impuls
verantwoordelijkheid
te weigeren!

De sleutelhanger zegt:
Doe wat je Vader zegt
en je zult veilig zijn.

Maar het slakkenhuis
zegt de god van de vreugde na
(en de vrijheid):
Vergeet het verschil
en je zult identiteit vinden

 

 1967624-eec8d5c627dea7ac99d6fd9670a6ffec.gif
Mustafa Stitou (Tétouan, 20 oktober 1974)

 

 

De Nederlandse schrijver en journalist Hans Maarten van den Brink werd geboren in Oegstgeest op 20 oktober 1956. Zie ook alle tags voor Hans Maarten van den Brink op dit blog.

Uit: Over het water

“Ik stelde me voor hoe de spitse, met koper beslagen punt van onze boot door het water schoot, even duikend op het moment dat wij onze bladen vasthaakten, dan weer schuin omhoog en voorwaarts bewegend, duikend, versnellend.
Langs het gras, langs het riet, als een jonge snoek die nu eens niet wil duiken maar vlak onder de water-spiegel achter een prooi aanjaagt die hem niet meer kan ontgaan, vanuit de donkere diepte nagestaard door het gewone volk van traag happende vissen. Maar ik dacht natuurlijk niet in vergelijkingen, want alles ging vanzelf. Ik voelde het water door mijn haren en over mijn gezicht stromen. Als ik had willen huilen, had ik het niet gemerkt.
Van het ene op het andere moment was de regen voorbij en onmiddellijk scheen ook de zon weer, alsof hij niet was weggeweest en misschien was dat ook wel zo, want het was ook gedurende de bui opmerkelijk licht en warm gebleven. Terwijl de laatste druppels vielen, meer vanuit de takken en bladeren langs de waterkant dan uit de hemel, vertraagde ik met lange halen onze vaart. Vijf, misschien zes minuten had het alles bij elkaar geduurd. Het wateroppervlak werd nu alleen nog maar gebroken door het eenzame spoor van kolken dat we erin achterlieten en dat lang zichtbaar bleef in het stille water voor ik het in een flauwe bocht zag vervagen en het weer één werd met de rivier. Mijn huid tintelde. Hier en daar begon een vogel aarzelend te zingen. Achter me hoorde ik David.
‘Hmmmm,’ zei hij genietend.
De zomermaanden waren warm en duurden lang. David had zijn koffers gepakt, zijn tennisrackets, de Engelse romans waar zijn zuster zo om moest lachen (maar die hij ook soms las, gaf hij grootmoedig toe) en was met de familie naar Zwitserland vertrokken. Ook Schneiderhahn was de stad uit en ditmaal vergden zijn zaken meer dan enkele dagen.
Tot september zouden we hem niet zien, zei hij, hij reisde zuidwaarts, maar hij vertrouwde erop dat we gedurende de zomer onze spieren zouden onderhouden en hij gaf ons de datum en het tijdstip waarop hij ons weer op het vlot verwachtte. Gezond, in sporttenue en pünktlich - alsof we na meer dan twee maanden dan ineens geen minuut meer mochten verliezen.”

 

 1967624-97fdb2a09c230226f5647fc2cceedc10.jpg
Hans Maarten van den Brink (Oegstgeest, 20 oktober 1956)

 

 

De Franse dichter Arthur Rimbaud werd geboren op 20 oktober 1854 in Charleville. Zie ook mijn blog van 20 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Arthur Rimbaud op dit blog.

Uit: Une saison en enfer (Vertaald door Frank d'Esprit)

 

Om vier uur ’s morgens, in de zomer,
Duurt de liefdesslaap nog.
Onder de bosjes vervliegt
De geur van de feestavond.

Daar beneden, in hun ruime werf
Bij de zon der Hesperiden,
Roeren zich al – in hemdsmouwen –
De Timmerlieden.

In hun Woestenijen van mos, rustig,
Maken ze de kostbare lambriseringen klaar
Waar de stad
Valse hemelen zal schilderen.

O, voor deze bekoorlijke Werkers
Onderdanen van een koning van Babylon,
Venus! verlaat een ogenblik de Geliefden
Wier ziel gekroond is.

O Koningin der Herders,
Draag naar de arbeiders het levenswater,
Zodat hun krachten in vrede zijn
Wachtend op het bad in zee ’s middags.

De dichterlijke oude rommel had een goed aandeel in mijn alchemie van het woord.
Ik raakte gewend aan de banale hallucinatie: ik zag simpelweg een moskee in plaats van een fabriek, een tamboerenschool gemaakt door engelen, koetsen op de hemelwegen, een salon op de bodem van een meer; de monsters, de mysteries; een titel van een kluchtspel riep schrikbeelden voor me op.
Dan verklaarde ik mijn magische sofismen met de hallucinatie van de woorden!
Ik eindig met de wanorde van mijn geest heilig te vinden. Ik was loom, ten prooi aan zware koorts: ik benijdde de gelukzaligheid van de beesten, – de rupsen, die de onschuld voorstellen van het voorgeborchte, de mollen, de slaap van de maagdelijkheid!
Mijn karakter werd verbitterd. Ik zei vaarwel aan de wereld in soorten romances:

 

 1967624-82ad46d4479dbabe87a14d91bd8682a3.jpg
Arthur Rimbaud (20 oktober 1854 – 10 november 1891)
Musée Arthur Rimbaud, Charleville-Mézières

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Marnix Gijsen werd geboren op 20 oktober 1899 in Antwerpen. Zie ook mijn blog van 20 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Marnix Gijssen op dit blog.

Uit: Klaaglied om Agnes

“Dikwijls heb ik daaraan gedacht toen ik, achter een zorgvuldig opgetrokken façade van mannelijkheid, mijzelf week en aarzelend voelde. Herhaaldelijk heb ik in dat overwicht van het vrouwelijke in mij een verontschuldiging voor lafheid en halfslachtigheid gevonden. Net alsof dergelijke gebreken specifiek vrouwelijk zouden zijn! Al te laat heb ik begrepen dat men ons van man en vrouw een conventioneel beeld heeft opgehangen, dat meer steunt op de mythologie en op de maatschappelijke vooroordelen van geheel onbeschaafde óf overbeschaafde volkeren, dan op enige redelijke of eerlijke grondslag.
Toen echter was Agnes in mijn bestaan een levende werkelijkheid, een icoon waarheen ik mij richtte in uren van nood, een ideaal wezen. Later, wanneer ik allerlei redenen had om over mezelf grondig ontevreden te zijn, kwam haar beeld mij steeds voor de geest en voelde ik mij in dit leven een indringer, alsof ik schaamteloos haar plaats had ingenomen in deze wereld en Agnes' geslacht en bestemming had verraden door een man te zijn, die al te dikwijls geen man was. Wanneer het mij goed ging en ik meende dingen te hebben gedaan die de moeite waard waren, dacht ik dan weer dat ik als het ware een optelling was van Agnes en mijzelf en ik was trots omdat mijn wezen iets bevatte (te veel, zeiden de geleerde heren) van wat Schiller ‘das ewig Weibliche’ heeft genoemd.
Zo leefde ik in een gesloten, eng begrensde wereld. Moeder was zwijgzaam en vol zorgen. Voor mij had zij slechts een soort misprijzend medelijden over, alhoewel zij zich om mij letterlijk afsloofde. Zij zag het leven donker in en kon zich zelden weerhouden mij te doen gevoelen, dat wat mij te wachten stond geen enkele reden tot verblijding kon brengen. Hoe dikwijls heb ik niet verlangd geboren te zijn ergens in Italië of Spanje, waar, naar men zei, het volk blijmoedig, luchthartig en oppervlakkig leeft en waar men het bestaan opvat als spel en dans.”

 

 1967624-76fe74578f09a387b9b3d99fa0ad58b3.jpg
Marnix Gijsen (20 oktober 1899 – 29 september 1984)
Cover

 

 

De Duits-Roemeense schrijver Oskar Pastior werd in 1927 in Hermannstadt (Transsylvanië, Roemenië) geboren. Zie ook mijn blog van 20 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Oskar Pastior op dit blog.

 

pantum kadewe pulmon

wenn die luftverbindung trennt
und die offenen grenzen schweigen
statt zu schäumen sukkulent
wann die säulenfrüchte steigen

und die offenen grenzen schweigen
noch bevor die schneise läuft
wann die säulenfrüchte steigen
bis der schwermuthopfen greift

noch bevor die schneise läuft
und die alten mieder schmurgeln
bis der schwermuthopfen greift
wo es rasselt statt zu gurgeln

und die alten mieder schmurgeln
während wenn der steiß ausbricht
wo es rasselt statt zu gurgeln
weil man alte konten schließt

während wenn der steiß ausbricht
und man kann nicht unterscheiden
weil man alte konten schließt
ob sie niesen oder schleudern

und man kann nicht unterscheiden
wenn die luftverbindung trennt
ob sie niesen oder schleudern
statt zu schäumen sukkulent

 

 1967624-4400d9b521fbae557e45809e6225fa51.jpg
Oskar Pastior (20 oktober 1927 – 4 oktober 2006)
Cover CD met een reconstructie van Pastiors Büchner-Preis-lezing

 

 

De Oostenrijkse schrijfster Elfriede Jelinek werd geboren op 20 oktober 1946 in Mürzzuschlag, een kleine stad in de deelstaat Stiermarken. Zie ook alle tags voor Elfriede Jelinek op dit blog ook mijn blog van 20 oktober 2010.

Uit: Neid

“Kleine Lebenswelten stürzen nach außen, die dazupassenden kleinen Lebensweisheiten nach innen. In der Mitte treffen sie einander. Touristische Aktivitäten zur Vermarktung von Kultur und Geschichte sollen, ausgerechnet an so einem Ort, plötzlich zusammengefügt werden wie kurzgeschlossene Drähte, bis sie, nicht einmal ein Auto in Gang setzend, funkensprühend, zischend zurückschlagen, um den Einzug in unser Fassungsvermögen ordentlich vorzubereiten, was bedeutet: Spaßfaktor! Spaßfaktor! Der wird gesucht, bitte, ich verdiene ja nichts daran, und Sie verdienen es nicht besser. Lesen Sie, daß ich dem Substandard zuzurechnen bin, das heißt, mir wird faktisch nichts mehr zugerechnet, denn ich habe schon alles und brauche nichts. Meine Größenordnung ist nicht alarmierend, aber ich bin doch ziemlich groß geworden, und ich sehe derzeit keine Nachfolgerin. Nein, ich sehe nur noch Nachfolgerinnen und bekämpfe sie entschlossen. Aber diese Gegend und diese Menschen brauchen ihre stille Reserve (ich brauche sie nicht!), die Größenordnungen dessen, was fehlt, sind nicht allzu alarmierend, und man muß ja bedenken, daß ein funktionierender Markt auch eine Mobilitätsreserve in Form von zeitweilig Arbeitslosen und/oder zeitweilig leerstehender Wohnungen benötigt, denn man muß die Arbeitslosen ja irgendwo hineintun, wo es noch leer ist, sonst stehen sie im Eck oder am Eck und spielen Geige, nur schlechter als ich oder Brigitte, von der die Rede ist, nein, noch nicht, aber bald. Was ich benötige, interessiert keinen, das ist wahrscheinlich auch der Grund, weshalb ich es nicht bekomme. Eine Gemeindeverwaltung, vertreten durch den Vizebürgermeister in seiner Funktion als Fremdenverkehrsreferent, schlägt der Stadt nun ein neues Bild ihrer selbst vor.”

 

 1967624-f3b3a20bcc80d7024b51aa0e6623ecd5.png
Elfriede Jelinek (Mürzzuschlag, 20 oktober 1946)
Cover

 

 

De Amerikaanse dichter, vertaler en essayist Robert Pinsky werd geboren op 20 oktober 1940 in Long Branch, New Jersey. Zie ook alle tags voor Robert Pinsky op dit blog en ook mijn blog van 20 oktober 2010

 

December Blues

At the bad time, nothing betrays outwardly the harsh findings,
The studies and hospital records. Carols play.

Sitting upright in the transit system, the widowlike women
Wait, hands folded in their laps, as monumental as bread.

In the shopping center lots, lights mounted on cold standards
Tower and stir, condensing the blue vapour

Of the stars; between the rows of cars people in coats walk
Bundling packages in their arms or holding the hands of children.

Across the highway, where a town thickens by the tracks
With stores open late and crèches in front of the churches,

Even in the bars a businesslike set of the face keeps off
The nostalgic pitfall of the carols, tugging. In bed,

How low and still the people lie, some awake, holding the carols
Consciously at bay. Oh Little Town, enveloped in unease.

 

 

Essay On Psychiatrists

I. Invocation

It‘s crazy to think one could describe them—
Calling on reason, fantasy, memory, eves and ears—
As though they were all alike any more

Than sweeps, opticians, poets or masseurs.
Moreover, they are for more than one reason
Difficult to speak of seriously and freely,

And I have never (even this is difficult to say
Plainly, without foolishness or irony)
Consulted one for professional help, though it happens

Many or most of my friends have—and that,
Perhaps, is why it seems urgent to try to speak
Sensibly about them, about the psychiatrists.



 1967624-fcda4f480664bed497ecb42045424b59.jpg
Robert Pinsky (Long Branch, 20 oktober 1940)
In 2005

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e oktober ook mijn blog van 20 oktober 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 12:56 Reageer op dit bericht

Ela Angerer

De Oostenrijkse schrijfster Ela Angerer werd geboren op 20 oktober 1964 in Wenen. In 1966 verhuisde ze met haar ouders naar Vorarlberg, waar zij   in Bregenz en Dornbirn naar school ging. Kort voor het eindexamen verliet zij de school. Na een lang verblijf in Parijs in 1983 ging ze naar Wenen. Jarenlang werkte ze als journaliste voor Oostenrijkse kranten en tijdschriften, waaronder Kurier, Der Standard, Formaat, Festival Magazine en News. Voor deze laatste schrijft ze onder de titel “Stilfragen” een wekelijkse column over mode en trends. Ela Angerer is sinds 2010 redacteur van de boekenserie “Moderne Nerven”. Uit de teksten van het derde deel, “Porno”, schreef ze het gelijknamige toneelstuk, dat in het najaar van 2011 in het Rabenhoftheater in Wenen onder haar eigen regie in première ging en veel media aandacht kreeg. In 2014 publiceerde haar eerste roman “Bis ich 21 war. Hoewel Angerers boek "autobiografische trekken" werden toegeschreven zei de schrijfster in latere interviews dat de tekst niet kon worden gelezen als haar eigen geschiedenis. Het ging haar meer om het verkennen van de geest van een aan consumptie en uiterlijkheden georiënteerd maatschappelijk middenveld in het Oostenrijk van de jaren 1960 tot 1980. In 2016 verscheen haar tweede roman “Und die Nacht prahlt mit Kometen.”

Uit: Bis ich 21 war

„Dass meine Nase heute auf keinem Foto stört, hat wahrscheinlich mit den Gesprächen zu tun, die unsere Mutter mit mir schon in meiner Kindergartenzeit führte. Der Satz, der mir immer am meisten Angst einjagte: »Sobald du achtzehn bist, wirst du dir deine Nase operieren lassen.«
»Aber was ist, wenn ich das nicht will, weil ich mich davor fürchte?«
»Nun, dann solltest du auf jeden Fall, sooft du nur kannst, den Nasenrücken mit Daumen und Zeigefinger zusammendrücken. Du bist noch im Wachstum, und wenn du Glück hast, hilft auch das.«
Von diesem Glück erhoffte ich mir viel und presste deshalb über Jahre hinweg meine Nase, wann immer ich mich unbeobachtet fühlte, mit aller Kraft zusammen. Mein Glaubenssatz lautete: Erst wenn es wehtut, wird es wirken. Ich musste dem Schicksal beweisen, wie sehr ich es wollte, und
mit aller Kraft zudrücken.Genau so machte ich es auch mit den Ohren, obwohl davon in den Unterhaltungen mit meiner Mutter nie die Rede war, aber ich hatte in den Gesprächen der  Erwachsenen immer wieder von Männern und Frauen gehört, die sich ihre Ohren operativ anlegen lassen mussten, weil sie nicht weiter als Witzfigur durchs Leben gehen wollten. Also leistete ich auch hier ganze Arbeit. Mehrmals am Tag presste ich nach der Nasenbehandlung beide Handflächen so fest ich nur konnte gegen meine Ohren. Mehrmals am Tag tat mir danach der ganze Kopf weh.
Wenn ich an unsere Eltern vor meiner Zeit denke, sehe ich alles in analogen Schwarzweißabzügen, mit harten Kontrasten und gelegentlichen Lichtpunkten. Meine Mutter, die mit ihrer weißen Blumenhaube auf dem Standesamt aussieht wie Liz Taylor. Tatsächlich hatte Liz Taylor, als sie Richard Burton zum ersten Mal heiratete, genau so einen Hut getragen, und meine Mutter hatte diesen Hut, den man sich wie eine seidene Badehaube vorstellen kann, bei der Schneiderin kopieren lassen. Mein Vater im dunklen Anzug mit schmaler Krawatte, so wie es zu dieser Zeit Mode ist. Beide haben auffallend große Nasen, sie könnten Griechen, Römer oder Aserbaidschaner sein. Mein Bruder und meine Schwester werden später genau so große Nasen bekommen, nur nicht so schmal und elegant. Meine wird man im Vergleich dazu einmal als klassisch bezeichnen, was bei dieser Erbmasse an ein Wunder grenzt.
In der Schwarzweiß-Welt gibt es Partys, Ausflüge mit dem Auto, Verwandte, die sich lachend übers Geländer einer Bergstation lehnen.“

 

 1974774-e330a9e7b70a8a8c5db5fc67dcc4a8b3.png
Ela Angerer (Wenen, 20 oktober 1964)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten